Beantwoording Inhoudelijke vragen Deel 2 7nov24
Tekst van het document
Vraag/vragen ter voorbereiding van vergadering (geen schriftelijke vraag ex 3.4.6 Organisatieverordening): Verzoek beantwoording vóór of op vergadering van 4 november 2024. Indiener: Gert-Jan Hoeve Datum: 26 oktober 2024
Onderwerp: Raadsvoorstel Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 Inleiding: Ten behoeve van de beeldvorming op 4 november 2024 heeft de fractie CU een aantal inhoudelijke vragen over de programmabegroting op een aantal voor ons belangrijke thema’s. Beantwoording graag zoveel mogelijk voor de vergadering.
Vragen: 1. P.18: Er wordt ingezet op vermindering van overlast door inzet van cameratoezicht en beveiligers. In hoeverre is er nagedacht over en zijn er mogelijkheden voor ‘hangplekken’? Antwoord: In onze gemeente zijn diverse hangplekken/ skatebannen aanwezig. Jongeren die overlast op andere locaties veroorzaken (speeltuinen/ in de wijk) worden veelal ook doorverwezen naar deze locaties. Verder zijn er ook jongerenontmoetingscentra aanwezig die goede bezocht worden en wanneer nodig ook extra openingstijden hanteren. 2. P.18: We zien een forse stijging van het aantal winkeldiefstallen. Is hier een specifieke oorzaak voor en leidt deze stijging tot extra acties vanuit het college? Antwoord: Helaas geven de cijfers een vertekend beeld. Het aantal daadwerkelijk winkeldiefstallen zal aanzienlijk hoger zijn, dan dit aantal, welke gebaseerd is op geregistreerde melding. Navraag bij supermarkten leert ons dat er ongeveer 1x per week een winkeldiefstal plaatvindt. Veelal door scholieren, maar ook door 'gewone' mensen. In veel gevallen wordt de politie niet ingeschakeld en handelt de winkelier het, afhankelijk van de ernst van het grijp, zelfstandig af. Meestal door contact op te nemen met de ouders in het geval van minderjarigen. 3. 4. 5. 6.
* * * *
7. P.31-32: Het capaciteitsonderzoek wordt genoemd, alsook de vervolgstap waarbij gekeken wordt naar de mogelijkheden om in te spelen op de behoeften van onderwijsinstellingen (en turnfaciliteiten worden meegenomen). Wat is de planning van dit onderzoek en wanneer wordt de raad geïnformeerd? Antwoord: Het onderzoek is afgerond en opgeleverd. Hier zijn een aantal scenario's uitgekomen die nu voorliggen. De raad wordt begin 2025 hiervan op de hoogte gebracht. 8. * 9. PP.51-52: Kunnen de activiteiten op p.52 aan een planning gehangen worden? Wanneer zijn er resultaten te verwachten en wanneer wordt de raad hierbij betrokken/hierover geïnformeerd? Antwoord: Zie bijlage in Excel 10. P.86: ‘Waar mogelijk actieve grondpolitiek bedrijven’. a. Wat verstaat het college onder actieve grondpolitiek? b. In hoeverre (welke locaties, hoe grootschalig) wordt dit nu ingezet? c. Is het college van mening dat met actieve grondpolitiek de noodzaak voor het vestigen van voorkeursrecht in de omvang waarin we dat nu doen had kunnen voorkomen/in de toekomst kan voorkomen? Waarom wel/niet? Antwoord: a. Actieve grondpolitiek betekent dat we als gemeente zelf grond verwerven om ontwikkeling mogelijk te maken. In de nota grondbeleid wordt hier verder aandacht aan gegeven. b.
Op dit moment zijn er vier lopende grondexploitaties waarbij actieve grondpolitiek wordt ingezet: Waterlanden II, Broeklanden II, Kopse Waard en Vossenakker Zuid. Op andere locaties worden (via actief grondbeleid) voorbereidingen getroffen tot grondexploitaties, zoals Gerichtenweg, Horstkamp en de drie locaties uit de woningbouwopgave. In de paragraaf grondbeleid vindt u een overzicht van alle grondexploitaties. Vanaf pagina 90 staan aanvullend een aantal (grotere) projecten/anterieure overeenkomsten vermeld, waarbij géén actieve grondpolitiek wordt ingezet. c. Nee. Zoals beschreven staat in de nota grondbeleid, hanteert de gemeente in geval van actieve grondpolitiek het principe om actief gebruik te maken van het voorkeursrecht. Het gemeentelijk voorkeursrecht is er op gericht om bij verkoop van grond (op initiatief van de eigenaar) gemeenten een voorkeurspositie te geven in de onderhandelingen ten opzichte van derde gegadigden. 11. P.32 & 101: Er gaat 300.000 per jaar naar het CvC. Hun werkzaamheden worden beschreven met woorden als verbinden, ondersteunen, kennisoverdracht. Is er een afspraak over het evalueren van de meerwaarde van het CvC en hoe worden de verenigingen/stichtingen die de meerwaarde zouden moeten ervaren daarbij betrokken? Antwoord: Het gaat bij dit bedrag voor het grootste deel om de muziekschool, daarvoor is ook een uitvoeringsovereenkomst afgesloten.
Een restbedrag van € 57.500 is bestemd voor activiteiten van het CvC, waaronder de evenementenkalender en de website cultuurmenu (cultuur- en erfgoedaanbod voor o.a. basisonderwijs). Een meetmoment voor het evalueren van de meerwaarde hebben we niet, mede omdat de organisatie in opbouw is. Wel worden culturele instellingen aan de hand van culturele bloedgroepgesprekken en themajaren met elkaar verbonden. Daarnaast vindt er kennisoverdracht (deskundigheidsbevordering) plaats via een kenniscaroussel.
12. PP.101-102: We kennen diverse begrotingssubsidies. Divers in thema, organisaties en bedragen: a. Hoe is bepaald welke partijen begrotingssubsidie krijgen en welke partijen via subsidieregelingen voor subsidie in aanmerking komen? b. Hoe zijn de bedragen bepaald van de verschillende begrotingssubsidies? c. Wordt de lijst met begrotingssubsidies ook periodiek herijkt? En wanneer en op basis van welke criteria gebeurd dit dan? Antwoord: .a Op het moment dat een partij een subsidie aanvraagt en deze voldoet aan regelgeving en beleidsdoelen, wordt beoordeeld of de subsidie tot een bepaalde subsidieregeling gerekend kan worden. Zo niet, dan wordt gekeken of er wellicht tot een 1-op-1 begrotingssubsidie gekomen kan worden, eveneens gerelateerd aan beleidsdoelen. Een begrotingssubsidie betreft per definitie een subsidie aan één partij, op een regeling kunnen meerdere partijen een beroep doen. Mocht er nog geen budget zijn voor een begrotingssubsidie, dient dit budget in de basis te worden aangevraagd in de perspectiefnota en goedgekeurd te worden in de begroting, alvorens deze ook daadwerkelijk toegekend wordt. .b Met name door de bedragen van bestaande subsidies uit 2024 te indexeren. In sommige gevallen heeft er verschuiving plaatsgevonden van een subsidieregeling naar begrotingssubsidies, zoals voor de oranjeverenigingen.
Nieuwe subsidies, zoals de Kwiek-Nu subsidie aan stichting WIEL, komen voort uit de perspectiefnota/begroting. .c Dit gebeurt met name bij de perspectiefnota/begroting. Bij nieuwe subsidieaanvragen wordt getoetst of deze voldoen aan regelgeving en beleidsdoelen van de gemeente.