Bijlage 7 Inventarium flora en fauna (juni 2021) QuickScan Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
Tekst van het document
QuickScan Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
Opdrachtgever: Dhr. M. Klein (ECM dialoog) Controleur: P. Wiegel / P.Smits Datum: 02 juni 2020
Inhoudsopgave 1. Colofon 2. Samenvatting en advies 2.1. Samenvatting 3. Inleiding 3.1. Aanleiding 3.2. Planlocatie 3.3. Ontwikkelingen 4. Kader en methode 4.1. Wettelijk kader 4.2. Onderzoeksmethode 5. Gebiedsbescherming 5.1. Natura-2000 5.2. Natuurnetwerk Nederland 6. Soortbescherming 6.1. Flora 6.2. Fauna 7. Verantwoording
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
2
1. Colofon Onderzoek Locatie Opdrachtgever Opdrachtnemer Controleur Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW Nummer Rabobank
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west 69; Doornspijk Dhr. M. Klein ECM Dialoog Inventarium flora en fauna Pieter Wiegel / Peter Smits Stakenbergweg 212; 8075 RC Elspeet 06-12918775 inventariumff@gmail.com www.quickscanfloraenfauna.nl 64980960 NL136489771B01 NL93 KNAB 0256 8909 94
Disclaimer Deze QuickScan is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze QuickScan mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Inventarium, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Inventarium flora en fauna is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Inventarium flora en fauna voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2021 Inventarium flora en fauna, Elspeet
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
3
2. Samenvatting en advies Samenvatting Algehele conclusie: Uit onderzoek blijkt dat het overtreden van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde is bij het uitvoeren van de werkzaamheden op de projectlocatie. Opdrachtgever dient ten alle tijden zorgvuldig te handelen.
Gebiedsbescherming Natura 2000 • Verstoring: Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het Natura2000 gebied wordt geen verstoring verwacht. • Stikstofdepositie: een stikstofberekening voor zowel de aanleg- als gebruiksfase wordt geadviseerd Natuur Netwerk Nederland Omdat het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is een verdere toetsing niet aan de orde.
Soortbescherming Flora Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen Geen overtreding wet natuurbescherming. Zoogdieren Geen overtreding wet natuurbescherming. Vogels Geen overtreding wet natuurbescherming.
Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt. Bij iedere ingreep in de ruimtelijke ontwikkeling zal er zorgvuldig gehandeld moeten worden. Indien er tijdens de werkzaamheden (mogelijk) beschermde soorten of nesten worden aangetroffen dient het werk te worden stilgelegd en zal er een beoordeling moeten volgen door een ter zake kundig ecoloog.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
4
3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Zuiderzeestraatwegwest te Doornspijk, heeft dhr. M. Klein van ECM dialoog aan Inventarium flora en fauna opdracht gegeven een QuickScan uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.
3.2 Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreffen het perceel gelegen aan de Zuiderzeestraat-west 69 te Doornspijk. Doornspijk heeft een aantal verschillende landschapstypen. Het dorp ligt in een overwegend agrarisch weidelandschap. Even ten zuiden ligt de Doornspijkse Heide met zandverstuiving De Zoom en bosgebied De Haere. In het Noordwesten is er de oude Zuiderzeekust, thans Veluwemeer. Een deel van deze kust staan privé vakantieverblijven die op termijn zullen verdwijnen ten gunste van de natuur. Nabij Doornspijk worden op het Veluwemeer regelmatig zeldzame watervogels gesignaleerd, zoals kraanvogels en flamingo's. In een weidelijk gelegen gebied staan diverse opstallen en woningen temidden van struwelen. De projectlocatie bevindt zich tussen de Natura 2000 gebieden ‘de Veluwe en de Veluwerandmeren’. Zie gebiedsbeschrijving. 3.3 Ontwikkelingen Opdrachtgever wenst op het genoemd perceel een kerkgebouw te bouwen en vraagt aan de gemeente Elburg medewerking te verlenen. Op het terrein van het voormalige tuincentrum/kwekerij staan diverse oude opstallen. Thans zijn de opstallen in gebruik als kringloopwinkel. Het grootste deel bestaat uit kassen met diverse aanpandige schuurtjes en hokjes. Het is de bedoeling dat dit gesloopt wordt. De woning blijft bestaan.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
5
Op basis van onderstaande projectgegevens (mei 2021) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
6
4.1 Wettelijk kader Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000-gebieden (Vogelen Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten.
De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud.
In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Bescherming houtopstanden
Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, • Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, • Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed,
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
7
• • •
Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij), Het dunnen van een houtopstand, Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings-gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings-gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
8
4.2 Onderzoeksmethode
De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Op woensdag 9 mei 2018 en 2 juni 2021 is het plangebied aan de Zuiderzeesestraatweg-West te Doornspijk door dhr. P. Wiegel en P. Smits bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het lonbewolk en ongeveer 25 graden Celsius. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 2. De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming. 3. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 4. In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht. 5. Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a.
bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is. 6. Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-lamp d. Endoscoop e. Ladder (3 mtr) f. Fotocamera 7. De opgestelde rapportage is gecontroleerd en beoordeeld door een tweede lezer.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
9
5. Gebiedsbescherming 5.1 Natura2000 Algemeen
Het plangebied ligt op 2.04 km verwijderd van het Natura 2000 gebied de Veluwe en op 1.8 km van het Natura 2000 gebied de Veluwerandmeren. Deze is ter plaatse begrensd als Habitat- en Vogelrichtlijngebied. Voor de Natura2000 gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor achttien habitattypen, zeven habitatsoorten en tien broedvogelsoorten. Omdat de werkzaamheden van het plangebied buiten het Natura2000 gebieden plaatsvinden heeft dit geen invloed op de oppervlakte van het Natura2000 gebied. Het projectgebied grenst aan Landgoed Huize Klarenbeek, hetgeen aangemerkt is als rijksmonument. De Engelse parktuin grenst aan de achterzijde van het perceel. De cluster Doornspijkerbeken bestaat uit de volgende beeksystemen: de Goorbeek, de Papenbeek, de Klarenbeek, waarbij ook de Hazelbeek, de Sijpelbeek, de Bulsinkbeek/Andhuizerbeek, waaronder ook Horsterbeek, Gagelerbeek (beide deels SED-functie: een Specifiek Ecologische Doelstelling), Papierbeek en Enksbeek. In totaal hebben de beeksystemen binnen de cluster Doornspijker beken een lengte van ongeveer 20 km. De cluster Doornspijker beken kent een overwegend landbouwkundig gebruik (grasland) en zorgen voor de afvoer van het oppervlaktewater richting het Veluwemeer.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
10
Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx
Veluwe De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden.In de voorlaatste ijstijd duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. Veluwerandmeren De Veluwerandmeren ontstonden bij de drooglegging van de polders van Flevoland vanaf 1957. Ze betreffen de ondiepe zoetwatermeren Drontermeer, Veluwemeer en Wolderwijd/Nuldernauw die gemiddeld ruim een meter en op sommige plekken tot 5 meter diep zijn.
Ze ontvangen hun water vanuit de Flevopolders en een aantal Veluwse beken en wateren aan de noordoostzijde via de
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
11
Roggebotsluis af op het Vossemeer en in het zuidwesten via de Nijkerkersluis op het Nijkerkernauw/Eemmeer. Het gebied heeft een slecht ontwikkelde land-water overgang in verband met een gefixeerd, tegennatuurlijk waterpeil. De Gelderse oever is grotendeels begroeid met een smalle rietkraag; alleen bij Elburg ligt een rietmoeras (Korte Waarden) dat relatief groot is voor de randmeren. In de 90-er jaren zijn op de Gelderse oevers een aantal nieuwe moerasgebieden aangelegd. In 2000 is gestart met de aanleg van een aantal eilanden tussen het Harderbroek in Flevoland en de Hierdense beek in Gelderland. Ter hoogte van Horst bij Harderwijk is in het Wolderwijd met behulp van enige dammen kunstmatige luwte gecreëerd voor watervogels en ter bevordering van de groei van waterplanten. Gebiedsbescherming Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het Natura2000 gebied wordt geen verstoring verwacht. De algehele conclusie is dat het projectgebied buiten de beschermde natuurgebieden liggen, echter wel in de nabijheid van het natura 2000-gebied. Tevens komen de door de gemeente Elburg gestelde doelstellingen in het Landschapsontwikkelplan (2010-2020) met de geplande ingreep niet in gevaar, omdat de ingreep plaats heeft binnen de bebouwde kom van Doornspijk.
Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen.
Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADC-toets kan alleen worden AERIUS berekent de verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie stikstofdepositie als gevolg van voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het projecten en plannen op Natura project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar 2000-gebieden. U kunt in AERIUS belang (met inbegrip van redenen van sociale of alle bronnen die stikstof uitstoten economische aard) (D), en de nodige compenserende invoeren. De bekendste bronnen maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de zijn verkeer, veehouderijen en algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). industrie.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
12
Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat) De afstand tot depositiegevoelige Natura 2000-gebieden (inclusief habitatsoorten) is ca 2 kilometer. De werkzaamheden binnen het plangebied betreffen de sloop van bestaande opstallen en nieuwbouw van een nieuwe kerk. Negatieve effecten in het kader van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet verwacht. Om de depositie aan te tonen dient er een berekening uitgevoerd te worden voor zowel de aanlegfase als de nieuwe gebruiksfase. Conclusie stikstof Gesteld kan worden dat er tijdens de bouwfase en de nieuwe gebruiksfase mogelijk (tijdelijke) effecten op kunnen treden. Geadviseerd wordt om een Aeriusberekening uit te voeren om aan te tonen dat tijdens de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase al dan niet de depositowaarde van 0.00 mol/ha/jr wordt overschreden of aangetoond dat er een structurele afname van stikstofuitstoot is. 5.2 Natuurnetwerk Nederland/Gelderland Het plangebied ligt in landelijk gebied en op ongeveer 1.8 kilometer van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofd Structuur kortweg EHS). Het NNN nabij het plangebied bestaat uit graslanden, landbouwgronden, (gemengd) bos en heide.
Advies / conclusie Omdat het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is een verdere toetsing niet aan de orde. 5.3 Houtopstanden Binnen het projectgebied bevinden zich naaldbomen en coniferen met een stamomtrek van 60-80 cm op borsthoogte. De houtsingel aan de rand van het plangebied blijft intact (grond van de buren) De in de gemeente Elburg geldende bomenverordening 2010 (inwerkingtreding 31-07-2013) alsmede de wet natuurbescherming biedt ruimte om de planontwikkeling uit te voeren. Hoewel het de vraag is of er bomen gekapt moeten worden, sluit artikel 4.2 van de wet Natuurbescherming de beschermingstatus van aanwezige naaldbomen uit vanwege de vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Tevens zorgt artikel 2, lid 2 (en 4), van de bomenverordening gemeente Elburg dat de wet niet wordt overtreden. (NB. Deze verordening is opgesteld voor 1-1-2017 toen de boswet nog van kracht was)
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
13
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
14
dakpannen zijn gelegd op uitsluitend panlatten en vormen geen verblijfplaats voor de huismus
overzicht kwekerij achterzijde
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
15
6. Soortbescherming 6.1 Flora Bevinding veldbezoek: Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Hier zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten. Het perceel is omgeven door een bomenrij die intact blijft. Het terrein bestaat momenteel uit een braakliggend land met voornamelijk grassen en restanten van vroegere kwekerijopstallen- en gewassen. 6.2 Fauna Vogels
Vogelsoorten met vaste rust- en/of verblijfplaatsen zijn binnen het plangebied aanwezig. Het golfplaten schuurtje/garage in het plangebied biedt geen geschikte toegang voor gierzwaluwen (Apus apus) of huismus (Passer domesticus): de toegangen onder de golfplaten zijn rondom afgesloten. Met name in de tuin van de bestaande woning (geen onderdeel projectplan) biedt voedsel-, rust- en slaapplaatsen van mezen en zangvogels. Er zijn enkele oude nesten aangetroffen. In verband met het feit dat het onderzoek heeft plaatsgevonden in het broedseizoen, kunnen we stellen dat de waargenomen oude nesten niet in gebruik zijn. Van de vogels uit categorie 5 kunnen worden verwacht: gekraagde roodstaart (phoenicurus phoenicurus), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica), en spreeuw (Sturnus vulgaris). Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en stedelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen, zoals de kauw (Coloeus monedula). Ook kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in agrarisch gebied broeden, zoals de ringmus (Passer montanus) en witte kwikstaart (Motacilla alba).
Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
16
Nederlandse naam
Bescherming
Nederlandse naam
Bescherming
steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstaart kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals
Categorie 1 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
eidereend ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger groene specht ijsvogel kleine bonte specht kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart zwarte specht
Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel worden deze onderdelen nader toegelicht. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor een aantal soorten vleermuizen. Op grond van de geringe omvang van het plangebied en de beperkte foerageermogelijkheden is de kans klein dat het een essentieel foerageergebied betreft. Lijnvormige elementen zullen niet veranderen waardoor foerageer- en vliegroutes van vleermuizen niet zullen wijzigen. In, aan, of nabij de opstallen zijn geen vleermuizen of sporen aangetroffen. De potentiële verblijfplaatsen zijn (met endoscoop) geïnspecteerd, echter er zijn geen mest of overige aanwijzingen aangetroffen dat het in gebruik is door de vleermuis. De aanwezige opstallen zijn van glas, damwand of plaatmateriaal. Op deze materiaalsoorten kunnen vleermuizen geen grip krijgen zodat het voor vleermuizen niet mogelijk is om deze wanden als landingsplaats te gebruiken om vervolgens richting spleten of kieren te kruipen. Deze opstallen zijn hierdoor ongeschikt om te dienen als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis danwel de laatvlieger.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
17
Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa.
Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.
Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
18
Slaapmuizen Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in Zuid-Limburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en ZeeuwsVlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg.
De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. Het plangebied vertoont dan ook geen essentiële functie voor de eekhoorn. Uitsluitend in een verkoopbericht van Landgoed Klarenbeek beschrijft de makelaar dat er in de parktuin genoten kan worden van eekhoorns. In de diverse gevalideerde databases zijn echter geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Redelijkerwijs kan aangenomen worden dat het plangebied geen essentiële functie heeft met betrekking tot de eekhoorn. Haasachtigen, egel en vos Deze soorten zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Er is gekeken naar holten, prooiresten, poep en krabsporen. Urinepleken (UV-lamp) zijn ook niet aangetroffen. Tevens heeft de eigenaar geen last van dode kippen cq gekraakte eieren. Het is aannemelijk dat de opstallen niet dienen als verblijfplaats voor de steenmarter (Martes foina) en/of boommarter (Martes martes).
In het plangebied zijn geen sporen van de das (Meles meles) aangetroffen. De das heeft dan ook geen verblijfplaats of essentieel foerageergebied in het plangebied.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
19
De bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn door de provincie Gelderland vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland slechts zwervend aangetroffen wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Reptielen en amfibieën Het plangebied ligt binnen het bereik van beschermde reptielen en amfibieën. Langs het projectgebied ligt een sloot die een geschikt ecotoop vormt voor de beschermde amfibieën. De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. De beekloop blijft tevens intact.
Vissen De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Limburg. De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) is een soort van afwateringsgreppels, poldersloten en ondiepe oeverzones van grotere wateren. De soort komt niet voor op de hogere zandgronden. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Derhalve kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. Het voorkomen van deze libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
20
en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
21
7. Verantwoording Literatuur • Landschapsontwikkelplan gemeente Elburg • Wet Natuurbescherming • Omgevingsverordening • Fauna-inventarisatie; Rik Schoon Materialen • Digitale camera • Verrekijker • Zaklamp • Endoscoop • UV-lamp • Determinatie-app • fotocamera Internet • www.bij12.nl • www.rvo.nl • www.sovon.nl • www.ravon.nl • www.telmee.nl • www.floron.nl • www.ndff.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.waarneming.nl (niet gevalideerd) • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 • www.verspreidingsatlas.nl • www.elburg.nl • www.gelderland.nl
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
22
Schematisch overzicht werkwijze
QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk
23