Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan Gerichtenweg Hoge Enk
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan
Gerichtenweg Hoge Enk
Maart 2023
2
INHOUD 1.
Inleiding 5
2.
Bestaande situatie
3.
Ruimtelijke visie 11
4.
Beeldkwaliteit bebouwing
13
5.
Duurzaamheid en natuurinclusiviteit
19
7
3
Plangebied en omgeving (bron: stedenbouwkundig ontwerp Gerichtenweg, buro MA.AN) 4
1. INLEIDING Aanleiding De gemeente Elburg is initiatiefnemer voor de ontwikkeling van de locatie ‘Gerichtenweg’ op de Hoge Enk. Deze locatie wordt gekenmerkt door unieke landschappelijke kwaliteiten. De enk is van oudersher een open en hoger gelegen gebied. Daarnaast is het gelegen op de hoger liggende dekzandruggen. Op de dekzandrug bevindt zich het halfopen kampenlandschap. Karakteristieke landschapselementen zoals houtwallen en singels op de perceelsgrenzen geven dit landschap haar beslotenheid. Ook is het gelegen aan de rand van het dorp Hoge Enk, met een typerende dorpse structuur. Deze kwaliteiten hebben geresulteerd in een stedenbouwkundig ontwerp, opgesteld door buro MA.AN.
Doel beeldkwaliteitsplan Het voorliggende beeldkwaliteitsplan vormt het kader voor de welstandsadvisering bij de aanvraag van omgevingsvergunning. Hierbij is het van belang dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van het gebied geborgd blijft. In overleg met de gemeente is besproken dat de buitenruimte geen onderdeel uitmaakt van het BKP. De gemeente zal inrichting, aanleg en onderhoud van de buitenruimte op zich nemen op basis van het “programma van eisen voor de inrichting van de openbare ruimte”, waardoor de kwaliteit van de buitenruimte geborgd is.
Leeswijzer Dit beeldkwaliteitsplan start met een beschrijving van de bestaande ruimtelijke situatie van het plangebied en de omgeving. Vervolgens wordt ingegaan op de ontwikkelingsgeschiedenis. De stedenbouwkundige en landschappelijke analyse van buro MA.AN is hierin verwerkt. Hoofdstuk 3 beschrijft de ruimtelijke visie, waarna hoofdstuk 4 de beeldkwaliteitseisen voor de bebouwing en erfafscheidingen geeft. Hoofdstuk 5 gaat in op duurzaamheidsmaatregelen die toekomstige bewoners zelf kunnen nemen.
5
RUIMTELIJKE STRUCTUUR Het landschap rondom de Hoge Enk wordt afgebakend door verschillende wegen. Boven de Goorweg en ten westen van de Zuiderzeeweg West bevindt zich het open polderlandschap. Dit wordt gekenmerkt door weidse zichtlijnen en mozaikstructuren van akkers met hier en daar een erf. Op de dekzandrug bevindt zich het half-open kampenlandschap,gekenmerkend door een kleinschalige landschap. De agrarische erven liggen verspreidt in het gebied langs dorpswegen met daarachter het achterland. Karakteristieke landschapselementen zoals houtwallen en singels op de perceelsgrenzen bieden beslotenheid. Aan de zuidzijde vande Huisdijk ligt het veenontginningslandschap. Bomenrijen volgen de strakke ontginningspatronen. De bebouwing is gesitueerd op terpen (Bron: Landschapsontwikkelingsplan (LOP) – 2011). De landschappelijke kenmerken zijn nog redelijk goed herkenbaar rondom de Hoge Enk, maar er liggen kansen om deze kwaliteiten nog beter beleefbaar te maken. Voor de Gerichtenweg geldt dat de kenmerken van het half-open kampenlandschap versterkt moeten worden.
Landschappelijke structuur (bron: stedenbouwkundig ontwerp Gerichtenweg, buro MA.AN) 6
2. BESTAANDE SITUATIE Het gemeentelijke plangebied heeft een oppervlakte van 16.315m2, daarnaast maken ook de twee toekomstige woningen op het naastgelegen perceel onderdeel uit van dit BKP. Het plangebied wordt omsloten door de Gerichtenweg, Oude Harderwijkerweg en Huisdijk. De locatie ligt op de overgang van het dorp naar het agrarische landschap en wordt (nog) als weide en akker gebruikt. Momenteel heeft het een agrarische bestemming. Voor de ontwikkeling van het gebied moet een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Langs de Gerichtenweg zijn verschillende bebouwingsstructuren te onderscheiden. In het oosten ligt een kleinschalige woonwijk, die ontsloten wordt vanuit de Doornenkamp. Aan de overkant, in het westen, losse erfstructuren die direct zijn gesitueerd langs langgerekte dorpswegen met open groene doorzichten naar het achterland. Direct aangrenzend aan het plangebied bevindt zich, in het noorden, de Mattanja School. Aan de zuidoostzijde bevinden zich verschillende, recent gebouwde, rijwoningen, vrijstaande woningen en twee-ondereen-kapwoningen. Op de hoek van Huisdijk en de Gerichtenweg staat een fraaie historische boerderij. Tussen deze boerderij en het plangebied worden in de toekomst twee woningen gerealiseerd, die ook onderdeel uitmaken van dit beeldkwaliteitsplan.
Zicht vanaf de Gerichtenweg over het plangebied
Zicht vanaf de Oude Harderwijkerweg over het plangebied. op de achtergrond de dorpse bebouwing aan de Gerichtenweg
7
8
1900
1950
1980
1990
2010
2020
3. ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS Hoge Enk Het dorp Hoge Enk is ontstaan op een hooggelegen gebied (de Enk). Dit is ook te zien op onderstaande de hoogtekaart. Hoge Enk ligt ongeveer 2 meter hoger dan de rest van de omgeving. Hoge Enk is langzaam van een agrarisch gebied met een aantal boerderijen uitgegroeid tot een dorp. In het dorp zijn nog enkele van deze historische boerderijen te vinden, deze zijn opgenomen in de huidige structuur van het dorp.
Hoogtekaart (bron: stedenbouwkundig ontwerp Gerichtenweg, buro MA.AN) 9
Het plan is gelegen op de overgang van dorpse verkaveling naar agrarische verkaveling. Bebouwing kan deze overgang versterken (bron: stedenbouwkundig ontwerp Gerichtenweg, buro MA.AN) 10
4. RUIMTELIJKE VISIE Het plangebied aan de Gerichtenweg bevindt zich op de overgang van de dorpse structuur (rondom de Doornenkamp) naar het halfopen kampenlandschap: een overgang van een rationale dorpse verkavelingstructuur naar gevarieerde agrarische erfstructuren. Die diversiteit aan erfstructuren is interessant. Er zijn drie principes te onderscheiden: een enkel erf, een dubbel erf en een cluster van drie of meer erven. De omgeving van het plangebied kent een divers aanbod aan woningtypes: rij woningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. Ten slotte vormt de Matanjaschool aan het kruispunt van de Oude Harderwijker weg, Goorweg en Gerichtenweg een oriëntatiepunt. Op basis van de analyse, uitgevoerd door bureau MA.AN, zijn de volgende randvoorwaarden opgesteld.
Randvoorwaarden:
11
A’ B B’ A
lijk Lande
lte
gedee
e
deelt
se ge
Dorp
Stedenbouwkundig plan, met twee deelgebieden (bron: stedenbouwkundig ontwerp Gerichtenweg, buro MA.AN) 12
5. BEELDKWALITEIT BEBOUWING Ambitie
Massa en opbouw
Het gebied heeft vanwege de karakteristieke verkavelingspatronen en de grote mate van openheid een hoge landschappelijke- en cultuurhistorische waarde. Het beleid is gericht op een goede landschappelijke inpassing en een goede verankering in de bestaande ruimtelijke structuur.
• •
•
Relatie met de omgeving •
•
•
• •
Gerichtenweg Hoge Enk is een stedenbouwkundig plan afgestemd op de dorpse en landelijke omgeving. Hierbij sluit het oostelijke gedeelte aan op de dorpse lintbebouwing aan de Gerichtenweg en sluit het westelijke gedeelte aan op het landelijke gebied. Gebouwen hebben een open uitstraling naar de openbare ruimte waarbij gevels nadrukkelijk de relatie met de directe omgeving aangaan. Volledig ‘blinde’ gevels zijn niet toegestaan. Erfafscheidingen dragen bij aan de groene uitstraling van het plangebied en zijn daarom op de grens met de openbare ruimte altijd begroeid of bestaan uit beplanting (bijvoorbeeld hagen). Bergingen staan daarom niet direct op de erfgrens wanneer deze grenst aan de openbare ruimte, zodat ook daar ruimte overblijft voor de begroeide erfafscheiding. Afvalbakken en kliko’s bij voorkeur in de achtertuin. Indien in de voortuin, dan graag afgeschermd met hagen. Installaties worden altijd uit het zicht geplaatst. Met uitzondering van zonnepanelen
•
•
De volumes van de bebouwing variëren van vrijstaande woning, tweeonder-een-kapwoning en rijwoningen. Volumes hebben een beeldbepalende kap en vormen op zichzelf een samenhangend geheel, afgestemd op de dorpse en landelijke bebouwing in de omgeving. De kapvorm is in de basis een zadeldak. Bij vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen eventueel met wolfseind. Eventueel is een mansardekap of schildkap mogelijk in het dorpse gedeelte. Voor de rijwoningen is de kapvorm een zadeldak in de lengterichting. Dakkapellen, dakopbouwen en aan- en uitbouwen zijn toegestaan. In het landelijke gedeelte is het gewenst de dakvlakken zo min mogelijk en anders bescheiden te doorbreken. Daarbij heeft het de voorkeur het dakvlak aan de achterzijde te doorbreken in plaats van aan de voorzijde om zo aan te sluiten bij de “schuurachtige” uitstraling van bebouwing in het landelijke gebied, die geen doorbroken dakvlakken hebben. Het is het streven bij elke woning maar één bijgebouw (berging) te realiseren. Een bijgebouw heeft een plat dak met sedum (eventueel met zonnepanelen). De bergingen zijn meeontworpen en ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Daar waar bergingen (met carport) elkaar raken, worden deze in samenhang ontwikkeld, zodat deze een eenduidige uitstalling hebben.
13
REFERENTIEBEELDEN DORPSE GEDEELTE
14
Gevelopbouw - dorpse gedeelte •
Gevelkarakteristiek aansluiten op de omgeving: dorpse gevelbeelden met verticale openingen. Accenten, lamellen en raamluiken zijn mogelijk om het dorpse karakter te versterken.
Detaillering, materiaal en kleur - dorpse gedeelte •
• • •
• •
(Eigentijdse) dorpse architectuur waarbij houtbouw ook mogelijk is. Hierbij kan de architectuurstijl tussen de woningen variëren. Van belang is dat de architectuurstijl consequent wordt doorgevoerd zodat sprake is van een samenhangend en evenwichtig bouwblok. als deze wel consequent uit wordt gevoerd. De gebouwen hebben gevels van metselwerk of hout. Materialen en kleuren passend in de omgeving en de bestaande woningen langs de Gerichtenweg. Dat betekent terughoudend omgaan met kleurgebruik, materialen en accenten. De gevels hebben een gebalanceerd en harmonieus kleurgebruik, denk aan rood/bruin of antraciet-bruin. De detaillering ondersteunt de architectuur en versterkt het dorpse karakter, hierbij hoort een getimmerde daklijst. Aandacht dient te worden besteed aan subtiele elementen in de gevel zoals bijvoorbeeld neggen, kozijnhout, onderdorpels en verholen goten.
Principedoorsnede AA’ - begroeide erfafscheiding waardoor bergingen ed. ook nooit op de erfgrens staan, kliko’s in de achtertuin, sedum op platte daken 15
REFERENTIEBEELDEN LANDELIJKE GEDEELTE
16
Gevelopbouw - landelijk gedeelte •
Gevelopeningen zijn verticaal en refereren aan openingen in schuren en zijn eenvoudig en rubuust in de uitwerking. Accenten, lamellen en raamluiken zijn mogelijk om het robuuste, landelijke karakter van de hoofdvorm te versterken of te verzachten.
Detaillering, materiaal en kleur - landelijk gedeelte • •
•
• •
•
(Eigentijdse) landelijke en robuuste (hout)architectuur, waarbij sprake is van een samenhangend totaalbeeld. De gebouwen hebben bij voorkeur gevels van hout en anders van metselwerk. Zonnepanelen worden ingepast in het dakvlak zodat de robuuste uitstraling van het gebouw in stand gehouden blijft. Terughoudend omgaan met het aantal kleuren, materialen en accenten. Eventuele accenten zijn bescheiden en vormen een zorgvuldig ontworpen contrast met het gevelmateriaal. De gevels hebben een gebalanceerd en harmonieus kleurgebruik, denk aan rood/bruin of antraciet-bruin. De detaillering ondersteunt de architectuur en versterkt het robuuste landelijke karakter. Aandacht dient te worden besteed aan subtiele elementen in de gevel zoals bijvoorbeeld neggen, daklijsten, kozijnhout, onderdorpels en verholen goten. Eventuele toekomstige aanpassingen aan een bebouwing dient in relatie te staan tot het gehele gebouw.
17
Nestkast voor zwaluw
Ingebouwd vleermuisverblijf
Sedum dak
Bijenhotel
Gevarieerde haag
Bloemrijke border
18
Egelhuis op beschutte plek
Gelaagdheid in beplanting
Poel met natuurlijkvriendelijke oever
Groene gevel
“rommelhoekje”
6. DUURZAAMHEID EN NATUURINCLUSIVITEIT De woningen worden gebouwd volgens de BENG normen (Bijna energie neutraal Bouwen) en zijn aardgasloos. Daardoor hebben ze bij een gemiddeld gebruik lage energiekosten. Daarbij worden ook de volgende duurzaamheid/energiemaatregelen geadviseerd: Duurzaamheid/energiemaatregelen • De benodigde elektriciteit wordt zo veel mogelijk op locatie opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen op de daken. • Daar waar auto’s op eigen terrein parkeren is er voldoende ruimte om de auto op te laden. • De hele woning is goed geisoleerd. • Loofbomen aan de zuidzijde van de woning, waardoor er in de zomer schaduw op de gevel valt voor verkoeling en in de winter de zon de woning kan bereiken voor opwarming van de woning. Naast dat de woningen energiezuiging gebouwd worden, kunnen ook andere kleine ingrepen in en om de woning bijdragen aan de duurzaamheid van het plan. Daarvoor is de volgende lijst opgesteld om bewoners te inspireren hieraan bij te dragen. Duurzaamheid benaderen we daarbij in de brede zin van het woord; het kan daarbij dus gaan over natuurinclusief, klimaatadaptief, energiebesparend en het vergroten van de biodiversiteit. Daarbij willen wij toekomstige bewoners uitnodigen zo veel mogelijk van de volgende maatregelen te treffen en daarbij altijd in te zetten op zo min mogelijk verharding in de tuin.
Nestgelegenheid • Vlinder- en insectenkasten op een beschutte plek • Bijenhotels op een zonnige plek, bijvoorbeeld op zuid-, zuidoost- en zuidwestgevels. Of op palen op een zonnige plek. • Nestkast voor zangvogels (mezen, roodborst, bonte vliegenvanger, grauwe vliegenvanger) op niet te zonnige, rustige plek aan gevels en in bomen. • Aanbrengen meerdere nestkasten voor huismussen op tenminste 3 meter hoogte. Bij voorkeur op een niet te sterk opwarmende, rustige plek. Bijvoorbeeld oostgevels of beschutte noordgevels. • Aanbrengen steenuilenkast bij woningen langs de randen van het plangebied en bij grote tuinen. Kan in bomen of aan (of in een toegankelijke) schuur. • Aanbrengen kunstmatige nestvoorziening voor gierzwaluw en huiszwaluw. Dit kan zowel ingebouwd (gierzwaluw) in de woning als niet ingebouwd (gierzwaluw en huiszwaluw). Nesten van huiszwaluw kunnen alleen onder een brede overstek worden geplaatst, zodat ze droog en beschut hangen. Gierzwaluwkasten bij voorkeur op niet te zonnige noord- of oostgevels op meer dan 3 meter hoogte. Voor beide soorten moet er een vrije aanvliegroute zijn. • Kraamverblijf/zomerverblijf/paarverblijf voor vleermuizen. Dit kan zowel ingebouwd in de woning als niet ingebouwd aan een gevel of boom. Aanbrengen op meer dan 3 meter hoogte en op plekken met een vrije aanvliegroute.
• Zon beschenen onbegroeide zandplaatsen, waar bijen zich kunnen nestelen in de grond • Plaatsen egelhuis in de tuin. Alleen in groene tuinen op rustige plekken in de beschutting van struiken en hagen.
19
Principedoorsnede BB’ - Voorbeeld duurzame maatregelen aan en om de woning 20
Beplanting • Creëren van groene gevel(s) • Sedum daken op bergingen en/of uitbouwen • Gebruik maken van inheemse struiken en bomen die passen bij de omgeving. Bijvoorbeeld eenstijlige meidoorn, sleedoorn, sporkehout, hulst of wilde lijsterbes. Eventueel aangevuld met enkele cultuursoorten die waardevol zijn voor vogels of insecten, zoals vlinderstruik (Buddleja). • Aanbieden van bloemrijke borders en grasvelden. Liefst met inheemse kruiden. • Grasvelden waar mogelijk gefaseerd maaien. • Verschil in glaagdheid van de beplanting. Hiermee bedoelen we het maken van een combinatie van bomen, struiken en planten. • Begroeide tuinafscheidingen, het liefst in de vorm van een brede haag met diverse inheemse bloeiende en vruchtdragende soorten. Bij een strakke haag beuk of veldesdoorn toepassen, dit zijn streekeigen soorten. Overige • Zo min mogelijk verharding in de tuin of anders gebruik maken van halfverharding • Geen buitenverlichting aanbrengen. Waar noodzakelijk verlichting die aan de bovenzijde en zijkant is afgeschermd, zodat de lichtbundel uitsluitend omlaag schijnt. • Regenton en/of afkoppelen van de regenpijp. • Poelen/vijvers gevoed door regenwater met natuurvriendelijke oevers • Bij gebruik van schuttingen onderdoorgangen behouden voor egels • “rommelhoekjes” met afgevallen bladeren, afgestorven plantenresten, snoeihout en/of verdwaalde stenen.
21
COLOFON Opgesteld door •
BügelHajema Adviseurs