CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen_Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

Raadsvergadering 3 juni 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Koopsweg 19, Doornspijk vaststelling3.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN KOOPSWEG 19 TE DOORNSPIJK

COLOFON

Landschappelijk inrichtingsplan Koopsweg 19 te Doornspijk

In opdracht van:

Gemeente Elburg | contactpersoon dhr. D. van der Wal

Initiatiefnemers:

De heer en mevrouw G.J. Hop, Koopsweg 19, 8085 RD Doornspijk

Datum:

September 2023 (aanpassing van versies d.d. juni 2023 en september 2022)

Uitvoering:

Op ’t Eekt Groenontwerp | J. Schuiling-Bakker | groenontwerper M 06 – 51785941 | info@opheteekt.nl

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

pag. 2

AANLEIDING

Iniatiefnemers, de heer en mevrouw Hop, zijn eigenaar van het perceel Koopsweg 19 te Doornspijk. Op dit perceel staan een boerderij c.q. bedrijfswoning en diverse leegstaande schuren. De bedrijfswoning wordt momenteel bewoond door de familie Hop. Er is sprake van een inwoningssituatie, waardoor er twee woonadressen zijn gevestigd op het perceel, Koopsweg 19 en Koopsweg 19A. Door iniatiefnemers is een principeverzoek ingediend betreffende een herontwikkeling op het perceel, waarbij de leegstaande schuren worden gesloopt en een nieuwe vrijstaande woning wordt gebouwd. De bedoeling is dat de nieuw te bouwen woning wordt bewoond door de iniatiefnemers en dat hun dochters gaan wonen in de bestaande bedrijfswoning. Op het perceel rust een agrarische bestemming, welke iniatiefnemers willen inruilen voor de nieuw te bouwen vrijstaande woning. Het perceel valt onder het bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018, en kent verschillende bestemmingen. Er is sprake van de enkelbestemming ‘Agrarisch art. 3’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie hoge verwachtingswaarde’, ‘Waarde – Waardevol landschap’ en ‘Zoekzone Landschappelijke versterking’.

gewoond mag worden in maximaal één bedrijfswoning. Conform het bestemmingsplan is de bouw en het gebruik van twee (reguliere) woningen niet mogelijk. Om de herontwikkeling mogelijk te maken dient een bestemmingsplanprocedure te worden gevolgd. De sloop van de leegstaande schuren geeft de mogelijkheid het perceel landschappelijk in te passen, waardoor de omgevingskwaliteit en de belevingswaarde van het buitengebied versterkt zal worden. De gemeente Elburg is bereid onder bepaalde voorwaarden medewerking te verlenen aan het initiatief, waaronder het aanleveren van een landschappelijk inpassingsplan. Daarbij moet rekening worden gehouden met het Landschappelijk ontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Elburg. Daarnaast moet er, doordat er sprake is van ligging in de bestemmingsplannen ‘Waarde – Waardevol landschap’ en ‘Zoekzone Landschappelijke versterking’, rekening worden gehouden met de Streekplanuitwerking van de provincie Gelderland ‘kernkwaliteiten en omgevingscondities’ (EHS, Waardevol landschap 2006) en het Gebiedsplan Zoekzones Landschappelijke Versterking & Groene Wiggen’ (2010).

Het perceel is kadastraal bekend als D3130 en heeft een grootte van 3.645 m2. De ligging is in het landelijk buitengbied. Op het perceel is de uitoefening van een bedrijf toegestaan waarbij

Afb. Luchtfoto plangebied bestaande situatie Bron: Google Earth

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

pag. 3

LANDSCHAP

De planlocatie ligt in Doornspijk op de hoek van de Koopsweg en de Scholtenssteeg, nabij het buurtschap Wessingen en de Bovenweg. De Bovenweg is de verbindingsweg tussen ’t Harde en Nunspeet en ligt aan de rand van de Veluwe. Het oudste gedeelte van Doornspijk is te vinden langs de Bovenweg bij Wessingen. ONTSTAANSGESCHIEDENIS LANDSCHAP In de ijstijden is door de stuwing van het landijs de stuwwal van het Veluwemassief ontstaan. De stuwwal van de Veluwe gaat in noordwestelijke richting (= de richting van het Veluwemeer) over in laag gelegen gebieden. Deze worden onderbroken door dekzandruggen, o.a. het buurtschap Wessingen ligt op een langgerekte dekzandrug. Na de ijstijden steeg het grondwaterpeil en ontstonden er tijdens de vroege middeleeuwen in de lager gelegen gebieden veen en moerasbossen. Op de hogere droge gronden kwam bos en heide voor. Binnen de gemeente Elburg zien we de opbouw in bodem veranderen vanaf het Veluwemeer naar de Veluwe: kustgebieden > natte vochtige zandgebieden > veengebieden > oude cultuurgronden > stuifzandgebieden > hoge droge zandgebieden

Belangrijk in het gebied tussen het Veluwemassief en de randmeren zijn de bodemopbouw en de grondwaterstand. Deze bepaalden de bewerking en het gebruik van de gronden. De zandgronden aan de rand van de stuwwal werden als eerste ontgonnen voor de landbouw. Kenmerkend was de kleinschaligheid van de ontginningen. Vanuit de boerderen op de flanken van de stuwwal was er verbinding met de lager gelegen veengebieden met weides middels oude veedriften. Door de behoefte aan landbouwgrond werden de veengebieden ontgonnen. Binnen de gemeente Elburg zijn door de ontstaansgeschiedenis van de bodem en de cultuurhistorische invloeden de verschillende landschapstypen ontstaan: - oeverzone randmerengebied - open polderlandschap - half open kampenlandschap - veenontginningslandschap - kleinschalig/lineair kampenlandschap - landgoederen - besloten natuurgebied de Veluwe

planlocatie

planlocatie

Afb. Landschapstypen gemeente Elburg Bron: LOP Elburg Afb. Occupatiegeschiedenis gemeente Elburg Bron: LOP Elburg

Duidelijk zichtbaar is dat de verschillende zones evenwijdig aan de kustlijn van het Veluwemeer lopen.

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

De planlocatie bevindt zich in het kleinschalige kampenlandschap. Dit landschap is klein en afwisselend en is herkenbaar aan het onrgelmatige, mozaïekachtige verkavelingspatroon. Dit is ontstaan door houtsingels, houtwallen en perceelsgrenzen. Kenmerkend zijn ook de wegen die een bochtig verloop hebben door hoogteverschillen in het landschap.

pag. 4

PLANLOCATIE

OMGEVING

HUIDIGE SITUATIE

In de omgeving bevinden zich oude structuren van houtsingels, welke kenmerkend zijn voor het kleinschalig kampenlandschap en zorgen voor een mooie coulissenwerking.

De ligging van de planlocatie is op de hoek van de Koopsweg en de Scholtenssteeg, waarbij het perceel wordt ontsloten via de Koopsweg. Aan de noordkant en oostkant wordt het perceel omsloten door agrarische grond. Aan de zuidkant wordt het perceel doorsneden door de Scholtenssteeg.

Aan de overzijde van het perceel aan de Koopsweg bevindt een deels oude, deels nieuw aangelegde houtsingel met oude zomereiken en een nieuw assortiment inheemse heesters (o.a. lijsterbes, hondsroos, krentenboompje, hazelaar, wilde kardinaalsmuts, inlandse vogelkers, sporkehout). Afb. Kadastrale kaart Planviewer

Aan de zuidkant bevinden zich aan de overkant van de Scholtenssteeg twee oude elzen.

Op het perceel bevindt zich een siertuin met voornamelijk uitheemse beplanting naast de boerderij c.q. bedrijfsgebouw. Tussen de verschillende gebouwen ligt erfverharding.

Verderop gelegen aan de Scholtenssteeg bevinden zich (oude) houtsingels met o.a. es, zomereik, berk, lijsterbes, els, inlandse vogelkers.

Vanaf het erf zijn de lijnen van het kleinschalig kampenlandschap zichtbaar.

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

pag. 5

PLANLOCATIE

BODEM en GRONDWATERTRAP De bodem van de planlocatie bestaat uit hoge zwarte enkeerdgrond, leemarm en zwak, lemig fijn zand. Enkeerdgronden zijn ontstaan door eeuwenlang gebruik als bouwland. Deze zandgronden dragen in het noorden en midden van het land vaak de naam es, eng of enk. De grondwatertrap is in het gebied VI/VII. LANDSCHAP De planlocatie bevindt zich in het kleinschalige kampenlandschap. Het mozaïek verkavelingspatroon (wat is ontstaan door de houtwallen, houtsingels en perceelsgrenzen) is goed zichtbaar op historische kaarten. Op deze kaarten is goed te zien hoe de verkaveling weinig is veranderd in de periode van 1900 tot nu. De kaarten laten echter duidelijk zien dat in het kleinschalige kampenlandschap, waartoe de planlocatie (rode cirkel op kaarten) behoort, de groene structuren van het landschap (houtsingels, houtwallen) voor een groot deel zijn verdwenen.

Afb. Historische kaart 1950 Bron: Topotijdreis

Afb. Historische kaart 1900 Bron: Topotijdreis Afb. Topografische kaart 2021 Bron: Topotijdreis

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

pag. 6

INRICHTINGSPLAN uitgangspunten en toelichting

UITGANGSPUNTEN Bij het opstellen van het landschappelijk inrichtingsplan zijn het Landschappelijk ontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente Elburg en het Gebiedsplan Zoekzones Landschappelijke Versterkingen & Groene Wiggen als basis gebruikt. LANDSCHAPPELIJK ONTWIKKELINGSPLAN (LOP) In het Landschappelijk ontwikkelingsplan (LOP) wordt als basisvisie voor het kleinschalige kampenlandschap aangehouden: > behouden en versterken van de mozaïekachtige structuur > herstellen samenhang/balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing WAARDEVOL LANDSCHAP De planlocatie valt onder het bestemmingsplan Waarde – Waardevol landschap, welke als doelstelling heeft het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap (Streekplanuitwerking 2006 ‘kernkwaliteiten en omgevingscondities (EHS, Waardevol landschap’). GEBIEDSPLAN ZOEKZONES LANDSCHAPPELIJKE VERSTERKINGEN & GROENE WIGGEN In het Gebiedsplan Zoekzones Landschappelijke Versterkingen & Groene Wiggen worden voor de verschillende landschapstypen zowel de karakteristieken als de kernkwaliteit vermeld. Voor het kleinschalige kampenlandschap is de kernkwaliteit ‘openheid’. In de visie van Zoekzone ’t Harde wordt ingezet op het versterken van de landschappelijke structuur in de vorm van het stimuleren van laanbeplantingen, houtwallen en erfbeplantingen.

TOELICHTING Voor de inrichting zijn naast de uitgangspunten op gemeentelijk en provinciaal niveau ook de wensen van de iniatiefnemers meegenomen. Sober, onderhoudsvriendelijk, en liever geen zomereiken, waren de belangrijkste punten. De inrichting van het huidige erf past niet in het beeld van een traditioneel boerenerf qua beplanting, maar wel in de verdeling van het erf in ‘voor’ en ‘achter’ wanneer wordt gekeken vanuit de gebruiksfunctie van het erf. Deze lijn wordt uiterlijk voortgezet met het bouwen van de nieuwe schuur en de ‘schuur’woning. Maar doordat de ‘schuur’woning een woonfunctie heeft, met alle daaraan verbonden wensen en eisen ten aanzien van de omgeving, is een traditionele erfverdeling niet (geheel) passend. Uitgangspunt is te bekijken wat de belangrijkste wensen zijn vanuit landschappelijk c.q. cultuurhistorisch oogpunt en deze te combineren met de wensen van de iniatiefnemers, zodat er een balans ontstaat. Vanuit de visie van Zoekzone ’t Harde wordt de landschappelijke structuur langs de Koopsweg en Scholtenssteeg versterkt door het aanbrengen van bomenrijen, waarvan de assortimentskeuze wordt bepaald door de aanwezige structuren. Achter de nieuwe schuur wordt een houtsingel aangebracht, welke niet alleen het kleinschalige landschap versterkt maar ook appelleert aan de cultuurhistorie van de plek.

Naast en voor de nieuwe ‘schuur’woning zou een houtsingel met boomvormers het meest passend zijn, landschappelijk gezien, maar de woonfunctie vraagt om een andere oplossing. Het plaatsen van de fruitbomen aan de voorzijde van de nieuwe woning zorgt voor herkenbaarheid van het gebouw als woning op een traditioneel boerenerf. De elzensingel is een alternatief voor de houtsingel, welke op deze plek veel licht en zicht zou onttrekken. Vanuit de visie van Zoekzone ’t Harde zijn boomgroepen van sierbomen toegestaan. Voorstel zou zijn om een groep van sierappels te plaatsen naast de nieuwe schuur om deze zodoende aan het zicht te onttrekken. Verschillende solitaire bomen op het erf brengen balans in het geheel. Als afscheiding wordt een gemengde kniphaag van beuk, haagbeuk en Spaanse aak aangeplant.

Ten zuiden van de Scholtenssteeg liggen waardevolle akkercomplexen welke open gehouden moeten worden. De visie is de noordzuid-richting te versterken en de openheid te bewaren.

Afb. Planlocatie (rood) in Zoekzone ’t Harde (visie)

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

pag. 7

INRICHTINGSPLAN schets

houtsingel solitair: paardenkastanje nieuwe schuur

bomenrij

kniphaag H80-100

Scholtenssteeg

elzensingel groep sierbomen

bestaande siertuin

8 parkeerplaatsen (w.o. 2 in grasbeton)

bestaande woning

kniphaag H80-100 bestaande elzen

nieuw e woning

solitair: noteboom

bomenrij

Koopsweg hoogstam fruitbomen

solitair: winterlinde bestaande zomereiken in houtsingel

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

INRICHTINGSPLAN KOOPSWEG 19 TE DOORNSPIJK

pag. 8

INRICHTINGSPLAN beplanting

TOEGEPASTE BEPLANTING De beplanting bestaat uit inheemse soorten die zijn afgestemd op de ondergrond. GEMENGDE KNIPHAAG Beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk (Carpinus betulus) en veldesdoorn (Acer campestre), in de verhoudingen 40%/30%/30%.

Houtsingel aanplanten in minimaal 2 rijen met onderlinge afstand van 1 m, aanplanten als bosplantsoen H 60-80 cm. De boomvormers aanplanten op onregelmatige afstand voor een naturlijk beeld. SOLITAIRE BOMEN

Voor de kniphaag geldt: H 80-100 cm B 50 cm, aanplanten in 1 rij met een onderlinge afstand van 25 cm, aanplanthoogte80 cm.

Winterlinde (Tilia cordata): aanplanten met stamdikte 12/14 cm.

BOMENRIJ Scholtenssteeg en Koopsweg

Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum): aanplanten met stamdikte 12/14 cm

Toegepaste bomen: zomereik (Quercus robur)

Gewone walnoot, okkernoot (Juglans regia): aanplanten met stamdikte 12/14 cm.

50%

HOOGSTAM FRUITBOMEN keuzemogelijkheden

wintereik (Quercus petraea)

25%

Peren >

es (Fraxinus excelsior)

25%

Aanplanten op minimaal 6 m onderlinge afstand, stamdikte 12/14 cm. BOMENRIJ elzensingel

‘Gieser Wildeman’: stoofpeer – pluk okt – gebruik okt/mrt ‘Conférence’: handpeer – pluk okt – gebruik okt/nov

Appels > ‘Groninger Kroon’: hand/keukenappel – pluk sept/okt – gebruik nov/jan ‘Present van Engeland’: hand/keukenappel – pluk okt – gebruik nov/jan

Zwarte els (Alnus glutinosa): voor een natuurlijk beeld aanplanten met een variabele onderlinge afstand van 1 tot 4 m, voor een gecultiveerd beeld aanplanten met een onderlinge afstand van 3 tot 4 m, aanplanthoogte 200-250 cm.

Pruimen > ‘Dubbele Boerenwitte’: pluk aug

HOUTSINGEL MET BOOMVORMERS

Aanplanten met stamdikte 10/12 cm.

‘Hauszwetsche’: pluk sept

20%

BOOMGROEP

wintereik (Quercus petraea)

20%

Boomgroep bestaat uit sierappels. Keuzemogelijkheden zijn:

ruwe berk (Betula pendula)

30%

Malus ‘Red Sentinel’

lijsterbes (Sorbus aucuparia)

30%

Malus ‘Evereste’

Boomvormer: zomereik (Quercus robur)

Struikvormer: Gelderse roos (Viburnum opulus)

20%

Malus ‘Professor Sprenger’

sporkeboom (Rhamnus frangula)

20%

Malus toringo ‘Brouwers Beauty’

eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) 10% wilde hulst (Ilex aquifolium)

20%

hondsroos (Rosa canina)

20%

hazelaar (Corylus avellana)

10%

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

Aanplanten met stamdikte 10/12 cm.

pag. 9

TOEGEPASTE CULTUURHISTORISCHE ELEMENTEN

BOERENERF De inrichting van het boerenerf is vanouds bepaald door de plek in het landschap en de taakverdeling tussen de boer en boerin. Een boerenerf is een begrensd stuk grond waarop de boerderij, verschillende schuren, hooiberg, mestvaalt, boomgaard en de sier- en moestuin liggen. Het boerenerf is door beplanting, hekken of een sloot afgescheiden van het akker- of weideland. De natuurlijke afscheiding kan bestaan uit een windsingel of rijen knotbomen. Typerend voor een boerenerf is de verdeling in ‘voor’ en ‘achter’, refererend aan de duidelijke verdeling in taken tussen de boer en boerin. De boerin zorgde vooral voor de zaken die met het gezin en de huishouding te maken hadden en de boer zorgde voor de zaken die met het bedrijf in verband stonden. ‘Voor’ en ‘achter’ werden door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kan globaal over het gehele erf worden doorgetrokken, waardoor de functionele scheiding tussen wonen en werken goed zichtbaar wordt. De boerin zorgde voor de moestuin, boomgaard en siertuin, deze liggen in het algemeen aan de voor- en zijkant. Het onderhoud van ‘voor’ was vrij intensief, dit gedeelte had veelal een sierfunctie. De boer was ‘achter’ op het erf of op het land bezig.

Het onderhoud in dit gedeelte was extensief, er stond ook minder groen, dit was de plek waar de zakelijke contacten van de boer plaats vonden overdag. Aan de ‘voor’kant stond de meeste beplanting, meestal de ‘luxere’ soorten vanwege de hogere sierwaarde. Rondom de siertuin, moestuin en boomgaard kon een haag staan en werden er solitaire bomen en heesters met een sierfunctie gebruikt. Aan de ‘achter’kant stond vooral streekeigen inheemse beplanting, afwisselend hoog en laag, vaak singelachtig. Achter op het erf stond een geriethoutbosje voor de houtvoorziening. De plek in het landschap was bepalend voor de invulling van de perceelsranden. In het open landschap werd vaak een windsingel of mantel aangelegd. Dat gebeurde minder In het besloten landschap vanwege luwte van de bomen uit de omgeving.

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

KNIP- OF SCHEERHAAG Knip- en scheerheggen zijn al eeuwenlang als lijnvormige landschapselementen te vinden in het Nederlandse landschap en kennen hiermee een sterke samenhang. Een haag bestaat uit aaneengesloten begroeiing van inheemse struiken, die regelmatig worden geknipt of geschoren. Ze werden op het boerenerf vaak aangeplant rondom boomgaard en moestuin. Rondom het erf functioneerde de haag als eigendoms- of perceelsscheiding. Hagen zijn functioneel als windscherm en in het geval van een doornige haag is er ook sprake van een veewerende functie. Langs rivieren kwamen hagen voor om de waterstroom bij overstromingen te remmen en te verdelen, zodat het vruchtbare slib kon bezinken. Bij hoge rivierwaterstanden zorgt de haag voor een permanente afrastering. Daarnaast houden ze de grond vast en dragen ze bij aan een goede waterhuishouding. De soort haag is afhankelijk van de standplaats in het landschap, voorbeelden zijn meidoorn, haagbeuk, beuk, hondsroos, egelantier, veldesdoorn, wilde liguster, veldesdoorn. Ook veel dieren hebben profijt van de aanwezigheid van een heg. Vogels gebruiken het als broedplaats, veel kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplaats en voor vleermuizen is een haag erg belangrijk als oriëntatiepunt. HOOGSTAMBOOMGAARD Al vele eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden.

Aanvankelijk waren het vooral kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19 e eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Onder invloed van de landbouwcrisis stapten veel agrariërs in het rivierengebied over van graanteelt naar hoogstamfruit. Een groot voordeel van het hoogstamfruit was dat er dieren onder konden grazen. Vanaf 1950 vond de opkomst van de moderne fruitteelt (laagstam) plaats en kwam er minder aandacht voor de hoogstamboomgaard. Hoogstamboomgaarden hebben een grote ecologische waarde door het bieden van nestgelegenheid aan allerlei vogels. Een heg om de boomgaard vergroot de natuurwaarde van de boomgaard. pag. 10

TOEGEPASTE CULTUURHISTORISCHE ELEMENTEN

SOLITAIRE BOOM - BOMENRIJ Een solitaire boom (of ook bomengroepen) werd regelmatig aangeplant in het weiland als schaduw voor het vee of voor het landschappelijk beeld. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening of gewoon als sierboom geplant. Bepaalde solitaire bomen hadden naast de sier- en schaduwfunctie ook een ander nut. Voorbeeld daarvan is de walnoot, deze had een een mug- en vliegwerende functie en werd daardoor vaak in de buurt van de keuken gezet of in de buurt van het jongvee.

Wanneer meerdere solitaire bomen langs een perceelsgrens of pad worden geplaatst, ontstaat er een rij van bomen. Een bomenrij is een vrijliggend, beeldbepalend landschapselement en kan bestaan uit één of meerdere boomsoorten. Ze hebben niet alleen een landschappelijke waarde, maar zijn ook belangrijk voor vogels, insecten, vleermuizen.

Doornspijk | Koopsweg 19 | landschappelijk inrichtingsplan

HOUTSINGEL Een houtsingel is een lijnvormige aanplant van bomen en/of struiken van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels werden vooral op de lagere zandgronden aangelegd, meestal parallel aan sloten. De singels leverden brand- en geriefhout, waaraan in het gemengde bedrijf grote behoefte was. Omdat de boer verschillende diktes hout nodig had, werd een hakhoutbeheer gevoerd. Door de komst van prikkeldraad, de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn veel houtsingels verdwenen. De houtsingel heeft landschappelijk en ecologisch een belangrjike verbindende functie. In het open landschap fungeert de houtsingel eveneens als beschermlaag tegen de sterke en koude wind.

ELZENSINGEL Een elzensingel is een lijnvormig landschapselement, bestaande uit 1 of 2 rijen beplanting van voornamelijk zwarte elzen. Ze staan vaak aan weerszijde van een sloot of greppel en zijn ontstaan langs perceels- of eigendomsgrenzen. De voornaamste functie was het leveren van geriefhout, brandhout en in mindere mate brandhout. De singels hadden daarnaast de functie van veekering en het geven van schaduw aan het vee. Na sloten zijn elzensingels de oudste voorkomende landschapselementen in Nederland. Ze komen van oudsher voor in weidegebieden op natte, laaggelegen zandgronden en op de overgangen van veen of zeeklei naar zandgrond. Ecologisch gezien zijn ze belangrijk voor vlinders, vogels, insecten, vleermuizen en kleine zoogdieren.

pag. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=d8906640-4d09-48a0-8976-459c11f6655b