CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Verordening BIZ centrum Elburg

Raadsvergadering 2 februari 2026, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening BIZ centrum Elburg1.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening BIZ centrum Elburg De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 december 2025; gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst te sluiten met Stichting BIZ Vastgoed Elburg; besluit: vast te stellen de Verordening BIZ centrum Elburg

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.

Bedrijveninvesteringszone; aangewezen gebied dat vermeld is op een bij de verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart;

b.

BIZ: bedrijveninvesteringszone;

c.

BIZ-bijdrage: bestemmingsbelasting die op verzoek van eigenaren jaarlijks wordt geheven om met de opbrengst activiteiten te realiseren als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Wet;

d.

BIZ-subsidie: de op basis van de verordening en de Wet te verlenen subsidie voor de bedrijveninvesteringszone;

e.

College: het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Elburg;

f.

Perceptiekosten: kosten voor heffing en invordering van de BIZ-bijdragen door gemeente Elburg, daaronder mede begrepen de kosten van bezwaar en beroep tegen de aanslagen BIZ-bijdrage;

g.

Uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en de Stichting BIZ Vastgoed Elburg te sluiten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 3, van de Wet;

h.

Stichting: Stichting BIZ Vastgoed Elburg, als bedoeld in artikel 7 van de Wet;

i.

Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones;

j.

Gebied: de aangewezen bedrijveninvesteringszone in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven.

Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt gedurende een periode van 5 jaar jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de BIZ gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. Pagina 1 van 6

2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de BIZ of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1.

Het voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

2.

Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Belastingplicht 1.

De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak.

2.

Als eigenaar wordt aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster (BRK) is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 5 Maatstaf van heffing 1.

De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar.

2.

De BIZ-bijdrage wordt geheven in de bedrijveninvesteringszone zoals bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart.

3.

Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6 Vrijstellingen 1.

In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a.

ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

b.

glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of telt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; Pagina 2 van 6

c.

onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

d.

één of meerdere onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan of bij krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

e.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

f.

openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

g.

waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

h.

werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

i.

werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken

j.

straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

k.

plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

l.

begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria;

m. belastingobjecten voor zover die bestemd zijn en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; n.

objecten die vanuit de WOZ-administratie zijn aangemerkt als opslag/distributie (objectcode 3175);

o.

objecten die in aanbouw zijn;

p.

objecten in verbouwing van niet-woning naar woning;

q.

objecten die vanuit de WOZ-administratie zijn aangemerkt als Dagverblijf, waaronder wordt verstaan een onroerende zaak gebezigd voor de opvang en/of begeleiding van kinderen, zieken of hulpbehoevenden gedurende de dag.

Pagina 3 van 6

2.

In afwijking van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de eigenaar buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woningen dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt voor de eigenaar 0,16 % van de heffingsmaatstaf, met een minimum van € 250,- en een maximum bijdrage van € 1.250,- per jaar per belastingobject zoals beschreven in artikel 2 en 3 van deze verordening.

Artikel 8 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede twee maanden later.

2.

In afwijking van het eerste lid van dit artikel en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds een maand later. Deze machtiging voor automatische betalingsincasso in tien gelijke termijnen is alleen mogelijk als het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en) meer is dan € 100,-.

3.

Als het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en) minder is dan € 100,- moet dat bedrag, in afwijking van het tweede lid van dit artikel en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, in twee termijnen worden betaald. Deze termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

4.

Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

5.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.

Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen Pagina 4 van 6

Artikel 11 Buiten toepassing Algemene Subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Elburg niet van toepassing.

Artikel 12 Aanwijzing Stichting De BIZ-bijdrage wordt als subsidie verstrekt aan de bij deze verordening aangewezen Stichting BIZ Vastgoed Elburg. De Stichting BIZ Vastgoed Elburg wordt aangewezen als de Stichting bedoeld in artikel 7 van de Wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de BIZ-subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Artikel 13 Subsidieverlening 1.

De BIZ-subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De BIZ-subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

2.

De BIZ-subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De door de gemeente in mindering te brengen perceptiekosten zijn vastgesteld op 10% per jaar.

Artikel 14 Subsidievaststelling 1.

De Stichting is verplicht om binnen 6 maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen.

2.

De BIZ-subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 8 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.

Artikel 15 Wijze van betalen De gemeente betaalt de BIZ-subsidie uit in twee voorschottermijnen, namelijk: 1.

Voor 31 maart van het kalenderjaar 80% van de geheven BIZ-bijdrage;

2.

In december van het kalenderjaar 20% van de geheven BIZ-bijdrage minus de perceptiekosten.

Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: a.

meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie,

Pagina 5 van 6

b.

een wijziging van de statuten,

c.

verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 17 Inwerkingtreding 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de Wet is gebleken.

2.

Deze datum van ingang van de heffing is met terugwerkende kracht 1 januari 2026.

3.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening BIZ centrum Elburg

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 februari 2026.

De voorzitter, ir J.N. Rozendaal

De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=26fa9696-d20f-434b-b964-51aefeadb4fd