CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Ecologische quickscan

Raadsvergadering 16 december 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan Vrijheidsstraat 20 Elburg5.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

Quickscan Ecologie Vrijheidsstraat 20 te Elburg

Rapport

Quickscan Ecologie Vrijheidsstraat 20 te Elburg

Opdrachtgever: Contactpersoon: Projectnummer Mateboer: BO205095/JJS Opgesteld door: M.J. Wind BSc.

Mateboer Projectontwikkeling BV Ambachtsstraat 27 8263AJ te Kampen Dhr. T. Prinsse Projectnummer Mateboer Projectontwikkeling BV: Paraaf:

Datum:

Status:

16 december 2020

Definitief

Gecontroleerd door:

Paraaf:

J.J. Stolte MSc.

INHOUDSOPGAVE 1

Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding en doel ........................................................................................................................................ 3 1.2 Verantwoording ............................................................................................................................................ 3 1.3 Opbouw rapport ........................................................................................................................................... 3

2 GEBIEDSBESCHRIJVING .................................................................................................................................. 4 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie ................................................................................................................ 4 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ................................................. 4 3 ONDERZOEKSMETHODE ................................................................................................................................ 5 4 OVERZICHT WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................... 6 4.1 Zorgplicht ...................................................................................................................................................... 6 4.2 Beschermde soorten ..................................................................................................................................... 6 4.3 Gebiedsbescherming .................................................................................................................................... 7 4.4 Houtopstanden .............................................................................................................................................

8 4.5 Provinciaal beleid .......................................................................................................................................... 8 5 AANWEZIGE EN VERWACHTE BESCHERMDE SOORTEN .................................................................................. 9 5.1 Algemeen ...................................................................................................................................................... 9 5.2 Vogels ........................................................................................................................................................... 9 5.3 Vleermuizen .................................................................................................................................................. 9 5.4 Grondgebonden zoogdieren ....................................................................................................................... 10 5.5 Reptielen, amfibieën en vissen ................................................................................................................... 10 5.6 Ongewervelden...........................................................................................................................................

10 5.7 Vaatplanten ................................................................................................................................................ 11 6 TOETSING AAN WET NATUURBESCHERMING .............................................................................................. 12 6.1 Soortenbescherming................................................................................................................................... 12 6.2 Toetsing aan gebiedsbescherming ............................................................................................................. 13 6.3 Houtopstanden ........................................................................................................................................... 14 7 SAMENVATTING, CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 15 7.1 Aanleiding en doel ...................................................................................................................................... 15 7.2 Conclusies en aanbevelingen ...................................................................................................................... 15

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

TABELLEN Tabel 4.1 Overzichtstabel met verbodsbepalingen op soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming. 7 Tabel 7.1. Overzichtstabel met de toetsing van verwachte aanwezige soorten op de werkzaamheden ............. 16

BIJLAGEN Bijlage 1: De ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2: Locatiefoto’s Bijlage 3: Geraadpleegde bronnen Bijlage 4: Veldwerkformulier Quickscan

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Mateboer Milieutechniek BV heeft van Mateboer Projectontwikkeling BV opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie ter plaatse van de Vrijheidsstraat 20 te Elburg. De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van herontwikkeling van de onderzoekslocatie en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben. Deze planten- en diersoorten worden getoetst aan de mogelijk negatieve invloed die zij kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden of gebieden die deel uit maken van het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden eventuele houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd beoordeeld op negatieve effecten.

1.2

Verantwoording

Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor het gebruik door de opdrachtgever. De conclusies in dit rapport zijn alleen geldig binnen de context waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd en het rapport is opgesteld. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie en schriftelijke toestemming van Mateboer Milieutechniek BV (MMT), doet dit op eigen risico. Het onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een beoordeling van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie betreffende de verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Mateboer Milieutechniek accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek uitgevoerde onderzoek neemt.

In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

1.3

Opbouw rapport

In het rapport (digitaal verzonden) wordt verslag gedaan van de uitgevoerde quickscan flora en fauna en komen de volgende aspecten aan de orde:      

Beschrijving onderzoekslocatie en voorgenomen werkzaamheden (hoofdstuk 2) Onderzoeksmethode (hoofdstuk 3) Wet natuurbescherming en de verbodsbepalingen (hoofdstuk 4) Aanwezige en verwachte beschermde soorten (hoofdstuk 5) Toetsing aan de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 6) Samenvatting, conclusie en aanbevelingen (hoofdstuk 7)

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

3

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1

Huidig gebruik onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Vrijheidsstraat 20 te Elburg. In bijlage 1 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van de stad Elburg weergegeven. Het onderzoeksgebied bestaat uit één pand, een overkapping van het tankstation en omliggende verharding. Het gebouw wordt gebruikt als tankstation-winkel, autogarage en wasstraat. Het gebouw wordt door de opdrachtgever gesloopt en ontwikkelt tot nieuwbouw (17 appartementen).

Afbeelding 2.1. Omgeving van de onderzoekslocatie met in het blauw de kadastrale grens.

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

In het kader van de herontwikkeling worden diverse werkzaamheden verricht in het onderzoeksgebied. Hierbij ligt de focus voornamelijk op het slopen van het pand en het bouwrijp maken van de locatie. Op de locatie worden 17 appartementen en parkeervakken gerealiseerd.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

4

3

ONDERZOEKSMETHODE

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikte habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, op of rondom de onderzoekslocatie. Geraadpleegde bronnen zijn te vinden in bijlage 3. Het veldbezoek is uitgevoerd op 26 november 2020. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. De veldwerkformulieren zijn opgenomen in bijlage 4. Verder is aan de hand van onder andere verspreidingsatlassen, kennisdocumenten of soort specifieke rapporten en op basis van “expert-judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Gelderland opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan ecologie is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn tijdens het onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen.

Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

5

4

OVERZICHT WET NATUURBESCHERMING

In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Daarnaast geldt per provincie beleid voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd). De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

4.1

Zorgplicht

Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing.

4.2

Beschermde soorten

Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag ontstaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: -

-

-

Soorten van de Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn; Soorten van de Habitatrichtlijn Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt; Overige soorten ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor de overige soorten (nationaal beschermde soorten) gelden Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

6

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 4.1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Tabel 4.1 Overzichtstabel met verbodsbepalingen op soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming. Vogelrichtlijn (§ 3.1 Wn)

Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wn)

Overige soorten (§ 3.3 Wn)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

4.3

Gebiedsbescherming

Natura 2000

In 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet biedt een beschermingskader voor de flora en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de zogenaamde Natura 2000gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitatten kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Ook plannen moeten getoetst worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt met een voortoets. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Het netwerk werkt als een verbinding tussen natuurgebieden en het omringende agrarische gebied. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter weerbaar tegen negatieve milieu-invloeden. Deze verbinding zorgt voor een uitwisseling van plant- en diersoorten tussen gebieden. Het doel van het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur is om de EHS als netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn.

Door het doorlopen van het afwegingskader wordt vastgesteld of, en zo ja, onder welke voorwaarden een ontwikkeling in de Ecologische Hoofdstructuur kan worden toegelaten. De bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur vindt Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

7

plaats door het nee-tenzij-regime uit de Nota Ruimte. De beleidsmatige basis voor het afwegingskader voor de Ecologische Hoofdstructuur is de Nota Ruimte. Daarnaast hebben Rijk en provincies een beleidskader Spelregels EHS opgesteld. De bescherming van de EHS gebeurt via de regelgeving van de ruimtelijke ordening.

4.4

Houtopstanden

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij Gedeputeerde Staten. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en her-plantplicht conform artikel 4.2 en artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap.

4.5

Provinciaal beleid

Sinds de ingang van de Wet natuurbescherming (2017) is de provincie verantwoordelijk voor het beleid met betrekking op natuur. Broedvogels en hun nesten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming onder de vogelrichtlijn. Met het verwijderen van beplanting buiten het broedseizoen (broedseizoen: maart tot augustus) worden geen verbodsbepalingen overtreden. Echter heeft de provincie Gelderland broedvogelsoorten aangewezen die een jaarrond beschermd nest kennen.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

8

5

AANWEZIGE EN VERWACHTE BESCHERMDE SOORTEN

5.1

Algemeen

Soorten die zich in het gebied hebben of willen vestigen hebben daar wel een juist habitat voor nodig. Binnen een habitat zijn er allerlei plekken (biotopen) die verschillende functies kunnen vervullen voor een soort. Dit hoofdstuk beschrijft de verwachting van aanwezige soorten binnen de onderzoekslocatie op basis van habitat en bureau-onderzoek. Afhankelijk van de soort wordt beschreven welk biotoop de aanwezigheid van de soort kan aanduiden. Daarnaast wordt beoordeeld of de voorgenomen ingrepen negatieve invloed(en) kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soort(en). De eventuele benodigde mitigerende maatregelen ten behoeve van beschermde soorten of de juridische gevolgen worden verder beschreven in hoofdstuk 6.

5.2

Vogels

Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. In de directe omgeving van de Vrijheidsstraat 20 te Elburg komt volgens NDFF de huismus niet voor. Deze soort kan broeden in nestkasten of bebouwing. Op de onderzoekslocatie zijn geen nesten aangetroffen van jaarrond beschermde broedvogels. In de directe omgeving (Vackeniordestraat 21 – 25) is een kolonie huismussen waargenomen. Overige broedvogels Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen broedvogels waargenomen. In de directe omgeving zijn algemene soorten waargenomen als roodborst, merel en winterkoninkje. De data van NDFF geeft weer dat er geen waarnemingen van overige broedvogels zijn gedaan ter plaatse of in de directe omgeving.

5.3

Vleermuizen

Het bureauonderzoek (NDFF) laat zien dat in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen vleermuizen zijn waargenomen. Ter plaatse zijn geen sporen van vleermuizen (ontlasting of vlindervleugeltjes) waargenomen. Verder biedt het gebouw geen geschikte verblijfplaats door een gebrek aan openingen/kieren. In de omgeving van het onderzoeksgebied is het mogelijk dat er verschillende boom- en gebouwbewonende soorten aanwezig zijn. Dit kunnen onder andere gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en de laatvlieger zijn. Gelet op het biotoop en de omvang van vegetatie dat aanwezig is, is het onwaarschijnlijk dat het onderzoeksgebied als een essentieel foerageergebied wordt gebruikt. De bomen en openbare groenstructuren rondom de onderzoekslocatie zijn hier meer geschikt voor. Gelet op de omvang, het gebruik van het gebied en de ligging is het onwaarschijnlijk dat het gebied deel uit maakt van een vliegroute.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

9

5.4

Grondgebonden zoogdieren

De onderzoekslocatie en de omgeving daarvan is ongeschikt als habitat voor beschermde grondgebonden zoogdieren die onder de habitatrichtlijnen vallen. Tijdens het locatiebezoek zijn er sporen gevonden van een mol (molshopen). Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied of biedt het mogelijkheden voor beschermde soorten die onder de zorgplicht vallen.

5.5

Reptielen, amfibieën en vissen

Reptielen

Volgens NDFF zijn er in de afgelopen 10 jaar in de omgeving rondom de onderzoekslocatie (1 km2) geen reptielen waargenomen. Tijdens het veldbezoek is waargenomen dat er geen geschikt habitat is voor inheemse reptielen. Hierdoor is het niet aannemelijk dat reptielen zich op spontane wijze zullen vestigen.

Amfibieën

Volgens NDFF zijn er in de afgelopen 10 jaar in de omgeving rondom de onderzoekslocatie (ca. 200 meter) kleine watersalamanders waargenomen. Tijdens het veldbezoek is op de locatie geen geschikt voortplantingsbiotoop vastgesteld. Ook is er geen mogelijkheid op een winterrustplek voor amfibieën ter plaatse van de onderzoekslocatie. In de omgeving van de eerdere waarnemingen van NDFF zijn geschikte plekken voor winterverblijfplaatsen aangetroffen. Om deze reden is het niet aannemelijk dat aanwezige amfibieën zich ter plaatse van de onderzoekslocatie zullen vestigen.

Vissen

Volgens NDFF zijn er in de afgelopen 10 jaar in de omgeving rondom de onderzoekslocatie (1 km2) enkele vissen waargenomen. Tijdens het veldbezoek is waargenomen dat het oppervlaktewater niet op of rondom het perceel aanwezig is. Hierdoor kan uitgesloten worden dat vissen aanwezig zullen zijn in of rondom de onderzoekslocatie.

5.6

Ongewervelden

Libellen

Volgens NDFF zijn er in de afgelopen 10 jaar in de omgeving rondom de onderzoekslocatie diverse libellensoorten waargenomen. Dit betroffen algemene soorten. Het habitat voor een libelle is niet binnen de onderzoekslocatie aanwezig. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is wel geschikt habitat aanwezig.

Vlinders

Volgens gegevens van de NDFF zijn in en rondom de onderzoekslocatie in de afgelopen 10 jaar geen beschermde soorten waargenomen. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten of specifieke habitattypen, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten als grote parelmoervlinder (natuurlijke graslanden), grote vos (iep, zoete kers en sommige wilgensoorten), grote weerschijnvlinder (boswilg), kleine ijsvogelvlinder (kamperfoelie), bruine eikenpage (eik), iepenpage (iep) en sleedoornpage (sleedoorn) zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Het is uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

10

Overige soorten

Volgens gegevens van de NDFF zijn in of rondom de onderzoekslocatie in de afgelopen 10 jaar geen beschermde overige soorten waargenomen. Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig.

5.7

Vaatplanten

Volgens gegevens van de NDFF zijn in en rondom de onderzoekslocatie in de afgelopen 10 jaar geen beschermde soorten waargenomen. Aangezien de locatie bestaat uit bestrating, is het niet te verwachten dat er beschermde of zeldzame plantensoorten op de locatie te vinden zijn. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten waargenomen. Het kan gesteld worden dat deze soortgroep niet in staat is zich in de huidige situatie te vestigen.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

11

6

TOETSING AAN WET NATUURBESCHERMING

In dit hoofdstuk worden de voorgenomen ingrepen getoetst aan de Wet natuurbescherming. Als gevolg van de voorgenomen ingrepen kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit de soortenbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming optreden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van een mogelijke overtreding op de verbodsbepalingen. Daarnaast wordt er beschreven voor welke soorten een aanvullend onderzoek noodzakelijk is omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van ontheffingen.

6.1 Soortenbescherming Broedvogels

Op de onderzoekslocatie zijn geen nesten aangetroffen van jaarrond beschermde broedvogels. Rondom het onderzoeksgebied is beplanting aanwezig. In de directe omgeving is een kolonie huismussen waargenomen. omdat de onderzoekslocatie geen (voor huismussen) essentiële landschapselementen bevat, is er geen sprake van een overtreding op de Wet natuurbescherming. Ook overige broedvogels met en zonder een jaarrond beschermd nest zijn op deze locatie uitgesloten door gebrek aan vegetatie.

Vleermuizen

Tijdens het locatiebezoek blijken er geen openingen in de muren van het pand aanwezig te zijn. Hierdoor is het pand niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Tevens zijn er tijdens het veldbezoek geen sporen gevonden van vleermuizen. Om deze reden is het onwaarschijnlijk dat vleermuizen gebruikmaken van deze panden als verblijfplaats. De omgeving is gezien de omvang niet geschikt als essentieel foerageergebied. De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van lange lijnvormige structuren die kunnen dienen als verbindingszone. Er is geen overtreding op de Wet natuurbescherming.

Grondgebonden zoogdieren

Er zijn geen beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen in of rondom de onderzoekslocatie. Ook zijn er op de onderzoekslocatie geen sporen gevonden van grondgebonden zoogdieren. Er is geen sprake van een overtreding op de Wet natuurbescherming. Overige soorten Voor overige soorten (zoals een mol of een bruine rat) geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden.

Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

12

6.2

Toetsing aan gebiedsbescherming

Door ruimtelijke ontwikkelingen kunnen er negatieve gevolgen optreden vanuit natuurwetgeving op beschermde gebieden. Om te toetsen of er sprake is van negatieve invloed door werkzaamheden op omliggende beschermde gebieden wordt in deze paragraaf het gevolg besproken en wordt er beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is. Daarnaast worden de eventuele consequenties ten aanzien van vergunningen verder uitgelicht.

Natura 2000

De onderzoekslocatie is niet in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is de Veluwerandmeren en bevindt zich op circa 1,6 km afstand hemelsbreed ten Westen van de onderzoekslocatie (zie afbeelding 6.1).

Afbeelding 6.1. Ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van N2000 gebied Rijntakken.

De onderzoekslocatie is niet aangrenzend aan een Natura 2000-gebied. Als er sprake zou zijn van een effect dan is dit een extern effect. Dit kan geluid- en/of lichtverstoring zijn. Daarnaast is stikstofdepositie een extern effect dat zich wijder kan verspreiden. Gezien de voorgenomen werkzaamheden en de afstand is het niet aannemelijk dat dit een negatief effect zal geven op het dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied de Veluwerandmeren. Vervolgonderzoeken in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming zijn niet noodzakelijk.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

13

Natuurnetwerk Nederland

De onderzoekslocatie is nabij de grenzen van een onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Dit onderdeel is het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. De ontwikkelingen zijn circa 0,6 km van het dichtstbijzijnde GNN gebied gelegen. De ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het GNN is weergegeven in afbeelding 6.2.

Afbeelding 6.2. De ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland.

Omdat de onderzoekslocatie niet nabij of binnen de grenzen van het GNN is gelegen, zullen de werkzaamheden geen negatief effect op de kenmerken en waarden van het GNN hebben. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht.

6.3

Houtopstanden

Rondom en ter plekke van de onderzoekslocatie worden geen bomen gekapt. Om deze reden zijn er geen vervolgmaatregelen van toepassing in het kader van de houtopstandenparagrafen uit de Wet natuurbescherming.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

14

7

SAMENVATTING, CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

7.1

Aanleiding en doel

Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van Mateboer Projectontwikkeling BV opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie aan de Vrijheidsstraat 20 te Elburg. De quickscan ecologie is uitgevoerd in het kader van herontwikkeling en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben. Deze planten- en diersoorten worden getoetst aan de mogelijk negatieve invloed die zij kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000gebieden of gebieden die deel uit maken van het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast worden eventuele houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd beoordeeld op negatieve effecten. De opdrachtgever is van plan om het huidige pand te herontwikkelen tot 17 appartementen. De werkzaamheden richten zich op het slopen van het pand en het bouwrijp maken van de locatie. Er zal geen verwijdering van beplanting plaatsvinden.

7.2

Conclusies en aanbevelingen

De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende beschermde soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 7.1. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken, wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen als soortgericht nader onderzoek en vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient altijd rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Met betrekking tot beschermde gebieden en houtopstanden worden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoeklocatie. Geconcludeerd wordt dat er geen ecologische vervolgstappen zoals soortgericht nader onderzoek en vergunning trajecten noodzakelijk zijn ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

15

Tabel 7.1. Overzichtstabel met de toetsing van verwachte aanwezige soorten op de werkzaamheden. Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Aanvullend onderzoek

Overtreding Wet natuurbescherming

Vervolgstappen

Algemeen

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

Nee

Nee

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Foerageergebied

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Vliegroutes

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Grondgebonden zoogdieren

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Vissen

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Libellen en dagvlinders

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Overige ongewervelden

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Aanvullend onderzoek

Natura 2000

Ca 1,6 km

Nee

Nee

Nee

-

Natuurnetwerk Nederland

Ca 0,6 km

Nee

Nee

Nee

-

Nee

Nee

Nee

Nee

-

Soortgroep

Broedvogels

Vleermuizen

Gebiedsbescherming

Houtopstanden

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

Vergunningplicht

-

Vervolgstappen

16

Bijlage 1: De ligging van de onderzoekslocatie

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

17

Bijlage 1. Regionale situatie met aanduiding onderzoekslocatie Vrijheidsstraat 20 te Elburg Projectnummer: BO205095/JJS 184700

185200

/

185700

186200

186700

187200

187700

498000

Dronten Dronten

496500

497000

497500

Oosterwolde Gld Oldebroek

496000

Elburg

Biddinghuizen

129.608,

494000

494500

495000

495500

Elburg

't Harde

493500

Doornspijk

Esri Nederland, Kadaster

0

0,25

0,5

0,75

1 Kilometers

1:20.000

Bijlage 2: Locatiefoto’s

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

18

BO205095/JJS Elburg, Vrijheidsstraat 20 Foto’s Quickscan ecologie

Foto 1. Vooraanzicht van het tankstation aan de Vrijheidsstraat 20. Rondom het pand is geen beplanting aanwezig

Foto 2. Alle kieren zijn rondom het gebouw geheel afgedicht.

BO205095/JJS Elburg, Vrijheidsstraat 20

Foto 3. Zijaanzicht van de Vrijheidsstraat 20.

Foto 4. Aan de achterzijde van het pand zijn tankstation installaties aanwezig. Er is geen beplanting aanwezig.

BO205095/JJS Elburg, Vrijheidsstraat 20

Foto 5. Zijkant van het pand. Er zijn geen open stootvoegen op hoogte aanwezig. Alle kieren zijn goed gedicht

Foto 6. In de directe omgeving ten noorden van de onderzoekslocatie is openbaar groen aanwezig.

BO205095/JJS Elburg, Vrijheidsstraat 20

Foto 7. Een huismuskolonie waargenomen in de nabije omgeving (ca. 100 meter) ter plaatse van Vackenordestraat 21-25.

Bijlage 3: Geraadpleegde bronnen

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

19

Bibliografie BIJ12. (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2017). Kennisdocument Huismus (Passer domesticus). Utrecht: BIJ12. Broekhuizen, S. K. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Leiden: Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Provincie Overijssel. (2019). Beleidsregel Natuur 2017. Zwolle. Uitvoerportaal NDFF. (z.d.). Opgehaald van Nationale Databank Flora en Fauna: www.ndff.nl Vogelbescherming Nederland. (z.d.). De huismus (P. domesticus). Opgeroepen op juni 30, 2020, van Vogelbescherming Nederland: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennisover-vogels/vogelgids/vogel/huismus Waarneming.nl. (z.d.). Opgehaald van Waarneming.nl. Zoogdiervereniging. (z.d.). Gewone dwergvleermuis. Opgeroepen op juni 29, 2020, van Zoogdiervereniging: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/gewonedwergvleermuis

Bijlage 4: Veldwerkformulier Quickscan

Quickscan Ecologie, Vrijheidsstraat 20 Elburg, BO205095/JJS

20

r

L" Veldbezoek Ecologísche Quickscan Opdrachtgever: M ate boe r Projectontwi kke i ng Type onderzoek: Quickscan Ecologie Adres locatie: Vrijheidsstraat 20 te Elburg I

Voorafgaand literatuuronderzoek uitgevoerd@/ Nee Melden of vrii toegang tot het terrein@/ Nee Datum:

Tijd:íl -9s - tZ..oo Aantalgraden Celsius

"c

volledigbewolkt/@

Bewolking Wind

o

Neerslag

BFT

'Retgen / lichte neerslag /

Projectnummer Mateboer:

B

t Lo 5"1r

Opgesteld door:

h,1 , Ll,'^f

Bijzonderheden:

Paraaf:

Gecontroleerd door:

J)sLL/"

Paraaf:

We

Ronde plangebied:

!.? ,

t ^ ,{,[e O ,r*ASpr.\ ^V u 4^ ^ u,ri L^wulr-1"(;.>

bwzíinlLu-i,,i4( lao,r^ Ln -p '\no"y\: Q- fz^ C-'!c'rl' hL^'dl

^

rl**i bii\ o'È\

^

;

i^ ;'\de--.=e.

w W- ) cy Q u-.-, Uetzqcu, t (p"dr"

b*U,*,W*

,l*,lt.rJu*i,A, LdAoa vL4'{t/"é ltrL

Soorten die voorkomen f verwacht worden Waargenomen 5oorten

Geschikt habitat waargenomei vooÍ

\(

Aangetroffen soort/spoo. op iocatte

tqt

N

ê,a

'4rJ

",qs

t tp

f'h,

*Ë

lïfft ^*.

i4àt

r s\

lr.

/

.s.

"q ,,9

tê

,a

/ -/

.,tt\ .rt F

ih,} ,n4 ,f ,Js j ,q

-.J

-\r

!"'

".rah .{ tr

\l

.F

e

'--/

,t

à

I

\./

iy ê9

"f

16

b

s r'"lí /

/

4

e

-J

.,, rb

19

a

{

ti

*4.,

t

._è

ly

I

+'

"/ \'/

"*.t.!

qr

--,-/ :/

è

t

É'-o.3L

.Ê

J

s

,&,

.'t\

'

(

tir

s

ï

J

.*ï\.

q

e

a

s

f

'ra

t

\L,

I

t,' Cr

q7

".\J

e

s

t

{}

u I

Cí

.?

'è

\/

q

Jïl\J *'-1

s

.-a.

-\

fi 'H\ -ïT d

t

Legenda

I 10

Overzichtstekening onderzoekslocatie

'ícehrÈb..'.nl

n mArEloEn

5

0

r--T--I

1:500

PrcjectonMkkelir€ 8O205095/JJS EL

ecologie

20 b Elburs

onu"oo"kslocatie 10 Melers

BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=f5a7fac2-cd5e-4b47-9794-abe913680de5