Bijlage 3 KuiperCompagnons (16 april 2024) Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Kerkgebouw HHG Doornspijk’
12 april 2024
Werknummer
622.139.20
Datum
16 april 2024
3
Inhoud 1.
Beschrijving van het project......................................................................................... 4
2.
Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? ................................................................. 4
3.
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling .............................. 5
4.
Conclusie .................................................................................................................... 6
Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling ...........................13
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
4
1.
Beschrijving van het project De ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een nieuw kerkgebouw voor het kerkbestuur van de Hersteld Hervormde Gemeente Doornspijk en Nunspeet en omgeving. Het plangebied bevindt zich aan de Zuiderzeestraatweg West 69 in Doornspijk. Het nieuwe kerkgebouw zal ruimte bieden voor maximaal 840 kerkgangers. Daarnaast biedt het gebouw ruimte aan de zondagse erediensten (kerkzaal) en het kerkelijk leven, zoals huwelijksdiensten, catechisatie, jeugd-, mannen- en vrouwenvereniging en rouwdiensten. De activiteiten van de huidige functie, kringloopwinkel De Vuurdoorn, worden afgebouwd bij de realisatie van het beoogde nieuwe kerkgebouw. Een voorlopige situatietekening is in afbeelding 1 weergegeven.
Afbeelding 1: Inrichtingstekening toekomstige situatie plangebied (bron: Architectenbureau Born, 18 oktober 2023).
2.
Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? Voor de voorgenomen ontwikkeling dient gemotiveerd te worden of mogelijk sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient het bevoegd gezag (in dit geval burgemeester en wethouders) de afweging te maken of een m.e.r.procedure dient te worden gevolgd. In het Besluit m.e.r. zijn categorieën van gevallen aangegeven die (mogelijk) m.e.r(beoordelings)plichtig zijn. Voor de bouw van woningen en commerciële ruimten is dit in het Besluit m.e.r. als volgt geformuleerd: 1. D.11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van een nieuw kerkgebouw kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals voorkomend in de eerste kolom van de
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
5
D-lijst horende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). De drempelwaarde (kolom 2) wordt niet overschreden. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel deze vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of MER noodzakelijk. Omdat het niet de gemeente is die initiatiefnemer is in dit project, is de m.e.r.-beoordeling in de vorm van een aanmeldnotitie opgesteld. Op basis van de ingediende vormvrije m.e.r.beoordeling dient de gemeente op een zo vroeg mogelijk moment te besluiten of wel of niet een formele (uitgebreide) m.e.r.-beoordeling of MER moet worden opgesteld.
3.
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Deze worden hieronder behandeld. 1. Kenmerken project / activiteit De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een nieuw kerkgebouw voor maximaal 840 kerkgangers. De bestaande bebouwing wordt gesloopt. Het nieuwe kerkgebouw zal ruimte bieden aan de zondagse erediensten (kerkzaal) en het kerkelijk leven, zoals huwelijksdiensten, catechisatie, jeugd-, mannen- en vrouwenvereniging en rouwdiensten. De maximale bebouwingsoppervlakte zal 940 m2 bedragen, exclusief trappen en hellingbaan. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee onder de drempelwaarde van 100 hectare aaneengesloten gebied. 2. Plaats van het project / activiteit Het plangebied bevindt zich aan de Zuiderzeestraatweg West 69 in Doornspijk (gemeente Elburg). De locatie ligt ten zuiden van de weg, aan de rand van het bebouwd gebied van Doornspijk. De Zuiderzeestraatweg West, ook bekend als de provinciale weg N310, loopt tussen Elburg en Nunspeet. Het plangebied ligt globaal tussen deze kernen in. Ten noorden, oosten en zuidoosten van het plangebied ligt het landgoed Klarenbeek. Aan de zuidwestkant zijn verschillende woonpercelen met een adres aan de Zuiderzeestraatweg West aanwezig.
De weg begrenst het plangebied aan de noordwestkant. Afbeelding 2 toont de ligging van het plangebied in de omgeving.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
6
Afbeelding 2: globale ligging plangebied in de omgeving.
3. Samenhang met andere activiteiten De voorgenomen ontwikkeling maakt geen deel uit van andere activiteiten of ontwikkelingen. 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en / of onderzocht. De tabel opgenomen als bijlage I bij deze notitie geeft een samenvatting van de afweging per aspect. Aspecten waar (mogelijk) nadelige effecten optreden zijn hieronder nader uitgewerkt. Archeologie en cultuurhistorie In het vigerende bestemmingsplan ‘Doornspijk en Hoge Enk’ is aan het hele voorliggende plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend. In overleg met de regioarcheoloog is echter afgestemd dat voor de voorgenomen ontwikkeling archeologisch onderzoek niet benodigd is. Landgoed Klarenbeek De locatie bevindt zich naast en gedeeltelijk op het Rijksmonument Landgoed Klarenbeek. Het landgoed bestaat uit verschillende onderdelen, te weten het Huis Klarenbeek, de historische tuin- en parkaanleg, het voormalige koetshuis, twee dienstwoningen, een garage en een brug en toegangspoort. Landgoed Klarenbeek en de verschillende monumenten (bruin omlijnd) Het voormalige koetshuis maakt deel uit van de locatie van de kerk en zal behouden blijven.
Het pand zal dienst gaan doen als dienstwoning, waardoor het pand behouden blijft. Het plangebied ten opzicht van het landgoed. De overige bebouwing, die niet op het landgoed behoort, wordt gesloopt. In de nieuwe opzet maakt deze bebouwing plaats voor de kerk die op een zodanige wijze gesitueerd wordt dat deze aansluit op de stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristieken van het landgoed. In verschijningsvorm moet de kerk echter duidelijk afwijken van het landgoed om niet met het landhuis Klarenbeek te concurreren. Duidelijk moet zijn dat de kerk niet tot het landgoed zelf behoort. Een streekeigen architectuur is wel wenselijk. De relatie tussen locatie en landgoed is uitgebreid beschreven in de studie en het schetsontwerp van Ars Virens. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
7
Inpassing van de kerk In het ontwerp van het kerkgebouw wordt gezocht naar samenhang met het naastgelegen Landgoed Klarenbeek. In een vroeg stadium is er door de landschapsarchitect een studie gedaan naar de randvoorwaarden, positionering, bouwvolume, materialisering etc. In het beeldkwaliteitsplan zijn de ontwerpuitgangspunten opgenomen. In het kort worden hieronder de ontwerpuitgangspunten genoemd die van belang zijn voor het aspect cultuurhistorie: - In stedenbouwkundige en landschappelijke opzet dient te worden gezocht naar samenhang tussen de kerk en het landgoed; - De kerk moet in functioneel opzicht ondergeschikt zijn aan het naastgelegen landgoed en wat vormgeving en detaillering betreft af wijken van de architectuur van het landhuis; - Het kerkgebouw dient een streekeigen architectuur te hebben; - Historiserende bebouwing is mogelijk, mits de detaillering zorgvuldig uitgevoerd wordt. Door deze zorgvuldige benadering en manier van ontwerpen ontstaat er een passend ensemble met het landgoed. Op deze wijze levert de kerk en de inrichting van het groen een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de dorpskern van Doornspijk. Een belangrijk aspect om aansluiting en samenhang met het landgoed te verkrijgen en de kwaliteit te verbeteren is de maximale groene invulling van het perceel. Dit wordt bereikt door een groot deel van de terreininrichting te realiseren met groen.
In het document dat is opgesteld door landschapsarchitectenbureau Ars Virens is dit verder uitgewerkt. In het Beeldkwaliteitsplan zijn meer concrete en toetsbare beeldkwaliteitsrichtlijnen opgenomen. Deze gaan in op de situering, de massa en hoofdvorm, de gevels, het materiaalen kleurgebruik en de terreininrichting en kunnen worden gebruikt als toetsingskader voor het ontwerp voor Welstand. Gezien bovenstaande vormt het aspect cultuurhistorie en archeologie geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bedrijven en milieuzonering De beoogde ontwikkeling maakt geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk. Een kerk en een parkeerterrein worden beide aangemerkt als milieucategorie 2. In gemengd gebied geldt hiervoor een richtafstand van 10 meter. Gezien de ligging van de planlocatie en de verschillende functies in de omgeving kan in dit geval uitgegaan worden van gemengd gebied. Binnen de richtafstand, aan de zuidkant van het plangebied, valt een woonbestemming (gevoelige functie). Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de Afdeling in de uitspraak van 13 juli 2011 heeft bepaald dat het klokgelui om kerkgangers op te roepen voor de dienst aangemerkt wordt als een door artikel 6 van de Grondwet beschermde uiting tot het belijden van godsdienst.
Dit betekent dat het geluid van klokgelui ter gelegenheid van godsdienstige plechtigheden en het belijden van godsdienst (het 'kerkelijk leven') en de effecten daarvan op de omgeving buiten beschouwing mogen worden gelaten. Wél is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluiduitstraling van het nieuw te realiseren parkeerterrein bij het nieuwe kerkgebouw. De resultaten van het onderzoek (opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan) worden hieronder beknopt beschreven. Uit het onderzoek blijkt dat voor wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (ruimschoots) voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de toetswaarden uit de VNGpublicatie. Tevens is nog geluidruimte beschikbaar voor de overige geluidbronnen van de kerk, zoals eventuele installaties. Voor wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Verder blijkt uit het onderzoek dat voor wat betreft het aspect indirecte hinder sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit het onderzoek blijkt dat voor wat betreft het maximale geluidsniveau dat niet zondermeer voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de toetswaarden uit de VNGpublicatie.
Om de geluidbelasting ter plaatse van de woningen te reduceren, kunnen de volgende maatregelen worden overwogen: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
8
Maatregel 1: Beperken gebruik parkeerplaatsen in de avondperiode Door 34 parkeerplaatsen in de avondperiode niet te gebruiken, maar de overige 136 parkeerplaatsen te gebruiken, wordt voorkomen dat de overschrijding optreedt. Deze 136 resterende parkeerplaatsen zijn in de representatieve bedrijfssituatie ruim voldoende, omdat het om slechts 32 personenwagens in de avondperiode gaat. Het gebruik van de 34 parkeerplaatsen in de avond kan voorkomen worden door deze fysiek af te sluiten met een ketting of hek, of door een verbodsbord te plaatsen. Voor de incidentele bedrijfssituatie is deze oplossing echter niet toereikend, omdat dan 140 parkeerplaatsen benodigd zijn. Maatregel 2: Plaatsing schermen In overleg met HHG Doornspijk is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om op de erfgrens afschermende voorzieningen te plaatsen. Hierbij is uitgegaan van een begroeibaar scherm zoals bijvoorbeeld Greenwall. Uitgegaan is van de schermen met een hoogte van 2 meter (scherm A, C en D; met rood weergegeven) respectievelijk 2,4 meter (scherm B, met blauw weergegeven).
Voor het scherm gelden de volgende eisen: • De hoogte van de schermen dient minimaal 2 meter respectievelijk 2,4 meter te bedragen; • De massa van de schermen dient minimaal 10 kg/m2 te bedragen; • De schermen dienen gesloten te worden uitgevoerd; • De schermen dienen aan de bronzijde absorberend te worden uitgevoerd; Hierbij wordt het volgende opgemerkt: - De schermen C en D zijn vanuit akoestisch oogpunt niet noodzakelijk, maar komen voort uit het participatietraject met de omwonenden. - Zolang de bestaande uitbouw van de woning Zuiderzeestraatweg West 69A aanwezig, mag het scherm A uit twee delen worden opgebouwd die aansluiten op de uitbouw. Het is dus niet noodzakelijk het scherm langs de uitbouw door te trekken. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat het maximale geluidsniveau inclusief schermen: - Ter plaatse van de woning Zuiderzeestraatweg West 69A ten hoogste 70 dB(A) bedraagt; - Ter plaatse van de woning Zuiderzeestraatweg West 69B ten hoogste 66 dB(A) bedraagt; - Ter plaatse van de woning Zuiderzeestraatweg West 71 ten hoogste 62 dB(A) bedraagt. Met deze maatregel wordt dus in de dagperiode op alle woningen voldaan aan de 70 dB(A) en wordt de eerder geconstateerde overschrijding ter plaatse van de woning Zuiderzeestraatweg West 71 teniet gedaan.
Het aantal parkeerplaatsen dat in de avondperiode niet gebruikt kan worden neemt met 8 af tot 26 en zijn derhalve 144 parkeerplaatsen beschikbaar, waarmee ook in de incidentele situatie voldaan kan worden. Conclusie Naar het effect van de toekomstige parkeerplaatsen op de naastgelegen woonfunctie is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Er wordt niet zondermeer voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de toetswaarden uit de VNG-publicatie wat betreft het maximale geluidsniveau. Hierdoor zullen maatregelen getroffen moeten worden. Zodra aan het geluidsniveau wordt voldaan vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Bodem In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is de bodemkwaliteit onderzocht. Onderzoeksbureau Boluwa heeft een verkennend bodemonderzoek (NEN5740), nader bodemonderzoek (NTA5755) en een verkennend bodemonderzoek asbest (NEN5707) uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek Op basis van het verkennend onderzoek zijn op het terrein in zowel de boven- als de ondergrond grond diverse licht verhoogde gehalten aangetoond. Daarnaast is ter plaatse van één separaat onderzocht grondmonster in de zintuiglijk verdachte bodemlaag een sterk verhoogd gehalte Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
9
PAK aangetroffen. De aangetroffen licht verhoogde gehalten op het terrein behoeven geen nader onderzoek. Ter plaatse van de locatie van het grondmonster dient echter wel een nader onderzoek te worden uitgevoerd in de vorm van aanvullende/afperkende boringen. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Nader bodemonderzoek Op basis van voorgaand verkennend bodemonderzoek is op één locatie in de bovengrond een sterk verhoogd gehalte PAK (10-VROM) aangetroffen. Volgens schatting is een oppervlakte van ca. 50 m² licht tot sterk verontreinigd. De dikte van de verontreinigde laag wordt geschat op ca. 0,50 m. Dit houdt in circa 25 m³ verontreinigde grond, waarvan circa 15 m³ boven de interventiewaarde. Waarschijnlijk betreft het een historische verontreiniging (ontstaan voor 1987) en behoeft deze niet met spoed te worden gesaneerd. Indien ter plaatse van het verontreinigde terreindeel ontwikkelingen plaatsvinden waarbij grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd dient de verontreiniging te worden gesaneerd. Verkennend asbestonderzoek Uit het verkennend asbestbodemonderzoek blijkt dat op een aantal locaties binnen het plangebied een nadere analyse naar asbestverdacht materiaal moet worden uitgevoerd. Ook zal op twee locaties (van circa 1 m3 en 4 m3) bodemsanering plaats moeten vinden.
Aanvullend bodemonderzoek Door Boluwa Eco Systems BV is een aanvullend en nader bodemonderzoek uitgevoerd in oktober 2023. In dit onderzoek is een groot aantal boringen en afperkingen nader onderzocht. Het volledige onderzoek is bijgevoegd als bijlage 11. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in de bovengrond van boring B06 geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Op het terrein dienen de volgende bodemsaneringen te worden uitgevoerd: 1. Rond boring B25, verontreiniging PAK (10-VROM), geschatte hoeveelheid 25 m³,bodemlaag 0 – 0,50 m-mv;2. Rond boring/inspectiegat G48, verontreiniging PAK (10-VROM), geschattehoeveelheid 10 m³, bodemlaag 0,10 – 0,20 m-mv (onder asfaltverharding); 3. Ter plaatse van G27/inspoelzone MM1A (G26, G27, G28), verontreiniging asbest,geschatte hoeveelheid 9 m³, bodemlaag 0 – 0,50 m-mv; 4. Rond inspectiegat G43, verontreiniging asbest, geschatte hoeveelheid 20 m³,bodemlaag 0 – 0,50 m-mv; 5. Ter plaatse van inspoelzone MM5A (G38 t/m G40), verontreiniging asbest, geschattehoeveelheid 1 m³, bodemlaag 0 – 0,10 m-mv. De verontreinigde grond dient te worden ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. Voorafgaand aan de sanering(en) dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag (provincie Gelderland). De sanering dient te worden begeleid door een BRL SIKB 6000 gecertificeerd bedrijf.
De ontgraving en uitvoering van de sanering dient plaats te vinden door een BRL SIKB 7000 gecertificeerd bedrijf. Conclusie Na het aanvullend en nader bodemonderzoek kan gesteld worden dat op vijf plaatsen in het plangebied bodemsanering dient te worden uitgevoerd. Als deze bodemsaneringen worden uitgevoerd vormt het onderdeel ‘bodem’ geen belemmering meer voor dit bestemmingsplan.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
10
Ecologie – soortenbescherming Ter voorbereiding op de voorgenomen ontwikkeling heeft Inventarium in juni 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De Omgevingsdienst Noord-Veluwe heeft dit rapport beoordeeld, op basis daarvan is de quickscan aangevuld. Uit het onderzoek blijkt dat het overtreden van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is bij het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden in het plangebied. Er zijn geen beschermde soorten flora en fauna aangetroffen, die met de voorgenomen ontwikkeling worden aangetast. Beschermde bomen Uit de Groene Kaart van de gemeente Elburg blijkt dat er drie beschermde bomen op het voorterrein van het plangebied staan. Deze beschermde bomen blijven behouden. Hiervoor is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. Er zal gewerkt worden conform de in de Bomen Effect Analyse omschreven randvoorwaarden. Een deel van het achterterrein van het plangebied is aangeduid met de groene zone ‘Boomzone (gebied met bomen/houtwallen)’. Binnen deze zone geldt dat bomen kapvergunningsplichtig zijn. Binnen deze zone worden circa vijf bomen gekapt. Hiervoor zal een kapvergunning worden aangevraagd en binnen het plangebied worden herplant. Ecologie – gebiedsbescherming De ontwikkellocatie ligt niet op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren.
Ook maakt het plangebied geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of een ander beschermd natuurgebied. Ecologie - stikstof In de omgeving van het plangebied zijn verschillende (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebieden aanwezig. Ten behoeve van de aanleg- en gebruiksfase is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000gebieden door de aanleg en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan. Externe veiligheid Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuw kwetsbaar object mogelijk gemaakt. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende risicobronnen aanwezig: • LPG-tankstation • De Zuiderzeestraatweg West: vervoer van gevaarlijke stoffen • Drie hogedruk aardgasbuisleidingen • De A28 • De spoorlijn Amersfoort-Hattem
Drie hogedruk aardgasbuisleidingen De hogedruk aardgasbuisleidingen liggen op een dusdanige afstand van het plangebied dat deze in het kader van externe veiligheid niet relevant zijn. A28 en spoorlijn Amersfoort-Hattem De A28 en de spoorlijn Amersfoort-Hattem liggen op ongeveer 3.800 meter van het plangebied. Hierdoor zijn deze twee risicobronnen op dit moment nog externe veiligheid relevant. Immers voor een toxisch scenario moet uitgegaan worden van een effectafstand van 4.000 meter. Met de komst van de Omgevingswet wordt er gesproken over een gifwolkaandachtsgebied. Bij een gifwolkaandachtsgebied dient rekening gehouden te worden met een afstand van 1.500 meter. Het plangebied valt buiten deze afstand. Rekening houdend met de komst van de omgevingswet adviseert de veiligheidsdienst hierin geen maatregelen anders dan die in de Omgevingswet reeds genoemd worden. LPG-tankstation en vervoer van gevaarlijke stoffen over de Zuiderzeestraatweg West Voor het LPG-verkooppunt geldt een invloedsgebied van 150 meter. Het plangebied ligt op circa 190 meter afstand en voldoet daarmee aan de richtafstand. Over de Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
11
Zuiderzeestraatweg West vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen is een verantwoordingsgebied aanwezig van 200 meter. Het invloedsgebied van LPG is 355 meter. Het plangebied bevindt zich zowel binnen het verantwoordingsgebied als binnen het invloedsgebied van LPG. Omdat de ontwikkeling een kerk met een hoog aantal personen betreft en vrij dicht op deze weg gelegen is dient het groepsrisico te worden berekend. Tevens dient een beschrijving te worden gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Over het algemeen wordt geprobeerd om functies die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals senioren of gehandicapten, op een zo groot mogelijke afstand van de risicobronnen te realiseren. Met het plan worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid.
Plaatsgebonden risico Het risico van het transport over de bevoorradingsroute is berekend met RBM II versie 2.3, ontwikkeld in opdracht van Rijkswaterstaat voor evaluatie van transportroutes. De berekeningen hebben niet geleid tot een PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door het planvoornemen. Daarom kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid De zelfredzaamheid is mogelijk als het plan niet te zwaar zou worden getroffen. Dit is het geval als de ernst van het ongeval beperkt is of als de afstand tussen de ongevalslocatie en het plangebied groter is dan 80 m, de 100%-letaliteitscontour van het scenario BLEVE1 van brandbaar gas. Als wordt uitgegaan van het ongevalscenario BLEVE, is binnen een zone van 80 m aan weerszijden van de weg zelfredzaamheid eigenlijk niet goed mogelijk. Het scenario treedt direct op zodat er geen tijd is om te vluchten. Alleen voor de ongevalscenario’s en ongevallocaties waarbij gebouwen in brand zouden raken, zijn er reële mogelijkheden van zelfredzaamheid. Deze zijn niet anders dan de eisen die vanuit het Bouwbesluit worden gesteld om bij brand een veilig heenkomen te hebben.
Om te vluchten is het van belang dat de nieuwbouw (nood)uitgangen heeft die van de bron af gericht zijn en dat men via de openbare ruimte van de risicobron weg kan vluchten. Opgemerkt wordt dat de bevoorrading van LPG uitsluitend/hoofdzakelijk op werkdagen plaatsvindt zodat het niet waarschijnlijk is dat een ongevalsscenario optreedt tijdens kerkbezoek op de zondag. Gezien bovenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Geluid (Wet geluidhinder) Een kerk wordt niet worden gekenmerkt als geluidsgevoelig object. Onderzoek op grond van de Wgh is dan ook niet benodigd. Daarnaast veroorzaakt het nieuwe kerkgebouw geen toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen. De geluidsbelasting zal dan ook niet toenemen ter plaatse van de bestaande woningen langs de wegen in de omgeving. Gezien bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Luchtkwaliteit Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
12
Met de realisatie van het kerkgebouw zullen geen nieuwe verkeersbewegingen ontstaan. Het is immers een verplaatsing van de bestaande kerkdiensten naar een nieuw kerkgebouw. Bovendien verdwijnt hiermee de planologische mogelijkheid voor een tuincentrum binnen de kern Doornspijk. Per saldo neemt planologisch gezien de verkeersaantrekkende werking af. Een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse valt dan ook niet te verwachten. Het project kan daarom worden aangemerkt als een ontwikkeling die ‘NIBM’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit is daardoor niet nodig. Verkeer In het kader van deze ontwikkeling heeft Sweco een verkeersonderzoek uitgevoerd, met als doel de effecten van de herontwikkeling op mobiliteit en verkeer in en om het gebied inzichtelijk te maken. De conclusies ten aanzien van verkeer zijn hieronder samengevat. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat met de realisatie van het kerkgebouw geen extra verkeersbewegingen zullen ontstaan ten opzichte van de huidige situatie. Het gaat alleen om een verplaatsing van de bestaande kerkdiensten naar een nieuw kerkgebouw, 150 meter verderop in noordelijke richting langs de Zuiderzeestraatweg West. In het nieuwe kerkgebouw zullen geen extra diensten of activiteiten plaatsvinden ten opzichte van de huidige situatie.
Parkeren In het plan is voorzien in 168 parkeerplaatsen. Daarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte op basis van de geldende parkeernorm. De benodigde parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein. Ook zal daarbij rekening worden gehouden met gehandicaptenparkeerplaatsen. Om in het plangebied toch een zo groen mogelijke uitstraling te bieden zullen zoveel mogelijk parkeerplaatsen in halfverharding of geheel onverhard worden uitgevoerd. Daarnaast geldt een fietsparkeernorm van 40 fietsparkeerplaatsen per 100 kerkgangers. Op basis van het aantal zitplaatsen zijn zodoende minimaal 340 fietsparkeerplaatsen benodigd. Hierin zal op het terrein bij het kerkgebouw worden voorzien. Water Oppervlaktewatersysteem en waterveiligheid Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten oosten en zuiden van het plangebied loopt een watergang, die aan de zuidkant het plangebied begrenst en met een slingerende beweging door het landgoed Klarenbeek loopt. Op de Legger watersysteem van het waterschap is de watergang aangemerkt als A-water met aan weerszijden een onderhoudsstrook van 1 meter. Daarnaast ligt het projectgebied niet binnen of nabij een beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. In het vigerende bestemmingsplan is ook geen beschermende dubbelbestemming opgenomen.
Waterkwantiteit De voorgenomen ontwikkeling zorgt in ieder geval voor een verharding van 3.250 m2. Dit resulteert in een waterbergingsopgave van 195 m3. Om hierin te voorzien wordt gedacht aan de toepassing van BIMS als infiltratiemateriaal. Voor BIMS geldt dat het volume hiervan voor 40% kan worden meegerekend als watercapaciteit. Met een bergingsopgave van 195 m3 betekent dit een omvang van circa 487,5 m3. Om het hemelwater op te vangen en te laten infiltreren zal er onder het oppervlak een pakket van minimaal 30 cm dik moeten worden aangebracht. Op basis van een inhoud van 487,5 m2 zal daarvoor een oppervlak van minimaal 1.625 m2 voor nodig zijn. Daarmee kan worden voldaan aan de bergingsnorm van 60mm/m2. Daarbij zal het hemelwater in de infiltratievoorziening moeten gebracht worden. Het kerkgebouw kan rechtstreeks afwateren op de infiltratievoorziening. De gronden met de waterdoorlatende verharding wateren zelf af, rechtstreeks de infiltratievoorziening in. De overige terreinverharding zal middels kolken en/of goten afgewaterd moeten worden op de infiltratievoorziening. Daarnaast zal er een noodoverloop gerealiseerd moeten worden. In nader overleg met de gemeente en het waterschap zal worden bepaald of deze moet afwateren op het Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
13
oppervlaktewater of op het DWA-stelsel. Na het bergen van de benodigde 60 mm/m2 kan de rest van de regenbui wel overlopen in het oppervlaktewater van de beek. Dit kan via een uitstroomvoorziening. Voor een uitstroomvoorziening is wel een vergunning nodig. Hiervoor gelden beleidsregels ten aanzien van objecten en bouwwerken in een oppervlaktewaterlichaam (art. 4.5.3). Dit zal in het vervolg nader worden uitgewerkt aan de hand van de criteria van het waterschap. Waterafvoer en riolering In de omgeving van het plangebied is een gemengd rioolstelsel aanwezig. Het vuilwater (droogweerafvoer, DWA) van het kerkgebouw wordt hierop aangesloten. Het hemelwater dat op de bebouwing en andere verharding valt wordt afgekoppeld van het DWA en gescheiden afgevoerd. Dit is onder ‘waterkwantiteit’ nader beschreven. Hierbij zal moeten worden voldaan aan de regels van het waterschap. Waterkwaliteit Het tegengaan van riooloverstorten door de afkoppeling van hemelwater komt de waterkwaliteit ten goede. Het ontstaan van (nieuwe) vervuilingsbronnen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen om vervuiling van grond- en oppervlaktewater te beletten. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen.
Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Volksgezondheid Doordat regenwater gescheiden wordt afgevoerd van het afvalwater, worden (gemengde) riooloverstorten voorkomen en zullen bestaande gemengde overstorten niet verergeren. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater en het beheer en onderhoud van hoofdwatergangen. De onderhoudsplicht voor overige watergangen ligt bij de kadastrale eigenaren. Daarnaast moet de gemeentelijke riolering bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud. Daarnaast zal het beoogde infiltratiesysteem voor de waterberging (zie onder ‘waterkwantiteit’) ook onderhouden moeten worden (regulier onderhouden en schoonmaken). Het onderhoud hiervan ligt bij de eigenaar van het kerkgebouw. Conclusie De precieze omvang en invulling van eventueel benodigde watercompensatie wordt nog nader bepaald.
De overige waterthema’s leiden niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan wordt conform artikel 3.1.1 van het Bro nog aan het waterschap voorgelegd.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
14
4.
Conclusie Uit de tabel in bijlage I blijkt dat er sprake is of kan zijn van nadelige milieueffecten. Deze effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
15
Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling Aspect
Nu
Straks Uitwerking
Archeologie
±
±
Het hele voorliggende plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. In overleg met de regioarcheoloog is echter afgestemd dat voor de voorgenomen ontwikkeling archeologisch onderzoek niet benodigd is. Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bedrijven en milieuzonering
±
±
Voor het nieuwe parkeerterrein is nader akoestisch onderzoek uitgevoerd. Er wordt niet zondermeer voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de toetswaarden uit de VNG-publicatie wat betreft het maximale geluidsniveau. Hierdoor zullen maatregelen getroffen moeten worden. Zodra aan het geluidsniveau wordt voldaan vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
Bodem
±
+
Na het aanvullend en nader bodemonderzoek kan gesteld worden dat op vijf plaatsen in het plangebied bodemsanering dient te worden uitgevoerd. Als deze bodemsaneringen worden uitgevoerd vormt het onderdeel ‘bodem’ geen belemmering meer voor dit bestemmingsplan.
Bezonning
+
+
Geen hinderlijke schaduwwerking door het nieuwe kerkgebouw.
Brandveiligheid
+
+
Voldoet aan de brandvoorschriften Bouwbesluit.
Cultuurhistorie
±
±
De RCE zal geconsulteerd worden en in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op het bestemmingsplan.
Duurzaamheid
0
+
In het plan wordt waar mogelijk ingezet op het realiseren van een zo duurzaam mogelijk gebouw, en een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. Zo wordt de inrichting van het terrein rondom de bebouwing zo groen mogelijk ingericht, wat bijdraagt aan de biodiversiteit en het tegengaan van hittestress. De ontwikkeling zal in ieder geval voldoen aan de wettelijke vereisten.
Ecologie
0
±
Uit de ecologische quickscan blijkt dat het overtreden van de Wet natuurbescherming niet aan de orde is bij het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden in het plangebied. Uit het stikstofdepositie onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000gebieden door de aanleg en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling.
Energie
0
+
Zie duurzaamheid
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
16
Externe veiligheid
0
0
Met de ontwikkeling worden nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de planlocatie. Het groepsrisico is kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door het planvoornemen. Daarom kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Daarnaast is een beschrijving zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid gegeven.
Geur
0
0
N.v.t.
Geluid (Wet geluidhinder)
0
+
Onderzoek op grond van de Wgh is niet benodigd. Daarnaast veroorzaakt het nieuwe kerkgebouw geen toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen. De geluidsbelasting zal dan ook niet toenemen ter plaatse van de bestaande woningen langs de wegen in de omgeving. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
Gezondheid
0
0
Zie luchtkwaliteit en groen
Groen
0
+
In het plangebied wordt de toepassing van verharding beperkt. Er komt groen waar het kan, en verharding alleen waar het moet. Zo worden de parkeerplaatsen uitgevoerd in halfverharding Het beperken van verharding, het groen (schaduw) en de waterstructuur (verkoeling) dragen bij aan het voorkomen van hittestress.
Klimaatadaptatie
0
0
Zie groen en water
Landschap
+
+
Zie cultuurhistorie
Licht
0
0
N.v.t.
Luchtkwaliteit
0
0
De ontwikkeling is aan te merken als een ontwikkeling die past binnen de term ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Mobiliteit
0
±
De ontwikkeling zal geen extra verkeersbewegingen veroorzaken ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast voldoet het plan aan de (fiets)parkeernorm.
Ondergrond
0
0
Blijft ongewijzigd
Ruimtelijke kwaliteit
0
+
Sociale veiligheid
0
0
Het ontwerp van het kerkgebouw is zorgvuldig afgestemd op de omgeving. In een vroeg stadium is er door de landschapsarchitect een studie gedaan naar de randvoorwaarden, positionering, bouwvolume, materialisering etc. Door deze zorgvuldige benadering en manier van ontwerpen ontstaat er een passend ensemble met het landgoed. Er is ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan het ontwerp van het kerkgebouw moet voldoen. Op deze wijze levert de kerk en de inrichting van het groen een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de dorpskern van Doornspijk. N.v.t.
Straling
0
0
N.v.t.
Trilling
0
0
N.v.t.
Water
0
±
De precieze omvang en invulling van eventueel benodigde watercompensatie wordt nog nader bepaald.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’
17
De overige waterthema’s leiden niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Windhinder
0
0
N.v.t.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan ‘Zuiderzeestraatweg West 69, Doornspijk’