CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 25 april 2022, gemeente elburg33.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

P.W. Wanrooij

Rechtsmiddelen Tegen het definitieve besluit om omgevingsvergunning te verlenen, kan met ingang van de dag na die waarop dit besluit ter inzage is gelegd binnen zes weken beroep worden ingesteld door belanghebbenden, te weten bij Sector bestuursrecht van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Door het aantekenen van beroep wordt het besluit niet geschorst. Hiertoe dient een verzoek om voorlopige voorziening te worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland locatie Arnhem. Voor het indienen van een beroepschrift of een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

17

Bijlage 1 Uitgangspunten huisvesting Arbeidsmigranten (§ 4.4.1 van de Notitie Doelgroepenbeleid) Algemeen • We gaan uit van een opgave voor (legalisering van) huisvesting van maximaal 75-100 arbeidsmigranten. Dit beschouwen we voorlopig als een maximum. • We blijven in regionaal verband in gesprek over voortgang, ervaringen en opgave met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten, op basis van de gemaakte afspraken. We verkennen of actualisering van die afspraken aan de orde is. • We hanteren de in deze notitie opgenomen indicatie van aantallen als nulmeting. Door verplicht stellen van registratie (in de bevolkingsadministratie of nachtregisters, zie hieronder) en afspraken met huisvesters over het delen van beschikbare informatie, monitoren we de ontwikkelingen. • We richten ons op de logieswijze huisvesting van arbeidsmigranten die hier niet-permanent verblijven (short- en midstay). Permanente vestigers zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt. Via de Woonvisie moet geregeld worden dat de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief op peil is voor verschillende doelgroepen, zonder dat verdringing plaatsvindt. • Door in te zetten op passende huisvesting in de vorm van logies ontstaat er geen extra druk op de reguliere woningmarkt in de gemeente Elburg. Ook wordt door het bieden van legale alternatieve huisvestingsvormen voorkomen dat arbeidsmigranten door o.a.

uitzendbureaus (illegaal) op vakantieparken worden gehuisvest. • De gemeente is medeverantwoordelijk voor het op een goede manier huisvesten van de arbeidsmigranten. • Deze gedeelde verantwoordelijkheid dient in de huisvestingsinitiatieven terug te komen: het initiatief ligt bij de werkgever, de gemeente pakt de te volgen planologische procedure voortvarend op. Om een goede, integrale afweging te kunnen maken, hanteert de gemeente een afwegingskader (zie bijlage 7). • De gemeente Elburg wil primair arbeidsmigranten huisvesten die aantoonbaar werkzaam zijn in de gemeente of de regio. Dit lijkt echter gezien de aard van het vraagstuk lastig houdbaar. Flexwerk is naar zijn aard altijd wisselend in volume en locatie. Daarom is het belangrijk om op regionale schaal te blijven afstemmen. • We staan huisvesting (niet zijnde huisvesting op een recreatiepark) toe voor een periode van maximaal 15 jaar (via verlenen omgevingsvergunning). Dit is zowel van toepassing op tijdelijke bewoning van een permanent gebouw als op tijdelijke (al dan niet verplaatsbare) gebouwen. Op huisvesting op een recreatiepark is het Beleidsplan Vitale Vakantieparken van toepassing. • Huisvesting kan bestaan uit (transformatie van) bestaande bouw of uit nieuwbouw en is kleinschalig. Uitgangspunten proces en uitvoering Binnen de gemeente wordt de burgerparticipatie nader uitgewerkt.

Hiervoor zijn speciale schema Klantreizen opgesteld. Deze reizen hebben betrekking op drie fasen: Verkennen initiatief, Vergunningen en Toezicht & Handhaving. Elke reis wordt apart beschreven. De ingediende initiatieven dienen aan de hand van deze Klantreizen en de burgerparticipatie doorlopen en getoetst te worden. Bij initiatieven in het kader van dit doelgroepenbeleid is de initiatiefnemer verplicht het burgerparticipatietraject, zoals omschreven in de klantreizen, te doorlopen. Indien de initiatiefnemer niet kan aantonen dat hij op adequate wijze invulling heeft gegeven aan deze stappen, dan kan dit een reden zijn om planologische medewerking te ontzeggen. Uitgangspunten locatie • Uitgangpunt is dat de arbeidsmigranten zoveel mogelijk op korte afstand van de werklocatie worden gehuisvest. • Locaties komen niet zonder meer in aanmerking voor huisvesting voor arbeidsmigranten, maar worden afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid (zie afwegingskader bijlage 7). • Huisvesting van arbeidsmigranten wordt niet toegestaan indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd: het woon- en leefklimaat van een nabijgelegen woonwijk of gemengd gebied en/of die van de huisvestingsvoorziening zelf;

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

18

•

de gebruiksmogelijkheden van omliggende functies; verkeersontsluiting en parkeersituatie; milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid. De locatie moet goed ontsloten zijn. Bij nieuwe locaties wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande ontsluitingswegen.

Uitgangspunten huisvesting • Huisvesting is altijd onzelfstandig en op logiesbasis, behalve voor longstay arbeidsmigranten en eventueel gereguleerde kamergewijze verhuur. • De gemeente maakt onderscheid in typen gebied: (monofunctionele) woonwijk, gemengde gebieden (gebieden met een gemengde bestemming) en bedrijventerreinen. • De gemeente staat huisvesting van arbeidsmigranten niet toe op recreatieparken, tenzij hier in het kader van het project Vitale Vakantieparken expliciete afspraken over gemaakt worden. • Kleinschalige huisvesting vindt bij voorkeur plaats in gemengde gebieden/bestemmingen. Grootschaliger huisvesting kan in gemengd gebied/bestemming of op (aan de rand van) bedrijventerreinen. • De accommodatie dient in situering, schaal, vormgeving en (waar van toepassing) landschappelijke inpassing te passen binnen de karakteristiek van de omgeving. • Op de locatie moet voldoende parkeergelegenheid zijn. Hierbij moet worden voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid. • De huisvesting voldoet aan de voorwaarden van het Bouwbesluit voor tijdelijke panden. • De normering van de stichting Normering Flexwonen (SNF) is de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (zie bijlage 6). • Op het terrein van de locatie moet binnen en buiten gelegenheid zijn voor samenkomst en ontspanning, aangeboden door de exploitant van het gebouw.

• De gemeente reguleert kamergewijze huisvesting van arbeidsmigranten en andere doelgroepen in gewone woningen in (monofunctionele) woonwijken (zie bijlage 5 Voorbeeld beleidslijn kamergewijze verhuur) • De arbeidsmigranten dienen te worden ingeschreven bij het BRP van de gemeente (bij een beoogd verblijf van 4 maanden of langer). • Er wordt een nachtregister bijgehouden per locatie waarin minimaal wordt opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting en datum beëindiging huisvesting. • Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmerk c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA of gelijkwaardig. Deze keurmerken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels. • In het pand of op het terrein is voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen en containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het pand.

• Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten zelf te borgen, overbewoning te voorkomen, en daarmee een risico op fricties, overlast en/of een gevoel van sociale onveiligheid onderling en naar omwonenden/omliggende bedrijven zo veel mogelijk te beperken, is het van belang dat een te huisvesten arbeidsmigrant de beschikking heeft over een minimale gebruiksoppervlakte. De normering van de stichting Normering Flexwonen (SNF) is de minimale norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (zoals opgenomen in bijlage 6).

• • •

•

Eigenaar verantwoordelijk Wat betreft de samenstelling van de groep arbeidsmigranten is de beheerder verantwoordelijk voor een passende mix van nationaliteiten, waarbij het voorkomen van overlast centraal staat. De locatie beschikt over goede voorzieningen voor het wassen en drogen van kleding en beddengoed of de beheerder maakt dit op een andere manier voor alle gebruikers van het pand mogelijk. Bij huisvesting van arbeidsmigranten dient de huisvester te zorgen voor goede voorzorgsmaatregelen en handhaving op leefbaarheid, veiligheid en het voorkomen van overlast. Per locatie worden daar afspraken over gemaakt. Het bijhouden van het nachtregister en het inschrijven en uitschrijven in het BRP is de verantwoordelijkheid van de beheerder.

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

19

Uitgangspunten beheer • Voor ieder locatie waarop deze uitgangspunten van toepassing zijn, dient een beheerder te worden aangewezen. • Bij een logiesgebouw met een capaciteit van 30 personen of meer grotere omvang dient minimaal één beheerder continu aanwezig te zijn. In overleg met partijen zal de haalbaarheid hiervan (of van een acceptabel alternatief) verkend worden. • De beheerder moet naast Nederlands in ieder geval ook de taal beheersen van de meest voorkomende groepen arbeidsmigranten. • De beheerder is 24 uur per dag bereikbaar en/of aanwezig, zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder de gemeente). Binnen het beheer valt onder andere het toezien op de veiligheid van de bewoners en bijhouden van een adequate financiële en huuradministratie. • Voor iedere locatie wordt door de beheerder een klachtenreglement opgesteld waarin staat hoe de communicatie met de omgeving verloopt (vast aanspreekpunt), hoe de omgeving kan reageren op overlastsituaties en hoe daar mee wordt omgegaan. • Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners maar in ieder geval ook in de Nederlandse en Engelse taal.

Naast de informatie als opgenomen in de SNF-norm dient ook informatie ter beschikking te zijn over (de samenvatting van) cao voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzieningen in de gemeente. • Per locatie wordt een beheerplan opgesteld dat tenminste voldoet aan de normen van de SNF. In het beheerplan wordt aandacht besteed aan een goede oplossing voor de verwerking van het afval en het voorzien in cameratoezicht. • Onderdeel van het beheerplan is een huisreglement die in de juiste talen aanwezig is op iedere locatie. In het regelement moet duidelijk gemaakt worden hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het reglement te worden opgenomen. • Als onderdeel van een goede communicatie met de omgeving is er een communicatieplan nodig en wordt vanaf de start van het realisatietraject een klankbordgroep in het leven geroepen, waarin tenminste de initiatiefnemer en een vertegenwoordiging van de omgeving participeren. Overige bepalingen, evaluatie • Deze uitgangspunten zijn een aanvulling op vigerende landelijke en plaatselijke regelgeving (WABO, Bouwbesluit, Burgerlijk Wetboek, BRP, Parkeerbeleid etc).

• Alle geldende - plaatselijke - ruimtelijke procedures, beleidskaders en verordeningen met wettelijke bepalingen ten aanzien van woon- en leefklimaat, ontheffingsmogelijkheden, bezwaar en beroepstermijnen blijven onverminderd van kracht. • De uitgangspunten verbinden we aan het verstrekken van een omgevingsvergunning voor zover daarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan c.q. het herzien van een bestemmingsplan. • Het bevoegd gezag zal indien en voor zover vereist ter bestrijding van overlast en onveiligheid, gebruik maken van zijn bevoegdheid om handhavend op te treden. • Deze uitgangspunten worden een jaar na invoering geëvalueerd.

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

20

Bijlage 2 (Bijlage 6 van de Notitie Doelgroepenbeleid) Normen voor huisvesting arbeidsmigranten, SNF Normenset volgens SNF Bron: Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten, versie 8.0, geldig vanaf 1 september 2019 Ruimte en privacy • Toegestane verblijfsvormen: a. reguliere woning b. hotel/pension c. wooneenheden in gebouwencomplex d. woonunits e. huisvesting op recreatieterrein • Bewoners hebben minimaal 10m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO) per persoon. • Bewoners van een reguliere woning (a.) en wooneenheden (c.) hebben minimaal 12m2 gebruiksoppervlak wonen (GBO) • Dit geldt ook voor woonunits (d.) wanneer er sprake is van een bestemming “wonen”. Dit is inclusief 3,5 m2 slaapvertrek per persoon. • Alle voorzieningen (sanitair, keuken, slaapvertrek en woonkamer of ontspanningsruimte) dienen onder één dak en inpandig bereikbaar te zijn. • Bij alle woonvormen hebben bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte ter beschikking. • Tot uiterlijk 31-12-2023 geldt dat voor bestaande huisvesting in woonvorm e (huisvesting op recreatieterrein) bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 2,7 m2 vloeroppervlak ter beschikking hebben. Als de slaapruimte in woonvorm e minder dan 3,5m2 vloeroppervlakte per persoon is, mag de slaapruimte maximaal voor 2 personen gebruikt mag worden.

Vanaf 1- 1-2024 vervalt deze uitzondering en geldt de eis dat in alle woonvormen bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5m2 vloeroppervlakte ter beschikking hebben. • Voor alle woonvormen geldt dat voor elke bewoner in het slaapvertrek een bed beschikbaar is met een matras van tenminste 80*200cm en kledingkast van tenminste 0,36m3 plus een stoel. Indien de kledingkast niet in het slaapvertrek staat, dient deze op slot te kunnen. • Tijdens de inspectie wordt gecontroleerd of de daadwerkelijke bezetting klopt met wat er uit de administratie blijkt. Sanitair, veiligheid en hygiëne • Er is minimaal 1 toilet per 8 personen. • Er is minimaal 1 douche per 8 personen. • Er is geen sprake van zichtbare overbelasting van het elektriciteitsnet (controle op o.a. op dubbelstekkers en kookplaatjes) • De verlichting en elektriciteitsvoorziening in natte ruimten is spatwaterdicht geschikt voor gebruik in natte ruimtes. • Er is geen sprake van omstandigheden die tot gevaar of verwondingen kunnen leiden. Hygiëne in en om de woonlocatie veroorzaakt geen gevaar voor de volksgezondheid. Er is een deugdelijke en aantoonbaar onderhouden mechanische installatie of natuurlijke ventilatie, dit in combinatie met voldoende beluchting. • Er is geen sprake van schimmelvorming in de badkamers, keukens en/of andere ruimtes.

• CV, gaskachel en geiser dienen tweejaarlijks aantoonbaar gecontroleerd te zijn. • Op locaties met bestemming ‘wonen’ heeft elke verblijfsruimte minimaal 0,5 m2 daglichtoppervlakte. • Op locaties met bestemming ‘logies’ heeft elke verblijfsruimte directe daglichttoetreding. • Verblijfsruimten dienen verwarmd te kunnen worden. Voorzieningen • Koelkast(en), 30 liter koel-/vriesruimte per persoon. • Kookplaat/platen, minimaal 4 pitten. • Specifieke norm bij grotere aantallen bewoners: bij meer dan 8 personen 1 pit per 2 personen, bij meer dan 30 personen minimaal 16 pitten. • Kookplaat/platen in studio’s voor maximaal 2 bewoners dienen minimaal 2 pitten plus een magnetron of oven aanwezig te zijn.

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

21

Informatievoorziening en overige eisen • Er moet een informatiekaart aanwezig zijn die opgehangen is op een centrale plaats, De informatiekaart is opgesteld in het Engels of het Duits of de landstaal van de bewoners en deze bevat ten minste telefoonnummers van: - beheerder/contactpersoon verhuurder - regiopolitie - brandweer 112 (in levensbedreigende situaties) - verkorte huis- en leefregels in landstaal van de bewoners ontruimingsplan en noodprocedure • Als de inspecteur gesloten slaapkamers aantreft dient hij/zij een herinspectie van de locatie te gelasten. Brandveiligheid Maatregelen in de woning • Brandblusser: - Een brandblusser moet voldoen aan het besluit draagbare blustoestellen 1997 en in het bijzonder de vigerende NEN-EN 3- 7. De plaatsing van brandblussers en keuze van de blusstof in relatie tot de brandklasse moet voldoen aan de vigerende NEN 4001+C1. - Een draagbaar blustoestel moet bij nieuwe levering worden voorzien van de aanduiding van de uiterste datum (jaar en maand) waarop het eerstvolgende onderhoud moet worden uitgevoerd dit conform de vigerende NEN 2559. - Het preventief onderhoud dient jaarlijks te worden uitgevoerd conform de vigerende NEN 2559 door een gecertificeerd REOB bedrijf. De onderhoudsgegevens moeten worden geregistreerd op een etiket op basis van de vigerende NEN 2559 dat duurzaam is bevestigd op het blustoestel.

Er is in totaal 6 liter / 6 kilogram blusmiddel aanwezig - Er is een brandblusser van minimaal 2 liter / 2 kilogram binnen 5 meter van iedere plaats waar gekookt wordt en op plaatsen met open vuur (direct onder handbereik, dus niet in een andere eenheid en niet buiten). - Er staat een instructie voor gebruik op elke brandblusser . • Er is een blusdeken bij iedere kookgelegenheid. • Er zijn werkende rook- en CO-melders op voorgeschreven plaats gemonteerd. Gecombineerde CO- en rookmelders zijn niet toegestaan. Goed werkgeverschap • Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor uitzendondernemingen als voorwaarde dat zij staan ingeschreven in het register van gecertificeerde ondernemingen van SNA. • Uitzendondernemingen die te werk stellen in de sector waar de cao vlees van toepassing is dienen te beschikken over het SNA-keurmerk. • Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor agrarische ondernemingen in de sector ‘open teelten’ en in de sector ‘glastuinbouw’ die eigen werknemers huisvesten, dat zij bij het secretariaat de verklaring goed werkgeverschap zoals in de cao open teelten dan wel de cao glastuinbouw is voorgeschreven en beschikbaar via de SNF-website moeten indienen. • Ondernemingen die geregistreerd zijn bij Fair Produce kunnen daarmee aantonen aan de eisen voor goed werkgeverschap te voldoen.

• Om goed werkgeverschap te verzekeren geldt voor ondernemingen die eigen werknemers huisvesten in sectoren waarmee SNF nog géén afspraken heeft gemaakt over de invulling van goed werkgeverschap, dat zij bij het secretariaat een accountantsverklaring volgens het voorgeschreven format waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde cao wordt nageleefd. • Ondernemingen die geen eigen werknemers huisvesten hoeven niet aan deze normeis te voldoen. Zie reglement registratie voor de voorwaarden.

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

22

Bijlage 3 (Bijlage 7 bij de Notitie Doelgroepenbeleid) Afwegingskader Initiatieven Huisvesting Arbeidsmigranten De bestemming van de locatie 1. Staat de actuele bestemming van deze locatie wonen of logies (van arbeidsmigranten) toe? 2. Is een wijziging van de bestemming te overwegen? a. Zijn op voorhand, zonder uitgebreid nader onderzoek, al feitelijke belemmeringen bekend, waarbij gedacht kan worden aan: - Gevaar, geluid- of geuroverlast door omliggende bedrijven - Infrastructuur zoals drukleidingen - Bedrijven die in hun toekomstige bedrijfsvoering belemmerd zouden worden (planschade) - Onaanvaardbare toename verkeersdruk (afhankelijk van omvang, zie 4) - Andere belemmeringen b. Zijn er beleidsmatige belemmeringen tegen zo’n wijziging, zoals: c. - Er speelt al een ander verzoek/initiatief op die locatie d. - Belemmeringen vanuit omgevingsvisie e. - Andere belemmeringen 3. Is een tijdelijk afwijking van de bestemming (max. 10 jaar) te overwegen? a.

Zijn op voorhand, zonder uitgebreid nader onderzoek, al feitelijke belemmeringen bekend tegen een tijdelijke afwijking, waarbij gedacht kan worden aan: - Gevaar, geluid- of geuroverlast door omliggende bedrijven - Infrastructuur zoals drukleidingen - Bedrijven die in de komende 10 jaar in (wijziging van) hun bedrijfsvoering belemmerd zouden - worden (planschade) - Onaanvaardbare toename verkeersdruk (afhankelijk van omvang, zie 4) - Andere belemmeringen b. Zijn er beleidsmatige belemmeringen tegen zo’n tijdelijke afwijking, zoals: - Er speelt al een ander verzoek/initiatief op die locatie; - Belemmeringen vanuit omgevingsvisie; - Andere belemmeringen. De aard en omvang van de voorziening 4. Welke omvang kan een voorziening maximaal hebben op een locatie? Een goede methode om te bepalen hoeveel arbeidsmigranten op een bepaalde locatie gehuisvest kunnen worden, is om te kijken naar referentieprojecten. Zie daarvoor paragraaf 5.3. Deze projecten voldoen aan de normen van SNF, hebben allemaal de mogelijkheid om parkeren op eigen terrein mogelijk te maken en worden positief ervaren door omwonenden en de betreffende gemeente. De referentieprojecten hebben gemiddeld ca. 70 m2 grond per bewoner beschikbaar. Die norm is daarom geschikt om te beoordelen wat een locatie kan hebben. (oppervlakte locatie in m2 gedeeld 70.

De uitkomst is een goede richtlijn voor het aantal bewoners dat een huisvestingsvoorziening kan dragen). Het gebruik van de locatie binnen de (al dan niet gewijzigde) bestemming Geschiktheid van de locatie 5. Is de locatie gelegen binnen de bebouwde kom of periferie? 6. Beschikt de locatie over voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein? 7. Is er sprake van een goede ontsluiting naar de provinciale weg? 8. Ligt de locatie op loopafstand van de dagelijkse voorzieningen? Kwaliteit 9. Kan de voorziening aan de eisen van het Bouwbesluit en de eisen van welstand voldoen? 10. Kan de exploitant over een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik (gaan) beschikken? 11. Beschikt de huisvester over het SNF-keurmerk en zal de voorziening dus tenminste aan de eisen van dat keurmerk voldoen? Exploitatie en beheer 12. Is er voldoende zekerheid dat aan de wettelijke eisen van registratie en het bijhouden van een nachtregister (bij logies) voldaan zal worden? 13. Is er een beheerplan dat in voldoende mate tegemoet komt aan de eisen die redelijkerwijs door bewoners, omgeving en gemeente gesteld worden? Eisen aan de exploitant c.q. gebruiker 14. Is bekend wie de exploitant c.q. feitelijke gebruiker van de voorziening is? 15. Is er aanleiding om vanuit ervaringen elders met deze exploitant of gebruiker bijzondere aandacht te geven aan afspraken over exploitatie en beheer? 16.

Is er aanleiding om nader onderzoek te doen o.g.v. de wet Bibob? Draagvlak voor de voorziening in de omgeving 17. Is de initiatiefnemer bereid en in staat om zijn aandeel te nemen in een zorgvuldige communicatie met de omgeving en bij de planvoorbereiding te luisteren naar en eventueel tegemoet te komen aan bezwaren van omwonenden.

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

23

Postadres Postbus 70, 8080 AB Elburg Bezoekadres Zuiderzeestraatweg Oost 19, 8081 LA Elburg Telefoon 0525-688688 Fax 0525-688699 E-mail gemeente@elburg.nl Internet www.elburg.nl IBAN NL23BNGH0285002333 BIC BNGHNL2G KVK 08218414 BTW NL001831124B01

1 Verslag Klankbordgroep 9 feb 2022 geanonimiseerd.pdf

1 20220425 raadsbesluit inzake def vvgb en vergunning Berkenweg 9, 9a en 13 (2020-0360).pdf

De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 maart 2022 b e s l u i t : -

Kennisnemen van de Nota samenvatting en beantwoording zienswijzen Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk en van de Reactie op aanvullende zienswijzen; Een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het realiseren van vier vrijstaande woningen met bijgebouwen op het perceel 9/9a en het huisvesten van arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13 te Doornspijk.

Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 25 april 2022 de voorzitter, de griffier,

ir. J.N. Rozendaal

mr. D.H.A.A. Kassing

1 1813-RO-Berkenweg 06-05-2020 aangepast 27-11-2020 en 5-3-2021 en 23-4-2021 en 27-9-2021 en 23-11-2021 en 02-02-2022 def.pdf

Slaa + van Asselt architecten BNA Industrieweg 75 8071 CS Nunspeet 0341 - 25 19 63 info@slaavanasselt.nl

datum

6 mei 2020 aangepast 26-9-2020 aangepast 27-11-2020 aangepast 5-3-2021 aangepast 23-4-2021 aangepast 27-9-2021 aangepast 23-11-2021 aangepast 02-02-2022 project

ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk projectnr.:

1813 onderwerp

ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

INHOUD: 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

INLEIDING Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

2.1. 2.2.

HET PLAN Bestaande situatie Nieuwe situatie

3.1. 3.2. 3.3.

BELEIDSKADER Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9. 4.10. 4.11. 4.12. 4.13.

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geur Geluid Bodem Asbest Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Parkeren en verkeer Besluit milieueffectrapportage

5.1. 5.2.

UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijk uitvoerbaarheid

2.

3.

4.

5.

Bijlagen: 1. Bodemonderzoek d.d. 26-02-2020 2. Ecologische QuickScan d.d. 20-02-2020 3. Archeologisch onderzoek d.d. 04-12-2019 4. Verslag omwonenden overleg d.d. 04-07-2019 5. Onderzoek stikstofdepositie d.d. 02-02-2022 6. Akoestisch onderzoek wegverkeer 13-09-2021 7. Asbestinventarisatie 13-08-2019 8. Rapport Externe Veiligheid d.d. 23-04-2021 9. Bevestiging aanvraag ontheffing / vergunning Wet natuurbescherming 10. Terreintekening bestaand en nieuw d.d. 22-11-2021 11. Uitdraai digitale watertoets 25-1-2022

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 1 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

1. INLEIDING 1.1.

Aanleiding Het (samengestelde) perceel Berkenweg 13 en 9 Doornspijk, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummers 4425, 4426, 5273, 5274 en 4883 zijn eigendom van: Harry Frens Vastgoed BV Schootbruggeweg 4 8085 RW Doornspijk hierna te noemen: “initiatiefnemer” Huisvesting voor arbeidsmigranten, Berkenweg nummers 13 Uit de Kansenverkenning flexwonen in Elburg d.d. september 2018 (uitgevoerd door het Expertisecentrum Flexwonen en het woningbehoefteonderzoek (Reith advies, 10 december 2018) is gebleken dat voor een groot aantal arbeidsmigranten huisvesting moet worden gevonden. Op grond van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018' hebben de betreffende gronden een recreatieve bestemming. Permanente bewoning van de recreatieobjecten is niet toegestaan. Deze aanvraag is bedoeld om toestemming te krijgen voor het permanent huisvesten van arbeidsmigranten in de voormalige recreatiewoningen op het perceel. Vier woningen, Berkenweg nummers 9 De gronden onder en achter de nummers 9 aan de Berkenweg hebben een woonbestemming, maar kunnen ook gebruikt worden voor recreatieve doeleinden. Op het terrein zijn diverse stacaravans aanwezig. Deze zijn in een slechte staat.

Tijdens een overleg met vertegenwoordigers van uw college op 16 november 2020 is afgesproken dat een eerder ingediende aanvraag voor het huisvesten van acht mensen met onbegrepen gedrag en één beheerder, wordt gewijzigd naar een aanvraag voor het oprichten van twee vrijstaande woningen. In totaal gaat het dus om vier vrijstaande woningen. Een totaal ontwikkeling De aanvrager en de gemeente Elburg zien de beide vormen van huisvesting als onderdeel van een totaal ontwikkeling op de locatie Berkenweg 9/13 te Doornspijk zodat die ontwikkeling ook in een keer ruimtelijk vertaald dient te worden.

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 2 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1.2.

1813

Plangebied De betreffende locatie is gelegen aan de Berkenweg te Doornspijk.

Kaart (bron: www.google.nl/maps)

Op de hiervoor getoonde kaartuitsnede van Doornspijk is de ligging van het plangebied rood omcirkeld aangegeven. Op onderstaande foto is het plangebied inclusief globale omlijning en omringende structuur weergegeven.

luchtfoto van de bestaande toestand (bron: www.google.nl/maps)

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 3 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1.3.

1813

Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Elburg 2012. Actualisatie 2018” is vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg op 28-01-2019. Ingevolge het bestemmingsplan geldt voor de locatie de bestemming “wonen” en “recreatie – verblijf” Realisatie van het voorgenomen gebruik is binnen dit bestemmingsplan niet mogelijk.

Weergave vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018” bron: www.ruimtelijkeplannen.nl / Slaa + van Asselt architecten BNA)

1.4.

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid en van de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en de geldende (milieu)wetgeving. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 4 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

2.

1813

HET PLAN 2.1.

Bestaande situatie Het terrein met een oppervlakte van circa 8550m2 is nu ingericht in drie onderdelen: 9 recreatie chalets 2 geschakelde woningen (2/1-kap) aan Berkenweg nummer 9 en 9A 16 wooneenheden waarvan 1 bedrijfswoning. Deze woningen worden bewoond door arbeidsmigranten. Dit gebruik is op dit moment tijdelijk vergund.

Bestaande situatie (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 5 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

2.2.

1813

Nieuwe situatie In de nieuwe situatie veranderen deze naar: De 16 wooneenheden waarvan 1 bedrijfswoning op het perceel, en het aangrenzende terrein, mogen definitief worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Aan de Berkenweg worden de bestaande geschakelde woningen (2/1-kap) en een aantal bijgebouwen op nummer 9 en 9A gesloopt. De chalets achter de woningen worden afgevoerd. Op het vrijgekomen terrein worden 4 vrijstaande woningen gebouwd.

Nieuwe toestand (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 6 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

Na verlenen van de omgevingsvergunning is het volgende gebruik toegestaan: Zuidwestelijke bestemmingsvlak (deel perceel 4883) : 16 woon eenheden waarvan 1 bedrijfswoning : huisvesten van arbeidsmigranten Noordoostelijke bestemmingsvlak (percelen 4425, 4426, 5273 en 5274) 4 vrijstaande woningen met bijgebouwen Bestemming: wonen

Weergave nieuwe situatie (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 7 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

3. 3.1.

1813

BELEIDSKADER Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt vrijwel geheel. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. Conclusie: Het plan omvat de realisatie van in totaal 20 woningen binnen een bestaande ruimtelijke structuur. De beoogde ontwikkeling is dermate kleinschalig dat geconcludeerd kan worden dat het niet strijdig is met het Rijksbeleid.

Ladder voor duurzame verstedelijking Ingevolge artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bevat een toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebeid, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ingevolge artikel 5.20 van het Bor is deze ladder voor duurzame verstedelijking eveneens van toepassing op een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo. Voor de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden bezien in hoeverre de afwijking van het bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte de afwijking mogelijk maakt in vergelijking met het vigerende bestemmingsplan (zie uitspraak van de ABRvS van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 7). Op grond van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012 zijn de percelen bestemd voor een geschakelde woning (2/1-kap), 15 kampeerplaatsen en 16 wooneenheden. Na verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning zijn op de percelen toegestaan: vier vrijstaande woningen en 16 wooneenheden voor arbeidsmigranten.

Deze wijziging van functie en mogelijkheden legt amper een anders planologisch beslag op de ruimte. Bij 12 of meer woningen kan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling worden gesproken. In dit geval komen er slechts 2 woningen bij en verdwijnen bovendien 15 kampeerplaatsen. Ook de functiewijziging heeft beperkte

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 8 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

invloed, nu er weinig verschil is tussen verblijfsrecreatie en permanente bewoning. De plannen vormen daarom geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor zover al sprake zou zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, voorziet die bovendien in een behoefte en is deze voorzien binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling voorziet immers in de opgave voor de gemeente voor huisvesting van een specifieke doelgroep, zoals onderzocht in de voormelde Notitie Doelgroepenbeleid. Er zijn ook al jarenlang arbeidsmigranten op de Berkenweg gehuisvest. De percelen aan de Berkenweg moeten daarnaast als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt, nu op die locatie al jarenlang een vakantiepark, kampeerterrein en woningen aanwezig zijn. Conclusie Toepassing van de “ladder voor duurzame verstedelijking” betekent geen belemmering van de beoogde ontwikkeling.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Vanaf dat moment moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Het Barro heeft tot doel verwezenlijking van bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro worden daarom een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en ingekaderd. Projectmatig worden vervolgens regels gegeven waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is het nationale belang dat het stellen van deze regels rechtvaardigt vastgelegd. In het Barro worden 15 onderwerpen beschreven, te weten: project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, defensie, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, rijks vaarwegen, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, ecologische hoofdstructuur, primaire waterkering buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), veiligheid rond rijks vaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Het plangebied valt niet binnen één van de in het Barro genoemde projecten.

Verder is het betreffende plan zodanig klein van schaal dat het niet (direct) van nationaal belang is. Conclusie: Vanuit het Barro zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor betreffend plan.

3.2.

Provinciaal beleid Het ruimtelijk beleid van de provincie Gelderland komt vooral tot uitdrukking in de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsvisie en in de Omgevingsverordening.

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid verwoord. De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en initiatieven. De provincie heeft twee doelen

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 9 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie benadrukken. De doelen zijn: 1. een duurzame economische structuurversterking. 2. het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening integreren en verbinden het Waterplan, het Provinciaal Verkeer en Vervoerplan, het Streekplan (Structuurvisie), het Milieuplan en de Reconstructieplannen tot één plan en tot één verordening. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening bevatten de hoofdlijnen voor de volgende maatschappelijke opgaven in Gelderland voor: • water; • natuur en landschap; • cultuur en erfgoed; • milieu; • energietransitie; • landbouw; • verkeer en vervoer; • ruimtelijke ordening. Met betrekking tot het wonen streeft de provincie er naar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de Regionale Agenda Wonen agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. Zij maken afspraken over wat zij hieraan gaan doen. De provincie is één van de partijen. Als belangrijke doelgroepen van beleid zijn genoemd: • ouderen; • mensen met een zorgindicatie; • jongeren; • arbeidsmigranten; • middeninkomens. De provincie Gelderland streeft op de woningmarkt naar een vraaggerichte in plaats van aanbodgerichte benadering.

Aangetoonde woningbehoefte (de vraag) zou moeten kunnen worden gefaciliteerd, in de vorm, op de plaats en op het moment dat die zich voordoet. Conclusie omgevingsvisie: Er is sprake van een concrete plaatselijke vraag. Het onderhavige project past binnen het beleid als verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland. Geconstateerd wordt daarom dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 werd door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is gebaseerd op de bovengenoemde Omgevingsvisie. Deze Omgevingsverordening werd op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de Omgevingsvisie van 2018. In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk-maatschappelijk beleid uiteengezet. In de Omgevingsverordening wordt de juridische borging van het beleid geregeld om op die manier de provinciale belangen veilig te stellen. Vrijwel elke ontwikkeling in Gelderland heeft van doen met de inhoud van de Omgevingsvisie en met de bepalingen uit de Omgevingsverordening. Een nieuw ruimtelijk project, zoals het onderhavige, moet worden getoetst aan de Regels van de Omgevingsverordening van de provincie.

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 10 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

Volgens artikel 2.1, lid 1 (regionale woonagenda) stellen de gemeentebesturen een Regionale Woonagenda op. Volgens artikel 2.1, lid 2 zullen Gedeputeerde Staten de Regionale Woonagenda vaststellen. Volgens artikel 2 maakt een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgesteld Regionale Woonagenda. In het voorliggende plan is sprake van huisvesting van de in het beleid benoemde doelgroep arbeidsmigranten en van vrijstaande woningen. Er is geen strijd met de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland.

Groene ontwikkelingszone De locatie valt buiten het Gelders natuurnetwerk. Het terrein is onderdeel van de Ecologische verbindingszones en valt binnen de groene ontwikkelingszone. Dat betekent dat er vanuit de Omgevingsverordening Gelderland eisen worden gesteld aan de ontwikkeling zodra er sprake is van een uitbreiding van bestaande functies met meer dan 30 procent. In het voorliggende plan worden de bestemmingsvlakken niet vergroot. Ook de bebouwde oppervlakken worden naar verwachting kleiner maar zeker niet vergroot. Conclusie omgevingsverordening: Een nieuw bestemmingsplan moet voldoen aan de Instructieregels voor bestemmingsplannen zoals in de Omgevingsverordening opgenomen. Er staan geen Regels in de Omgevingsverordening die de voorliggende planontwikkeling belemmeren.

3.3.

Gemeentelijk beleid De gemeente Elburg heeft op verschillende onderwerpen beleid ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de voor dit plan relevante beleidsdocumenten uiteengezet en getoetst.

Toekomstvisie Elburg 2020 De Toekomstvisie Elburg 2020 is vastgesteld in november 2009 en bevat de strategische koers die de gemeente nastreeft. De ruimtelijke aspecten die deze koers met zich mee brengt zijn uitgewerkt in de Structuurvisie Elburg 2030 die door de raad op 24 september 2012 is vastgesteld. De kernwaarden van de gemeente zijn hieronder weergegeven: - Geborgenheid, zorgzaamheid en veiligheid; - Gastvrije en uitnodigende omgeving; - Vitale kwaliteitseconomie; - Herkenning in geloofsbeleving; - Kwaliteit in wonen en leefomgeving; - Kleinschaligheid en menselijke maat; - Ontplooiingsruimte voor jong en oud. Het buitengebied is sterk verweven met Doornspijk en Hoge Enk. Het zijn hechte en betrokken gemeenschappen waar de plaatselijke voorzieningen in stand worden gehouden. Ook zal er veel aandacht zijn voor het bouwen van starterswoningen voor de plaatselijke jeugd. De uitvoering zal gericht zijn op de specifieke woonwensen van de jonge inwoners. Nieuwe woningen en andere (werk)gebouwen zullen zorgvuldig, in het dorp en/of landschap worden ingepast; kleinschalig, al dan niet aan de dorpsrand en met het kenmerkende karakter van Doornspijk en Hoge Enk als agrarische lintdorpen.

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 11 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

Conclusie: Zowel de sloop van voormalige recreatiewoningen als de bouw van nieuwe woningen draagt bij een het verduurzamen. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten ten aanzien van de Toekomstvisie.

Woonvisie 2020-2025 De Woonvisie vormt bouwstenen voor Elburgs activiteiten op het gebied van het wonen, en is het richtinggevend kader voor het handelen van partners in het veld. De visie formuleert onder meer het kader voor de afweging van nut, noodzaak en locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen in relatie tot de bestaande woningvoorraad. Het sluit daarbij aan bij de door het Rijk opgestelde ladder voor duurzame verstedelijking als verplicht toetsingsinstrument bij nieuwe bestemmingsplannen. Een doelstellingen die genoemd wordt is het uitbreiden van de woningvoorraad met 810 woningen in komende 10 jaar. Verder stelt de visie dat voor circa 75 tot 100 arbeidsmigranten een legale huisvestingsvorm georganiseerd moet worden. Dat is in dezelfde orde van grootte als eerder in een regionaal convenant is afgesproken. Tot op heden is de gemeente er echter nog niet in geslaagd een structurele legale oplossing te vinden. Dit zal dus snel opnieuw opgepakt moeten worden. Eén van de genoemde oplossingsrichtingen is de legalisering van woningen op recreatieparken, waarvan wordt aangegeven dat dit in nauw overleg met de eigenaren van recreatieparken moeten gebeuren; Conclusie: Het voorliggende initiatief doet een bijdrage aan het vergroten van de woningvoorraad en helpt bij het realiseren van een legale huisvestingsvorm voor arbeidsmigranten.

Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten van de woonvisie 2020-2025.

Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg De huidige Woonvisie van de gemeente Elburg bestrijkt de periode 2015-2019. Daarom is de gemeente gestart met het proces om te komen tot een nieuwe Woonvisie voor de periode 2020-2023. Vooruitlopend op de vaststelling van de nieuwe Woonvisie wil de gemeente het huisvestingsbeleid voor de verschillende te huisvesten bijzondere doelgroepen vaststellen. Dit heeft mede te maken met de discussie rond het voorliggende initiatief. Met het Doelgroepenbeleid wil de gemeente een goed inzicht en overzicht hebben over de huisvestingsopgaven voor bijzondere doelgroepen die de gemeente heeft en uitgangspunten en randvoorwaarden formuleren voor de huisvesting van die doelgroepen. In deze notitie, gedateerd 3 maart 2020, heeft de gemeente de opgave voor 5 doelgroepen geformuleerd. Voor wat betreft de ontwikkeling aan de Berkenweg geldt dit voor de doelgroep EU-arbeidsmigranten. De notitie gaat uit van 250 in Elburg werkzame arbeidsmigranten. Daarvan zijn er 150-175 woonachtig in Elburg (in gewone woningen en kamergewijs verhuurde woningen van werkgevers). De opgave is dan 75-100 te legaliseren plaatsen (door honorering bestaande c.q. nieuwe initiatieven)

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 12 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

Conclusie: Het voorliggende initiatief betreft o.a. de huisvesting van EUarbeidsmigranten en sluit daarmee aan bij de in deze notitie genoemde oplossingsmogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten van de Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg.

Landschapsontwikkelingsplan Elburg (LOP) In het buitengebied van de gemeente Elburg spelen nieuwe ontwikkelingen en de gemeente heeft de wens initiatieven te stimuleren. Het LOP biedt de gemeente een landschappelijke visie op het buitengebied en een actieprogramma met kansrijke en op uitvoering gerichte projecten. De visie zal zorgen voor een toetsingskader waarbinnen ontwikkelingen en plannen beoordeeld kunnen worden. Het LOP kent een doorlooptijd van 10 jaar en de planperiode loopt van 2011 tot 2020. Daarbij staan het versterken van de identiteit en karakteristieke verscheidenheid van het landschap centraal. Het buitengebied van de gemeente Elburg is opgedeeld in verschillende landschapstypen om de unieke landschappelijke verscheidenheid te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plangebied ligt op de rand van een ‘kleinschalig / lineair kampenlandschap’ (KK), en tegen ‘besloten natuurgebied de Veluwe’ (BV), zoals in onderstaande figuur is weergegeven.

Uitsnede LOP (bron: LOP gemeente Elburg)

De basisvisie op de flanken van de Veluwe is gericht op het behouden, maar vooral ook versterken van de kleinschalige mozaïekachtige structuur en het herstellen van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. Binnen de flanken van de Veluwe wordt onderscheid gemaakt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In zowel het kleinschalige kampenlandschap als het lineaire kampenlandschap ligt het accent op behoud en versterking van de houtsingels die een kleinschalige mozaïekstructuur creëren. Het patroon van de mozaïekstructuur verschilt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In het kleinschalige kampenlandschap dicht tegen de Veluwe aan, is de dichtheid aan houtsingels groter, zijn de percelen kleiner en de vormen grilliger.

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 13 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

Het behouden en versterken van deze kenmerkende beplanting op de perceelsgrenzen vormt een belangrijk onderdeel binnen het LOP. Conclusie: Ten behoeve van de voorliggende gebruikswijziging worden geen bomen gekapt. Groenopstanden en houtsingels blijven behouden. Het plan past daarmee binnen de visie zoals omschreven in het Landschapsontwikkelingsplan Elburg

Beleidsplan Vitale Vakantieparken Het Beleidsplan Vitale Vakantieparken van de Gemeente Elburg is een uitwerking van de doelstelling van de RNV om te komen tot een toeristische visie op de regio met inachtneming van de door de deelnemende gemeenten uitgewerkte actieplannen. Bij transformatie (functieverandering of sanering) van vakantieparken zijn er specifieke uitgangspunten geformuleerd: Er dient een toekomstbestendige situatie te ontstaan; De kosten van de transformatie mogen niet ten laste komen van de gemeente; De transformatie heeft betrekking op een volledig park of een aaneengesloten gedeelte daarvan. In het voorliggende plan is sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling, de kosten komen volledig ten laste van de initiatiefnemer en de transformatie heeft betrekking op het gehele park. Conclusie: De ontwikkeling past goed in het beleid van de gemeente Elburg aangaande vitale vakantieparken.

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 14 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

4.

1813

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 4.1.

Inleiding Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: -

Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBIcode gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.

4.2.

Bedrijven en milieuzonering Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De feitelijke situatie betreft bestaande woningen en te vervangen bestaande woningen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: -

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

Voor wat betreft de eerste vraag gaat het er om of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 15 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In dit geval wordt de locatie bestemd ten behoeve van woondoeleinden. De functie wonen betreft geen bedrijfsactiviteit, daarom is er geen sprake van een milieubelastende activiteit met externe werking. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Bij de tweede vraag gaat het er om of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’, de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunning plichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in de volgende paragraaf nader op ingegaan. In deze paragraaf zullen de richtafstanden bij veehouderijen voor wat betreft het aspect geur derhalve buiten beschouwing blijven. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die hinder zouden kunnen geven aan de realisatie van de nieuwbouw.

4.3.

Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij dient tussen een emissiepunt van een dierenverblijf waarin melkkoeien en/of vrouwelijk jongvee worden gehouden en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom een afstand van 100 meter en buiten de bebouwde kom een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Voor de overige dieren welke binnen de inrichting worden gehouden, is in de Wet geurhinder en veehouderij een geurnorm opgenomen. Deze bedraagt voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom 3 odour units per kubieke meter lucht. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom bedraagt deze 14 odour units per kubieke meter lucht. Volgens artikel 4 lid 1 van de Wgv, geldt dat voor de woningen, ten aanzien van het aspect geur, een minimale afstand van 50 meter tussen het agrarische bouwvlak en de woningen dient te worden aangehouden. Het dichtstbijzijnde gelegen agrarische bedrijf ligt, hemelsbreed, op ruim meer dan 50 meter. De vaste afstand wordt in onderhavig geval ruimschoots gehaald en levert geen belemmeringen op voor de te realiseren woningen. Er hoeft in dit geval geen nader onderzoek plaats te vinden inzake het aspect geur.

De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de Wet geurhinder en veehouderij. Conclusie: Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 16 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

4.4.

1813

Geluid WEGVERKEER De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect “geluid”. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: - Woningen - andere geluidsgevoelige gebouwen - geluidsgevoelige terreinen Het besluit geluidhinder (Bgh) wijst volgens art. 1 Wgh een "ander geluidsgevoelig gebouw" aan. Art. 1.2 Bgh wijst onderstaande gebouwen aan als "ander geluidsgevoelig gebouw": - onderwijsgebouwen - ziekenhuizen en verpleeghuizen - verzorgingstehuizen - psychiatrische inrichtingen - kinderdagverblijven Door Adviesburo de Haan is een berekening uitgevoerd voor de nieuwe situatie volgens de Standaard Rekenmethode I uit bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Dit om de 48 dB L den geluidscontour van de Berkenweg te bepalen, waarin ook het wegverkeer van de A28 en het treinverkeer is mee genomen. Uit de berekening volgt dat alle gevels van de woningen buiten de 48 dB geluidscontour vallen van de Berkenweg. De geluidbelasting van het wegverkeer op de rijksweg A28 en het railverkeer voldoen ook aan de voorkeurswaarden op basis van de geluidzones en de kaarten in de atlas leefomgeving. De volledige rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.

ARTILLERIE SCHIETKAMP ’T HARDE Ten zuiden van het plangebied ligt het Artillerie Schietkamp (ASK) ligt. Dit militaire oefenterrein ligt op circa 1300 meter afstand van het plangebied. Uit de Hinderwetvergunning van 27 oktober 1994 blijkt dat geluidscontouren en de toegestane geluidbelasting op immissiepunten is vastgesteld Volgens de geluidscontouren blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van het plan tussen 45 dB(A) en 50 dB(A) ligt. Door adviesbureau De Haan is onderzoek gedaan naar de invloeden van schietlawaai en overige activiteiten. Als toetsingskader gelden: - De geldende omgevingsvergunning milieu van het ASK uit 1994 - De beleidsnota “Beleid Inzake Militair Schietgeluid” van 25 februari 2013 voor de beoordeling van schietlawaai. Uit het rapport blijkt dat het initiatief geen nadelig effect heeft op de naleefbaarheid van de vergunning en de beleidsnota voor schietlawaai en ook geen relevant effect heeft op de naleefbaarheid van de vergunning voor de overige activiteiten van het ASK. Conclusie:

Slaa + van Asselt architecten BNA

02-02-2022

pagina 17 van 28

Ruimtelijke ontwikkeling nabij Berkenweg 9 / 13 te Doornspijk

1813

Geconcludeerd kan worden dat voor het onderdeel geluid sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.5.

Bodem INLEIDING De bodem wordt op vele manieren gebruikt, voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, aanleg van wegen en winning van grondstoffen. Om te zorgen dat dit nu en in de toekomst mogelijk blijft, is een duurzaam beheer van de bodem belangrijk. Doordat mensen al vele eeuwen gebruik maakt van de bodem heeft zij overal sporen achtergelaten. Deze sporen zijn terug te zien in het landschap en te vinden op en in de bodem. Door bodemsanering worden de ernstige chemische verontreiniging van de bodem aangepakt. Bescherming van de bodem betekent bovendien het voorkomen dat schone grond verontreinigd raakt en het rekening houden met de eigenschappen van de bodem. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=9c1e285c-9464-4bab-ad1c-2293e9b81a20