Bijlagen bestemmingsplan Berkenweg 7.pdf
Tekst van het document
INHOUD: I.
Aanleiding
II.
Landschappelijke ligging
III.
Analyse landschap
IV.
Analyse Berkenweg 7
V.
Uitgangspunt transformatie
VI.
Sfeerbeeld en typologie woningen
1
I.
AANLEIDING:
De familie Lankman woont aan de Berkenweg 7 te 8085 RT Doornspijk (gemeente Elburg). Berkenweg 7 ligt aan de rand van een kleinschalig agrarische gebied in een landschappelijke overgangszone. Het plangebied sluit aan op het Gelders natuurgebied ‘De Haere’ van het Gelders Landschap en zandverstuiving De Zoom. Het perceel heeft een oppervlakte van 4.260 m². De opstallen op het terrein bestaan uit een woning, één recreatiewoning, 9 stacaravans (met aan- en bijgebouwen) en een bijgebouw (voormalige veestal/opslag-garage). Het oudere deel van het bijgebouw diende in het verleden als veestal. Vermoedelijk is eind jaren vijftig van de vorige eeuw gestart met kleinschalig kamperen bij de boer. Naderhand is ook het agrarische gebruik van de stal beëindigd. Na deze periode is de familie Lankman op deze locatie komen te wonen. Thans heeft het gehele plangebied een woonbestemming, de recreatiewoning is separaat bestemd als recreatiewoning. De familie is voornemens het terrein een andere invulling te geven. Daarover zijn gesprekken gevoerd met de gemeente Elburg en provincie Gelderland. Om ruimte te maken voor een andere terrein invulling zal het oudere deel van de schuur en recreatiewoning worden gesloopt en het recreatief gebruik van het terrein worden beëindigd. De stacaravans en bijgebouwen worden afgevoerd of gesloopt.
ligging plangebied in de context
De vraag is hoe deze voornemens kunnen bijdragen aan een versterking van de ruimtelijke en natuurlijke kwaliteit van het plangebied en karakteristiek kernwaarde van de landelijke omgeving. De landelijke omgeving maakt deel uit van het natuurgebied Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het plangebied ligt zelf binnen de zone Groene Ontwikkelingszone.
2
Het plangebied valt in beginsel buiten de regeling functieverandering (VAB-beleid, beleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing), anderzijds door gebruik te maken van de ruimte die het Beleidsplan Vitale Vakantieparken biedt kan de transformatie bijdragen aan de ruimtelijke kernkwaliteit van het omringende landschap en bijdrage leveren de natuurlijke potentie te versterken. Het plangebied ligt aan de Berkenweg 7 te 8085 RT Doornspijk, op de RD coördinaten: X= 185674 Y= 490255
ligging Berkenweg 7
omvang perceel
Bestaande situatie
woning (links) + recreatiewoning (midden) + bijgebouw (rechts)
bijgebouw (links) te handhaven gedeelte
zicht op enkele caravans + prunus beplanting
uitzicht vanuit de omgeving op het recreatief verblijfsgebied
3
II.
LANDSCHAPPELIJKE LIGGING
Landschapsontwikkelingsplan Om nieuwe ontwikkelingen en nieuwe initiatieven in het buitengebied van de gemeente goed te beoordelen en te begeleiden is voor het buitengebied van de gemeente in 2011 het landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 1995 herzien. Doel van het landschapsplan is enerzijds behouden van de waardevolle landschappelijke kenmerken, anderzijds waar mogelijk versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten te stimuleren door randvoorwaarden op te stellen. Daarbij kunnen keuzes gemaakt worden die betrekking hebben op de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de verschillende landschappen en bijbehorende kenmerken, waardoor de leesbaarheid (gelaagdheid) en landschapsbeleving ook voor de toekomstige generaties worden gewaarborgd. Het plangebied ligt op een dekzandrug van het stuifzandgebied, op de overgang van het Veluwe massief naar de voormalige Zuiderzee. Kenmerkend voor het stuifzandgebied is het reliëf en bebossing van het besloten natuurgebied van de Veluwe en de lineaire landschapselementen van het kleinschalige lineaire kampenlandschap. Een opvallend landschapselement in het bosgebied is de open plek van de zandverstuiving de Zoom. Het kleinschalige lineaire kampenlandschap in de omgeving van het plangebied kenmerkt zicht door een meer rationeel en rechtlijnig kavelpatroon.
Het wegenpatroon heeft een wisselend karakter met rechte- en bochtige wegen, veelal door het aanwezige reliëf. De randen van de kavels en wegen zijn veelal beplant met houtwallen, houtsingels en/of heggen, waardoor het kleinschalige karakter van het landschap tot uiting komt.
4
De ambitie van het LOP voor het kleinschalige lineaire kampenlandschap is, waar mogelijk, herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende landschapselementen, zoals de houtwallen, houtsingels, weg- en erfbeplanting, open ruimte en bebouwing. Voor het plangebied worden in jet LOP geen nieuwe ontwikkelingen en nieuwe initiatieven beschreven. Het gebiedsplan landschappelijke versterking en groene wiggen Elburg beschrijft in het landschappelijke raamwerk de wens te komen tot versterken en verder ontwikkelen van de kleinschalige landschapsstructuur. De nadruk ligt op een sterke verwevenheid van bebouwing, erven, kleinschalige open ruimtes en lineaire landschappelijke elementen zoals houtwallen en houtsingels. Kleine landschappelijke buurtschappen en verspreid liggende groepjes (agrarischewoon)bebouwing karakteriseren dit landschapbeeld. Dit beeld vormt ook het vertrekpunt voor de ontwikkeling van nieuwe mogelijkheden.
uitsnede kaart gebiedsplan omgeving plangebied
Ten aanzien van het gesloten natuurgebied de Veluwe ligt de nadruk op het versterken van de bosrand, door deze uit te breiden met een natuurlijke overgang met struwelen en bloemrijke graslanden en wildakkers. Bosranden zijn soms scherp begrenst, echter een goede overgang van de bosrand bestaat uit het bosgebied en een transparante bosrand, gekenmerkt door een mantel en een zoom. De mantel is een struik- of hakhout zone. De zoom is een zone met ruigtekruiden, deze kan mede als wildakker worden ingericht. Natuurgebieden Het grote aaneengesloten bos- en natuurgebied vormt één van de belangrijkste kernkwaliteiten van de Veluwe. Dit bos en natuurgebied ligt op het hogere en drogere stuwwallen complex van de Veluwe. De gronden waren door deze ligging vrijwel niet geschikt voor landbouwkundig gebruik. Het waren de woeste gronden en heidevelden en werden deze gebruikt voor het steken van plaggen en door schapen begraast. Door een intensief gebruik van de heidevelden ontstonden in de loop van de eeuwen de stuifzanden. Einde negentiende- begin twintigste eeuw werden de stuifzanden voor een groot deel met naaldhout aangeplant. In de omgeving van het plangebied zijn delen van de heide en stuifzanden tussen de naaldhout aanplant nog aanwezig.
5 Natura-2000 gebied
Natura 2000 Het natuurgebied Veluwe is met een omvang van ruim 100.000 hectare één van de grootste natuurgebieden binnen Nederland. Om de rijke natuur, bestaande uit droge bossen, droge en natte heide velden, vennen en stuifzanden en een grote variatie aan verschillende landschappen en landschapstypen zo goed mogelijk voor toekomstige generaties in stand te houden, is de Veluwe aangewezen als Natura-2000 gebied. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. Verder is de Veluwe van belang voor de drinkwatervoorziening en heeft zij de status Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.
kaartfragment Gelders Natuurnetwerk
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone De omgevingsvisie van de provincie Gelderland heeft het bos- en natuurgebied in de omgeving van het plangebied aangemerkt als Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het voor het gebied opgestelde Natuurbeheerplan geeft een beeld van de bestaande en nieuw te ontwikkelen natuur binnen of aansluitend het GNN. In het plan wordt omschreven wat we voor soort natuur willen en hoe we daarmee om moeten gaan. De omgeving van het plangebied kent een gedifferentieerd aantal beheertypen, dat bijdraagt een grote verscheidenheid aan natuurwaarden. Nieuwe activiteiten of ontwikkelingen binnen dit gebied of directe omgeving mogen niet ten koste gaan van de kwaliteit van de natuurlijke gesteldheid van het gebied. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen en percelen met een andere bestemming dan bos- of natuur, maar die wel ruimtelijk zijn vervlochten met het Gelders natuurnetwerk. Hierbij gaat het voor een belangrijk deel om landbouwgronden, maar ook terreinen voor verblijfrecreatie woongebieden en bedrijfslocaties komen daarvoor in aanmerking. Het vergroenen, versterken en verduurzamen van landschapselementen binnen het plangebied zal een positieve bijdrage leveren ten gunste de natuurlijke of ruimtelijke kwaliteiten van het GNN en/of GO.
Op de planlocatie is de aanwezigheid van de beek en openheid van het beekdallandschap nadrukkelijk aanwezig, het terrein sluit aan op de beek. Landschap en houtsingels zijn op een mooie en natuurlijke wijze verweven tussen de losse bebouwingsstructuur van de boerenerven.
6 kaartfragment Groene Ontwikkelingszone
III.
ANALYSE LANDSCHAP
Ontwikkeling landschap Het landschap van de gemeente Elburg is evenwijdig aan de rand van de Veluwse stuwwal en het randmerengebied gesitueerd. Het huidige landschapsbeeld laat nog veel zien van de ontstaansgeschiedenis. Het karakter van het landschap wordt nog altijd in belangrijke mate bepaald door verschillen in de ondergrond en bepaald door de geomorfologische, abiotische opbouw en occupatieproces. Door de overgang van het hoger gelegen Veluwse bosgebied naar het lager gelegen polderlandschap langs de kustlijn van het randmerengebied is er sprake van een duidelijke landschappelijke zonering. Doornspijk ligt op een zandrug en kenmerkt zich enerzijds door het lager gelegen open polderlandschap naar de randmeren, anderzijds een half open tot kleinschalig kampenlandschap dat aansluit op het hoger gelegen boslandschap. Het plangebied maakt deel uit van het kleinschalige kampenlandschap dat aansluit op het boslandschap. Het plangebied Berkenweg 7 ligt juist in de overgangszone tussen het gesloten karakter van het bosgebied en het kenmerkende kleinschalige en lineaire kampenlandschap.
1925
1950
7
Bebouwing Van oudsher concentreerde de agrarische bebouwing zich op de hogere zandruggen van het landschap langs de (zand)wegen en/of zandpaden. Schaapskooien werden veelal op de overgang naar de voormalige woeste gronden en heidevelden in de omgeving van bosjes aangetroffen. De aanwezige bebouwing op het perceel Berkenweg 7 sluit historisch gezien aan op deze ontwikkeling. In de omgeving van het plangebied is de woonbebouwing en het areaal recreatiewoningen vooral na 1975 toegenomen en zijn de buurtschappen verder verdicht. Wegen De oude hoofdwegen liggen in het agrarische landschap evenwijdig aan het Veluwe massief en over de hogere dekzandruggen. Tussen het Veluwse bosgebied en de oevers van de randmeren lopen min of meer dwars op de hoofdwegen een netwerk aan rechte en bochtige wegen (oude zandpaden en schapendriften) die het landschap verder ontsluiten. De oude woeste groenden en heidevelden waren doorsneden met een fijn vertakt patroon van schapendriften. Het bosgebied wordt nu ontsloten door een meer rationeel patroon van wegen en paden voor bosonderhoud en als recreatief medegebruik.
1975
2000
Houtwallen en houtsingels Op veel plaatsen zijn in het agrarische landschap zijn de houtopstanden op de kavelgrenzen verdwenen. Ook zijn veel kavels opgeschaald ten behoeve van het moderne landbouwkundig gebruik. Het landschap heeft daardoor een opener karakter. Opvallend is dat in het plangebied, in de omgeving van de Berkenweg de oude landschapsstructuur nog vrijwel geheel overeenkomt met die uit 1925. Het bosgebied is in de loop van de jaren wel in omvang toegenomen, echter het stuifzandgebied is nog vrijwel in dezelfde vorm en omvang aanwezig. Buiten het plangebied van het perceel Berkenweg 7 is wel een gedeelte van de houtsingel, op enkele vrijstaande bomen na, uit 1925 verdwenen.
kaartbeeld 2018
8
IV.
ANALYSE BERKENWEG 7
Locatie en bebouwing Het woonerf, recreatiewoning en terrein met (sta)caravans ligt aan het eind van het halfverharde wegdeel van de Berkenweg. De ontsluiting geeft ook toegang tot het bos en natuurgebied en de zandverstuiving. Rechts van het perceel liggen de bossen. Links een landschappelijke heg en achter het bijgebouw enkele opgaande bomen, vermoedelijk het restant van een oude houtwal. De woning staat vrij in het begin en zichtbaar op het perceel. De kaplijn ligt parallel aan de bosrand. Het uitzicht is georiënteerd op omliggende graslanden en houtsingels. Voor de uitbouw van de woning staat een mooie oude noot. De recreatie woning ligt iets ten noorden van de woning, het uitzicht is naar de tuin met de notenboom gekeerd. Het bijgebouw ligt dwars achter de twee woningen en beslaat vrijwel de gehele breedte van het perceel. Het voor de stacaravans ingerichte recreatieve verblijfsgebied neemt ongeveer de helft van het terrein in beslag. Tussen het bijgebouw en dit recreatieve verblijfsgebied staan de eiken van de oude houtwal. Sommige zijn tot een monumentale en waardevolle boom uitgegroeid. Een deel van de overige beplantingen bestaan uit de zogenaamde tuinconiferen en groenblijvende Prunus als afscheiding tussen de caravans. Dit zijn geen streekeigen soorten. Op enkele plekken staan beukenhagen.
9
Berkenweg 7
V.
UTGANGSPUNT TRANSFORMATIE
Landschaps-verkavelingsplan Het landschapsplan omvat een verkaveling voor de bouw van een tweetal woningen. De bestaande woning behoud een deel van het bijgebouw voor eigen gebruik. Over de bouw en meest ideale bouwplek is overleg gevoerd met de gemeente als met de provincie. De twee woningen zijn ter compensatie voor het beëindigen van de recreatieve verblijfsfunctie en verwijdering van alle caravans, aangebouwde bijgebouwtjes, coniferen en overige niet streekeigen beplantingen. Daarnaast worden de oudere delen van de voormalige stal gesloopt, evenals de bestaande recreatie woning (zie analyse Berkenweg 7). Tevens draagt de opheffing van de recreatieve functie significant bij aan een daling van de verkeersbewegingen in het gebied. Door beëindiging van de verblijfsrecreatie en sloop van de beschreven bebouwing is er sprake van een enorme ruimtelijke kwaliteitswinst voor deze locatie. Het natuurlijke karakter op en rond de planlocatie wordt hersteld en de natuur krijgt ruimte voor verdere ontwikkeling. Houtsingel en hagen De perceelsgrenzen worden heringeplant, gedeeltelijk als een eikenhakhout houtsingel, gedeeltelijk met een beukenhaag. De hagen zorgen er voor dat het plangebied een open karakter behoud, waardor uitzicht gewaarborgd blijft. Het restant van de oude houtwal wordt met eik aangevuld.
De aanplant van de eiken hout singel past binnen het kleinschalige karakter van het kampenlandschap en draagt bij aan versterking van de landschappelijke kwaliteit.
10
Woningen De woningen hebben een landelijke uitstraling met een enkelvoudige hoofdvorm, een bouwlaag met zadeldak. Materiaalgebruik voor gevels en dak hebben een natuurlijke uitstraling. Een donkere gevelsteen of vergrijzende houten schil past beter in dit natuurlijke gebied. Het kleurgebruik is terughoudend en het gebruik van gedempte donkere kleuren sluiten aan op het natuurlijke karakter van het plangebied. Terreininrichting Omdat de 'natuur' sterk in deze omgeving aanwezig is, is de aanleg van een traditionele tuin op deze locatie niet passend. Een grasveld en randen met een wilde bloemen flora of wildakker sluit meer aan op de omgeving. De typologie van de woningen ondersteunen het natuurgevoel. Bij deze woningen is een 'tuin' ondergeschikt. De woningen voegen zich als het ware in de 'natuur '.
landschapsplan en ververkaveling Berkenweg 7
VI.
SFEERBEELD EN TYPOLOGIE WONINGEN
11
3
INHOUD: I-
INLEIDING
II-
BEELDKWALITEIT
III-
CRITERIA BEELDKWALITEIT
IV-
STEDENBOUWKUNDIGE VERKAVELING
V-
SFEERBEELD / TYPOLOGIE WONINGEN
VI-
SFEERBEELD INRICHTING BUITENRUMTE
Beeldkwaliteitsplan Berkenweg 7 Doornspijk
I-
INLEIDING
Aan de Berkenweg 7 te 8085 RT Doornspijk (gemeente Elburg) worden na transformatie van de verblijfsrecreatie op het perceel twee kavels ontwikkeld voor de bouw van vrijstaande woningen. De bestaande woning en een gedeelte van het bijgebouw worden gehandhaafd. Het plangebied ligt op een unieke en bijzondere landschappelijke locatie. Midden in de natuur, tegen het beboste Veluwse Natura2000 gebied aan, tevens onderdeel van het GeldersNatuurNetwerk (GNN) en aan de rand van het kleinschalige kampenlandschap. Dit gebied maakt deel uit van de Groene Ontwikkelingszone (GO). De directe natuurburen zijn het Gelders natuurgebied ‘De Haere’ van het Gelders Landschap en zandverstuiving De Zoom. De transformatie van het plangebied kan worden gezien als een kleinschalige, integrale en op maatwerk gebaseerde gebiedsontwikkeling. Echter is de dynamiek van de belevingswaarde van het landschap waarin rust en ruimte, gericht op de cultuurhistorische identiteit en karakteristieke herkenbaarheid van het kampenlandschap groot. De bijzondere ligging van het plangebied in deze natuurlijke omgeving vraagt dan ook nadrukkelijk om een ruimtelijke kwaliteit en terughoudendheid ten aanzien van de te bouwen woningen. Om het gewenste ambitieniveau ook te realiseren en te waarborgen dient dit beeldkwaliteitsplan.
4
Het plangebied ligt op de RD coördinaten: X= 185674 Y= 490255 context plangebied
ligging Berkenweg 7 Beeldkwaliteitsplan Berkenweg 7 Doornspijk
II-
BEELDKWALITEIT
De ruimtelijke kwaliteit, de uitstraling van de woningen, is belangrijk voor de waardering van de bebouwing zelf, in relatie met de groene natuurlijke omgeving en het vrije ruime uitzicht. Een goede ruimtelijke inrichting van de woonomgeving draagt ook bij aan de leefbaarheid en woongenot voor de bewoners. Daarnaast is uit oogpunt van duurzaamheid, materiaalgebruik en culturele toekomstwaarde de ruimtelijke kwaliteit van belang. Het groene en landelijke karakter van het plangebied, de ruim bemeten kavelpercelen en de aanwezige karakteristieke ruimtelijke kenmerken in de omgeving bepalen de randvoorwaarden en vormen de inspiratiebron voor dit beeldkwaliteitsplan. Status beeldkwaliteit Het beeldkwaliteitsplan is geen blauwdruk, het geeft wel duidelijk richting aan de bebouwing in samenhang met de ruimtelijke kernkwaliteit van het plangebied en omgeving. Alternatieven en afwijkende plannen blijven mogelijk en zijn bespreekbaar. Bouwplannen worden getoetst aan het bouwbesluit. Ze dienen wel te voldoen aan de ambitie van het beeldkwaliteitsplan en te passen binnen de randvoorwaarden en onderliggende kwaliteiten van het plangebied, zoals in het beeldkwaliteitsplan beschreven en tevens positief te worden beoordeeld door de welstandcommissie. Het beeldkwaliteitsplan is een aanvullende toets in het kader van welstand.
Positionering op het perceel De woningen staan vrij in een ruime groene omgeving. Om deze kwaliteit te bewaken, zijn de woningen zodanig op het perceel gepositioneerd, dat een open bouwstructuur wordt behouden. Voor de bouwlocatie zelf is een bouwvlak ingetekend, waarbinnen de hoofdmassa dient te komen. Op de stedenbouwkundige verkavelingtekening is ook de gewenste bouw-nokrichting van de woning als oriëntatiepunt ingetekend. De woningen worden uitgevoerd in één bouwlaag en een kap. Gestreefd moet worden naar een architectuur die het individuele karakter van de woningen onderstreept, en met de bestaande woningen een eigen plek in de omgeving vormen. Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen draagt bij aan een goed en gezond wooncomfort en leefmilieu, zowel voor de woonomgeving als voor de bewoners.
Beeldkwaliteitsplan Berkenweg 7 Doornspijk
Duurzaam bouwen is niet wettelijk voorgeschreven, het berust op vrijwilligheid bij bouwbedrijven, organisaties, particulieren en bedrijven. Gemeenten ondersteunen met beleid duurzaam bouwen. Duurzaam bouwen heeft betrekking op het zodanig inrichten van de bouwketen, dat het bouwproces, beheren en slopen van gebouwen en werken in de gebouwde omgeving de schade aan het milieu in alle stadia van ontwerp tot en met sloop zoveel mogelijk wordt beperkt of tot staan wordt gebracht. Hierbij gaat het om de leefomgeving, waarbij milieu, comfort, aanpasbaarheid, leefbaarheid en toekomstwaarde een centrale rol spelen.
Het gazon, of grasveld rond de woning versterkt de overgang van de mantelzone van het bos naar het weiland. De aanleg van een natuurlijke bloemenweide sluit hierop aan.
Om duurzaam te bouwen zijn verschillende instrumenten ontwikkeld, zoals het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen. (www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzaam-bouwen-enverbouwen)
De woningen dienen daarom duurzaam te worden gebouwd. Daarbij zijn de bouwmaterialen in bezit van een keurmerk. Voor beide nieuw te bouwen woningen wordt daarnaast als uitgangspunt gehanteerd dat voldoen moet worden aan de basiseisen van het handboek Woonkeur. Woonkeur is het certificaat voor de woontechnische kwaliteit van onder andere een levensloopbestendige woning. Het gaat daarbij om de gebruikskwaliteit- veiligheid- en toekomstwaarde van woonomgeving en woning. (www.skw-certificatie.nl)
wonen in het groen
5
Bij de aanvraag omgevingsvergunning dient het plan te worden getoetst middels de GPR-gebouw. Daarnaast dient elke woning minimaal te voldoen aan de thans geldende EPCnormering en wordt aan het bouwbesluit getoetst. Terreininrichting, erf en tuinen Om het terrein en de privé erven in het landschap in te passen, is voor het plangebied een beplantingplan opgesteld. Hierin is beschreven hoe met de bestaande bomen en houtsingel om te gaan. Daarnaast zijn aanvullende inheemse en gebiedseigen beplantingen, met loofbomen, struiken, hagen en vruchtbomen opgenomen. De aanplant van loofbomen is van belang om een natuurlijke overgang te creëren van de beboste omgeving naar het open kampenlandschap. De struiklaag is bedoeld een nieuwe onderlaag te realiseren. Erfafscheidingen hebben altijd een groen karakter, de hagen bestaan uit beuk, of zijn gemengd met andere beplantingen ten einde de diversiteit te verhogen. De hagen op de erfafscheiding van de woningen mogen ruim 2.00 m hoog worden. De hagen op de erfafscheiding naar het weiland niet hoger dan 1.00/1.25 m. Het uitzicht wordt daardoor gehandhaafd. Een raster dient in de beplanting te worden opgenomen.
schraal heide grasland tegen bosrand Verkeer en parkeren De bestaande Berkenweg vormt tevens de ontsluiting van de percelen. Het is meer een landelijke dreef met een open halfverharding, bestaande uit gebroken puin/grind/split. De parkeerplaatsen worden in een open verharding aangelegd om het natuurlijke karakter van de omgeving te versterken.
III-
CRITERIA BEELDKWALITEIT
Situering woningen plangebied: Bouwvlak kavel en randvoorwaarden van het bestemmingsplan zijn richtinggevend. De nokrichting van de hoofdmassa sluit aan op de richting zoals aangegeven op de stedenbouwkundige verkavelingtekening. Woningtype: Vrijstaande woning in een landelijke setting en passend op deze locatie. Een bijgebouw kan in samenhang met het hoofdgebouw worden aangebouwd, of staat los op afstand. De woningen hebben een individueel uiterlijk en eigen karakteristieke uitstraling. Karakter en architectuur: De architectuur van de ontwerpstijl is vrij, maar dient wel te refereren aan het landelijke karakter van de omgeving. De bouwlocatie vraagt echter ook om een uitdagende eigentijdse architectonisch invulling. De hoofdvorm is een traditionele bouwstijl met een zadeldak. De bouwmassa is eenvoudig van opzet, vakkundig en gedetailleerd ontworpen. De woningvorm is evenwichtig en samenhangend, met aandacht voor materiaal en kleurgebruik. Dakkapellen, aan-, uit- en (aangebouwd) bijgebouw zijn mee ontworpen met de woning, in vergelijkbaar bouwmateriaal, kleurgebruik en detaillering en maken duidelijk onderdeel uit van de architectuur. Bij ondergeschikte bijgebouwen zijn platte daken toegestaan, mits voorzien van een dakbegroening. De gevelzijde die naar de bosrand is gekeerd, heeft een meer ingetogen karakter.
De gevelzijde die naar het kampenlandschap is gekeerd heeft een open karakter en daardoor een zekere mate van transparantie. Een bijzondere ingreep in het bouwvolume is in relatie tot het omringende landschap. Dakvorm: Zadeldak, of een samengesteld zadeldak. Hellingshoek volgens voorschriften bestemmingsplan. Installatietechniek, zoals doorvoeren, ontluchtingspijpen, e.d. worden zorgvuldig ingepast in een gesloten dakunit, of in de architectuur opgenomen.
Beeldkwaliteitsplan Berkenweg 7 Doornspijk
Een gevel die tot in het dak, of een dak dat in de gevel overloopt is een mogelijkheid, mits verbijzonderd en goed gedetailleerd.
Materiaalgebruik: Het materiaal voor de gevel past bij de natuurlijke omgeving, een gevel kan zijn opgetrokken uit bak,en/of natuursteen en/of hout. Verbijzondering van de gevel is mogelijk door gebruik te maken van metaal of pleisterwerk. Het dak wordt bedekt met een keramische pan of riet. Het gebruik van bijzonder bouwmateriaal, zoals hout, metaal of glas is als verbijzondering toepasbaar, bijvoorbeeld in de situatie dat het dak en gevel architectonisch als een eenheid zijn ontworpen. Kleurgebruik: De gevels hebben een natuurlijk kleurenpallet, warme donkere aardtinten van bruinpaars tot bruinzwart. Voor de dakpannen geldt een matte gedekte kleur. De voorkeur gaat uit naar een antraciete kleur. Houtwerk van de kozijnen wordt geschilderd in gedekte kleuren (standgroen, nachtblauw of zwart) of in warme pastelkleurige grijstinten. Aluminium kozijnen en puien in antraciet. Natuurlijk, onbehandeld hout mag vergrijzen of worden geschilderd in een mat zwarte of antraciete tint. Detaillering: De wijze van een zorgvuldige detaillering sluit aan op de architectuur van de woning. Eenvoud heeft de voorkeur, een verbijzondering van architectonisch details zijn passend, mits niet overheersend uitgevoerd. Voorkeur gaat uit naar houten of aluminium kozijnen. Kunststofkozijnen zijn toegestaan, mits met een gedetailleerd uitgevoerd kozijnprofiel.
Grove vlakke profielen zijn niet toegestaan. Buitenunits van warmtepompen of airconditioning worden uit het zicht geplaatst, of op vanzelfsprekende wijze in de architectuur opgenomen.
Zonnepanelen: De toepassing van all-black zonnepanelen worden in het woningontwerp meegenomen en bij voorkeur in het dak passend geïntegreerd. Platte daken van de bijgebouwen kunnen, indien nodig voorzien worden van all-black zonnepanelen. Hemelwateropvang: Regenwater van daken en overige verhardingen zal op de eigen kavel dienen te worden opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem.
Inrichting buitenruimte: De buitenruimte van de kavels dragen bij aan het natuurlijke groene karakter van het plangebied. Voor het plangebied is een beplantingplan gemaakt, waarin het type beplanting voor de inrichting van het kader van de kavel nader is uitwerkt, zoals: - groene gemengde kavel/erf afscheidingshagen - groene afscheiding op de grens naar de weilanden - aanplant van enkele loofbomen - aanplant van enkele vruchtbomen Voor het gazon wordt aanbevolen een mengsel toe te passen met een lage maaifrequentie en de overgangen naar het landschap/bosgebied in te zaaien met een bloemen/kruidenmengsel. Indien een raster of hekwerk wordt geplaatst, dan dient deze in de groene erfafscheiding te worden opgenomen. Handhaving en onderhoud (beheer) van de groene erfafscheidingen wordt contractueel vastgelegd. Erfverharding, parkeren en terrassen: De oprit wordt uitgevoerd in een waterdoorlatende halfverharding van donker split of gebroken steenslag in een aardkleur (grijze ardennersplit, gebroken bruinzwart-geel maasgrind, gauwacke). Parkeerplaatsen dienen te worden uitgevoerd in een waterdoorlatende halfverharding met bijvoorbeeld grasbetonsteen, of met kunststof stabilisatiematten en deze af te strooien met split of inzaaien met een traag groeiende schaduwminnende grassoort.
Looppaden en terrassen worden verhard met een open donkerkleurige baksteen verharding, of een combinatie van tegels/baksteen. Voorkomen moet worden dat al te grote aaneengesloten gesloten stenige oppervlakten ontstaan. Een vlonderterras is op deze locatie een mooie verbijzondering.
6
IV-
STEDENBOUWKUNDIGE VERKAVELING
7
Beeldkwaliteitsplan Berkenweg 7 Doornspijk
V-
SFEERBEELD / TYPOLOGIE WONINGEN
8
Beeldkwaliteitsplan Berkenweg 7 Doornspijk
VI-
SFEERBEELD INRICHTING BUITENRUMTE
9
Beeldkwaliteitsplan Berkenweg 7 Doornspijk
I-
INLEIDING
Voorliggend beplantingsplan is een uitwerking van het stedenbouwkundige-landschapsplan ten behoeve van het te transformeren plangebied Berkenweg 7 te Doornspijk. Het plangebied betreft een perceel met de bestemming wonen en de functieaanduiding verblijfsrecreatie. Een klein deel van het perceel heeft de bestemming recreatie/recreatiewoning. De kleinschalige verblijfsaccommodatie, hoewel gelegen in een aantrekkelijke en natuurlijke omgeving, heeft onvoldoende potentie om de sneller op elkaar volgende ontwikkelingen in de recreatiesector financieel volgen. Daarom is gekozen om niet meer te investeren in een renovatie en/of uitbreiding van de verblijfsaccommodatie, maar het recreatief gebruik van het perceel te beëindigen. Om het landelijke karakter van het plangebied te behouden is besloten een principe verzoek bij de gemeente in te dienen om medewerking te verlenen aan transformatie van de recreatieve verblijfsaccommodatie. De gemeente heeft aangeven medewerking te verlenen aan wijziging van de bestemming en de mogelijkheid voor de bouw van twee vrijstaande woningen.
II-
LIGGING PLANGEBIED
Het plangebied ligt in de gemeente Elburg, op de overgang van de westelijke flank van het Veluwse stuwwallen gebied naar het randmerengebied van het Veluwemeer. Berkenweg 7 wordt aan de oostzijde begrensd door de bossen van het Natura2000 gebied, die tevens de begrenzing van het Gelders Natuur Netwerk (GNN) vormt. Dit gesloten bosgebied vormt het groene decor van het bestaande erf en voor de nieuwbouw. Aan de west en noordzijde sluit het plangebied aan op het kleinschalige en lineaire karakter van het kampenlandschap. In de directe omgeving liggen enkele (woon)boerderijen en ten zuiden een klein buurtschapje. Het stuifzandgebied ligt achter deze woningen.
3
In het beplantingplan wordt ingegaan op het kappen en/of dunnen van de bestaande opstanden en de nieuwe aanplant van bomen, hagen, houtsingel/struiklaag en bloemweide. De herinrichting van het perceel en aanplant zal plaatsvinden na sloop van de bestaande opstallen en bouw van de twee woningen.
ligging plangebied
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
De toegang tot het terrein vindt plaats over de vrij smalle Berkenweg. Dit is een doodlopende weg, Berkenweg 7 ligt aan het eind van deze weg. De weg eindigt min of meer in een bosbad dat de toegang vormt het wandelpadennet in omliggende bossen en de zandverstuiving van het natuurgebied De Zoom.
III-
BESTAANDE SITUATIE
De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een privé woning, één recreatie woning, een schuur/aanbouwen en op het recreatieterrein 9 stacaravans met bijbehorende aanbouwen en overige voorzieningen. De recreatiewoning en een deel van de schuur worden, evenals de caravans en aanbouwen gesloopt.
4
De beplanting op het plangebied bestaan uit verschillende loof- en naaldhoutopstanden. Het naaldhout bestaat uit dennen en haagconiferen. Het loofhout bestaat voornamelijk uit eik (Quercus robur). Naast de privé woning staat een mooie noot (Juglans) en achter de schuur een rode beuk (Fagus). Rond de standplaatsen van de stacaravans zien we een beplanting van haagconiferen, groenblijvende prunus en enkele beukenhagen. Graslanden in de omgeving van het plangebied worden extensief gebruikt. De percelen zijn voor modern agrarisch gebruik te klein van omvang. De graslanden worden hoofdzakelijk gebruikt als hooiland en als paardenwei.
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
beeld van het plangebied met de stacaravans + paardenwei
IV-
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
Om nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in het buitengebied van de gemeente Elburg goed te beoordelen en te begeleiden is voor het buitengebied van de gemeente in 2011 het landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 1995 herzien. Doel van het landschapsplan is het enerzijds behouden van de waardevolle landschappelijke kenmerken, anderzijds waar mogelijk versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten te stimuleren door randvoorwaarden op te stellen. Daarbij kunnen keuzes gemaakt worden die betrekking hebben op de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de verschillende landschappen en bijbehorende kenmerken, waardoor de leesbaarheid (gelaagdheid) en landschapsbeleving ook voor de toekomstige generaties worden gewaarborgd.
Ten noorden van het plangebied markeert de Bovenweg de overgang tussen het mozaïekachtige kampenlandschap en het meer besloten karakter van de bosrand naar het Natura 2000gebied. De randen van dit gebied moeten duidelijk zichtbaar blijven door versterking van de landschapsstructuren, zodat de karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen waarneeembaar blijven.
Landschapstypen Het landschap van het plangebied wordt bepaald door de ligging op de overgang van het hoger gelegen beboste en besloten natuurgebied van het Veluwe massief naar het halfopen kleinschalige en linieaire kampenlandschap.
5
In de basisvisie van het LOP voor de omgeving van het plangebied is het beleid gericht op behoud van de afwisseling tussen open de akkers, weilanden en besloten natuurgebieden en op het verstevigen van de beboste structuren. De ambitie van het LOP voor het kleinschalige lineaire kampenlandschap is, waar mogelijk, herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende landschapselementen, zoals de houtwallen, houtsingels, weg- en erfbeplanting, open ruimte en bebouwing
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
visie LOP plangebied en omgeving
V-
LANDSCHAP PLANGEBIED
Het plangebied maakt deel uit van het kleinschalige en lineaire Kampenlandschap, dat tegen de aaneengesloten bosrand van het Veluwse bosgebied is gelegen. Kenmerkend voor het Kampenlandschap is het reliëf in een overwegend zwak golvend landschap. Dit landschapsbeeld wordt bepaald door de overgang van het hoger gelegen beboste Veluwe massief naar het lager gelegen open polderlandschap. Het Veluwe massief en reliëf van het Kampenlandschap is mede te danken aan de invloed van de ijstijden en werd in de loop van de eeuwen versterkt door het ophogen van de enken met zandhoudende schapenpotstalmest. Vroegere zandpaden en latere wegen volgen de hoger gelegen zandruggen in het landschap en hebben daardoor veelal een grillig en bochtig verloop. Het landschap is bijzonder kleinschalig en grillig van karakter door de houtwallen en –singels op de perceelsgrenzen en kleine boscomplexjes. De verkaveling heeft daardoor ook een zeer onregelmatig mozaïekachtig karakter. Agrarische en niet agrarische erven volgen eveneens de hoogteverschillen in het landschap en staan ook niet altijd haaks op de weg. De bebouwing ligt verspreid over de kampen en staat veelal op zichzelf in het gebied, waardoor de afstand tot de weg varieert.
Lag het plangebied in 1925 vrij open in het landschap op de overgang van de woeste gronden/heidevelden, nu sluit het plangebied aan de zuidzijde aan op de bosranden en zandverstuiving van het natuurgebied de Zoom. Door bebossing van de stuifzanden en de aanwezige lineaire houtwallen en – singelstructuur is het groene karakter en daardoor de kleinschaligheid van het kampenlandschap in de loop van de tijd toegenomen.
6
De contouren van het plangebied zijn al zichtbaar op oude topografische kaarten in 1850. De structuur van houtwallen, en singels rondom het plangebied zijn goed herkenbaar, evenals de talrijke zandpaden en wegen. Deze landschapsstructuur is sindsdien nauwelijks meer aangepast. Het aantal zandpaden is afgelopen decennia afgenomen en de resterende zijn verhard, eerst als klinkerweg, daarna voorzien van een asfaltdek. plangebied 1825
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
Een opvallend kenmerk van dit Kampenlandschap is de hoeveelheid relatief kleine agrarische bedrijven. De grote dichtheid aan erven maakt het landschap dan ook aantrekkelijk als woongebied. Veel van de agrarische bedrijven zijn dan nu dan ook hobbymatig of als burgerwoning in gebruik.
7
plangebied 2018
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
plangebied 2018
VI-
BESTAANDE BEPLANTINGEN
De randen van het plangebied kenmerken zich hoofdzakelijk door de structuur van achterliggend bosgebied en nabij gelegen oude houtwallen en – singels. De beplanting op het plangebied bestaan uit verschillende soorten loof- en naaldhout. Het naaldhout bestaat voornamelijk uit dennen en haagconiferen. Het loofhout bestaat hoofdzakelijk uit zomer eik (Quercus robur). Naast de privé woning staat een mooie noot (Juglans) en achter de schuur een rode beuk (Fagus). Rond de standplaatsen van de stacaravans zien we een beplanting van haagconiferen, groenblijvende prunus en enkele beukenhagen.
Alle haagconiferen en het overige niet het plangebied passende sortiment bomen en struiken worden gekapt. Een deel van de eikenopstand dient te worden uitgedund. Bomen met een matige ontwikkelde habitus worden gekapt. De overige beplantingen krijgt daardoor meer ruimte om zich goed te ontwikkelen. Nadrukkelijk heeft het de voorkeur om loofhout bomen te behouden en waar nodig bij te planten. Ook verjonging van de struiklaag en aanvulling door heraanplant is belangrijk om de diversiteit aan bomen en struiken te vergroten.
8
beeld bestaande beplanting stacaravanterrein
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
beeld bestaande beplanting stacaravanterrein
VII- BEPLANTINGPLAN Het beplantingplan richt zich op het duurzaam in stand houden en waar nodig versterken van het groene karakter van het plangebied. Hierbij is het van belang om enerzijds aan te sluiten op de beslotenheid van het Veluwse bos- en natuurgebied, anderzijds op de openheid en afwisseling van het mozaïekachtige landschap. Het plangebied ligt ruimtelijk geborgen tussen deze twee belangrijke natuur- en cultuurhistorische landschappen. Het assortiment beplanting dat in aanmerking komt voor aanplant van de erven en het terrein bestaat uit loofbomen, struikbeplanting voor de houtsingel en bosstruiklaag en (gemengde)hagen.
Houtsingel en hagen De nieuwe perceelsgrenzen worden beplant, gedeeltelijk ter aanvulling van de houtsingel, gedeeltelijk met een gemengde haag. De hagen op de erfgrens van de erven en de paardenwei zorgen er voor dat het plangebied zijn open karakter behoud. Hierdoor is niet alleen het uitzicht voor de bewoners gewaarborgd, ook het contrast tussen het bosgebied en het open weide kampenlandschap wordt daardoor in stand gehouden. Waar nodig wordt het restant van een oude houtwal hersteld en aangevuld met loofhout. Herstel van de houtsingel draagt bij aan versterking van de landschappelijke kwaliteit.
De typologie van de woningen ondersteunen het natuurgevoel. Bij deze woningen is een 'tuin' ondergeschikt. De woningen voegen zich als het ware in de 'natuur '.
Bomen Op het terrein worden een aantal landschaps bepalende bomen geplant. Ze vormen de ‘groene’ dragers van de woonkavels. Er worden alleen loofbomen toegepast die passend zijn in het gebied en tevens bijdragen aan verhoging van de biodiversiteit. Passend zijn de soorten: - Tilia cordata (kleinbladige linde) - Fagus sylvatica (groene beuk) - Betula pendula (ruwe berk) De aanplant van zomereik (Quercus robur) heeft niet de voorkeur, dit met het oog op de eiken-processierupsen plaag. Daarnaast worden op de kavels minimaal twee vruchtbomen aangeplant. De definitieve plantplaats wordt in overleg met de toekomstige bewoners bepaald.
Terreininrichting Omdat de 'natuur' sterk in deze omgeving aanwezig is, is de aanleg van een traditionele tuin op deze locatie niet passend. Een grasveld en randen met een wilde bloemen flora of wildakker sluit meer aan op de natuurlijke omgeving. fruit in de tuin
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
9
10
landschapsplan plangebied
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
11
nieuw te planten bomen + vegetatiebeeld overgangszone
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
12
beplantingplan plangebied
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
PLANTLIJSTEN Aan het beplantingsplan is een plantlijst toegevoegd, waarin het toe te passen assortiment nader is beschreven en de kwaliteitseisen waaraan de beplanting bij levering en aanplant minimaal dient te voldoen zijn vermeld.
13
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
14
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
15
beplantingplan Berkenweg 7 Doornspijk
Verkennend bodemonderzoek Berkenweg 7 te Doornspijk 8 april 2021
Kenmerk
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Verantwoording Titel
Verkennend bodemonderzoek Berkenweg 7 te Doornspijk
Opdrachtgever
De heer B. Lankman
Projectleider
Erik Vonkeman
Auteur(s)
Jessica Martens
Tweede lezer
Marloes Cruijsen
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Ramon (R.S.A.) Henning en Jan (J.M.A.) Bouwmeester (certificaat: K54913)
Projectnummer
1280725
Aantal pagina’s
10
Datum
8 april 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/10
Kenmerk
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 4
3
4
5
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 4
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 5
2.3
Overzicht verdachte deellocaties ....................................................................................... 6
2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie ............................................ 6
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................... 7
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................... 7
2.7
Terreinverkenning .............................................................................................................. 7
2.8
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek ............................................................ 7
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ............................................................. 8 3.1
Onderzoeksstrategie .......................................................................................................... 8
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden............................................................................................. 8
3.3
Veiligheid en kwaliteit ......................................................................................................... 8
Resultaten ................................................................................................................................. 8 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen ...................................................................... 8
4.2
Resultaten grond en grondwater ........................................................................................ 9
4.3
Interpretatie onderzoeksresultaten ..................................................................................... 9
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 10
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart situering monsternemingspunten
Bijlage 3
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Toetsingskader
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 7
Analysecertificaten
Bijlage 8
Resultaten vooronderzoek
3/10
Kenmerk
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
1 Inleiding In opdracht van de heer Lankman heeft TAUW een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57401 uitgevoerd aan de Berkenweg 7 in Doornspijk. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek betreft de bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen nieuwbouw van 2 woningen met de daarbij behorende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouw). De onderzoekslocatie bestaat uit 2 deellocaties: locatie A (noordelijk gelegen perceel) en locatie B (zuidelijk gelegen perceel). Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater.
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 57252 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A uit de NEN 5725. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaart met de ligging van relevante bevindingen zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Berkenweg 7, 8085RT, Doornspijk
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Gemeente Elburg (DSK00), sectie D, perceelnummer 3573 (locatie A) en 3885 (locatie B) (beiden gedeeltelijk)
RD-coördinaten (X/Y)
Locatie A: X: 185,646; Y: 490,335 Locatie B: X : 185,686 ; Y : 490,222
Oppervlakte (m2)
Locatie A en B: circa 250
Verhardingssituatie
Locatie A en B: Onverhard
Bebouwing
Locatie A en B: Onbebouwd
Voormalig gebruik
Grasland/akkerland, bebouwing (locatie B), recreatiepark (locatie A)
Huidig gebruik
Locatie A en B: Grasland
Toekomstig gebruik
Locatie A en B: Nieuwbouw
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Locatie A en B: Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Bodemfunctieklasse*
Locatie A en B: Landbouw/natuur
Bodemkwaliteitsklasse*
Locatie A en B: Boven- en ondergrond: Landbouw/natuur
1 NEN 5740: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond,
januari 2009/A1:2016 2 NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017
4/10
Kenmerk
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Archeologie**
Locatie A en B: Lage verwachting
Explosieven***
Locatie A en B: Onverdacht
* Bron: Bodemkwaliteitskaart regio Noord Veluwe, TAUW, kenmerk: R001-1206995LNH-baw-V02-NL, 21-01-2014 ** Bron: Provincie Gelderland, Cijfers en kaarten, kaartlaag: Cultuurhistorie *** Bron: VEO Bommenkaart
Geraadpleegde bronnen Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • Gemeente Elburg, contactpersoon: M. Fikse • Provincieloket Gelderland • Provincie Gelderland, Cijfers en kaarten, kaartlaag: Cultuurhistorie en Bodemverontreinigingen • Bodemloket • Topotijdreis (www.topotijdreis.nl) • •
Kadaster, BAG-viewer Lucht- en straatfoto’s van Cyclomedia Street Smart
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In tabel 2.2 zijn de regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw weergegeven. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden. Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel
Bevinding
Informatiebron
Regionale bodemopbouw
Hoge zwarte enkeerdgronden;
Bodemkaart van
leemarm en zwak lemig fijn
Nederland, WUR¹
zand Maaiveld hoogte
6,85 m +NAP
AHN²
Stijghoogte freatische grondwater
2,67 m +NAP
NAGROM³
Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting
Noord West
NAGROM³
In een grondwaterbeschermingsgebied?
Nee
INSPIRE View⁴
Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?
Nee
wkotool.nl⁵
Kwel / infiltratie (tussen deklaag en watervoerende
Infiltratie (0,5-1 mm/dag)
Klimaateffectatlas⁶
van het eerste watervoerend pakket
laag) ¹ https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm
² Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2)
³ NAGROM, Nationaal GROndwater Model ⁴ INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies ⁵ Betreft onttrekkingen die zowel vergunningsplichtig als meldingsplichtig zijn ⁶ Klimaateffectatlas stichting CAS, kwel en infiltratie huidig
5/10
Kenmerk
2.3
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Overzicht verdachte deellocaties
Historie deellocatie A Uit historisch kaartmateriaal (topotijdreis) blijkt dat op onderzoekslocatie A heeft bestaan uit akkerland/grasland sinds minimaal 1900. Het is niet exact bekend vanaf wanneer de locatie in gebruik is (geweest) als kleinschalig recreatiepark waarbij stacaravans aanwezig zijn op grasland. De camping bestaat in ieder geval al jaren. Verdachte activiteiten deellocatie A Uit het vooronderzoek komen geen verdachte activiteiten naar voren. Historie deellocatie B Uit historisch kaartmateriaal lijkt sinds minimaal 1900 tot 1956 bebouwing op locatie B aanwezig te zijn geweest. Na deze periode is de locatie in gebruik geweest als grasland/akkerland. Sinds 1950 is de huidige bebouwing aanwezig ten noorden van de locatie. Sindsdien lijkt de locatie onveranderd. Het te onderzoeken gedeelte is in gebruik als onverharde parkeerplaats. Verdachte activiteiten deellocatie B Op de locatie aan de Berkenweg 9 staat op bodemloket een registratie van een bovengrondse brandstoftank (start: onbekend; eind: 1994). De locatie bevindt zich minimaal 15 m ten zuiden van locatie B. Zowel de gemeente Elburg als de provincie Gelderland hebben geen relevante informatie beschikbaar over de tank. Uit een verkennend bodemonderzoek uit 2013 is op het perceel ten westen (deels overlappend met de registratie van de tank) geen verontreiniging met minerale olie gemeten.
Dit werd ook niet verwacht doordat de tank zich stroomafwaarts op geruime afstand van de locatie bevond. De grondwaterstromingsrichting is noordwestelijk. Op basis van luchtfoto’s is het aannemelijk dat de tank aanwezig is geweest nabij het huis of in de achtertuin. De afstand tot het huis is >20 meter. Vanwege de afstand wordt geen invloed van de tank op de bodemkwaliteit op deellocatie B verwacht.
2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Op zowel locatie A als B staan geen registraties op bodemloket van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Nabij locatie B (circa 23 m ten zuidwesten) is in 2013 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Grondvitaal BV (kenmerk: 1320105, 31-07-2013). Aanleiding voor het onderzoek betrof de aanvraag van een omgevingsvergunning. Zintuiglijk is enkel in de bovengrond een lichte bijmenging aan baksteen aangetroffen. Analytisch is in de bovengrond PCB en PAK boven de achtergrondwaarde gemeten. In de ondergrond waren geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde gemeten. In het grondwater is enkel nikkel boven de streefwaarde gemeten. Daarnaast staat een historisch onderzoek vermeld uit 2004 op de locatie aan de Berkenweg 9 door Royal Haskoning. Dit rapport is echter niet beschikbaar bij de gemeente Elburg of de provincie Gelderland.
6/10
Kenmerk
2.5
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Asbestverdachtheid van de bodem
Het vooronderzoek asbest is uitgevoerd volgens bijlage A uit de NEN 5725. Van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving zijn geen onderzoeken naar de aanwezigheid van asbest in de bodem bekend. Op locatie A zijn stacaravans aanwezig (geweest). Het is onbekend of hierbij asbest is toegepast (vooral bij afscheidingen en afdaken).
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op en/of nabij (<25 m) de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS-verbindingen als gevolg van puntbronnen 3. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS (inclusief aanpassing juli 2020) in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 4 als gevolg van atmosferische depositie. De kans op een verontreiniging met PFAS wordt beperkt geacht. Er is geen afvoer van grond voorzien tijdens de beoogde werkzaamheden. Om deze reden is onderzoek naar PFAS niet noodzakelijk. Wanneer in de toekomst grond van de locatie wordt afgevoerd is onderzoek naar PFAS (mogelijk) wel noodzakelijk.
2.7
Terreinverkenning
Op 16 maart 2021 is door Ramon (R.S.A.) Henning een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning zijn geen bijzonderheden waargenomen. Er bleek geen asbest te zijn toegepast in en rondom de caravans voor zover zichtbaar nabij locatie A. Daarnaast bleek op zo’n 7 m afstand van locatie A een schuur met een dak aanwezig te zijn wat op asbest lijkt. Volgens de eigenaar is het imitatie en aangebracht na 1993. Geconcludeerd is dat beide locaties niet verdacht zijn voor het voorkomen van asbest en geen verkennend asbestonderzoek noodzakelijk is.
2.8
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek
Op basis van het vooronderzoek zijn locatie A en B onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Op locatie B is geen asbest toegepast in en rondom de caravans. De locaties zijn onverdacht op het voorkomen van asbest. • Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond van locatie A • Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond van locatie B? • Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater?
3 Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 4 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en
Waterstaat, 8 juli 2019
7/10
Kenmerk
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
Om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden is de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV) uit de NEN 5740 gehanteerd. In overleg met de gemeente Elburg (mevrouw Fikse) is het voldoende om voor beide percelen een peilbuis te plaatsen. Omdat op het perceel aan de noordzijde, waar de stacaravans aanwezig zijn, de meeste activiteiten plaats vinden wordt hier de peilbuis geplaatst. De resultaten zijn dan representatief voor het perceel op de parkeerplaats.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd op dinsdag 16 maart 2021 door Ramon (R.S.A.) Henning. Het grondwater is bemonsterd op dinsdag 23 maart 2021 door Jan (J.M.A.) Bouwmeester. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Veldwerk
Aantal (locatie A)
Aantal (locatie B)
Boring tot circa 0,5 m -mv
2 (3 en 4)
2 (7 en 8)
Boring tot circa 2,0 m -mv
2 (2)
2 (5 en 6)
Boring met peilbuis tot 3,9 m -mv
1 (1)
-
Analyses
Aantal
Aantal (locatie B)
Standaard stoffenpakket grond
2
2
Standaard stoffenpakket grondwater2
1
-
1
1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),
2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof
minerale olie (GC)
3.3
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is niet afgeweken van de vigerende protocollen.
4 Resultaten 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
De bodem is op beide deellocaties opgebouwd uit fijn zand waarbij vanaf 3 m -mv tot 3,90 m -mv matig grof zand aanwezig is op locatie A. Zintuiglijk is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1.
8/10
Kenmerk
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Tabel 4.1 Veldmetingen Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv) 1
2,90
GWS
pH
(m -mv)
3,90
23.03.2021
EC (μS/cm)
(-)
2,61
Troebelheid
3,60
(ntu)
828
8
De gemeten waarden voor EC en troebelheid worden als normaal beschouwd. De pH is verlaagd gemeten (< 5,0). Doordat er verder geen opvallende concentraties gemeten zijn is het een onbekende oorzaak waardoor de pH verlaagd gemeten is.
4.2
Resultaten grond en grondwater
In de tabellen 4.2 en 4.3 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng)monster
Deelmonster
Diepte
Textuur en
> AW
>T
>I
BBK#
(m -mv)
bijzonderheden
0-0,5
Fijn zand
-
-
-
AT
0,5-2
Fijn zand
-
-
-
AT
0-0,5
Fijn zand
-
-
-
AT
0,55-2
Fijn zand
-
-
-
AT
Deellocatie A BG 1
1-1, 2-1, 3-1, 4-1
OG 1
1-2, 1-4, 1-5, 2-2, 2-4, 2-5
Deellocatie B BG 2
5-1, 6-1, 7-1, 8-1
OG 2
5-2, 5-3, 5-4, 6-2, 6-3, 6-4
#
Indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit, waarbij AT=Altijd Toepasbaar
Aw: Achtergrondwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijding door de geanalyseerde parameters
Tabel 4.3 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling (cm-mv)
>S
>T
>I
Pb 1
290-390
-
-
-
S: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters
4.3
Interpretatie onderzoeksresultaten
Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond van locatie A? In de grond zijn geen waarnemingen gedaan van bodemvreemde materialen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de boven-als ondergrond geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde zijn gemeten. De bodemkwaliteit is indicatief beoordeeld als klasse Altijd Toepasbaar.
9/10
Kenmerk
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond van locatie B? In de grond zijn geen waarnemingen gedaan van bodemvreemde materialen en/of asbest. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de boven-als ondergrond geen van de geanalyseerde parameters boven de achtergrondwaarde zijn gemeten. De bodemkwaliteit is indicatief beoordeeld als klasse Altijd Toepasbaar. Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater? In het grondwater zijn geen van de geanalyseerde parameters boven de streefwaarde gemeten.
5 Conclusies en aanbevelingen Met het onderliggend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op beide deellocaties aan de Berkenweg 7 te Doornspijk vastgesteld. Geconcludeerd wordt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen verkoop. Zowel in de grond als het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Daarnaast wordt de grond op basis van de onderzoeksresultaten als asbest onverdacht beschouwd. Toekomstig grondverzet Bij eventueel toekomstig grondverzet vormt dit onderzoek geen geldig bewijsmiddel, maar geldt het als indicatie voor de kwaliteit van de af te voeren grond. Bij grondverzet en afvoer van grond vanaf de locatie kan het daarom noodzakelijk zijn een partijkeuring volgens de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit uit te voeren.
10/10
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Regionale ligging onderzoekslocatie
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Kaart situering monsternemingspunten
4 2
!
1
3
5
8
!
7
6
!
0
10
Opdrachtgever
Schaal
B. Lankman
Boring Boring tot 0,5 meter Peilbuis
Locatiegrens
Status
1:800
Definitief
Project
Formaat
Projectnummer
Titel
Datum 26-03-2021
Tekeningnummer
Doornspijk Berkenweg 7
!
´
20 m
Situering monsterpunten
A4
Get.
Gec.
TEGSIS mje
1280725
1
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1280725MJE-V01-mfv-NL
Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen • Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.