CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Toelichting_Ecologische quickscan

Raadsvergadering 5 februari 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Doornspijk, Rode Landsweg 288.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Ecologische quickscan

Rode Landsweg 28c te Doornspijk In h e t k ade r van e e n h e r zi e n i n g v a n h e t be st e m m i n g s p l a n

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl

Colofon Titel

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c te Doornspijk

Betreft Ecologische quickscan Locatie

Rode Landsweg 28c, 8085 SM Doornspijk

Uitvoering

De Slijpkruik Ecologie B.V.

Auteur

M. IJmker

Tweede lezer

J. Mossink

Contactpersoon

M. IJmker (ijmker@deslijpkruik.nl)

Opdrachtgever

Thornspick Beheer B.V.

Datum

20-08-2022

Status

Versie 1

Projectcode

22ALF06

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Inhoud 1 Inleiding 4 1.1

Aanleiding en doel

1.2

Beschrijving locatie en ingreep

1.3

Opzet onderzoek

1.4 Kwaliteitsborging 2

Resultaten beschermde flora en fauna

8

2.1

Bron- en literatuuronderzoek

2.2

Vaatplanten

2.3

Vogels

2.4

Vleermuizen

2.5

Overige zoogdieren

2.6

Reptielen

2.7

Amfibieën

2.8

Vissen

2.9

Overige soortgroepen

2.10

Algemeen

3.

Gebiedsbescherming 19

3.1

Natura 2000

3.2

Provinciaal natuurbeleid

3.3

Toets Houtopstanden Wnb en gemeentelijk groenbeleid

4.

Conclusies

4.1

Overzicht van de bevindingen

4.2

Conclusies en aanbevelingen

22

Bijlagen 25 Bijlage A Wettelijk Kader

3

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1

Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie een ecologische quickscan uit in verband met de voorbereiding van een herziening van het bestemmingsplan, sloop en nieuwbouw. Op voorhand is niet uitgesloten dat de ontwikkelingen leiden tot effecten op beschermde soorten of gebieden (Natura 2000, Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone). De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming, onderdeel ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’. Het onderzoek dient ter beantwoording van de volgende vragen: • Komen er (mogelijk) beschermde soorten van de Wet natuurbescherming voor in (de directe omgeving van) het plangebied? Wat zijn de mogelijke effecten van het voornemen op deze soorten? • Liggen binnen het beïnvloedingsgebied van het project beschermde natuurgebieden (Natura 2000, GNN, GO) en zijn negatieve effecten op deze gebieden wel of niet op voorhand uit te sluiten? • Is aanvullend onderzoek nodig? De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/ compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. Naast de soortbescherming is een beoordeling gemaakt van de gebiedsbescherming.

In dat kader is een inschatting gemaakt van de mogelijke ecologische gevolgen van de voorgenomen ingreep ten aanzien van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Kap van bomen behoort niet tot de ontwikkelingsplannen, een Toets houtopstanden is op voorhand niet aan de orde. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De onderzoekslocatie betreft een recreatieterrein met enkele gastenverblijven en een woonhuis buiten de bebouwde kom van Doornspijk in de gemeente Elburg, provincie Gelderland (afbeelding 1.1 en 1.2). Op dit terrein wordt nieuwbouw gerealiseerd in de vorm van een tweekapper met bijgebouwen, een kapschuur, en twee B&B-verblijven. Hiertoe worden twee vervallen vakantiewoningen gesloopt en wordt de natuurfunctie van het terrein uitgebreid door vervanging van uitheemse heggen en plantsoen (o.a. coniferen, laurierkers) met inheemse beplanting. Enkele recreatieve voorzieningen, o.a. in de vorm van stacaravans en tenten, worden verwijderd om meer ruimte te maken voor de natuur. Daarnaast wordt een bestaande poel vergroot, met als doel om meer water vast te houden in het gebied. Deze poel wordt tevens aangesloten op bestaande watergangen. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek, een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies.

Voor het bronnenonderzoek zijn de NDFF-gegevens van de afgelopen 5 jaar binnen een straal van circa 1 kilometer rond de projectlocatie opgevraagd. Van bepaalde soorten zijn daarnaast gegevens opgezocht via verspreidingsatlassen en -websites.

4

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

De locatie is op 3 augustus 2022 bezocht door M. IJmker, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder zonnige omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 24 °C. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer.

Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

5

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 1.1: Kaart met globale ligging van de onderzoekslocatie (blauwe cirkel) ten opzichte van Doornspijk en Nunspeet. Schaal 1:24000. Bron ondergrond: Pdok Viewer BRT Achtergrondkaart (app.pdok.nl/viewer).

Afb. 1.2: Luchtfoto van de onderzoekslocatie (rood omlijnd) met de te slopen bebouwing (rode kaders), de te verwijderen tenten en stacaravans (gele kaders) en de uit te breiden poel (blauw kader). In het noordelijk deel van het plangebied (buiten kader) vinden geen ontwikkelingen plaats. Bron ondergrond: Pdok Viewer luchtfoto (app.pdok.nl/viewer).

6

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 1.3: Inrichtingsschets beoogde situatie. In totaal voorziet de nieuwe situatie in een nieuwe tweekapper met bijgebouwen, een nieuwe kapschuur en twee nieuwe B&B-verblijven. Bron: Poortvliet en partners.

7

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2

Resultaten bescher mde f lora en fauna 2.1 Bron- en literatuuronderzoek In onderstaande tabel zijn de gegevens weergegeven van waarnemingen van de afgelopen 5 jaar in de directe omgeving (circa 1 kilometer) van het plangebied per soort(groep) vanuit de NDFF (Nationale Databank Flora & Fauna). Soortgroep

Soorten

Aantal

Beschermingsregime

Vogels

Braamsluiper Grasmus Groene specht Grote lijster Heggenmus Holenduif Putter Steenuil Zwarte roodstaart

2 1 1 1 1 1 1 4 3

VR VR VR - categorie 5 VR VR VR VR VR - categorie 1 VR - categorie 5

Vaatplanten

Vleermuizen

Overige zoogdieren

Overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen & ongewervelden)

-

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Das Eekhoorn Haas Ree Steenmarter Vos Wezel Wolf -

-

17 4 7 2

1 4 2 2 2 2 2 145 -

-

HR HR HR HR

Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten HR -

2.2 Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde planten bekend uit de omgeving. Het onbebouwde deel van het terrein bestaat grotendeels uit aangelegd (bos-)plantsoen en intensief beheerde grasvelden. Dit zijn over het algemeen geen geschikte omstandigheden voor beschermde planten. Aanwezigheid van beschermde planten is daarom uitgesloten en deze zijn dan ook niet aangetroffen. Wel is vastgesteld dat de reuzenbalsemien voorkomt in het plangebied (afbeelding 2.18).

8

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Reuzenbalsemien is een plant die op de Europese Unielijst van invasieve exoten staat. De soort is moeilijk te bestrijden, doordat deze zicht makkelijk verspreid met zaden die wegspringen bij aanraking. Het verwijderen van het bovengrondse deel van de planten is de meest effectieve methode om verspreiding te voorkomen. De planten moeten kort boven de grond worden gemaaid om uitgroei en bloemvorming te voorkomen. Zaden kunnen twee jaar kiemkrachtig blijven, dus wordt aangeraden om groeiplaatsen gedurende minimaal twee groeiseizoenen te controleren en waar nodig bestrijding te herhalen. De reuzenbalsemien is een éénjarige plant, dus het uitgraven van wortels is niet nodig. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor beschermde flora ontbreken. Negatieve effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. Houdt wel rekening met de aanwezigheid van de invasieve exoot reuzenbalsemien. Voorkom dat deze soort zich kan voortplanten en verspreiden door de planten kort bij de grond af te maaien, voordat de plant zaad zet. 2.3 Broedvogels 2.3.1 Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen.

Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Het betreft bijvoorbeeld belangrijk jachtgebied van uilen en roofvogels of schuilen slaapplekken van huismussen. In het portaal van het voormalig toiletgebouw zijn enkele nesten aangetroffen (afbeelding 2.6). Aan de hand van de quickscan kon niet worden vastgesteld van welke vogelsoort de nesten zijn. Het is op voorhand niet uit te sluiten dat deze gebruikt worden als vaste rust- en voortplantingsplaats van huismus. Voor huismus is onder de dakrand een geschikte opening aanwezig om de nesten te bereiken. Tijdens het locatiebezoek zijn geen huismussen waargenomen, maar het is niet mogelijk om aanwezigheid op grond hiervan uit te sluiten, mede omdat het bezoek buiten het broedseizoen is uitgevoerd. Bij de sloop van het toiletgebouw is nader onderzoek nodig voor huismus. Volgens het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017) kan aangenomen worden dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april 1/m 15 mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond.

Volgens het Soortinventarisatieprotocol van het NGB kunnen de datumgrenzen 1 april - 20 juni gehanteerd worden. De inventarisaties moeten worden uitgevoerd door een erkend deskundige (voor definitie zie website van de Rijksoverheid) en onder geschikte omstandigheden. Indien nestplaatsen worden aangetroffen in de te slopen bebouwing leiden de werkzaamheden tot overtreding van verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1 lid 2 (vernielen of beschadigen nestplaatsen) en mogelijk lid 1 (doden) en lid 4 (opzettelijk storen). Er dient in dat geval een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. De ontheffingsaanvraag dient te worden vergezeld van een activiteitenplan waarin onder andere mitigerende en compenserende maatregelen beschreven worden om negatieve effecten tot een minimum te beperken. Maatregelen bestaan onder meer uit het tijdig treffen van tijdelijke en permanente alternatieve verblijfplaatsen en het werken buiten kwetsbare perioden (broedseizoen en strenge vorstperioden). In de beoordeling dient ook de functionele leefomgeving van huismussen (zoals slaapplekken en foerageergebied) te worden meegenomen, omdat deze van belang kan zijn voor het functioneren van nestplaatsen. Grote nesten of horsten in de bomen zijn niet aangetroffen, maar niet alle bomen waren volledig te inspecteren door de omvang van het plangebied en ontoegankelijkheid op sommige plaatsen

9

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

door dichte bosschages. Er geen plukresten, braakballen of andere sporen waargenomen binnen het plangebied, maar de bewoner maakte wel melding van soms uilen te horen. Nesten van bosuil of andere roofvogels zijn daarom niet uitgesloten. Bij kap van bomen zal aanvullend onderzoek nodig zijn om vast te stellen of er ten aanzien van deze soorten sprake is van overtreding van verbodsbepalingen en daarmee ontheffingsplicht. Echter, kap van bomen behoort op dit moment niet tot de ontwikkelingsplannen. Een deel van de bebouwing heeft pannendaken, waardoor deze geschikt zijn voor vogels met jaarrond beschermde nesten die in gebouwen broeden, zoals huismus, maar omdat de desbetreffende bebouwing niet wordt gesloopt is hiervoor geen vervolgonderzoek nodig. Het toiletgebouw heeft verder een zolder die mogelijk geschikt is voor bijvoorbeeld uilen (afbeelding 2.16), maar deze is voor vogels niet toegankelijk door een gebrek aan invliegopeningen van voldoende grootte. De zolder van één van de te slopen vakantiewoningen is wel toegankelijk voor vogels, maar het dak is zeer vervallen en daardoor onbeschut om als geschikte verblijfplaats te dienen voor vogels met een jaarrond beschermde verblijfplaats. Bovendien zijn hier geen nesten aangetroffen, en ook geen braakballen of uilenveren. Wel kan de zolder mogelijk gebruikt worden door algemene broedvogels.

Toekomstige broedgevallen van algemene broedvogels, zoals winterkoning, zijn niet uitgesloten want deze stellen minder eisen aan hun broedplek. Ook de overige gebouwen die op de planning staan gesloopt of verwijderd te worden zijn ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermde nesten, doordat deze rondom goed zijn afgesloten. In een aantal bomen verspreid op het terrein is de aanwezigheid van holtes, spechtengaten en nesten waargenomen. In deze bomen kunnen diverse soorten nestelen zoals koolmees, boomkruiper, boomklever, spreeuw of grote bonte specht, waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen jaarrond beschermd is (categorie 5 op de lijst jaarrond beschermde nesten). Groene specht werd tijdens het veldbezoek gezien. Echter, overtreding van verbodsbepalingen is ook hier niet aan de orde, omdat deze bomen behouden blijven. Effect: Er zijn een aantal nesten aangetroffen in het toiletgebouw welke mogelijk gebruikt worden door huismussen. Nesten van huismus zijn jaarrond beschermd. Omdat er sprake is van sloop is aanvullend onderzoek naar huismus noodzakelijk om aan- of afwezigheid van vaste nestplaatsen vast te stellen. Indien deze aanwezig zijn leiden de werkzaamheden tot overtreding van één of meer verbodsbepalingen van de Wnb en is een ontheffing van de provincie Gelderland vereist.

2.3.2 Overige broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn onder andere merel, koolmees, houtduif, ekster en zwarte kraai waargenomen binnen het plangebied. Deze soorten zijn allemaal nestelend te verwachten in het broedseizoen. Dit geldt voor alle vormen van opgaand groen binnen het plangebied en voor de diverse nestkasten die verspreid op het terrein zijn opgehangen, in het bijzonder die aan te slopen of te verwijderen objecten zijn bevestigd (afbeelding 2.14). Ook is de vervallen zolder van één van de vakantiewoningen toegankelijk als nestplaats voor algemene broedvogels. Wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen bezette nesten verstoord, beschadigd of vernield worden. Dit is in alle gevallen verboden en dient voorkomen te worden. Om negatieve effecten op broedvogels te voorkomen moeten dergelijke werkzaamheden aan of in de buurt van opgaand groen daarom buiten het broedseizoen uitgevoerd worden, tenzij er maatregelen genomen worden waarbij verstoring of vernieling voorkomen wordt. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen.

Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. * https://www.rvo.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-of-vrijstelling/ecologisch-deskundige

10

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Tijdens het broedseizoen zijn negatieve effecten op overige broedvogels niet uitgesloten. Verstoring, beschadiging of vernieling van bezette nesten is in strijd met de Wet natuurbescherming en dient in alle gevallen voorkomen te worden. De kans op broedgevallen in gevelbegroeiing en opgaande begroeiing binnen invloedssfeer van de werkzaamheden is het grootst in de periode half maart - half augustus, maar eerdere of latere broedgevallen zijn mogelijk. Bij voorkeur worden de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd, of worden preventieve maatregelen genomen om broedgevallen te voorkomen zoals het verwijderen van opgaand groen buiten het broedseizoen. Tijdens het broedseizoen kunnen werkzaamheden alleen worden uitgevoerd wanneer een broedvogelcheck uitwijst dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. De broedvogelcheck moet worden uitgevoerd door een erkend broedvogeldeskundige*. 2.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen.

Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes), en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. In de omgeving rondom het plangebied in de laatste vijf jaar NDFF-waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, en ruige dwergvleermuis. 2.4.1 Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden uitsluitend of gedeeltelijk in gebouwen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er soorten die hoofdzakelijk in bomen verblijven. Holten, scheuren en ruimtes achter losse stukken bast vormen bijvoorbeeld geschikte verblijfplaatsen. Er zijn ook soorten die zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. De te slopen bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, doordat de betimmeringen en daklijsten rondom nauw aansluiten, te laag bij de grond zitten, of doordat openingen in kapotte daken te groot zijn om voldoende beschutting te bieden. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de te slopen bebouwing is daarom uitgesloten. Vervolgonderzoek is hiervoor dus niet nodig.

Voor vleermuizen zijn binnen het plangebied een aantal bomen aangetroffen met potentiële verblijfplaatsen in de vorm van holtes en/of losse stukken schors. Gezien de omvang van het gebied en de bosrijke omgeving is het niet uitgesloten dat er nog andere bomen met holtes, scheuren of losse stukken schors die geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Te verwachten soorten zijn met name gewone- en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Tevens zijn twee vleermuiskasten opgehangen bij de grote schuur centraal op het terrein en de eigenaar heeft aangegeven dat de kast aan de zuidkant van dit gebouw in gebruik is door vleermuizen (afbeelding 2.11). Deze kasten, en ook de schuur, en bomen met holtes of scheuren blijven behouden. Ook hiervoor is geen vervolgonderzoek nodig. 2.4.2 Foerageergebied en vliegroutes De bomen en opgaande begroeiing binnen het plangebied vormen geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Het is aannemelijk dat vleermuizen daadwerkelijk boven het plangebied foerageren. Het belang van het plangebied is op voorhand beperkt door de aanwezigheid van voldoende alternatieven in de directe omgeving in de vorm van opgaande begroeiing, bomenrijen en bosgebied. Vanwege de vermoedelijke functie van het plangebied als nietessentieel foerageergebied, dient vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming,

11

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

onnodige lichtverstoring van foerageergebied in de actieve periode voorkomen te worden. Dit kan door werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren. Als er in de periode half maart t/m oktober toch tussen zonsondergang en zonsopkomst verlichting wordt toegepast dan zijn maatregelen nodig om lichtverstoring te voorkomen. Voorkom uitstraling van kunstlicht richting de bomen op het terrein. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig. Van aantasting van (mogelijke) vliegroutes is geen sprake door het ontbreken van lijnvormige structuren binnen het plangebied. Effect: Een effect op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen is uitgesloten, omdat geen geschikte, toegankelijke ruimtes aanwezig zijn in de te slopen bebouwing. Binnen het plangebied zijn op diverse plekken bomen met holtes en losse stukken schors aangetroffen. Wanneer er bomen met holtes en andere mogelijke verblijfplaatsen gekapt worden is nader onderzoek nodig om vast te stellen of deze bomen een functie als verblijfplaats hebben voor vleermuizen. Het onderzoek zal in dat geval moeten plaatsvinden conform de richtlijnen van het meest recente Vleermuisprotocol.

Als daaruit blijkt dat bomen gekapt worden die een functie hebben als verblijfplaats dan zijn vervolgstappen zoals het aanvragen van een ontheffing en het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen noodzakelijk. Echter, kap van bomen behoort op dit moment niet tot de plannen. Mogelijk wordt het plangebied gebruikt als niet-essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Beperk lichtverstoring van foeragerende en passerende vleermuizen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is. Lichtverstoring kan voorkomen of beperkt worden door in de actieve periode van vleermuizen (globaal april t/m oktober) werkzaamheden alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren. Wanneer toch gebruik gemaakt wordt van bouwverlichting moet uitstraling van kunstlicht richting de boomkronen voorkomen worden. Dit geldt ook voor verlichting in de toekomstige gebruiksfase. Andere manieren om lichtverstoring te beperken zijn bijvoorbeeld het toepassen van armaturen die uitstraling naar boven voorkomen, het beperken van de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter en/ of het toepassen van verlichting met vleermuisvriendelijke frequenties (amberkleurige ‘batlampen’). 2.5 Overige zoogdieren Onder “overige zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters, herten, zwijnen, marters en de wolf.

In de omgeving komen diverse grondgebonden zoogdieren voor. Er zijn geen beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, of sporen hiervan, tijdens het veldbezoek binnen het plangebied waargenomen, maar de eigenaar maakte wel melding van de aanwezigheid van bunzing en ree op het terrein. Er is een nestholte aangetroffen in de te slopen chalet met in een verticale lijn daaronder klim- en krabsporen (afbeelding 2.10). Mogelijk is deze holte in gebruik als vaste rust- of voortplantingsplaats van marterachtigen zoals steenmarter, boommarter of bunzing. Uit NDFFgegevens blijkt aanwezigheid van ten minste steenmarter in de omgeving. Bij sloop van het chalet is nader onderzoek nodig om aanwezigheid uit te sluiten. Dit kan gedaan worden door gedurende tenminste 3 weken in het voortplantingsseizoen, dat globaal loopt van 15 maart tot 1 september, cameravallen te plaatsen op strategische locaties. Als steenmarter aanwezig blijkt te zijn, leiden de werkzaamheden tot overtreding van verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1 lid 2 (vernielen of beschadigen nestplaatsen) en mogelijk lid 1 (doden) en lid 4 (opzettelijk storen). In dat geval is een ontheffing van de provincie Gelderland noodzakelijk.

De ontheffingsaanvraag dient te worden vergezeld van een activiteitenplan waarin onder andere mitigerende en compenserende maatregelen beschreven worden om negatieve effecten tot een minimum te beperken. Maatregelen bestaan onder meer uit het tijdig treffen van tijdelijke en permanente alternatieve verblijfplaatsen en het werken buiten kwetsbare perioden. In de beoordeling dient ook

12

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

de functionele leefomgeving van steenmarter, zoals foerageergebied, te worden meegenomen, omdat deze van belang kan zijn voor het functioneren van verblijfplaatsen. De zolder van het voormalig toiletgebouw is in principe toegankelijk voor marterachtigen. De grote open ruimte was goed overzichtelijk en hier zijn geen sporen van deze soorten waargenomen tijdens het veldbezoek. Bovendien biedt de open structuur van de zolder onvoldoende beschutting om te dienen als vaste rust- of voortplantingsplaats voor marterachtigen. Tevens is tijdens het locatiebezoek op de zolder een rustende huiskat aangetroffen en het is onwaarschijnlijk dat een marterachtige gebruik zou maken van dezelfde zolder aangezien katten en marters normaal gesproken geen ruimtes met elkaar delen als er geen verstopplekken zijn voor de marter. De andere te slopen gebouwen waren ontoegankelijk; één verkeerde nog in relatief goede staat en zat aan alle kanten goed dicht. Van de ander was het dak zeer vervallen, maar deze was volledig ingepakt met zeil en de muren en ramen waren allen nog intact en gesloten. De derde te slopen vakantiewoning was te vervallen om veilig te betreden.

Het dak was zo goed als open door aanwezigheid van grote gaten in de rieten kap, maar dit dak is voor marters moeilijk te bereiken door de overstekende dakrand en een gebrek aan structuren om anderzijds op het dak te komen, zoals struiken of klimop. Aan één kant van de woning was een mogelijkheid voor een klimroute naar het dak, door de aanwezigheid van een ruwe houten wand. Hierop werden echter geen klim- of krabsporen waargenomen. Bovendien was de begane grond goed te inspecteren door de ramen en hier werden geen sporen van marterachtigen waargenomen. Ook deze vervallen vakantiewoning wordt dus niet gebruikt als vaste rust- of voortplantingsplaats door marterachtigen. Onder de te verwijderen stacaravans zijn ook geen sporen van marterachtigen of andere (beschermde) grondgebonden zoogdieren aangetroffen. De stacaravans zelf waren volledig ontoegankelijk voor al dan niet beschermde zoogdieren, doordat de buitenbekleding en daken overal nauw op elkaar aansloten. Verspreid op het terrein zijn bosschages aanwezig met daarin verschillende soorten loofbomen en struiken. Deze zijn mogelijk onderdeel van het leefgebied van steenmarter, boommarter of kleine marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn). Naast rust- of voortplantingsplaatsen kan de beplanting voor deze soorten ook onderdeel zijn van jachtgebied.

Ingrepen in de dichte vegetatie zijn relatief kleinschalig en richten zich met name op het vervangen van uitheemse soorten door inheemse flora welke past binnen het (beboste) gebied, waardoor het gebied in de toekomst juist geschikter zal worden als functionele leefomgeving. Het is dus ook niet waarschijnlijk dat de voorgenomen plannen op het gebied van natuurontwikkeling een negatief effect hebben op marterachtigen. Werk bij verwijdering van dicht struikgewas zoveel mogelijk in één richting en voer de werkzaamheden in een rustig tempo uit, zodat eventueel aanwezige dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten. Das komt in de omgeving voor en foerageert mogelijk in de nabijgelegen weilanden. Binnen het plangebied ontbreekt ieder spoort van de soort en er is geen dassenburcht binnen de invloedssfeer van het plangebied. Het is daarom uitgesloten dat het terrein een belangrijke functie voor dassen heeft. Ook voor vos en wolf is om vergelijkbare redenen uitgesloten dat het plangebied onderdeel is van de functionele leefomgeving. Het plangebied is geschikt voor eekhoorn en vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van eekhoorn in de omgeving. Eekhoornnesten zijn niet aangetroffen, maar het is mogelijk dat eekhoorns in het plangebied voorkomen. Doordat bomen behouden blijven is een wezenlijk effect op de functionaliteit van het gebied voor eekhoorns niet aan de orde.

De overige te verwachten soorten zijn niet beschermd of er geldt een provinciale vrijstelling van de ontheffingsplicht voor het overtreden van verbodsbepalingen in geval van ruimtelijke ingrepen. Het gaat dan met name om soorten als bosmuis, rosse woelmuis, bosspitsmuis, ree, konijn en bruine rat.

13

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Effect: Op voorhand is niet uitgesloten dat het plangebied een functie heeft als verblijfplaats en foerageergebied voor boommarter, steenmarter of kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Dit zijn allen nationaal beschermde marterachtigen waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt. Het te slopen chalet is geschikt als vaste rust- of voortplantingsplaats voor steenmarter, boommarter en bunzing. Er is een opening naar een holle ruimte aanwezig en er zijn krabsporen zichtbaar op de planken eronder. Aanvullend onderzoek is nodig om te bepalen of het chalet een functie heeft voor marterachtigen. Het onderzoek kan worden uitgevoerd met behulp van wildcamera’s. Van wezenlijke aantasting van het jachtgebied is geen sprake. Door de omvorming naar een natuurlijk bostype kan de kwaliteit van het potentiële leefgebied als jachtgebied toenemen. Voor de overige beschermde zoogdieren die in de omgeving voorkomen heeft het plangebied geen functie. Binnen het plangebied worden verder verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten zoals de bruine rat, bosmuis en huisspitsmuis verwacht. Omdat voor deze soorten een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt.

2.6 Reptielen In de omgeving rondom het plangebied zijn in de laatste vijf jaar geen NDFF-waarnemingen bekend van reptielen. De dichtsbijzijnde waarnemingen zijn afkomstig van de heidevelden, stuifzand en bosranden van de Veluwe. Het merendeel van die waarnemingen betreft zandhagedis. Daarnaast zijn ook levendbarende hagedis en hazelworm gezien. Voor deze soorten ontbreekt binnen het plangebied geschikt leefgebied in de vorm van overgangen tussen bos en schraal grasland of heide. Bovendien ontbreken geschikte voortplantingsplaatsen in de vorm van lagen los zand met voldoende dikte. Het plangebied ligt bovendien in een overwegend agrarische omgeving, een voor reptielen geschikte verbinding met mogelijke bestaande leefgebieden ontbreekt. Aanwezigheid van reptielen is daarom redelijkerwijs uitgesloten. Effect: De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot negatieve effecten op reptielen. Het uitvoeren van nader onderzoek naar reptielen is daarom niet nodig. Door een ander beheer en het aanbrengen van bijvoorbeeld zonnige plekken kan de aantrekkelijkheid voor met name hazelworm vergroot worden, maar gezien het ontbreken van geschikte verbindingen tussen bestaand leefgebied en het plangebied is de kans op vestiging klein. 2.7 Amfibieën Er zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën uit de omgeving bekend en deze zijn bij het locatiebezoek ook niet aangetroffen.

Binnen het plangebied zijn enkele sloten en een poel aanwezig, maar deze komen in de zomer soms droog te staan. Geschikt voortplantingswater voor amfibieën is dus maar in zeer beperkte mate aanwezig. Mogelijk wordt het terrein gebruikt door enkele algemene soorten die zich relatief ver van water bewegen: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling. De bestaande poel wordt momenteel met name gevoed door grondwater. Men is voornemens om de bestaande poel uit te breiden en aan te sluiten op de aanwezige sloten, zodat de watercapaciteit wordt verhoogd. Het doel is om meer water vast te houden in het gebied, dus mogelijk leiden deze ontwikkelingen ertoe dat het gebied in de toekomst beter geschikt is voor amfibieën. Effect: De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot negatieve effecten op beschermde amfibieën. Het uitvoeren van nader onderzoek naar beschermde soorten uit deze soortgroep is daarom niet nodig. Mogelijk wordt het plangebied geschikter voor amfibieën naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkelingen.

14

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.8 Vissen Permanent oppervlaktewater is niet aanwezig binnen het plangebied, dus geschikt leefgebied voor vissen ontbreekt. Aanwezigheid van vissen is dus op voorhand uitgesloten en eventuele effecten zijn niet aan de orde. 2.9 Overige soortgroepen Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op relatief korte afstand van de projectlocatie. Binnen 1,5 km is hier van de afgelopen 5 jaar een enkele waarneming bekend van de beschermde keversoort vliegend hert. De verspreidingscapaciteit van deze soort is echter beperkt, slechts bij uitzondering zijn verplaatsingen bekend tot 1,5 km. Bovendien zijn binnen het plangebied geen oude (eiken) stobben aangetroffen, welke als broedstoof zouden kunnen dienen. Aanwezigheid van vliegend hert is derhalve uitgesloten. Er zijn geen andere waarnemingen bekend van beschermde overige soortgroepen en deze zijn ook niet aangetroffen. Effect: De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen. Het uitvoeren van nader onderzoek naar beschermde soorten uit deze soortgroepen is daarom niet nodig. 2.10 Algemeen • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden.

Dit kan door te werken buiten de kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperioden van soorten, en door werkzaamheden in rustig tempo en zoveel mogelijk in één richting uit te voeren, zodat eventueel aanwezige dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

15

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.1: Typerend voor het terrein: delen zijn ingericht ter recreatie met intensief beheerd gazon, afgebakend met hagen van laurierkers en omgeven door dicht bosplantsoen.

Afb. 2.2: Dichte bosschages langs de paden. Deel van de ontwikkelingen is om dichte (uitheemse) beplanting te verwijderen voor meer open bos structuur. Bomen blijven behouden.

Afb. 2.3: Vooraanzicht van het plangebied. Op de Afb. 2.4: Pannendaken geschikt voor soorten als voorgrond (grasveld) de geplande locatie van een huismus. Deze bebouwing blijft behouden. tweekapper.

Afb. 2.5: Oude, zeer vervallen vakantiewoning in de Afb. 2.6: In het toiletgebouw zijn enkele nesten hoek van het plangebied met grote gaten in het aanwezig (rood kader) met een invliegopening dak. onder de golfplaat zoals te zien aan de lichtinval. Mogelijk in gebruik door huismus

16

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.7: Binnenzijde van vervallen vakantiewoning Afb. 2.8: Dakranden van de te slopen (vervallen) is goed overzichtelijk en sporen van beschermde vakantiewoningen sluiten rondom goed aan. Nest soorten ontbreken. van vermoedelijk winterkoninkje (rode cirkel) aan de dakrand van de vervallen vakantiewoning.

Afb. 2.9: Kapot dak van een te slopen vakantiewoning Afb. 2.10: Nestholte in te slopen chalet, wordt is strak ingepakt met zeil, waardoor er rondom mogelijk gebruikt door steenmarter of een andere geen openingen aanwezig zijn. marterachtige. Onder de opening zijn klim- en krabsporen zichtbaar

Afb. 2.11: Te behouden kapschuur met, waarschijnlijk Afb. 2.12: Te behouden bomen met holtes (rode bezette, vleermuiskast (rode cirkel) aan de zuidkant. cirkel) en losse schors, welke mogelijk geschikt zijn voor beschermde soorten.

17

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.13: Overwoekerde stacaravan. Ondanks Afb. 2.14: Aan een tweede stacaravan zijn nestkasten de slechte staat zijn er geen openingen in de opgehangen, houdt bij het verwijderen van de structuur waargenomen en ook nesten zijn er niet caravan rekening met mogelijk bezette nestkasten aangetroffen. tijdens het broedseizoen.

Afb. 2.15: Nest in de houtopslag, vermoedelijk van Afb. 2.16: De zolder van het toiletgebouw is kauwen. De houtopslag blijft behouden. ontoegankelijk voor uilen. Tevens is er te weinig beschutting om te dienen als vaste rust- of voortplantingsplaats voor marterachtigen.

Afb. 2.17: Huidige staat van de poel, welke men Afb. 2.18: De invasieve exoot reuzenbalsemien is voornemens is uit te breiden. veelvuldig aanwezig op het terrein.

18

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3

Gebiedsbescher ming

De Wet natuurbescherming maakt onderscheid tussen soort- en gebieds­ bescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van b ­ eschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en overige onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland en de beoordeling of er van het voornemen een (in)direct effect uitgaat behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig.

3.1 Natura 2000-gebied Het plangebied ligt in de buurt van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (afbeelding 3.1). De kortste afstand tussen het plangebied en de Veluwe is ongeveer 700 meter. Het plangebied ligt daarmee binnen de beïnvloedingssfeer van stikstofgevoelige habitattypen. Voor het Natura2000-gebied ‘Veluwe’ zijn 18 verschillende habitatttypen aangewezen, deze zijn onder andere terug te vinden in het aanwijzingsbesluit ‘Natura 2000-gebied Veluwe’ De volgende habitatrichtlijnsoorten zijn voor de Veluwe aangewezen: • gevlekte witsnuitlibel • vliegend hert • beekprik • rivierdonderpad • kamsalamander • meervleermuis • drijvende waterweegbree Verder is het gebied aangewezen voor de volgende broedvogels: • wespendief • nachtzwaluw • ijsvogel • zwarte specht • boomleeuwerik • duinpieper • grauwe klauwier • draaihals • roodborsttapuit • tapuit Volgens de ‘effectenindicator Natura 2000’ dienen voor Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en de activiteit ‘landrecreatie’ de volgende storingsfactoren beoordeeld te worden: • Oppervlakteverlies • Verontreiniging • Verstoring door geluid • Verstoring door licht • Optische verstoring • Verstoring door mechanische effecten Naast deze factoren kan ook stikstof leiden tot negatieve effecten op aangewezen habitattypen en leefgebied van soorten. Het aspect stikstof is geen onderdeel van onderhavig onderzoek.

Hiervoor zal afzonderlijk een stikstofberekening en effectbepaling opgesteld worden. De bestemmingsplanwijziging en bijbehorende ontwikkelingen hebben geen betrekking op gronden binnen het Natura 2000-gebied. Er is dus geen sprake van oppervlakteverlies. Een verandering in de mate van landrecreatie in het plangebied zal niet leiden tot verontreiniging aangezien er geen sprake is van uitstoot van schadelijke stoffen. Bovendien is er door de

19

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

voorgenomen ontwikkelingen sprake van een reductie in de activiteit ‘landrecreatie’. Een negatief effect veroorzaakt door verstoring door mechanische effecten is uitgesloten. De ontwikkelingen vinden geheel plaats buiten het Natura 2000-gebied. Er vindt tijdens de aanlegfase geen opslag, of aan- of afvoer plaats in of door het Natura 2000-gebied. Ondanks de voorgenomen nieuwbouw van 2 vakantiewoningen en een tweekapper bedoeld voor permanente bewoning zal de toekomstige gebruiksfase waarschijnlijk een afname zien in het aantal verplaatsingen van en naar het terrein, doordat een viertal vakantiewoningen wordt gesloopt, een viertal recreatieobjecten (2 grote tenten en 2 stacaravans) wordt verwijderd en de kampeerfunctie van het terrein wordt opgeheven. Hierdoor neemt het aantal overnachtingsplekken af en wordt aangenomen dat ook het aantal recreanten zal afnemen. In de toekomstige gebruiksfase wordt dus ook een afname van recreanten in het Natura 2000-gebied verwacht in met name het broedseizoen. Een toename van een mogelijk negatief effect van verstoring door betreding op het nabijgelegen Natura 2000gebied is dus uitgesloten. Tevens zijn de ontwikkelingen relatief kleinschalig en staan deels in het teken van natuurontwikkeling.

De enige storingsfactoren die in dit geval mogelijk aan de orde zijn betreffen verstoring door licht, geluid, optische verstoring en effecten door stikstof. Vrijwel alle aangewezen broedvogels zijn gevoelig voor verstoring door licht en geluid. Effecten door lichtverstoring of geluid op aangewezen broedvogelsoorten is uitgesloten, gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied. Effect: Gezien de reductie in het totaal aantal overnachtingsplekken zijn negatieve effecten (met mogelijke uitzondering van stikstof in de aanlegfase en toekomstige gebruiksfase) op aangewezen doelsoorten en habitattypen van Natura-2000 gebieden uitgesloten. Een toename van stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase hoeft momenteel niet te worden meegewogen vanwege de bouwvrijstelling. Voor de toekomstige gebruiksfase dient een stikstofberekening te worden uitgevoerd in AERIUS Calculator om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en daarmee mogelijk vergunningplicht ten aanzien van het aspect stikstof. De stikstofberekening is geen onderdeel van voorliggend onderzoek. 3.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN), Groene Ontwikkelingszone (GO) Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (met name Natura 2000-gebied ‘Veluwe’), en

Afb. 3.1: Ligging plangebied (rood kader) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (groen gearceerd), GNN (donker groen) en de GO (licht groen). Bron: Omgevingsvisie provincie Gelderland.

20

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

ook buiten de Groene Ontwikkelingszone (afbeelding 3.1). Het plangebied ligt weliswaar in de buurt van een ecologische verbindingszone (model das) tussen de Veluwe in het zuiden en de polders rond de randmeren in het noorden, maar maakt hier geen deel van uit. Gelderland is opgedeeld in deelgebieden met ieder hun eigen kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen; het plangebied valt binnen deelgebied 139 ‘Randmeerkust’ (Tabel 3.1). In de huidige vorm zijn er geen kernkwaliteiten van GNN en GO aanwezig binnen het plangebied, maar de voorgenomen ontwikkelingen dragen mogelijk bij aan het GO-ontwikkelingsdoel ‘ontwikkeling van landgoedstructuren’ en mogelijk ook ‘ontwikkel poelen’. Economische ontwikkelingen binnen GNN en GO dienen samen te gaan met o.a. natuur- en biotoopontwikkeling, vermindering van barrièrewerking en uitwisseling met de omgeving. Ondanks dat het plangebied geen onderdeel is van GNN of GO is de initiatiefnemer voornemens om stukken huidig plantsoen (uitheems; o.a. coniferen en laurierkers) te vervangen voor inheemse flora, welke passend zijn binnen het omliggende habitattype, wat zal bijdragen aan deze doelen. Effect: Het plangebied ligt geheel buiten GNN en GO, van aantasting van kernkwaliteiten van GNN en GO is dus geen sprake. Het uitvoeren van een ‘nee, tenzij’-toets is dus niet aan de orde.

De voorgenomen natuurontwikkeling sluit mogelijk aan bij de doelstellingen van Veluwe-deelgebied 139 ‘Randmeerkust‘, namelijk het versterken van de verbinding tussen Veluwe en Randmeerkust. 3.3 Toets Houtopstanden Wnb en gemeentelijk groenbeleid Kap van bomen behoort niet tot de plannen. Een Toets Houtopstanden of toetsing aan gemeentelijk groenbeleid is derhalve niet aan de orde. Tabel 3.1: Kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen GNN en GO voor deelgebied 139 ‘Randmeerkust’. Bron: provincie Gelderland.

21

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4

Conclusies en aanbevelingen 4.1 Overzicht van de bevindingen

Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten nee* geen zie 4.2.1 Vleermuizen - verblijfplaatsen mogelijk geen zie 4.2.1 Vleermuizen - vliegroutes nee geen geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied nee geen geen Vleermuizen - lichtverstoring mogelijk mogelijk zie 4.2.1 Overige zoogdieren - beschermde soorten mogelijk mogelijk zie 4.2.1 Overige zoogdieren - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten mogelijk mogelijk zie 4.2.1 Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie 4.2.1 Overige beschermde soorten nee geen geen Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Natura 2000 - m.u.v. stikstof nee geen geen Natura2000 - stikstof mogelijk mogelijk zie 4.2.2 GNN, GO nee geen geen Houtopstanden Een Toets Houtopstanden is niet aan de orde. * = Wel reuzenbalsemien aangetroffen (invasieve exoot Unielijst)

4.2 Conclusies en aanbevelingen 4.2.1 Soortenbescherming Vleermuizen • Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen in de te slopen bebouwing. Een overtreding van de Wet natuurbescherming, Artikel 3.5, lid 2 en lid 4 is niet aan de orde. • In een aantal bomen zijn holtes aangetroffen die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Met name gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis zijn de te verwachten soorten. Indien de plannen wijzigen en kap van bomen toch noodzakelijk wordt geacht, moet voorafgaand aan de kap van bomen met mogelijke verblijfplaatsen aanvullend onderzoek worden uitgevoerd om vast te stellen of de bomen een functie hebben als vaste, jaarrond beschermde verblijfplaats. Het nader onderzoek dient plaats te vinden conform de richtlijnen van het meest recente Vleermuisprotocol (NGB & Zoogdiervereniging). Als daaruit blijkt dat verblijfplaatsen aangetast worden is een ontheffing van de provincie Gelderland nodig en moeten mitigerende en compenserende maatregelen getroffen worden. • Mogelijk wordt het plangebied gebruikt als niet-essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Beperk lichtverstoring van foeragerende en passerende vleermuizen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is.

Lichtverstoring kan voorkomen of beperkt worden door in de actieve periode van vleermuizen (globaal april t/m oktober) werkzaamheden alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren. Wanneer toch gebruik gemaakt wordt van bouwverlichting

22

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

moet uitstraling van kunstlicht richting de boomkronen voorkomen worden. Dit geldt ook voor verlichting in de toekomstige gebruiksfase. Andere manieren om lichtverstoring te beperken zijn bijvoorbeeld het toepassen van armaturen die uitstraling naar boven voorkomen, het beperken van de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter en/of het toepassen van verlichting met vleermuisvriendelijke golflengtes (amberkleurige ‘batlampen’). Zoogdieren - grondgebonden • Negatieve effecten op vaste rust- of voortplantingsplaatsen van marterachtigen zijn niet uitgesloten. Mogelijk wordt een holte in een te slopen chalet gebruikt als vaste verblijfplaats. Te verwachten soorten zijn steenmarter, bunzing en boommarter. Bij sloop van het chalet is het nodig om nader onderzoek uit te voeren om aan- of afwezigheid van marters aan te tonen. Dit kan gedaan worden door gedurende tenminste 6 weken in het voortplantingsseizoen, dat globaal loopt van 15 maart tot 1 september, cameravallen te plaatsen op strategische locaties. Vogels - Jaarrond beschermde nesten • Er zijn nesten aangetroffen bovenin het portaal van het toiletgebouw, welke mogelijk gebruikt worden door huismus. Effecten op jaarrond beschermde nestplaatsen zijn daarom niet uitgesloten. Bij sloop van het toiletgebouw is vervolgonderzoek nodig conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017).

• Wanneer het een jaarrond beschermde nestplaats van huismus betreft, dient ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Een onderdeel van een ontheffing is een activiteitenplan. Hierin wordt onder andere de mate en wijze van compensatie, mitigatie, de juiste periode van uitvoering en de staat van instandhouding behandeld. Vogels - algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in de bomen en struiken in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Werkzaamheden moeten daarom buiten het broedseizoen uitgevoerd worden, tenzij er maatregelen genomen worden waarbij verstoring of vernieling voorkomen worden. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Tijdens het broedseizoen kunnen mogelijk verstorende werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd nadat een erkend broedvogeldeskundige heeft vastgesteld dat er geen bezette nesten aanwezig zijn. Zo nodig worden werkzaamheden uitgesteld of maatregelen getroffen om verstoring of vernieling van nesten te voorkomen, bijvoorbeeld het instellen van een zone rondom het nest totdat de jongen het nest verlaten hebben.

Vaatplanten • Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten. Houdt wel rekening met de aanwezigheid van de invasieve exoot reuzenbalsemien. Voorkom dat deze soort zich kan verspreiden door de planten kort boven de grond af te maaien voordat deze in staat zijn om zaad te zetten, check de groeiplaatsen gedurende ten minste twee groeiseizoenen, en herhaal bestrijding zo vaak als nodig. Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet.

23

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk stil en neem contact op een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. 4.2.2 Gebiedsbescherming • Gezien de het afschalen van de functie ‘landrecreatie’ en bijbehorende reductie in het aantal overnachtingsplekken die tot stand komt door de ontwikkelingsplannen, zijn negatieve effecten op aangewezen doelsoorten en habitattypen van Natura-2000 gebieden uitgesloten, met uitzondering van stikstofemissie. Voer een stikstofberekening uit in AERIUS Calculator om te bepalen of er sprake is van een vergunningplicht ten aanzien van stikstof. • Het plangebied ligt buiten de GNN en GO. Het uitvoeren van een ‘nee, tenzij’-toets is dus niet aan de orde.

4.2.3 Houtopstanden • Kap van bomen behoort niet tot de ontwikkelingsplannen. Vervolgstappen ten aanzien van bomen zijn niet nodig.

24

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door getoetst aan de Wet natuurbescherming en provinciale gebiedsbescherming. Deze bijlage betreft een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Wet natuurbescherming in het kort De Wet natuurbescherming (Wnb) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet is in 2017 ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De Wet natuurbescherming regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 1.1 Algemene Zorgplicht Onder de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) van de Wnb wordt de algemene zorgplicht bepaald. Hierin is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.

Artikel 1.11 lid 2 van de Wnb luidt als volgt: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. b. c.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

1.2 Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • De Vogelrichtlijnsoorten (VR) (Art. 3.1-3.4) • De Habitatrichtlijnsoorten (HR) (Art. 3.5-3.9) • Overige soorten (Art 3.10-3.11) Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden voldaan om ontheffing of vrijstelling te verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina te vinden (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de VR en HR zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geld dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

25

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Wet natuurbescherming Paragraaf

Artikel Lid Verbodsbepaling

§ 3.1: Beschermingsregime Vogelrichtlijn

3.1

§ 3.2: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

§ 3.3: Beschermingsregime andere soorten

3.5

3.10

1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

2*

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren

3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

* Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.

26

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura2000 gebieden. Natura2000 gebieden zijn op te delen in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnnen hebben op Natura-2000 gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in de wet Ecologische Hoofdstructuur EHS genaamd). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.

In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd.

27

Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c Doornspijk

20 augustus 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=89ca2df2-7357-4209-b16d-d6c9ccd72879