Bijlage 2e Bijlagen bij Toelichting 't Harde - Hokseberg II
Tekst van het document
De gemeente en initiatiefnemer treden in het vervolgtraject graag nader met de provincie in overleg om af te stemmen of er daadwerkelijk sprake is van een ‘oude bosgroeiplaats’ en indien dit het geval is hoe we bij de ontwikkeling van deze wijk, met realisatie van de doorgangen door de houtwal in combinatie met aanplant en versterking van de huidige hout-wallen, het beste invulling kunnen geven aan het principe van een mogelijke ‘oude bosgroeiplaats’. Het eerste verkennende overleg tussen de gemeente en de provincie hierover heeft al plaatsgevonden medio november 2023. Er zijn goede procesafspraken gemaakt over het vervolgtraject om de komende periode tot een verdieping op dit onderwerp te komen. ’
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 14 / 29
Het opstellen van deze memo is één van de acties om tot de hierboven genoemde verdieping te komen. Hierin komen de (on)mogelijkheden voor alternatieven voor de doorkruisingen van de houtwallen, hoe de aantasting zo minimaal mogelijk gemaakt kan worden, hoe de bestaande houtwallen beschermd zullen worden, hoe de bestaande houtwallen versterkt kunnen worden en tot slot op welke manier compensatie plaats zal vinden. De gemeente Elburg en initiatiefnemer hebben aangegeven open te staan voor een vervolgoverleg met de provincie, op basis van voorliggende memo. Dit is ook afgesproken bij het eerste overleg medio november 2023 tussen gemeente en provincie.
6
BEHOUD EN VERSTERKING LANDSCHAPPELIJKE KWALITEITEN EN NATUURWAARDEN
6. 1 ALGEMEEN Relatie met Hokseberg fase 1 Om de kernkwaliteiten van het gebied (lees de houtwallen en het mozaïeklandschap) te borgen, zijn in de memo Landschap Hokseberg t Harde (dd. 7 april 2021), die voor fase 1 is opgesteld, een aantal voorstellen gedaan: De bebouwing op voldoende afstand van de eiken in de houtwallen situeren. Door op de Verbeelding de bouwvlak op 3 meter van de bestemming Groen-landschappelijke beplanting te leggen (en niet strak erop), is er 3 meter ruimte voor het uitgraven van de bouwput. Hierdoor worden de bomen niet of nauwelijks aangetast en is de kans groot dat de bomen de bouwactiviteiten overleven. In het stedenbouwkundig plan en het bestemmingplan de meest zuidelijke houtwal als robuust landschapselement beter borgen door deze voldoende ruimte te geven (breedte tussen 6 en 8 meter in plaats van 0 tot 5 meter) en deze duidelijk in te tekenen. Het beperken van de doorsnijdingen (in aantal en breedte) van de houtwallen is een optimalisatie waardoor het behoud van de houtwallen en de groenstructuur beter geborgd kan worden. Verder zou in het plan extra aandacht besteedt kunnen worden aan de aanwezige hoogteverschillen. Dit kan meegenomen worden in de inrichting van de openbare ruimte en bij de afwatering van het gebied. Ook zou in het plan nog eens gekeken kunnen worden of er nieuw groen aangelegd kan worden.
Met name het aanvullen van de bestaande zuidelijke houtwallen is wenselijk. Hierdoor ontstaat hier op termijn weer een robuuste groenstructuur. Ook zouden in de nieuwe woonwijk Hokseberg, aansluitend aan de huidige groenstructuur, nieuwe bomenrijen en groenplekken kunnen worden toegevoegd. Dit, in verband met klimaatadaptatie en biodiversiteit. Ook de beplanting langs de wegen om de wijk (Schietweg en de Stadsweg) maken onderdeel uit van de mozaïek-structuur, en dienen zoveel mogelijk behouden te blijven. Aan al deze punten zijn in fase II aandacht besteed.
Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten van de projectlocatie zijn: de aanwezigheid van houtwallen de mozaïek verkaveling Met de ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie blijven de kernkwaliteiten van het gebied behouden. Immers worden de bestaande houtwallen gehandhaafd. Ze worden zelfs versterkt en daar waar de houtwal is verdwenen wordt deze weer in ere hersteld. De kamerstructuur die hiermee ontstaat, maakt onderdeel uit van de mozaiekverkaveling. De mozaïekverkaveling blijft met het behoud van de houtwallen automatisch ook intact.
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 15 / 29
De houtwallen Vanwege het grote belang van de houtwallen, die deels ook nog eens oude bosgroeiplaatsen blijken te zijn, dienen deze een goede borging te krijgen. In de hierna volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de (on)mogelijkheden voor alternatieven voor de doorkruisingen van de houtwallen, hoe de aantasting zo minimaal mogelijk gemaakt kan worden, hoe de bestaande houtwallen beschermd zullen worden, hoe de bestaande houtwallen versterkt kunnen worden en tot slot op welke manier compensatie plaats zal vinden.
6. 2 ONDERZOEK NAAR ALTERNATIEVEN VOOR DE DOORKRUISINGEN VAN DE HOUTWALLEN Het stedenbouwkundig plan biedt voldoende aanknopingspunten om de kernkwaliteiten ‘mozaïekverkaveling’ en ‘aanwezigheid houtwallen’ te behouden. Er worden in het plan zo min mogelijk doorsnijdingen door de houtwallen gemaakt. De hoofdroute door de wijk doorkruist toch op een aantal plekken de houtwalstructuur (zie figuur hiernaast).
N
H
Hokseberg bestaat uit een viertal kwadranten, van elkaar gescheiden door de houtwallen. De stedenbouwkundige opzet van de wijk gaat uit van een hoofdroute die deze vier kwadranten van de wijk met elkaar verbindt. In het huidige plan voor Hokseberg wordt uitgegaan van één hoofdontsluiting op de Stadsweg/ Bovenweg. Hiertoe wordt het kruispunt Bovenweg/Stadsweg/ Hokseberg heringericht door initiatiefnemer (H op figuur). Ook is er een noodontsluiting op de Stadsweg (N op figuur). Op een drietal plekken doorkruist de hoofdroute de bestaande houtwallen, op één plek de toekomstige houtwal. Het niet doorkruisen van de houtwallen, zou betekenen dat de hoofdweg ‘opgeknipt’ moet worden. Het maken van een ‘knip’ op een aantal plekken in het ontwerp zou de opzet van het plan totaal wijzigen. Het hele ontwerp wordt teniet gedaan als deze verbindende route zou worden onderbroken. De structuur wel als langzaamverkeersroute door te laten lopen, maar niet voor auto’s, (waardoor de doorsnijdingen smaller kunnen worden), is misschien stedenbouwkundig acceptabel, maar stuit verkeerskundig op grote weerstand. Het maken van een aparte ontsluiting voor de noordelijke kamer is vanuit verkeersveiligheid zeker niet wenselijk: Vanuit verkeersveiligheid dient het aantal directe aansluitingen op de Stadsweg tot het minimum beperkt te worden.
Daarom is vanaf het begin van het project vanuit de afdeling Verkeer aangestuurd op één ontsluiting via de bestaande aansluiting. Ook het ontsluiten op de omliggende wegen (Hokseberg/Schietweg) is niet mogelijk, omdat dit vanuit oogpunt van verkeersveiligheid niet wenselijk is. Bij het maken van een ‘knip’ worden de huidige hoofdontsluiting en de huidige noodontsluiting (rode pijlen) als twee hoofdontsluitingen gebruikt. Hierdoor is er geen noodontsluiting meer in het plan. Bij calamiteiten is er geen nooduitgang meer, en geen extra uitweg mogelijk. Dit zal tot problemen leiden en wordt door de VNOG (veiligheidsregio/ hulpdiensten) niet akkoord bevonden. De VNOG eist dat er altijd twee ontsluitingen moeten zijn (waarvan er één een noodontsluiting mag zijn). Indien de ingetekende noodontsluiting (N) gebruikt moet gaan worden als reguliere ontsluiting van de noordelijke kamer, heeft dat dus tot gevolg dat er nog twee nieuwe noodontsluitingen moeten komen.
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 16 / 29
Stedenbouwkundige opzet met aansluitingen
Wanneer de kamers elk apart worden ontsloten (en je niet met de auto van de ene kamer naar de andere kan), moet er voor fasen 1 en 2 nog aparte noodontsluitingen worden gecreëerd (met extra verkeersonveiligheid en eventueel extra doorkruisingen van groene zones). Goede alternatieven voor de doorsnijdingen van de houtwallen zijn dat ook niet aanwezig. Ook is het niet mogelijk om een (deel van een) weg te laten vervallen, om op die manier minder doorsnijdingen te creëren. Op de luchtfoto op de volgende pagina is goed te zien dat de bestaande houtwallen niet overal even robuust zijn. De doorgangen zijn gesitueerd op locaties waar de houtwallen niet robuust zijn, en dus zo min mogelijk schade toebrengen aan de houtwallen en de oude bosgroeiplaatsen.
Luchtfoto met de vier doorsnijdingen van de houtwallen
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 17 / 29
6. 3 MINIMALISATIE AANTASTING/ VERSTORING HOUTWALLEN
6. 4 BESCHERMING BESTAANDE HOUTWALLEN
Minimalisatie van de aantasting (of verstoring) van de houtwallen is zowel visueel als ecologisch van belang. Ecologisch gezien is het behoud van natuurwaarden van groot belang, dit geldt zowel voor flora als voor fauna.
Het behoud van de bestaande houtwallen en dus de bescherming ervan is evident.
Voor fase II wordt in het Bestemmingsplan vastgelegd dat de bebouwing op voldoende afstand van de eiken in de houtwallen wordt gesitueerd. Voor de bouw wordt een bouwput rondom de woningen gemaakt. Uitgaande van de stelregel dat wortels even ver reiken als de kroon van de boom, zal de bouwput dus niet onder de kroon mogen liggen. Het lijkt voldoende om voor het uitgraven van een bouwpunt 3 meter te hanteren. De woningen komen dan op minimaal 3 meter uit de kroon van de bomen te staan. In het Bestemmingsplan voor fase II wordt deze 3 meter aangehouden tussen het groen en de bebouwing. Belangrijk hierbij is dat bij de bouw van de woningen de wortels van de bestaande bomen niet worden aangetast. Bij de doorsnijdingen van de bestaande houtwallen is het voor zowel het beeld als voor de beplanting van de houtwallen van belang dat de doorsnijdingen zo smal en compact mogelijk worden gemaakt. Dit kan gedaan worden door de weg hier te versmallen en het voetpad zo dicht mogelijk tegen de weg aan te leggen. Daarnaast kunnen de doorsnijdingen geaccentueerd worden door een ander materiaalgebruik, zoals met gebakken klinkerverharding of grasbetonklinkers. Ook voor fauna is het van beland de doorkruisingen zo klein mogelijk te maken, waardoor deze niet als barrière gaan fungeren.
Dit kan op een aantal manieren worden gerealiseerd: Om de ecologische verbindingszone niet te doorbreken, dient de beplanting van de houtwal zo ver mogelijk door te lopen. Met name de kronen van de bomen door laten lopen is voor vleermuizen van belang. Voor (kleine) zoogdieren is het van belang de struikbeplanting en ruigten tot de weg te laten doorlopen. Mogelijkheid onderzoeken van het aanleggen van een tunnelbuis onder de weg door (of een bak met raster erop) voor kleine zoogdieren.
Bestemmingsplan In het bestemmingsplan voor fase II zijn de houtwallen specifiek bestemd als ‘’Groen, landschappelijke beplanting’ (art. 4). In de regels van het bestemmingsplan is aangegeven dat deze gronden bestemd zijn voor bebossing en de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden. Kappen en rooien van de houtwal is niet toegestaan. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd (dus ook geen boomhutten etc. ) In het bestemmingsplan fase II is een zone van 3 meter met specifieke bouwaanduiding ‘bebouwing – uitgesloten’ opgenomen ter bescherming van de houtwallen. Ook is op de verbeelding uitgegaan van voldoende afstand van de bebouwing tot de houtwallen.
Tijdens de bouw Ook tijdens de bouw zal aandacht besteed moeten worden aan de bescherming van de beplanting en de wortels van de bomen. De natuurwaarden beschermen tijdens de bouw zal gebeuren door in het bestek op te nemen dat de houtwallen waardevol zijn en dus beschermd dienen te worden. Er zal op moeten worden toegezien dat het plaatsen van zware elementen die de op de wortels drukken en/of beplanting kan beschadigen niet gebeurd. In eerste instantie zullen de houtwallen afgezet worden met paaltjes en lint. Hier zal door initiatiefnemer/ aannemer op worden toegezien. Mocht dit niet afdoende zijn, zullen vervolgacties worden genomen zoals het plaatsen van bouwhekken. Na de bouw Het is van belang dat ook de bewoners op de hoogte worden gesteld van de waarde van de houtwallen. Daarom zullen de bewoners hierover geïnformeerd worden, door middel van bijvoorbeeld een folder. Ook de hydrologische bescherming is van belang (zie overlegnota Waterschap). Initiatiefnemer is in samenwerking met de gemeente en het Waterschap een waterhuishoudkundig plan aan het opstellen. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt op basis waarvan het waterschap heeft aangegeven positief te adviseren op het plan, zoals ook verwoord in de vooroverlegnota. (zie bijlage 4).
Tot slot is het feit dat de houtwallen zullen worden overgedragen aan de gemeente Elburg. De gemeente zal handhavend optreden indien dit nodig is, en onderhoud aan de houtwallen plegen. Door deze verschillende acties is de bescherming van de houtwallen geborgd.
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 18 / 29
6. 5 VERSTERKING BESTAANDE HOUTWALLEN De bestaande houtwallen worden versterkt. Momenteel is de werkelijke contour van de houtwallen 4905 m2. Daarbinnen zijn veel open plekken en is weinig begroeiing aanwezig. In eerste instantie zullen de bestaande houtwallen versterkt worden door de aanplant van nieuwe beplanting/ het verdichten van de houtwallen. Door het verwijderen van de Amerikaanse vogelkers -een invasieve exoot- is ruimte voor nieuwe aanplant in en aan de randen van de houtwallen. Deze beplanting zal inheems zijn, en passen op de zandgronden ter plekke (zie voor soorten 6. 6). Daar waar er ruimte voor is zullen aan de randen ook een kruidenlaag met ruigten worden aangelegd. Hierdoor ontstaat een zogenaamde ‘mantelzoom’, welke de biodiversiteit van het gebied zal verhogen. In de bestemmingsplannen voor fasen I en II samen is voor de houtwallen (Groen, landschappelijke beplanting) 5925 m2 bestemd. Dit is dus een toename van ruim 1000 m2.
Daarnaast zal de houtwal aan de zuidwest zijde worden doorgetrokken. Hier was vroeger ook een houtwal aanwezig. Deze wordt dus weer in oude glorie hersteld. De toe te passen beplantingssoorten staan hieronder. Ook de houtwallen aan de Schietweg en Stadsweg (voor zover op grondgebied ontwikkelaar) worden aangevuld. In de wijk zelf zal tenslotte ook het nodige groen aangelegd worden. Dit groen zal naast een kijkook een gebruiksfunc-tie hebben en bestaan uit grasvelden, met mogelijk solitaire bomen en/of boomgroepen. Dit wordt gezien als ‘regulier groen’, dat ten behoeve van de wijk wordt aangelegd. BEPLANTINGSSOORTEN Passende boom- en struiksoorten op de droge zandgronden van t Harde zijn: Bomen
Latijnse naam Betula pendula ruwe berk zomereik* Quercus robur beuk Fagus sylvatica zachte berk Betula pubescens veldesdoorn Acer campestre haagbeuk Carpinus betulus wintereik Quercus petraea *ivm eikenprocessierups niet veelvuldig gebruiken te versterken houtwal aan zuidzijde
aan te vullen houtwal
(compensatie) aan westzijde
6. 6 COMPENSATIE
struiken
De aanleg van de nieuwe wijk en de doorsnijding van de houtwallen zijn aanleiding om extra beplanting aan te leggen. Deels is dit regulier groen, deels ook extra compensatie. Deze compensatie wordt toegepast voor de doorsnijding van de houtwallen en de mogelijke aantasting van de houtwallen door de aanleg van de wijk.
vuilboom/ sporkehout wilde lijsterbes meidoorn sleedoorn hazelaar wilde kamperfoelie kardinaalsmuts rode kornoelje gelderse roos
Beplantingsplan fase 1
Voor fase I is een beplantingsplan opgesteld. Dit plan is specifiek opgesteld voor de strook langs Stadsweg. Hierin wordt een voorstel gedaan voor de aanleg van struiken (bosplantsoen), in wildverband. Dit idee kan doorgetrokken worden naar de rest van Hokseberg (zie bijlage 5).
Nieuw groen
kruidenlaag
In het plan voor Hokseberg fase II zullen de bestaande houtwallen worden hersteld (zie 6. 5).
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 19 / 29
Rhamus frangula Sorbus aucuparia Crataegus monogyna Prunus spinosa Corylus avellana Lornica periclymenum Euonymus europaeus Cornus sanguinea Viburnum opulus
bijvoorbeeld ‘onderbegroeiingsmengsel’ van Cruydthoeck of Neutkens.
BIJLAGE 1 KERNKWALITEITEN SAMENVATTING Randmeergebied De Veluwe BELEIDSNOTITIE KERNKWALITEITEN GELDERSE NATIONALE LANDSCHAPPEN Vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 9 juli 2014 Randmeergebied (hoort bij regio Noord-Veluwe) Beeldbepalend voor het Randmeergebied is de zichtbare overgang van de besloten stuwwalflanken naar de kust. Er lig-gen landschappelijke zones parallel aan de Randmeren, die een voor Nederland unieke landschappelijke gradiënt vormen. Van zuid naar noord zijn dit: het besloten, grootschalige boslandschap van het Veluwemassief een kleinschalig coulissenlandschap met een rij van nederzettingen, houtwallen, parkbossen, essen en strokenverkaveling Een strookvormig verkaveld open weidegebied naar de kuststrook met aan de kust plaatselijk strandwallen met blokverkaveling. Het gebied wemelt van de prehistorische en middeleeuwse relicten in landschap en ondergrond, niet in de laatste plaats op de overgang naar het Veluwemassief. De beekdalen die vanaf het stuwwalmassief naar de Randmeren lopen, zijn structuurbepalend. De dorpen en vrijstaande woningen in het karakteristieke lint langs het Veluwemassief dringen plaatselijk diep het open weidegebied in en dreigen aan elkaar te groeien en de fraaie landschappelijke overgangen onzichtbaar te maken. De aanwezigheid van de spoorlijn en de A28 stimuleert deze aaneengesloten verstedelijking.
In de open, lage gronden is weidebouw karakteristiek. De kleinschalige en grondgebonden landbouw is een drager van het landschap. i. Randmeerkust Harderwijk-Elburg ; Het groene woonlint Kenmerken Deel van gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - essen - strokenverkaveling – blokverkaveling op strandwal-len; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk Zuid-noord stromende sloten, dekzandruggen oost-west, microreliëf Drie landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles Kleine kernen en lintbebouwing langs de N308 (Zuiderzeestraatweg), stedelijke gebieden van Harderwijk - Nunspeet – Elburg Vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Aperloo Relicten van bos en mozaïekverkaveling in het cultuurland .
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 20 / 29
BIJLAGE 2 LOP; kaarten
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 21 / 29
BIJLAGE 2 LOP; kaarten
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 22 / 29
BIJLAGE 3 bestemmingsplan
ane
platen
Gemeente
Elburg
NL.IMRO, 0230. BPHOKSEBERGILONT 1
Best
M
ingenieursbureau
amg pri mad ed.heen wan
RHO ADVISEURS
|
Hokseberg
fase
Il
memo
landschap
&natuur
23
/29
29-11-2023
MBZ ap
ete
hi. Toe
pr
pin
tlaija
(geanonimiseerd)
KAART VERBEELDING BESTEMMINGSPLAN
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 24 / 29
fase I
BIJLAGE 4 VOOROVERLEGNOTA WATERSCHAP Vallei en Veluwe Reactie Waterschap Vallei en Veluwe per mail d. d. 29 september 2023 en 10 november 2023 Reactie 29 september 2023 Het is goed dat de waterbergingseisen zijn geborgd in de regels. Wel mist nog een waterhuishoudkundig plan als bijlage van het ontwerp bestemmingsplan. Naar aanleiding van een eerste beoordeling zijn er 3 aandachtspunten/opmerkingen: 1. De bergingseis (beschreven op blz. 53 van de toelichting) moet en kan concreter berekend worden in dit stadium. Zoals destijds ook bij bestemmingsplan voor Hokseberg fase 1 aangegeven, dienen onderstaande punten uitgewerkt te zijn voor het ontwerp bestemmingsplan: Op welke manier er voldoende waterberging in het plangebied zit, waar komen de wadi’s te liggen? De bodemhoogtes van de wadi’s Info over drooglegging of relatie tot weg- of vloerpeilen en de middelen hoe dit te handhaven Aansluiting op het omliggende watersysteem, waar loost het op, hoe (knijpconstructie) en kan bestaand gebied er vrij op afwateren Aangeven wie onderhoudsplichtig gaat worden van de waterberging/wadi’s Hoe is de aansluiting op en de relatie met het watersysteem van fase 1? 2. Er is geen informatie opgenomen over hoe er wordt omgegaan met afvalwater? Zoals op blz. 52 van de toelichting wordt beschreven, moet deze informatie in de waterparagraaf opgenomen worden.
Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen be-treffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Graag niet alleen het hemelwater uitwerken maar ook het vuilwater (DWA). 3. In paragraaf 6. 1. 4 Waterschap Vallei en Veluwe: het Waterbeheerprogramma 2016-2021 is inmiddels vervangen door het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027. Graag actualiseren. Reactie 10 november 2023 Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft de memo d. d. 3 november 2023 van Infra Plus doorgenomen. Het toepassen van de sedumdaken en het nuttig gebruik van hemelwater is volgens het Waterschap Vallei en Veluwe een mooie oplossing. Wel is het Waterschap Vallei en Veluwe benieuwd waar initiatiefnemer het hemelwater voor wilt gebruiken. In dat kader wijst het Waterschap Vallei en Veluwe bij het gebruik van het hemelwater voor bijvoorbeeld toiletdoorspoelen op twee initiatieven: Regenwatergebruik bij woningen | Amersfoort Rainproof Regenwater gebruiken | Huisje Boompje Beter.
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 25 / 29
Als gedacht wordt aan het gebruik van het hemelwater voor bijvoorbeeld het sproeien van de tuin, dan wijst het Waterschap Vallei en Veluwe erop dat uitgewerkt moet worden of er in droge tijden (als er gesproeid moet worden) water in het vat zit en hoe het vat juist weer beschikbaar komt in natte tijden (als de tuin niet gesproeid hoeft te worden). Wellicht is dan natuurlijke aanvulling van het grondwater via infiltratie weer een betere optie. Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft nog drie opmerkingen: In de memo staat iets over waking en diepte, staat dat er goed zo of wordt bedoeld dat de 0,2 meter nog bij de diepte moet worden opgeteld? Of dat de wadi een overloophoogte krijgt op 0,2 m? Graag in de memo verduidelijken wat bedoeld wordt. Deze zin kan weggelaten worden: “Regenwater afkomstig van woningen die gelegen zijn nabij/aan open water mogen hierin overlopen. ” Dit is niet van toepassing voor dit plan toch? Want dat mag niet zonder het water eerst te bergen en vast te houden, tenzij dat laatste bedoeld wordt? Intern staat de vraag bij Waterschap Vallei en Veluwe nog uit over het aansluiten van het water (max 3l/s/hectare) op de watergang. Of dat misschien toch beter via de C-watergangen kan. De uitkomst hiervan kan bij de uitwerking ingepast worden.
Het Waterschap Vallei en Veluwe geeft een positief wateradvies voor het bestemmingsplan Hokseberg fase II, wetende dat het verder door initiatiefnemer wordt uitgewerkt in samenwerking met gemeente en Waterschap Vallei en Veluwe. Reactie gemeente Op basis van de eerste vooroverlegreactie van het Waterschap Vallei en Veluwe d. d. 29 september 2023 heeft op 13 oktober 2023 een overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer, in samenwerking met hun civieltechnisch adviseur en de gemeente. Naar aanleiding van dat overleg heeft initiatiefnemer door hun civieltechnisch adviseur de waterbergingsberekeningen voor het totale plan en voor de fases I en II afzonderlijk laten uitwerken. Ook is een kaart opgesteld waarop in grote lijnen de bergingsvoorzieningen zijn aangegeven. Dit alles is verwerkt in een memo d. d. 3 november 2023, opgesteld door Infra Plus. Aangetoond is hiermee dat de benodigde waterberging goed is te realiseren in het plangebied, waarbij tevens tegemoet is gekomen aan de ingebrachte eisen en wensen vanuit het Waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente ten aanzien van de vormen van waterberging (namelijk waar mogelijk groene oplossingen, bovengronds en op openbaar terrein). Juridisch is de uitvoering van de waterberging ook geborgd in de planregels, zoals het Waterschap Vallei en Veluwe ook aangeeft in de vooroverlegreactie.
Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft in hun tweede vooroverlegreactie d. d. 10 november 2023 op basis hiervan dan ook een positief wateradvies gegeven voor het bestemmingsplan Hokseberg fase II, wetende dat het verder door initiatiefnemer wordt uitgewerkt in samenwerking met gemeente en Waterschap Vallei en Veluwe. Aan die uitwerking wordt momenteel al uitvoering gegeven. Parallel aan de bestemmingsplanprocedure wordt namelijk gewerkt aan het opstellen van een waterhuishoudkundig plan voor fase I en II van Hokseberg. Het opstellen hiervan gebeurt in nauwe samen-werking met het Waterschap Vallei en Veluwe. De memo d. d. 3 no-vember 2023, opgesteld door Infra Plus, vormt de basis voor de nadere uitwerking in het waterhuishoudkundig plan. De specifieke aandachtspunten in de vooroverlegreactie van 29 september 2023 zijn door initiatiefnemer verwerkt in toelichting op het ontwerpbestemmingsplan en meegenomen in de memo d. d. 3 november 2023, opgesteld door Infra Plus.
Het betreft een concrete berekening en uitwerking van de waterbergingseis en waterbergingsvorm (paragraaf 6. 2 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan), de beschrijving van de wijze van afvoer van het afvalwater paragraaf 6. 2 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan) en de actualisatie van paragraaf 6. 1. 4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan waarbij het Waterbeheerprogramma 2016-2021 is vervangen door het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027. Ook in de tweede vooroverlegreactie van 10 november 2023 heeft het Waterschap Vallei en Veluwe nog enkele aandachtspunten/opmerkingen genoemd. Dit betreffen echter aandachtspunten/opmerkingen op de memo d. d. 3 november 2023 opgesteld door Infra Plus en niet op het ontwerpbestemmingsplan. Initiatiefnemer heeft al toegezegd aan gemeente en Waterschap Vallei en Veluwe om deze zaken te verwerken/verduidelijken in de uitwerking van de memo en het daaruit voortkomende waterhuishoudkundig plan.
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 26 / 29
BIJLAGE 5
WEd/E'^/:^dWZK:d,K^Z'–&^ϭ > > <
KDE
BEPLANTINGSPLAN FASE 1 STADSWEG
oĚe
Aantaů
tetenscŚaƉƉeůiũŬe
Daat
SƉeciĨicatie ǁorteůs
ϭϳϱͲϮϬϬ ϭϬͲϭϮ ϭϬͲϭϮcŵ
rŬů rŬů
naaŵ
ŵ YƉ Sa
rataegƵsŵonogLJna YƵercƵsƉetraea SorbƵsaƵcƵƉaria
ǁ
,^dZ^хǁŝůĚǀĞƌďĂŶĚ
oĚe
Aantaů
tetenscŚaƉƉeůiũŬe naaŵ
DaatenteeůttecŚniscŚeSƉeciĨicatie oŵscŚriũǀing ǁorteůs
WůantaĨstanĚ
ϮϱͲϯϬ
Ϯ͘ϱ
ϭŵ
ϭϮϱͲϭϱϬ ϱϬͲϲϬ ϲϬͲϴϬ
ŬůƵit Ϯ͘ϱ ϯ
soůitair
ŚaenoŵeůesũaƉonica ‘Sargentii’ orLJůƵsaǀeůůana ,eĚeraŚeůidž‘Arborescens’ /ůedžaƋƵiĨoůiƵŵ
a , /a
ϭŵ ϭŵ
K^'KхǁŝůĚǀĞƌďĂŶĚ
oĚe
Aantaů
tetenscŚaƉƉeůiũŬe naaŵ
Aů ǀ
s e &a > ǀ Ws Zc so
AŵeůancŚierůaŵarcŬii erberisǀƵůgaris ornƵssangƵinea ƵonLJŵƵseƵroƉaeƵs
&rangƵůaaůnƵs > igƵstrƵŵǀƵůgare WrƵnƵssƉinosa Zosacanina sibƵrnƵŵoƉƵůƵs
DaatenteeůttecŚniscŚe oŵscŚriũǀing
SƉeciĨicatie ǁorteůs
WůantaĨstanĚ
ϴϬͲϭϮϬϭͬϭ ϰϬͲϲϬ ϴϬͬн ϭϬϬͲϭϮϱϭͬϭ ϴϬͲϭϮϬϭͬϭ ϴϬͲϭϮϬϬͬϮϯtaŬн ϴϬͲϭϮϬϭͬϭ ϴϬͲϭϬϬϭͬϭ ϭϮϱͲϭϱϬϭͬϮ
ǁ ǁ ǁ ǁ ǁ ǁ ǁ ǁ ǁ
ϭ͘ϱŵ ϭŵ ϭ͘ϱŵ ϭ͘ϱŵ ϭ͘ϱŵ ϭ͘ϱŵ ϭ͘ϱŵ ϭŵ ϭ͘ϱŵ
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 27 / 29
BIJLAGE 6 stedenbouwkundige visie en beeldkwaliteitsplan Hokseberg dd 6 december 2022
https://elburg. bestuurlijkeinformatie. nl/Agenda/Document/89fd00c8-04c0-43d2-b05d-530033a86fef?documentId=74fafb14-4b784e62-a08d-bc3e81e3ddf8&agendaItemId=337d5ea3-a625-493d-a3d2-0e6d6ed81bdd
| Hokseberg fase II memo landschap &natuur 28 / 29
LEEUWARDEN
-
ROTTERDAM
-
GRONINGEN
-
DEVENTER
-
EINDHOVEN
-
MIDDELBURG
't Harde - Hokseberg II vastgesteld
Bijlage 3
Besluit provincie Gelderland - afwijking Omgevingsverordenin
BJZ.nu Bestemmingsplannen
85
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Datum
25 juni 2024 Zaaknummer
Besluit
2024-004264 Inlichtingen bij
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl
Onderwerp
Woningbouw Hokseberg 't Harde - afwijking Omgevingsverordening
Blad
1 van 1
Gedeputeerde Staten van Gelderland
gelezen het verzoek van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Elburg van 20 maart 2024 om op basis van artikel 1.4.a van de Omgevingsverordening ten behoeve van de realisatie van de nieuwbouwwijk Hokseberg ’t Harde af te wijken van artikel 7.27 tweede lid onder g. uit de Omgevingsverordening Gelderland. Besluit De gemeente Elburg ontheffing te verlenen van artikel 7.27 tweede lid onder g. uit de Omgevingsverordening Gelderland met het oog op het mogelijk maken van de nieuwbouwwijk Hokseberg ’t Harde. Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening
't Harde - Hokseberg II vastgesteld
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Bestemmingsplannen
87
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Hokseberg fase II ‘t Harde
29-11-2023
Status: Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI HOKSEBERG FASE II ‘T HARDE
Status: Datum: Projectnummer: Versie:
Definitief 29-11-2023 2022-411 3
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 8 3.1 3.2
Situatie plangebied ................................................................................................................................ 8 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 9
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4
Berekeningen ....................................................................................................................................... 10 Geluidsbelasting .................................................................................................................................. 10 Hogere Waarde.................................................................................................................................... 10 Maatregelen reductie geluidbelasting ................................................................................................. 11
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 13 Bijlagen
.................................................................................................................. 14
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Rekenmodel ................................................................................................................................ 14 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 16 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 17
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Ten westen van de kern ’t Harde is momenteel een onbebouwd stuk land aanwezig. Op dit stuk land wil initiatiefnemer circa 85 nieuwe woningen realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (Bron: PDOK)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de Lden-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Elburg beschikt over een eigen geluidbeleid. De GGD heeft een methode ontwikkeld om via een zogenaamde GES (Gezondheid Effect Screening) aan te geven wat de (geluids)kwaliteit in een leefomgeving is. Dit gebeurt in de zogenaamde GES scores. Deze loopt van O t/m 8. Waarbij een score O zeer goed is en een score van 8 zeer onvoldoende. De GES scores verschillen per hinderbron. In onderstaande tabel is weergegeven welke kwalificatie bij welke geluidsbelasting behoort volgens de GES-score.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief
In onderstaande tabel is weergegeven welke maatregelen noodzakelijk zijn bij een geluidbelasting tot 63 dB (exclusief reductie).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie plangebied
Het voornemen betreft de realisatie van de nieuwe woonwijk Hokseberg fase II te ’t Harde. Initiatiefnemer is voornemens om dit plangebied 85 nieuwe woningen te realiseren. Het plangebied wordt autoluw ingericht, waarbij al het inkomend en uitgaand verkeer via een rondgaande weg binnenin het plangebied zal bewegen. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het voorlopige stedenbouwkundig plan van de totale woningbouwontwikkeling (fase 1 en fase 2) opgenomen. Fase 2 is rood omlijnd.
Afbeelding 3.1
Stedenbouwkundigplan Hoksebergen ’t Harde (Bron: Lengkeek architecten en ingenieurs bv)
Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Bovenweg, Hokseberg, Koeweg, Munnikenweg en de Schietweg. Voor al deze wegen geldt dat er sprake is van een snelheidsregime van 60 km/uur. Daarnaast is tevens de rondgaande weg (30 km/uur) in het projectgebied meegenomen. Het aantal intensiteiten is de verdeling van voertuigen is gebaseerd op CROW cijfers (Toekomstbestendig parkeren). Uit deze berekening blijkt dat er circa 1.167 verkeersbewegingen per dag door het projectgebied rijden, waarvan 98% lichtverkeer betreft. Voor middelzwaar en zwaar verkeer is 1% gerekend. In de nabijheid van het projectgebied liggen geen overige wegen die van belang zijn voor onderhavig onderzoek. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief In tabel 3 zijn de uitgangspunten voor voorliggend onderzoek weergegeven. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting alle wegen Tabel 3
Uitgangspunten onderzoek
3.2
Verkeersgegevens
Binnenstedelijk gebied 63 dB Ja 5 dB
De weg- en verkeersgegevens zijn afkomstig uit het akoestisch onderzoek wegverkeer ’t Harde – Hokseberg. 1 Behorende bij het bestemmingsplan ’t Harde Hokseberg is in 2021 vastgesteld en betreft het akoestisch onderzoek behorende bij fase I. In dit onderzoek is uitgegaan van het prognosejaar 2031. Om tot het prognosejaar 2033 te komen is gerekend met een autonome groei van 1,5% per jaar. Voor de binnenplanse weg is rekening gehouden met een snelheidsregime van 30 km/uur. Daarnaast is er rekening gehouden met zowel fase 1 alsook fase 2. De intensiteiten zijn per cluster (1-6) in het model ingevoerd) In tabel 4 zijn de ingevoerde gegevens weergegeven. Weg
intensiteiten
Rijsnelheid Km/uur
2031
2033
Stadsweg referentiewegdek
5.000
5.151
60
Schietweg referentiewegdek
750 – 1.155
773 – 1.190
60
Bovenweg (Munnikenweg – Schietweg) referentiewegdek
3.420
3.524
60
Bovenweg (Stadsweg Munnikenweg) referentiewegdek
5.000
5.151
60
Hokseberg referentiewegdek
410
423
60
Munnikenweg referentiewegdek
5.310
5.471
50
Koeweg referentiewegdek
1.060
1.092
60
Tabel 4
Gemiddelde uurverdeling per categorie per periode in % Dag Avond nacht Uur intensiteit 6,6 3,6 0,8 Licht mvtg 92 94 94 Middelzwaar mvtg 5 4 4 Zware mvt 3 2 2 Uur intensiteit 7 2,6 0,7 Licht mvtg 91,44 91,44 91,44 Middelzwaar mvtg 6,74 6,74 6,74 Zware mvt 1,82 1,82 1,82 Uur intensiteit 6,6 3,6 0,8 Licht mvtg 92 94 94 Middelzwaar mvtg 5 4 4 Zware mvt 3 2 2 Uur intensiteit 6,6 3,6 0,8 Licht mvtg 92 94 94 Middelzwaar mvtg 5 4 4 Zware mvt 3 2 2 Uur intensiteit 7 2,6 0,7 Licht mvtg 91,44 91,44 91,44 Middelzwaar mvtg 6,74 6,74 6,74 Zware mvt 1,82 1,82 1,82 Uur intensiteit 6,6 3,6 0,8 Licht mvtg 92 94 94 Middelzwaar mvtg 5 4 4 Zware mvt 3 2 2 Uur intensiteit 7 2,6 0,7 Licht mvtg 91,44 91,44 91,44 Middelzwaar mvtg 6,74 6,74 6,74 Zwaar mvtg 1,82 1,82 1,82
Weg- en verkeersgegevens (Bron: Akoestisch onderzoek ’t Harde – Hokseberg)
1 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0230.BPHOKSEBERG-VST1/b_NL.IMRO.0230.BPHOKSEBERG-VST1_tb6.pdf
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 0,0 (akoestisch hard). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • • •
wegen met intensiteiten; Rondgaande weg in het projectgebied; gebouwen inclusief hoogte; zachte(re) bodemgebieden; rekenpunten op 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter op alle gevels van de te realiseren woningen;
In bijlage 1 is een uitsnede van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 2 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Om de geluidbelasting te berekenen zijn er in totaal 191 toetspunten geplaatst op de gevels van de woningen in fase II. In bijlage 3 zijn alle resultatentabellen weergegeven. In de onderstaande tabel zijn per weg de hoogste geluidbelasting inclusief 5 dB reductie en toetspunt weergegeven. Weg Stadsweg Schietweg Bovenweg Hokseberg Munnikenweg Koeweg Binnenplanse weg Cumulatie (ex reductie)
Hoogste geluidbelasting [dB] 45 51 45 50 28 42 43 56
Tabel 5
Hoogste resultaten inclusief 5 dB reductie
4.3
Hogere Waarde
Toetspunt 1 68 48 48 48 79 159 68
Woning 1 19 13 13 13 22 52 19
Voldoet aan voorkeursgrenswaarde Ja Nee Ja Ja Ja Ja ja nvt
Voldoet aan de maximale ontheffingswaarde Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja nvt
Burgemeester en wethouders kunnen onder voorwaarde afwijken van de voorkeursgrenswaarde, wanneer hier niet aan wordt voldaan. In voorliggend geval is de geluidbelasting afkomstig van de Schietweg en de Hokseberg hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Afwijken van de voorkeursgrenswaarde is enkel mogelijk wanneer bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, verkeerskundige of landschappelijke aard en een binnenniveau van 33 dB kan worden gerealiseerd. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief
4.4
Maatregelen reductie geluidbelasting
Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.3.1
Bronmaatregelen
Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. Initiatiefnemer van het voorliggend onderzoek, heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen. Het huidige wegdek betreft referentiewegdek. Wanneer dit wegdek wordt vervangen door DDL-A of DDL-B kan een geluidreductie van respectievelijk hoogstens 3,1 en 4,8 dB worden bewerkstelligd. Hiermee kan worden voldaan aan voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De kosten voor het aanleggen van DDL-A wegdek bedraagt, met een oppervlak van circa 4.200 m2, € 166.866,- (€39,73/m2). Daarnaast zijn de onderhoudskomsten voor DDL-A wegdek hoger dan van referentiewegdek. De kosten per jaar voor DDL-A wegdek bedraagt in onderhavige situatie € 14.700,- (€3,5/m2), terwijl dit voor het huidige wegdek € 12.810,(€3,05/m2) bedraagt.
Dit zijn hoge kosten voor de geluidreductie van zeven woningen. Daarnaast brengt het aanbrengen van stiller wegdek hoge kosten met zich mee. De wegbeheerder zal bovendien niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudstechnische problemen leidt. Vanuit civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus niet haalbaar. 4.3.2
Overdrachtsmaatregelen
Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. Om de geluidbelasting met 3 dB te verlagen zullen de woningen circa 18 meter naar achter geplaatst moeten worden. Er is onvoldoende ruimte binnen het projectgebied om op basis van de stedenbouwkundige uitgangspunten en het gewenste woonprogramma in een invulling te voorzien waarbij voor alle woningen aan de voorkeurswaarde wordt voldaan. Door middel van het plaatsen van een geluidsscherm kan de geluidsbelasting op de gevels eveneens worden verlaagd. Op deze locatie zal een geluidsscherm van circa 180 geplaatst moeten worden met een hoogte van minimaal 4 meter. De normkosten 2 van een reflecterend scherm tussen de 2,5 en 4 meter hoog bedraagt minimaal € 308,-/ m2. De totale normkosten voor een dergelijk scherm bedraagt minimaal € 221.760,-. Het treffen overdrachtsmaatregelen is dan ook niet doelmatig. 4.3.3
Gevelmaatregelen
Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 56 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 56 – 33 = 23 dB. Tijdens de vergunningverlening dient doormiddel van een akoestisch gevelweringsonderzoek aangetoond worden dat voor de woningen met een cumulatieve geluidsbelasting hoger dan 53 dB voldaan wordt aan het vereiste binnenniveau van 33 dB volgens het bouwbesluit.
2 https://www.bureausaneringverkeerslawaai.nl/lokale-sanering-3/sanering/regelgeving/bijlagen-ssv/
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief 4.3.4
Gemeentelijk geluidbeleid
De geluidbelasting valt voor enkele woningen in de categorie ‘redelijk – matig’ volgens de GES score die wordt aangehouden in het gemeentelijk geluidbeleid. Voor het verlenen van een hogere waarde dient bij deze woningen een geluidsluwe gevel aanwezig te zijn. Voor elke woning die niet voldoet aan de voorkeurswaarde voor de Hokseberg of de Schietweg is er sprake van een geluidsluwe gevel. Aangezien bron- en overdrachtsmaatregelen niet doelmatig blijken, geeft het gemeentelijk geluidsbeleid geen beperkingen voor het verlenen van een hogere waarde. 4.3.4
Conclusie maatregelen
De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast wordt er voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Er kan dan ook een hogere waarde procedure worden gestart voor de Schietweg en de Hokseberg voor onderstaande woningen en gevels: Woning
woning 03 woning 04 woning 19 woning 13 Tabel 6
Toetspunt 11 15 68 48
Benodigde hogere waarde Schietweg [dB] 50 49 51 -
Benodigde hogere waarde Hokseberg [dB] 50
Benodigde hogere waarde
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hokseberg fase II, ‘t Harde Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Het voornemen betreft de realisatie van de nieuwe woonwijk Hokseberg fase II te ’t Harde. Initiatiefnemer is voornemens om dit plangebied 85 nieuwe woningen te realiseren. Het plangebied wordt autoluw ingericht, waarbij al het inkomend en uitgaand verkeer via een rondweg binnenin het plangebied zal bewegen. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Bovenweg, Hokseberg, Koeweg, Munnikenweg en de Schietweg. Voor al deze wegen dat er sprake is van een snelheidsregime van 60 km/uur. Daarnaast is tevens de rondgaande weg (30 km/uur) binnen het projectgebied meegenomen. Het aantal intensiteiten is de verdeling van voertuigen is gebaseerd op CROW cijfers (Toekomstbestendig parkeren). Uit deze berekening blijkt dat er circa 1.163 verkeersbewegingen per dag door het projectgebied rijden, waarvan 98% lichtverkeer betreft. Voor middelzwaar en zwaar verkeer is 1% gerekend. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer van de Schietweg en de Hokseberg voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. De geluidbelasting bedraagt respectievelijk maximaal 51 dB en 49 dB. De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast wordt er voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid.
Er kan dan ook een hogere waarde worden verleend van maximaal 51 dB ten gevolge van het verkeer van de Schietweg en van 49 dB ten gevolge van de Hokseberg. De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt hoogstens 56 dB. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van 23 dB kan een binnenniveau van 33 dB worden gerealiseerd. Ten tijde van de vergunningsaanvraag dient aangetoond te worden middels een akoestisch gevelweringsonderzoek dat de geluidswering van de gevels voldoen aan het Bouwbesluit. Met het in acht nemen van voorstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen aangaande het aspect wegverkeerslawaai.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13