CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Subsidieregeling behorend bij artikel 3 ASV

Oordeelsvorming 14 oktober 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsbrief herijking subsidiebeleid: herziene regels 22 juli 202412.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Subsidieregeling behorend bij artikel 3 Algemene subsidieverordening gemeente Elburg Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg tot intrekking van de navolgende nadere regelingen per 1 jan 2025 (subsidieregelingen): 1.

Subsidieregeling compensaties liggelden varende monumenten en waardevolle vaartuigen;

2.

Subsidieregeling historische kerkpaden en keitjesstoepen 2015;

3.

Subsidieregeling onroerende en varende gemeentelijke monumenten 2015;

5.

Kindregelingen kinderopvang Gemeente Elburg 2023;

6.

Wijkontmoetingscentra Gemeente Elburg;

8.

Subsidieregeling Activiteiten verenigingen Elburg 2015;

9.

Subsidieregeling Sportverenigingen Elburg 2015.

Per direct: 4.

Gewoon Gemak Gemeente Elburg 2018;

7.

Nadere regeling Stimulering Klimaatregelen Noord Veluwe;

Alsnog: 10.

Subsidieregeling Innovatieve projecten sociaal domein Elburg 2017

ter invulling van artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Gemeente Elburg Het college van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel aan het college van [datum en nummer]; overwegende dat, -

het gewenst is om een nadere regeling (subsidieregeling) vast te stellen ter invulling van artikel 3 van de Algemene subsidie verordening Gemeente Elburg nu het proces rondom de herijking subsidies wordt afgerond;

-

voornoemde subsidieregelingen opgenomen worden, in al dan niet gewijzigde vorm, in deze subsidieregeling;

-

nieuwe onderwerpen zijn toegevoegd zoals onder meer subsidiëring van fietsoplaadpunten een witgoedregeling en maatschappelijke initiatieven;

gelet op; artikel 3 Algemene subsidieverordening Gemeente Elburg; [… (geef aan of er inspraak heeft plaatsgevonden)]; b e s l u i t vast te stellen de volgende subsidieregeling:

Hoofdstuk 1. Cultuur en erfgoed Paragraaf 1.1 Algemeen Artikel 1.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.

Elburg vesting: het historische gedeelte van Elburg, dat binnen de stadsgrachten is gelegen, inclusief de stadsgrachten met stadswallen zelf;

b.

Historische havenkom: het historische gedeelte van de haven in de gemeente Elburg, dat als zodanig is aangeduid op de Havenkaart die als bijlage 1.1 bij deze regeling is toegevoegd;

c.

Gemeentelijk monument: een beschermd gemeentelijk monument in de zin van artikel 1 onder b Monumentenverordening Elburg 2014;

d.

Varend monument (A lijst): een vaartuig dat is aangewezen als onroerend gemeentelijk monument en is opgenomen in de Monumentenlijst/ het Erfgoedregister als bedoeld in de geldende Monumentenverordening / Erfgoedverordening van de gemeente Elburg;

e.

Waardevol vaartuig (B lijst): een door het college, op advies van de Commissie vaartuigen en de Beleidscommissie Monumentenzorg, als zodanig aangewezen vaartuig;

f.

Historische stoep: een historische stoep met waardevolle en/of oorspronkelijke elementen, zoals zwart-witte keitjes, veldkeien, graniet of ander natuursteen en/of andere historische materialen. Deze stoepen liggen binnen de Elburg vesting;

g.

Keitjesstoep: een historische stoep die zich kenmerkt door decoratief ingelegde keien die met een cementemulsie aan elkaar zijn verlijmd. De keitjesstoepen liggen binnen de vesting Elburg en zijn opgenomen in het Erfgoedregister gemeente Elburg;

h.

Historisch kerkpad: een pad dat als monument is opgenomen in het Erfgoedregister als bedoeld in de geldende Monumentenverordening / Erfgoedverordening van de gemeente Elburg;

i.

Restauratie: het treffen van voorzieningen tot opheffen vaan bouwtechnische gebreken welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding van cultuurhistorische waarde van het monument;

j.

Onderhoud: werkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument wind- en waterdicht alsmede in goede staat te houden en die gericht zijn op het handhaven en herstellen in een cultuurhistorisch verantwoorde staat van het monument en het voorkomen van groot onderhoud en restauratie;

k.

Kosten: de door het college goedgekeurde bedragen van het plan waarvoor subsidie wordt verstrekt, inclusief niet verrekenbare BTW;

l.

Plan: de nauwkeurige omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;

m. Monumentenzorg: de inspanning, gericht op behoud, herstel en verbetering van gemeentelijke monumenten.

Artikel 1.2 Doel De subsidies als bedoeld in dit hoofdstuk hebben als doel om het cultureel erfgoed in de gemeente Elburg te beschermen, in stand te houden en te versterken.

Paragraaf 1.2. Compensatie havengelden varende monumenten en waardevolle vaartuigen Artikel 1.3 Activiteiten 1.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de eigenaar of zakelijk gerechtigde van een varend monument (lijst A) of van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen waardevol vaartuig (lijst B).

2.

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien voor het vaartuig havengeld is of wordt betaald op basis van een jaarabonnement overeenkomstig de bepalingen van de Verordening haven- en kadegelden van het desbetreffende jaar.

Artikel 1.4 Aanvragen 1.

2.

In afwijking van art. 8 lid 2ASV overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a.

Naam, adres en woonplaats;

b.

Aanslagnummer van de haven- en kadegelden;

c.

Rekeningnummer.

Aanvragen kunnen in de periode van 2 maanden ná de verzending van de aanslag Havengelden van het desbetreffende kalenderjaar worden ingediend.

3.

Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen 6 weken na afloop van de aanvraagperiode als opgelopen in lid 2.

Artikel 1.5 Hoogte van de subsidie 1.

Jaarlijks maakt het college voor 31 december het subsidieplafond bekend voor het komende kalenderjaar.

2.

De hoogte van de subsidie bedraagt 70% van het jaarlijks vastgestelde havengeld (jaarabonnement);

3.

Indien met het aantal aanvragen het plafond wordt overschreden, zal het percentage naar evenredigheid aangepast worden.

Artikel 1.6 Verplichtingen Het vaartuig waarvoor de in deze paragraaf omschreven subsidie wordt verstrekt, moet gedurende minimaal zes maanden van het betreffende jaar gelegen zijn in de havenkom.

Paragraaf 1.3 Historische kerkpaden en historische stoepen Artikel 1.7 Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten in het belang en ter bevordering van het historische karakter van de gemeente Elburg inhoudende: 1.

het herstellen van historische kerkpaden en vervangen van bijbehorende voorzieningen;

2.

het onderhouden en in standhouden van historische kerkpaden en bijbehorende voorzieningen;

3.

het aanbrengen, restaureren, herstellen van historische stoepen binnen de Elburg Vesting.

Artikel 1.8 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de eigenaar of zakelijk gerechtigde van een perceel waarop het pad of de stoep zoals omschreven in artikel 1.7 van deze regeling is gelegen.

Artikel 1.9 Aanvraag In aanvulling op het bepaalde in artikel 8, eerste en tweede lid van de ASV, legt de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens over in het geval van: 1.

historische kerkpaden: a.

een kadastrale situatietekening (maximaal schaal 1:1000) waaruit de ligging van het perceel in de omgeving duidelijk blijkt. Duidelijk moet zijn aangegeven op welk perceel de aanvraag betrekking heeft;

b.

duidelijke foto’s of tekeningen van de bestaande situatie en een werkomschrijving van de werkzaamheden die uitgevoerd moeten gaan worden;

c.

de naam en adres van de aannemer(s) of diegene die met het uitvoeren van de werkzaamheden zijn belast.

2.

historische stoepen a.

een kadastrale situatietekening (maximaal schaal 1:1000) waaruit de ligging van het perceel in de omgeving duidelijk blijkt. Op de situatietekening moet duidelijk zijn aangegeven op welk pand de aanvraag betrekking heeft;

b.

het op de situatietekening aangeven van de aan te passen stoep (met maatvoering);

c.

duidelijke foto’s of tekeningen van de bestaande situatie;

d.

duidelijke foto’s of tekeningen van de gewenste situatie (na realisatie);

e.

kleur- en materiaalstaat van de toe te passen materialen;

f.

met betrekking tot de keitjesstoep zijn deze in het algemeen opgebouwd uit zwart + witte kiezels die vaak het ambacht of familienaam aangeeft van het pand waarvoor de stoep ligt. Uit de ingediende informatie moet in ieder geval duidelijk blijken, het ontwerp van de keitjesstoep, het toe te passen materiaal en omvang (gemiddelde korrelmaat) kiezels en de werkomschrijving van de keitjesstoep;

g.

voor onderhoud en/of herstel het aantal m2 waarop het onderhoud en herstel betrekking heeft.

h.

de naam en adres van de aannemer(s) of diegene, die met het uitvoeren van de werkzaamheden is (zijn) belast.

Artikel 1.10 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Kosten die direct verband houden met de uitvoering van de activiteit genoemd in artikel 1.7, komen in aanmerking voor subsidie. Onder deze kosten worden in elk geval begrepen de geraamde bedragen voor: a.

historische kerkpaden i.

het snoeien van struiken en planten, voor het maaien van gras, voor herstel van de paden.

ii.

ii. het schilderwerk en herstellen van rotte houten delen van eventueel aanwezige hekwerken, afrasteringen, bruggen en bankjes;

b.

historische stoepen

i. het verbetering en herstel van de fundering; ii. het herstellen en restauratie van de historische stoep iii. het herstellen en restauratie van aan een keitjesstoep bijvoorbeeld de rollaag, cement laag met keitjes/motief. iii. het opnieuw inwassen

Artikel 1.11 Hoogte van de subsidie 1.

Jaarlijks maakt het college voor 31 december het subsidieplafond bekend.

2.

Verlening van subsidieaanvragen gebeurt op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen. Indien het beschikbare subsidieplafond is bereikt wordt de subsidie geweigerd.

3.

De hoogte van de subsidie bedraagt bij: a.

historische kerkpaden: i. 30% van de uitvoeringskosten van de herstelwerkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1.7 lid 1 tot maximaal €6.000,-; ii.

voor het onderhouden en in standhouden zoals bedoeld in artikel 1.7 lid 2 een bedrag van €0,45 per strekkende meter tot maximaal van €2.500,- per kalenderjaar;

b.

historische stoepen: 70% van de uitvoeringskosten van de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 1.7 lid 3 tot maximaal €250,- per vierkante meter.

Artikel 1.12 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 11 van de ASV kan de subsidie ook worden geweigerd als: 1.

met de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd is begonnen voordat het college op de aanvraag heeft beschikt.

2.

voor de activiteit een vergunning is vereist, maar deze niet is verleend.

Artikel 1.13 Verplichtingen 1.

De subsidieontvanger moet voldoen aan de volgende verplichting(en): a.

binnen 26 weken na het besluit tot verlening van de subsidie moet met de werkzaamheden zijn gestart, vooropgesteld dat benodigde vergunningen onherroepelijk zijn;

b.

de werkzaamheden zijn voltooid binnen één jaar na verlening van de subsidie;

c.

de werkzaamheden aan keitjesstoepen worden uitgevoerd overeenkomstig de “Uitvoeringsvoorschriften restauratie en onderhoud” van de gemeente Elburg;

d.

alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden dienen gedurende 5 jaar na het besluit tot subsidieverlening voor controle beschikbaar te blijven.

2.

Het college kan, op schriftelijk verzoek van de aanvrager, de in het eerste lid onder a, genoemde termijn verlengen met ten hoogste 26 weken en de in het eerste lid onder b, genoemde termijn met ten hoogste een half jaar verlengen.

Paragraaf 1.4 Onroerende en varende gemeentelijke monumenten Artikel 1.14 Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten in het belang van de gemeentelijke monumentenzorg en activiteiten ter bevordering van het historische karakter van de gemeente Elburg inhoudende: 1.

het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken, evenals herstel en restauratie van monumentale onderdelen van het onroerende of varende gemeentelijke monument;

2.

onderhoudswerkzaamheden aan het onroerende of varende gemeentelijke monument.

Artikel 1.15 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt: 1.

aan een eigenaar of zakelijk gerechtigde van een gemeentelijk onroerend monument;

2.

voor een varend monument aan; a.

de eigenaar zijnde een rechtspersoon welke is gevestigd in de gemeente Elburg die zich volgens haar statuten en haar feitelijke werkzaamheden inzet voor het behoud en het herstel van voor de gemeente Elburg waardevolle historische schepen en/of;

b.

de eigenaar of zakelijk gerechtigde zijnde een natuurlijk persoon die voor het varende monument beschikt over een vaste ligplaats overeenkomstig artikel 5:25 of artikel 5:53 APV

Artikel 1.16 De subsidieaanvraag In aanvulling op het bepaalde in artikel 8, tweede lid van de ASV, legt de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens over bij: 1.

Onroerende monumenten a.

een omschrijving van de werkzaamheden die per onderdeel moeten worden uitgevoerd;

b.

foto’s van betrokken onderdelen en van afzonderlijke gevels;

c.

naam en adres van de aannemer(s) of diegene, die met het uitvoeren van werkzaamheden is (zijn) belast;

d.

eventuele onderhoudsrapportages van externe deskundigen zoals bijvoorbeeld Monumentenwacht Gelderland;

e.

Offertes van de werkzaamheden in overeenstemming met onderstaande kwalificaties: - Materiaalkosten: hoeveelheid/eenheid, kosten per eenheid en totaalkosten; - Loonkosten: hoeveelheid, verbruikseenheid, kosten per uur/eenheid en totaalkosten.

2.

Varende monumenten a.

een omschrijving van de werkzaamheden die per onderdeel uitgevoerd moeten worden;

b.

foto’s van de historische/monumentale onderdelen waaraan werkzaamheden verricht gaan worden óf onderdelen die vervangen gaan worden;

c.

eventuele rapportages van externe deskundigen;

d.

naam en adres van de aannemer(s) of diegene, die met het uitvoeren van de werkzaamheden is (zijn) belast;

e.

Offertes van de werkzaamheden in overeenstemming met onderstaande kwalificaties: - Materiaalkosten: hoeveelheid/eenheid, kosten per eenheid en totaalkosten; - Loonkosten: hoeveelheid, verbruikseenheid, kosten per uur/eenheid en totaalkosten.

Artikel 1.17 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.

Indien het een onroerend monument betreft komen voor subsidie in aanmerking de kosten die direct verband houden met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 1.14 lid 1 (restauratie) en betrekking hebben op: 1.

Verbetering, herstel en restauratie van de fundering;

2.

herstel en restauratie van gevels en dragende muren, vloerenconstructies, kapconstructies, monumentale/authentieke onderdelen en overige constructieve delen voor zover deze zijn opgenomen in de redengevende omschrijving.

2.

Indien het een onroerend monument betreft komen voor activiteiten genoemd in artikel 1.14 lid 2 (onderhoud) kosten die direct verband houden met de uitvoering van de activiteit in aanmerking voor subsidie betreffende: a.

buiten- (en daarmee samenhangend binnen) schilderwerk, voor zover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen, boeidelen, luiken en stucwerk;

b.

onderhoud van rieten daken (inclusief deklatten en het herstel van sporen);

c.

onderhoud van daken met pannen (inclusief tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van dakbeschot en sporen;

d.

onderhoud van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op riolering en open water;

e.

onderhoud van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedeverdeling, lijstwerk en luiken;

f.

onderhoud van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen;

g.

onderhoud van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkende maatregelen tegen duivenoverlast;

h.

inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en het opvoegen of pleisteren van gevels;

i.

het op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen;

j.

behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters;

k.

onderhoud van gedeelten van dragende constructies (ankergebinten, schoren en platen, balkkoppen en spantbenen);

l.

onderhoud van glas-in-lood beglazing en aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas;

m.

vervangen of herstel van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote historische waarde;

n.

het plaatsen van achterzetbeglazing in samenhang met het herstel van historisch waardevolle ramen;

o.

partieel herstel van voegwerk;

p.

onderhoud van authentieke onderdelen en/of waardevolle interieur onderdelen, zoals de omschreven zijn in de redengevende beschrijving van het betreffende monument.

3.

Indien het een varend monument komen voor activiteiten genoemd in artikel 1.14 de volgende kosten in aanmerking voor subsidie: a.

verbetering, herstel, onderhoud en restauratie monumentale/authentieke onderdelen, zoals opgenomen in de redengevende omschrijving;

b. 4.

vervanging van tuigage, zoals opgenomen in de redengevende omschrijving.

Voor de activiteiten genoemd in artikel 1.14 komen niet voor subsidie in aanmerking: a.

de kosten die door de aanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de subsidieaanvraag;

b.

kosten waarvoor geheel of gedeeltelijk een uitkering van een verzekeraar is of wordt toegekend.

Artikel 1.18 Hoogte van de subsidie 1.

Jaarlijks maakt het college voor 31 december het subsidieplafond bekend.

2.

Verlening van subsidieaanvragen gebeurt op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen. Indien het beschikbare subsidieplafond is bereikt wordt de subsidie geweigerd.

3.

Bij onroerende monumenten bedraagt de subsidie: a.

30% van de subsidiabele kosten met een maximum van €10.000,- voor de activiteiten genoemd in artikel 1.14 lid 1;

b.

20% van de subsidiabele kosten met een maximum van €4.500,- die direct verband houden met activiteiten die genoemd worden in artikel 1.14 lid 2.

c.

De subsidiebedragen kunnen door het College van burgemeester en wethouders worden verhoogd met de subsidiebedragen die door de provincie aan de gemeente Elburg zijn verstrekt voor dezelfde activiteiten.

4.

Bij varende monumenten bedraagt de subsidie: a.

30% van de subsidiabele kosten met een maximum van €10.000,- voor de activiteiten genoemd in artikel 1.14 lid 1;

b.

20% van de subsidiabele kosten met een maximum van €4.500,- die direct veerband houden met activiteiten die genoemd worden in artikel 1.14 lid 2.

Artikel 1.19 Weigeringsgronden 1.

In aanvulling op artikel 11 van de ASV kan de subsidie ook geweigerd worden als:

a.

met het treffen van de maatregelen het belang van het monument niet of in onvoldoende mate wordt gediend.

b.

de kosten van de maatregelen niet in redelijke verhouding staan tot het te bereiken kwaliteitsniveau en de waarde van het monument.

c.

met het treffen van de maatregelen waar subsidie voor wordt gevraagd is begonnen voordat voor de betreffende werkzaamheden een toekenning door het college is afgegeven en op de aanvraag nog niet is beslist.

d.

de kosten van de uitvoering van de activiteit minder bedragen dan €750,- inclusief BTW.

e.

voor de activiteit onderhoud in een periode van 5 jaar, en voor de activiteit restauratie in een periode van 15 jaar voorafgaand aan de aanvraag, voor dezelfde werkzaamheden aan en/of onderdelen van het monument subsidie is verleend.

f.

voor het treffen van de voorzieningen vergunningen zijn vereist en deze niet zijn verleend.

g.

het monument na het treffen van de voorzieningen, in zijn geheel beschouwd, niet zal voldoen aan de eisen die volgens wettelijke voorschriften aan het monument moeten worden gesteld.

h.

het monument na het treffen van voorzieningen uit een oogpunt van monumentenzorg niet aan redelijke eisen van welstand zal voldoen.

2.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder f en g, kan de subsidie worden verleend voor het treffen van voorzieningen tot gedeeltelijke opheffing van bouwtechnische gebreken, en de voorzieningen in het belang van instandhouding met spoed dienen te worden getroffen.

Artikel 1.20 Verplichtingen 1.

De subsidieontvanger moet voldoen aan de volgende verplichtingen: a.

binnen 26 weken na het besluit tot verlening van de subsidie moet met de werkzaamheden zijn gestart, vooropgesteld dat benodigde vergunningen onherroepelijk zijn;

b.

de werkzaamheden zijn voltooid binnen één jaar na verlening van de subsidie;

c.

de aanvrager verleent toegang tot het monument voor het controleren van de uitvoering van de werkzaamheden op de door die personen te bepalen tijdstippen. Daarnaast verleent de aanvrager deze personen op verzoek inzage in de op het treffen van voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;

d.

de werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig de “Uitvoeringsvoorschriften restauratie en onderhoud” van de gemeente Elburg;

e.

indien de subsidie betrekking heeft op een varend monument dient dit monument minimaal een half jaar per jaar een ligplaats in te nemen in de havenkom;

f.

de aanvrager houdt gedurende 5 jaar na het besluit tot subsidieverlening alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden voor controle beschikbaar.

2.

Het college kan, op schriftelijk verzoek van de aanvrager, de in het eerste lid onder a genoemde termijn met 26 weken na het onherroepelijk worden van de benodigde vergunningen en de in het eerste lid onder b genoemde termijn met ten hoogste één jaar verlengen.

Hoofdstuk 2. Gewoon gemak Artikel 2.1 Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de aanschafkosten en de kosten van het aanbrengen van voorzieningen in, aan of bij de woning, zoals vermeld in artikel 2.4 van dit hoofdstuk. De voorzieningen dragen bij aan het langer zelfstandig, veilig thuis kunnen wonen c.q. het levensloopbestendig maken van de woning in het kader van preventie.

Artikel 2.2 Nadere eisen Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.1 in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten: a.

de woning waarvoor subsidie wordt aangevraagd heeft een woonbestemming in het Omgevingsplan en staat in de gemeente Elburg;

b.

de woning waarvoor subsidie wordt aangevraagd wordt door de aanvrager zelf bewoond;

c.

de aangebrachte voorziening is niet gericht op het moeten voldoen aan wettelijke verplichtingen

d.

voor de aangebrachte voorziening waarvoor subsidie wordt aangevraagd, is nog niet eerder subsidie op grond van dit hoofdstuk of op grond van de subsidieregeling Gewoon Gemak Gemeente Elburg 2018 verleend

e.

de voorziening waarvoor subsidie wordt aangevraagd is daadwerkelijk aangeschaft en aangebracht voordat de aanvraag wordt ingediend.

Artikel 2.3 Doelgroep Subsidie wordt verstrekt aan: 1.

inwoners van de gemeente Elburg van 55 jaar of ouder;

2.

inwoners van de gemeente Elburg met een beschikking en/of voorziening van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en/of de Wet langdurige zorg (Wlz).

Artikel 2.4. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.

Voor subsidie komen in aanmerking de aanschafkosten en de kosten van het aanbrengen van voorzieningen in en/of aan de woning die ertoe bijdragen om de woning levensloopbestendig te maken. Bijvoorbeeld:

2.

a.

Drempelnivellering;

b.

Hulpmiddel bij traplopen; tweede trapleuning, verlengen trapleuning, trapspilbeugel, traplift.

c.

Koolmonoxidemelder;

d.

Wandbeugel/handgreep: vast of opklapbaar.

e.

Thermostatische kraan badkamer;

f.

Een hendel mengkraan voor keuken of badkamer;

g.

Verhoogd toilet (+6 en +10): vast of toiletverhoger met armsteunen;

h.

Douchestoel/-zitje;

i.

Verwijderen van het ligbad;

j.

Sleutelkastje/Sleutelbuis;

Indien de voorziening(en) door de inwoner zelf is (of zijn) aangebracht, zijn de kosten voor het aanbrengen van de voorzieningen niet subsidiabel.

Artikel 2.5 Hoogte subsidie De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 500,- per woning per kalenderjaar.

Artikel 2.6 Aanvraag 1.

Een subsidieaanvraag wordt conform artikel 8 van de Algemene subsidieverordening gemeente Elburg schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van het aanvraagformulier Gewoon Gemak.

2.

Als de aanvrager krachtens artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

3.

Artikel 8 lid 2 sub c ASV is niet van toepassing op deze regeling. In plaats daarvan overlegt de aanvrager aanschafbonnen en/of facturen en bewijs van betaling van aanschaf en aanbrengen van de subsidiabele voorzieningen.

4.

In afwijking van artikel 9 lid 3 ASV wordt een aanvraag voor subsidie achteraf ingediend, tot uiterlijk drie maanden nadat de subsidiabele voorzieningen zijn aangeschaft en aangebracht.

Artikel 2.7 Beslissing op aanvraag en betaling 1.

Overeenkomstig artikel 10 lid 2 ASV beslist het College van burgemeester en wethouders binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

2.

Betaling van het toegekende subsidiebedrag vindt plaats binnen 4 weken na de beslissing op de aanvraag, op een daartoe aangegeven bankrekening op naam van de aanvrager.

Hoofdstuk 3. Kinderopvang Paragraaf 3.1 Algemeen Het college van de gemeente Elburg wenst de regelingen omtrent de (vergoeding) van kinderopvang zoveel mogelijk in één regeling vast te leggen. Dit is helpend bij de uitvoeringspraktijk. De gemeente Elburg wil kinderen goed voorbereid naar school laten gaan. Ouders -ongeacht hun inkomenspositie- kunnen kiezen uit alle in Elburg LRK-geregistreerde kinderopvanglocaties of gastouders. Voor ouders die geen of gedeeltelijk gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag, is het mogelijk om een verzoek te doen om aanspraak te maken op een gesubsidieerde kindplek. In het geval er sprake is van achterstanden of bijzondere situaties is extra kinderopvang mogelijk, zodat opgelopen achterstanden zoveel als mogelijk worden aangepakt en zware vormen van jeugdhulp vroegtijdig kunnen worden voorkomen. Dit hoofdstuk heeft het doel om: Ouders met een overzichtelijke regeling te ondersteunen bij de financiële kant van de

-

kinderopvang, en; Kinderopvangorganisaties op een overzichtelijke en objectieve manier te subsidiëren betreffende

-

peuteropvang voor ouders zonder kinderopvangtoeslag en het aanbod van voorschoolse educatie.

Artikel 3.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1.

Doelgroepouder: ouder die a.

Een uitkering ontvangt en een re-integratietraject volgt, of;

b.

Een inburgeringstraject volgt, of;

c.

Als Niet UitkeringsGerechtigde (NUGger) een re-integratietraject volgt, of;

d.

Een door het college noodzakelijk geachte studie volgt en daarmee in aanmerking komt voor vergoeding van de eigen bijdrage voor kinderopvang.

2.

Doelgroeppeuter: een peuter van 2 jaar tot de start van de basisschool met een VVE-indicatie.

3.

Gecertificeerd volgsysteem: systeem waarmee de kinderopvangorganisaties op een systematische wijze hun beeld van de ontwikkeling van een peuter vastleggen. De informatie uit dit volgsysteem wordt, voor de start van de peuter op de basisschool, besproken met ouders en overgedragen naar de toekomstige basisschool.

4.

Handhaving: bestuursrechtelijke handhaving in de vorm van een genomen besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang of een bestuurlijke boete.

5.

Houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort, waarbij onder ‘onderneming’ wordt begrepen een kinderopvangorganisatie met in Elburg geregistreerde kinderopvanglocatie(s).

6.

Inkomensverklaring: een officiële verklaring van de Belastingdienst inzake de inkomensgegevens van een persoon in een bepaald belastingjaar.

7.

Kindcentrum: een in het LRK geregistreerde locatie voor kinderopvang in de gemeente Elburg waar kinderen van 0 tot 13 jaar worden opgevangen, niet zijnde een locatie voor gastouderopvang.

8.

Kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van het Rijk aan ouders bedoeld als gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang.

9.

Kindplek: een plek voor een kind in een kindcentrum of bij een gastouder.

10. KOT: kinderopvangtoeslag.

11. Kwaliteitskader voor- en vroegschoolse educatie: een document waarin de eisen van gemeente Elburg m.b.t. het VVE-aanbod en de uitvoering staan. 12. Landelijk maximum uurtarief: het maximum uurtarief dat het ministerie van SZW hanteert voor de kinderopvangtoeslag. 13. LRK: Landelijk Register Kinderopvang. Register waarin kinderopvanglocaties en gastouders zijn opgenomen die zijn goedgekeurd door de gemeente en de GGD. 14. Ouder(s): ouder(s) of verzorger(s) van een kind van 0-13 jaar. 15. Ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van een peuter- of VE-plek voor hun kind, afgestemd op het verzamelinkomen van het huishouden. 16. Ouderbijdragetabel: de voor dat jaar geldende VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang. 17. Peuter: in de gemeente Elburg woonachtige kinderen vanaf 2 jaar tot 4 jaar. 18. Peutermonitor: een digitaal instrument wat inzichten geeft in de subsidie aan houders, het bereik van (doelgroep)peuters en kwaliteit- en beleidsmatige informatie. 19. Peuterplek: een plek binnen een kindcentrum voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool, het kindcentrum hoeft geen VE-registratie te hebben. 20. Reguliere peuter: een peuter van 2 jaar tot de start van de basisschool zonder VVE-indicatie. 21. SMI: sociaal medische indicatie.

Een sociaal medische indicatie wordt na advies van een bevoegde instantie door het college afgegeven als er sprake is van sociaal medische problematiek bij de ouder en/of het kind (in de leeftijd van 0 tot 13 jaar), waardoor een ernstige ontwikkelingsachterstand bij het kind of grotere sociaal medische problematiek bij de ouder dreigt te ontstaan. 22. Verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten van het hele gezin. 23. VVE: voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen vanaf 2 jaar waarin via een VVE-programma op een kindcentrum of in het basisonderwijs op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden. Deze zijn gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. 24. VE-plek: voorschoolse educatie-plek op een kindcentrum met een VE-registratie voor doelgroeppeuters vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool. De plek is beschikbaar voor 16 uur per week gedurende 40 weken per jaar. 25. VVE-indicatie: een indicatie voor VVE welke is afgegeven door de jeugdgezondheidszorg (JGZ).

Paragraaf 3.2 Tegemoetkoming re-integratie en studie Artikel 3.2 Doel Deze paragraaf is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om ouders te helpen bij de toetreding tot de arbeidsmarkt, door hen tegemoet te komen in de eigen bijdrage voor kinderopvang.

Artikel 3.3 Voorwaarden Om voor de tegemoetkoming voor de eigen bijdrage voor een kindplek in aanmerking te komen moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: 1.

De betreffende ouder is een doelgroepouder.

2.

De kinderopvang vindt plaats bij een in het LRK geregistreerd kindcentrum of bij een gastouder.

Artikel 3.4 Aanvraag tegemoetkoming door ouder Ouders kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een kindplek.

Artikel 3.5 Duur tegemoetkoming Ouders ontvangen een tegemoetkoming met de volgende duur: 1.

Re-integratie: maximaal 52 weken per kalenderjaar.

2.

Inburgering of studie: maximaal 40 weken per kalenderjaar.

Artikel 3.6 Hoogte tegemoetkoming De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald door het verschil tussen de kinderopvangtoeslag en de kosten van de kinderopvang op basis van het landelijk maximum uurtarief

Artikel 3.7 Weigeringsgronden Onverminderd artikel 11 ASV kan het college de tegemoetkoming weigeren indien: 1.

De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en -periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg, dan wel de rechtsopvolger, is opgenomen.

2.

Er nu al een structuur of voorziening wordt gebruikt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.

Paragraaf 3.3 Tegemoetkoming SMI Artikel 3.8 Doel Deze paragraaf is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om kinderen op sociaal medische gronden tijdelijk kinderopvang te bieden als vaststaat dat, en in welke mate, het om sociaal medische redenen bij ouder en/of kind tot 13 jaar, noodzakelijk is dat gebruik wordt gemaakt van kinderopvang of buitenschoolse opvang.

Artikel 3.9 Voorwaarden 1.

Het college stelt, aan de hand van een advies van een instantie die bevoegd is om een sociale en/of medische beoordeling te geven, vast dat er noodzaak is tot kinderopvang in het kader van SMI.

2.

Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen moet er daarnaast voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a.

Het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking, waarvoor is vast komen te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, en/of;

b.

De veiligheid van het kind is in het geding, en/of;

c.

Kinderopvang of buitenschoolse opvang is in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het betreffende kind noodzakelijk, en/of;

d.

Er is sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging of de betaling van de kinderopvang op zich te nemen.

3.

Tot de adviserende instanties die bevoegd zijn om een sociale en/of medische beoordeling te geven als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval gerekend: a.

de huisarts;

b.

het CJG;

c.

de GGD;

d.

een onafhankelijke adviserende instantie.

4.

Uit het advies of plan van aanpak van het CJG, of een andere betrokken instantie, blijkt wie op welke termijn actie onderneemt om de geconstateerde knelpunten bij ouder of kind op te lossen. Het advies bevat in ieder geval de volgende elementen:

5.

a.

Aantal noodzakelijke uren (per dag en verwachte duur);

b.

Beschrijving van de noodzaak voor de opvang;

c.

Informatie van betrokken of doorverwijzende instanties of instellingen.

De kinderopvang vindt plaats in een kindcentrum of bij een gastouder.

Artikel 3.10 Aanvraag tegemoetkoming 1.

Ouders kunnen bij het college een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming voor een kindplek krachtens deze nadere regels.

2.

Het college beoordeelt de noodzaak, omvang en duur van de kindregeling SMI en geeft hiervoor een indicatie af. Indien nodig schakelt het college van de gemeente Elburg de expertise van een onafhankelijke expert in. In een toekennings-/wijzigingsbeschikking wordt vastgelegd op welke termijn de SMI wordt geëvalueerd.

3.

Een besluit op de aanvraag om tegemoetkoming voor een kindplek wordt aan de ouders toegestuurd.

Artikel 3.11 Duur tegemoetkoming Ouders ontvangen een tegemoetkoming voor maximaal 52 weken per kalenderjaar.

Artikel 3.12 Hoogte tegemoetkoming De hoogte van de tegemoetkoming wordt bepaald door het aantal aangevraagde uren kinderopvang te vermenigvuldigen met et landelijk maximum uurtarief.

Artikel 3.13 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 11 Algemene subsidieverordening gemeente Elburg, kan het college de tegemoetkoming weigeren indien: 1.

De ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen.

2.

De ouders draagkracht hebben om deze kosten zelf of deels zelf te betalen. Hiervoor wordt de systematiek van de draagkrachtberekening en -periode gehanteerd, zoals in de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Elburg is opgenomen.

3.

Er nu al een structuur of voorziening gebruikt wordt, die voorziet in de behoefte aan kinderopvang. Indien nodig kan hierop een aanvullende voorziening van deze nadere regel worden verstrekt.

4.

Indien uit het advies van de in artikel 3.9/3.10, lid 2 bedoelde instanties naar het oordeel van het college de noodzaak niet voldoende onderbouwd is.

Paragraaf 3.4: Subsidie aan houders voor peuteropvang en voorschoolse educatie Artikel 3.14 Doel en activiteiten 1.

Deze paragraaf is ondersteunend aan de Elburgse ambitie om alle kinderen in Elburg zonder taal/ ontwikkelingsachterstand aan groep 3 van de basisschool te laten beginnen. Houders bieden peuteropvang en voorschoolse educatie aan voor peuters tot groep 1. De onderwijsinstellingen verzorgen de vroegschoolse educatie in groep 1 en 2.

2.

Op grond van deze paragraaf kunnen houders voor peuteropvang en VE een aanvraag indienen.

Artikel 3.15 Voorwaarden 1.

De aanvraag is ingediend door een houder voor peuteropvang en VE.

2.

De peuteropvang en VE vinden plaats in een kindcentrum.

3.

Houder is verplicht om bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen peuterplek, voorrang te verlenen aan doelgroeppeuters.

4.

Houder zorgt ervoor dat het aanbod van peuteropvang en VE voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het Kwaliteitskader voor- en vroegschoolse educatie.

5.

Houder spant zich in voor een maximaal bereik van (doelgroep)peuters.

6.

Houder zorgt ervoor dat ouders worden gestimuleerd om de doelgroeppeuter 16 uren per week gebruik te laten maken van het VE-aanbod.

7.

Houder dient gebruik te maken van de Peutermonitor.

8.

Houder neemt deel aan de gemeentelijke overlegstructuur.

9.

Houder is verplicht om uiterlijk op de datum van de start van de te subsidiëren activiteiten op hun website een overzicht van de geldende ouderbijdragen per inkomensgroep en per soort peuter- of VEplek, die voor de betreffende voorschoolse locatie gelden, te publiceren.

Artikel 3.16 Subsidieaanvraag en aanvraagtermijn 1.

Houder gebruikt bij de subsidieaanvraag het hiervoor beschikbare aanvraagformulier voor peuteropvang en VE.

2.

Houder baseert de aanvraag op een reële inschatting van het aantal (doelgroep)peuters.

3.

Houder dient voor de subsidieaanvraag de aanvraagtermijn te hanteren conform artikel 9 lid 1 Asv.

Artikel 3.17 Subsidieverlening 1.

Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuter- of VE-plek dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag, in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s) over het voorgaande jaar.

2.

Indien (één van de) ouders geen Inkomensverklaring(en) kan/kunnen overleggen, of het verwachte verzamelinkomen is gedaald ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring, dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit de hoogte van het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering, etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing op een peuter- of VE-plek.

3.

De houder houdt een administratie bij van de documenten aan de hand waarvan de toetsing van het recht op een gesubsidieerde peuter- of VE-plek is gedaan, en van bevindingen van deze toetsing.

4.

Op basis van het verwachte verzamelinkomen wordt de hoogte van de ouderbijdrage vastgesteld aan de hand van de ouderbijdragetabel.

5.

Subsidie is beschikbaar voor: a.

Peuters voor peuteropvang (van 2 jaar tot start basisschool): 8 uur per peuterplek per week, 40 weken per kalenderjaar, voor zover de ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

b.

Doelgroeppeuters op een VE-plek (van 2 jaar tot start basisschool): 1.

Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag: 16 uur per week, 40 weken per kalenderjaar.

2.

Ouders met kinderopvangtoeslag: 8 uur per week, 40 weken per kalenderjaar (ouders betalen de overige 8 uur zelf en kunnen hiervoor kinderopvangtoeslag aanvragen).

Artikel 3.18 Bevoorschotting houder De subsidie voor peuteropvang en VE wordt bij wijze van voorschot betaald en bedraagt 100% van het te verlenen bedrag.

Artikel 3.19 Weigeringsgronden aanvraag houder Onverminderd het bepaalde in de Awb en de Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg, kan het college de subsidie weigeren als: 1.

Sprake is van handhaving voor één van de kindcentra in de gemeente Elburg van de houder.

2.

Niet wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 3.15.

Artikel 3.20 Hoogte van de subsidie aan de houder 1.

De grondslag voor de subsidie peuteropvang en VE is het aantal te realiseren bezette peuter- en VEplekken.

2.

De subsidie bestaat uit: a.

De uren zoals genoemd in artikel 3.17 lid 5, vermenigvuldigd met het landelijk maximum uurtarief, naar rato van de geplaatste periode. Op deze subsidie wordt de ouderbijdrage over 320 uren (8 uur x 40 weken) per jaar in mindering gebracht.

b.

Een VE-jaarbedrag per doelgroeppeuter. Deze subsidie wordt verstrekt voor doelgroeppeuters die een VE-plek bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien de doelgroeppeuter de VE-plek niet het gehele jaar of de 16 uur per week bezet, wordt het jaarbedrag naar rato van de geplaatste periode verstrekt. Voor het VE-jaarbedrag wordt per houder een minimumbedrag gehanteerd dat overeenkomt met het bedrag voor twee doelgroeppeuters voor een volledig jaar. De hoogte van het VE-jaarbedrag per doelgroeppeuter is eenmalig vastgesteld door het college en wordt jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan.

c.

Een aanvullende subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE volgens de wettelijke voorwaarden uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. De inzet wordt gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters in januari van het betreffende jaar. Het tarief voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE is eenmalig vastgesteld door het college en wordt jaarlijks geïndexeerd. In principe wordt de jaarlijkse index van SZW gevolgd, tenzij er gegronde redenen zijn voor afwijking hiervan.

3.

Het is toegestaan de werkelijke invulling van de peuter- of VE-plekken ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders. Het definitieve subsidiebedrag kan alleen hoger worden dan beschikt, na toestemming van het college.

4.

Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft tijdens controle door gemeente, GGD of Inspectie van het Onderwijs blijkt dat een betreffende locatie van de houder niet voldoet aan de landelijk en lokaal vastgestelde voorwaarden, wordt van de houder verwacht dat aantoonbare inspanningen worden gepleegd om in de subsidieperiode wel aan de voorwaarden te gaan voldoen. Indien deze inspanningen niet worden gepleegd, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben, en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.

5.

Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft met betrekking tot het betreffende kindcentrum handhavend wordt opgetreden, kan dat het herzien of intrekken van het

besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. 6.

Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft blijkt dat het uurtarief voor reguliere peuters met kinderopvangtoeslag op de betreffende locatie lager is dan het uurtarief voor de door het college te subsidiëren peuter- en VE-plekken, en het aanbod in uren per week en weken per jaar voor deze ouders gelijk is, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.

Artikel 3.21 Verantwoording en vaststelling voor de houder 1.

Houder levert na afloop van elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie is verleend, per peuter tenminste de volgende informatie aan via de Peutermonitor: BSN, NAW-gegevens, geboortedatum, inkomen ouders, eerste kind ja/nee, VVE-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum, einddatum (indien bekend) en aantal uren regulier of VE.

2.

Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode door het college vastgesteld. Onverminderd het bepaalde in artikel 16 tot en met 18 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg overlegd de houder bij de eindverantwoording de volgende documenten aan:

3.

a.

de financiële verantwoording bestaande uit een gevalideerd overzicht uit de Peutermonitor;

b.

een inhoudelijk (jaar)verslag.

Indien de houder minder bezette peuter- en VE-plekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, zal de subsidie lager worden vastgesteld en zal dat leiden tot een terugvordering van (een deel van de) subsidie.

4.

Voor het vaststellen van de subsidie voor het VE-jaarbedrag en de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt gebruik gemaakt van het financiële overzicht vanuit de Peutermonitor.

Hoofdstuk 4. Wijkontmoetingscentra Artikel 4.1 Definities 1.

Wijkontmoetingscentrum (WOC): een algemene voorziening, zoals omschreven in artikel 1.1.1 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

2.

Dagactiviteiten en dagbegeleiding: activiteiten in de zin van artikel 4.2 en 4.3 van deze regeling, niet zijnde dagbesteding in de zin van de Wmo of Wlz.

3.

Werkgroep WOC: vertegenwoordigers van de WOC’s stemmen in deze werkgroep onderling en met de gemeente af over hun activiteiten.

Artikel 4.2 Doel Bijdragen aan ondersteuning van inwoners uit de wijk die bij hun WOC terecht kunnen om elkaar te ontmoeten, samen koffie te drinken en activiteiten te doen.

Artikel 4.3 Activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het aanbieden van diensten en/of activiteiten in het kader van exploitatie van een WOC. Dit behelst: a.

De WOC’s bieden inloop, ontmoeting en dagactiviteiten op basis van de maatschappelijke vraag.

b.

De activiteiten hebben als doel dat met name mensen met een fysieke en/of sociale hulpvraag meedoen in de buurt en niet vereenzamen, sociale contacten aangaan, structuur aangeboden krijgen en bezig zijn met zingeving (kwaliteit van leven). Daarbij worden zij uitgedaagd om hun talenten in te zetten.

c.

De WOC’s bieden een laagdrempelige toegang.

d.

In het WOC is altijd een professional aanwezig.

e.

Bij de uitvoering van activiteiten wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inzet van vrijwilligers.

Artikel 4.4 Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan een aanvrager met rechtspersoonlijkheid, die zich geheel of gedeeltelijk ten doel stelt om zonder winstoogmerk diensten of activiteiten aan te bieden, zonder voorafgaand onderzoek te doen naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en die zijn gericht op maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 4.5 Aanvragen 1.

Overeenkomstig artikel 8 ASV wordt een aanvraag gedaan om subsidie.

2.

De aanvraagtermijn komt overeen met de termijn in artikel 9 lid 1 ASV.

Artikel 4.6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Kosten voor de inloopfunctie, activiteiten en dagbegeleiding inclusief bijbehorend vervoer, die naar het oordeel van het College van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn, en voor zover die resteren na aftrek van andere inkomsten, komen voor subsidie in aanmerking.

Artikel 4.7 Hoogte van de subsidie 1.

Het subsidieplafond bedraagt jaarlijks het voor het betreffende subsidiejaar opgenomen budget in de begroting onder Wijkontmoetingscentra en Subsidies dagbegeleiding.

2.

Jaarlijks overlegt de werkgroep WOC over de verdeling van het beschikbare budget en brengt hierover advies uit aan het college van burgemeester en wethouders. Hierbij wordt zij ondersteund door de gemeente.

Hoofdstuk 5. Stimulering klimaatmaatregelen Noord-Veluwe Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.

aanvraag: een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk;

b.

aanvrager: a.

een meerderjarige natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van een pand in de gemeente Elburg, dan wel huurder of pachter is van een pand in de gemeente Elburg en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient;

b.

een VvE van een pand in de gemeente Elburg;

c.

een rechtspersoon die eigenaar is van een pand in de gemeente Elburg, dan wel huurder of pachter is van een pand in de gemeente Elburg en met instemming van de eigenaar een aanvraag indient.

c.

afkoppelen: hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool verwerken;

d.

BAG: Basisregistratie Adressen en Gebouwen;

e.

bebouwde kom: begrenzing van bebouwde kern als bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

f.

bestaand pand: een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

g.

dakoppervlak: de horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

h.

gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

i.

groen dak: dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten(vegetatiedak), zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;

j.

groenblauw dak: intensief groen dak met dikkere substraatlaag waarin veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

k.

hemelwater: regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

l.

hemelwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;

m. infiltratie: het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening; n.

nuttig gebruik hemelwater: buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als waswater, spoelwater toilet, toepassing in wasmachine/vaatwasser, etc.;

o.

oppervlaktewater: openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot, waarop hemelwater geloosd kan worden;

p.

pand: woning inclusief aanbouw(en), uitbouw(en) en bijgebouw(en), bedrijfspand, kantoorgebouw of school, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;

q.

vergroenen: verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein vervangen door beplanting als gras, planten, struiken of bomen; ook wel ontstenen genoemd;

r.

verhard oppervlak: het oppervlak van daken, wegen, verharde terreinen, waarvan hemelwater tot afstromingkomt naar een riool;

s.

voorziening: maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat, te weten: het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

t.

VvE: Vereniging van Eigenaren.

Artikel 5.3 Doel subsidie Dit hoofdstuk heeft als doel inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de gemeente Elburg te stimuleren om zelf klimaatmaatregelen te treffen op/bij een pand in de gemeente Elburg. Het gaat om lokale maatregelen op privaat terrein waarmee effecten van de klimaatverandering worden beperkt, zoals wateroverlast, droogte en hitte.

Artikel 5.4 Subsidiabele activiteiten Het college kan aan een aanvrager voor de volgende categorieën voorzieningen a t/m f subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden: a.

het plaatsen van een regenton, -zuil en/of –schutting;

b.

het planten van bomen;

c.

het afkoppelen van verhard oppervlak;

d.

vergroenen ofwel ontstenen;

e.

het aanleggen van een groen of groenblauw dak;

f.

het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater.

Artikel 5.5 Subsidieplafond en verdeelregels 1.

Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.

2.

Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

3.

Volledige aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Tussen deze aanvragen wordt geloot, indien toekenning tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden.

4.

Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.

Artikel 5.6 Algemene voorwaarden en verplichtingen 1.

Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen: a.

met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 5.3 in voldoende mate gediend;

b.

de voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;

c.

de aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na realisatie van de voorzieningen waar de aanvraagbetrekking op heeft;

d.

de aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 5.7 staan opgenomen;

e.

per categorie voorzieningen zoals genoemd in artikel 5.4 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;

f.

ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

g.

de voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);

h.

de aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

2.

i.

herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie, en;

j.

de aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse.

Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder in paragrafen 5.2 t/m 5.7 per voorziening opgenomen.

Artikel 5.7 Aanvraag Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen bij het college. In afwijking van artikel 8 lid 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Elburg worden daarbij de volgende gegevens verstrekt: a.

een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;

b.

een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;

c.

een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;

d.

als deze is vereist: een omgevingsvergunning of de monumentenvergunning;

e.

als u huurder of pachter bent: schriftelijke toestemming van de eigenaar;

f.

Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 5.8 Beslissing op aanvraag 1.

Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

2.

Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

3.

Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in dit hoofdstuk.

4.

De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

Paragraaf 5.2 Plaatsen regenton, -zuil of -schutting Artikel 5.9 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.

er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of regenschuttingsegment;

b.

de regenton, regenzuil of het regenschuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter;

c.

de regenton(nen), regenzuil(en) of regenschutting wordt permanent geplaatst bij het pand waarop de aanvraag betrekking heeft, en;

d.

per pand wordt subsidie verstrekt voor maximaal twee regentonnen, regenzuilen of regenschuttingssegmenten voorzieningen.

Artikel 5.10 Hoogte subsidie 1.

De subsidie voor het plaatsen van een regenton/regenzuil bedraagt maximaal 40% van de aanschafkosten met een maximum van €100,-.

2.

De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting bedraagt maximaal €25,- per segment.

Paragraaf 5.3 Planten van bomen Artikel 5.11 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.

de te planten boom/bomen of heester(s) moet aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoen: i. Inheemse boom/heester; of ii. Fruitboom en/of; iii. Bloeiende boom/heester

In bijlage 5.1 is een niet limitatieve lijst met geschikte bomen opgenomen. b.

de oppervlakte van de tuin dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte. Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen: Tuin oppervlakte < 50 m2 (o.a voortuinen) 50 - 200 m2 > 200 m2

c.

Boomgrootte (volwassen hoogte) Tot 6 m Tot 12 m > 12 m

Geen subsidie wordt verstrekt voor: i. bomen die in het kader van een herplantplicht moeten worden geplant; ii. exoten die niet voldoende winterhard zijn of die een bedreiging zijn kunnen zijn voor de inheemse biodiversiteit; iii. bomen die geplant worden binnen 1 meter van de erfgrens; en

Artikel 5.12 Hoogte subsidie 1.

De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt €35,- per boom en €5,- per heester.

2.

Per perceel worden niet meer dan de werkelijke kosten vergoed met een maximum van €140,-.

Paragraaf 5.4 Afkoppelen hemelwater Artikel 5.13 Subsidievoorwaarden 1.

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel c, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: b.

de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom;

c.

bij infiltratie op eigen perceel moet er sprake zijn van voldoende niet afgedekte bodem die geschikt is voor infiltratie van regenwater, of moet het afgekoppelde hemelwater kunnen worden geloosd op het hemelwaterriool of oppervlaktewater;

d.

de infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar hemelwaterriool of oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar, waarbij het college bij zijn oordeel de afkoppelkansenkaart van de gemeente Elburg betrekt;

e.

het afkoppelen veroorzaakt geen overlast; en

f.

het afkoppelen leidt niet tot ongewenste effecten vanuit milieu hygiënisch of hydrologisch oogpunt.

2.

De subsidie wordt geweigerd indien naar het oordeel van college hemelwater dat afstroomt van afgekoppeld verhard oppervlak niet geïnfiltreerd kan worden in de bodem, of kan worden afgevoerd naar een hiervoor geschikte voorziening.

Artikel 5.14 Hoogte subsidie 1.

De subsidie voor het afkoppelen van verhard oppervlak zonder specifieke voorzieningen bedraagt maximaal €80,-;

2.

De subsidie voor het plaatsen van infiltratiekratten bedraagt maximaal €50,- per krat, waarbij de capaciteit van de krat minimaal 100 liter is

3.

De subsidie voor het aanleggen van een infiltratieveld bedraagt €100,- per m3 verwijderde grond ten behoeve van berging middels maaiveldverlaging.

4.

Per pand wordt op grond van deze paragraaf niet meer dan de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van €1.500,- subsidie toegekend.

Paragraaf 5.5 Vergroenen ofwel ontstenen Artikel 5.15 Subsidievoorwaarden De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of terrein waarbij verharding wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.). Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel d, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.

de aanvraag betreft een bestaand pand binnen de bebouwde kom, en;

b.

er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

Artikel 5.16 Hoogte subsidie 1.

De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt €10,- per m2;

2.

Per pand worden niet meer dan de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van €1000,- subsidie toegekend.

Paragraaf 5.6 Groene en groen/blauw Daken Artikel 5.17 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 5.4, onderdeel e, gelden in aanvulling op artikel 5.6 de volgende specifieke voorwaarden: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=928bca7f-8098-48e1-ae03-5a0f0d217748