CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Haerderweg 12 - Regels + Toelichting

Raadsvergadering 3 juli 2023, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Haerderweg 1216.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

(vastgesteld)

35

bestemmingsplan Haerderweg 12 Het resultaat van een proefsleuvenonderzoek is een rapport met een waardering en een inhoudelijk (selectie-)advies (buiten normen van tijd en geld), aan de hand waarvan een beleidsbeslissing (een selectiebesluit) kan worden genomen. Dit betekent dat de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop deze beslissing gefundeerd genomen kan worden, dat wil zeggen dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel De archeologische verwachting is voor de periodes Paleolithicum en Mesolithicum laag, voor de periodes Neolithicum tot en met de Middeleeuwen hoog en voor de Nieuwe tijd laag. Aangezien de noordoostelijke helft van het plangebied is verstoord, worden daar geen archeologische resten meer in situ verwacht. Voor de zuidwestelijke helft van het plangebied blijft de archeologische verwachting gehandhaafd. Gevolgde onderzoeksmethode Tijdens het veldwerk was er geen reden om van de onderzoeksmethodiek af te wijken zoals beschreven in het PvE. In totaal zijn er twee proefsleuven gegraven met een totale oppervlakte van 560 m2. De plaats van deze proefsleuven is bepaald op basis van het eerder uitgevoerde onderzoek van Laagland Archeologie. Proefsleuf 1 is 90 m lang en 4 m breed, en proefsleuf 2 is 50 m lang en 4 m breed.

Beide proefsleuven zijn tot in de top van de C-horizont aangelegd.

Locatie proefsleuf 1 en 2 Resultaten Proefsleuvenonderzoek In beide proefsleuven zijn verstoringen aangetroffen die te maken hebben met recente activiteit (na 1945). Het gaat daarbij om gegraven kuilen, paalkuilen en slootvullingen en daarnaast ingereden rupsbandsporen van zware voertuigen. In het oostelijk deel van proefsleuf 1 zijn meerdere stukjes natuursteen aangetroffen waarvan één fragment vuursteen mogelijk onderdeel uitmaakte van een onbepaald werktuig. Gezien de omvang en de beschadigingen van dit gesteente en het ontbreken van een context kan het fragment echter niet worden gedateerd. Selectieadvies Volgens de waardering op KNA voorgeschreven wijze krijgt de site een lage waardering en is niet behoudenswaardig. Het selectieadvies is daarom dan ook om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk.

36

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12 Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor de realisatie van de woningen. Er hoeft in het bestemmingsplan geen dubbelbestemming voor Archeologie te worden opgenomen. Ook voor het vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

4.10

Parkeren en Verkeer

Parkeren Uitgangspunt bij (her)ontwikkeling is dat voor het parkeren zoveel als mogelijk op eigen terrein moet worden voorzien. In de nieuwe situatie is bij zes woningen sprake van functiewijziging en bij drie woningen is sprake van nieuwbouw. Volgens de Parkeernota van de gemeente Elburg moeten er voor woningen in het buitengebied 2,5 parkeerplaatsen per woning op eigen gerealiseerd worden. Alle woningen hebben voldoende mogelijkheid om op eigen perceel parkeerplaatsen te realiseren. Verkeer In dit plan komen in totaal 9 woningen, waarvan bij zes woningen sprake is van functiewijziging. Uitgaande van 8 verkeersbewegingen (bron: CROW) per woning, per etmaal, vinden er 72 verkeersbewegingen per etmaal plaats. 10% hiervan vindt plaats tijdens de spits. Dit komt neer op 1 auto per 8 minuten. De toename van het verkeer vanwege deze ontwikkeling is geen belemmering voor de omliggende wegen, zeker gezien het feit dat er nu ook een aantal woningen aanwezig waren en het park ook zorgde voor verkeersintensiteiten. De totale verkeersintensiteit zal ten opzichte van de oude situatie behoorlijk afnemen.

4.11

Besluit milieueffectrapportage

4.11.1 Algemeen Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn diverse projecten beschreven en in het Besluit m.e.r. is aangegeven op welke wijze de beoordeling moet plaatsvinden. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit maakt geen activiteiten mogelijk die in het Besluit m.e.r. zijn genoemd. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht; 2. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; 3. m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of mogelijk aanzienlijke milieugevolgen optreden. Zo ja, dan is alsnog het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; 4.

vorm vrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden. Het bevoegd gezag moet nagaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Zo ja, dan moet er alsnog een volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure worden doorlopen. 4.11.2 Onderzoek Om te bepalen of een activiteit mogelijk wordt gemaakt die in het Besluit m.e.r. wordt genoemd, is het van belang om te weten of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Uit jurisprudentie is gebleken dat bij functiewijziging waarbij sprake is van geen of nauwelijks toename van bebouwd oppervlak, dat er dan geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.

(vastgesteld)

37

bestemmingsplan Haerderweg 12 Bij voorliggend plan is sprake van een functiewijziging en toevoeging van drie woningen in het plangebied. Het bebouwde oppervlak neemt ten opzichte van de oude situatie af. Hierdoor is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor voorliggend plan geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsplicht. 4.11.3 Conclusie Het Besluit milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend plan.

38

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Hoofdstuk 5 5.1

Wijze van bestemmen

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe het beleid en ook de ruimtelijke en milieutechnische randvoorwaarden zijn doorvertaald naar de verbeelding en regels. De verbeelding en regels vormen het juridische deel van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels met betrekking tot het gebruik gekoppeld. De toelichting geeft daarbij een weergave van de beweegredenen, onderzoeksresultaten en beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voor dit plan is bij het opstellen van de regels zoveel mogelijk aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 2012, actualisatie 2018.

5.2

Opbouw regels

De regels bestaan uit de volgende onderdelen: 1. Hoofdstuk 1: Inleidende regels. 2. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. 3. Hoofdstuk 3: Algemene regels. 4. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels De inleidende regels bevatten begripsomschrijvingen en de wijze van meten. In de bestemmingsregels zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. De algemene regels zijn op alle onderdelen van het plan van toepassing. Tot slot bevat het plan overgangsregels en een slotregel die de naam van het plan vastlegt.

5.3

Toelichting op de regels

In dit bestemmingsplan komen zowel enkelbestemmingen voor als dubbelbestemmingen. Hierna is een korte toelichting op de bestemmingen weergegeven. Agrarisch met waarden De bestemming ‘Agrarisch met waarden’ bevat alleen een gebiedsbestemming. Er is geen bouwvlak opgenomen. Dit betekent dat de gronden enkel hobbymatig agrarisch gebruikt mogen worden, zonder dat er gebouwen mogen worden opgericht. Hierdoor blijft er sprake van een 'open gebied' met doorzichten. Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen om de groene inpassing van het plangebied in de omgeving te waarborgen. Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is bedoeld voor wegen van niet doorgaande aard, zoals woonstraten, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen en water en andere verkeersvoorzieningen. Verder zijn de bijbehorende gebouwen, bouwwerken en andere werken, zoals lichtmasten en ander straatmeubilair, bruggen en duikers toegestaan. De bestemming heeft dus niet enkel het karakter van verharding, ook groen en water zijn hier toegestaan. De inrichting is vanzelfsprekend wel voornamelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer. Wonen (max. 750m3) en Wonen - Kleine woning (max.

375 m3) Deze bestemmingen zijn opgenomen ten behoeve van de negen woningen, eventueel in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteit. In de regels zijn voor (onder andere) aantallen, goothoogten en bouwhoogten vastgesteld. Binnen de bestemming zijn gebouwen toegestaan, met de daarbij horende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en tuinen en erven. De maximum woning inhoud voor

(vastgesteld)

39

bestemmingsplan Haerderweg 12 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het gebruik van gronden en bouwwerken voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf en voor een bed en breakfast-voorziening (bestemming 'Wonen'). Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en het overgangsrecht. Deze min of meer standaard regels in bestemmingsplannen worden verder niet toegelicht.

40

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het plan betreft een particulier initiatief. De kosten voor de uitvoering komen geheel voor rekening van initiatiefnemer en er bestaan dus geen financiële gevolgen voor de gemeente Elburg. De gemeente verleent haar medewerking door het voeren en begeleiden van de benodigde bestemmingsplanprocedure, deze kosten worden verhaald via de leges. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente Elburg is een realisatieovereenkomst gesloten. Hierin zijn afspraken vastgelegd die niet in een bestemmingsplan kunnen worden geregeld, zoals kostenverhaal en tegemoetkoming in (plan)schade. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd en is op grond van artikel 6.12 van de Wro geen exploitatieplan vereist, omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is.

(vastgesteld)

41

bestemmingsplan Haerderweg 12

42

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In de bestemmingsplanprocedure, zoals die is opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is inspraak niet verplicht, tenzij het door middel van een Inspraakverordening verplicht is gesteld. Vooroverleg vindt verplicht plaats, volgens artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voordat dit begint, moet een vooraankondiging plaatsvinden, waarbij vermeld wordt dat het opstellen van een bestemmingsplan in voorbereiding is. De gemeente moet daarbij voldoen aan wat is beschreven in artikel 1.3.1. van het Bro. De voorbereiding voor het bestemmingsplan is op 17 oktober 2017 gepubliceerd.

7.1

Inspraak

Burgemeester en wethouders hebben besloten geen afzonderlijke inspraakprocedure te voeren. Voor dergelijke planherzieningen wordt de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad voldoende geacht.

7.2

Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg wordt het concept van het bestemmingsplan toegezonden aan de provincie, Waterschap Vallei en Veluwe en de VNOG. PM

7.3

Zienswijzen

Het ontwerp-bestemmingsgsplan heeft de uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevolgd die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan is gedurende 6 weken vanaf 27 december 2022 ter inzage gelegen. Belanghebbenden zijn daarbij in de gelegenheid gesteld om schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan wordt ongewijzigd vastgesteld.

(vastgesteld)

43

bestemmingsplan Haerderweg 12

44

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlagen

(vastgesteld)

45

bestemmingsplan Haerderweg 12

46

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 1

(vastgesteld)

Advies Ervenconsulent

47

bestemmingsplan Haerderweg 12

48

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 2

(vastgesteld)

Landschappelijke inrichting

49

bestemmingsplan Haerderweg 12

50

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 3

(vastgesteld)

Bodem- en asbestonderzoek

51

bestemmingsplan Haerderweg 12

52

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 4

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek

53

bestemmingsplan Haerderweg 12

54

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 5

(vastgesteld)

Watertoets

55

bestemmingsplan Haerderweg 12

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 6

(vastgesteld)

Samenvatting watertoets

57

bestemmingsplan Haerderweg 12

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 7

(vastgesteld)

Natuurtoets

59

bestemmingsplan Haerderweg 12

60

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 8

(vastgesteld)

Rapport Stikstofdepositie

61

bestemmingsplan Haerderweg 12

62

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 9

(vastgesteld)

Archeologisch onderzoek

63

bestemmingsplan Haerderweg 12

64

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Bijlage 10

(vastgesteld)

Proefsleuvenonderzoek

65

bestemmingsplan Haerderweg 12

66

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Regels

(vastgesteld)

67

bestemmingsplan Haerderweg 12

68

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Haerderweg 12 van de gemeente Elburg; 1.2

bestemmingsplan

de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het NL.IMRO.0230.BPHAERDERWEG12-VST1 met bijbehorende regels en bijlagen; 1.3

GML-bestand

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan huis verbonden bedrijf

een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het leveren van diensten en/of het vervaardigen van ambachtelijke producten, geheel of overwegend door middel van handwerk, door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is, dat deze activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.6

aan huis verbonden beroep

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, administratief, medisch, therapeutisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.8

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.9

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10

bed en breakfast

een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdbestemming; 1.11

bestaand

a. bij bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan 1. bestaat of

(vastgesteld)

69

bestemmingsplan Haerderweg 12 2. wordt gebouwd of 3. nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; b. bij gebruik: het legale gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologisch regime. 1.12

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.13

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14

bijgebouw

een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, behorende bij een op hetzelfde bouw- of bestemmingsvlak gelegen woning, zoals garages, hobbyruimten en bergingen; 1.15

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.17

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20

bouwwijze

de wijze waarop een woning is gebouwd ten opzichte van andere woningen, zoals vrijstaand, aaneengebouwd en twee-aaneengebouwd; 1.21

cultuurhistorische waarden

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.22

dienstverlening

het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;

70

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

1.23

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24

gebruiken

gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.25

hogere grenswaarde

een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.26

hoofdgebouw

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.27

inwoning

twee huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van een of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt, van waaruit de (verblijfs)ruimten bereikbaar moeten zijn en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn, met dien verstande dat het inwoongedeelte uit maximaal twee verblijfsruimten mag bestaan, geen trapopgang naar bovengelegen woonruimten mag hebben en niet mag zijn afgescheiden middels woningscheidende muren; 1.28

landschappelijke inpassing

de inpassing van een nieuwe ontwikkeling gebruik makend van beplantingselementen, zodanig dat de kenmerken van het omringende landschap worden gerespecteerd en versterkt, waarbij zo mogelijk het Landschapsontwikkelingsplan Elburg 2011 als uitgangspunt wordt genomen; 1.29

ondergronds

onder peil; 1.30

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een dak; 1.31

paardenbak

een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten, en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.32   

peil

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte bovenkant van de afgewerkte begane vloer bij voltooiing van de bouw; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte bovenkant van de afgewerkte begane vloer bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;

(vastgesteld)

71

bestemmingsplan Haerderweg 12

1.33

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.34

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.35

Staat van Bedrijfsactiviteiten

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.36

theeschenkerij

een aan de bestemming ondergeschikte activiteit, geen café/ restaurant of daaraan gelijk te stellen horecabedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. De activiteiten zijn gericht op het overdag verstrekken van alcoholvrije dranken en eenvoudige etenswaren. Ten behoeve van deze activiteit mag 25 m 2 terras worden ingericht en mag in bestaande gebouwen een gebruiksvloeroppervlak van maximaal 30 m2 worden ingericht. Indien op hetzelfde bouwperceel een bed en breakfast voorziening wordt uitgeoefend, dan bedraagt de gebruiksvloeroppervlakte ten behoeve van de theeschenkerij en ten behoeve van de gemeenschappelijke ruimte voor de bed en breakfast voorziening gezamenlijk niet meer dan 30 m 2; 1.37

uitvoeren

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.38

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.39

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel twee huishoudens in geval dat inwoning is toegestaan;

72

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de perceelsgrens

tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Bij de berekening van de inhoud van een bouwwerk worden ondergrondse bouwwerken niet meegerekend; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6

ondergeschikte bouwonderdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

(vastgesteld)

73

bestemmingsplan Haerderweg 12

74

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden

Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch met waarden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden; c. wegen en paden; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; e. groenvoorzieningen; f. bestaande nutsvoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen a. gebouwen ten dienste van hobbymatig agrarisch grondgebruik mogen niet worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. bouwhoogte bedraagt maximaal 1,5 m. 3.3

Afwijken van de gebruiksregels

3.3.1

paardenbakken

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het gebruik van de gronden ten behoeve van één paardenbak, mits : a. gebouwd binnen dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak, dan wel direct aansluitend aan de bestemming Wonen; b. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt; c. het zicht op het vrije veld niet onevenredig wordt aangetast; d. aangetoond wordt dat de paardenbak in overeenstemming is met het Landschapsontwikkelingsplan Elburg, zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning.

(vastgesteld)

75

bestemmingsplan Haerderweg 12

76

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: b. nutsvoorzieningen; c. water; d. wegen en paden. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. erf- of terreinafscheidingen mogen een bouwhoogte hebben van maximaal 1,00 meter.

(vastgesteld)

77

bestemmingsplan Haerderweg 12

78

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: d. nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. water; g. wegen en paden; met de daarbij behorende: h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. 2 m voor een erf- of terreinafscheiding; b. 5 m voor een speelvoorziening; c. 6 m voor een lichtmast; d. 5 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.3

Nadere eisen

Het is in bijzondere gevallen mogelijk om aan de afmetingen van de bebouwing nadere eisen te stellen. Dit kan indien dit noodzakelijk is: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de verkeersveiligheid; c. ter waarborging van de ongestoorde ligging van kabels en leidingen; d. ter waarborging van het uitzicht van woningen.

(vastgesteld)

79

bestemmingsplan Haerderweg 12

80

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in één woning per bouwvlak; b. inwoning; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat het vloeroppervlak dat (mede) wordt gebruikt voor de uitoefening van het beroep niet meer mag bedragen dan 40% van het vloeroppervlak van per woning en niet meer dan 50% van het gezamenlijk vloeroppervlak van per woning en bijbehorende gebouwen, met een maximum van 150 m2; d. wegen en paden; e. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, f. tuinen en erven, g. water h. bestaande nutsvoorzieningen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Hoofdgebouw

Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. woning binnen bouwvlak; b. maximaal 1 woning per bouwvlak; c. goothoogte is maximaal 4 m; d. bouwhoogte is maximaal 8 m; e. inhoud is maximaal 750 m3, dan wel de bestaande inhoud indien deze groter is; f. afstand tot de perceelsgrens is minimaal 5 m, dan wel de bestaande kleinere afstand. 6.2.2 Bijgebouwen Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; b. gezamenlijke oppervlakte maximaal: 1. 100 m2 per woning binnen een bestemmingsvlak 'Wonen' met een oppervlakte tot 1.000 m 2; 2. 150 m2 per woning binnen een bestemmingsvlak 'Wonen' met een oppervlakte tussen 1.000 m2 en 5.000 m2; 3. 200 m2 per woning binnen een bestemmingsvlak 'Wonen' met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en waarvan de eigenaar de eigendom heeft van gronden met een oppervlakte van minimaal 5.000 m2, aansluitend aan de bestemming 'Wonen'; 4. ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen' het aangegeven aantal m2; c. goothoogte is maximaal 3 m, dan wel de bestaande hoogte; d. bouwhoogte is maximaal 6 m, dan wel de bestaande hoogte; e. gezamenlijke oppervlakte is maximaal 150 m2. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a.

erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; c. overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m, met een maximum van 20 m2. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afstand tot perceelgrens

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.1 onder e voor het bouwen van gebouwen tot in de perceelgrens, mits:

(vastgesteld)

81

bestemmingsplan Haerderweg 12 a. de afstand tot een aangrenzend perceel of de openbare weg met de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' tenminste 3 meter bedraagt; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 6.4

Specifieke gebruiksregels

a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden te gebruiken voor woondoeleinden, zonder aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals in Bijlage 2 Landschappelijke inpassing is weergegeven; b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden worden gebruikt voor woondoeleinden onder de voorwaarde dat binnen 3 jaar na de ingebruikname van de bouwwerken, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing als bedoeld onder a. 6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1

Aan huis verbonden bedrijf

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van aan huis verbonden bedrijven, mits het vloeroppervlak dat (mede) wordt gebruikt voor de uitoefening van het bedrijf niet meer mag bedragen dan 40% van het vloeroppervlak van per woning en niet meer dan 50% van het gezamenlijk vloeroppervlak van per woning en bijbehorende gebouwen, met een maximum van 150 m2. 6.5.2

Bed en breakfast

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van bed en breakfast voorzieningen in een woning of in een bijgebouw bij de woning, met dien verstande dat: a. het gebruiksvloeroppervlak voor een bed en breakfast voorziening niet meer bedraagt dan 40% van het gebruiksvloeroppervlak van de woning en het bijgebouw, met een gezamenlijk oppervlak van maximaal 100 m2 , waarvan maximaal 50 m2 in het bijgebouw; b. onder het gebruiksvloeroppervlak voor een bed en breakfast voorziening wordt gerekend een bad-, douche- en toiletruimte(n) die niet gedeeld worden met de (hoofd)bewoner(s) van de woning en maximaal 4 slaapkamers en een gemeenschappelijke ruimte, waarvan de oppervlakte niet meer dan 30 m2 bedraagt, en welke gemeenschappelijke ruimte niet meetelt als gebruiksvloeroppervlak voor een bed en breakfast voorziening. Indien op hetzelfde bouwperceel een theeschenkerij wordt uitgeoefend, dan bedraagt de gebruiksvloeroppervlakte ten behoeve van de gemeenschappelijke ruimte voor de bed en breakfast voorziening en ten behoeve van de theeschenkerij gezamenlijk niet meer dan 30 m2; c. de bed en breakfast voorziening uitsluitend wordt geëxploiteerd door de (hoofd)bewoners van de woning; d. een separate kookvoorziening niet is toegestaan; e. per slaapkamer minimaal één parkeerplaats beschikbaar is; f.

door de bed en breakfast voorziening geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven ontstaat.

82

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 7 7.1

Wonen - Kleine woning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Kleine woning' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in kleine woningen met bijbehorende bijgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen en erven en bestaande nutsvoorzieningen. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Hoofdgebouw

Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. uitsluitend één woning per bouwvlak, tenzij anders op de verbeelding weergegeven; b. goothoogte is maximaal 3 m; c. bouwhoogte is maximaal 8 m; d. inhoud maximaal 375 m3. 7.2.2 Bijgebouw Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; b. gezamenlijke oppervlakte is maximaal 60 m2 per woning; c. goothoogte maximaal 3 m; d. bouwhoogte maximaal 6 m. 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; c. overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m en een maximum van 20 m 2.

(vastgesteld)

83

bestemmingsplan Haerderweg 12

84

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4.

de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het onder sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 8.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.2.1 sub a, winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 8.2.3

Uitzondering bouwregels

Het bepaalde in artikel 8.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen; of d. bij de oprichting van het bouwwerk de ondergrond niet dieper dan 0,3 meter wordt geroerd. 8.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de afmetingen van bouwwerken; b. de situering van bouwwerken; c. de inrichting en het gebruik van gronden; indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

(vastgesteld)

85

bestemmingsplan Haerderweg 12 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Algemeen

Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 120 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur door middel van sleuven breder dan 0,80 meter. 8.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 8.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld; b.

voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in dit kader is verleend; f. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 8.4.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in artikel 8.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.

Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. 8.4.4 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een

86

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12 archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 8.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde' te wijzigen in 'Waarde Archeologie AMK' indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.

(vastgesteld)

87

bestemmingsplan Haerderweg 12

88

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 9 9.1

Waarde - Waardevol landschap

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Waardevol landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. 9.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen dient alvorens een besluit kan worden genomen tot het verlenen van de daar opgenomen afwijking- en wijzigingsbevoegdheden te worden aangetoond dat er geen sprake is van een significante aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied.

(vastgesteld)

89

bestemmingsplan Haerderweg 12

90

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Hoofdstuk 3 Artikel 10

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

(vastgesteld)

91

bestemmingsplan Haerderweg 12

92

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 11 11.1

Algemene bouwregels

Bestaande maatvoering

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand tot enige op de kaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 11.2

Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de contouren van het hoofdgebouw of buiten deze contouren voorzover de oppervlakte niet groter is dan de toegestane oppervlakte bijgebouwen tot een maximum van 100 m 2, met dien verstande dat de ondergrondse bouwdiepte maximaal 3 m mag bedragen.

(vastgesteld)

93

bestemmingsplan Haerderweg 12

94

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van bagger, grond, puin, grind en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen of onderdelen daarvan, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden als uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud. Onder het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud wordt in ieder geval verstaan het gebruik van een bouwperceel behorende bij een woning voor de stalling van maximaal 1 toercaravan; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie. Voorwaardelijke verplichting a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden te gebruiken voor woondoeleinden, zonder aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals in Bijlage 2 Landschappelijke inpassing is weergegeven; b.

In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden worden gebruikt voor woondoeleinden onder de voorwaarde dat binnen 1 jaar na de ingebruikname van de bouwwerken, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing als bedoeld onder a.

(vastgesteld)

95

bestemmingsplan Haerderweg 12

96

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 13 13.1

Algemene afwijkingsregels

Kleinschalige afwijkingen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten en bouwhoogten, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten en bouwhoogten; b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,0 m en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 45 m en de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; d. de regels en de bouw toestaan van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een inhoud van ten hoogste 25 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 m ten dienste van het openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, transformatorhuisjes, alsmede andere bouwwerken, zoals muurtjes, standbeelden en lichtmasten; gasdrukmeetstations en verkooppunten voor motorbrandstoffen uitgezonderd; e. de bouw van een schuilgelegenheid voor dieren met een oppervlakte van maximaal 15 m 2 en een hoogte van maximaal 2,7 m, mits de perceelsgrootte minimaal 1 ha bedraagt en het perceel niet direct grenst aan het erf van de woning van de aanvrager van de omgevingsvergunning. 13.2

Voorwaarden afwijking

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. 13.3

Erfafscheiding

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van het binnen een bouwperceel oprichten van een erfafscheiding hoger dan 1 meter op hoeksituaties grenzend aan de openbare weg of aan openbare parkeervoorzieningen, mits: a. deze minimaal 1 m achter de voorgevel staat; b. de maximale bouwhoogte 2 m bedraagt; c. de verkeersveiligheid dit toelaat. 13.4

Zonnepanelen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan ten behoeve van het oprichten van zonnepanelen ten dienste van opwekking van elektriciteit voor eigen gebruik, een en ander met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de zonnepanelen, mits: a. de zonnepanelen worden opgericht binnen een bouwvlak, dan wel een bouwperceel indien geen bouwvlak aanwezig is, bij een gebouw, en indien er hierbinnen geen reële mogelijkheden bestaan, de zonnepanelen ook mogen worden opgericht op gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden' direct aansluitend aan het bouwvlak dan wel bouwperceel van een gebouw; b. de bouwhoogte maximaal 1,5 m bedraagt; c. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 100 m² bedraagt; d. de afstand tot de bouwperceelgrens minimaal 3 m bedraagt; e. zonnepanelen niet worden opgericht voor de voorgevel van een woning of bedrijfswoning; f. er sprake is van een streekeigen landschappelijke inpassing, waartoe een landschapsplan dient te worden opgesteld, met dien verstande dat de landschappelijke inpassing moet zijn gerealiseerd binnen 3 jaren na verlening van de omgevingsvergunning.

(vastgesteld)

97

bestemmingsplan Haerderweg 12

98

(vastgesteld)

bestemmingsplan Haerderweg 12

Artikel 14 14.1

Algemene regels

Parkeer-, laad- en losruimte

14.1.1 Parkeerruimte a. Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het parkeren of stallen van auto's, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien in of op het bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk hoort, wordt voorzien in die behoefte. b. Bij de toepassing van het bepaalde onder a worden de beleidsregels in acht genomen zoals opgenomen in de Parkeernota (Bijlage 3), zoals deze geldt op het moment van de inwerkingtreding van dit plan, waarbij geldt dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie van de parkeernota wordt vastgesteld, deze nieuwe versie in acht wordt genomen. c. Bij het bepaalde onder a wordt bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen gelet op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het bouwplan. 14.1.2 Laad- en losruimte Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij dat bouwwerk wordt voorzien in die behoefte.

Deze bepaling geldt niet voor bestaande situaties, waarbij de herbouw van een gebouw zonder functiewijziging wordt beschouwd als een bestaande situatie. 14.1.3 Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan met inachtneming van het gestelde in de Parkeernota worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14.1.1 en artikel 14.1.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 14.1.4 Parkeerfonds Bij gebruikmaking van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 14.1.3 kan het bevoegd gezag een financiële voorwaarde verbinden aan de omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag legt in een nadere regel de bepalingen omtrent het parkeerfonds en de hoogte van de financiële voorwaarde vast. 14.1.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan het aantal parkeerplaatsen, de situering van de parkeerplaatsen en de situering van laad- en losruimte ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de externe veiligheid.

(vastgesteld)

99

bestemmingsplan Haerderweg 12

100

(vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=2dae9e11-1f50-4851-a454-9b963b114d21