CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Beeldvorming 27 november 2023, gemeente elburg28.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel - Beeldvorming van 27 november 2023 1 2 3 4

5

5.1

5.2

5.3

Opening Vaststellen agenda Mededelingen Rondvraag Vragen voor de rondvraag dienen uiterlijk op de dag van de bijeenkomst om 9.00 uur in uitgeschreven vorm door de griffie te zijn ontvangen. Vragen die later binnen komen kunnen niet beantwoord worden. Het college zal de vragen uiteraard beantwoorden. Het is niet de bedoeling dat de vragen tijdens deze bijeenkomst leiden tot een debat of tot moties. BESPREEKSTUKKEN De bedoeling van de bespreekstukken is dat de raadsleden een goed beeld krijgen van de voorstellen van het college. Daarvoor kennen we het volgende proces. Ambtenaar leidt het onderwerp kort in en geeft daarbij aan welke politieke keuzes voorliggen. Raadsleden kunnen vragen van feitelijk aard stellen aan de ambtenaren. Iedere fractie kan in beginsel twee vragen stellen. De wethouder kan waar nodig de beantwoording aanvullen. Vragen stellen aan insprekers. Iedere fractie kan in beginsel 2 vragen stellen aan de insprekers De wethouder kan waar nodig reageren. Aan het eind van de bespreking krijgt de inspreker een laatste gelegenheid om het woord te voeren.

Raadsvoorstel jaarrekeningen stichtingen Raadsbesluit jaarrekening 2022 diverse stichtingen Raadsvoorstel jaarrekeningen 2022 diverse stichtingen Aanvullende vragen fractie CU Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2024 In de BeeldvormenInspreker de heer Kuipers (Campvelt en Outdoorlasergamen) Dossier 2032 voorblad Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024 01. Verordening_onroerendezaakbelastingen_2024 02. Verordening_reinigingsrechten_2024 03. Verordening_rioolheffing_2024 04. Verordening_afvalstoffenheffing_2024 05. Verordening_precariobelasting_2024 06. Verordening_forensenbelasting_2024 07. Verordening_reclamebelasting_2024 08. Verordening_toeristenbelasting_2024 09. Verordening_watertoeristenbelasting_2024 10. Verordening_marktgelden_2024 11. Verordening_haven- en kadegelden_2024 12. Verordening_8.8 lijkbezorgingsrechten_2024 13. Verordening_leges_2024 Kaart Verordening Haven- en kadegelden 2024 Kaart Verordening reclamebelasting 2024 Kaart Verordening reinigingsrechten 2024 1.1 Antwoord vragen groepsacc toer Vragen CU beeldvorming 231127 Belastingverordeningen 2024 Raadsvoorstel Najaarsrapportage 2023 Dossier 2019 voorblad Raadsvoorstel najaarsrapportage 2023 Raadsbesluit najaarsrapportage 2023 1. Najaarsrapportage 2023 2. Begrotingswijziging 19.

Najaarsrapportage 2023 Vragen beeldvorming 231127 Najaarsrapportage 2023 20231127 Schriftelijke vragen Raad VVD Elburg Beantwoording raadsvraag CU 27-11-2023

5.4

5.5

5.6

6

Raadsvoorstel kaderstelling rechtmatigheidsverantwoording en jaarrekeningcontrole 2023 Dossier 2361 voorblad Raadsvoorstel kaderstelling rechtmatigheidsverantwoording en jaarrekeningcontrole Toetsingskader gemeente Elburg 2023 Controleverordening gemeente Elburg 2023, 20231021 Financiële verordening gemeente Elburg 2019, 20231021 Controleprotocol Gemeente Elburg 2023 Elburg nota Misbruik en Oneigenlijk gebruik Nota RMV gemeente Elburg 2023, 20231021 Schriftelijke vragen rechtmatigheidscontrole LEV Vragen CU beeldvorming 231127 Kaderstelling rechtmatigheidsverantwoording 2023 Raadsvoorstel Delen informatie onder geheimhouding Dossier 2379 voorblad Raadsvoorstel Verordening geheimhouding Verordening delen van informatie onder geheimhouding Toelichting Verordening delen informatie geheimhouding Raadsbrief voortgangsrapportage 12 speerpunten najaar 2023 Inspreker: de heer Bert Westland, voorzitter van de watersportvereniging Admiraal van Kinsbergen Raadsbrief 12 speerpunten 2023-11-07 Definitief Voortgangsrapportage 12 speerpunten najaar 2023 Sluiting

De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het Presidium;

b e s l u i t : de jaarrekeningen voor het kalenderjaar 2022 van: • Stichting Boedel Maria Harmens Courage • Stichting Het Weduwehofje • Stichting Het Schipluidenfonds • Stichting Vicarieën Elburg • Stichting Het Goor goed te keuren Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 18 december 2023

de voorzitter,

de griffier,

ir. J.N. Rozendaal

mr. D.H.A.A. Kassing

Raadsvoorstel

Onderwerp

Raadsvoorstel jaarrekening 2022 diverse stichtingen

Behandelaar:

Griffier

Datum Portefeuillehouder

13 november 2023 Burgemeester Rozendaal en wethouder Sneevliet

Emailadres

Diane.Kassing@elburg.nl

Onderwerp Goedkeuren jaarrekeningen vijf stichtingen Te nemen besluit: De jaarrekeningen voor het kalenderjaar 2022 van de stichting Boedel Maria Harmens Courage, de stichting Het Weduwehofje, de stichting Het Schipluidenfonds, de stichting Vicarieën Elburg en de stichting Het Goor goed te keuren. Inleiding De gemeente Elburg kent vijf stichtingen waarvan de jaarrekening op basis van de (oprichtings)statuten door de gemeenteraad jaarlijks financieel dient te worden nagekeken, waarna de gemeenteraad beslist of de jaarstukken kunnen worden goedgekeurd. Op 13 september 2023 hebben (met name nieuwe raads- en burgerraads)leden van de raad kunnen kennismaken met een deel van deze stichtingen in een themasessie. Argumenten De jaarrekeningen zijn ambtelijk (team Financiën) gecontroleerd. Onderstaand wordt per stichting een beeld geschetst van de financiële positie. a.) Stichting “Boedel Maria Harmens Courage” De opbrengsten van de stichting komen voornamelijk uit onroerend goed. In 2022 heeft de stichting een positief exploitatieresultaat van € 161.819 behaald. Het resultaat is vervolgens op grond van de statuten van de stichting op de volgende manier verdeeld: er is 75% (€ 121.364) toegevoegd aan de reserve bestemd voor uitkeringen aan hulpbehoevenden er is 25% (€ 40.455) toegevoegd aan het eigen vermogen van de stichting. Het eigen vermogen is o.a.

door waardevermeerdering van het onroerend goed gegroeid naar € 7.000.000. De woningen staan voor 60% van de WOZ-waarde op de balans. Er zijn bij de “Algemene Bedeling” 146 eenmalige uitkeringen verstrekt voor een totaalbedrag van € 48.425. Gedurende de rest van het jaar zijn er nog 18 verzoeken tot hulp gehonoreerd voor een bedrag van € 7.500. Het saldo van de reserve bedoeld voor uitkeringen bedraagt per 31-12-2022 € 384.843. Op 19 januari 2023 bestond de stichting 250 jaar! Het positieve resultaat is tot stand gekomen door:

2

-

Opbrengst woningen en gronden Opbrengst beleggingen / deelnemingen Opbrengst diversen Onderhoud en verzekeringen Belastingen Bestuurskosten Energielasten Rente en diversen

€197.500 € 14.500 € 5.000 € 17.000-/€ 7.500-/€ 15.500-/€ 9.000-/€ 6.000-/-

b.) Stichting “het Weduwenhofje” Het resultaat is op € 15.161 positief uitgekomen. Het eigen vermogen van de stichting bedraagt zo’n € 400.000 en bestaat voornamelijk uit onroerend goed. De WOZ-waarde van de panden is afgelopen jaren behoorlijk omhoog gegaan, de boekwaarde van de panden is de laatste jaren echter niet verhoogd. Er is in 2022 ruim € 30.000 afgelost op de lening bij het Restauratiefonds. De opbrengsten van de stichting komen uit de verhuur van panden in de vesting. Inmiddels bijna € 50.000 in de reserve voor verduurzaming panden. c.) Stichting “het Schipluidenfonds” In 2022 is het positieve resultaat uitgekomen op € 49.924 en dit bedrag komt geheel ten goede aan het Instituut van Kinsbergen. Het eigen vermogen van de stichting is zo’n 3 miljoen euro. Het resultaat is tot stand gekomen door: -

Opbrengst pacht Opbrengst huur Kosten (reservering) onderhoud Belastingen/verzekeringen Beheerskosten Bestuurskosten

€ 53.000 € 4.000 € 4.500-/€ 2.500-/€ 1.500-/€ 1.500-/-

d.) Stichting “Vicarieën Elburg” De uitgaven én inkomsten van de stichting zijn gering, in 2022 kwam de stichting uit op een nadelig resultaat van ruim € 16.000. Het eigen vermogen bestaat voornamelijk uit grond. -

Opbrengst pacht Verleende studiebeurzen overige bijdragen Contributies en heffingen Overige kosten Advertentiekosten

€ 15.000 € 23.500-/€ 500-/€ 4.700-/€ 1.700-/€ 1.000-/-

e.) Stichting “het Goor” De inkomsten vielen in 2022 wat lager uit en de uitgaven stegen door de hoge inflatie. Hierdoor behaalde de stichting in 2022 een negatief resultaat van € 11.188. Dit resultaat is ná uitkering aan eigenaren en inclusief een nabetaling van € 6.000 aan uitkering eigenaren over 2021. Gemeente Elburg is ook één van die eigenaren en heeft onlangs € 11.715 ontvangen. -

Opbrengst Goorweide Beheersvergoeding Betalingsrechten Rendement effecten Opbrengst jachtrechten Overige opbrengsten Uitkering eigenaren Beheerskosten land Waterschapslasten Administratie en beheer Verzekeringen

€ 51.300 € 58.700 € 28.500 € 12.000-/€ 1.100 € 300 € 67.500-/€ 53.200-/€ 5.500-/€ 12.000-/€ 1.000-/-

3

Voorgesteld wordt om de jaarrekeningen goed te keuren. Kanttekeningen Het Presidium had besloten dat een voorstel tot goedkeuring van de jaarrekening in de reguliere besluitvormingsprocedure van de raad wordt behandeld. Daarnaast is er een gesprek met de stichtingen, zoals gehouden op 13 september jl. in een themasessie waarbij de raadsleden hebben kunnen kennismaken met de stichtingen. Financiën De financiële positie van de stichtingen is in orde.

Elburg, 13 november 2023 Het presidium, De burgemeester,

de griffier,

Ir. J.N. Rozendaal

mr. D.H.A.A. Kassing

Ruimte voor logo

Vraag/vragen ter voorbereiding van vergadering (geen schriftelijke vraag ex 3.4.6 Organisatieverordening):

Verzoek beantwoording vóór of op vergadering van ___________________________. Indiener: Gert Jan Hoeve

Fractie CU

Datum:

27 november 2023

Onderwerp: Raadsvoorstel goedkeuring jaarrekeningen stichtingen

3 aanvullende technische vragen over de jaarrekeningen van de stichtingen 1. T.a.v. het Goor: Er is 11.000 tekort en ondanks de toelichting blijft bij mij hangen dat het een tekort is (ik zie dat de opbrengsten lager zijn dan de opbrengsten). Tegelijk zie ik op de pagina's 7 en 8 een aantal verminderingen van opbrengsten en boekwaardes in 2022 tov 2021, bijv.: ANLB vergoeding, verkoop grasen, fosfaatrechten. Graag daarom toch een toelichting waarom een verhoging van de uitkering van 25% naar 78.000 geoorloofd is. 2. Bij beantwoording van vragen over de jaarrekeningen 2021 is aangegeven dat het vanuit praktische oogpunt te overwegen is om over het boekjaar 2022 'de waardering van beide stichtingen (Courage en Weduwenhofje) te stellen op 60% van de WOZ waarde. We zullen daarover dan in 2022 een besluit nemen.' Is dit besluit genomen en wat is hieruit gekomen? 3. Ook bij beantwoording van vragen vorig jaar is aangegeven dat het duurzaamheidsonderdeel als reserve zou worden gepresenteerd en niet als voorziening. Op p.8 wordt verduurzaming echter toch weer als voorziening gepresenteerd (verderop wel als bestemmingsreserve). Hoe zit dit?

Beeldvorming Dossiernummer

2032

Extern Zaak ID

0230294452

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

27 november 2023

Agendapunt

5.2

Titel

Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2024

Organisatieonderdeel

Domein Bedrijfsvoering

Eigenaar

Brinkman, Danielle

Bijlagen Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024 01. Verordening_onroerendezaakbelastingen_2024 02. Verordening_reinigingsrechten_2024 03. Verordening_rioolheffing_2024 04. Verordening_afvalstoffenheffing_2024 05. Verordening_precariobelasting_2024 06. Verordening_forensenbelasting_2024 07. Verordening_reclamebelasting_2024 08. Verordening_toeristenbelasting_2024 09. Verordening_watertoeristenbelasting_2024 10. Verordening_marktgelden_2024 11. Verordening_haven- en kadegelden_2024 12. Verordening_8.8 lijkbezorgingsrechten_2024 13. Verordening_leges_2024 Kaart Verordening Haven- en kadegelden 2024 Kaart Verordening reclamebelasting 2024 Kaart Verordening reinigingsrechten 2024 1.1 Antwoord vragen groepsacc toer Vragen CU beeldvorming 231127 Belastingverordeningen 2024 Geagendeerd

Vergaderdatum

Beeldvorming

27 november 2023

Toelichting Lyda Sneevliet Zaaknummer 294452 Voorgesteld besluit

Besluit Het raadsvoorstel kan worden geagendeerd voor de Oordeelsvormende vergadering.

Raadsvoorstel

Onderwerp

Belastingverordeningen 2024

Behandelaar:

D. Brinkman

Datum

7 november 2023

Emailadres

Danielle.brinkman@elburg.nl

Portefeuillehouder

A.C. SneevlietRadstaak

Zaaknummer:

294452

Bijlagen

13 belastingverordeningen, 3 kaarten.

Onderwerp Belastingverordeningen 2024 Te nemen besluit: De belastingverordeningen voor 2024 vast te stellen conform de concepten. Inleiding Ter uitvoering van de besluitvorming over de heffingen bij de meerjarenprogrammabegroting (MPB 20242027) moeten nieuwe belastingverordeningen voor 2024 worden vastgesteld. Waar nodig zijn de verordeningen tekstueel aangepast en geactualiseerd met betrekking tot wet- en regelgeving. Om de aanbieding van de verordeningen op de Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties (GVOP) te vereenvoudigen zijn de verordeningen opgesteld in het voorgeschreven format. Onderstaand wordt per belasting op de aard van de wijzigingen ingegaan, met dien verstande dat de tariefsverhogingen en de dekkingspercentages uit paragraaf 7 (lokale heffingen) van de meerjarenbegroting zijn overgenomen. Beoogd effect Formaliseren van de belastingverordeningen overeenkomstig de vastgestelde MPB 2024-2027 Argumenten • Onroerendezaakbelastingen (OZB) De heffingsgrondslag van de OZB is de waarde in het economische verkeer van betreffende onroerende zaak. Jaarlijks wordt deze waarde bepaald en vastgesteld. De OZB-opbrengst voor 2024 dient te stijgen met 3% ten opzichte van 2023. Dit wordt gerealiseerd door de percentages te herrekenen. De volgende percentages dienen te worden vastgesteld: a. b.

de gebruikersbelasting voor bedrijfsonderdelen binnen onroerende zaken: de eigenarenbelasting: 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen: 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen:

0,170% 0,095% 0,200%

• Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht De kosten van verwerking van de restfractie blijven stijgen. De belastingheffing van het rijk op het verbranden van afval neemt ook nog steeds toe. De verwachting is dat de verwerkingskosten voor restafval zullen blijven stijgen. De tarieven zullen hierdoor de komende jaren onder druk blijven staan. Vooralsnog wordt voor de jaren 2024-2027 een prijsstijging van 7,3% gehanteerd. Op dit moment betaalt een meerpersoonshuishouden € 269,25 per jaar. Met het huidige voorstel betaalt een meerpersoonshuishouden volgend jaar € 288,90. Het éénpersoonstarief kent dan een verhoging van € 179,15 naar € 192,25 Het kostendekkingspercentage komt uit op 85%. Dit was afgelopen jaar 88%

2

Een meerpersoonshuishouden betaalde in 2023 gemiddeld € 329,00. De COELO-atlas vermeldt geen gemiddeld tarief voor een éénpersoonshuishouden. Conform het raadsbesluit van 16 december 2019 is de technische voorbereiding voor de invoering van het diftar systeem uitgevoerd. Voor het jaar 2024 wordt echter voorgesteld om de bestaande tariefstructuur (vast tarief voor éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens) te handhaven omdat het noodzakelijke grondstoffenstation nog niet operationeel is. • Rioolheffingen De tarieven voor de rioolheffingen zijn verhoogd met 5%. De heffingen mogen op grond van wetgeving maximaal 100% kostendekkend zijn. Voor 2024 is de kostendekkendheid van de rioolheffingen geraamd op 97%. Hierbij wordt naar verwachting wel € 78.000 euro uit de voorziening rioolheffing onttrokken. •

Begraafrechten

De tarieven zijn jaren lang gelijk gebleven. Dit jaar wordt voorgesteld om het tarief met 8,8% te verhogen. Om tot 85% kostendekking te komen wordt in 2024 op begrotingsbasis een bedrag € 27.000 onttrokken aan de reserve begraafrechten. • Haven- en kadegelden De tarieven voor de haven- en kadegelden zijn aangepast met de toegestane prijscompensatie van 4,25%. De kostendekkendheid van de haven- en kadegelden wordt voor 2024 geraamd op 66%. • Marktgelden De tarieven voor de marktgelden zijn verhoogd met 4,25%. De kostendekkendheid van marktgelden wordt voor 2024 geraamd op 79%. • Precariobelasting (terrassen) De tarieven voor de precariobelasting zijn met 4,25% verhoogd. • Reclamebelasting Op verzoek van de “Winkel Vesting Elburg” worden de tarieven voor de reclamebelasting niet verhoogd met 4,25%, maar met 24,25%. De bruto-opbrengst van de heffing wordt, onder aftrek van perceptiekosten, gestort in het ondernemersfonds van de Winkeliers Vereniging Elburg. • Forensenbelasting Voorgesteld wordt om de tarieven te verhogen met 4,25% prijscompensatie. De bestaande verordening kent een heffing per waardeklasse. In 2023 is er een extra waardeklasse bij gekomen. In de praktijk blijkt dit met alle verschillende chalets op een park niet goed werkbaar en geeft het meer verschil in heffing op een zelfde park.

Daarom wordt het aantal waardeklasses weer terug gebracht en wordt voor alle chalets tot een waarde van € 110.000 hetzelfde bedrag van € 350,- geheven. De opbrengst zal hiermee vrijwel gelijk blijven. • Toeristenbelasting en Watertoeristenbelasting Voorgesteld wordt om de tarieven van de toeristenbelasting te verhogen conform de programmabegroting. Met de ondernemers is afgesproken om verhogingen per € 0,05 toe te passen om het jaar. Het tarief wordt verhoogd met € 0,05 naar een bedrag van € 1,60. • Leges De tarieven in de legesverordening zijn verhoogd met 4,25%. De gezamenlijk geraamde opbrengst van de leges mag de gezamenlijke kosten van de dienstverlening niet overschrijden. De kostendekkendheid van de legesverordening is geraamd op 81%. De legesverordening is voorts tekstueel en juridisch geactualiseerd aan de hand van de modelverordening van de VNG. 2024 is het jaar waarin onder de omgevingswet wordt gewerkt en wordt gezien als een overgangsjaar.

3

Bij dit raadsvoorstel behoren 13 raadsbesluiten, gebiedsaanwijzingen (kaarten) en tarieventabellen.

zijnde

de

nieuwe

belastingverordeningen

Kanttekeningen n.v.t. Financiën Overeenkomstig de meerjarenprogrammabegroting 2024-2027 worden de tarieven verhoogd. Communicatie/burgerparticipatie Publicatie na vaststelling in de raadsvergadering van 18 december 2023. Vervolg n.v.t. Bijlage(n) 13 belastingverordeningen, 3 kaarten.

Elburg, 7 november 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,

de secretaris,

ir. J.N. Rozendaal

A.H. van der Maat - Bosma

met

Verordening onroerendezaakbelastingen 2024 De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit:

Vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2024’.

Artikel 1. Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;

b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.

2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de

gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruik gever); de gebruik gever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;

b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik

door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter

beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

3. Voor de eigenarenbelasting wordt als genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht

aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is

vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2. Belastingobject 1. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

2. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden

toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 3. Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.

2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met

overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4. Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking

gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:

a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;

c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van

openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928

aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of

diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van

betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.

j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;

k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen -

welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

m. begraafplaatsen en urnentuinen, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

2. De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de

eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de

gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5. Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

a. de gebruikersbelasting 0,170%; b. de eigenarenbelasting: - voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,095%; - voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,200%.

Artikel 6. Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in

twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, zolang de

verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen

worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, of de termijnen die de invorderingsambtenaar vaststelt.

4. Voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8. Kwijtschelding Bij de invordering van onroerende-zaakbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van deze belasting.

Artikel 10. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. De ‘Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023’ van 19

december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van

de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2024.'

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2023.

De voorzitter, ir J.N. Rozendaal

De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing

Verordening reinigingsrechten 2024 De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit:

Vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2024’

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘bedrijfsafval’: afvalstoffen, niet zijnde

huishoudelijke afvalstoffen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het

gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 3. Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4. Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Elburg zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart.

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar het aantal geregistreerde inworpen in de ondergrondse inzamelcontainers.

2. Op basis van het aantal inworpen van het voorgaande jaar wordt een voorlopige aanslag opgelegd voor

het belastingjaar waarvoor deze verordening geldt. Indien het aantal inworpen van het voorgaande jaar niet bekend is wordt deze gesteld op 10 per maand.

3. Op basis van de werkelijke inworpen van 1 januari tot en met 31 december volgt een navordering of

vermindering. Met dien verstande dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven c.q. verminderd.

4. Het tarief per inworp is € 1,30 exclusief en € 1,55 inclusief omzetbelasting.

Artikel 6. Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per inworp worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7. Wijze van heffing De rechten bedoeld in artikel 5 worden geheven bij wege van aanslag, met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang (voor de jaarlijks verschuldigde rechten)

1. De rechten bedoeld in artikel 5 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt op basis van werkelijk geregistreerde inworpen een aanvullende aanslag opgelegd of vermindering geformaliseerd.

Artikel 9. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in

twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, zolang de

verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen

worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, of de termijnen die de invorderingsambtenaar vaststelt.

4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10. Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de in artikel 1 genoemde belastingen.

Artikel 12. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. De ‘Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2023’ van 19 december 2022,

wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening reinigingsrechten 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2023.

De voorzitter, ir. J.N. Rozendaal

De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing

Verordening rioolheffing 2024 De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit:

Vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024’.

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;

b. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; e. niet-woning: onroerende zaak die niet tot woning dient of dienstbaar is aan woondoeleinden; f. woning: onroerende zaak die in hoofdzaak wordt gebruikt voor woondoeleinden.

Artikel 2. Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd;

2. Als gebruiker wordt aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeelt het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 4. Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als

afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.

Artikel 5. Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel dat uitsluitend in gebruik is als een woning.

2. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel waarvan enkel hemelwater afvloeit. 3. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater per perceel dat vanuit het perceel wordt afgevoerd van een niet-woning.

4. Het aantal kubieke meters afvalwater bedoeld onder lid 3 wordt gesteld op het aantal kubieke meters dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is

toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden,

wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.

5. Het aantal kubieke meters water wordt verkregen door de verbruiksgegevens op te vragen bij de

watermaatschappij die deze gegevens registreert en/of door middel van een door de belastingplichtige in te vullen aangifte.

6. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

Artikel 6. Vervallen

Artikel 7. Belastingtarieven 1. Het tarief voor een perceel dat direct of indirect aangesloten op de gemeentelijke riolering en uitsluitend in gebruik als woning bedraagt: € 226,15

2. Het tarief voor een perceel waarvan enkel hemelwater afvloeit en welke gecategoriseerd is als een volkstuin, trafo, garagebox/berging in het kader van de Wet WOZ) bedraagt: € 21,40.

3. Het tarief voor een perceel waarvan enkel hemelwater afvloeit, anders dan de objecten die in lid 2 genoemd worden, bedraagt: € 53,55.

4. Het tarief voor een perceel direct of indirect aangesloten op de gemeentelijke riolering en in gebruik als een niet-woning bedraagt voor elke volle eenheid van 200 kubieke meters water, bij een hoeveelheid water:

a. van 0 m³ tot en met 200 m³: € 226,15; b. van 201 m³ tot en met 50.000 m³: € 173,45; c. van 50.001 m³ tot en met 150.000 m³: € 160,65; d. van 150.001 m³ tot en met 250.000 m³: € 129,55; e. van 250.001 m³ of meer: € 106,50. 5. Voor de toepassing van het vierde lid wordt een gedeelte van een eenheid voor een volle eenheid gerekend.

Artikel 8. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 9. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de

belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde deel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde deel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

Artikel 11. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in

twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, zolang de

verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen

worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, of de termijnen die de invorderingsambtenaar vaststelt.

4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12. Kwijtschelding Bij de invordering van rioolheffing voor woningen kan kwijtschelding worden verleend.

Artikel 13. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van deze belasting.

Artikel 14. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. De ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023’ van 19 december 2022, wordt

ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien

verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2023.

De voorzitter, ir. J.N. Rozendaal

De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing

Verordening afvalstoffenheffing 2024

De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

besluit: vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024’

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar

afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3. Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten

aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.1 De belasting bedraagt per perceel, ongeacht de wijze van aanbieding, per belastingjaar: 1.1.1 indien het perceel wordt gebruikt door één persoon: € 192,25 1.1.2 indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen: € 288,90 1.1.3 Per inworp € 1,55

1.2 De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het

belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van: a.

een éxtra grijze container, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per container met:

b.

een extra groente-fruit- en tuinafval-container (hierna gft-container) is gratis, een tweede extra

€ 96,55.

gft-container: € 96,55.

Artikel 5. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 8. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in

twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, zolang de

verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen

worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, of de termijnen die de invorderingsambtenaar vaststelt.

4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9. Kwijtschelding 1. 2.

Bij de invordering van afvalstoffenheffing voor woningen kan kwijtschelding worden verleend. Voor een extra container wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de in artikel 1 genoemde belastingen.

Artikel 11. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. De ‘Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2023’ van 19 december 2022,

wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening afvalstoffenheffing 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2023.

De voorzitter, ir. J.N. Rozendaal

De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing

Verordening precariobelasting 2024 De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit;

Vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2024’.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. seizoen: de periode van 1 april tot 1 november; b. winterseizoen: de periode van 1 november tot 1 april; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.

Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van

voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening.

Artikel 3. Belastingplicht 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde

gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De precariobelasting wordt geheven naar het aantal ingenomen vierkante meters grond ten behoeve van een terras of aankleding hiervan: a. per seizoen € 56,45; b. per Winterseizoen € 11,05. 2. voor de berekening van het te betalen bedrag wordt een gedeelte van een eenheid of periode als een volle eenheid of periode gerekend.

Artikel 5. Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 6. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in

twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, zolang de

verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen

worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, of de termijnen die de invorderingsambtenaar vaststelt.

4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 7. Ontheffing Indien voor de berekening van de belasting uitgegaan is van een winterseizoen of seizoen en aannemelijk wordt gemaakt dat het belastbare feit zich slechts gedurende een gedeelte van deze periode heeft

voorgedaan kan op schriftelijk verzoek ontheffing worden verleend. Voor het zoveelste gedeelte van het voor dat seizoen verschuldigde deel als er in dat seizoen, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 8. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van deze belasting.

Artikel 10. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. De ‘Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2023’ van 19 december 2022,

wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening precariobelasting 2024.’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2023.

De voorzitter, ir J.N. Rozendaal

De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing

Verordening forensenbelasting 2024

De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit;

Vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2024’.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.

Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen,

die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

Artikel 3. Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap

bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van de woning. 2. De waarde in het economische verkeer is die bij het begin van het belastingjaar. 3. De belasting bedraagt bij een heffingsmaatstaf van: a. minder dan € 110.000: € 350,00; b. € 110.000 of meer, doch minder dan € 150.000: € 680,00;

c. € 150.000 of meer, doch minder dan € 200.000: € 1.100,00; d. € 200.000 of meer, doch minder dan € 500.000 € 1.450,00; e. € 500.000 of meer € 1.650,00

Artikel 5. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffing 1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.

Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in

twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, zolang de

verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, of de termijnen die de invorderingsambtenaar vaststelt. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8. Kwijtschelding Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van deze belasting.

Artikel 10. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

1. De ‘Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting 2023’ van 19 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening forensenbelasting 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2023.

De voorzitter, ir. J.N. Rozendaal

De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing

Verordening reclamebelasting 2024 De raad van de gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; besluit:

Vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2024’.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder; - Reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

- Onroerende zaak: elk afzonderlijk WOZ-object, afgebakend op grond van artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken; - Jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze

verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3. Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, ten behoeve waarvan één of meer reclameobjecten worden aangetroffen.

Artikel 4. Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor: a. een openbare aankondiging door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak;

b. een openbare aankondiging die uitsluitend dient ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen;

c. een openbare aankondiging aangebracht door een politieke partij en die een ideëel belang dient;

d. een openbare aankondiging die onderdeel uitmaakt van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen of producten in een etalage of in een winkel;

e. een openbare aankondiging bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig is in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of verhuren onroerende zaak;

f. een openbare aankondiging aangebracht op scholen, zorginstellingen, musea en kerken die betrekking hebben op de functie van de onroerende zaak.

Artikel 5. Maatstaf van heffing 1.

De reclamebelasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf van de onroerende-zaakbelasting

2.

Indien geen heffingsmaatstaf van de onroerende-zaakbelasting aanwezig is, wordt deze geschat

3.

betreffende het gebruik zoals die voor het belastingjaar is vastgesteld. naar de waarde in het economisch verkeer.

De belasting wordt geheven per onroerende zaak.

Artikel 6. Belastingtarief 1. De belasting bedraagt bij een heffingsmaatstaf van: a. minder dan € 120.000 € 370,50; b. € 120.000 of meer, doch minder dan € 150.000 € 551,35; c. € 150.000 of meer, doch minder dan € 180.000: € 742,25; d. € 180.000 of meer, doch minder dan € 215.000: € 879,45; d. € 215.000 of meer, doch minder dan € 400.000: € 1.072,85; f. € 400.000 of meer: € 1.322,35. 2. Indien de onroerende zaak is gecategoriseerd als een woning op grond van artikel 220a, lid 2 van de Gemeentewet, dan bedraagt de belasting: € 370,50.

3. Indien de onroerende zaak in gebruik is bij een culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichaam met ideële doelstellingen en het reclameobject heeft enkel betrekking op activiteiten die

uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen, dan bedraagt de belasting: € 370,50.

Artikel 7. Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8. Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=05eb8812-0f15-4eaf-a9f0-f1e4494538c1