CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording schriftelijke vragen Berkenweg versie 7 februari.docx

Oordeelsvorming 14 februari 2022, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake def vvgb en vergunning Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk1.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijk technische vragen behorend bij de beeldvormende commissie d.d. 7 februari 2022 raadsvoorstel inzake definitieve Vvgb en vergunning Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk. Allereerst complimenten voor de zorgvuldige uitwerking van de motie! Wettelijke plicht briefadres Niet inschrijven in het BRP kan leiden tot uitsluiting van zorg en voorzieningen. Gezien de uitkomsten van het Ariadnerapport willen we hier de vinger bij leggen, velen stonden ingeschreven in het RNI. (Register Niet Ingezetenen) Sinds 2022 is de regelgeving voor het inschrijven van personen in het BRP aangescherpt. Divosa heeft hiervoor een handreiking geschreven, zie: https://www.divosa.nl/nieuws/verstrekken-briefadreswordt-verplicht-voor-gemeenten-divosa-handreiking-ondersteunt 1. Kunt u toelichten of de gemeente Elburg hier uitvoering aan geeft en zoja of, en hoe, dit betekenis kan hebben voor arbeidsmigranten gehuisvest op de Berkenweg? Antwoord: Bij een beoogd verblijf van 4 maanden of langer dienen de arbeidsmigranten te worden ingeschreven in de BRP van de gemeente. Deze verplichting is opgenomen bij de huurovereenkomst naar de huurders. Ter controle ontvangen de gemeente twee keer per jaar een actuele stand van alle in- en uitgeschreven personen. Daarnaast wordt maandelijks het nachtregister aangeleverd. En deze wordt in opdracht van de gemeente gecontroleerd op de betreffende adressen.

Wet Natuurbescherming (mede naar aanleiding van vragen van inwoners) Op 7 mei 2020 heeft de gemeente de aanvraag omgevingsvergunning ontvangen. De initiatiefnemer heeft een aanvraag ontheffing/vergunning wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Gelderland op 13 april 2021. Het college is nu niet langer bevoegd om over dit onderdeel te besluiten. In de stukken staat dat nader onderzoek nodig is en er nu gewerkt wordt aan een activiteitenplan en een ontheffingsaanvraag. 2. Kunt u uitleggen hoe de vergunning zich verhoudt tot de aanhaakplicht Wet Natuur bescherming? Antwoord: Als voor een activiteit zowel een omgevingsvergunning als een toestemming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is, dan haken deze procedures in beginsel bij elkaar aan. Dit volgt uit artikel 2.1, eerste lid, sub i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 2.2aa van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Deze artikelen bepalen, samengevat weergegeven, dat een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub i, van de Wabo nodig is als sprake is van: - een project of het verrichten van een andere handeling waarvoor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb (Natura 2000) nodig is, maar deze vergunning niet is aangevraagd of verleend; - een handeling waarvoor een toestemming ingevolge de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wnb (flora en fauna) nodig is, maar deze ontheffing niet is aangevraagd of verleend. Dit betekent het volgende: - als de vergunningaanvrager eerst de vergunning en/of ontheffing ingevolge de Wnb aanvraagt, geldt er geen aanhaakplicht; de toestemmingen ingevolge de Wnb en de Wabo doorlopen een afzonderlijke procedure; - als de vergunningaanvrager eerst de omgevingsvergunning aanvraagt, geldt er wel een aanhaakplicht; de toestemmingen ingevolge de Wnb en de Wabo doorlopen één gezamenlijke procedure. Als de aanhaakplicht geldt, is voor de vergunning en/of ontheffing ingevolge de Wnb een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van het bevoegd gezag – in voorliggend geval de Provincie - voor die

vergunning en/of ontheffing nodig. Die VVGB is vereist om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Het college van b&w vraagt de VVGB aan bij de Provincie en dient eerst het besluit van de Provincie af te wachten voordat op de omgevingsvergunning wordt besloten. Als er geen aanhaakplicht geldt, dan volgt de aanvraag vergunning/ontheffing Wnb een eigen weg en eigen procedure bij de Provincie. De Provincie beoordeelt de aanvraag en verleent de vergunning/ontheffing. De Provincie is ook verantwoordelijk voor de toezicht en handhaving. Het college van b&w heeft verder geen bevoegdheid en/of een rol bij de procedure in het kader van de aanvraag vergunning/ontheffing Wnb. Dit traject verloopt tussen de aanvrager en de Provincie. Sinds de uitspraak van de Raad van State van 13 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:803) is het mogelijk om de aanvraag vergunning/ontheffing in het kader van de Wnb ook in te dienen nadat een aanvraag omgevingsvergunning al is ingediend. Hiermee worden de beide aanvragen alsnog van elkaar losgekoppeld en vervalt het onderdeel ‘handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten’ uit de aanvraag omgevingsvergunning. Het gevolg hiervan is – net als in voorliggend geval – dat het college van b&w niet langer bevoegd is om over dit onderdeel te oordelen en te besluiten. 3.

Hoe ziet de planning van de ontheffingsprocedure bij de provincie eruit en wat kan initiatiefnemer tot die ontheffing is verleend met deze definitieve (gebrekkige?) omgevingsvergunning?

Antwoord: Zoals bij antwoord op vraag 2 is aangegeven beoordeelt de Provincie de aanvraag vergunning en/of ontheffing in het kader van de Wnb. Dat is een aparte procedure in het kader van de Wnb. De Provincie neemt een besluit om de vergunning en/of ontheffing al dan niet te verlenen. Het project waarvoor de vergunning en/of ontheffing in het kader van de Wnb is aangevraagd, kan pas uitgevoerd worden nadat de Provincie een besluit op de aanvraag heeft genomen. De omgevingsvergunning wordt verleend door het college van b&w en treedt in werking als deze onherroepelijk is geworden. Dat wil zeggen als de beroepstermijn is verstreken zonder dat (hoger) beroep is ingesteld en of als er een uitspraak is gedaan in het kader van het ingestelde (hoger) beroep. Voor alle duidelijkheid: er is GEEN SPRAKE VAN een GEBREKKIGE omgevingsvergunning. Beide procedures hebben een eigen wettelijke kader en een eigen procedure, zoals hierboven nader uit elkaar is gezet. 4.

Zijn er nog inspraakmogelijkheden van inwoners op dit onderdeel van de vergunning te verwachten?

Antwoord: De ontwerp omgevingsvergunning heeft 6 weken ter inzage gelegen en gedurende deze periode zijn zienswijzen ingediend. Nadat uw raad een besluit omtrent het vvgb heeft genomen, zal het college van b&w een definitief besluit op de omgevingsvergunning nemen. Tegen beide besluiten kan beroep en hoger beroep worden ingesteld door belanghebbenden. Dat zijn gerechtelijke procedures, waarbij geen inspraakmomenten meer wettelijk zijn voorgeschreven. Tegen de vergunning en/of ontheffing in het kader van de Wnb kan ook (hoger) beroep ingesteld worden door belanghebbenden. Overige vragen 5. Blz. 11 nota van beantwoording is mogelijk een schrijffout ingeslopen. Er staat: “De 15 bestaande recreatiewoningen worden thans voor langere termijn gebruikt voor de huisvesting van maximaal 16 arbeidsmigranten per woning.” Is dit een schrijffout en zoja gaat u die herstellen? Antwoord: Een kennelijke verschrijving, dat niet eerder is opgemerkt. Dank hiervoor. De Nota zal aangepast worden en met het definitieve besluit gepubliceerd worden.

6.

De beheerder moet naast Nederlands in ieder geval ook de taal beheersen van de meest voorkomende groepen arbeidsmigranten. Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners. In de presentatie “omgevingsdialoog” wordt aangegeven dat er nu met name mensen met de Poolse en Roemeense nationaliteit worden gehuisvest. In het Ariadne rapport is te lezen dat er arbeidsmigranten worden gehuisvest met een Roemeens, Poolse, Roemeense, Litouwse en Hongaarse Nationaliteit. Kunt u toelichten hoe u de regel hanteert en monitort dat de beheerder de taal moet beheersen van de meest voorkomende groepen arbeidsmigranten en de beheerder bij voorkeur communiceert in de taal van de bewoners?

Antwoord: Voor een mogelijke taalbarrière zijn diverse oplossingen. Circa 95% van de bewoners spreekt/ verstaat/ begrijpt Engels of Duits. Voor de beheerders van Harry Frens Vastgoed staat 24x7 een tolk ter beschikking. Iedere woning heeft een coördinator. De beheerders kunnen 24x7 in contact komen met coördinatoren. 7.

In de presentatie “omgevingsdialoog” is aangegeven dat er 4 huurders zijn en deze een keurmerk/certificaat bezitten. Het zijn 2 huisvestingsorganisaties, 1 uitzendorganisatie en 1 werkgever. In het Ariadne rapport staat: “……organisaties zijn afgelopen jaar regelmatig in het nieuws geweest vanwege intimidatie van en geweld naar medewerkers”. Is er nog een huurder waarop hier wordt gedoeld in het Ariadnerapport en kunt u per organisatie toelichten hoe u tot de beoordeling goed werkgeverschap bent gekomen en gaat u dit monitoren?

Antwoord: De huidige huurders beschikken over het keurmerk en/of verklaring van goedwerkgeverschap. Zij zijn niet negatief in het nieuws geweest. Mocht dit wel zo zijn, dan neemt Frens Vastgoed maatregelen. Zodra er nieuwe huurders zijn, vragen wij de onderbouwing op. Op basis van het maandelijks nachtregister, tweejaarlijks BRP-overzicht monitoren wij de huurders. Raadsvoorstel Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 8. Kunt u op basis van de welstandsnota artikel 2.9 het meest recente jaarverslag en evaluatieverslag verstrekken? Antwoord: Het recente jaarverslag en evaluatieverslag zal nagestuurd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=13536ce2-cf53-4333-b016-5bfb34ff7ec3