CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Oordeelsvorming 3 april 2023, gemeente elburg27.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Luchtfoto omgeving Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Koeweg. Dit is een lokale weg die in het oosten aansluit op de Vaarbekerweg en in het westen op de Schietweg. Het plangebied wordt omgeven door enkele bebouwde erven, die allemaal een reguliere woonbestemming hebben. Binnen het plangebied is een bedrijfswoning aanwezig. De woning is in de zuidoostelijke hoek van het perceel gesitueerd. Verder is in het plangebied agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. Het betreft een grote schuur en twee kleinere schuren. Daarnaast is nog een mestplaat aanwezig. De totale oppervlakte van de bouwwerken bedraagt 524,28 m2. In onderstaande situatietekening is de situering weergeven. Verder bestaat het plangebied voor een groot deel uit verharding in de vorm van asfalt. Beplanting is voornamelijk aanwezig langs de perceelsranden.

13

Luchtfoto plangebied

Situatietekening bestaande situatie

14

Landschappelijke structuren

Aanzicht vanaf de Koeweg

3.2

Voornemen

Het agrarische bedrijf in het plangebied is gestopt met haar bedrijfsvoering. De eigenaar is voornemens om het perceel een nieuwe invulling te geven. Alle agrarische bedrijfsbebouwing, inclusief de mestplaat, zal gesloopt worden. In totaal komt dit neer op 524,28 m2. Daarnaast zal ook het asfalt verwijderd worden en het agrarische erf worden opgeruimd. Voor de nieuwe inrichting is een inrichtingsplan gemaakt. Het inrichtingsplan is op onderstaande afbeeldingen weergeven. Initiatiefnemer wil graag een nieuwe vrijstaande woning realiseren. Het perceel wordt als het ware in tweeën gesplitst, om vervolgens binnen het westelijke deel te voorzien in de beoogde nieuwe woning. De nieuwe woning krijgt een oppervlakte van maximaal 150 m2 en een maximale inhoudsmaat van 750 m3. Zowel voor de nieuwe als de bestaande woning wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd. Beide bijgebouwen krijgen een oppervlakte van maximaal 42 m2. De nieuwe woning wordt haaks ten opzichte van de bestaande woning gesitueerd en zal een ontsluiting krijgen vanaf de Koeweg. Beide woningen zullen vrije uitzichten hebben. Verkeer en parkeren De gemeente Elburg heeft haar parkeernormen beschreven in de beleidsnotitie nadere regels 'Parkeernormen en hoogte financiële voorwaarde gemeente Elburg’. Voor een vrijstaand koophuis bedraagt de parkeernorm 2,5 parkeerplaatsen per woning.

Afgerond moet er per woning dus voorzien worden in 3 parkeerplaatsen, met elk een afmeting van 5 x 2,5 m. Bij beide woningen is op het erf voldoende ruimte om in de parkeernorm te 15

voorzien. Tevens is er voldoende ruimte voor de verkeerskundige draaicirkels zodat men het terrein op en af kan rijden. Op basis van CROW-publicatie 381 is een inschatting van de verkeersgeneratie in de nieuwe situatie te maken. Voor een vrijstaand koophuis in het buitengebied bedraagt het kencijfer voor de verkeersgeneratie 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Aangezien voorzien wordt in twee vrijstaande woningen, komt de verkeersgeneratie neer op afgerond 17 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is gemakkelijk op te vangen in het heersende verkeersbeeld van de Koeweg en aansluitende wegen.

Inrichtingsplan Qua landschappelijke inpassing is de beoogde ontwikkeling goed inpasbaar. Het hele perceel zal een nieuwe, groene uitstraling krijgen. Mede door het verwijderen van het asfalt en de groene uitstraling, waaronder door de aanleg van grasland, een boeren- en moestuin, bomen en beukenhagen, zal het erf ogen als een traditioneel boerenerf. Tevens wordt door het verwijderen van de relatief grote, agrarische bebouwing al een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering bereikt.

16

Hoofdstuk 4 4.1

Randvoorwaarden

Milieuaspecten

4.1.1 Inleiding Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In deze paragraaf worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Ook is een subparagraaf gewijd aan het al dan niet noodzakelijk zijn van een milieueffectrapportage of milieueffectbeoordeling.

4.1.2 Bodem Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Voor onderhavig plan is door PJ Milieu BV een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Hierna worden kort de conclusies aangehaald. Verkennend bodemonderzoek In de bovengrond van deellocatie A is een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. Zintuiglijk is ter plaatse van boring 3 olie aangetoond. Analytisch wordt zowel minerale olie als vluchtige aromaten (BTEXN) niet verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt niet noodzakelijk geacht. In de grond van deellocatie B (voormalige bovengrondse dieseltank) en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten minerale olie en/of vluchtige aromaten (BTEXN) aangetoond. Verkennend asbest in grondonderzoek (spoelzones) In mengmonsters (MM-A en MM-B) is asbest aangetoond (respectievelijk 1.100 en 300 mg/kg d.s.). De gehalten overschrijden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Opgemerkt wordt dat aan de noordzijde van het pand op 2 punten ook sprake is van een spoelzone. Deze zijn niet afzonderlijk onderzocht.

Bij sanering zullen deze punten gelijktijdig ontgraven worden. Ingeschat wordt dat circa 12 m3 (40 m2 x 0,3 m) verontreinigd is met asbest. Er zijn, met uitzondering van de spoelzones, geen aanwijzingen dat zich asbest in de bodem bevindt. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan, de aanvraag voor de omgevingsvergunning en het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit (eindsituatie). Conclusie Op basis van de beschikbare resultaten blijkt dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond. Bovendien wordt ter plaatse van de gaten 203 en 204 de grenswaarde voor respirabele vezels overschreden (=10 mg/kg d.s. aan gewogen asbest). Op basis van het protocol asbest uit de Circulaire bodemsanering zijn hier onaanvaardbare risico’s buiten aanwezig en dient de verontreiniging met spoed te worden gesaneerd. Voorafgaand aan de herontwikkeling moet deze verontreiniging met asbest worden gesaneerd. Aangezien niet bekend is wat de kosten zijn van de uit te voeren sanering en ook niet duidelijk is of er saneringskosten zijn opgenomen in het bestemmingsplan kan op basis hiervan geen uitspraak worden gedaan over de financiële haalbaarheid van de wijziging van het bestemmingsplan. Als er een bouwvergunning zal 17

worden ingediend dan dient rekening te worden gehouden met een verlate inwerkingtreding. Tot de uitvoering van de daadwerkelijke sanering dienen in de westelijke spoelzone tijdelijke beheersmaatregelen te worden genomen om blootstelling aan de asbestvezels te voorkomen. Voorafgaand aan de sanering dient de instemming van het bevoegd gezag province Gelderland te worden verkregen. De sanering valt onder de reikwijdte van het Besluit Uniforme Saneringen. De sanering dient te worden uitgevoerd door een erkende aannemer (BRL SIKB 7000, protocol 7001) en milieukundig begeleider (BRL SIKB 6000, protocol 6001).

4.1.3 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gebruikt. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De locatie ligt in een rustig buitengebied. Derhalve kan geen correctie ten opzichte van het referentie-omgevingstype 'rustige woonwijk' uitgevoerd worden. Dit plan betreft alleen een milieugevoelige functie: de nieuwe woning. Er is hier dus alleen sprake van inwaartse milieuzonering. In de omgeving zijn een aantal milieubelastende functies aanwezig. Het gaat om de volgende bedrijven: Aan de Koeweg 4A is een bedrijf gericht op de dienstverlening t.b.v. de landbouw gevestigd. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied betreft 500 meter. Aan de Haerderweg 15 is een verhuurbedrijf voor machines en werktuigen aanwezig. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied betreft 600 meter. Aan de Nagelhoudsweg 5-7 is een rundveehouderij aanwezig. Hiervoor geldt milieucategorie 3.2, met een richtafstand van 100 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 400 meter. Aan de Vaarbekerweg 7 is een verpleeghuis aanwezig waarvoor milieucategorie 2 geldt, met een richtafstand van 30 meter. Daarnaast worden hier graasdieren gefokt en gehouden. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 170 meter. Aan de Vaarbekerweg 15 is een camping aanwezig.

Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 35 meter. Aan de Vaarbekerweg 23 is een zand- en grindhandel aanwezig. Hiervoor geldt milieucategorie 3.2, met een richtafstand van 100 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 530 meter. Uit bovenstaande beschouwing blijkt dat alleen niet voldaan wordt aan de richtafstand van de zonering van de camping aan de Vaarbekerweg 15. Echter, het betreft een woonbestemming waar verblijfsrecreatie is toegestaan. Daarnaast komt de nieuwe woning wel op meer dan 50 meter vanaf de milieubelastende activiteiten van de camping te liggen. Er is dan ook geen aanleiding dat de aanwezigheid van deze camping zal zorgen voor een slecht woon- en leefklimaat bij de nieuwe functie. Er zijn ook woningen op kortere afstand tot aan de camping gelegen. Milieuzoneringen staan de uitvoerbaarheid niet in de weg.

18

4.1.4 Geluid Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de planologische medewerking aan nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Het plangebied is alleen gelegen binnen de invloedssfeer van verkeerswegen. Onderhavig plan voorziet in een nieuwe geluidgevoelige functie: de nieuwe woning. De nieuwe woning is gelegen binnen de invloedsfeer van de Koeweg. Dit is een lokale weg, zonder doorgaande functie en met één rijbaan. Hiervoor geldt een geluidzone van 250 meter. De nieuwe woning valt binnen deze geluidzone. Derhalve is door AWG Geluidadvies een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 2 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevels van de woning vanwege de Koeweg maximaal Lden=48 dB bedraagt, na aftrek ex. art. 110 Wet geluidhinder van 5 dB. Dit voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB. Geluidhinder door wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.1.5 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritische stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Aan de andere stoffen die in de Wet worden genoemd wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan. Op grond van artikel 5.16 Wm kan de gemeenteraad een bestemmingsplan met mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit alleen vaststellen wanneer aannemelijk is gemaakt dat: het bestemmingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Onderhavig plan voorziet in de bouw van een nieuwe woning. De nieuwe woning valt onder de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' , namelijk maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg. Derhalve is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren voor dit bestemmingsplan.

4.1.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder meer gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven. Ook kleinere bedrijven als LPG-stations, opslagen van bestrijdingsmiddelen, buisleidingen, transportactiviteiten en luchtverkeer zijn als potentiële gevarenbron aangemerkt.

19

Uitsnede risicokaart met het plangebied in rood omcirkeld Uit bovenstaande uitsnede van de risicokaart blijkt dat ten westen van het plangebied, op circa 70 meter vanaf de geprojecteerde nieuwe woning, een aardgasbuisleiding aanwezig is. Deze leiding, A-570-01, heeft een diameter van 324 mm en een werkdruk van 66,2 bar. In het bestemmingsplan 'Buitengebied Dronten' is een externeveiligheidsberekening voor hogedruk-aardgasleidingen gemaakt. In deze berekening is ook het plaatsgebonden risico van de leiding A-570-01 meegenomen. Hieruit is naar voren gekomen dat de PR-6-contour voor deze leiding niet aanwezig is. Dit vormt dus geen belemmering voor onderhavig plan. Onderhavig plan voorziet in een nieuwe woning. Hierdoor neemt het aantal personen met minder dan 10 toe, waardoor geen verantwoording van het groepsrisico nodig is. Verder is het plangebied niet gelegen in de directe omgeving van overige Bevi-bedrijven en van transportassen en buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Externe veiligheidsrisico's staan de uitvoerbaarheid van onderhavig plan niet in de weg.

4.1.7 Milieueffectrapportage Dit bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De milieueffecten zijn onderzocht in deze paragraaf. Daaruit volgt geen aanleiding om tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling over te gaan.

4.2

Archeologie, cultuurhistorie en monumenten

Op de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Elburg is het plangebied gelegen in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. In het bestemmingsplan is dit vertaald naar de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde'. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht voor een archeologisch onderzoek bij bouwwerken groter dan 500 m2 en waarbij de ondergrond dieper dan 0,3 meter wordt geroerd. Onderhavig plan voorziet in een nieuwe woning van 96 m2 en twee nieuwe bijgebouwen van totaal 56 m2. Hiermee wordt de ondergrens van 500 m2 niet overschreden. Derhalve is een archeologisch onderzoek niet nodig. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden en monumenten aanwezig.

4.3

Ecologie

Door adviesbureau Groenewold is in het kader van de Wet natuurbescherming een quickscan uitgevoerd naar beschermde soorten en gebieden. Deze quickscan is opgenomen als Bijlage 3 bij deze toelichting. Hierna worden kort de uitkomsten besproken. 20

Soortenbescherming Er zijn geen beschermde soorten gevonden of te verwachten. Specifiek is gezocht naar nestplaatsen, verblijfplaatsen of toegangen voor marters, uilen, huismus en vleermuizen. De schuren zijn ongeschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen, of als nestplaats voor de huismus. De huismus foerageert wel in de kalverstal evenals spreeuwen. Geschikte nestplaatsen zijn wel onder het dak van de woning aangetrroffen. Deze woning blijft echter behouden. Marters en uilen zouden in principe de schuren in kunnen komen. Geschikte schuilplekken, hoekjes of potentiële nestplaatsen zijn echter niet gevonden. De schuren zijn open en goed doorzoekbaar. Daardoor zouden sporen relatief makkelijk te vinden zijn geweest, bij een eventueel gebruik als verblijfplaats. Er zijn verder geen poepsporen, haren, braakballen e.d. gevonden die duiden op aanwezigheid van beschermde soorten. Verblijfplaatsen van vleermuizen, marters en uilen zijn daarmee uit te sluiten. Aanvullend onderzoek of een ontheffing Wnb voor soorten is niet nodig. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Veluwe ligt op ongeveer 700 meter afstand. Het plan heeft geen negatieve effecten op beschermde habitats en soorten.

De stikstofemissie neemt door het stoppen van de veehouderij fors af ten opzichte van de nieuwe situatie met één nieuwe gasloze woning. Daarmee is er per definitie geen toename hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Hiermee is een vergunning Wet natuurbescherming voor gebieden niet nodig.

4.4

Waterparagraaf

Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Voor onderhavig plan is via www.dewatertoets.nl een digitale vergunningscheck uitgevoerd. Het resultaat is opgenomen als Bijlage 4 bij deze toelichting. Hieruit is gebleken dat in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging liggen. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Op basis van het Programma van Eisen voor de openbare ruimte van de gemeente Elburg, dient een infiltratievoorziening gerealiseerd te worden. De bergingscapaciteit van de infiltratievoorziening moet een capaciteit hebben om minimaal 60 mm per m2 verhard oppervlak te bergen. Tuinen op particuliere percelen worden voor 50% toegerekend aan verhard oppervlak.

Vegetatiedaken worden niet aangemerkt als verhard oppervlak (mits voldoende opvangcapaciteit). Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt en er wordt een nieuwe woning en twee bijgebouwen gebouwd. Hiermee neemt het verhard oppervlak op het plangebied af. De nieuwe gebouwen zullen voorzien worden van een gescheiden vuilwater- en hemelwaterafvoer. Het hemelwater zal dan afgevoerd worden naar de omliggende gronden, waar het in de bodem kan infiltreren. Daar is voldoende ruimte om een infiltratievoorziening met een bergingscapaciteit van 60 mm per m2 verhard oppervlak te realiseren. Om grondwateroverlast te voorkomen zal de nieuwe woning op voldoende hoogte boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) gebouwd worden. De GHG is hier naar verwachting, op basis van de klimaateffectatlas, 40-60 cm ten opzichte van het maaiveld. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Rond het plangebied zijn sloten aanwezig, die voor de afwatering zorgen. Dit betreffen B- en C-watergangen. Deze wijziging heeft geen gevolgen op het functioneren van deze watergangen. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn niet aan de orde.

21

4.5

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Onderhavige plan voorziet in een bouwplan zoals dat in artikel 6.2.1 Bro is benoemd. Toch is het niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen. Met de initiatiefnemer wordt namelijk een anterieure overeenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat alle kosten die samenhangen met de onderhavige herziening van het bestemmingsplan voor rekening komen van initiatiefnemer. Deze herziening heeft derhalve voor de gemeente geen financiële gevolgen.

22

Hoofdstuk 5

Juridische planopzet

In hoofdstuk 3 is de voorgestane invulling van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 toont aan dat deze invulling uitvoerbaar is. De volgende stap is het treffen van een juridische regeling die de invulling mogelijk maakt. Dit hoofdstuk beschrijft deze regeling. Voor de regels van dit plan zijn de regels uit het geldende bestemmingsplanen Bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018 als basis gebruikt. Die regels zijn vervolgens ontdaan van overbodige elementen en op onderdelen aangevuld en aangepast in verband met de beoogde situatie in het plangebied.

5.1

Wonen

Met de bestemming 'Wonen' krijgt het plangebied een passende bestemming. In de nieuwe situatie is er namelijk geen sprake meer van een agrarisch bedrijf binnen het plangebied. Daarnaast wordt er een nieuwe, tweede woning gebouwd. Met de woonbestemming worden deze gronden in hoofdzaak bestemd voor wonen en de uitoefening van een aan huis verbonden beroep. Binnen deze bestemming zijn twee woningen toegestaan met een maximale inhoud van 750 m3. Voor woningen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. De gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen bij de woningen bedraagt maximaal 42 m2 per woning.

5.2

Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde

In de nieuwe situatie blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' gelden binnen het plangebied. Hiermee blijven deze gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Hiermee is bepaald dat een archeologisch onderzoek nodig is bij bouwwerken groter dan 500 m2 en dieper dan 0,3 m onder het maaiveld.

5.3

Waarde - Waardevol landschap

Ook blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Waardevol landschap' behouden. Hiermee blijven deze gronden mede bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap.

23

Hoofdstuk 6 6.1

Inspraak en overleg

Vooroverleg

Het concept van dit bestemmingsplan is niet toegezonden aan de Rijksoverheid in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Met dit plan zijn geen provinciale of nationale belangen in het geding zijn. Wel is het plan toegezonden aan de provincie Gelderland, het waterschap Vellei en Veluwe en de omgevingsdienst Noord-Veluwe. De provincie heeft aangegeven dat terecht gesteld wordt dat de ontwikkeling bijdraagt aan de landschappelijke kwaliteiten, maar dat beter onderbouwd moet worden waarom afgeweken wordt van het VAB-beleid. Dit is inmiddels aangepast in dit plan. De omgevingsdienst heeft de milieuaspecten beoordeeld. Op basis hiervan is alleen de bodemparagraaf tekstueel aangepast. Het waterschap heeft aangegeven dat het gemeentelijke beleid nog toegevoegd kon worden aan de waterparagraaf. Ook heeft het waterschap aangegeven een en ander anders te verwoorden over de waterbergende maatregelen. Dit advies is overgenomen en verwerkt in dit plan.

6.2

Voorontwerp

De ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt, heeft een beperkte invloed op zijn omgeving. Daarom heeft geen voorontwerp van dit plan voor inspraak ter inzage gelegen. Initiatiefnemer heeft de omwonenden persoonlijk benaderd en geïnformeerd over het initiatief. Hoewel alle omwonenden positief reageerden op het beëindigen van de veehouderij en de toevoeging van een vrijstaande woning, zijn er wel enkele bezwaren geuit tegen de wijze waarop de landschappelijke inpassing werd voorgesteld. Op basis hiervan is de landschappelijke inpassing aangepast en opnieuw voorgelegd aan de omwonenden. Hierop zijn verder geen bezwaren benoemd.

6.3

Ontwerp

Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft van 1 juni 2022 tot en met 13 juli 2022 ter inzage gelegen. Toen zijn geen zienswijzen ingediend.

24

Bijlagen bij de toelichting

25

Bijlage 1 Bodemonderzoek

26

VERKENNEND BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Koeweg 14b ‘t Harde kenmerk PJ Milieu BV: 21071501A

VERKENNEND BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK Koeweg 14b ‘t Harde kenmerk PJ Milieu BV: 21071501A

opdrachtgever:

Schreuder Adviseurs te Putten

datum rapport:

17 november 2021

kenmerk:

21071501A

status:

Definitief

uitgevoerd door:

PJ Milieu BV

projectleider en rapporteur:

ing. Jantine Slotboom-Van Vliet | slotboom@pjmilieu.nl

autorisatie:

ir. Henk-Jan van Dasselaar

PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING ......................................................................................................... 4

2

VOORONDERZOEK ............................................................................................... 5 2.1 Werkwijze ................................................................................................... 5 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................. 5 2.2.1 Onderzoekslocatie .................................................................................. 5 2.2.2 Omgeving ............................................................................................. 6 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ...................................................................... 7

3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................... 9 3.1 Uitvoering veldonderzoek .............................................................................. 9 3.2 Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 9 3.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 11 3.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 11 3.5 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek ................................................... 12

4

VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK (SPOELZONES) ................................ 13 4.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................ 13 4.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................ 13 4.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................... 14 4.4 Analyseresultaten ....................................................................................... 14 4.5 Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek (spoelzones) ..................... 14

5

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................... 15 5.1 Resultaten ................................................................................................. 15 5.2 Conclusies ................................................................................................. 15 5.3 Aanbevelingen ........................................................................................... 16

BIJLAGEN 1|

Foto’s

2|

Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk

3|

Analysecertificaten

4|

Toetsing analyseresultaten

5|

Achtergrondinformatie

6|

Tekening

1

INLEIDING

In opdracht van Schreuder Adviseurs te Putten is door PJ Milieu BV in oktober-november 2021 een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Koeweg 14b te ‘t Harde. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan, de aanvraag van de omgevingsvergunning en het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit (eindsituatie). Doelstelling Het algemene doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. De doelstelling per deelonderzoek is in de volgende hoofdstukken weergegeven. Indeling rapport In de rapportage worden de resultaten van de deelonderzoeken in achtereenvolgende separate hoofdstukken uitgewerkt. Het rapport sluit af met een samenvatting met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen1. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen, gaten en analyses uitgevoerd wordt. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is.

Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.

1

De gebruikte normen en richtlijnen zijn in de navolgende hoofdstukken weergegeven

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

4

2

VOORONDERZOEK

Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. 2.1

Werkwijze

Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: ▪ het Kadaster; ▪ de opdrachtgever; ▪ de gemeente Elburg; ▪ het Bodemloket en Topotijdreis.nl; ▪ de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 1. 2.2

Resultaten vooronderzoek

2.2.1

Onderzoekslocatie

Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergeven in tabel 1. Tabel 1

Topografische en algemene gegevens locatie

Algemeen Adres onderzoekslocatie

Koeweg 14b ‘t Harde

Kadastrale aanduiding

Gemeente Doornspijk, sectie E, perceel 6734

Artikel 55

Ten aanzien van dit perceel zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is

Oppervlakte /onderzoekslocatie

perceel 2.925 m2

X-coördinaat

186.546

Y-coördinaat

492.047

Huidig gebruik De locatie heeft een agrarische functie, namelijk een boerderij met erf (voorzien van diverse gebouwen). Het buitenterrein is grotendeels voorzien van een asfalt-/ beton- en klinkerverharding zonder onderliggende (puin)fundering. Op basis van de informatie van de opdrachtgever is bekend dat zich onder de asfaltverharding een klinkerverharding bevindt. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn de volgende bodembedreigende activiteiten aangetroffen: spoelzones. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen.

2 3

NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoering van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

5

Historisch gebruik De locatie heeft van oorsprong een agrarische functie, namelijk een boerderij met erf. Hierbij was een bovengrondse dieselolietank aanwezig. Volgens de website Bagviewer dateert het bouwjaar van de woning uit 1957. De (grote) stal uit 1983 en het (kleine) bijgebouw aan de westzijde van de woning uit 1996. Van de locatie is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw van woongebouwen te realiseren. Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: ▪ globale inspectie van de locatie (maaiveld en gebouwen); ▪ bestuderen luchtfoto's; ▪ verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. Op basis van bovenstaande wordt de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd door de aanwezigheid van spoelzones. 2.2.2

Omgeving

Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Elburg. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Voorbeelden zijn (ondergrondse) brandstoftanks, een olie-benzine-afscheider of calamiteiten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie Van de omgeving is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK 38 en gelegen op kaartblad 26 oost. Regionaal bestaat de bodem tot 10 meter min maaiveld (m-mv) uit deels een deklaag van klei voor het overige meest matig fijn zand. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk gericht. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Achtergrondgehalten De gemeente Elburg beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten worden vergeleken.

Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond.

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

6

2.3

Hypothese en onderzoeksopzet

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat op een deel van de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging (verdachte locaties). Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 57404 en NEN 57075. In onderstaande tabel zijn de te onderscheiden deellocaties beschreven. Tabel 2

Te onderscheiden deellocaties

DL

Omschrijving

V/O

Verwachte stoffen

Oppervlakte (m2)

A

Onderzoekslocatie

O

-

2.920

B

Voormalige bovengrondse brandstoftank

V

Minerale olie

5

C

Druplijnen

V

Asbest

2 x 18

DL V/O

= =

deellocatie verdachte of onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging

Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is: het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. Volgens de NEN 5740 en NEN 5707 zijn de doelstellingen in deze situatie als volgt: ▪ het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde (deellocatie A); ▪ het vaststellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde overschrijden, tevens wordt hiermee de eindsituatie van deze voormalige bedrijfsactiviteit vastgelegd (deellocatie B); ▪ met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagaan of de verdenking van verontreiniging van de vaste bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem (deellocatie C). In de onderstaande tabellen zijn de gehanteerde onderzoeksstrategieën (NEN 5740 en NEN 5707) en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven.

4 5

NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 NEN 5707+C2, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2017

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

7

Tabel 3

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek

A - Onderzoekslocatie NEN 5740: Onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Boring tot

én boring tot

én boring met

0,5 m

grondwater

peilbuis

Bovengrond

Grond Ondergrond

9

2

1

2

1

1

Standaardpakket

Standaardpakket bodem

Standaardpakket

bodem6

Tabel 4

Grondwater

grondwater7

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek

B - Voormalige bovengrondse brandstoftank NEN 5740: Verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Boring tot

én boring tot

én boring met

0,5 m

grondwater

peilbuis

0

1

0*

*

Grond

Grondwater

1

0*

Minerale olie en vluchtige aromaten (BTEXN)

Standaardpakket grondwater

Wordt gecombineerd uitgevoerd met deellocatie A

Tabel 5

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek

C - Druplijnen NEN 5707: Verdachte locatie, plaatselijke bodembelasting, duidelijke verontreinigingskern (VEP) Veldonderzoek Aantal gaten

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Gaten in de verdachte laag tot

én gaten tot onderzijde verdachte laag

Grond

maximaal 0,5 m in de verdachte laag

met een maximum van 2 m

(verdachte laag)

2x2

0

2 x 1* Asbest in grond + SEM

*

=

6

Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10), PCB (7) en het lutum- en organische stofgehalte Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)

7

uitgaande van 1 verdachte laag van maximaal 10 cm en afhankelijk van hetgeen wordt aangetroffen

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

8

3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in de vorige paragraaf. 3.1

Uitvoering veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor de SIKB-procescertificaten voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 20008) en de protocollen 20019 en 200210. Op 13 oktober 2021 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis zijn gecodeerd vanaf nummer 1. Het grondwater is bemonsterd op 2 november 2021. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2

Resultaten veldonderzoek

Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 6 omschreven. Tabel 6

Globale bodemopbouw onderzoekslocatie

Traject (m-mv)

Lithologische beschrijving

0,0 - 0,5

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus

0,5 - 2,7

Zand, matig fijn, zwak siltig

m-mv

=

meter minus maaiveld

Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn olie-indicaties en/of bodemvreemde materialen aangetroffen. Voor een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar tabel 7. Tabel 7

Zintuiglijk waarnemingen

Boring

Traject (m-mv)

Zintuiglijke waarnemingen

2

0,00 - 0,60

zwak baksteenhoudend

3

0,50 - 0,60

zwakke aromaten geur, zwakke olie-water reactie

0,60 - 1,50

zwakke aromaten geur, zwakke olie-water reactie

12

0,08 - 0,50

zwak baksteenhoudend

101

0,05 - 0,50

zwak baksteenhoudend

102

0,05 - 0,60

zwak baksteenhoudend

8 9

10

Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

9

De zintuiglijke waarnemingen beschrijven een eenduidig te herkennen materiaal. Er zijn geen aanwijzingen voor vermenging met bouw- en/of sloopafval. Ook uit het vooronderzoek zijn geen aanwijzingen voor een asbestverdenking (anders dan de spoelzones). Klinkers zijn wegenbouwmaterialen en zijn daarom niet te associëren met asbestverdachte activiteiten als bouwen en slopen. Derhalve wordt niet verwacht dat de bodem ter plaatse asbest bevat. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 8 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 8

Veldmetingen grondwater

Peilbuis

Datum monstername

Grondwaterstand (m-mv)

Zuurgraad (-)

Geleidbaarheid (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

02-11-2021

0,65

6,7

553

6,88

1

De in tabel 8 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal worden beschouwd. De troebelheid is lager dan 10 NTU. Het watermonster heeft een voldoende lage troebelheid voor een representatief monster. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 9 zijn de waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 9

Waarnemingen grondwater

Peilbuis

Zintuiglijke waarnemingen

Goed-/slechtlopend

Belucht

Geen

Goedlopend

Niet belucht

1

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

10

3.3

Laboratoriumonderzoek

De monsters zijn aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding aanvullende analyses uit te voeren boven hetgeen voorgeschreven is in de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3 en paragraaf 3.2). Wel is naar aanleiding van de zintuiglijke waarnemingen bij boring 3 een steekbus gebruikt ten behoeve van de vluchtige parameters. In tabel 10 zijn de voor analyses geselecteerde monsters en de stoffen waarop de monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 10

Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters

Monstercode

Boringen

Traject (m-mv)*

Geanalyseerde parameters

MM-1

2, 12, 101 en 102

0,0 - 0,5

Standaardpakket bodem, lutum en organische stof

MM-2

1 en 4 t/m 11

0,0 - 0,5

Standaardpakket bodem, lutum en organische stof

MM-3

101 en 102

0,9 - 1,4

Standaardpakket bodem, lutum en organische stof

3-5

3

1,1 - 1,3

Vluchtige en minerale olie, BTEXN, lutum en organische stof

101-1-1

101

1,7 - 2,7

Standaardpakket grondwater

MM

mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven

Grond

Grondwater

*

3.4

= =

Analyseresultaten

De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef11- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief12 getoetst volgens het Besluit13 en de Regeling14 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. De toetsingen zijn opgenomen in bijlage 4. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing15 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. 11

12

13 14

Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing

15

•

•

niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

11

Tabel 11

Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing

Monstercode

Boringen

Grondsoort*

Bijmengingen**

Resultaat toetsing***

Klasse indeling****

Bovengrond MM-1

2, 12, 101 en Grond 102

Baksteen

-

Altijd toepasbaar

MM-2

1 en 4 t/m 11 Grond

-

Licht: PCB (0,0052)

Altijd toepasbaar

MM-3

101 en 102

Zand

-

-

Altijd toepasbaar

3-5

3

Zand

Olie-water-reactie, aromaten geur

-

Altijd toepasbaar

Ondergrond

MM * ** *** ****

-

= = = = = =

Tabel 12

mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in de bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden

Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing

Monstercode

Peilbuis

Resultaat toetsing*

101-1-1

101

-

*

-

3.5

= =

mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden

Deelconclusie verkennend bodemonderzoek

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘onverdachte locatie’ ten aanzien van deellocatie A (onverdacht terrein) geen stand houdt. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. Zintuiglijk is ter plaatse van boring 3 olie aangetoond. Analytisch wordt zowel minerale olie als vluchtige aromaten (BTEXN) niet verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie' ten aanzien van de deellocatie B (voormalige bovengrondse dieseltank) geen stand houdt. In de grond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten minerale olie en/of vluchtige aromaten (BTEXN) aangetoond. Er zijn, met uitzondering van de spoelzones, geen aanwijzingen dat zich asbest in de bodem bevindt. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan, de aanvraag voor de omgevingsvergunning en het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit (eindsituatie).

• •

matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

12

4 VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK (SPOELZONES) In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in paragraaf 2.3. 4.1

Uitvoering veldonderzoek

Het veldonderzoek is op 13 oktober 2021 uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 201816. Er zijn 4 gaten (afmetingen op profielen) handmatig gegraven in de lange spoelzones gelijktijdig met het verkennend bodemonderzoek. De situering van de gaten (nummers 201 tot en met 204) is aangegeven op de tekening in bijlage 6. De afwatering van de daken aan de noordzijde van het pand hebben een oppervlakte van circa 2 x 1 m2. Omdat het dezelfde daken betreft wordt gesteld dat deze punten gelijk aan de overige spoelzones worden beoordeeld en zo nodig gelijktijdig met de overige spoelzones gesaneerd kunnen worden. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het uitvoeren van een maaiveldinspectie; ▪ het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; ▪ van het ontgraven materiaal zijn na voorbehandeling 2 mengmonsters samengesteld; ▪ van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; ▪ de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd; 4.2

Resultaten veldonderzoek

Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is er sprake van een droge dag. De spoelzones zijn braakliggend. De maaiveldinspectiecoëfficiënt is circa 70 tot 90 %. Tijdens de maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven op de (boor)profielen in bijlage 2 en besproken in hoofdstuk 3. In geen van de gegraven gaten is asbestverdacht materiaal (>20mm) aangetroffen.

16

Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

13

4.3

Laboratoriumonderzoek

De monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Acmaa Testing B.V. te Deurningen. In tabel 13 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven. Tabel 13

Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters

Monstercode

Gaten

Traject

Geanalyseerde parameters

MM-A

201 en 202

0,0 – 0,1

Asbest in grond + SEM

MM-B

203 en 204

0,0 – 0,1

Asbest in grond + SEM

MM

4.4

=

mengmonsters

Analyseresultaten

De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. In bijlage 4 is de berekening (conform NEN 5707) van de gehalten asbest opgenomen. In druplijnen kan rechtstreeks aan de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) worden getoetst omdat de asbest uitsluitend in de fijne fractie wordt aangetoond. In mengmonster MM-A, afkomstig van de spoelzones van de gaten 201 en 202, is asbest aangetoond in een gehalte van 1.100 mg/kg d.s.. Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Opgemerkt wordt dat er geen asbestverdachte vezels zijn aangetoond in de fijnste fractie (<0,5). In het mengmonster MM-B, afkomstig van de spoelzones ter plaatse van de gaten 203 en 204, is asbesthoudend materiaal aangetroffen (280 mg/kg d.s.). Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Opgemerkt wordt dat asbestverdachte vezels zijn aangetroffen in de fijnste fractie (<0,5). In het grondmonster MM-B is in de fractie < 0,5 mm middels SEM een gehalte asbest bepaald van 21 mg/kg d.s. De grenswaarde voor ‘onaanvaardbare risico’s buiten’ uit de circulaire bodemsanering (10 mg/kg d.s.) wordt hierbij overschreden. Het berekende gehalte asbest in MM-B bedraagt 300 mg/kg d.s. 4.5

Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek (spoelzones)

De hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. In de beide mengmonsters (MM-A en MM-B) is asbest aangetoond (respectievelijk 1.100 en 300 mg/kg d.s.). De gehalten overschrijden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Opgemerkt wordt dat aan de noordzijde van het pand op 2 punten ook sprake is van een spoelzone. Deze zijn niet afzonderlijk onderzocht. Bij sanering moeten deze punten gelijktijdig ontgraven worden. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader asbest in grondonderzoek te adviseren.

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

14

5

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In oktober-november 2021 is een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Koeweg 14b te ‘t Harde. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan, de aanvraag van de omgevingsvergunning en het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit (eindsituatie). 5.1

Resultaten

In onderstaande tabel zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. Tabel 14

Resultaten

Vooronderzoek Werkwijze vooronderzoek

NEN 5725, aanleiding A

Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 2.925 m2

Gebruik locatie

Agrarische functie

Bijzonderheden

Voormalige bovengrondse brandstoftank

Bodemonderzoek Strategie bodemonderzoek

NEN 5740, onverdachte en verdachte locatie

Bodemopbouw tot 2,7 m-mv

Zand met een humeuze bovelaag

Grondwaterstand

0,65 m-mv

Bijmengingen of bijzonderheden

Baksteen (in de boringen 2, 12, 101 en 102) en olie-water reactie (in boring 3)

Analyseresultaten

bovengrond

Licht verhoogd gehalte PCB

ondergrond

Geen verhoogde gehalten aangetoond

grondwater

Geen verhoogde gehalten aangetoond

Asbest in (spoelzones)

grondonderzoek

Oppervlakte

Circa 40 m2 (2 x 18 m2 + 2 x 1 m2)

Resultaten

Analytisch asbest aangetoond (> 100 mg/kg d.s.) ter plaatse van de spoelzones

5.2

Conclusies

Verkennend bodemonderzoek Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘onverdachte locatie’ ten aanzien van deellocatie A (onverdacht terrein) geen stand houdt. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. Zintuiglijk is ter plaatse van boring 3 olie aangetoond. Analytisch wordt zowel minerale olie als vluchtige aromaten (BTEXN) niet verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie' ten aanzien van de deellocatie B (voormalige bovengrondse dieseltank) geen stand houdt. In de grond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten minerale olie en/of vluchtige aromaten (BTEXN) aangetoond.

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

15

Verkennend asbest in grondonderzoek (spoelzones) De hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. In de beide mengmonsters (MM-A en MM-B) is asbest aangetoond (respectievelijk 1.100 en 300 mg/kg d.s.). De gehalten overschrijden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Opgemerkt wordt dat aan de noordzijde van het pand op 2 punten ook sprake is van een spoelzone. Deze zijn niet afzonderlijk onderzocht. Bij sanering zullen deze punten gelijktijdig ontgraven worden. Ingeschat wordt dat circa 12 m3 (40 m2 x 0,3m) verontreinigd is met asbest. Er zijn, met uitzondering van de spoelzones, geen aanwijzingen dat zich asbest in de bodem bevindt. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan, de aanvraag voor de omgevingsvergunning en het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit (eindsituatie). 5.3

Aanbevelingen

De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodem- of asbest in grondonderzoek te adviseren. De gewogen gehalten asbest ter plaatse van de spoelzones overschrijden de interventiewaarde. Bovendien wordt ter plaatse van de gaten 203 en 204 de grenswaarde ‘onaanvaardbare risico’s buiten’ uit het protocol asbest in de circulaire bodemsanering het gehalte respirabele vezels overschreden. De verontreiniging kan ontstaan zijn na 1993. Daarmee is er sprake van een nieuw geval van verontreiniging. Omdat het in bezit hebben van een asbestdak niet als handeling kan worden gezien (correspondentie Bodem+) is er geen sprake van zorgplicht. Dergelijke gevallen kunnen onder de Wet Bodemscherming afgehandeld worden als zijnde oude gevallen. Tot de daadwerkelijke sanering dienen, in de westelijke spoelzone, tijdelijke beheersmaatregelen te worden genomen om blootstelling aan de asbestvezels te voorkomen. Voorafgaande aan een sanering dient de instemming van het bevoegd gezag provincie Gelderland te zijn verkregen. De sanering valt onder de reikwijdte van het Besluit Uniforme Saneringen. De sanering dient te worden uitgevoerd door een erkende aannemer en milieukundig begeleider. Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring.

Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten.

21071501A | Koeweg 14b ‘t Harde

16

Bijlage | 1 Foto’s

21071501A

21071501A

Bijlage | 2

Boorprofielen met legenda Verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk

Sleuf/gat: 1

Sleuf/gat: 2

Datum: Boormeester:

Datum: Boormeester:

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

klinker

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

8

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor 1 1

50

50 60

60

Zand, matig fijn, zwak siltig, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor

2

2

100

100

3

3

130

130

Sleuf/gat: 3

Sleuf/gat: 4

Datum: Boormeester:

Datum: Boormeester:

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

klinker

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

8

20

Zand, matig fijn, zwak siltig, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50 2

60

klinker

8

1

50

50 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwakke olie-water reactie, zwakke aromaten geur, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwakke olie-water reactie, zwakke aromaten geur, bruinbeige, Edelmanboor

3

100

5 4

150

150

Sleuf/gat: 5

Sleuf/gat: 6

Datum: Boormeester:

Datum: Boormeester:

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

tuin

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Projectcode: Locatie: Schaal:

1

50

50

21071501A Koeweg 14b 't Harde 1: 20

Getekend volgens NEN 5104

tuin

50

50

Sleuf/gat: 7

Sleuf/gat: 8

Datum: Boormeester:

Datum: Boormeester:

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

tuin

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

1

50

50

50

50

Sleuf/gat: 9

Sleuf/gat: 10

Datum: Boormeester:

Datum: Boormeester:

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

tuin

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor 1

50

50

50

Sleuf/gat: 11

Sleuf/gat: 12

Datum: Boormeester:

Datum: Boormeester:

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

klinker

13-10-2021 Renze van den Brink 0

0

8

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1

Projectcode: Locatie: Schaal:

1

50

21071501A Koeweg 14b 't Harde 1: 20

Getekend volgens NEN 5104

klinker

8

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruinbeige, Edelmanboor

50

tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

tuin

50

50

Sleuf/gat: 101

Sleuf/gat: 102

Datum: Boormeester:

Datum: Boormeester:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=1cea931e-fdf7-4e0d-98a4-51ba5bf744e0