Bijlagen_Bijlage 2 Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Koopsweg 19 te Doornspijk
projectnummer
221263
Pagina 2 van 23
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater Monsterneming asbest in bodem
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk 221263 2.0 W.N. Dam R.J.W. Huls
21 oktober 2022 EDOK-RO Dhr. E. Dokter Van Breugelplantsoen 81, 3771 VN BARNEVELD SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018
Dhr. W.B. Aasman Dhr. W.B. Aasman Dhr. W.B. Aasman
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Landdrostdreef 124 1314 SK Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest Bodem BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van de Koopsweg 19 te Doornspijk. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2022 Eco Reest Bodem BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.
Wijze van citeren: Eco Reest Bodem 2022 Doornspijk_221263_Koopsweg 19_VO+ASB We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 3 van 23
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 5
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 5 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 6 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 6 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 6 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 7
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) ............................................................................. 8
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 8 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 8 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 8 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 9 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ...................................................................... 10 Afwijkingen vooronderzoek ........................................................................................................ 10 Onderzoekshypothese (NEN 5725) en -strategieën (NEN 5740 en NEN 5707) .............................. 10 Veiligheidsklasse ......................................................................................................................... 11
3.
VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK ....................................................... 12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 12 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 12 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 13 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 13 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 13 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 13
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) ................................ 14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 14 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 14 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 14 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 15 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 16
5.
VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK ............................................................. 17
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) ........................................... 17 Visuele inspectie maaiveld .......................................................................................................... 17 Resultaten veldwerkzaamheden ................................................................................................. 17 Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag ........................................................... 18 Afwijkingen onderzoeksopzet ..................................................................................................... 18
6.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) ..................................... 19
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.4 6.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 19 Analysemethoden en monsterbehandeling ................................................................................. 19 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) ............................................................................... 19 Analyse asbest in materiaal (volgens NEN 5896) ........................................................................... 19 Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 19 Analysemonsters en concentraties .............................................................................................. 20 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 20
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 21
7.1 7.2
Samenvatting .............................................................................................................................. 21 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 22
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 4 van 23
BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 5 van 23
1. INLEIDING Door Eco Reest Bodem BV is een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Koopsweg 19 te Doornspijk. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de bestemmingswijziging van de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Eco Reest Bodem BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest Bodem BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest Bodem BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest Bodem onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest Bodem alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 6 van 23
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016 NEN 5707:2015/C2:2017
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest Bodem BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven op het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Omegam B.V. die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. Eurofins Omegam BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2017 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L086. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 7 van 23
De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 8 van 23
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.
2.1
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.
2.2
Stap 1; aanleiding vooronderzoek
De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1
2.3
Stap 2; onderzoeksvragen
Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie
Onderzoeksaspecten
Locatiegegevens
2001-2002-2018
Eigendomssituatie Hoogteligging
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0 ✓
F
G
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 9 van 23
Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Bodemopbouw Antopogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓
✓ ✓ ✓ ✓ ✓
✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓
✓ ✓
0 ✓ ✓
✓
✓ ✓
✓ ✓ 0 ✓
✓
✓
✓ ✓ ✓
✓
Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.
2.4
Samenvatting vooronderzoek
Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Koopsweg 19 in Doornspijk is kadastraal bekend als Gemeente Elburg, Sectie D, Nr. 3130 en heeft een oppervlakte van circa 3.200 m2. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.2. De te onderzoeken locatie is in het verleden vermoedelijk in gebruik geweest als agrarisch bedrijf. Bij de gemeente Oldebroek is echter geen milieudossier van deze locatie aanwezig. Bij de terreininspectie voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk zijn geen zaken gesignaleerd die duiden op potentieel bodembedreigende activiteiten. Op de bodemkwaliteitskaart (regio Noord Veluwe) is aan de bodem van de locatie de klasse ‘landbouw/natuur’ toegekend. De bodem van de locatie bestaat tot circa 11 m-mv uit zand, gevolgd door veen tot circa 12 m-mv met daaropvolgend zand. De stroming van het grondwater is ter plaatse globaal noordwestelijk gericht. Ter plaatse is op basis van het vooronderzoek geen sprake van bodemvreemde lagen. Bij de asbestinventarisatie (rapportnummer: 20/8641, auteur: AK Blom, d.d. 04-2020) is vastgesteld dat ter plaatse sprake is van asbestdaken op de vijf aanwezige schuren (zie bijlage 2).
Op basis van het totaal aan resultaten van het vooronderzoek (met inbegrip van de terreininspectie) wordt de locatie aangemerkt als asbestverdacht. Ter plaatse is geen sprake geweest van potentiële bronnen van verontreiniging met chemische parameters.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 10 van 23
Van de vijf aanwezige asbestdaken hebben drie daken een afwatering op onverharde grond. Deze locaties zijn dus verdacht van asbest in de grond. De overige daken worden als onverdacht gezien i.v.m. geen afwatering op onverharde grond.
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
2.7
Onderzoekshypothese (NEN 5725) en -strategieën (NEN 5740 en NEN 5707)
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van (delen van) de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. In de tabel 2.2 is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoeksstrategie weergegeven. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie ten aanzien van chemische parameters aan te merken als onverdacht voor bodemverontreiniging(en). Daarnaast is de bodem van de locatie de onverharde druppelzone van het asbestgolfplatendak aan te merken als asbestverdacht. In de onderstaande tabel is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoekshypothese en de bijbehorende strategie(en) weergegeven. Tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel)
(Deel)locatie Oppervlakte (m2) Gehele terrein (circa 3200)
Verontreinigde stof + diepte van voorkomen Grond Grondwater Geen Geen
Oorzaak/Motivatie
Onderzoeksstrategie
NEN 5740, § 5.1
Geen
Geen bodembedreigende activiteiten tot dusver Dakbedekking
A: Druppelzone asbestdak (25) B: Druppelzone asbestdak (5)
Asbest
Asbest
Geen
Dakbedekking
NEN 5707: § 7.4
NEN 5707: § 7.4
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 11 van 23
Het asbestonderzoek met betrekking tot de onverharde druppelzone van het asbest-golfplatendak (Deellocatie A en B) is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5707:2015, paragraaf 7.4 “Milieuhygiënisch saneringscriterium”, zoals weergegeven in tabel 2.2.
2.8
Veiligheidsklasse
Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde”. Omdat de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal is aangetoond tijdens het verkennend onderzoek, is onderhavig asbestonderzoek uitgevoerd op basis van veiligheidsklasse zwart - niet vluchtig.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 12 van 23
3. VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het chemisch onderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 14 en 21 september 2022. Het grondwater is bemonsterd op 21 september 2022. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 10 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 4 t/m 13) en 2 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 2 en 3). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 3,7 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling: 2,7-3,7 m-mv, grondwaterstand: 2,2 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)
Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; • Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; • De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744
Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 0,35 (mS/m) -
Laatste meting Zuurgraad 6,2 (pH) Geleidingsvermogen 0,33 (mS/m) Troebelheid 2,2 (ntu)
Beoordeling NVT Voldoet Niet troebel
Op basis van tabel 3.1 blijken het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 13 van 23
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,0 1,0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus Zand, matig fijn, zwak siltig Diepst verkende bodemlaag
- 1,0 - 3,7 3,7
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 1,78 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
Meetpunt 2
Diepte (m-mv) 0,1 – 0,5
Einddiepte boring (m-mv) 2,0
Zintuiglijke waarneming Resten baksteen
Sporen/resten/brokjes/laagjes (bijmenging 6/7/8/9): < 1%
Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat er bij boring 2 in de bovengrond baksteen resten zijn aangetroffen. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Daar er sprake is van een homogene bijmenging, er geen gemengd puin is waargenomen en tevens geen asbest verdacht materiaal is waargenomen, is de bijmenging met baksteensporen aangemerkt als onverdacht voor het voorkomen van asbest (e.e.a. conform bijlage A4 van de NEN 5725:2017).
3.5
Afwijkingen protocollen
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 14 van 23
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
Grondmonster Mp. 2
Diepte (m-mv) Motivatie 0,08 – 0,50 puin in bovengrond
Analyse Standaardpakket bodem
MMbg (Mp. 1, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 13) MMog (Mp. 1,2,3)
0,0 – 0,5
bovengrond
Standaardpakket bodem
1,0 – 1,5
ondergrond
Standaardpakket bodem
Motivatie
Analyse
grondwater
Standaardpakket grondwater
Grondwatermonster Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 2,7 – 3,7
Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.
4.2
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
4.3
Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 15 van 23
De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Weergave bijlage 5 * ***
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
(v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing
Mp. 2
Diepte (m-mv) 0,08 – 0,50
MMbg
0,0 – 0,5
bovengrond
-
MMog
1,0 – 1,5
ondergrond
-
Grondmonster
Motivatie
Analyseresultaten
puin in bovengrond
Koper, zink
Uit tabel 4.3 blijkt dat er in het bovengrondmonster van boring 2 gehalten aan koper en zink boven de achtergrondwaarden gemeten. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 16 van 23
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 is het geanalyseerde grondwatermonster met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerd grondwatermonster met toetsing
Grondwatermonster Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 2,7-3,7
Motivatie
Analyseresultaten
grondwater
-
Uit tabel 4.4 blijkt dat er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters zijn gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 17 van 23
5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
5.1
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 21 september 2022.
5.2
Visuele inspectie maaiveld
Omdat het terrein grotendeels is voorzien van vegetatie en de toplaag niet zondermeer kan worden onderzocht op het voorkomen van asbestverdacht materiaal, is besloten om de maaiveldinspectie buiten de scope van het onderzoek te laten. Het maaiveld ter plaatse van het onderzoeksterrein is geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Deze inspectie heeft plaats gevonden door het maaiveld in te delen in inspectiestroken van 1,5 meter en deze vervolgens strook voor strook (haaks op elkaar) te inspecteren. Vervolgens zijn de locaties waar asbestverdacht materiaal is waargenomen geregistreerd op een veldwerkkaart en bemonsterd.
5.3
Resultaten veldwerkzaamheden
De waarnemingen die zijn gedaan tijdens de maaiveldinspectie zijn weergegeven tabel 5.1. Tabel 5.1 Visuele inspectie maaiveld
Omschrijving Inspecteur Weersomstandigheden Conditie maaiveld Inspectie efficiëntie Asbestverdacht materiaal waargenomen
Motivering Dhr. W.B. Aasman Droog, zicht > 50 meter, > 50% begroeid met gras 100 % Nee Ja
Uit tabel 5.1 blijkt dat de omstandigheden goed zijn geweest voor een maaiveld inspectie en dat er daarom sprake is van een hoge inspectie efficiëntie. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Gezien de aanwezige verharding is het uitvoeren van de maaiveldinspectie conform de norm niet mogelijk. Wel is bij de visuele inspectie ter plaatse zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal op de verharding en in de begroeiing met gras aangetroffen. De resultaten van de uitgevoerde inspectie wijken niet af van de onderzoekshypothese. De hypothese is dan ook niet aangepast.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 18 van 23
5.4
Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag
De bemonstering ter plaatse van toplaag A en B is uitgevoerd conform paragraaf 7.4 “Milieuhygiënisch saneringscriterium” uit de NEN 5707:2015. Per verdachte toplaag zijn 20 grepen van ten minste 0,5 kg. bemonsterd tot ca. 0,1 m-mv. Per toplaag is één mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg ds. Gelet op het feit dat de lagen verdacht zijn voor vezels is het materiaal voorafgaand aan monstername niet gezeefd c.q. uitgeharkt. De monstervoorbehandeling en monstername heeft plaatsgevonden volgens Hoofdstuk 9 “Monstervoorbehandeling op locatie”, uit de NEN 5707:2015. De afmetingen van de monsterpunten en de waarnemingen die zijn gedaan tijdens de monstervoorbehandeling zijn in tabel 5.2 beschreven: Tabel 5.2 Monsterpunten en waarnemingen
Monsterpunt
Diepte
Druppelzone A
0,0-0,1 0,1-1,0 0,0-0,1 0,1-1,0
Druppelzone B
Hoeveelheid stukjes en gewicht n.w. n.w. n.w. n.w.
Soort NVT NVT NVT NVT
Overige bijmengingen (massa %) Geen Geen Geen Geen
n.w. = geen asbestverdacht materiaal waargenomen tijdens veldwerkzaamheden
Uit tabel 5.2 blijkt dat er geen asbestverdacht materiaal is waargenomen bij de boringen.
5.5
Afwijkingen onderzoeksopzet
Tijdens de werkzaamheden hebben er geen afwijkingen plaats gevonden met betrekking tot de gehanteerde onderzoeksopzet en protocol.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 19 van 23
6. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) De monsters zijn ter analyse aangeboden aan het laboratorium voor vezelonderzoek ACMAA Laboratoria BV te Deurningen.
6.1
Analysemonsters
In tabel 6.1 zijn de geanalyseerde grondmonsters weergegeven. Tabel 6.1 Analysemonsters asbest
Terreindeel Druppelzone A Druppelzone B
Monster Toplaag A Toplaag B
Diepte (m-mv) 0,0-0,1 0,0-0,1
Fractie < 20 mm < 20 mm
Hoeveelheid* 13,0 kg 12,2 kg
Analyse NEN5898 NEN5898
*droog gewicht
6.2
Analysemethoden en monsterbehandeling
6.2.1 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) De in het veld samengestelde grondmonsters zijn in emmers verpakt en aan het laboratorium aangeboden. De monsters zijn minimaal 24 uur in een stoof van 105°C gedroogd. Na het drogen is het percentage droge stof berekend en zijn de monsters gezeefd. Het zeven is gebeurd in een speciale zeefkast met afzuiging om geen asbestvezels in de ruimte te krijgen. In de zeefkast staan zeven met de volgende maaswijdtes onder elkaar opgesteld; bovenaan 20 mm, gevolgd door 8 mm, 4 mm, 2 mm, 1 mm, 0,5 mm. Geheel onderop is een opvangbak geplaatst voor het fijne materiaal (<0,5 mm). Na het zeven zijn de zeeffracties (al het materiaal dat op de zeef blijft liggen) > 20 mm, > 8 mm en > 4 mm volledig visueel afgezocht. Asbestverdachte materialen zijn (indien aanwezig) eruit gehaald en ter analyse aangeboden voor microscopie. Van de zeeffractie > 2 mm, > 1 mm en > 0,5 mm zijn verschillende hoeveelheden voor stereomicroscopie aangeboden. Van de zeeffractie > 2 mm wordt 50 % m.b.v. de stereomicroscoop afgezocht, van de zeeffractie > 1 mm 20 % en van de zeeffractie > 0,5 mm wordt 5 % afgezocht. De aangetroffen asbestverdachte materialen uit de verschillende zeeffracties zijn met polarisatiemicroscopie op asbestkenmerken onderzocht.
Als een materiaal asbesthoudend is, is het materiaal gewogen, en het gewichtspercentage van de betreffende asbestsoort op het totale gewicht van het materiaal geschat en wordt de hechtgebondenheid van de asbestvezels bepaald.
6.2.2 Analyse asbest in materiaal (volgens NEN 5896) Materiaal(verzamel)monsters worden aangeboden in dubbel verpakte plasticzakken. Na het schoonmaken van de monsters zijn de monsters afhankelijk van de vochtigheid voor een bepaalde tijd gedroogd in een stoof bij 105°C. Na het drogen zijn de monsters geanalyseerd. Van materialen die eenzelfde asbestsamenstelling hebben is het totaalgewicht bepaald.
6.3
Toetsingskader asbest
In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor in een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen), e.e.a. beschreven in de Circulaire Bodemsanering 2013.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 20 van 23
6.4
Analysemonsters en concentraties
De door het laboratorium gemeten concentraties zijn weergegeven in tabel 6.2. Er moet worden opgemerkt dat de gemeten concentratie serpentijn asbest vermeerderd is met tienmaal de concentratie amfibool asbest. Tabel 6.2 Analyses en resultaten
Monster
Toplaag A
Monstersoort
Grond <20 mm Materiaal Toplaag B Grond <20 mm Materiaal n.a = niet aangetoond n.w = niet waargenomen
Analyse
NEN 5898 NEN 5896 NEN 5898 NEN 5896
Resultaat grond gewogen in mg/kg d.s. 32 25 -
Resultaat mvm gewogen in mg/kg d.s.
Totaal grond en materiaal in mg/kg d.s
n.w. n.w.
32 25
Uit tabel 6.2 blijkt dat er asbest aanwezig is in zowel toplaag A (druppelzone A) en toplaag B (druppelzone B). De gehalten zoals in tabel 6.2 zijn weergegeven bevinden zich ruim onder de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). De gemeten gehalten worden voor een groot deel veroorzaakt door amfibool asbest. Deze zijn in de fracties van 0,5-4 mm aangetroffen. Er zijn ook losse vezels aangetroffen.
6.5
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 21 van 23
7. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodem- en asbestonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten samengevat en voorts de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien weergegeven.
7.1
Samenvatting
Door Eco Reest Bodem BV is een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Koopsweg 19 te Doornspijk. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de bestemmingswijziging van de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Vooronderzoek Op de locatie is een asbestinventarisatie uitgevoerd door AK Blom op april 2020. Hieruit blijkt dat op de locatie 5 schuren aanwezig zijn met asbesthoudende daken. Van deze daken hebben 2 een afwatering op onverharde grond. De grond ter plaatse van de druppelzone op deze 2 locaties wordt aangemerkt als asbest verdacht. Er zijn geen potentiële bronnen (vanuit het verleden) van verontreiniging met chemische parameters.
Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot circa 3,7 m-mv opgebouwd is uit zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 2,2 m-mv. Tijdens het veldwerk is plaatselijk (t.p.v. boring 2) een bijmenging met baksteen in de bodem waargenomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In het geanalyseerde monster (puinhoudend) van de bovengrond overschrijden de gehalten aan koper en zink de achtergrondwaarden. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Grondwater: In het grondwater uit peilbuis 1 overschrijden geen gehalten aan de onderzochte parameters de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 22 van 23
Uit de asbestanalyses is het volgende naar voren gekomen: Deellocatie A: Druppelzone asbestdak: In het geanalyseerde mengmonster van de bovengrond is een gehalte aan asbest aangetoond beneden de helft van de interventiewaarde. Deellocatie B: Druppelzone asbestdak: In het geanalyseerde mengmonster van de toplaag van de bodem is een gehalte aan asbest aangetoond beneden de helft van de interventiewaarde.
7.2
Conclusies en aanbevelingen
Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond overschrijdingen van de achtergrondwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is op basis van de resultaten van het huidige onderzoek verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming ‘wonen’ van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Toepassing van eventueel vrijkomende de grond op het terrein zelf achten wij milieuhygiënisch verantwoord. Toepassing van eventueel vrijkomende grond elders kan eventueel plaats vinden binnen een gemeentelijke bodemkwaliteitskaart of met een aanvullend grondonderzoek conform het Besluit Bodemkwaliteit. De gemeente waar de grond eventueel wordt toegepast is hierbij het bevoegd gezag.
Verkennend asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij dat in de geanalyseerde mengmonsters van de toplaag van de bodem ter plaatse van de onverharde druppelzones van de asbestverdachte daken asbest is aangetoond. Het ter plaatse van de druppelzones aangetoonde gehalte aan asbest ligt ruim onder de helft van de interventiewaarde. De hypothese “verdachte locaties” wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek met betrekking tot de onderzochte terreindelen (druppelzones) bevestigd. Op grond van de huidige resultaten, waarbij de helft van de interventiewaarde niet is overschreden, is geen nader asbestonderzoek noodzakelijk.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
Pagina 23 van 23
Omdat ter plaatse alleen asbestvezels in de bodem zijn aangetoond en geen plaatmateriaal in de bodem is aangetroffen, kan het huidige resultaat worden beschouwd als representatief voor de bodemkwaliteit van het betreffende terreindeel. Het uitvoeren van een nader asbestonderzoek met behulp van sleuven geeft hierin geen ander inzicht. Het advies is om de asbestbronnen te saneren. Ondanks dat de interventiewaarde niet is overschreden, wordt geadviseerd om de grond onder de druppelzones te verwijderen en af te voeren naar een erkend verwerker. Als alternatief kan gekozen worden deze grond op het terrein gecontroleerd te verwerken onder verharding. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek dan kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest Bodem BV
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Koopsweg 19 te Doornspijk (kenmerk: 221263 – versie 2.0)
BIJLAGE 1
Behoort bij rapport: Koopsweg 19 Doornspijk Project: 221263
REGIONALE LIGGING
Bijlage 1.1
OPDRACHTGEVER
ONDERZOEKSLOCATIE
Koopsweg 19 Doornspijk TEKENAAR
pkd AUTHORISATOR
MvE WERKNUMMER
221263
SCHAAL
1: 500
vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere
FORMAAT
A3 BIJLAGE
1.2
DATUM
19-9-2022
WIJZ.NR
C0
BIJLAGE 2
Behoort bij rapport: Koopsweg 19 Doornspijk Project: 221263
VOORONDERZOEK NEN 5725:2017
Bijlage 2
Stap 1
Aanleiding voor het vooronderzoek
Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek
A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1
Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
A 0
Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 0 0 0
Terreinverkenning Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
G
Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.
Pagina 2 van 6
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
Adres (x/y-coördinaten):
Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Gemeente Opdrachtgever / eigenaar Bodemloket Omgevingsrapportage Gelderland Terreininspectie (14-9-2022)
Verwachting archeologie (archeologische waarde) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? (aangeven op locatieoverzicht) Is de bodem asbestverdacht?
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Koopsweg 19 te Doornspijk (x-52.40661, y-5.83792) Gemeente Doornspijk, sectie D, nummer 3130 Bijlage 1.2 (opp. circa 3.200 m²) JA
Kadastrale aanduiding: Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Dhr. J. Sneller Dhr. W. Sneller, Gemeente Elburg, Liander N.V. Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. Sinds 1965 Vanaf circa 1871 is bebouwing op de locatie te zien. Bij gemeente Elburg zijn van dit perceel en/of naastgelegen percelen geen milieudossiers of bodemonderzoeken beschikbaar, tevens is er geen sprake van dempingen of is er informatie beschikbaar met betrekking tot bouw- en/of sloopvergunningen (inclusief eventuele asbestinventarisaties). Asbestinventarisatie 5 schuren Koopsweg 19 te Doornspijk (20/8641, AK Blom, d.d. 04-2020); 5 schuren op locatie bevatten de volgende asbesthoudende materialen: golfplaten, binnenwanden met plaatmateriaal, buismateriaal, warmtetoestellen, restanten in mestkelder. Op bodemloket zijn geen gegevens bekend over de locatie of nabij gelegen percelen. Op de omgevingsrapportage zijn geen gegevens bekend over de locatie of nabij gelegen percelen Locatie betreft een woning met 5 schuren in een landelijk gebied. Alle daken van deze schuren zijn asbesthoudend. Aan de oostzijde van de stal en aan weerszijden van een kleinere schuur zijn onverharde druppelzones aanwezig (zie tekening bijlage 1.2). Bij de overige (delen van) schuren zijn dakgoten aanwezig.
Op de dakplaten is verwering te zien. Op de waardenkaart is de locatie aangemerkt met een hoge trefkans. JA Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter Asbestinventarisatie Asbestdaken schuren Asbest JA, uit de asbestinventarisatie (20/8641, AK Blom, d.d. 04-2020) blijkt dat op de locatie 5 schuren aanwezig zijn met asbesthoudende golfplaten. 3 van deze daken hebben een afwatering op onverharde grond. De bodem op deze locatie zijn asbestverdacht. Voor de boven- en ondergrond van de locatie wordt de klasse ‘landbouw/natuur’ toegekend.
Koopsweg 19 te Doornspijk, projectnr. 221263
Pagina 3 van 6
Onderzoeksvraag (aanleiding A)
Antwoord en motivatie
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
Bodemopbouw (Dinoloket, boring B27A0229) De bodemopbouw is als volgt te omschrijven: 0,00 m-3,35 m; matig fijn zand 3,30 m-10,75 m; grof zand 10,75 m-11,75 m; veen 11,75 m-21,75 m; grof zand 21,75 m-25,85 m; siltig/zwak grind, zwak zandige klei 25,85 m-61,25 m; grof zand Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand Uit de isohypsen (zie figuur 2 aan het einde van deze bijlage) van het Eerste Watervoerende Pakket is af te leiden dat de lokale grondwaterstroming globaal noordwestelijk gericht is. Door plaatselijk voorkomen van oppervlaktewater, variaties in het maaiveldniveau en grondwaterbronneringen kan de stromingsrichting van het freatische grondwater (tevens het grondwater in het Eerste Watervoerende Pakket) hiervan afwijken (bron: grondwatertools.nl). Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: NEE NEE (bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal, grondwaterbeschermingskaart)
Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging? Komt freatisch brak of zout (grond)water voor? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?
NEE, uit de gegevens van de kaart ‘verzilting grondwater’ (Deltares, 2015) is op te maken dat de 1000 mg/l chloridegrens zich op een diepte >100 m onder maaiveld bevindt. NEE
Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; JA, mogelijk een asbestverontreiniging.
Bodemonderzoek is noodzakelijk i.v.m. bestemmingswijziging van de locatie. Onderzoek gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie. Zie paragraaf 2.7
Koopsweg 19 te Doornspijk, projectnr. 221263
Pagina 4 van 6
De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK
SPECIFICATIE VAN DE BRON
BRON GERAADPLEEGD
DATUM RAADPLEGEN BRON
INFORMATIE BESCHIKBAAR
Opdrachtgever Eigenaar Huurder
EDOK-RO Via opdrachtgever Niet van toepassing
JA JA
1-9-2022 1-9-2022
JA JA
Gemeente Terreininspectie
Gemeente Elburg Veldwerker
JA JA
1-9-2022 14-9-2022
NEE JA
Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodeminformatie provincie Bodemopbouw Grondwater (stromingsrichting) Grondwater (drinkwater) Grondwater (chloriditeit) Historie van de locatie Archeologische waarde KLIC
http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ http://www.bodemloket.nl https://gelderland.omgevingsrapportage.nl TNO Database http://www.dinoloket.nl http://www.grondwatertools.nl/isohypsen
JA JA JA JA JA JA JA JA
16-9-2022 16-9-2022 16-9-2022 16-9-2022 16-9-2022 6-9-2022 16-9-2022 6-9-2022
JA JA JA JA JA JA JA JA
http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten http://www.topotijdreis.nl https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten http://www.klic.nl
JA JA JA JA JA
16-9-2022 16-9-2022 16-9-2022 16-9-2022 6-9-2022
JA JA JA JA JA
Regio Noord Veluwe (projectnummer: 1206995)
Koopsweg 19 te Doornspijk, projectnr. 221263
Pagina 5 van 6
Figuur 1: Bodemopbouw (bron: www.dinoloket.nl)
Koopsweg 19 te Doornspijk, projectnr. 221263
Pagina 6 van 6
Figuur 2: Isohypsen (bron: www.grondwatertools.nl)
Koopsweg 19 te Doornspijk, projectnr. 221263
Asbestinventarisatie van vijf schuren Koopsweg 19 te Doornspijk Project 20/8641 versie 1 Uitvoering asbestinventarisatie: 11 maart en 17 april 2020
LAVS Activeringscode:0ed6f745-a50d-4137-a177-f8465c6ddec2 Koopsweg 19 - 8085 RD - Doornspijk Project 20/8641 versie 1
Rapportagedatum versie 1: 28 april 2020 Blz. 1 van 33
Titelblad Opdrachtgever: Dhr. Hop Koopsweg 19 8085 RD Doornspijk
Omschrijving opdracht: In opdracht van de heer Hop uit Doornspijk, heeft AK Blom Asbest (SCA-code 07-D070032.01) een asbestinventarisatie uitgevoerd in en aan 5 schuren om duidelijkheid te krijgen of deze bouwwerken asbesthoudende materialen bevatten of juist niet t.b.v. totaalsloop. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen zoals vastgelegd in het certificatieschema asbestinventarisatie artikel 1.5a, onderdeel c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Doel onderzoek en geschiktheid rapport: Niet geschikt voor asbestverwijdering, risicobeoordeling noodzakelijk Geschikt voor uitsluitend de verwijdering van het in dit rapport genoemde asbesthoudende materiaal Geschikt voor renovatie zonder de bouwkundige integriteit aan te tasten Geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop * nadere specificatie geschiktheid van het rapport is opgenomen in de samenvatting
Omvang onderzoek: Het gehele bouwwerk of het gehele object Gedeelte van gebouw of gedeelte van het object Het bouwwerk of het object en het gebied rondom het bouwwerk of het object Uitsluitend het gebied rondom het bouwwerk of het object; * nadere specificatie reikwijdte van het onderzoek is opgenomen in de samenvatting
Risicobeoordeling: Risicobeoordeling ten behoeve van sloop en verbouw (SMA-rt) Risicobeoordeling in gebruiksfase (NEN 2991: 2015)
Personen die de asbestinventarisatie hebben uitgevoerd (Ascert-code DIA): Inventarisatie uitgevoerd door:
D. Spierenburg 04E-060418-140412
11 maart en 17 april 2020
Rapportage versie 1 opgesteld door:
J. Muller
28 april 2020
Autorisatie door technisch verantwoordelijke:
H. v. Ommen 04E-191217-140378
11 mei 2020
Rapportage is geldig tot 3 jaar na 1e autorisatiedatum.
LAVS Activeringscode:0ed6f745-a50d-4137-a177-f8465c6ddec2 Koopsweg 19 - 8085 RD - Doornspijk Project 20/8641 versie 1
Rapportagedatum versie 1: 28 april 2020 Blz. 2 van 33
Informatie uit historisch onderzoek en deskresearch: Het historische onderzoek en de deskresearch is uitgevoerd bij de opdrachtgever. Deze verklaarde dat de vijf schuren geïnventariseerd diende te worden op asbesthoudende materialen t.b.v. totaalsloop. De opdrachtgever heeft geen informatie beschikbaar gesteld t.b.v. de asbestinventarisatie. Op ons verzoek door de opdrachtgever ter beschikking gestelde informatie en/of documenten en informatie uit het archief van AK Blom Asbest: Documentaties/Acties Tekeningen Bestekken Analysecertificaten Eerdere calamiteiten kenbaar op het adres (via google.nl) Inventarisatierapporten Interview met de vrouw van opdrachtgever Opdrachtbon
Aangeleverd/Uitgevoerd Nee Nee Nee Ja Nee Ja
Opmerkingen
Geen vermelding aangetroffen
Op locatie
Nee
Conclusie deskresearch: Daar er geen informatie op ons verzoek ter beschikking zijn gesteld, zijn er ook geen mogelijke (bouwkundige) asbesthoudende bronnen bekend geworden uit vooronderzoek.
Conclusie interview: De geïnterviewde vrouw van de opdrachtgever heeft te kennen gegeven dat deze niet bekend is met eventuele asbesthoudende en/of asbestverdachte materialen in en of aan de vijf schuren. Tijdens het veldwerk is er wel asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Soort inventarisatie: De asbestinventarisatie is uitgevoerd in en aan de vijf schuren die geïnventariseerd diende te worden op asbesthoudende materialen t.b.v. totaalsloop. Alle ruimten van deze bouwwerken waren geheel toegankelijk ten tijde van de asbestinventarisatie. Bij alle inventarisaties is er met inachtneming van het door de asbestverwijderaar op te richten en door de inspectie-instelling te beoordelen werkgebied geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbesthoudende toepassingen. Voor bouwwerken, objecten en installaties geldt dat de ruimte waarbinnen zich de asbesthoudende toepassing bevindt is onderzocht. Bij een buitensanering is, mits het gebied toegankelijk was voor inspectie, tot op 5 meter buiten het bouwwerk geïnspecteerd.
Schuur 1
Schuren 2 t/m 4
LAVS Activeringscode:0ed6f745-a50d-4137-a177-f8465c6ddec2 Koopsweg 19 - 8085 RD - Doornspijk Project 20/8641 versie 1
Schuur 5
Rapportagedatum versie 1: 28 april 2020 Blz. 3 van 33
Wat mag u verwachten van een asbestinventarisatie: De asbestinventarisatie is een onderzoek naar direct visueel waarneembare asbesthoudende toepassingen, restanten en/of asbestverdachte verontreinigingen en destructief onderzoek naar verborgen toepassingen (in spouwmuur, koven, verlaagde plafonds, etc.) die op basis van de ervaring van de DIA binnen de voorgenomen renovatie of sloop aangetroffen kunnen worden. Zonder toestemming van de opdrachtgever of gebruiker van een bouwwerk of object zal er geen destructief onderzoek uitgevoerd worden en dienen er binnen dit onderzoek beperkingen opgenomen zijn m.b.t. het redelijk vermoeden van in de constructie verborgen asbest dat pas opgespoord kan worden na destructief onderzoek. Een aanvullend onderzoek is vervolgens noodzakelijk wanneer er werkzaamheden gaan plaatsvinden aan deze beperkte onderdelen. Voor werkzaamheden in de onderzochte ruimten, of voor sanering van de in deze rapportage genoemde bronnen, is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. Destructief onderzoek betreft: Het onderzoek is een aanvullende inventarisatie van alle redelijk te vermoeden, niet direct waarneembare asbestverdachte bronnen die gerapporteerd zijn in het rapport dat niet geschikt is voor de renovatie of sloop, omdat het onderzoek met destructieve handelingen ten tijde van het eerste onderzoek niet was toegestaan.