Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Oordeelsvorming van 21 juni 2023 1 2 3
3.1
3.2
Opening Vaststellen agenda BESPREEKSTUKKEN - agenda volgorde vanaf Beeldvormende vergadering van 12/6 aanhouden. Resterende onderwerpen worden 26/6 Oordeelsvormend behandeld Bespreekstukken zijn bedoeld om met de wethouder en de overige fracties in gesprek te gaan en het onderwerp voor te bereiden voor de raadsvergadering. Resultaat van de bespreking is dat duidelijk is of het onderwerp als hamerstuk naar de raad kan, of sommige partijen nog een stemverklaring willen geven, dan wel dat sommige partijen het onderwerp in de raad willen bespreken aan de hand van een motie of een amendement. De procedure voor de vergadering is: Raadsleden geven in maximaal 3 minuten hun voorlopig standpunt aan en over welke onderdelen van het voorstel ze nog van gedachten willen wisselen. Voorzitter inventariseert de gespreksonderwerpen en stelt ze een voor een aan de orde. Fracties en college geven aan wat ze van de ter berde gebrachte suggesties/aspecten vinden. Voorzitter concludeert of er ruimte is voor een motie of een amendement en daarmee voor een debat in de raad.
Raadsvoorstel Bestemmingsplan Doornspijk, Rode Landsweg 28 Dossier 2089 voorblad Raadsvoorstel bp Rode Landsweg 28 Raadsbesluit Rode Landsweg 28 Zienswijzennota Rode Landsweg 28 Verbeelding_versie 27-02-2023 Regels Landsweg 28 Toelichting Landsweg 28 Bijlage 1 Toelichting_Feitelijke situatie Bijlage 1 Regels_Sanering bebouwing Bijlage 2 Regels_Lbbplan Bijlage 2 Toelichting_Beoogde situatie Bijlage 3 Toelichting_verslag participatie Bijlage 4 Toelichting_Lbbplan Bijlage 5 Toelichting_Bodemonderzoek Bijlage 6 Toelichting wegverkeerslawaai Bijlage 7 Toelichting_Watertoets Bijlage 8 Toelichting_Ecologische quickscan Schriftelijke beantwoording raadsvragen Rode Landsweg 28.docx Raadsvoorstel Bestemmingsplan Haerderweg 12 Dossier 1932 voorblad Raadsvoorstel Haerderweg 12 Raadsbesluit Haerderweg 12 Zienswijzenota Haerderweg 12 Bestemmingsplan Haerderweg 12 - Regels + Toelichting Bestemmingsplan Haerderweg 12 - Verbeelding Bijlagen_Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlagen_Bijlage 2 Landschappelijke inrichting Bijlagen_Bijlage 3 Parkeernota Bijlagen_Bijlage 1 Advies Ervenconsulent Bijlagen_Bijlage 2 Landschappelijke inpassing Bijlagen_Bijlage 3 Bodem- en asbestonderzoek Bijlagen_Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlagen_Bijlage 5 Watertoets Bijlagen_Bijlage 6 Samenvatting watertoets Bijlagen_Bijlage 7 Natuurtoets Bijlagen_Bijlage 8 Rapport Stikstofdepositie Bijlagen_Bijlage 9
Archeologisch onderzoek Bijlagen_Bijlage 10 Proefsleuvenonderzoek antwoord technische vraag Haerderweg 12.pdf
3.3
3.4
3.5
3.6
3.7
Raadsvoorstel Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) Dossier 2141 voorblad Raadsvoorstel Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe Raadsbesluit Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe Bijlage 1 (concept) Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) Bijlage 2 (concept) Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) Bijlage 3 Bedrijfsplan 'Voor een Omgevingsdienst Veluwe' dd 8 juni 2022 Bijlage 4 Addendum bedrijfsplan met begroting ODVeluwe Fusie ODV - presentatie raad-cie-V7.pptx Fractie CDA Vragen bij zienswijze Omgevingsdienst Veluwe.docx Beantwoording raadsvragen GR ODVeluwe nav Beeldvorming 12 juni 2023.docx Raadsvoorstel Wijziging GR GGD NOG Dossier 2173 voorblad 1 Brief aan colleges over wijzing GR GGD NOG.pdf 2 Stappen wijziging GR GGD NOG versie 20230414.pdf 3 Modelbesluit B&W 7e wijz gem reg GGD NOG AB 6 apr 2023.pdf 4 Toelichting Modelbesluit B&W 7e wijz GR GGD NOG AB 6 apr 2023.pdf 5 GR GGD NOG CONCEPT incl 7e wijziging AB 8 apr 2023.pdf 6 Brief zienswijze ontwerp GR GGD NOG Elburg.pdf 7 Bijlage bij brief zienswijze ontwerp GR GGD NOG Elburg.pdf A raadsvoorstel wijziging GR GGD NOG.docx B Raadsbesluit Wijziging GR GGD NOG.docx Overzicht voorbereidingsgroep nav informatiebijeenkomst 15 mei 2023GGD NOG.pdf Raadsvoorstel Jaarstukken 2022 en
programmabegroting 2024 GGD NOG Dossier 2170 voorblad 01 Brief toezending jaarstukken 2022 GGD NOG aan raden.pdf 02 Jaarrekening 2022 GGD Noord- en Oost-Gelderland (w.g.).pdf 03 Jaarstukken 2022 GGD NOG adviesnota AB 6 apr 2023.pdf 04 Accountantsverslag 2022 GGD Noord- en Oost-Gelderland (w.g.).pdf 05 Uitgangspuntenbrief 2024 GGD NOG AB aan raden.pdf 06 Brief aan colleges Uitgangspuntenbrief 2024 GGD NOG.pdf 07 Brief toezending aan raden Concept-Programmabegroting 2024 GGD NOG.pdf 08 Concept - Programmabegroting 2024 GGD Noord- en Oost-Gelderland.pdf 09 Concept-programmabegroting 2024 adviesnota AB 6 apr 2023.pdf 10 Inwonerbijdrage 2024 gecorrigeerd.pdf 11 Brief zienswijze raad programmabegroting GGD NOG.pdf A Raadsvoorstel jaarstukken 2022 en programmabegroting 2024 GGD NOG.docx B Raadsbesluit Jaarstukken 2022 en programmabegroting 2024 GGD NOG.docx vragen fractie LEV.pdf Vragen nav programmabegroting 2024 GGD.docx 04 Voortgang GGD NOG Robuust informatienota AB 23febr23.pdf 04-bijlage Notitie Voortgang GGD NOG Robuust jan23.pdf 230612 beantw raadsvraag PCP.docx Raadsvoorstel Voorjaarsrapportage 2023 - verschoven naar OVV 26/6 Dossier 2018 voorblad Raadsbesluit voorjaarsrapportage 2023 Raadsvoorstel voorjaarsrapportage 2023 1. Voorjaarsrapportage 2023.docx 2. Begrotingswijziging 13.
Voorjaarsrapportage 2023 Technische vragen CU Voorjaarsrapportage 2023 dd 120623.docx Antwoorden Technische vragen CU Voorjaarsrapportage 2023 dd 120623.pdf Raadsvoorstel Kadernota - verschoven naar OVV 26/6 Lyda Sneevliet Zaaknummer 219455 Dossier 1989 voorblad raadsvoorstel kadernota 2023.docx.pdf Raadsbesluit kadernota 2023.docx.pdf
Kadernota 2023.docx.pdf 230608 Sluitende kadernota.docx.pdf Technische vragen CU Beeldvorming 12 juni 2023.docx Technische vragen Kadernota 2023 Beeldvorming fractie CDA.docx Technische vragen Beeldvorming 12 juni 2023 Kadernota CU.docx antwoorden vragen cda.docx Q & A inloopbijeenkomst organisatie (kadernota 2023) (1).docx 3.7.1 Raadsbrief organisatie kadernota 2023 Raadsbrief organisatie kadernota 2023 DEF.docx Plan van aanpak organisatieontwikkeling.docx (1).pdf Bijlage structurele middelen organisatie.docx 3.8 Raadsvoorstel Meerjaren Agenda Regio Zwolle - verschoven naar OVV 26/6 bijlage 1 Raadsvoorstel Meerjarige Agenda Regio Zwolle 2024-2028 bijlage A Meerjarige Agenda Regio Zwolle 2024-2028 bijlage B Aanbiedingsbrief MJA 2024 - 2028 colleges gemeenten bijlage 2 Raadsbesluit Meerjarige Agenda Regio Zwolle 2024-2028.docx 3.9 Raadsvoorstel Gebiedsvisie beschermd stadsgezicht - verschoven naar OVV 26/6 Dossier 1717 voorblad rv structuurvisie - oude versie.pdf rb structuurvisie - oude versie Zienswijzenota Visie op beschermd stadsgezicht (3) - oude versie Eindrapport visie BS mei 2023 Participatieverslag Visie BS mei 2023 Gebundelde zienswijzen Visie op BS (geanonimiseerd) (geanonimiseerd).pdf Brief EBF inspreken beeldvormende vergadering 14 juni 2023.pdf rb structuurvisie.pdf rv structuurvisie april 2023.pdf Zienswijzenota Visie op beschermd stadsgezicht (3).pdf uitleg
wijziging raadsbesluit.pdf Amendement accommodatiebeleid CU AB EB en LEV versie 6 290620 def.pdf Namens de KV - Mondelinge inspraakreactie KV Elburg beschermd stadsgezicht (DEF) (1).docx Ontvangen van de heer Blom Presentatie Belevingstuinderij Elburg Bijdrage de heer Van Norel BeschermdStadsgezicht.Inspraak14juni2023.docx Bijdrage de heer Hensbergen 2023-06-15 at 13.22.46.jpeg vragen fractie LEV nav Beeldvormende vergadering 14 juni 2023.pdf Vragen fractie CU visie beschermd stadsgezicht.docx 4 Sluiting
Oordeelsvorming Dossiernummer
2089
Extern Zaak ID
0230263939
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
21 juni 2023
Agendapunt
3.1
Titel
Raadsvoorstel Bestemmingsplan Doornspijk, Rode Landsweg 28
Organisatieonderdeel
Domein Ruimte
Eigenaar
Immink, Daan
Bijlagen Raadsvoorstel bp Rode Landsweg 28 Raadsbesluit Rode Landsweg 28 Zienswijzennota Rode Landsweg 28 Verbeelding_versie 27-02-2023 Regels Landsweg 28 Toelichting Landsweg 28 Bijlage 1 Toelichting_Feitelijke situatie Bijlage 1 Regels_Sanering bebouwing Bijlage 2 Regels_Lbbplan Bijlage 2 Toelichting_Beoogde situatie Bijlage 3 Toelichting_verslag participatie Bijlage 4 Toelichting_Lbbplan Bijlage 5 Toelichting_Bodemonderzoek Bijlage 6 Toelichting wegverkeerslawaai Bijlage 7 Toelichting_Watertoets Bijlage 8 Toelichting_Ecologische quickscan Schriftelijke beantwoording raadsvragen Rode Landsweg 28.docx Geagendeerd
Vergaderdatum
Oordeelsvorming
21 juni 2023
Toelichting Lyda Sneevliet Zaaknummer 263939 Voorgesteld besluit
Besluit op voordracht wethouder besluit commissie om dit raadsvoorstel van de agenda te verwijderen. Stukke
Toelichting Stukken gaan terug naar Agendacommissie 30/8
Raadsvoorstel
Onderwerp
vaststelling bestemmingsplan “Doornspijk, Rode Landsweg 28”
Behandelaar:
Daan Immink
Datum Portefeuillehouder
30 mei 2023 Lyda Sneevliet
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen
daan.immink@elburg.nl 263939 bestemmingsplan beeldkwaliteitsplan
Te nemen besluit De raad wordt voorgesteld: 1. 2. 3.
het bestemmingsplan “Doornspijk, Rode Landsweg 28” met het kenmerk NL.IMRO.0230.BPRODELANDSWEG28-VST1 ongewijzigd vast te stellen; het beplantings- en beeldkwaliteitsplan “Landgoed Thornspick” vast te stellen; op grond van het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen.
Inleiding Initiatiefnemer is eigenaar van Landgoed Thornspick, gelegen aan de Rode Landsweg 28 in Doornspijk. Landgoed Thornspick is een recreatieterrein met verschillende vormen van verblijfsrecreatie: twee verborgen verblijven – safaritenten met voorzieningen die zich richten op rust, stilte en ontspannen natuurbeleving, drie gebouwen ten behoeve van bed & breakfast, vier recreatiewoningen en twee groepsaccommodaties. De afgelopen jaren is, ook na overleggen met Vitale Vakantieparken, gebleken dat de recreatie op de huidige manier niet rendabel is en een andere recreatieve invulling geen toekomstperspectief heeft. Verzocht is het gebied te transformeren van een recreatieterrein naar wonen, inclusief een aantal bed & breakfastvoorzieningen. Hiermee wordt een nieuwe invulling aan het terrein gegeven dat meer gericht is op wonen en bijdraagt aan de ontwikkeling van het landschap.
Ligging plangebied
2
Bestaande situatie – aanzicht vanaf de Koeweg
Bestaande situatie
Toekomstige situatie Het initiatief is verder uitgewerkt en vastgelegd in een ontwerpbestemmingsplan. Vanaf 28 maart 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze periode
3
zijn geen zienswijzen binnengekomen. Om de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwbouw te kunnen borgen is tevens een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Beoogd effect Na vaststelling van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan kan het recreatieterrein getransformeerd worden naar een gebied dat meer gericht is op wonen en bijdraagt aan de ontwikkeling van het landschap. Argumenten 1.1 het plan voldoet aan beleid vitale vakantieparken Uit het beleidsplan vitale vakantieparken blijkt dat te kleine vakantieparken één van de belangrijkste opgaven zijn in de regio. In het beleidsplan is opgenomen dat wanneer blijkt dat een recreatiepark niet meer als zodoende kan functioneren, er gekeken moet worden naar mogelijkheden om de functie van het terrein te veranderen. Dat betreft maatwerk, omdat ieder recreatiepark anders is en een aparte benadering vereist. Het huidige recreatiegebruik op Thornspick is niet meer rendabel. Dit speelt al enkele jaren. Voornamelijk de safaritenten als verborgen verblijf zijn in het verleden succesvol geweest, maar er zou schaalvergroting moeten plaatsvinden om tegenwoordig weer rendabel te kunnen worden. Daarmee zou het karakter van de bestaande recreatieve voorziening verloren gaan. Een overname, en andere recreatieve functie, is niet kansrijk is vanwege de ontbrekende mogelijkheden voor intensivering of uitbreiding.
Initiatiefnemer zet daarom in op transformatie. Dit heeft geresulteerd in een plan waar het recreatieterrein voornamelijk landschappelijk en natuurlijk wordt ingericht met extra mogelijkheden voor wonen en ondergeschikte recreatie (3 b&b’s). 1.2 het plan voldoet aan de Omgevingsvisie Elburg 2018 In de Omgevingsvisie is opgenomen dat energie, klimaat, waterrobuustheid en duurzaamheid een onlosmakelijk onderdeel moeten vormen van het afwegingskader bij nieuwe initiatieven. Bij dit initiatief wordt op meerdere manieren rekening gehouden met deze zaken. Voorbeelden hiervan zijn de uitbreiding van het bosachtige karakter, het gebruikmaken van waterdoorlatende verharding, de vergroting van de poel/natuurlijke vijver, dakbegroening en het voornemen om duurzaam en energieneutraal te bouwen. 1.3 landschappelijk is het plan goed ingepast Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap en heeft een dubbelbestemming ‘Waardevol landschap’, waarmee het bestemd is voor het in stand houden en ontwikkelen van de kernkwaliteiten van het landschap. Het plan legt een grote nadruk op de ontwikkeling van het landschap. Daarbij wordt rekening gehouden met het Landschapsontwikkelingsplan en de Zoekzones landschappelijke versterking en groene wiggen. Vanaf 2011 is in het plangebied al een meer gesloten bos is ontstaan.
Het plan voorziet in meer openheid tussen de bebossing, maar ook het aanplanten van nieuw bos, solitaire bomen en hoogstam boomgaarden op de weilanden die op dit moment nog leeg zijn. Daarmee draagt het plan verder bij aan het versterken van het karakter van het kleinschalige kampenlandschap en het verder uitbreiden van de bosranden (kernkwaliteiten van het landschap). 1.4 de extra woningen zijn goed onderbouwd en in lijn met de woonvisie In de Woonvisie is opgenomen dat inbreidingslocaties de voorkeur hebben boven uitbreidingslocaties, met als belangrijke randvoorwaarde dat goed wordt omgegaan met de hoeveelheid groen en water in het plangebied, met het oog op klimaatadaptatie. In dit plan wordt uitgebreid rekening gehouden met klimaatadaptatie. Daarnaast is, met het wijzigen van de groepsaccommodatie en de nieuw te bouwen twee-onder-een-kap woning, sprake van een inbreidingslocatie. Door een twee-onder-een-kap woning te realiseren, wordt specifiek de doelgroep van starters en kleine huishoudens bereikt. Dat is in lijn met de Woonvisie waarin is opgenomen dat starters/jongeren een van de specifieke doelgroepen is waarvoor gebouwd moet worden. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de noodzaak voor de 2 extra woningen uitgebreid onderbouwd.
1.5 Er zijn geen zienswijzen binnengekomen Tijdens de ter inzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan, het beeldkwaliteitsplan en het ontwerpraadsbesluit.
4
2.1 Er is een beplanting- en beeldkwaliteitsplan opgesteld waarmee de ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd Dit beplanting- en beeldkwaliteitsplan zal tegelijkertijd met het bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Het beplanting- en beeldkwaliteitsplan is opgesteld om de gewenste kwaliteit van de landschappelijke inpassing en de nieuwbouw van de 2-onder-1-kapper te waarborgen. 3.1 De economische uitvoerbaarheid is anderszins geregeld Met de initiatiefnemer is een overeenkomst afgesloten. Hierin zijn de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, afgedekt. Aangezien de financiële uitvoerbaarheid anderszins is geregeld hoeft er geen exploitatieplan te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Kanttekeningen n.v.t. Financiën Zoals in paragraaf 3.1. bij de argumenten is vermeld, is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten. Hierin zijn de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, afgedekt. Communicatie/participatie De initiatiefnemer heeft de plannen besproken met omwonenden. Naar aanleiding hiervan is het plan aangepast. De twee-onder-een-kap woning is naar de achterzijde van de huidige agrarische bestemming verplaatst, de toegangsweg is anders gesitueerd en er is een gedeelte van een aan te planten houtsingel uit het plan verwijderd.
Directe buren hebben vervolgens aangegeven dat dit een verbetering is, maar zien liever helemaal geen nieuwbouw. De initiatiefnemer heeft vervolgens de omwonenden ingelicht dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Vervolg Na besluitvorming door de raad wordt het definitieve bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd voor beroep. Gedurende deze termijn kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook kan gedurende de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling worden ingediend. Als er in deze termijn geen beroep is ingesteld of voorlopige voorziening is aangevraagd is het bestemmingsplan onherroepelijk. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan wel in werking, maar is het niet onherroepelijk. In deze situatie kan de omgevingsvergunning wel worden aangevraagd met het risico dat als bij de behandeling van het beroep bij de Raad van State het bestemmingsplan alsnog vernietigd wordt, de omgevingsvergunning daarmee ook ongeldig wordt. Als er in de beroepstermijn een voorlopige voorziening wordt aangevraagd, schort ook de inwerkingtreding op en kan er geen omgevingsvergunning worden aangevraagd. De vaststelling wordt gepubliceerd in de Huis-aan-Huis en het Gemeenteblad en is in te zien op het gemeentehuis.
Het bestemmingsplan is ook digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl Bijlage(n) Raadsbesluit bestemmingsplan beeldkwaliteitsplan Elburg, 30 mei 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
A. van der Maat
- RAADSBESLUIT -
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 mei 2023, met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Doornspijk, Rode Landsweg 28”. Overwegende, dat er een verzoek is binnengekomen van de rechthebbende op het perceel plaatselijk bekend Rode Landsweg 28 om het bestaande recreatieterrein te transformeren naar een gebied dat meer gericht is op wonen en bijdraagt aan de ontwikkeling van het landschap; dat de bestaande bedrijfswoningen en groepsaccommodatie een woonbestemming krijgen en het plan verder bestaat uit de nieuwbouw van een twee-onder-één kapper; dat de nieuwbouw niet past binnen het bestemmingplan “Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018”en daarom een nieuw bestemmingsplan “Doornspijk, Rode Landsweg 28” is opgesteld; dat het geheel op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast en dat de gehele ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en de vitaliteit van het landelijk gebied; dat het ontwerp van het bestemmingsplan “Doornspijk, Rode Landsweg 28” gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen; dat tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen zijn ingediend; dat een beplanting- en beeldkwaliteitsplan is opgesteld om de gewenste kwaliteit van de landschappelijke inpassing en de nieuwbouw van de 2-onder-1-kapper te waarborgen; dat het beplantings- en beeldkwaliteitsplan Landgoed Thornspick
tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan zes weken ter inzage heeft gelegen; dat tegen het ontwerp beplanting- en beeldkwaliteitsplan geen zienswijzen zijn ingediend; dat in dit geval geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, omdat met de rechthebbende een anterieure overeenkomst is afgesloten over de uitvoering van het bestemmingsplan, waarmee de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, zijn afgedekt en de planherziening verder geen financiële gevolgen heeft voor de gemeente; b e s l u i t: 1.
Het bestemmingsplan “Doornspijk, Rode Landsweg 28” met kenmerk NL.IMRO.0230.BPRODELANDSWEG28-VST1 ongewijzigd vast te stellen;
2. 3.
het beplantings- en beeldkwaliteitsplan “Landgoed Thornspick” vast te stellen; Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening géén exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 lid 1 van die wet.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 30 mei 2023
de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
ZIENSWIJZENNOTA BESTEMMINGSPLAN DOORNSPIJK, RODE LANDSWEG 28 EN BEPLANTINGS- EN BEELDKWALITEITSPLAN “LANDGOED THORNSPICK”
Vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg d.d. 17 april 2023 de voorzitter, de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1. Procedure en zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Doornspijk, Rode Landsweg en het beplantings- en beeldkwaliteitsplan “Landgoed Thornspick”, d.d. 22 maart 2023 en het ontwerpraadsbesluit hebben met ingang van 28 maart 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen, waarbij iedereen in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Tevens zijn conceptversies van het ontwerpbestemmingsplan en het beplantings- en beeldkwaliteitsplan in het voortraject voorgelegd en besproken met de vooroverlegpartners: provincie Gelderland, het waterschap Vallei & Veluwe en de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. De daarop binnengekomen adviezen en opmerkingen zijn in het voortraject zo verwerkt dat de provincie Gelderland, het waterschap Vallei & Veluwe en de Omgevingsdienst Noord-Veluwe vooraf hebben ingestemd met de ontwerpdocumenten die ter inzage zijn gelegd en daarop ook geen zienswijze meer hebben ingediend. Er zijn ook geen ambtshalve aanpassingen gedaan in het beplantings- en beeldkwaliteitsplan “Landgoed Thornspick”, d.d. 22 maart 2023.
Legenda
3383
3379
Enkelbestemmingen
de Ro
WR-ALV
Plangebied La
A
eg sw nd
5045
3282
3381
G-L
A
Agrarisch
G-L
Groen - Landschappelijke beplanting
W
Wonen
Dubbelbestemmingen
22
WR-ALV
Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde
WR-AMV
Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde
WR-WL
Waarde - Waardevol landschap
3283
D 28 3284
8E
2 [sba-gw]
(bb)
[tae]
Functieaanduidingen
[bg] (bb)
WR-AMV
WR-WL
[bg]
(bb)
(bb)
A 24
4379 5328
bed & breakfast
24
W
4380
5056
28A
Bouwvlakken
[vrij] [bg]
bouwvlak 5327
(bb)
4M
2
Bouwaanduidingen
4614 2951
[vrij]
28
[bg]
[bg]
C
bijgebouwen
5055
[sba-gw]
5210
[bg]
5053
specifieke bouwaanduiding - geschakelde woningen
[tae]
twee-aaneen
[vrij]
vrijstaand
26 4376
G-L
5054 4375
A 26
3857
Bestemmingsplan: 5101
5007 5100
Doornspijk, Rode Landsweg 28
Get.:
Datum:
BVH
24-02-2023
Formaat:
Schaal:
A3
1:1500
Tekeningnummer: NL.IMRO.0230.BPRODELANDSWEG28-ONT1
30
Gemeente Elburg
GIS/CAD Ondersteuning en software
1585 1258
A
2246 1587
1259
5099
Opdrachtgever: BiedtRuimte Status: ontwerp
Noordpijl
Dalenstraat 4B, 5466 PM Eerde E-mail: info@bragis.nl Web: www.bragis.nl
REGELS BESTEMMINGSPLAN Rode Landsweg 28 te Doornspijk
IMRO code: NL.IMRO.0230.BPRODELAND SWEG28-VST1
Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld (versie 16-05-2023) Datum: Mei 2023
Inhoud Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch Artikel 3 Wonen Artikel 5 Groen - Landschappelijke beplanting Artikel 6 Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde Artikel 7 Waarde - Waardevol landschap Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Algemene bouwregels Artikel 10 Algemene gebruiksregels Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel Bijlagen
1
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 plan het bestemmingsplan Doornspijk, Rode Landsweg 28 van de gemeente Elburg met identificatienummer NL.IMRO.0230.BPRODELANDSWEG28-VST1;
1.2 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 bestemmingsplan 'Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ het bestemmingsplan 'Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018', zoals vastgesteld op 28 januari 2019 door de gemeenteraad van Elburg met identificatienummer NL.IMRO.0230.BPBUITENGEB2018-VST1;
1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.6 aangebouwde bedrijfsruimte een bedrijfsruimte, waaronder de deel, die is aangebouwd aan de voormalig agrarische bedrijfsbehuizing en die samen één bouwmassa vormen;
1.7 aan huis verbonden bedrijf een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het leveren van diensten en/of het vervaardigen van ambachtelijke producten, geheel of overwegend door middel van handwerk, door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is, dat deze activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving;
1.8 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, administratief, medisch, therapeutisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.9 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;
2
1.10 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten;
1.11 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten;
1.12 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.13 bebouwingspercentage een in dit plan aangegeven percentage, dat de grootte van een vlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd;
1.14 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
1.15 bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer c.q. exploitatie, dat in de regels aangegeven recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt;
1.16 bedrijfsvloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslagen administratieruimten en dergelijke;
1.17 bedrijfswoning een complex van ruimten in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, dan wel twee huishoudens in geval dat inwoning is toegestaan, welk huishouden(s) gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
1.18 bed en breakfast een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdbestemming;
1.19 bestaand a. bij bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan: 1. bestaat, of; 2. wordt gebouwd, of 3. nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; b. bij gebruik: het legale gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologisch regime;
3
1.20 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
1.21 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.22 bijgebouw een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, behorende bij een op hetzelfde bouw- of bestemmingsvlak gelegen woning, zoals garages, hobbyruimten en bergingen;
1.23 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.24 bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.25 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
1.26 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.27 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;
1.28 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.29 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.30 bouwwijze de wijze waarop een woning is gebouwd ten opzichte van andere woningen, zoals vrijstaand, aaneengebouwd en tweeaaneengebouwd;
4
1.31 cultuurhistorische waarden de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;
1.32 ecologische waarden de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de onderlinge betrekkingen tussen dieren en planten en de omgeving waarin zij leven;
1.33 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.34 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;
1.35 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
1.36 inwoning twee huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van een of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt, van waaruit de (verblijfs)ruimten bereikbaar moeten zijn en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn, met dien verstande dat het inwoongedeelte uit maximaal twee verblijfsruimten mag bestaan, geen trapopgang naar bovengelegen woonruimten mag hebben en niet mag zijn afgescheiden middels woningscheidende muren;
1.37 landschappelijke waarden de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare – al dan niet begroeide – deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur;
1.38 landschappelijke inpassing de inpassing van een nieuwe ontwikkeling gebruik makend van beplantingselementen, zodanig dat de kenmerken van het omringende landschap worden gerespecteerd en versterkt, waarbij zo mogelijk het Landschapsontwikkelingsplan Elburg 2011 als uitgangspunt wordt genomen;
1.39 landschapsplan een plan waaruit de landschappelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling blijkt, zodanig dat de kenmerken van het omringende landschap worden gerespecteerd en versterkt, waarbij zo mogelijk het Landschapsontwikkelingsplan Elburg 2011 als uitgangspunt wordt genomen;
1.40 omgevingsvergunning een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.41 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;
5
1.42 onderbouw het gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen;
1.43 ondergronds onder peil;
1.44 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een dak;
1.45 paardenbak een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten, en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;
1.46 peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte bovenkant van de afgewerkte begane vloer bij voltooiing van de bouw; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte bovenkant van de afgewerkte begane vloer bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;
1.47 permanente bewoning het bewonen van een ruimte als hoofdwoonverblijf;
1.48 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.49 recreatief rustpunt: voorzieningen of activiteiten ten behoeve van extensieve dagrecreatie, zoals picknickplaatsen, theeschenkerij, kinderspeelweide, fietsoplaadpunt, het schenken van non-alcoholische dranken, alsmede ijsverkoop; 1.50 theeschenkerij een aan de bestemming ondergeschikte activiteit, geen café/ restaurant of daaraan gelijk te stellen horecabedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. De activiteiten zijn gericht op het overdag verstrekken van alcoholvrije dranken en eenvoudige etenswaren. Ten behoeve van deze activiteit mag 25 m2 terras worden ingericht en mag in bestaande gebouwen een gebruiksvloeroppervlak van maximaal 30 m 2 worden ingericht;
1.51 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;
6
1.52 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt;
1.53 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel twee huishoudens in geval dat inwoning is toegestaan. Artikel 2 2.1
Wijze van meten algemeen
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. de afstand tot de perceelsgrens tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; b. de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; c. de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; d. de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.2
ondergeschikte bouwonderdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.3
ondergrondse bouwwerken
Bij de berekening van de inhoud van een bouwwerk worden ondergrondse bouwwerken niet meegerekend, tenzij het bouwwerk een recreatiewoning betreft.
7
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Agrarisch 3.1
bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. extensieve dagrecreatie; c. wegen en paden, inclusief ontsluiting van woonpercelen; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingsvoorzieningen, groenvoorzieningen en bestaande nutsvoorzieningen. 3.2
bouwregels
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. bouwhoogte maximaal 1,5 m. 3.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 3.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen; het vergroten, verbreden, aanleggen en/of verharden van wegen, paden en andere oppervlakteverhardingen; het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het verwijderen, rooien en/of kappen van houtgewassen, houtwallen en/of houtsingels; het scheuren van graslanden anders dan ten behoeve van graslandverbetering.
3.3.2 Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden van het gebied. 3.3.3 Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van de een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.
3.4
specifieke gebruiksregels
8
a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden te gebruiken zonder aanleg en instandhouding van het in bijlage 1 opgenomen Beplantingsplan, d.d. 27 juli 2022, projectnummer wd-41604-21, Poortvliet&Partners. b. In afwijking van het bepaalde onder a. mogen deze gronden worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing als bedoeld onder a. Artikel 4 4.1
Wonen bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; b. inwoning; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat het vloeroppervlak dat (mede) wordt gebruikt voor de uitoefening van het beroep niet meer mag bedragen dan 40% van het vloeroppervlak van per woning en niet meer dan 50% van het gezamenlijk vloeroppervlak van per woning en bijbehorende gebouwen, met een maximum van 150 m 2; d. een bed en breakfast ter plaatse van de aanduiding ‘bed & breakfast'; e. wegen en paden; f. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, water en de bestaande nutsvoorzieningen. 4.2
bouwregels
4.2.1
hoofdgebouwen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ uitsluitend een vrijstaande woning is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’ uitsluitend één twee-onder-één kapwoning is toegestaan 3. ter plaatse van de aanduiding ‘geschakelde woningen’ maximaal twee woningen zijn toegestaan die met elkaar zijn geschakeld; b. de goothoogte bedraagt maximaal 4 m; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 m; d. de inhoud bedraagt maximaal 750 m3, dan wel de bestaande grotere inhoud. 4.2.2
bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. 4.2.3
een bijgebouw mag alleen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; de gezamenlijke oppervlakte maximaal 100 m2 per woning dan wel de bestaande grotere oppervlakte; de goothoogte bedraagt maximaal 3 m, dan wel de bestaande grotere hoogte; de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m, dan wel de bestaande grotere hoogte. Bed en breakfast
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van bed en breakfast gelden de volgende regels:
9
a. b. c. d. 4.2.4
een gebouw ten behoeve van bed en breakfast mag alleen worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast'; de oppervlakte bedraagt maximaal 75 m2; de goothoogte bedraagt maximaal 3 m, dan wel de bestaande grotere hoogte; de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m, dan wel de bestaande grotere hoogte. bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 m; c. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt 2,7 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. De gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van overkappingen bedraagt maximaal 20 m2. 4.3
afwijken van de bouwregels
4.3.1
bouwen tot voor de voorgevel
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.1, onder a, voor het bouwen buiten het bouwvlak voor de bouw van een erker en/of luifel aan de woning, mits: a. de diepte gemeten loodrecht op de voorgevel niet meer bedraagt dan 1,25 meter, waarbij de afstand tot het openbaar toegankelijk gebied minimaal 2,50 meter bedraagt; b. de breedte niet meer bedraagt dan 2/3 deel van de breedte van de gevel; c. de hoogte niet meer bedraagt 0,30 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van de woning. 4.4
specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de: a. gebouwen en gronden met de aanduiding ‘bed en breakfast’ voor bewoning; b. gebouwen en gronden ten behoeve van een bed en breakfast, met uitzondering van de gebouwen en gronden die zijn voorzien van de aanduiding ‘bed en breakfast’; c. gebouwen en gronden ten behoeve van recreatieve voorzieningen; d. vrijstaande bijgebouwen voor bewoning. 4.4.2
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruiken van de woningen is alleen toegestaan: a. na sloop van de gebouwen en bouwwerken zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze regels; b. na aanleg en instandhouding conform het Bijlage 2 opgenomen Beplantingsplan, d.d. 27 juli 2022, projectnummer wd-41604-21, Poortvliet&Partners;
10
In afwijking van het bepaalde onder a. en b. mogen de woningen alleen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 3 jaar na ingebruikname van de woningen uitvoering wordt gegeven aan de sloop als bedoeld onder a. en de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing als bedoeld onder b. Voor het bepaalde onder a. geldt dat voorafgaand aan de sloop vervolgonderzoek moet plaatsvinden naar de aanwezigheid van nesten van huismussen en rust- of voortplantingsplaatsen van marterachtigen, zoals beschreven in de notitie ‘Ecologische quickscan Rode Landsweg 28c te Doornspijk’, d.d. 20-08-2022, projectcode 22ALF06, van De Slijpkruik. 4.5
afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
recreatief rustpunt
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 voor het toestaan van een recreatief rustpunt, mits: a. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; c. parkeren ten behoeve van het gebruik op eigen terrein plaatsvindt. Artikel 5 Groen - Landschappelijke beplanting 5.1
bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Landschappelijke beplanting' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. 5.2
de ontwikkeling en de instandhouding van landschappelijke beplanting; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; bestaande in- en uitritten. bouwregels
Bebouwing is niet toegestaan. 5.3
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verwijderen, rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen.
5.3.2
11
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden en/of natuurwaarden van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 5.3.3 Geen omgevingsvergunning als bedoeld in 5.3.1 is nodig voor: a. b.
werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. 6.2
bouwregels
6.2.1
Algemeen
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 500 m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het onder sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 6.2.2
Advies archeoloog
12
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in 6.2.1 onder a, winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.2.3
uitzondering bouwregels
Het bepaalde in 6.2.1 onder a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen; of d. bij de oprichting van het bouwwerk de ondergrond niet dieper dan 0,3 meter wordt geroerd. 6.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de afmetingen van bouwwerken; b. de situering van bouwwerken; c. de inrichting en het gebruik van gronden; indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 6.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.4.1
Algemeen
Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 500 m 2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur door middel van sleuven breder dan 0,80 meter. 6.4.2
Uitzonderingen
13
Het in 6.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in dit kader is verleend; f. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 6.4.3
Beoordelingscriteria
Ten aanzien van de in 6.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst doorde archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. 6.4.4 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het anbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 6.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door:
14
a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde' te wijzigen in 'Waarde - Archeologie AMK' indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Artikel 7 Waarde - Waardevol landschap 7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Waardevol landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. 7.2 bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen dient alvorens een besluit kan worden genomen tot het verlenen van de daar opgenomen afwijking- en wijzigingsbevoegdheden te worden aangetoond dat er geen sprake is van een significante aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied.
15
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1
Bestaande maatvoering
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand tot enige op de kaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 9.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de contouren van het hoofdgebouw of buiten deze contouren voorzover de oppervlakte niet groter is dan de toegestane oppervlakte bijgebouwen tot een maximum van 100 m2, met dien verstande dat de ondergrondse bouwdiepte maximaal 3 m mag bedragen. 9.3
Parkeerruimte
9.3.1 a.
b.
c.
Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het parkeren of stallen van auto's, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien in of op het bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk hoort, wordt voorzien in die behoefte. Bij de toepassing van het bepaalde onder a worden de beleidsregels in acht genomen zoals opgenomen in de Parkeernota, zoals deze geldt op het moment van de inwerkingtreding van dit plan, waarbij geldt dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie van de parkeernota wordt vastgesteld, deze nieuwe versie in acht wordt genomen. Bij het bepaalde onder a wordt bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen gelet op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het bouwplan.
9.3.2 Bij een omgevingsvergunning kan met inachtneming van het gestelde in de Parkeernota worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.3.1: a. b.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.
9.3.3
16
Bij gebruikmaking van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 9.3.2 kan het bevoegd gezag een financiële voorwaarde verbinden aan de omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag legt in een nadere regel de bepalingen omtrent het parkeerfonds en de hoogte van de financiële voorwaarde vast. 9.3.4 Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan het aantal parkeerplaatsen en de situering van de parkeerplaatsen ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de externe veiligheid. Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik met alle bestemmingen
Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van bagger, grond, puin, grind en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen of onderdelen daarvan, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden als uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud. Onder het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud wordt in ieder geval verstaan het gebruik van een bouwperceel behorende bij een woning voor de stalling van maximaal 1 toercaravan; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; e. het uitvoeren of verrichten van werkzaamheden met mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna in afwijking van een door het bevoegd gezag goedgekeurd werkprotocol. Dit protocol dient ter uitvoering van de zorgplicht als bedoeld in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. 10.2
Parkeren
Wanneer parkeren ten behoeve van het gebruik op eigen terrein moet plaatsvinden, dan is dit gebruik toegestaan. Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Kleinschalige afwijkingen
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten en bouwhoogten, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten en bouwhoogten;