beleidskader GEO definitief.pdf
Tekst van het document
[Jaar]
Grootschalige Energieopwekking BELEIDSKADER (TBV INITIATIEFNEMERS) GEMEENTE ELBURG
Inhoud 1. Inleiding ..........................................................................................................................................3 1.1 Introductie en kernvraag ...........................................................................................................3 1.2 Doel beleidskader Grootschalige Energie Opwek .......................................................................3 1.3 Afbakening grootschalige energieopwekking .............................................................................3 1.4 Totstandkoming beleidskader ...................................................................................................4 1.5 Leeswijzer .................................................................................................................................4 2.
Vertrekpunt ....................................................................................................................................5 2.1 Klimaatakkoord .........................................................................................................................5 2.2 Regionale Energie Strategie .......................................................................................................5 2.3 Lokaal beleid .............................................................................................................................5 2.4 Opgave Elburg ...........................................................................................................................6 2.5 Opbouw kader ..........................................................................................................................6 3.
Visie op uitvoering van de opgave ...................................................................................................7 3.1 Elburgse opwekladder ...............................................................................................................7 3.2 Taakstelling ...............................................................................................................................8 3.3 Rol van de gemeente .................................................................................................................9 3.4 Kaders uit beleid en regelgeving ................................................................................................9 3.5 Aansluiten bij codes ..................................................................................................................9 4. Maatschappelijke uitgangspunten ................................................................................................. 10 4.1 Draagvlak ................................................................................................................................ 10 4.2 Lokaal eigenaarschap en financiële participatie ....................................................................... 11 4.3 Regionale werkgelegenheid..................................................................................................... 11 5.
Ruimtelijke en technische randvoorwaarden ................................................................................. 12 5.1 Geen gebieden uitsluiten ........................................................................................................ 12 5.2 Ruimtelijke inpassing ............................................................................................................... 12 5.3 Multifunctionaliteit ................................................................................................................. 13 5.4 Tijdelijke bestemming ............................................................................................................. 13 6. Vervolgproces ............................................................................................................................... 14 6.1 Procedure voor concrete initiatieven....................................................................................... 14
1. Inleiding 1.1 Introductie en kernvraag Duurzaamheid is een breed begrip, maar het komt er in het kort op neer dat in een duurzame wereld mens (people), milieu (planet) en economie (profit) met elkaar in evenwicht zijn, zodat we de aarde niet uitputten. In het coalitieakkoord 2018 – 2022 ‘Bouwen aan Elburg’ zijn in het hoofdstuk ‘Elburg verduurzaamt’ drie belangrijke thema’s uitgewerkt als het gaat om duurzaamheid. Dit zijn: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Voorliggend beleidskader gaat in op het thema energietransitie en de opgave daarin voor de gemeente Elburg op het gebied van grootschalige energieopwekking. ‘Duurzaam betekent dat we ons inzetten voor beleid met visie voor de lange termijn. Geen ad hoc besluiten op basis van nu of morgen, maar afwegingen maken die rekening houden met de toekomst’ (Coalitieakkoord 2018-2022). Zorgvuldig omgaan met complexe maatschappelijke vraagstukken en rekening houden met de lange termijn, dat is wat het gemeentebestuur wil. Zeker op het vlak van de verduurzamingsopgave en de energietransitie die voor ons ligt. Op verzoek van de gemeenteraad is daarom voorliggend beleidskader ontwikkeld. De kernvraag van de moties over het plaatsen van opweklocaties is: “We krijgen straks zonnevelden en windturbines.
Hoe zorgen we dat deze zorgvuldig, dat wil zeggen: onder de juiste voorwaarden gerealiseerd worden?” Het garanderen van een zorgvuldige inpassing van grootschalige energie opweklocaties voor zonne- en windenergie kan middels een beleidskader waarin specifieke voorwaarden worden gestelde aan de ontwikkeling van opweklocaties.
1.2 Doel beleidskader Grootschalige Energie Opwek Op veel plaatsen in Nederland zijn inmiddels opweklocaties voor duurzame energie gerealiseerd. Wanneer de voorwaarden vooraf niet helder waren, leidde dit tijdens en na de ontwikkeling vaak tot verongelijkte gevoelens of (met terugwerkende kracht) ongewenste ingrepen in de ontwikkeling van een plan. Om zowel initiatiefnemers als inwoners van de gemeente Elburg niet te verrassen, is er vóór de ontwikkeling van opweklocaties een kader opgesteld met daarin de voorwaarden waaraan een opweklocatie dient te voldoen. De gemeente wil initiatiefnemers helderheid verschaffen onder welke voorwaarden de gemeente mee werkt aan vergunningsaanvragen voor grootschalige energieprojecten. Deze uitgangspunten zijn uitgewerkt in voorliggend beleidskader. Hier komen de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en de ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit bij elkaar. De behandeling van initiatieven is getoetst op de voorgenomen werkwijze van de omgevingsvisie.
1.3 Afbakening grootschalige energieopwekking In analogie met de RES en de RSW maakt de gemeente ook in dit beleidskader onderscheid tussen elektriciteit en warmte. Voorliggend kader voor grootschalige energieopwekking heeft specifiek betrekking op het elektriciteitsdeel (e-deel) en daarbinnen met name over de nu kansrijke technieken1. Te weten: energieopwekking uit zonne- en windenergie. Voor opwek door zon gaat dat over SDE-gesubsidieerde grondgebonden opstellingen. Voor opwek door wind gaat dat over turbines met een tiphoogte groter dan 30 meter.
1
Zie hoofdstuk 3 mogelijke energiebronnen van de discussienota Grootschalige Energieopwekking
1.4 Totstandkoming beleidskader Door bureau OverMorgen is in 2018 een verkenning opgesteld naar grootschalige energieopwekking in Elburg. Deze verkenning is tot stand gekomen door een zorgvuldig proces met betrokken stakeholders. De gemeenteraad heeft kennisgenomen van deze verkenning en heeft daarbij ook de criteria voor individuele projectaanvragen vastgesteld. Dat raadsbesluit wordt met voorliggend beleidskader nader geconcretiseerd. Er zijn acht criteria: • Maatschappelijk draagvlak. • Lokaal eigenaarschap. • Effect op lokale werkgelegenheid. • Effect op andere kwaliteiten in het gebied.
• Realisatietermijn. • Bijdrage aan de energiedoelstelling. • Tijdelijk bestemmen. • Toepassing op laagwaardige grond.
Op basis van genoemde verkenning, een tussentijdse evaluatie van het beleidsplan ‘Elburg, klimaatneutraal 2050’ en de concept-RES is eerst een discussienota opgesteld over het thema grootschalige energieopwekking. Na bespreking van deze discussienota met de projectgroep, college van B&W en de raadscommissie zijn de gemaakte keuzes vertaald in voorliggend beleidskader. Dit kader is dus het product van de inbreng van raadsleden, het college van B&W en een aantal betrokken ambtenaren en specialisten. Bij de totstandkoming van een daadwerkelijke projectlocatie worden de directe belanghebbenden (omwonenden) betrokken.
1.5 Leeswijzer Voorliggend beleidskader is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt het vertrekpunt en de achtergrond van de energietransitie geschetst. Hoofdstuk 3 beschrijft de Elburgse visie op de opgave en geeft inzicht in de wijze waarop de gemeente de doelstellingen wil halen. In hoofdstuk 4 worden de maatschappelijke uitgangpunten op een rij gezet. Hoofdstuk 5 voegt daar een aantal specifieke ruimtelijke en technische uitgangspunten aan toe. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de procedure die initiatiefnemers moeten doorlopen uiteengezet.
2. Vertrekpunt 2.1 Klimaatakkoord In 2019 is in het Klimaatakkoord een doelstelling vastgelegd tot vermindering van de CO2-uitstoot met 49% in 2030, en met 95% in 2050. Nederland heeft de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn, onder andere door onze energie op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Het is een grote opgave waarvan de omvang lastig in te schatten valt. Hoewel de gestelde doelen nog ver weg in de tijd liggen (2030-2050), is de gewenste transitie zo omvattend, dat elke gemeente in Nederland er al mee aan de slag is. Door energie- en klimaatafspraken zet de Nederlandse overheid in op het verminderen van het energiegebruik én een sterke groei van de opwek van hernieuwbare energie. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van aardgas en het draagt bij aan de klimaatdoelstellingen. De nationale doelstelling is de opwekking van 35 TWh aan duurzame elektriciteit op land per 2030. Deze doelstelling is niet verdeeld over de provincies, regio’s of gemeenten. Het is aan elke regio om een bod te doen voor het deel van de doelstelling dat de regio kan én wil oppakken.
2.2 Regionale Energie Strategie De wijze om deze doelstelling te bereiken krijgt vorm in een Regionale Energie Strategie (RES). Zeven gemeenten op de Noord-Veluwe, waaronder Elburg, geven in een strategisch document aan hoe ze de uitstoot van CO2 kunnen verminderen met de inpassing van duurzame energiebronnen. De regio Noord-Veluwe heeft de ambitie uitgesproken 0,5 TWh aan duurzame energie op te wekken in 2030. Dat betekent 20-23 windturbines en 280-380 hectare zonneweide. De concept-RES bevat een invulling van het op te stellen vermogen in Megawatt (MW), van het verwachte vermogen in MW voor hernieuwbare energie op land en de gevolgen voor de elektrische infrastructuur. Hierbij wordt rekening gehouden met ruimtelijke kwaliteit, regiospecifieke kansen, maatschappelijke kostenefficiëntie, maatschappelijk draagvlak en de afweging met andere (ruimtelijke) belangen. Binnen de gestelde kaders tellen alleen weersafhankelijke hernieuwbare bronnen op land, zoals windturbines en zonneweides, mee in de optelling tot 35 TWh. Andere technieken zijn op dit moment nog onvoldoende bewezen of onvoldoende ontwikkeld waardoor (grootschalige) realisatie vóór 2030 niet realistisch is.
2.3 Lokaal beleid Om de doelen in 2050 te bereiken heeft de gemeente zelf een routekaart opgesteld: ”Routekaart Klimaatneutrale Energievoorziening Gemeente Elburg”. De routekaart beschrijft de weg naar klimaatneutraliteit in respectievelijk 2035 voor de gemeentelijke organisatie en in 2050 voor de gehele gemeente. De routekaart bevat zes thema’s: 1. Al het vastgoed duurzaam 2. Ruimtelijke inpassing van duurzame energie 3. Energieke samenleving 4. Ondernemend Elburg 5. Vervoersbewegingen zijn duurzaam 6. Duurzame eigen bedrijfsvoering De thema’s 2 en 3 houden verband met dit kader. De verkenning van OverMorgen reikt handvatten aan om tot een concrete invulling te komen. Tijdens de totstandkoming worden initiatieven getoetst aan de omgevingsvisie. De routekaart, verkenning en omgevingsvisie vormen de basis van de uitwerking van dit kader.
2.4 Opgave Elburg Met de bewezen technieken is de opgave voor Elburg vertaald in een energiemix, zie afbeelding 1. Deze energiemix laat zien wat Elburg nodig heeft om in 2050 1.164 TJ hernieuwbare energie op te wekken. Deze opwek is nodig om in 2050 energieneutraal te zijn. De gemeenteraad kiest ervoor om met de kennis van de nu bewezen technieken de energiemix aan te houden. Dat betekent dat de aantallen, zoals hiernaast zichtbaar, op dit moment leidend zijn. Hierbij zijn zon en wind variabelen die tegen elkaar uit te wisselen zijn. Meer opwek met windturbines betekent minder hectares zonneveld. En meer hectares zonneveld betekent minder windturbines. Wel gaf de gemeenteraad in 2020 aan een voorkeur te hebben voor de ontwikkeling van windenergielocaties boven zonnevelden. Innovatie en ontwikkeling van vermogen en efficiëntie binnen de bewezen technieken zijn logischerwijs te verwachten. Hoewel de opgave daarmee niet verandert, zal het aantal benodigde installaties (turbines en panelen) om dit doel te bereiken dus afnemen. Afbeelding 1 - Energiemix Elburg, versie 24- 7 - 2020. (Bron: Energie Transitie Atlas (ETA) van Quintel.
2.5 Opbouw kader Het beleidskader is opgedeeld in drie niveaus: Gemeentelijk niveau:
Over de wijze waarop de gemeente de doelstelling wil halen en welke rol de gemeentelijke organisatie heeft. Over hoe de lusten/lastenverdeling voor omwonenden en de samenleving vorm dient te krijgen. Over voorwaarden van ruimtelijke inpassing en technische specificaties.
Maatschappelijk niveau: Technisch niveau:
De niveaus hebben een volgordelijk karakter bij de ontwikkeling van een opweklocatie. In het begin wordt gekeken of het project aansluit bij de gemeentelijke visie. Daarna komt het maatschappelijke niveau in beeld: worden omwonenden betrokken? Bij voldoende draagvlak wordt het plan ruimtelijk beoordeeld. Op deze wijze krijgt een grove schets een steeds concretere uitwerking. Ook de toetsing verloopt per niveau, dus eerst gemeentelijk, dan maatschappelijk en daarna ruimtelijk en technisch. Gemeentelijk nIveau
Concept-plan
Invulling van basis principes Maatschappelijk niveau
Participatieverslag
Omgevingsovereenkomst Technisch niveau
Ruimtelijke inpassing
Definitief plan
Om deze toetsing te doen slagen, zal de initiatiefnemer per niveau documenten aanleveren. Soms verloopt dit proces lineair, maar vaak is dit ook een iteratief proces door interactie met de omgeving en andere betrokken stakeholders. In hoofdstuk 6 is dit vervolgproces nader uitgewerkt.
3. Visie op uitvoering van de opgave De volgende visie is van toepassing op de grootschalige duurzame energieprojecten:
3.1 Elburgse opwekladder Elburg volgt het advies van het Ministerie van Economische Zaken om op voorhand geen energieopties uit te sluiten, omdat het uiteindelijke potentieel van alle opties onzeker is. Wel is besloten te focussen op de kansrijke technieken, te weten zonne- en windenergie. Ook is er een voorkeur uitgesproken voor projecten met windturbines ten opzichte van inpassing met zonneweiden. De gemeente Elburg kiest bewust voor een maatwerkbenadering als het gaat om grootschalige energieopwekking. Hiervoor hanteert zij de “Elburgse opwekladder”. Deze ladder brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties. Het is niet zo dat de hoogste trede mag worden verwezenlijkt als alle andere treden zijn benut. Het is eerder zo dat de criteria en de inspanning (het proces wat doorlopen moeten worden) steeds zwaarder worden. Hoe groter de impact, hoe zorgvuldiger het proces. In onderstaande figuur is de ladder visueel uitgewerkt:
De “Elburgse opwekladder” bevat een vertrekpunt en vier tredes: - Vertrekpunt: Er zijn uitzonderingsgebieden. Grootschalige energieopwekking is niet mogelijk in gebieden met een hoge natuur of agrarische waarde (zie ook paragraaf 5.1); - Trede 1: Zon op dak: op bestaande daken van (recreatie)woningen, bedrijven, agrarische bebouwing en carports; - Trede 2: Kleinschalig zon en wind op eigen erf: o Kleinschalig Zon op erf (tot 50 panelen) voor eigen gebruik; o Kleinschalig Wind (tiphoogte tot 30m) op een agrarisch bouwblok. - Trede 3: Grootschalig Wind en Zon op verharding: o In geselecteerde zoekgebieden (zie RES) veelal in samenwerking met buurgemeenten. o Zon op transformatiegebieden: denk aan de opwek van zonne-energie op locaties waar er saneringsopgaven spelen, zoals vuilstortplaatsen, grond op bedrijventerreinen, te saneren nertsenhouderij, oude recreatiewoningen, etc.
-
Trede 4: Grootschalig Zon: o Zon op land: belangrijke vereisten zijn draagvlak, een zorgvuldige ruimtelijke inpassing en het zorgvuldig regisseren van het aantal hectare naar behoefte en taakstelling.
In de beoordeling van de aanvraag van omgevingsvergunning maakt de gemeente het volgende onderscheidt tussen kleinschalige en grootschalige projecten: OPWEKMIDDEL KLEINSCHALIG ZON KLEINSCHALIG WIND GROOTSCHALIG WIND
Op dak / tot 50 panelen op erf Tiphoogte ≤ 30 meter Tiphoogte > 30 meter
GROOTSCHALIG ZON
Zonneveld o.b.v. SDE++
Vergunningsvrij (muv monumenten) Vergunningsaanvraag noodzakelijk Vergunningsaanvraag noodzakelijk, beleidskader van toepassing Vergunningsaanvraag noodzakelijk, beleidskader van toepassing
3.2 Taakstelling De gemeente kiest ervoor om taakstellingen te formuleren per bestuursperiode. Op basis van de energiemix en met een evenredige verdeling over zeven bestuursperiodes moeten er per bestuursperiode 25 TJ aan windenergie en 55,7 TJ aan zonne-energie (31,7 TJ op dak, 24 TJ grondgebonden) worden opgewekt. Dit levert de volgende invulling van de Elburgse opgave (energiemix) per bestuursperiode van 4 jaar:
Middel TJ in 2050 Wind 187 Zon 238 (dakgebonden) Zon 180 (grondgebonden)
TJ per 4 jaar
kWh per 4 jaar
vermogen
# per 4 jaar
In 2050
26,7
7.416.667
4 MW2
0,62 turbines
4,34 turbine
3
26.161 panelen
183.127 panelen
22.101 panelen
154.707 panelen (ca. 44 ha)
34
9.444.444
380 Wp
25,7
7.138.889
380 Wp4
Bovenstaande aantallen en vermogens zijn indicatief op basis van de huidige vermogensaantallen en de stand van de techniek. De gehanteerde vermogens en daadwerkelijke opwek zal bij projecten verschillen. Bij de oplevering van wind en grondgebonden zonprojecten zal de specifiek verwachte opwek geldend zijn bij de evaluatie van de taakstelling. Op basis van de taakstelling en de gewenste zorgvuldigheid, zal de gemeente niet meer dan vier ontwikkelplannen5 tegelijk begeleiden. Iedere bestuursperiode zal de voortgang van de taakstelling en de daaraan gekoppelde gemeentelijke inspanning(en) geëvalueerd worden. Bij bovenmatige prestaties ten opzichte van de taakstelling is de gemeenteraad vrij om de ontwikkeling van projecten tijdelijk te temporiseren. NB. Door innovatie en toegenomen vermogens van de opweksystemen zal de werkelijke taakstelling per bestuursperiode in TJ gelijk blijven, maar in aantal geïnstalleerde systemen (panelen en/of turbines) naar verwachting verminderen. 2
Voor wind is uitgegaan van een opbrengst van 12 miljoen kWh per windmolen bij 3000 vollasturen per jaar. Voor zon (dakgebonden) is uitgegaan van een gemiddelde opwekverhouding van 900 kWh/kWp. Voor zon (grondgebonden) is uitgegaan van een gemiddelde opwekverhouding van 850 kWh/kWp. 4 Bij 3000 zonnepanelen per hectare is er ongeveer 7 hectare per bestuursperiode nodig 5 Uitgaande van 1 of 2 windprojecten en 2 of 3 zonneprojecten met een minimale omvang 25,7 TJ per jaar. 3
3.3 Rol van de gemeente De gemeente Elburg gaat de doelen rond duurzame energie niet als gemeentelijke organisatie realiseren. Daarbij zijn burgers en organisaties van buiten nodig. De gemeenteraad heeft aangegeven dat zij wervend aan de slag wil: niet alleen wachten tot er initiatiefnemers komen, maar ook zelf de opgave agenderen bij burgers en organisaties. Daarom zal zij met een positieve en actieve grondhouding duurzame initiatieven voor duurzame energieopwekking op kansrijke locaties ondersteunen. Qua capaciteit is de gemeente in staat vier projecten tegelijkertijd te begeleiden. Die begeleiding krijgt vorm in advisering en toetsing van plannen en in ondersteuning en verantwoording bij het participatieproces. Initiatiefnemers zonder begeleiding zijn wettelijk vrij een vergunning aan te vragen. De gemeente zal projectplannen wel toetsen aan de hand van dit kader.
3.4 Kaders uit beleid en regelgeving Alle aanvragen worden getoetst aan voorliggend beleidskaders en (m.n. bovenlokale) kaders die volgen uit het vigerende beleid en regelgeving. De belangrijkste hiervan zijn: Handboek Risicozonering Windturbines, Radarinvloedsgebied, Natura 2000, Nationaal Landschap, Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelzones (vm. EHS), weidevogelgebieden, laagvlieggebieden, beschermde stads- en dorpsgezichten, cultuurhistorische en landschappelijke waarden en de omgevingsvisie van Elburg en van de Provincie Gelderland. Het wettelijk toetsingskader toetst of er geen strijd is met de goede ruimtelijke ordening (of vanaf 2022 een evenwichtige toedeling van functies over locaties).
3.5 Aansluiten bij codes Naast dit kader van de gemeente Elburg zijn er reeds bestaande kaders die door de markt zijn ontwikkeld en die de gemeente Elburg als ondergrens wil hanteren. Zo wordt sneller zichtbaar of er sprake is van ontwikkelaars met verstand van zaken en een zekere beroepsernst. In deze gedragscodes is uitgewerkt hoe de wind- en zonsector de omgeving betrekt bij een project. Voor de opwek door wind en zon zijn dat verschillende codes. Dit zijn de volgende: Wind: Zon:
Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land 6 Gedragscode Zon op Land7, code voor de fysieke en procesmatige wijze van ontwikkeling, inpassing, vormgeving en beheer van zon op land projecten.
Het hanteren van de gedragscodes als norm betekent dat er gevraagd wordt uitdrukkelijk te refereren naar de principes die in de codes worden genoemd en te beschrijven hoe de initiatiefnemer dit uitwerkt. Door de gemeente wordt getoetst of het plan daadwerkelijk voldoet aan de principes zoals uitgewerkt in de gedragscode.
Resultaat gemeentelijke kaders Als resultante van de uitwerking van de gemeentelijke kaders levert de initiatiefnemer aan de gemeente een initiatiefplan met een uitwerking van de principes uit de bijbehorende gedragscode.
6
https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2019/03/20161215-Gedragscode-Acceptatie-Participatie-Windenergie-op-Land.pdf
7
https://hollandsolar.nl/u/files/energie-samen-a4-klik-hr.pdf
4. Maatschappelijke uitgangspunten Het is voor de gemeente wezenlijk dat inwoners meepraten, meedenken en meedoen. De onderstaande aspecten worden daarin meegewogen:
4.1 Draagvlak Draagvlak is een voorwaarde voor grootschalige energieopwekking. Een zorgvuldige afstemming met én steun van de omgeving (omwonenden) is noodzakelijk alvorens er een initiatiefplan kan worden ingediend. Door procesparticipatie vanaf het begin vorm te geven, is de kans op draagvlak groter. De volle 100 procent medewerking van alle omwonenden is echter niet realistisch. En ook elk ander zeker percentage blijkt in de realiteit voor meerdere uitleg vatbaar. Daarom kiest de gemeente voor een kwalitatieve benadering om de ontwikkeling van draagvlak te beoordelen. Er zijn methoden om het draagvlak te creëren en zichtbaar te maken. Gebruik van gedragscodes, de participatiewaaier en medewerking van een (bestaande of nieuw op te richten) lokale energiecoöperatie zijn hierbij behulpzaam. De basis-inspanningsverplichting om draagvlak bij het project te ontwikkelen en zichtbaar te maken is als volgt. 1. Voorwaarde voor medewerking: een initiatiefnemer is primair verantwoordelijk voor het draagvlak bij zijn plannen nog vóór de toetsing aan het kader, dienen omwonenden op onderstaande wijze te zijn betrokken. 2. Straal van betrokkenen: wie er bij de communicatie over een plan geïnformeerd moet worden hangt van de situatie af. Op basis van de kadastrale kaart behoren de eigenaren van de aangrenzende grond en de grond die daaraan grenst daar in elk geval toe.
Zij komen terug in het participatieverslag en de omgevingsovereenkomst. 3. Wijze van communicatie: er bestaan verschillende mogelijkheden om de communicatie in te richten. Voorwaarde is dat er tweerichtingsverkeer mogelijk is. Alleen schriftelijk informeren is niet voldoende. Een participatieverslag als uitwerking van de communicatie is onderdeel van de bewijslast. 4. Omgevingsovereenkomst: de gemeente verlangt een omgevingsovereenkomst ter bevestiging van het gevoerde participatietraject. In de omgevingsovereenkomst staan de afspraken die met omwonenden zijn vastgelegd. Hierbij gaat het in elk geval om afspraken over de inpassing in het landschap en eventueel de eigendomsverhoudingen of de financiële participatie. 5. Geen instemmingsverplichting: een verplichte communicatie met de omgeving betekent niet dat een plan uitsluitend kan doorgaan als de gehele omgeving instemt. Het kan altijd zo zijn dat de belangen van de initiatiefnemer en de omwonenden niet overeenkomen. Het gemeentebestuur beslist of er sprake is van voldoende draagvlak. Het is uiteindelijk aan het gemeentebestuur om te beoordelen of er op basis van de processtappen en de gemaakte afspraken in de omgevingsovereenkomst voldoende draagvlak bij een project is.
4.2 Lokaal eigenaarschap en financiële participatie Teneinde een goede balans te vinden tussen lusten- en lastenverdeling worden in Elburg de volgende voorwaarden ten aanzien van financiële participatie gehanteerd: 1. De voorwaarde is dat 50% van de hernieuwbare energiebron en haar opwek in lokaal eigendom komt (in lijn met de ambities van het Klimaatakkoord); Dit betekent dat bij aanschaf van de installatie 50% van de benodigde inleg voor het ophalen van een financiering uit de regio komt. Dit kan zowel één of meerdere burgers en/of één of meerdere lokale of regionale organisaties zijn die 50% van de noodzakelijke inleg investeren. De eigendomsverhouding wordt opgenomen in de omgevingsovereenkomst. 2. Een ondergrens aan financiële participatie door derden is géén voorwaarde voor de realisatie van een project. De exacte vorm van de financiële participatie en de definiëring van ‘de lokale omgeving’ is met het Klimaatakkoord niet scherp vastgelegd. Dit kan per project verschillend vorm krijgen. Hoewel financiële participatie geen voorwaarde is om een project te ontwikkelen, toont het in elk geval dat er draagvlak is gerealiseerd.
4.3 Regionale werkgelegenheid Als de initiatiefnemer inzichtelijk kan maken dat het regionale bedrijfsleven meeprofiteert bij de ontwikkeling, realisatie en het beheer van een project is dat een belangrijke pré in de beoordeling van een voorstel. Resultaat maatschappelijke uitgangspunt Als resultante van de uitwerking van bovenstaande maatschappelijk uitgangspunten levert de initiatiefnemer aan de gemeente: een participatieverslag en een omgevingsovereenkomst.
5. Ruimtelijke en technische randvoorwaarden Naast een goede maatschappelijke inpassing is ook een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van initiatieven in de bestaande (natuurlijke) omgeving belangrijk. Hiervoor hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten:
5.1 Geen gebieden uitsluiten Duurzame energieopwekking is volgens de diverse geldende kaders (zie par 3.4), maar op een beperkt aantal plekken mogelijk in Elburg (zie ook Verkenning grootschalige duurzame energieproductie van de gemeente Elburg van Over Morgen - HNS). Gelet op de reeds geldende kaders en restricties sluit de gemeente op voorhand geen verdere gebieden uit. Anderzijds hebben transformatiegebieden wel een voorkeur boven waardevolle landschappen. Daarom stelt de gemeente specifieke (ruimtelijke) voorwaarden zoals uitgewerkt in voorliggend kader. Met de toepassing van de Elburgse Opwekladder worden projecten beoordeeld op hun geschiktheid en wordt bekeken of het zinvol is het project te begeleiden.
5.2 Ruimtelijke inpassing Een initiatiefnemer moet bij de aanvraag een voorstel (landschapsplan) indienen voor een goede ruimtelijke inpassing om zo het behoud danwel de versterking van de aanwezige ruimtelijke en/of landschappelijke waarden te borgen. Voor het landschapsplan moet een landschapsarchitect in de arm genomen worden. Voor een goede ruimtelijke inpassing, hanteren we het credo: hoe meer impact een plan, hoe zwaarder de inpassingseis. PROJECT ZON OP DAK ZON EN WIND OP EIGEN ERF ZON OP TRANSFORMATIEGEBIEDEN (SANEREN) OVERIG
TYPE VOORSTEL Geen inpassingsvoorstel nodig Inrichtingsplan Landschapsplan
Het inrichtingsplan moet in ieder geval de volgende zaken omvatten: • De inpassing en/of herkenbaarheid van het project/de opstelling, op het schaalniveau van de omgeving (inpassing en zichtlijnen) en op de locatie zelf (vormgeving van de opstelling); • Een plattegrond met de inrichting van de locatie: waarop de terreininrichting is uitgewerkt bestaande uit o.a. de aan- en afvoerroutes, de kabels en leidingen, de bouwwerken en beveiliging (hekwerken e.d.); • Enkele visualisaties, waaruit in ieder geval vanuit de directe omgeving de huidige en toekomstige situatie in beeld wordt gebracht. Deze visualisaties moeten een goed beeld geven van de huidige en toekomstige situatie. • Een analyse van de impact van het project op de aanwezige functies in de omgeving (woonen leefklimaat, evt belemmeringen bedrijfsvoering) en milieuaspecten waaronder, geluid, straling, waterhuishouding, lokale flora- en fauna en de effecten van het project hierop (zowel positief als negatief);
Het landschapsplan moet aanvullend in ieder geval de volgende zaken omvatten: • •
Een analyse van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van het plangebied op basis van genoemde waarden uit de provinciale omgevingsvisie en meer specifiek ten aanzien van zon de landschapswaarden in de Gelderse Zonnewijzer.8 Een navolgbare toelichting op de locatiekeuze: waarom hier?
5.3 Multifunctionaliteit De gemeente Elburg streeft zoveel mogelijk naar meervoudig grondgebruik. Multifunctioneel (meervoudig) ruimtegebruik krijgt daarom de voorkeur boven enkelvoudige aanvragen.
5.4 Tijdelijke bestemming Projecten voor grootschalige energieopwekking worden tijdelijk vergund. Aan het eind van de levensduur moeten de installaties namelijk worden opgeruimd. De levensduur van energieprojecten variëren tussen de 15 en 30 jaar. De maximale termijn voor duurzame energieprojecten stelt de gemeente Elburg daarom op 25 jaar.
Resultaat ruimtelijke en technische randvoorwaarden Als resultante van de uitwerking van bovenstaande randvoorwaarden levert de initiatiefnemer aan de gemeente: een voorstel voor een goede ruimtelijke inpassing.
8
https://www.geldersenergieakkoord.nl/downloads/KC-001-1_GelderseZonneWijzer_v15.pdf
6. Vervolgproces De gemeente Elburg streeft ernaar om maximaal vier concrete initiatieven tegelijk te begeleiden. De gemeente zal daarbij dit beleidskader gebruiken om te beoordelen in hoeverre een initiatief kansrijk is en of dit tot ontwikkeling kan komen. De in dit beleidskader geformuleerde uitgangspunten helpen bij het afwegen van de diverse belangen en het beoordelen of én in welke mate is voldaan aan de randvoorwaarden die genoemd zijn bij de diverse uitgangspunten.
6.1 Procedure voor concrete initiatieven De verwachting is dat na vaststelling van dit beleidskader zich initiatiefnemers zullen aandienen. In deze paragraaf wordt geschetst hoe met deze projecten wordt omgegaan. De gemeente voorziet in ieder geval de volgende stappen: STAP INHOUD 1. Een initiatiefnemer meldt zich bij de gemeente met een plan. Er volgt een intake van het initiatief waarin het project kan worden toegelicht en waarin duidelijk de spelregels en randvoorwaarden vanuit de gemeente worden uitgelegd. 2. De initiatiefnemer gaat aan de slag met de maatschappelijke uitgangspunten en kan bij capaciteit en wens ondersteunt worden door de gemeente. 3. Initiatiefnemer kan de ruimtelijke en technische voorwaarden afstemmen op bovenstaande stappen en levert uitwerking van ruimtelijke en technische invulling aan bij de gemeente.
RESULTAAT Beschrijving initiatiefplan met invulling van de principes uit de gedragscode Participatieverslag en omgevingsovereenkomst Een voorstel voor een goede ruimtelijk inpassing
Wanneer alle 3 de stappen zijn doorlopen wordt het resultaat als 1 geheel aan de gemeente opgeleverd. De gemeente beoordeelt dan het complete plan met de volgende mogelijke uitkomsten: - Ja
Het project voldoet aan de voorwaarden.
- Ja, mits
Het project voldoet onvoldoende aan de voorwaarden, maar de initiatiefnemer krijgt de mogelijkheid om verbeteringen door te voeren in het plan, zodat deze wel kan voldoen aan de voorwaarden.
- Nee
Het project voldoet onvoldoende aan de voorwaarden. De initiatiefnemer krijgt niet de mogelijkheid verbeteringen door te voeren in het plan.
Deze beoordeling zal vervolgens aan het gemeentebestuur worden voorgelegd. Na een definitief positief besluit van het college wordt de initiatiefnemer uitgenodigd een vergunningsaanvraag in te dienen. Vanaf dat moment kan de procedure voor een vergunningaanvraag worden gestart. Initiatiefnemers vragen bij de gemeente een omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van duurzame energie. Daarbij wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de uitgangspunten uit dit beleidskader en/of hoe zij het plan heeft verbeterd. Zodra deze aanvraag is ingediend wordt de formele procedure doorlopen. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad over het verlenen van deze vergunning. Als voor de omgevingsvisie een nieuw proces wordt vastgesteld wordt daar aansluiting bij gezocht.