Bijlage 2 Subsidieregeling was wordt tabel
Tekst van het document
1. 2.
2. De kinderopvang vindt plaats bij een in het LRK geregistreerd kindcentrum of bij een gastouder.
De betreffende ouder is een doelgroepouder. De kinderopvang vindt plaats bij een in het LRK geregistreerd kindcentrum of bij een gastouder.
Aanvraag tegemoetkoming door ouder Bestaande tekst (artikel 2.3)
Nieuwe tekst (artikel 3.4)
1.
Ouders kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een kindplek.
Ouders kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een kindplek krachtens deze nadere regel. Het college is bevoegd hierop een besluit te nemen.
2. Een besluit op de aanvraag om tegemoetkoming voor een kindplek wordt aan de ouder toegestuurd.
Duur tegemoetkoming Bestaande tekst (artikel 2.4)
Nieuwe tekst (artikel 3.5)
Ouders ontvangen een tegemoetkoming met de volgende duur:
Ouders ontvangen een tegemoetkoming met de volgende duur:
1. Re-integratie: maximaal 52 weken per kalenderjaar. 2. Inburgering of studie: maximaal 40 weken per kalenderjaar.
1.Re-integratie: maximaal 52 weken per kalenderjaar. 2.Inburgering of studie: maximaal 40 weken per kalenderjaar.
Hoogte tegemoetkoming Bestaande tekst (artikel 2.5)
Nieuwe tekst (artikel 3.6)
De grondslag voor de tegemoetkoming is het verschil tussen de kinderopvangtoeslag en de kosten van de kinderopvang op basis van het landelijk maximum uurtarief.
De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald door het verschil tussen de kinderopvangtoeslag en de kosten van de kinderopvang op basis van het landelijk maximum uurtarief.
Weigeringsgronden Bestaande tekst (artikel 2.6)
Nieuwe tekst (artikel 3.7)
Het college kan de tegemoetkoming weigeren indien:
Onverminderd artikel 11 ASV kan het college de tegemoetkoming weigeren indien:
1. De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg is opgenomen. 2. Er nu al een structuur of voorziening wordt gebruikt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.
1.De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg, dan wel de rechtsopvolger, is opgenomen. 2.Er nu al een structuur of voorziening wordt gebruikt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.
Paragraaf 3.3 Tegemoetkoming SMI Doel Bestaande tekst (artikel 3.1)
Nieuwe tekst (artikel 3.8)
Deze nadere regel is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om kinderen op sociaal medische gronden tijdelijk kinderopvang te bieden als vaststaat dat, en in welke mate, het om sociaal medische redenen bij ouder en/of kind tot 13 jaar, noodzakelijk is dat gebruik wordt gemaakt van kinderopvang of buitenschoolse opvang.
Deze nadere regel is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om kinderen op sociaal medische gronden tijdelijk kinderopvang te bieden als vaststaat dat, en in welke mate, het om sociaal medische redenen bij ouder en/of kind tot 13 jaar, noodzakelijk is dat gebruik wordt gemaakt van kinderopvang of buitenschoolse opvang.
Voorwaarden Bestaande tekst
Nieuwe tekst (artikel 3.9)
1. Het college stelt, aan de hand van een advies van een instantie die bevoegd is om een sociale en/of medische beoordeling te geven, vast dat er noodzaak is tot kinderopvang in het kader van SMI.
1.Het college stelt, aan de hand van een advies van een instantie die bevoegd is om een sociale en/of medische beoordeling te geven, vast dat er noodzaak is tot kinderopvang in het kader van SMI.
2. Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen moet er noodzaak tot kinderopvang zijn en voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a. Het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking, waarvoor is vast komen te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, en/of; b. De veiligheid van het kind is in het geding, en/of; c. Kinderopvang of buitenschoolse opvang is in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk, en/of; d. Er is sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging of de betaling van de kinderopvang op zich te nemen.
2. Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen moet er daarnaast voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a. Het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking, waarvoor is vast komen te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, en/of; b. De veiligheid van het kind is in het geding, en/of; c. Kinderopvang of buitenschoolse opvang is in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk, en/of; d. Er is sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging of de betaling van de kinderopvang op zich te nemen.
3. Tot de adviserende instanties die bevoegd zijn om een sociale en/of medische beoordeling te geven worden in ieder geval gerekend: a. De huisarts; b. Het CJG; c. De GGD; d. Een onafhankelijke adviserende instantie.
3.Tot de adviserende instanties die bevoegd zijn om een sociale en/of medische beoordeling te geven worden in ieder geval gerekend: a. De huisarts; b. Het CJG; c. De GGD; d. Een onafhankelijke adviserende instantie.
4. Uit het advies of plan van aanpak van het CJG, of een andere betrokken instantie, blijkt wie op welke termijn actie onderneemt om de geconstateerde knelpunten bij ouder of kind op te lossen. Het advies bevat in ieder geval de volgende elementen: a. Aantal noodzakelijke uren (per dag en verwachte duur); b. Beschrijving van de noodzaak voor de opvang; c. Informatie van betrokken of doorverwijzende instanties of instellingen.
4. Uit het advies of plan van aanpak van het CJG, of een andere betrokken instantie, blijkt wie op welke termijn actie onderneemt om de geconstateerde knelpunten bij ouder of kind op te lossen. Het advies bevat in ieder geval de volgende elementen: a. Aantal noodzakelijke uren (per dag en verwachte duur); b. Beschrijving van de noodzaak voor de opvang; c. Informatie van betrokken of doorverwijzende instanties of instellingen.
5. De kinderopvang vindt plaats in een kindcentrum of bij een gastouder.
5.De kinderopvang vindt plaats in een kindcentrum of bij een gastouder.
Aanvraag tegemoetkoming Bestaande tekst (artikel 3.3)
Nieuwe tekst (artikel 3.10)
1. Ouders kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een kindplek krachtens deze nadere regels. Het college is bevoegd hierop een besluit te nemen.
1. Ouders kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een kindplek krachtens deze nadere regels.
2. Het college beoordeelt de noodzaak, omvang en duur van de kindregeling SMI en geeft hiervoor een indicatie af. Indien nodig schakelt het college van de gemeente Elburg de expertise van een onafhankelijke expert in. In een toekennings-/wijzigingsbeschikking wordt vastgelegd op welke termijn de SMI wordt geëvalueerd. 3. Een besluit op de aanvraag om tegemoetkoming voor een kindplek wordt aan de ouders toegestuurd.
2. Het college beoordeelt de noodzaak, omvang en duur van de kindregeling SMI en geeft hiervoor een indicatie af. Indien nodig schakelt het college van de gemeente Elburg de expertise van een onafhankelijke expert in. In een toekennings-/wijzigingsbeschikking wordt vastgelegd op welke termijn de SMI wordt geëvalueerd. 3. Een besluit op de aanvraag om tegemoetkoming voor een kindplek wordt aan de ouders toegestuurd.
Duur tegemoetkoming Bestaande tekst (artikel 3.4)
Nieuwe tekst (artikel 3.11)
Ouders ontvangen een tegemoetkoming voor maximaal 52 weken per kalenderjaar.
Ouders ontvangen een tegemoetkoming voor maximaal 52 weken per kalenderjaar.
Hoogte tegemoetkoming Bestaande tekst (artikel 3.5)
Nieuwe tekst (artikel 3.12)
De grondslag voor de tegemoetkoming is het aantal afgenomen uren kinderopvang maal het landelijk maximum uurtarief.
De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald door het aantal aangevraagde uren kinderopvang te vermenigvuldigen met et landelijk maximum uurtarief.
Weigeringsgronden Bestaande tekst (artikel 3.6)
Nieuwe tekst (artikel 3.13)
Het college kan de tegemoetkoming weigeren indien:
Onverminderd het bepaalde in artikel 11 Algemene subsidieverordening gemeente Elburg, kan het college de tegemoetkoming weigeren indien:
1. De ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen. 2. De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg is opgenomen. 3. Er nu al een structuur of voorziening gebruikt wordt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.
1.De ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen. 2. De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg is opgenomen. 3. Er nu al een structuur of voorziening gebruikt wordt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.
4. Indien uit het advies van de in artikel 3.9/3.10, lid 2 bedoelde instanties naar het oordeel van het college de noodzaak niet voldoende onderbouwd is.
Paragraaf 3.4 Subsidie aan houders voor peuteropvang en voorschoolse educatie (VE) Doel en activiteiten Bestaande tekst (artikel 4.1)
Nieuwe tekst (artikel 3.14)
Deze nadere regel is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om alle kinderen in Elburg zonder taal/ ontwikkelingsachterstand aan groep 3 van de basisschool te laten beginnen. Houders bieden peuteropvang en voorschoolse educatie aan voor peuters tot groep 1. De onderwijsinstellingen verzorgen de vroegschoolse educatie in groep 1 en 2. Deze nadere regels richten zich alleen op de subsidie voor voorschoolse educatie.
1. Deze paragraaf is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om alle kinderen in Elburg zonder taal/ ontwikkelingsachterstand aan groep 3 van de basisschool te laten beginnen. Houders bieden peuteropvang en voorschoolse educatie aan voor peuters tot groep 1. De onderwijsinstellingen verzorgen de vroegschoolse educatie in groep 1 en 2. 2. Op grond van deze paragraaf kunnen houders voor peuteropvang en VE een aanvraag indienen.
Voorwaarden Bestaande tekst (artikel 4.2)
Nieuwe tekst (artikel 3.15)
1. De peuteropvang en VE vinden plaats in een kindcentrum.
1.
2. Houder is verplicht om bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen peuterplek, voorrang te verlenen aan doelgroeppeuters.
2. 3.
3. Houder zorgt ervoor dat het aanbod van peuteropvang en VE voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het Kwaliteitskader voor- en vroegschoolse voorzieningen gemeente Elburg.
4.
4. Houder spant zich in voor een maximaal bereik van (doelgroep)peuters.
5.
5. Houder zorgt ervoor dat ouders worden gestimuleerd om hun doelgroeppeuter 16 uren per week gebruik te laten maken van de peuteropvang. 6. De houder dient gebruik te maken van de Peutermonitor. 7. Houder neemt deel aan de gemeentelijke overlegstructuur.
6.
7. 8. 9.
De aanvraag is ingediend door een houder voor peuteropvang en VE. De peuteropvang en VE vinden plaats in een kindcentrum. Houder is verplicht om bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen peuterplek, voorrang te verlenen aan doelgroeppeuters. Houder zorgt ervoor dat het aanbod van peuteropvang en VE voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het Kwaliteitskader vooren vroegschoolse educatie. Houder spant zich in voor een maximaal bereik van (doelgroep)peuters. Houder zorgt ervoor dat ouders worden gestimuleerd om de doelgroeppeuter 16 uren per week gebruik te laten maken van het VEaanbod. Houder dient gebruik te maken van de Peutermonitor. Houder neemt deel aan de gemeentelijke overlegstructuur. Houder is verplicht om uiterlijk op de datum van de start van de te subsidiëren activiteiten op hun website een overzicht van de geldende ouderbijdragen per inkomensgroep en per soort peuter- of VEplek, die voor de betreffende voorschoolse locatie gelden, te publiceren.
Subsidieaanvraag en aanvraagtermijn Bestaande tekst (artikel 4.3)
Nieuwe tekst (artikel 3.16)
1. Het college is bevoegd te besluiten op aanvragen om subsidie voor peuteropvang en VE krachtens deze nadere regel.
1.
Houder gebruikt bij de subsidieaanvraag het hiervoor beschikbare aanvraagformulier voor peuteropvang en VE.
2. Houder gebruikt bij de subsidieaanvraag het hiervoor beschikbare aanvraagformat voor peuteropvang en VE.
2.
Houder baseert de aanvraag op een reële inschatting van het aantal (doelgroep)peuters.
3.
Houder dient voor de subsidieaanvraag de aanvraagtermijn te hanteren conform artikel 9 lid 1 Asv.
3. Houder baseert de aanvraag op een reële inschatting van het aantal (doelgroep)peuters. 4. Houder dient voor de subsidieaanvraag de aanvraagtermijn te hanteren uit de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Elburg. Subsidieverlening Bestaande tekst (artikel 4.4)
Nieuwe tekst (artikel 3.17)
1. Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuter- of VE-plek dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag, in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s) over het voorgaande jaar.
1.
Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuter- of VEplek dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag, in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s) over het voorgaande jaar.
2.
Indien (één van de) ouders geen Inkomensverklaring(en) kan/kunnen overleggen, of het verwachte verzamelinkomen is gedaald ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring, dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit de hoogte van het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing op een peuter- of VE-plek.
3. De houder houdt een administratie bij van de documenten aan de hand waarvan de toetsing van het recht op een gesubsidieerde peuter- of VE-plek is gedaan, en van bevindingen van deze toetsing.
3.
De houder houdt een administratie bij van de documenten aan de hand waarvan de toetsing van het recht op een gesubsidieerde peuter- of VE-plek is gedaan, en van bevindingen van deze toetsing.
4. Op basis van het verwachte verzamelinkomen wordt de hoogte van de ouderbijdrage vastgesteld aan de hand van de ouderbijdragetabel.
4.
Op basis van het verwachte verzamelinkomen wordt de hoogte van de ouderbijdrage vastgesteld aan de hand van de ouderbijdragetabel.
2. Indien (één van de) ouders geen Inkomensverklaring(en) kan/kunnen overleggen, of het verwachte verzamelinkomen is gedaald ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring, dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit de hoogte van het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing op een peuter- of VE-plek.
5. Subsidie is beschikbaar voor: a. Reguliere peuters van 2 jaar tot start basisschool en doelgroeppeuters van 2 tot 2,5 jaar op een peuterplek: 8 uur per peuterplek per week, 40 weken per kalenderjaar, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. b. Doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot start basisschool op een VE-plek: 1. Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: 16 uur per week, 40 weken per kalenderjaar. 2. Ouders met kinderopvangtoeslag: 8 uur per week, 40 weken per kalenderjaar (ouders betalen de overige 8 uur zelf en kunnen hiervoor kinderopvangtoeslag aanvragen).
5.
Subsidie is beschikbaar voor: a. Peuters voor peuteropvang (van 2 jaar tot start basisschool): 8 uur per peuterplek per week, 40 weken per kalenderjaar, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. b. Doelgroeppeuters op een VE-plek (van 2 jaar tot start basisschool): 1. Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: 16 uur per week, 40 weken per kalenderjaar. 2. Ouders met kinderopvangtoeslag: 8 uur per week, 40 weken per kalenderjaar (ouders betalen de overige 8 uur zelf en kunnen hiervoor kinderopvangtoeslag aanvragen).
Bevoorschotting houder Bestaande tekst (artikel 4.5)
Nieuwe tekst (artikel 3.18)
De subsidie voor peuteropvang en VE wordt bij wijze van voorschot betaald en bedraagt 100% van het te verlenen bedrag.
De subsidie voor peuteropvang en VE wordt bij wijze van voorschot betaald en bedraagt 100% van het te verlenen bedrag.
Weigeringsgronden aanvraag houder Bestaande tekst (artikel 4.6)
Nieuwe tekst (Artikel 3.19)
Het college kan de subsidie weigeren op grond van:
Onverminderd het bepaalde in de Awb en de Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg, kan het college de subsidie weigeren als:
1. De weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene Subsidieverordening. 2. Als sprake is van handhaving voor één van de locaties in de gemeente Elburg van de houder.
1.
Sprake is van handhaving voor één van de kindcentra in de gemeente Elburg van de houder.
2.
Niet wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 3.15.
3. Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in het kwaliteitskader VVE. Hoogte van de subsidie aan de houder Bestaande tekst (artikel 4.7)
Nieuwe tekst (artikel 3.20)
1. De grondslag voor de subsidie peuteropvang en VE is het aantal te realiseren bezette peuteren VE-plekken.
1.
2. De subsidie bestaat uit: a. De uren zoals genoemd in Artikel 4.4 lid 5, maal het landelijk maximum uurtarief, naar rato van de geplaatste periode. Op deze subsidie wordt de ouderbijdrage over 320 uren (8 uur x 40 weken) per jaar in mindering gebracht. b.
Een VE-jaarbedrag voor doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij
De grondslag voor de subsidie peuteropvang en VE is het aantal te realiseren bezette peuter- en VE-plekken. 2. De subsidie bestaat uit: a. De uren zoals genoemd in artikel 3.17 lid 5, vermenigvuldigd met het landelijk maximum uurtarief, naar rato van de geplaatste periode. Op deze subsidie wordt de ouderbijdrage over 320 uren (8 uur x 40 weken) per jaar in mindering gebracht.
b.
Een VE-jaarbedrag per doelgroeppeuter. Deze subsidie wordt verstrekt voor
naar de basisschool uitstromen. Deze subsidie wordt verstrekt voor doelgroeppeuters die een VE-plek bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien de doelgroeppeuter de VE-plek niet het gehele jaar bezet, wordt het jaarbedrag naar rato verstrekt. Voor het VEjaarbedrag wordt per houder een minimumbedrag gehanteerd dat overeenkomt met het bedrag voor twee doelgroeppeuters voor een volledig jaar. De hoogte van het VE-jaarbedrag per doelgroeppeuter wordt eenmaal vastgesteld door het college en jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan. c.
Een aanvullende subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE volgens de wettelijke voorwaarden uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De inzet wordt gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters op 1 januari van het betreffende jaar. Het tarief voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt eenmaal vastgesteld door het college en jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan.
doelgroeppeuters die een VE-plek bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien de doelgroeppeuter de VE-plek niet het gehele jaar of de 16 uur per week bezet, wordt het jaarbedrag naar rato van de geplaatste periode verstrekt. Voor het VE-jaarbedrag wordt per houder een minimumbedrag gehanteerd dat overeenkomt met het bedrag voor twee doelgroeppeuters voor een volledig jaar. De hoogte van het VEjaarbedrag per doelgroeppeuter is eenmalig vastgesteld door het college en wordt jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan.
c.
aanvullende subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE volgens de wettelijke voorwaarden uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De inzet wordt gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters in januari van het betreffende jaar. Het tarief voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE is eenmalig vastgesteld door het college en wordt jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan.
3. Het is toegestaan de werkelijke invulling van de peuter- of VE-plekken ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders. Het definitieve subsidiebedrag kan alleen hoger worden dan beschikt, na toestemming van het college.
3.
Het is toegestaan de werkelijke invulling van de peuter- of VE-plekken ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders. Het definitieve subsidiebedrag kan alleen hoger worden dan beschikt, na toestemming van het college.
4. Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft tijdens controle door gemeente, GGD of Inspectie van het Onderwijs blijkt dat een betreffende locatie van de houder niet voldoet aan de landelijk en lokaal vastgestelde voorwaarden, wordt van de houder verwacht dat aantoonbare inspanningen worden gepleegd om in de subsidieperiode wel aan de voorwaarden te gaan voldoen. Indien deze inspanningen niet worden gepleegd, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben, en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
4.
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft tijdens controle door gemeente, GGD of Inspectie van het Onderwijs blijkt dat een betreffende locatie van de houder niet voldoet aan de landelijk en lokaal vastgestelde voorwaarden, wordt van de houder verwacht dat aantoonbare inspanningen worden gepleegd om in de subsidieperiode wel aan de voorwaarden te gaan voldoen. Indien deze inspanningen niet worden gepleegd, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben, en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
5. Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft voor het betreffende kindcentrum handhaving van kracht wordt, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. 6. Houders zijn verplicht om uiterlijk op de datum van de start van de te subsidiëren activiteiten op hun website een overzicht van de geldende ouderbijdragen per inkomensgroep en per soort peuter- of VE-plek, die voor de betreffende voorschoolse locatie gelden, te publiceren. Indien houder niet aan deze verplichting voldoet, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
5.
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft met betrekking tot het betreffende kindcentrum handhavend wordt opgetreden, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
6.
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft blijkt dat het uurtarief voor reguliere peuters met kinderopvangtoeslag op de betreffende locatie lager is dan het uurtarief voor de door het college te subsidiëren peuter- en VEplekken, en het aanbod in uren per week en weken per jaar voor deze ouders gelijk is, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.
7. Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft blijkt dat het uurtarief voor reguliere peuters met kinderopvangtoeslag op de betreffende locatie lager is dan het uurtarief voor de door het college te subsidiëren peuter- en VE-plekken, en het aanbod in uren per week en weken per jaar voor deze ouders gelijk is, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.
Verantwoording en vaststelling door de houder Bestaande tekst (artikel 4.8)
Nieuwe tekst (artikel 3.21)
1. Houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend, per peuter tenminste de volgende informatie aan via de Peutermonitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum, einddatum (indien bekend) en aantal uren regulier of VE. Deze tussenrapportage kan leiden tot een tussentijdse subsidie aanpassing.
1.
Houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend, per peuter tenminste de volgende informatie aan via de Peutermonitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum, einddatum (indien bekend) en aantal uren regulier of VE.
2.
Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode door het college vastgesteld. Onverminderd het bepaalde in artikel 16 tot en met 18 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg overlegd de houder bij de eindverantwoording de volgende documenten aan:
2. Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode door het college vastgesteld. De houder levert hiervoor volgens de eisen uit de Algemene Subsidieverordening de verantwoording aan bij het college. De vaststelling vindt plaats op basis van de door de houder minimaal aan te leveren documenten: a.
b.
De financiële verantwoording bestaande uit een gevalideerd overzicht uit de Peutermonitor. Een inhoudelijk (jaar)verslag.
a.
b.
de financiële verantwoording bestaande uit een gevalideerd overzicht uit de Peutermonitor; een inhoudelijk (jaar)verslag.
3.
Indien de houder minder bezette peuter- en VE-plekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, leidt dat tot een terugvordering van (een deel van de) subsidie.
4.
Voor het vaststellen van de subsidie voor het VE-jaarbedrag en de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt gebruik gemaakt van het financiële overzicht vanuit de Peutermonitor. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal doelgroeppeuters over het gehele kalenderjaar.
3.
Indien de houder minder bezette peuter- en VE-plekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, zal de subsidie lager worden vastgesteld en zal dat leiden tot een terugvordering van (een deel van de) subsidie.
4.
Voor het vaststellen van de subsidie voor het VE-jaarbedrag en de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt gebruik gemaakt van het financiële overzicht vanuit de Peutermonitor.
Nieuwe feiten en omstandigheden Bestaande tekst (artikel 5.1)
Nieuwe tekst
Ouders, doelgroepouders of de houder doen onverwijld uit eigen beweging, of op verzoek van het college, mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk is dat deze aanleiding kunnen geven tot heroverweging van de beslissing tot subsidiering of toekenning van (de tegemoetkoming van) de kindregelingen.
Vervallen
Hardheidsclausule Bestaande tekst (artikel 5.2)
Nieuwe tekst
In gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien beslist het college. Het college handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
Vervallen
Intrekking oude beleidsregels Bestaande tekst (artikel 5.3)
Nieuwe tekst
De ‘Nadere regels kindregelingen kinderopvang gemeente Elburg 2022’ zoals vastgesteld op 1 juni 2022 worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze nadere regels in werking treden.
Vervallen
Wijkontmoetingscentra (Subsidieregeling wijkontmoetingcentra gemeente Elburg) Definities Bestaande tekst (artikel 1)
Nieuwe tekst (artikel 4.1)
Wijkontmoetingscentrum: een algemene voorziening, zoals omschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, voor inwoners met beperkingen van de gemeente Elburg. Een wijkontmoetingscentrum is een laagdrempelige voorziening gericht op inloop, ontmoeting en verbinding met de wijk, die toegankelijk is zonder dat daar een voorafgaand onderzoek voor nodig is.
1.
Wijkontmoetingscentrum (WOC): een algemene voorziening, zoals omschreven in artikel 1.1.1 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
2.
Dagactiviteiten en dagbegeleiding: activiteiten in de zin van artikel 4.2 en 4.3 van deze regeling, niet zijnde dagbesteding in de zin van de Wmo of Wlz.
3.
Werkgroep WOC: vertegenwoordigers van de WOC’s stemmen in deze werkgroep onderling en met de gemeente af over hun activiteiten.
Toepassingsbereik Bestaande tekst (artikel 2)
Nieuwe tekst
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Vervallen
Doel Bestaande tekst
Nieuwe tekst (artikel 4.2)
Niet van toepassing
Bijdragen aan ondersteuning van inwoners uit de wijk die bij hun WOC terecht kunnen om elkaar te ontmoeten, samen koffie te drinken en activiteiten te doen.
Activiteiten Bestaande tekst (artikel 3)
Nieuwe tekst (artikel 4.3)
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het bieden/exploiteren van een Wijk Ontmoetingscentrum (WOC).
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het aanbieden van diensten en/of activiteiten in het kader van exploitatie van een WOC. Dit behelst: a. De WOC’s bieden inloop, ontmoeting en dagactiviteiten op basis van de maatschappelijke vraag. b. De activiteiten hebben als doel dat met name mensen met een fysieke en/of sociale hulpvraag meedoen in de buurt en niet vereenzamen, sociale contacten aangaan, structuur aangeboden krijgen en bezig zijn met zingeving (kwaliteit van leven). Daarbij worden zij uitgedaagd om hun talenten in te zetten. c. De WOC’s bieden een laagdrempelige toegang. d. In het WOC is altijd een professional aanwezig.
e. Bij de uitvoering van activiteiten wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inzet van vrijwilligers Doelgroep Bestaande tekst (artikel 4)
Nieuwe tekst (artikel 4.4)
Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een aanvrager die rechtspersoonlijkheid bezit en zich geheel of gedeeltelijk ten doel stelt om zonder winstoogmerk inloopactiviteiten en dagactiviteiten te verrichten.
Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een aanvrager met rechtspersoonlijkheid, die zich geheel of gedeeltelijk ten doel stelt om zonder winstoogmerk diensten of activiteiten aan te bieden, zonder voorafgaand onderzoek te doen naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en die zijn gericht op maatschappelijke ondersteuning.
Verplichtingen Bestaande tekst (artikel 5)
Nieuwe tekst
a.
De WOC’s bieden inloop, ontmoeting en dagactiviteiten op basis van de maatschappelijke vraag.
Vervallen
b.
De activiteiten hebben als doel dat mensen met beperkingen meedoen in de buurt en niet vereenzamen, sociale contacten aangaan, structuur aangeboden krijgen en bezig zijn met zingeving (kwaliteit van leven). Daarbij worden zij uitgedaagd om hun talenten in te zetten.
c.
De WOC’s bieden een laagdrempelige toegang.
b.
Op de achtergrond zijn altijd professionals aanwezig, maar vrijwilligers bieden het grootste deel van de activiteiten. Bij de uitvoering van activiteiten wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van vrijwillige inzet.
c.
Aanvragen Bestaande tekst
Nieuwe tekst (artikel 4.5)
Niet van toepassing
1.Overeenkomstig artikel 8 ASV wordt een aanvraag gedaan om subsidie. 2.De aanvraagtermijn komt overeen met de termijn in artikel 9 lid 1 ASV.
Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Bestaande tekst (artikel 6)
Nieuwe tekst (artikel 4.6)
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor de inloopfunctie, activiteiten en dagbegeleiding met bijbehorend vervoer.
Kosten voor de inloopfunctie, activiteiten en dagbegeleiding inclusief bijbehorend vervoer, die naar het oordeel van het College van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn, en voor zover die resteren na aftrek van andere inkomsten, komen voor subsidie in aanmerking.
Hoogte van de subsidie Bestaande tekst (artikel 7)
Nieuwe tekst (artikel 4.7)
Het subsidieplafond bedraagt jaarlijks de voor het betreffende subsidiejaar opgenomen budget onder kostenplaats 665515 Wijkontmoetingscentra.
1. Het subsidieplafond bedraagt jaarlijks het voor het betreffende subsidiejaar opgenomen budget in de begroting onder Wijkontmoetingscentra en Subsidies dagbegeleiding. 2. Jaarlijks overlegt de werkgroep WOC over de verdeling van het beschikbare budget en brengt hierover advies uit aan het college van burgemeester en wethouders. Hierbij wordt zij ondersteund door de gemeente
Wijze van indiening Bestaande tekst (artikel 8)
Nieuwe tekst
Iedere aanbieder dient een aanvraag in voor de subsidie, maar er dient een gezamenlijk opgestelde begroting besproken te worden in het overleg werkgroep WOC voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.
Vervallen
Slotbepalingen Bestaande tekst (artikel 9)
Nieuwe tekst
1.Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 september 2019.
Vervallen
2.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling wijkontmoetingscentra gemeente Elburg.
Nadere regeling stimulering klimaatregelen Noord-Veluwe Begripsbepalingen Bestaande tekst (artikel 1)
Nieuwe tekst
Vast te stellen door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:1.Artikel 160 lid 1 a en b van de Gemeentewet 2.Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht 3.De Algemene Subsidieverordening van de gemeente Elburg 2015
Vervallen
Context: Door klimaatverandering neemt de kans op hittestress, droogte en wateroverlast toe. Dat levert risico’s op voor de gezondheid, veiligheid en economie. De gemeenten en het waterschap op de Noord Veluwe willen voorbereid zijn op de nieuwe extreme weersomstandigheden. Daarvoor zijn maatregelen nodig in de publieke ruimte en op privaat terrein. De genoemde overheidspartijen willen samen met maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven, de benodigde aanpassingen doorvoeren. Doel van de stimuleringsregeling: de Noord Veluwse gemeenten en Waterschap Vallei & Veluwe willen inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op hun eigen percelen. Beoogd wordt met een specifieke subsidieregeling initiatiefnemers financieel te steunen. Op 16 februari 2021 is door uw college de nadere regeling stimulering klimaatmatregelen noord Veluwe vastgesteld. Met de regeling ontvangen particuliere eigenaren een vergoeding voor getroffen maatregelen die leiden tot het verminderen van wateroverlast, droogte en hittestress. In het najaar van 2021 is een evaluatie uitgevoerd naar het functioneren van de regeling. De conclusies en aanbevelingen zijn besproken en onderschreven in het bestuurlijk overleg water en klimaat.
Op basis van deze conclusies worden de volgende aanpassingen worden voorgesteld: A) Groendak Het minimum oppervlak voor een groendak en afkoppeling van 20 (m2) te wijzigen naar: een minimum groendak en afkoppel subsidie vanaf 6 (m2) met een maximum van 250 (m2). Een combinatie van meerde daken is toegestaan zolang er aan het minimumcriteria wordt voldaan.
De subsidie van een groendak afgeven op basis van laagdikte van het groene dak ▪ 8-20 cm dikte € 20,= per m2 ▪ 20-40 cm dikte € 30,= per m2 ▪ Meer dan 40 cm dikte € 50,= per m2 B) Afkoppelen hemelwater De minimale grootte van een infiltratiekrat wijzigen van 420 liter naar 100 liter. Beoogd effect Bestaande tekst (artikel 2)
Nieuwe tekst
Door het wijzigen van de regeling komen meer eigenaren in aanmerking voor subsidie.
Vervallen
Argumenten Bestaande tekst (artikel 3)
Nieuwe tekst
3.1 De minimumgrenzen leiden tot ongelijkheid tussen inwoners.
Vervallen
Het afgelopen jaar leverde de minimumgrenzen vaak vragen en discussies op. Mensen met een kleinere woning en vaak minder kapitaalkrachtig kwamen hierdoor niet in aanmerking voor het vergoenen van hun schuur of dak. Door het wijzigen van het oppervlak wordt de stimuleringsregeling voor iedereen toegankelijk. 3.2 Sluit beter aan bij de bouwmarkt als verkooppunt. De minimum maat voor het infiltratiekrat is moeilijk verkrijgbaar bij de bouwmarkten. Door het verlagen van deze minimumeis wordt het makkelijker dit bij de lokale bouwmarkt aan te schaffen. Kanttekeningen Bestaande tekst (artikel 4)
Nieuwe tekst
Het begrote budget wordt eerder bereikt. Doel van de aanpassing is dat meer inwoners gebruik gaan maken van de stimuleringsregeling. Wanneer dit doel gehaald wordt stijgen de kosten voor de gemeente. Hierdoor is mogelijk dat het begrote bedrag van € 40.000,= per jaar niet toereikend is. Het afgelopen jaar is door 113 personen een aanvraag gedaan voor totaal € 16.686,=.
Vervallen
Financiën Bestaande tekst (artikel 5)
Nieuwe tekst
Niet van toepassing
Vervallen
Communicatie/Burgerparticipatie Bestaande tekst (artikel 6)
Nieuwe tekst
Het loket Veluwe Duurzaam is door uw college aangewezen als uitvoerende instantie. Zij zorgen voor het communiceren van de wijzigingen binnen de gemeente.
Vervallen
Vervolg Bestaande tekst (artikel 7)
Nieuwe tekst
Niet van toepassing
Vervallen
Bijlage(n) Bestaande tekst (artikel 8)
Nieuwe tekst
1. Nadere stimuleringsregeling klimaatadaptie Noord Veluwe 2022
Vervallen
Inwerkingtreding en citeertitel Bestaande tekst (artikel 9)
Nieuwe tekst
1. Aanpassingen in de nadere regeling stimulering klimaatmaatregelen Noord Veluwe treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Vervallen
2. Deze Nadere regeling wordt aangehaald als ‘’Nadere regeling stimulering klimaatregelen Noord Veluwe wordt aangehaald als Nadere stimuleringsregeling klimaatadaptie Noord Veluwe 2022 van de gemeente Elburg.
Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen Definities Bestaande tekst (artikel 1.1)
Nieuwe tekst (artikel 5.1)
1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. aanvraag: Een aanvraag om subsidie zoals bedoeld in deze regeling die de aanvrager indient;
a.
aanvraag: een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk;
b.
aanvrager: a.
een meerderjarige natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van een pand in de gemeente Elburg, dan wel huurder of pachter is van een pand in de gemeente Elburg en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;
b.
een VvE van een pand in de gemeente Elburg;
c.
een rechtspersoon die eigenaar is van een pand in de gemeente Elburg, dan wel huurder of pachter is van een pand in de gemeente Elburg en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient.
b. aanvrager: Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter is van het pand en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient; Een VvE; Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder of pachter en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient; c. afkoppelen: Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool verwerken; d. Awb: Algemene wet bestuursrecht;
c.
afkoppelen: hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool verwerken;
d.
BAG: Basisregistratie Adressen en Gebouwen;
e.
bebouwde kom: begrenzing van bebouwde kern als bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;
f.
bestaand pand: een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;
g.
dakoppervlak: de horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;
h.
gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering.
i.
groen dak: dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk
e. Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Elburg 2015; f. BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen; g. bebouwde kom: Begrenzing van bebouwde kern als bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994; h. bestaand pand: een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015; i. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg; j. dakoppervlak: de horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand; k. gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering; l. groen dak: dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk
bestaand uit levende planten (vegetatiedak), zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’; m. groenblauw dak: intensief groen dak met dikkere substraat laag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;
n. hemelwater: regenwater, ijzel, sneeuw en hagel; o. hemelwater riolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater; p. infiltratie: het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (bovenof ondergrondse)voorziening;
bestaand uit levende planten(vegetatiedak), zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’; j.
groenblauw dak: intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;
k.
hemelwater: regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;
l.
hemelwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;
m. infiltratie: het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (bovenof ondergrondse) voorziening; n.
nuttig gebruik hemelwater: buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als waswater, spoelwater toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;
o.
oppervlaktewater: openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;
p.
pand: woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of school, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;
q.
vergroenen: verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting als gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;
r.
verhard oppervlak: het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, waarvan hemelwater tot afstromingkomt naar een riool;
s.
voorziening: maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat, te weten: het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een
q. nuttig gebruik hemelwater: buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als waswater, spoelwater toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.; r. oppervlaktewater: openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden; s. pand: woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of school, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd. t. vergroenen: verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting als gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd; u. verhard oppervlak: het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool; v. voorziening: maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat, te weten: het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen dak en
het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater; w. VvE: Vereniging van Eigenaren.
groen dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater; t.
VvE: Vereniging van Eigenaren.
ASV Bestaande tekst (artikel 1.2)
Nieuwe tekst
1. Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling wordt afgeweken.
Vervallen
2. De subsidies die op grond van deze nadere regeling worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies. Doel subsidie Bestaande tekst (artikel 1.3)
Nieuwe tekst (artikel 5.2)
Deze regeling heeft als doel inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de gemeente Elburg te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij het pand. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee effecten van de klimaatverandering worden beperkt, zoals wateroverlast, droogte en hitte.
Dit hoofdstuk heeft als doel inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de gemeente Elburg te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij een pand in de gemeente Elburg. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee effecten van de klimaatverandering worden beperkt, zoals wateroverlast, droogte en hitte.
Subsidiabele activiteiten Bestaande tekst (artikel 1.4)
Nieuwe tekst (artikel 5.3)
Het college kan aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen a t/m f subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden: a) het plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting; b) het planten van bomen; c) het afkoppelen van verhard oppervlak; d) vergroenen ofwel ontstenen; e) het aanleggen van een groen dak; f) het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.
Het college kan aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen a t/m f subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden: a. het plaatsen van een regenton, -zuil en/of – schutting; b. het planten van bomen; c. het afkoppelen van verhard oppervlak; d. vergroenen ofwel ontstenen; e. het aanleggen van een groen of groenblauw dak; f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.
Subsidieplafond en verdeelregels Bestaande tekst (artikel 1.5)
Nieuwe tekst (artikel 5.4)
1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.
1.
Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.
2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.
2.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.
3.
Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.
4.
Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.
3. Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden. 4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.
Algemene voorwaarden en verplichtingen Bestaande tekst (artikel 1.6)
Nieuwe tekst (Artikel 5.5)
1. Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:
1.
Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:
a. met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.3 in voldoende mate gediend;
a.
met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 5.3 in voldoende mate gediend;
b. de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;
b.
de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;
c. de aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na realisatie van de voorzieningen waar de aanvraag betrekking op heeft;
c.
de aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na realisatie van de voorzieningen waar de aanvraagbetrekking op heeft;
d. de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.7 staan opgenomen;
d.
de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 5.7 staan opgenomen;
e. per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 1.4 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;
e.
per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 5.4 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;
f. ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;
f.
ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;
g. de voorziening voldoet aan de geldende weten regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);
g.
de voorziening voldoet aan de geldende weten regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);
h.
de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;
i.
herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en;
j.
de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.
2.
Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in paragrafen 5.2 t/m 5.7 per voorziening opgenomen
h. de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden; i. herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en; j. de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse. 2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in hoofdstuk 2 t/m 7 per voorziening opgenomen.
De aanvraag Bestaande tekst (artikel 1.7)
Nieuwe tekst (artikel 5.6)
1. Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:
Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen bij het college. In afwijking van artikel 8 lid 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Elburg worden daarbij de volgende gegevens verstrekt:
a. een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; b. een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum; c. een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is; d. als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning; e. als u huurder of pachter bent: schriftelijke toestemming van de eigenaar; f. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de
a)
een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b)
een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;
c)
een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;
d)
als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning;
e)
als u huurder of pachter bent: schriftelijke toestemming van de eigenaar;
f)
Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van
beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.
de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.
Beslissing op aanvraag Bestaande tekst (artikel 1.8)
Nieuwe tekst (artikel 5.7)
1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.
1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.
2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.
2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.
3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.
3. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in dit hoofdstuk.
4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.
4. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.
5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing
Paragraaf 5.2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting Subsidievoorwaarden Bestaande tekst (artikel 2.1)
Nieuwe tekst (artikel 5.8)
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden:
a.
er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment; b.
de regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter;
c.
de regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand, en;
d.
per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal 2 van de onder a. geformuleerde voorzieningen.
a.
er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of regenschuttingsegment;
b.
de regenton, regenzuil of het regenschuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter;
c.
de regenton(nen), regenzuil(en) of regenschutting wordt permanent geplaatst bij het pand waarop de aanvraag betrekking heeft, en;
d.
per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee regentonnen, regenzuilen of regenschuttingssegmenten voorzieningen.
Hoogte subsidie Bestaande tekst (artikel 2.2)
Nieuwe tekst (artikel 5.9)
1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt 40 % van de aanschafkosten met een maximum van € 100,=.
1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt maximaal 40% van de aanschafkosten met een maximum van €100,-
2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt € 25 per segment.
2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt maximaal €25,- per segment.
Paragraaf 5.3 Planten van bomen Subsidievoorwaarden Bestaande tekst (artikel 3.1)
Nieuwe tekst (artikel 5.10)
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden:
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarde: de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee loofbomen per pand, Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden:
a. de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee loofbomen per pand, van een inheemse soort, met een hoogte van minimaal 6 meter en voor zover er geen sprake is van een herplantplicht.
a.de te planten boom/bomen of heester(s) moet aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen: i. Inheemse boom/heester; of ii. Fruitboom en/of; iii. Bloeiende boom/heester In bijlage 5.1 is een niet limitatieve lijst met geschikte bomen opgenomen. b.de oppervlakte van de tuin dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte. Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:
Tuin oppervlakte
Boomgrootte (volwassen hoogte)
< 50 m2 (o.a voortuinen)
Tot 6 m
50 - 200 m2
Tot 12 m
> 200 m2
> 12 m
c. Geen subsidie wordt verstrekt voor: i. bomen die in het kader van een herplantverplichting moeten worden geplant;
ii.
iii.
exoten die niet voldoende winterhard zijn of die een bedreiging zijn kunnen zijn voor de inheemse biodiversiteit; bomen die geplant worden binnen 1 meter van de erfgrens;
Hoogte subsidie Bestaande tekst (artikel 3.2)
Nieuwe tekst (artikel 5.11)
De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35 per boom.
1. De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt €35,- per boom en €5,- per heester. 2. Per perceel worden niet meer dan de werkelijke kosten vergoed met een maximum van €140,-.
Paragraaf 5.4 Afkoppelen hemelwater Subsidievoorwaarden Bestaande tekst (artikel 4.1)
Nieuwe tekst (artikel 5.12)
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 1.6 de volgende specifieke voorwaarden: