Bijlage 6 Zienswijzennota Bestemmingsplan 't Harde Hokseberg en ambthalve aanpassingen.pdf
Tekst van het document
ZIENSWIJZENNOTA EN AMBTSHALVE AANPASSINGEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN ’T HARDE HOKSEBERG TE ‘T HARDE
Vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg d.d. …….2022 de voorzitter, de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1. Inleiding Procedure Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpraadsbesluit hebben met ingang van 8 juli 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen, waarbij iedereen in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen. Tegelijk is het verkeersbesluit (om de locatie binnen de bebouwde kom te brengen) en het besluit voor hogere grenswaarde geluid ter inzage gelegd. Zienswijzen en beantwoording In totaal zijn 5 zienswijzen ingediend, waarvan 3 zienswijzen nagenoeg gelijk. Alle zienswijzen zijn ontvankelijk. Per zienswijze is in hoofdstuk 2 van deze nota een reactie gegeven. De zienswijzen zijn allemaal ongegrond en geven geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Maar daarnaast hebben aantal reacties in de zienswijzen betrekking op het op te stellen stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan en/of het uitvoeringstraject dat buiten de scope valt waarin een bestemmingsplan voorziet. Deze reacties worden in het vervolgtraject wel meegenomen in de afstemming met de initiatiefnemer. Het ontwerp bestemmingsplan en bijbehorende stukken zijn tevens voorgelegd aan het waterschap en de provincie. Beide hebben geen zienswijzen ingediend.
Ambtshalve aanpassingen Daarnaast is tijdens de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en behandeling van de zienswijzen op een deel van de ontwikkellocatie een proefsleuvenonderzoek ten behoeve van ‘Archeologie’ uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Tevens was een klein deel van de bestaande groenstructuur op de verbeelding met de verkeerde bestemming aangeduid. Ook zijn een aantal ongeschikte aanpassingen in de toelichting verwerkt. Deze ambtshalve wijzigingen benoemen we in hoofdstuk 3 van deze nota.
2. Zienswijzen en beantwoording Er zijn in totaal vijf zienswijzen binnengekomen, waarvan drie nagenoeg hetzelfde. Deze drie nagenoeg overeenkomstige zienswijzen zijn aangemerkt als zienswijze 3, 4 en 5. De volledige zienswijzen zijn geanonimiseerd en als bijlage toegevoegd.
Zienswijze 1 - Ingekomen op 26 juli 2021 Betreft: zienswijze tegen ontwerpbestemmingsplan ’t Harde Hokseberg
Indiener is het niet eens met de locatie voor te realiseren woonwijk en het zorgcentrum. De nu nog in agrarisch gebied gelegen locatie ligt volgens indiener te ver verwijderd van de provinciale weg. Ontsluitingswegen zijn volgens indiener niet aanwezig en de mogelijkheden voor de aanleg daarvan ook niet. De realisatie van de woonwijk en het zorgcentrum in combinatie met de woonwijk ‘Heidezoom’ brengt volgens indiener een te zware verkeersbelasting voor het dorp ’t Harde teweeg. Volgens indiener liggen in de directe omgeving van de provinciale wegen uitstekende locatie voor de realisatie van de woonwijk en het zorgcentrum. Indiener doet een aantal suggesties voor geschikte locaties. Reactie gemeente: De locatie Hokseberg is al decennialang in beeld als potentiële woningbouwlocatie, onder ander vanwege de gunstige ligging ten opzichte van voorzieningen, goede aansluiting op de stedenbouwkundige structuur van ’t Harde en de goede bereikbaarheid vanwege de gunstige ligging aan de Stadsweg. Er zijn vanuit het plangebied meerdere uitvalswegen naar de provinciale weg N309, waardoor de extra verkeersbelasting goed verdeeld wordt over het dorp ’t Harde.
Indiener geeft aan dat van de Bovenweg (30 km-zone) een ontsluitingsroute voor het verkeer naar de N309 wordt gecreëerd. De verkeersveiligheid wordt volgens indiener daardoor ernstig bedreigd en de leefomgeving en het woongenot worden ernstige schade toegebracht.
Reactie gemeente: Het extra verkeer van en naar Hokseberg wordt niet alleen via de Bovenweg naar de N309 geleid. Ook via Wolkamerweg wordt het extra verkeer de wijk uit geleid naar de provinciale weg N309. Naar de verkeerssituatie op de Bovenweg is recentelijk een verkeersonderzoek uitgevoerd door Witteveen & Bos. In de rapportage zijn een aantal aanbevelingen opgenomen om de verkeersveiligheid op de Bovenweg te verbeteren, o.a. het toepassen van fietssuggestiestroken en herinrichten van de bestaande wegversmalling. De aanbevelingen worden door de gemeente opgevolgd. In datzelfde onderzoek is ook de ontsluiting van de nieuwbouwwijk beoordeeld. De ontsluiting van de wijk via de Wolkamerweg heeft de voorkeur boven de ontsluiting via de Bovenweg. De Wolkamerweg heeft een maximumsnelheid van 50 km/h, waardoor deze route (ook zonder maatregelen op de Bovenweg) als snellere alternatieve route voor de hand ligt. De Bovenweg heeft namelijk een maximumsnelheid van 30 km/h. Dit geldt zeker voor het verkeer naar de A28 (via N309). Voor het verkeer naar het noorden blijft de Bovenweg, naast de Stadsweg, een interessant alternatief. Om te stimuleren dat het verkeer de Bovenweg mijdt, zijn in de rapportage enkele suggesties voor de Bovenweg aangedragen, naast de eerder genoemde fietssuggestiestroken die de Bovenweg al minder aantrekkelijk voor autoverkeer maken.
Aangedragen suggestie s zijn: snelheidsremmende maatregelen op de Bovenweg of zelfs het aanbrengen van een ‘knip’ voor autoverkeer, waardoor doorgaand autoverkeer niet meer mogelijk is. Hiervoor dient echter wel een extra onderzoek uitgevoerd te worden naar de effecten op het gebied van bereikbaarheid. Een minder ingrijpende maatregel is het plaatsen van borden ter hoogte van de uitrit van de woonwijk die het verkeer via de Wolkamerweg naar de N309 sturen (en andersom). Als aanbeveling is in de rapportage opgenomen om na realisatie van de nieuwe woonwijk Hokseberg de ontsluiting van deze woonwijk te monitoren. Mocht het extra verkeer problemen opleveren op de Bovenweg kan één van de beschreven maatregelen hiervoor oplossing bieden. Aanbevolen wordt om te
starten met de minst ingrijpende maatregel, het plaatsen van borden. Mocht dit geen of te weinig effect hebben kan gekeken worden naar meer ingrijpende maatregelen zoals snelheidsremmers of een knip op de Bovenweg. De gemeente volgt deze aanbeveling op. Daarnaast wordt het kruispunt Bovenweg – Stadsweg – Hokseberg aangepast. Zoals opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan is inmiddels een nieuw verkeersveilig kruispunt ontworpen. Dit nieuwe kruispunt wordt bij de ontwikkeling van de woonwijk gerealiseerd. Deze verplichting voor initiatiefnemer is onderdeel van de anterieure exploitatieovereenkomst tussen initi atiefnemer en gemeente. Het ontwerp van het nieuwe verkeersveilige kruispunt geeft geen aanleiding voor aanpassing van het bestemmingsplan, aangezien deze binnen de mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan ’t Harde 2009 en het nieuwe bestemmingsplan ’t Harde – Hokseberg past. Volgens indiener vormt de realisatie van de woonwijk en het zorgcentrum met de extra verkeersbelasting een voor de Bovenweg zichzelf steeds overstijgende probleem. Het is een slechte combinatie met de transportroute van Mogema, het verkeer naar de sportvelden en het MFC, de fietsknooppuntenroute en het woon-werkverkeer en overige vrachtverkeer van en naar het industrieterrein ‘De Koekoek’.
Reactie gemeente: Naar de verkeerssituatie op de Bovenweg is recentelijk een verkeersonderzoek uitgevoerd door Witteveen & Bos. In de rapportage zijn een aantal aanbevelingen opgenomen om de verkeersveiligheid op de Bovenweg te verbeteren, o.a. het toepassen van fietssuggestiestroken en herinrichten van de bestaande wegversmalling. De aanbevelingen worden door de gemeente opgevolgd. Daarnaast wordt het kruispunt Bovenweg – Stadsweg – Hokseberg aangepast. Zoals opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan wordt een nieuw verkeersveilig kruispunt ontworpen en gerealiseerd. Deze verplichting voor initiatiefnemer is onderdeel van de anterieure exploitatieovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Indiener refereert aan verkeersonderzoek dat in maart 2021 uitgevoerd is en geeft daarbij aan dit tijdens de lockdown was. Indiener ziet graag dat er voor een reëel beeld nogmaals een verkeerstelling wordt gedaan.
Reactie gemeente: Uit provinciale cijfers blijkt dat de hoeveelheid verkeer in maart 2021 85% bedroeg van de hoeveelheid verkeer in maart 2019. Hiermee wordt bij het beoordelen van eventuele maatregelen rekening gehouden. Daarnaast is als aanbeveling opgenomen om na realisatie van de nieuwe woonwijk Hokseberg de ontsluiting van deze woonwijk te monitoren. Dan zal opnieuw worden gekeken maar de effecten op de omgeving, waaronder de Bovenweg. Indiener benoemt dat er uit het verkeersonderzoek is gebleken dat er stelselmatig veel te snel gereden wordt in de 30 km-zone. Volgens indiener heeft het omzetten van de locatie Hokseberg naar bebouwde kom (en daarmee 30 km-zone) geen enkele waarde als er niet gehandhaafd wordt tegen de snelheidsovertredingen. Ten aanzien van snelheid remmende maatregelen geeft indiener aan dat door het grote aantal verkeersbewegingen busbeddingen en drempels voor aanwonenden geen optie zijn i.v.m. geluidsoverlast. Reactie gemeente: Het opnemen van de wijk in de bebouwde kom en daarmee het instellen van de 30 km-zone vergroot de verkeersveiligheid in de wijk. Een groot deel van het verkeer houdt zich aan de maxim umsnelheid. Snelheidsbeperkende maatregelen in de wijk Hokseberg worden meegenomen in het definitieve inrichtingsplan. Naar de verkeerssituatie op de Bovenweg is recentelijk een verkeersonderzoek uitgevoerd door Witteveen & Bos.
In de rapportage zijn een aantal aanbevelingen opgenomen om de verkeersveiligheid op de Bovenweg te verbeteren, o.a. het toepassen van fietssuggestiestroken en herinrichten van de bestaande wegversmalling. Ook zijn snelheid remmende maatregelen gesuggereerd indien uit monitoring blijkt dat de verkeerssituatie als gevolg van de nieuwbouwwijk Hokseberg daarom vraagt. De aanbevelingen worden door de gemeente opgevolgd. Daarbij zal in overleg met de
omwonenden worden nagegaan hoe het feit van de snelheidsovertredingen zich verhoudt tot de inspraakreactie geen (bus)drempels te realiseren. Indiener is van mening dat er door de forse toename van het wegverkeer een aanslag op de leefomgeving, verkeersveiligheid en het milieu plaatsvindt. Een stuk natuur en groen, dat van historische waarde is voor de inwoners van ’t Harde, wordt vernietigd volgens indiener . Reactie gemeente: De bestaande kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap worden behouden en waar mogelijk versterkt, met name door bescherming en versterking van de bestaande houtwallen en behoud van de mozaiekverkaveling. De historische waarde van het gebied blijft daarmee behouden. De ontwikkeling van met name het zuidelijk deel (kamer 2) brengt een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving met zich mee. Met de voorliggende plannen wordt de voormalige bedrijfslocatie Hokseberg met aanliggende gronden aan de Hokseberg omgevormd tot woongebied. Het transformeren van het verrommelde gebied wordt wenselijk geacht, met name omdat het past binnen de ruimtelijke context van het gebied en de omliggende functies. Ook wordt hiermee een minder goed in de omgeving passende bedrijfsfunctie gesaneerd. Op de verkeersveiligheid is in voorgaande punten al uitvoerig ingegaan.
Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 2 - Ingekomen op 6 augustus 2021 Betreft: zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ’t Harde - Hokseberg Indiener vindt dat de stedelijke uitbreiding in het Nationaal Landschap onvoldoende bijdrage levert aan behoud en versterking van de kernkwaliteiten, ook nu de houtwallen zoveel mogelijk worden ingepast. Wat daarbij volgens indiener ook meespeelt is dat het verstedelijkingskarakter in deze omgeving nog zal worden versterkt met invulling van planfase 3 en 4, waarvan de exacte uitwerking nu nog ongewis zijn. Reactie gemeente: De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap ter plaatste van Hokseberg bestaan uit de aanwezigheid van historische houtwallen en de mozaïekverkaveling die door deze houtwallen wordt gevormd. Beide kernkwaliteiten blijven in de voorliggende ontwikkeling behouden. De bestaande houtwallen worden niet alleen ingepast, deze worden ook op een aantal plekken versterkt door aanplant en verbreding (zuidelijke houtwal). In het voorliggende bestemmingsplan krijgen de bestaande houtwallen de specifieke bestemming 'Groen - Landschappelijke beplanting'. De meest zuidelijke houtwal wordt aangevuld en verbreed, daarom is in het bestemmingsplan al uitgegaan van een breedte van de houtwal van ten minste 8 meter.
Daarnaast is aan de noordkant langs de Stadsweg en de Schietweg een groenbestemming opgenomen in het bestemmingsplan ten behoeve van de verdere groene omzoming van het plangebied. De boomsingels en houtwallen worden beschermd: Door middel van specifieke gebruiksregels is het kappen en rooien van de boomsingel en houtwallen, anders dan voor onderhoud ervan, niet mogelijk/toegestaan. Voor de bouwvlakken is een afstand van 3 meter aangehouden ten opzichte van de houtwallen met de bestemming 'Groen -Landschappelijke beplanting'. Of het verstedelijkingskarakter in deze omgeving nog verder wordt versterkt met de invulling van planfase 3 en 4 (indiener zal hier fase 2, kamer 3 en 4 mee bedoelen) is nog onzeker. Het voorliggende bestemmingsplan heeft enkel betrekking op fase 1. Voor een eventuele fase 2 zal een nieuwe bestemmingsplanprocedure doorlopen worden, waarbij wederom gekeken moet worden naar de bestaande kernkwaliteiten. Voor fase 1 geldt overigens dat een groot deel van het plangebied (vrijwel het gehele zuidoostelijke deel dat circa 1/3 deel van het plangebied beslaat) in de huidige situatie al bebouwd of verhard is. Op dat deel van het plangebied zal de verharding door deze ontwikkeling afnemen, o.a. door aanleg van tuinen.
De zorg van indiener zit hem met name op de duurzame bescherming, beheer en handhaving van de groenstructuren. Indiener geeft aan dat afspraken over de zorg/het beheer, financiën, verantwoordelijkheid, aanspreekbaarheid en handhaving privaatrechtelijk dienen te worden ge borgd (kettingbeding en financiële dekking lange termijn). Reactie gemeente: De duurzame bescherming en handhaving van de groenstructuren is geborgd door de specifieke bestemming ‘Groen- landschappelijke beplanting’. Ten aanzien van deze bestemming zij n beschermende voorschriften opgenomen in de planregels. De gemeente heeft privaatrechtelijke afspraken vastgelegd in een anterieure exploitatieovereenkomst met de eigenaar en ontwikkelaar Prins Bouw . Daarin is vastgelegd dat het openbaar gebied, waaronder de groenstructuren, na oplevering worden overgedragen aan de gemeente.
Indiener is van mening dat de houtwallen beter moeten worden beschermd. Er kan tot op 3 meter van de houtwallen gebouwd worden. Ten behoeve van werkpaden en dergelijke zullen de werkzaamheden volgens indiener tot onder en in de houtwal reiken. Verdichting en wijzig ing van de bodem in die zone door betreding, verharding, oprichten van hekwerken en bijgebouwen kan volgens indiener niet worden uitgesloten. Ook wordt volgens indiener de 3 meter tot aan de houtwal niet overal gehaald. Uit de verbeelding valt niet op te maken hoe de ligging van paden en wegen zal zijn in relatie tot bescherming van de groenstructuur. In plaats van 3 meter afstand is volgens indiener een minimale bufferafstand van 8 – 10 meter nodig vanuit de boomkroon voor de ecologische functionaliteit (in verband met een zoom- en kruidenzone) en ter voorkoming dat er t.z.t. klachten komen over vocht, beschaduwing en wortels. Reactie gemeente: In het voorliggende bestemmingsplan is voor het nieuwe woongebied uitgegaan van een globale bestemming. Daardoor is de ligging van de paden en wegen in relatie tot de groenstructuur inderdaad niet uit de verbeelding af te leiden. De maximale bouwmogelijkheden (woningbouwaantallen, categorieën, bouwhoogtes etc.) worden in het bestemmingsplan geregeld, maar de exacte invulling (waaronder het stedenbouwkundig ontwerp en inrichtingsplan) ligt nog niet vast.
Duidelijk is dat de houtwallen beschermd worden middels een specifieke bestemming ‘Groen – Landschappelijke beplanting’. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor bebossing en instandhouding van de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden. Binnen deze bestemming zijn, met uitzondering van één ontsluitingsweg (ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – zoekgebied doorgang), geen voet- en fietspaden toegestaan. De houtwallen zijn nu nog in eigendom van initiatiefnemer. In de anterieure overeenkomst is vastgelegd dat het openbaar gebied, waaronder de houtwallen, na oplevering worden overgedragen aan de gemeente. In het voorliggende geval zal het daarbij in ieder geval gaan om de gehele bestemming Groen- landschappelijke beplanting, dus ook de gronden onder de kronen. Deze gronden worden openbaar terrein zodat waar nodig onderhoud aan de houtwal kan worden gepleegd. Delen van de houtwal worden niet verkocht aan de nieuwe bewoners en kunnen niet als tuin ingericht worden. Binnen de aansluitende bestemming Woongebied wordt op de verbeelding een bouwvlak aangegeven. In de bijbehorende planregels wordt in een algemene bouwbepaling (9.2.1 onder c) bepaald dat binnen het aangegeven bouwvlak dient te worden gebouwd.
Deze bouwbepaling geldt niet alleen voor de hoofdgebouwen, maar ook aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (erf- en terreinafscheidingen e.d.). Uit de verbeelding blijkt dat met het bouwvlak ten minste 3 meter wordt aangehouden ten opzichte van de gronden met de bestemming ‘Groen – Landschappelijke beplanting’. Daarmee komt de beoogde bebouwing op voldoende afstand te staan en worden de boomkronen voldoende vrijgehouden. De minimale afstand van 3 meter van het bouwvlak tot aan de houtwal is wel degelijk op alle plaatsen van toepassing. De verbeelding van het bestemmingsplan is immers leidend, niet de voorbeeldverkaveling. Daarbij wordt opgemerkt dat het aannemelijk dat bij de verdere de woonbebouwing verder van de houtwallen geplaatst zal worden, omdat er anders slechts zeer kleine achtertuinen ontstaan, en zoals reclamant ook aangeef, klachten kunnen ontstaan betreffende vocht, beschaduwing en wortel druk. Binnen de bestemming Woongebied zijn, buiten het bouwvlak, tuinen en ook paden of wegen toegestaan. Deze doen geen afbreuk aan de houtwal, omdat hiermee de wortels van de bomen niet onevenredig aangetast zullen worden. Zoals al eerder aangegeven is het mogelijk de houtwal te doorkruisen met de centrale ontsluitingsweg. Om de schade te minimaliseren dient de doorsnijding haaks op de houtwal plaats te vinden en is deze gemaximeerd.
Het is inderdaad belangrijk dat bij de bouw van de woningen de wortels van de bestaande bomen niet worden aangetast. Voor de bouw wordt een bouwput rondom de woningen gemaakt. Uitgaande van de stelregel dat wortels even ver reiken als de kroon van de boom, zal de bouwput niet onder de kroon mogen liggen. Het is volgens de betrokken landschapsarchitect en deskundigen voldoende om voor het uitgraven van een bouwpunt minimaal 3 meter te hanteren. Daarbij maakt reclamant zich zorgen over de bouwfase, waarin tot onder en in de houtwal gelopen, gebouwd (en opgeslagen) zou ku nnen worden. Hierdoor zou verdichting van de bodem op kunnen treden, wat de gezondheid van de bomen schaadt. Om dit te voorkomen is het plaatsen van een (tijdelijk) bouwhek rondom de houtwallen een oplossing. Hierover maakt de gemeente met de initiatiefnemer nadere afspraken bij de bouwvoorbereiding, zodat de gemeente er hiermee op toe kan zien dat de houtwallen tijdens de bouwfase beschermd worden.
Volgens indiener is het van belang dat de houtwallen in het plangebied zelf worden hersteld door bijplant en noodzakelijke verbreding daar waar ze smal zijn. En door verlenging van de houtwallen voor het gedeelte waar deze ontbreken (bijvoorbeeld langs de Stadsweg).
Reactie gemeente: Enkel de zuidelijke houtwal dient verbreed te worden door bijplant (versterking kernkwaliteiten). Om dit uit te kunnen voeren is de specifieke bestemming voor de zuidelijke houtwal op de verbeelding ook verbreed naar 8 meter. Voor behoud van de kernkwaliteiten is het niet noodzakelijk de houtwallen door te trekken op de plekken waar deze ontbreken, maar op de gedeelten waar de houtwallen ontbreken, bijvoorbeeld langs de Stadsweg en de Schietweg, is wel een groenbestemming opgenomen ten behoeve van de groene omzooming van het plangebied.
Volgens indiener is het van belang dat de houtwallen een specifieke aanduiding/bestemming als houtwal krijgen (inclusief de zoom- en kruidenzone) zowel op de verbeelding als in de planregels met beschermende voorschriften.
Reactie gemeente: De houtwallen hebben een specifieke bestemming op de verbeelding, namelijk ‘Groen- landschappelijke beplanting’. Ten aanzien van deze bestemming zijn beschermende voorschriften opgenomen in de planregels. Indiener vindt voor de locatie zelf de volgende aanvullende natuur - en landschapsinclusieve maatregelen wenselijk: duurzame, energieneutrale en natuurinclusieve bouw (omgevingskarakteristiek), soort verlichting (beperkt en natuurvriendelijk), beperking van verharding (ook op de toekomstige private gronden), voorzieningen voor flora en fauna, en de genoemde ruimere afstand van bebouwing en infrastructuur tot de ho utwallen. Tevens is het indiener niet duidelijk of het advies uit de memo van de landschapsarchitect voor aanleg van nieuw groen middels nieuwe bomenrijen en groenplekken aansluitend aan de huidige groenstructuur, en het aanvullen van de zuidelijke houtwal ten behoeve van een robuuste groenstructuur, wordt opgevolgd. Reactie gemeente: Conform paragraaf 5.12 van de toelichting op het bestemmingspla n zet Prins Bouw in op duurzame, en natuurinclusieve bouw, waarmee voldaan wordt aan de geldende BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouwd). Op het gebied van verlichting en verharding moet voldaan worden aan het gemeentelijke Programma van Eisen voor de inrichting van de openbare ruimte.
De houtwallen en overige groenstructuren bieden ruimte voor flora en fauna. Dit zal in het inrichtingsplan ook nader uitgewerkt worden. Op de wens om een ruimere afstand van bebouwing en infrastructuur tot de houtwallen aan te houden, is bovenstaande al nader ingegaan. Het advies voor het aanvullen van de zuidelijke houtwal wordt opgevolgd, hiervoor is de specifieke bestemming voor de houtwal op de verbeelding ook verbreed naar 8 meter. In de aanleg van nieuw groen middels nieuwe bomenrijen en groenplekken aansluitend aan de huidige groenstructuur voorziet het voorliggende bestemmingsplan. Binnen de bestemming ‘Woongebied’ is de aanleg van groenvoorzieningen mogelijk. Dit wordt nader uitgewerkt in het inrichtingsplan.
Indiener benoemt dat bij dit soort stedelijke ontwikkelingen een werkwijze past waar door middel van een afdracht en op basis van een landschapsvisie natuur en landschap ter plaatse en in de directe omgeving wordt versterkt. Daarbij stelt indiener voor dat het kampenlandschap wordt hersteld zoals in het gebied direct aan de noordwestzijde van de Schietweg tegenover het plangebied. Dit als vorm van compensatie van de verstedelijking van het Nationaal Landschap en om de kansen voor steenuilen in de directe omgeving te vergroten vanwege het verlies van (potentieel) leefgebied. Indiener wijst daarbij ook op de subsidiemogelijkheden van de provincie.
Reactie gemeente: De kernkwaliteiten blijven behouden en worden waar mogelijk zelfs versterkt, zie ook de reactie op de eerdere punten uit deze zienswijze. In dat geval is geen compensatie nodig. Dit is ook bevestigd door de provincie Gelderland. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 3, 4 en 5 – Ingekomen op 17 augustus 2021 Betreft: Zienswijze met betrekking tot ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpraadsbesluit voor Fase 1 ’t Harde- Hokseberg met identificatienummer NL.IMRO.0230.BPHOKSEBERG -ONT1
Indieners geven aan dat zij het uitzicht over het totale (woonzorg) project krijgen, met name over de geplande levensloopbestendige bungalows in de vorm van een hofje wat opent naar de Stadsweg. Dit betreft de eerste kamer die volgens de toelichting ‘omzoomd wordt door groen’. De omzoming van de eerste kamer is slecht gedeeltelijk. Indieners onderbouwen dit met foto’s van de bestaande situatie. Volgens de indieners voegt het uitzicht voor de toekomstige bewoners op de drukke Stadsweg niks toe en andersom is het uitzicht op het hofje geenzins een verbetering. Ook wordt daarmee het zicht op de houtwallen teniet gedaan. Ook geven de indieners aan dat nieuwe bebouwing optisch nog duidelijker aanwezig zal zijn omdat het maaiveld circa een meter hoger is dat de Stadsweg. Tenslotte geeft de buitenverlichting een andere beleving. Indieners stellen voor om het hofje een kwartslag gedraaid te situeren, met zicht op het woonzorgcentrum en de wijk en de groenstrook langs de Stadsweg aanvullend te beplanten met een houtsingel met inheemse bomen en struiken. Reactie gemeente: Er is gekozen voor een flexibel bestemmingsplan. De maximale bouwmogelijkheden (woningbouwaantallen, categorieën, bouwhoogtes etc.) worden in het bestemmingsplan geregeld, maar de exacte invulling (waaronder het stedenbouwkundig ontwerp) ligt nog niet vast. Dit wordt allemaal nader ingevuld aan de hand van de behoefte.
Dit is ook de reden waarom gekozen is voor grotendeel de bestemming ‘Woongebied’. Op deze wijze kan flexibel ingespeeld worden op de marktom standigheden. Er is wel een voorbeeldverkaveling opgesteld en opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan, maar hier kan van worden afgeweken. Het voorstel om het hofje een kwartslag te draaien, kan worden meegenomen in de uitwerking van het definitieve stedenbouwkundig plan. Initiatiefnemer is bereid om hierover het gesprek aan te gaan met de indieners van deze zienswijze. Het voorstel om de groenstrook langs de Stadsweg aanvullend te beplanten met een houtsingel met inheemse bomen en struiken kan worden meegenomen in de uitwerking van het inrichtingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan maakt dit reeds mogelijk.
Indieners maken zich zorgen over de toename van het verkeer en verzoeken aangepaste verkeersmaatregelen te nemen. Indieners stellen voor een kleine rotonde op de kruising met de Schietweg te realiseren. Reactie gemeente: De ontwikkeling van de nieuwe wijk zal een toename van het aantal verkeersbewegingen met zich meebrengen. Echter is de wijk Hokseberg goed bereikbaar vanuit verschillende richtingen, waardoor het toegenomen verkeer goed verspreid wordt over de verschillende uitvalswegen. De realisatie van een kleine rotonde op de kruising van de Stadsweg en de Schietweg is (vooralsnog)niet nodig, deze kruising is veilig genoeg om de toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen. Recentelijk is een verkeersonderzoek uitgevoerd door Witteveen & Bos naar de verkeerssituatie op de Bovenweg. In datzelfde onderzoek is ook de ontsluiting van de nieuwbouwwijk Hokseberg beoordeeld. Als aanbeveling is in de rapportage opgenomen om na realisatie van de nieuwe woonwijk Hokseberg de ontsluiting van deze woonwijk te monitoren. Mocht het extra verkeer problemen opleveren op de Bovenweg kan één van de beschreven maatregelen in de rapportage hiervoor oplossing bieden. De verkeersveiligheid op het kruispunt Stadsweg/Schietweg monitort de gemeente als onderdeel van de gemeente brede verkeersveiligheidsmonitoring.
Indieners geven aan dat zij een planschadevergoeding billijk vinden vanwege te verwachten waardevermindering van perceel en woning, zeker gezien de gefaseerde ontwikkeling naar een volledige woonwijk. Reactie gemeente: Een planschadeverzoek kan worden ingediend tot 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Het staat indieners vrij om hier een beroep op te doen.
De indiener van zienswijze 3 vreest dat de nieuwbouwwijk, die ook binnen de bebouwde kom komt te liggen, alsmede de toename van verkeer en niet te vergeten de overlast die bouw en bouwverkeer zal geven een negatieve invloed op het bedrijf zal hebben. Reactie gemeente: Voor zover er volgens indiener van de zienswijze sprake is van planschade kan een planschadeverzoek worden ingediend tot 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Het staat indieners vrij om hier een beroep op te doen. Op de veronderstelde toename van het verkeer is in een eerdere reactie op deze zienswijze al uitvoerig gereageerd. Negatieve invloed van bouwwerkzaamheden en bouwverkeer op het bedrijf is geen onderwerp waarin het bestemmingsplan voorziet. Dit is een privaatrechtelijke kwestie tussen de indiener van de zienswijze en de initiatiefnemer van de ontwikkeling. Conclusie: De zienswijzen zijn ongegrond en leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3. Ambtshalve aanpassingen Aanpassing 1: Archeologie Het noordwestelijke deel van het plangebied (kamer 1) is door middel van een proefsleuvenonderzoek onderzocht op archeologische waarden. In week 36 van 2021 heeft Econsultancy het sleuvenonderzoek uitgevoerd. Op basis van het proefsleuvenonderzoek is geconcludeerd dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling op het noordelijke deel van het plangebied. De resultaten van het proefsleuvenonderzoek geven aanleiding om in te stemmen met het advies van de archeoloog om op het noordelijkwestelijk deel van het plangebied (kamer 1) de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie hoge verwachtingswaarde’ te laten vervallen. Het zuidoostelijke deel van het plangebied (kamer 2) is nog niet onderzocht op archeologische waarden middels een proefsleuvenonderzoek. De reden hiervoor is dat dit deel van het plangebied nagenoeg volledig verhard en gedeeltelijk bebouwd is. Dit deel van het plangebied is bedrijfsmatig nog in gebruik. In overeenstemming met de regioarcheoloog is er mee ingestemd om dit zuidoostelijk deel van het plangebied in een later stadium op archeologische waarden te onderzoeken middels een proefsleuvenonderzoek.
Hierdoor blijft er op basis van de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie hoge verwachtingswaarde’ een onderzoekplicht op dit deel van het plangebied, gekoppeld aan de omgevingsvergunningaanvraag. De beschrijving en het resultaat van het proefsleuvenonderzoek voor het noordwestelijk deel van het plangebied (kamer 1) is door Econsultancy gedeeld met de regioarcheoloog. De definitieve rapportage, al dan niet aangevuld met de resultaten van proefsleuvenonderzoek voor het zuidoostelijke deel van het plangebied (kamer 2) volgt binnen 2 jaar. Op basis van deze conclusie voor kamer 1 en het uitstellen van proefsleuvenonderzoek voor kamer 2 zijn de volgende ambtelijke aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan: 1. De dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie hoge verwachtingswaarde’ is op het noordwestelijk deel van het plangebied (kamer 1) komen te vervallen. Dit is verwerkt op de verbeelding van het bestemmingsplan. Op het zuidoostelijk deel van het plangebied (kamer 2) blijft de dubbelstemming ‘Waarde- Archeologie hoge verwachtingswaarde’ gehandhaafd op de verbeelding. 2. Het uitvoeren van het proefsleuvenonderzoek, de conclusies op basis van het onderzoek en het handhaven van de onderzoekplicht voor het zuidoostelijk deel van het plangebied (kamer 2) zijn verwerkt in paragraaf 5.7 van de Toelichting op het bestemmingsplan. 3.
De door Econsultancy aangeleverde beschrijving en het resultaat van het proefsleuvenonderzoek voor het noordwestelijk deel van het plangebied (kamer 1) is toegevoegd als bijlage 15 bij de toelichting.
Aanpassing 2: Wijziging klein deel bestemming ‘Groen-Landschappelijke beplanting’ in bestemming ‘Groen’ Aan de zuidkant langs de bestaande weg ‘Hokseberg’ is net ten zuiden van de bestaande woning abusievelijk een klein deel van de bestaande groenstructuur op de verbeelding aangeduid met de bestemming ’Groen – landschappelijke beplanting’. Deze groenstructuur langs de bestaande weg ‘Hokseberg’ maakt geen onderdeel uit van de historische houtwal. Deze bestaande groenstructuur moet de bestemming ‘Groen’ hebben. Op basis hiervan is de volgende ambtelijke aanpassing doorgevoerd in het bestemmingsplan: 1. Op de verbeelding is net ten zuiden van de bestaande woning de bestemming van een klein deel van de bestaande groenstructuur langs de bestaande weg ‘Hokseberg’ gewijzigd van ‘Groen – landschappelijke beplanting’ in de bestemming ‘Groen’.
Overige aanpassingen In de Toelichting zijn een aantal ondergeschikte aanpassingen verwerkt : 1. In paragraaf 4.6.2. is op pagina 57 de tekst ‘waarvan 56 grondgebonden woningen’ gewijzigd in ‘waarvan 51 grondgebonden woningen’.
2.
3.
In paragraaf 5.3.1. was op pagina 69 per abuis opgenomen dat het college nog een kombesluit moest nemen. Een dergelijk besluit moet echter worden genomen door de raad. Dit is gewijzigd in het definitieve bestemmingsplan. In paragraaf 5.6.1 is op pagina 82 verwerkt dat de Wsn en Bsn per 1 juli 2021 in werking zijn getreden. In het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen dat de Wsn en Bsn naar verwachting op 1 juli 2021 in werking zouden treden, maar dat deze datum nog niet zeker was.