CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording tijdens beeldvorming gestelde vragen fractie CU

Raadsvergadering 21 oktober 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening financiële verordening en diverse nota’s1.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag/vragen ter voorbereiding van vergadering (geen schriftelijke vraag ex 3.4.6 Organisatieverordening): Verzoek beantwoording vóór of op vergadering van 12 juni 2024. Indiener: Arie van Dijk Datum: 1 oktober 2024

Onderwerp: Raadsvoorstel Herziening financiële verordening en diverse nota’s Inleiding: Tijdens de beeldvormende vergadering van maandag 30 september zijn namens onze fractie onderstaande vragen gesteld.

Vragen: Financiële verordening: 1.

Art. 4 lid 2 ‘de algemeen toegepaste prijsindexatie, die volgt uit de meest recente publicatie van het CPB’: is hiermee voldoende duidelijk welk indexcijfer van het CPB wordt bedoeld? Gaat het om de consumentenprijsindex? Zou deze verduidelijking (welk indexcijfer is het en dat dit indexcijfer tevens ontleend wordt aan de meicirculaire van het gemeentefonds) kunnen worden aangebracht in de tekst van de voorliggende financiële verordening? Wat doen andere gemeenten op dit punt?

Het gaat hier om de gemiddelde index (60% loon, 20% consumptie, 20% investeringen) die inderdaad in de meicirculaire van het gemeentefonds wordt opgenomen en daarin wordt toegepast voor de bijstelling van het accres. We stellen voor om artikel 4, lid 2, als volgt aan te scherpen: “2. In de financiële kaders van de begroting, zoals genoemd in lid 1, wordt de stijging van de onroerendezaakbelasting (OZB) gebaseerd op de algemeen toegepaste gemiddelde prijsindexatie, die ontleend wordt aan de meicirculaire van het gemeentefonds en volgt uit de meest recente publicatie van het Centraal Plan Bureau (CPB).” Bij enkele andere omliggende gemeentes zien we dat deze indexatiecijfers vanuit de meicirculaire eveneens worden toegepast als financiële kaders van de begroting en/of als basis worden gehanteerd voor de stijging van de OZB.

2.

Art. 15 lid 2 en art. 8 lid 1c ‘verstrekkingen die een bedrag van € 250.000 te boven gaan’: in de vorige financiële verordening (art. 13 lid 2) was dit € 25.000. Waarom is het grensbedrag zoveel hoger gesteld en niet op bijv. € 100.000? Hetzelfde geldt voor art. 8 lid 1a ‘aankopen van goederen, werken en diensten > € 250.000’ (was € 25.000, art. 7 lid 1a) en lid 1b ‘Aankopen van onroerende zaken € 500.000’ (niet opgenomen in vorige verordening; waarom zo hoog gesteld en niet op een aanzienlijk lager bedrag?). De link tussen artikel 8 en artikel 5, zoals genoemd in de mondelinge beantwoording is ons niet duidelijk; hoe zit dit nu voor de in deze vraag genoemde items?

In de mondelinge beantwoording hebben we geprobeerd duidelijk te maken dat artikel 5 en artikel 8 in de huidige/oude financiële verordening naar ons idee enigszins door elkaar heenlopen. Artikel 5 gaat over het budgetrecht van de raad, artikel 8 over de informatieplicht van het college. In het oude artikel 8 waren ons inziens bepalingen opgenomen die meer ingaan op het budgetrecht van de raad dan dat ze betrekking hebben op de informatieplicht zoals die in de Gemeentewet bedoeld is. Daarom hebben we in artikel 8, en hieruit voortvloeiend artikel 15, lid 2, niet de bestaande bedragen uit artikel 8 als basis genomen en verhoogd, maar gekeken naar wat andere gemeenten hebben opgenomen. Hoewel die vergelijking soms lastig te maken is en niet elke gemeente het artikel als zodanig in de verordening heeft opgenomen, zagen we bij meerdere gemeentes bedragen tussen de € 100.000 en de € 750.000 als minima terugkomen voor de diverse onderdelen. De bedragen die nu zijn opgenomen in artikel 8 zijn voorgestelde bedragen vanuit het college, waarbij gezocht is naar een goede verhouding tussen enerzijds de controlerende en toezichthoudende taak van de raad en anderzijds een voor de organisatie werkbare situatie.

Graag benadrukken we hierbij nogmaals dat in artikel 8 de bepalingen moeten worden opgenomen over wanneer het college de raad actief moet informeren en in staat moet stellen wensen en bedenkingen mee te geven over bijv. een aankoop of verstrekking. Daarbij gaat het specifiek om zaken met ingrijpende gevolgen voor de gemeente. Zoals aangegeven staat dit los van het budget: bij elke aankoop, verkoop of verstrekking van lening of kapitaal moet immers budget aanwezig zijn, conform de bepalingen in artikel 5. Eventuele aanvullende informatie is ook te vinden in de toelichting op artikel 8 in de modelverordening van de VNG.

Nota reserves en voorzieningen: 1. Bestemmingsreserve sociaal domein: Doel: o.a. huisvesten statushouders; maar toch ook opvang ontheemden Oekraïne? Minimale en maximale omvang: Wat is de onderbouwing van de bedragen van resp. € 2 miljoen en € 5 miljoen? Is € 2 miljoen wel genoeg? Denk aan de ontwikkeling van de kosten van Jeugdhulp: wat is de meest recente prognose voor 2024 en 2025? Is het niet verstandig de Adviesraad sociaal domein Elburg (ASDE) om advies te vragen over dit voorstel? De opvang van ontheemden uit Oekraïne valt in de nieuwe nota reserves en voorzieningen niet binnen de kaders van de bestemmingsreserve sociaal domein. Voor de opvang van Oekraïners ontvangen we nog steeds middelen vanuit het Rijk en deze zijn in principe toereikend. Overschotten uit het verleden zijn weliswaar gestort in deze reserve, maar dienen dus niet ter dekking van de huidige of toekomstige kosten voor de opvang van Oekraïners. Er is geen 'harde' onderbouwing te geven voor de grensbedragen aan de bestemmingsreserve sociaal domein. Het is een inschatting gebaseerd op toevoegingen en onttrekkingen in het verleden. Een inschatting blijft een schatting, we kunnen dus niet zeggen dat dit genoeg zal zijn. Wel weten we dat de huidige verplichtingen ca. € 1,1 miljoen bedragen en dat het wenselijk is als dit bedrag dus sowieso in de reserve beschikbaar blijft.

Het restant van de reserve blijft beschikbaar voor afdekking van risico’s en ter dekking van eventuele wensen. We zullen daarbij de ontwikkelingen op sociaal domein en het niveau van de reserve in de toekomst nauwlettend in de gaten houden. Zoals aangegeven in het raadsvoorstel, streeft het college ernaar om op termijn de risico’s binnen het sociaal domein nauwkeuriger in kaart te brengen en, indien mogelijk, op geld te zetten. Op deze manier zou voor het minimumniveau verder aansluiting gezocht kunnen worden met de algemene reserve en de algemene reserve bouwgrondexploitatie, waarvoor geldt dat de minimale omvangen in de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen gelijk zijn gesteld aan de bij begroting berekende benodigde weerstandscapaciteit. In principe zou er echter geen (minimale) omvang nodig moeten zijn. Als de uitgaven binnen het sociaal domein dermate hoger uitvallen, bijvoorbeeld omdat meer uitkeringen levensonderhoud worden verstrekt, en de reserve sociaal domein niet meer toereikend is, kunnen de tekorten namelijk gedekt worden door de algemene reserve. Een minimum van € 2 miljoen biedt echter wel de ruimte om elk begrotingsjaar met een voldoende buffer te starten om eventuele tegenvallers op te vangen. Begin 2025 volgt een eindrapportage m.b.t. het meerjarenproject ‘grip op uitgaven jeugd’.

Tot slot geldt dat de adviesraad sociaal domein Elburg een adviesorgaan van het college is. Mede vanwege het genoemde argument dat de algemene reserve als achtervang dient, heeft het college ervoor gekozen in dezen niet in te schakelen.

2.

Bestemmingsreserve reinigingsheffingen, doel: ‘De reserve wordt alleen ingezet bij tekorten, overschotten worden toegevoegd aan de voorziening afvalstoffenheffing.’ Hoe verhoudt dit zich tot de toelichting in de nota 2019-2023, pag. 11 o.a. over het afvalbeleidsplan?

Net als in de nota 2019-2023 geldt nog steeds dat de reserve voor de komende jaren nodig is. Qua kostendekkendheid op het gebied van afval is het streven naar 100% te groeien, maar voor de komende jaren zitten we nog niet op dit niveau (zie begroting 2024 en straks de begroting 2025). Wanneer de kostendekkendheid weer rond de 100% uitkomt, is de kans ook reëler dat we in een bepaald jaar een overschot hebben, dat in dat geval aan de voorziening afval moet worden toegevoegd. Ook is het bij een structureel voorziene kostendekkendheid van 100% én een voldoende buffer in de voorziening mogelijk om in de toekomst het voortbestaan van de reserve te heroverwegen.

Nota Waardering en afschrijving: 1.

Raadsvoorstel, onderdeel 4 ad 6a. ‘Volledige renovatie met duurzaamheid > naar 50 jaar (toevoeging)’: is deze afschrijvingstermijn i.o.m. het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de notities van de commissie BBV? Heeft de externe accountant hier al akkoord op gegeven?

Inmiddels afgestemd met de accountant, deze ziet geen probleem in de genoemde afschrijvingstermijn.

2.

Nota par. 2.2 Onderhoud en investeringen: ‘In 2024 zijn voor alle gebouwen actuele beheerplannen opgesteld… Iedere voorziening heeft een structurele gelijkblijvende voeding. Hoe moeten we dit zien in relatie tot het raadsvoorstel Beheerplan onderhoud gemeentelijke gebouwen (raad 3 juni 2024)?

Hoewel we nu (voorlopig) geen voorziening(en) onderhoud gebouwen hebben en (zoals aangegeven in het raadsbesluit van 3 juni) de onderhoudslasten voorlopig uit incidentele middelen gedekt worden, geldt wel dat – wanneer de voorziening(en) in de toekomst weer wordt/worden ingesteld – er sprake moet zijn van een structurele gelijkblijvende voeding. Aangezien de nota voor meerdere jaren de kaders weergeeft, hebben we de geciteerde tekst dus wel intact gehouden.

Gewijzigde nota rechtmatigheidsverantwoording: 1.

Raadsvoorstel, onderdeel 5: In de eerste alinea staat dat melden voortaan als ‘tijdig’ wordt beschouwd wanneer toelichting in de jaarrekening plaatsvindt. In de tweede alinea 4.2.6 staat iets anders, namelijk dat de reguliere rapportagemomenten dan wel reeds geweest moeten zijn. Kunt u bevestigen dat de tekst in de tweede alinea de juiste is?

Dat bevestigen we. In principe dienen afwijkingen op de reguliere rapportagemomenten gemeld te moeten worden, maar als deze geweest zijn en een afwijking bijv. pas in januari bekend wordt, dan wordt een toelichting in de jaarrekening toch nog als tijdig beschouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=78be9300-fac3-4d2e-be66-e6d4e7cfcd03