CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen_Bijlage 7 Natuurtoets

Raadsvergadering 3 juli 2023, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Haerderweg 122.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick Scan Flora en Fauna Haerderweg 12 Doornspijk

Quick Scan Flora en Fauna Haerderweg 12 Doornspijk

Titel

Quick Scan Flora en Fauna Haerderweg 12 Doornspijk

Uitvoering

Bureau Bleijerveld

Opdrachtgever

Slaa + van Asselt architecten BNA Industrieweg 75 8071 CS Nunspeet

Datum

24 september 2019

Status

definitief

8495 JZ Aldeboarn mob 06-40559568 bleijerveld@ruimtevooradvies.nl

www.ruimtevooradvies.nl

Andringastrjitte 27

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep

1 1 2 2 4

2

Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden

5 5 5

3

NDFF-gegevens

6

4

Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting

7 7 7 7 7 7 8 8 8 8

5

Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten

9 9 9

Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid

10

1 1.1 Aanleiding & doel

Inleiding

Aan de Haerderweg 12 in Doornspijk bevindt zich een voormalig verblijfsrecreatieterrein. Het voornemen bestaat om het terrein te reconstrueren waarbij de bestemming wijzigt in een agrarische en een woonbestemming. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (EHS/NNN).

Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).

Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quick scan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quick scan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quick scan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quick scan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

1

1.2 Methoden

Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van Waarneming.nl en de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van provincie Gelderland. Op 17 juli 2019 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).

1.3 Plangebied

Het plangebied (fig. 2-8) wordt gevormd door een voormalig recreatieterrein met recreatiebungalows en stacaravans. De oppervlakte bedraagt circa 23 hectare. In verband met de beëindiging van het bedrijf zijn de meeste recreatie-eenheden inclusief erfbeplanting verwijderd. Alleen in het westelijke deel is nog een cluster van zes recreatiebungalows aanwezig. Eén van de bungalows valt buiten het plangebied. In het noorden van het terrein bevindt zich de bedrijfswoning met bedrijfsgebouwen. Overigens bestaat het terrein uit grasland. Het terrein grenst aan agrarische percelen en erven. Aan de oostkant en westkant staat oude laanbeplanting langs de weg. Langs de noord- en zuidzijde is alleen plaatselijk begroeiing langs de perceelgrens aanwezig. In en rond het plangebied komt geen oppervlaktewater voor.

Figuur 2. Voormalige situatie recreatieterrein De Roskam.

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

2

Figuur 3. Terrein in westelijke richting gezien met op de achtergrond de cluster recreatiewoningen.

Figuur 4. Noordwesthoek van het terrein met te behouden erfbebouwing.

Figuur 5. Terrein in zuidelijke richting gezien.

Figuur 6. Oostgrens van het terrein.

Figuur 7. Cluster recreatiewoningen .

Figuur 8. Aanzien van de recreatiewoningen.

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

3

1.4 Ingreep

Het voornemen bestaat om vier van vijf bungalows in het westen te handhaven en de status kleine woning te geven. De vijfde bungalow wordt gesloopt. Het voornemen bestaat om in de zuidoosthoek van het terrein drie vrijstaande woningen te realiseren waarbij het westelijke deel van het erf een agrarische bestemming heeft. De noordhoek van het terrein met de voormalige bedrijfswoning blijft ongewijzigd. Tussen de drie hoofdeenheden en langs de zuidgrens komt nieuwe randbeplanting in de vorm van bomenrijen en houtwallen.

Figuur 9. Inrichtingsschets plangebied met nieuwbouw in rood.

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

4

2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden

Beschermde gebieden

Het plangebied is geen onderdeel van beschermde natuurgebieden. In de omgeving liggen verscheidene onderdelen van Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. De afstand tot het GNN bedraagt circa 300 meter, voor Natura 2000-gebied Veluwe is deze afstand circa 500 meter.

Figuur 10. Ligging plangebied (rood) t.o.v. beschermde gebieden.

2.2 Effecten beschermde gebieden

Door de bestemmingswijziging daalt de oppervlakte bebouwing sterk en neemt ook de intensiteit af waarmee het terrein wordt gebruikt. Daarnaast stijgt de hoeveelheid inheemse landschappelijke beplanting. Op grond hiervan is een negatief effect op beschermde natuurgebieden in de omgeving uit te sluiten.

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

5

3

NDFF-gegevens

In de databank zijn geen waarnemingen van beschermde soorten uit het plangebied bekend. In de omgeving van het terrein is het aantal waarnemingen beperkt tot een aantal vogelsoorten van bos en struweel te weten glanskop, groene specht, koolmees, tjiftjaf, zwarte mees en zwarte specht. De overige waarnemingen hebben betrekking op algemene, onbeschermde soorten.

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

6

4

Beschermde soorten

4.1 Planten

Het terrein is recent opgeschoond en ingezaaid met gras. In de open grasmat waren veel verstoringssoorten aanwezig zoals perzikkruid, gewone spurrie, korrelganzenvoet, zwarte nachtschade, klein streepzaad, hanenpoot, canadese fijnstraal, gewone melkdistel en kleine varkenskers. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden.

4.2 Zoogdieren

Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. Op het terrein is alleen eekhoorn daadwerkelijk aangetroffen. Het dier verplaatste zich van de cluster bungalows naar de bomen langs het terrein. Verder zijn sporen van kleine zoogdieren gevonden in de vorm van holen. Er zijn algemene, licht beschermde zoogdieren te verwachten zoals huisspitsmuis, veldmuis en gewone bosmuis. De genoemde kleine zoogdieren zijn nationaal beschermde soorten waarvoor in geval van ruimtelijke ingrepen een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb geldt. Voor eekhoorn geldt deze vrijstelling niet. De overige soorten zoogdieren die in de regio voorkomen zijn hoogstens als passant te verwachten.

4.3 Vleermuizen

Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. In het plangebied komt geen begroeiing voor die geschikt is verblijfplaats voor vleermuizen. De te slopen recreatiewoning is ongeschikt als verblijfplaats vanwege het kleine volume, de geringe hoogte en het ontbreken van verborgen ruimten zoals een spouw of een pannendak. Het is waarschijnlijk dat terrein deel uitmaakt van het foerageergebied van vleermuizen, met name langs de oude laanbomen van de Haerderweg zal worden gefoerageerd. De reconstructie van het terrein is hierop niet van invloed. Het project is niet van invloed op eventuele vliegroutes van vleermuizen die over of langs het terrein lopen.

4.4 Vogels

Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. Het plangebied is in de huidige staat weinig geschikt als nestplaats voor vogels. In de randbegroeiing en ruige randen daarbij in de buurt, en in erfbeplanting zijn algemene broedvogels te verwachten maar op de feitelijke plaatsen van de ingrepen zijn broedvogels uit te sluiten. Op en rond het terrein zijn vaste nestplaatsen alleen mogelijk in de oude laanbomen rond het terrein. De reconstructie van het terrein is niet van invloed op vaste nestplaatsen die eventueel in die bomen aanwezig zijn.

4.5 Amfibieën

Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied is geen voortplantingshabitat aanwezig in de vorm van oppervlaktewater. Doordat het terrein uit kort, open gras bestaat is het niet geschikt voor amfibieën in de landfase. Een negatief effect op amfibieën in het algemeen is uit te sluiten.

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

7

4.6 Reptielen

Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. Het terrein en de omgeving voldoen niet aan de habitateisen van reptielen. Een negatief effect op deze soortgroep is uit te sluiten.

4.7 Vissen

In en rond het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Een negatief effect op vissen in het algemeen is uitgesloten.

4.8 Ongewervelden

De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.

4.9 Samenvatting

In het plangebied zijn algemene kleine zoogdieren te verwachten. In de opgaande begroeiing rond het terrein komt eekhoorn voor. In opgaande begroeiing en aangrenzende ruigte moet rekening worden gehouden met broedvogels zonder vaste nestplaatsen. Het terrein heeft een te verwaarlozen functie als foerageergebied voor vleermuizen. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP

TOELICHTING

BESCHERMDE SOORTEN GEEN

Planten Zoogdieren

WNB

HR

VR

X Algemene soorten

Alg. ontheffing

Eekhoorn

Geen effect

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

X

Vleermuizen

Foerageergebied

Vleermuizen

Vliegroutes

Broedvogels

Zonder vaste nestplaats

Broedvogels

Met vaste nestplaats

X

Amfibieën

Algemene soorten

X

Verwaarloosbaar Geen effect Waarschijnlijk

Reptielen

X

Vissen

X

Ongewervelden

X

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

8

5

Conclusies

5.1 Beschermde gebieden

Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden. In de omgeving komen dergelijke gebieden wel voor. Op grond van extensivering die optreedt door de bestemmingswijziging en de toekomstige bestemming is een negatief effect op natuurgebieden uit te sluiten.

5.2 Beschermde soorten

Zoogdieren (nationale soorten Wnb) Door de ontwikkeling kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Gelderland geldt deze vrijstelling voor alle gevonden en verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten zijn niet noodzakelijk. Eekhoorn (nationale soorten Wnb) Deze soort maakt gebruik van de tuinen op het terrein om te foerageren maar verblijft niet in het plangebied. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soort niet noodzakelijk. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) In de opgaande begroeiing en ruigte langs de rand en in erfbeplanting zijn broedvogels te verwachten. Op de locaties waar ingrepen zijn gepland zou alleen de nieuwe aanplant langs de zuidrand van het terrein kunnen conflicteren met broedvogels. Daarom dient het aanplanten van de groenstrook buiten het buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een controle uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering. Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep

Soort

Maatregel/vervolgactie

Planten

Alle

¾

Vleermuizen

Alle

¾

Zoogdieren

Alle

¾

Vogels zonder vaste

Alle

Aanplanten groenstrook buiten de periode (1 mrt) 15 maart – 15 juli (1

verblijfplaats

sep).

Vogels met vaste verblijfplaats

Alle

¾

Amfibieën

Alle

¾

Reptielen

Alle

¾

Vissen

Alle

¾

Ongewervelden

Alle

¾

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

9

Bronnen www.ndff.nl www.gelderland.nl www.synbiosis.alterra.nl

Quick scan flora en fauna Haerderweg 12 Doornspijk

10

Bijlage I

Wettelijk kader en beleidskader

De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •

Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet

Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •

•

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

deze onder zich te hebben.

dieren in denatuur opzettelijk te vernielen of terapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Niet van toepassing.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst

Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).

NNN/EHS

Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=c32e5260-b29e-40fa-83ff-14361e9adbe7