Bijlagen_Bijlage 9 Onderzoek huismus
Tekst van het document
Nader onderzoek soorten
a
NADER ONDERZOEK
HUISMUS Conform het kennisdocument huismus
Locatie onderzoek:
Datum:
11 mei 2023
Koopsweg 19
Project:
NOH50121
Doornspijk
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
INHOUD 1. Colofon
3
2. Samenvatting en advies
4
3. Inleiding
5
3.1
Aanleiding
5
3.2
Planlocatie
5
3.2
Ontwikkeling en effecten
5
4. Wettelijk kader
8
4.1
Kader en methode
8
4.2
De huismus
10
4.3
Kennisdocument huismus
10
5. Wettelijk kader
12
6. Te nemen maatregelen
15
7. Verantwoording
18
8. Bijlage
19
Disclaimer
20
2
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
1. Colofon Onderzoek
Nader onderzoek huismus
Document
NOH50121
Datum
11 mei 2023
Locatie
Koopsweg 19 Doornspijk
Opdrachtgever
EDOK-RO
Opdrachtnemer
Ecofect B.V.
Ecoloog
P. Smits
Adres
Laan 21, 8071 JG Nunspeet
Telefoon
06-12918775
info@ecofect.nl
Internet
www.ecofect.nl
KvK-nummer
87036487
Btw-identificatienr.
NL864184311B01
Rekeningnummer
NL39 RABO 0198 8908 69
3
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
2. Samenvatting en advies Uit het nader onderzoek huismus is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden. Samenvatting: •
Huismus is niet aanwezig
•
Plangebied is functioneel niet in gebruik
•
Geen schadelijke effecten functionaliteit leefgebied
•
Geen effect gunstige staat van instandhouding
•
Geen wettelijk belang
•
Geen maatregelen noodzakelijk
Advies: Gelet op de uitkomsten van het nader onderzoek huismus zijn er geen te nemen verplichte maatregelen ten gunste van de huismus. In hoofdstuk 6.2 worden verblijvende maatregelen geadviseerd.
4
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Koopsweg 19 te Doornspijk heeft opdrachtgever EDOK-RO, namens cliënt, aan Ecofect B.V. gevraagd, op basis van een QuickScan flora en fauna, een nader onderzoek huismus uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.
3.2 Planlocatie De planlocatie betreft een perceel (zie figuur 1) met een zestal opstallen. De opstallen bestaan uit een woning (niet behorend bij planontwikkeling) en een vijftal schuren. De schuren hebben verschillende bouwaarden. Een gedeelte is opgetrokken uit bakstenen muren. Gasbetonblokken, hout en sandwichpanelen. De schuren zijn gedekt met golfplaten daken (deels met dakbeschot). Rondom is de planlocatie ingericht als (sier-)tuin met verharding, parkeren, sierbestrating, gazons, zonnepanelen, borders en hagen.
Figuur 1 - Overzicht van planlocatie
5
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
3.3 Ontwikkelingen en effecten Initiatiefnemer is voornemens op de planlocatie de vijf schuren te slopen (zie figuur 2 voor de te slopen opstallen) en hiervoor één woning terug te bouwen.
Figuur 2 – Te slopen opstallen (Bron; Berends Bouwadvies)
Woonprogramma In de beoogde situatie wordt de huidige agrarische bebouwing gesloopt en vervangen door 1 vrijstaande woning met een inhoud van 600 m3. Ook de mestkelder en het veldje met zonnepanelen verdwijnen. De huidige woning, de voormalige boerderij, blijft behouden en is het hoofdgebouw op het erf. De nieuwe woning voldoet aan de bouwregels zoals deze staan in de bestemming “Wonen” van het bestemmingsplan Buitengebied 2012, actualisatie 2018. De nieuwe woning is levensloopbestendig en met name geschikt voor senioren of een klein gezin. De woningen heeft een volledig programma op de begane grond met slaapkamer en badkamer. Op de verdieping bevinden zich 2 slaapkamers en een badkamer. Daarnaast wordt er een schuur als bijgebouw gebouwd met een oppervlakte van 165 m2. Dit is een gezamenlijk bijgebouw voor de bestaande boerderij en de nieuwe woning. De plek van dit bijgebouw geeft privacy in beide tuinen. Het bijgebouw maakt onderdeel uit van het concept en heeft een eenvoudige landelijke uitstraling met kap. Situatie en ontsluiting De gebouwen op het perceel worden ontsloten via het bestaande gezamenlijke erf. Verharding wordt daarbij beperkt tot het hoogstnodige. Parkeren vindt plaats op eigen erf. Er is hiervoor voldoende ruimte aanwezig. Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter.
De functie van het plangebied zal gelijk blijven en ecologisch niet veranderen.
6
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: •
Sloop- / saneringswerkzaamheden
•
Afvoer sloopmateriaal
•
Egaliseren terrein
•
Bouwwerkzaamheden
•
Aan- en afvoer materiaal.
•
Heinrichting terrein welke bij de functie wonen verwacht kan worden
Figuur 3 - Impressie beoogde situatie (concept)
7
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
4. Wettelijk kader 4.1 Kader en methode Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming huismus.
Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: •
Vogels met jaarrond beschermde nesten;
•
Overige vogels;
•
Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I);
•
Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt;
•
Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.
Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.
Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
8
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.5 lid 1
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in
Het is verboden soorten in
levende vogels opzettelijk te
hun natuurlijke
hun natuurlijke
doden of te vangen.
verspreidingsgebied
verspreidingsgebied
opzettelijk te doden of te
opzettelijk te doden of te
vangen
vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de
Het is verboden de vaste
nesten, rustplaatsen en
voortplantings- plaatsen of
voortplantingsplaatsenof
eieren van vogels te
rustplaatsen van dieren te
rustplaatsen van dieren
vernielen of te beschadigen,
beschadigen of te vernielen.
opzettelijk te beschadigen of
of nesten van vogels weg te
te vernielen.
nemen. Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur
hebben.
opzettelijk te vernielen of te
Niet van toepassing.
rapen. Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden
Het is verboden
plantensoorten in hun
plantensoorten in hun
natuurlijke verspreidings-
natuurlijke verspreidings-
gebied opzettelijk te plukken
gebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te
en te verzamelen, af te
snijden, te ontwortelen of te
snijden, te ontwortelen of te
vernielen
vernielen
De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Het 3e beschermingsregime, andere soorten, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (nationaal beschermde soorten). Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. De huismus wordt in de Wet natuurbescherming beschermd onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn als een soort met een vaste rust- en verblijfplaats. Vaste rust- en verblijfplaatsen en
9
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
voortplantingsplaatsen van de huismus zijn jaarrond beschermd, evenals het functioneel leefgebied dat essentieel is voor het functioneren van de nestlocaties.
4.2 De huismus De huismus is sterk gebonden aan mensen. Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn naast de broedplaats ook groene struiken en klimplanten. De huismus komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, zoals onder dakpannen, maar ook in nestkasten en achter regenpijpen. Daarnaast dient in de nabijheid van enkele tientallen meters van de nestplaats voldoende zandbaden, voedsel en drinkwater aanwezig te zijn
4.3 Kennisdocument huismus Het onderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument huismus (2022) zoals gepubliceerd op de website van BIJ12. In het voorliggende onderzoek zijn de volgende functies voor huismus onderzocht: •
Voortplantingsplaatsen
•
Vaste rust- en verblijfplaatsen
•
Functioneel leefgebied
Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni
geen
aanwezigheid
kan
worden
aangetoond.
De
inventarisatie
moet
tijdens
goede
weersomstandigheden plaatsvinden, op geluidsluwe momenten, rond 1 à 2 uur na zonsopkomst en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Een andere methode is waarneming van nesten door dakpannen te lichten: − conform Natuurkalender Vogels; ministerie LNV. − toepasbaar buiten de broedperiode, dat wil
10
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
zeggen van 15 september tot 1 maart − Let op, oude nesten worden gemakkelijk verward met recente nesten. Deze methode is toegepast op genoemd object. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan voldoende invulling gegeven. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden. De staat van instandhouding van de huismus als broedvogel in Nederland is matig ongunstig. De staat van instandhouding buiten het broedseizoen is hetzelfde omdat het dezelfde vogel betreft. Voor deze soort zijn geen Natura2000 gebieden aangewezen.
Door de functie van het leefgebied van de huismus op deze projectlocatie zal het effect op de gunstige staat van instandhouding op lokaal niveau niet verslechteren.
11
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
5. Wettelijk kader 5.1 Onderzoeksvragen Tijdens het nader onderzoek huismus zullen de volgende onderzoeksvragen worden behandeld (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): •
Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus?
•
Is huismus aanwezig?
•
Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus?
•
Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden?
•
Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?
•
Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd?
•
Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren?
•
Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling?
5.2 Werkwijze De hierboven benoemde onderzoeksvragen zullen worden beantwoorden door de stappen te doorlopen (afhankelijk van de aan of afwezigheid van de huismus tijdens de veldbezoeken): •
Veldbezoeken voor het bepalen van de aan- of afwezigheid van de huismus en het vaststellen van de functie van het plangebied voor de huismus.
•
Bepalen en onderbouwen van het wettelijke belang van de activiteiten.
•
Bepalen van het schadelijke effect op de functionaliteit van de voortplantingsplaats of vaste rusten verblijfplaats binnen het plangebied.
•
Bepalen van het schadelijke effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus.
5.3 Veldbezoeken De veldbezoeken zijn uitgevoerd door P. Smits en A. van der Voort van Ecofect B.V. De onderzoeksmethode die is toegepast bestond uit visuele inspectie gedurende twee veldbezoeken. plangebied en de omliggende percelen zijn onderzocht door de projectlocatie rustig te bewandelen. Hierbij werd vooral gelet op de aanof afwezigheid van de huismus. De omliggende percelen zijn vanuit de planlocatie dan wel vanaf de
12
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
openbare weg onderzocht dit om een beeld te krijgen van de aanwezigheid van de huismus en de aanwezige functies ten aanzien van de planlocatie. Voor de data van het veldbezoek, de weersomstandigheden en de waarnemingen wordt verwezen naar de onderzoeksresultaten.
5.4 Onderzoeksresultaten Is de projectlocatie geschikt als functioneel leefgebied voor de huismus? De eisen die een huismus stelt aan zijn leefgebied zijn opgenomen in de onderstaande tabel: Beschrijving
Functie
Aan-of afwezig
Opstallen
Nest- en schuilplaats
Aanwezig
Voedselvoorziening
Voedsel
Aanwezig
Groenvoorzieningen
Voedsel en dekking
Aanwezig
Stofbaden
Verzorging
Aanwezig
Water
Drinkplaats
Aanwezig nabij de planlocatie
Tijdens de veldbezoeken zijn er geen waarnemingen van huismussen gedaan binnen de grenzen van het plangebied. Is huismus aanwezig? Overzicht veldbezoeken Datum
Weer
Waarnemingen
13-04-2023
8 graden; bewolkt
Geen
09-05-2023
15 graden; zonnig
Geen
Tijdens het veldbezoek zijn er geen huismussen waargenomen op de projectlocatie. Welke functie(s) heeft het gebied voor huismus? Op basis van de ervaringen tijdens de veldbezoeken kan gesteld worden dat het plangebied geen functie vervult voor de huismus. Aangegeven is dat het dak van de stallen mogelijkheden biedt voor nestlocaties. Bij de veldbezoeken zijn geen waarnemingen gedaan van de huismus. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden? Bij de sanering van de opstallen zullen geen voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied verloren gaan. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Er behoeven geen maatregelen genomen te worden ter compensatie van het mogelijk wegvallen van functioneel leefgebied.
13
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? Nee, er zullen geen jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen verloren gaan van de huismus. •
Art 3.1 lid 2
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen •
Art 3.1 lid 4
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd? Niet van toepassing Zijn er alternatieven onderzocht voor het uitvoeren van de planontwikkeling? De ingreep heeft geen negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de huismus.
14
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
6. Te nemen maatregelen 6.1 Verplichte maatregelen Op basis van de conclusies zijn er geen wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming dan wel de huismus.
6.2 Vrijblijvende maatregelen Op basis van de conclusies doen wij de volgende aanbevelingen ten gunste van de huismus (niet verplicht binnen Wet natuurbescherming): •
Het nemen van maatregelen om de saneringswerkzaamheden op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren.
Aanbevelingen •
Plant bomen aan in en rondom het plangebied. Dit verhoogt de natuurkwaliteit binnen het plangebied. Ze kunnen als corridor dienen voor vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. Ecologisch waardevolle bomen kunnen door de deskundig ecoloog worden aangewezen.
•
Maak gebruik van inheems gebiedseigen plantmateriaal.
•
Creëer verblijfplaatsen voor huismussen in mussenkasten of in de spouwmuren van de bebouwing. Streef naar inpassing van planten en dieren die in en rond het plangebied hun habitat (kunnen) vinden.
•
In de omgeving dient ook voldoende dekkingsmogelijkheden aanwezig te zijn door bijvoorbeeld:
•
Aanplant van doornige struiken als vuurdoorn en meidoorn, groenblijvende heesters, klimplanten als klimop of wingerd, robuuste beukenhagen, en dergelijke. Bladverliezende soorten zijn in de winterperiode minder effectief.
•
Aanplant van inheemse soorten bomen en ander opgaand groen.
•
Behoud of ontwikkel slaapgelegenheden door bijvoorbeeld:
•
Aanbrengen van groenblijvende gevelbegroeiing of ander verticaal groen, bijvoorbeeld met vuurdoorn, klimop.
•
Aanplanten van groenblijvende heesters (bijvoorbeeld liguster, hulst) of coniferen (bijvoorbeeld taxus).
•
Behoud van voldoende mogelijkheden voor nemen van stofbaden door zandige plekken te realiseren of te handhaven.
15
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
•
In de winterperiode winternesten aan te bieden in de vorm van bijvoorbeeld takkenhopen of strobalen als een tijdelijke oplossing noodzakelijk is.
•
Voor al deze maatregelen geldt dat ze een hoogte van minimaal 3 meter moeten hebben willen ze effectief zijn en zo mogelijk binnen 100 meter van de (te realiseren) nestplaats aanwezig moeten zijn. Behoud of ontwikkeling van voldoende plekken waar gefoerageerd kan worden, door bijvoorbeeld: o
In stand houden of ontwikkelen van hoekjes of stroken ruigte met onkruiden als bron voor zaden en kleine zachte insecten. Straatgras, herderstasje en weegbree zijn favoriete onkruiden;
o
Extensief beheer van gazons (maaifrequentie 1 maal per jaar). Het maaien vindt niet in het najaar plaats.
Voor al deze maatregelen geldt dat voedsel jaarrond beschikbaar moet zijn en zo mogelijk binnen 100 meter van de nestplaats beschikbaar zijn en dat er binnen 5 à 10 meter (bij voorkeur binnen 2,5 meter) dekking moet zijn. Behoud van voldoende drinkwater door bijvoorbeeld aanleg van (open) water. Het nemen van maatregelen om de sloopwerkzaamheden op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren. •
Zorgvuldig handelen
•
Het slopen van de woning en de opstallen zal buiten de kwetsbare periode plaats moeten vinden (zie figuur 16 en 17)
•
Indien onverhoopt huismussen worden aangetroffen, wordt het werk rond de aangetroffen huismussen gestaakt en wordt direct contact opgenomen met één van de betrokken ecologen.
16
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
17
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
7. Verantwoording Literatuur/bronnen •
Kennisdocument huismus BIJ12 (v2022)
•
Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus
•
Fauna inventarisatie, Rik Schoon
Materiaal •
Verrekijker
•
Ladder
•
Camera
Internet •
www.bij12.nl
•
www.verspreidingsatlas.nl
•
www.ndff.nl
•
www.bij12.nl
•
www.netwerkgroenebureaus.nl
18
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
8. Bijlage
19
NADER ONDERZOEK SOORTEN – KOOPSWEG 19 DOORNSPIJK
Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2023 Ecofect B.V.; Nunspeet
20