CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Oordeelsvorming 31 oktober 2023, gemeente elburg37.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Een belangrijk verschil met werkzaamheden die tot de reguliere arbeidsmarkt behoren is dat voor deze werkzaamheden de bereidheid bestaat loon te betalen. Bij werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie is dat niet het geval.

Artikel 12. Het opdragen van een tegenprestatie

De gemeenteraad kiest er in deze verordening voor te bepalen dat het college een tegenprestatie in beginsel kan opdragen aan iedere belanghebbende (zie artikel 12 lid 1 van de verordening). Bij personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt kan redelijkerwijs worden verwacht dat hun inspanningen eerder zullen leiden tot uitstroom. Daarom wordt in beginsel aan personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt geen tegenprestatie opgedragen. De tegenprestatie mag immers het accepteren van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet belemmeren aangezien werk boven uitkering als uitgangspunt geldt. Maar de tegenprestatie kán wel ingezet worden voor mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt als die voorziening het meest passend lijkt om iemand te begeleiden richting regulier werk. Aan personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kan het college wel een tegenprestatie opdragen. Lid twee stelt dat er geen tegenprestatie wordt opgelegd indien belanghebbende al activiteiten uitvoert die vergelijkbaar zijn met de duur en omvang van een tegenprestatie. Het kan gaan om betaalde arbeid, vrijwilligerswerk, mantelzorg of andere re-integratieactiviteiten.

De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet) De verplichting tot tegenprestatie is niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet.

Tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing

De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de re-integratie. De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als reintegratie-instrument. Het betreffen werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie worden ingezet. De tegenprestatie mag het accepteren van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Het uitgangspunt

werk boven uitkering staat voorop.

Artikel 13. Duur en omvang van een tegenprestatie

Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen.

Artikel 14. Geen werkzaamheden voor handen Artikel behoeft geen nadere toelichting

Artikel 15. Loonkostensubsidie Op 1 januari 2017 is de ‘Wet stroomlijning loonkostensubsidie Participatiewet’ in werking getreden. Dat heeft geleid tot wijziging van artikel 10d van de Participatiewet en daaraan verbonden inhoudelijke aanpassingen in de regeling met betrekking tot loonkostensubsidie. In de Participatiewet is middels artikel 10d, tweede lid, een nieuwe doelgroep opgenomen voor loonkostensubsidie. Het betreft jongeren: • • •

van het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs; het voorgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra, of de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

die binnen 6 maanden na het verlaten van school zijn gaan werken. Het college hoeft voor deze doelgroep niet meer vast te stellen of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De werkgever van deze jongeren kan – ook als de dienstbetrekking al tot stand is gekomen – de gemeente verzoeken de loonwaarde vast te stellen. Daarnaast kan het college nog steeds op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep loonkostensubiside behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet). Er kan op twee manieren worden vast gesteld of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: • •

Via aanvraag beoordeling arbeidsvermogen bij het UWV; Via de praktijkroute.

In de arbeidsmarktregio is afgesproken dat het instrument Dariuz wordt gehanteerd bij het vaststellen van de loonwaarde.

Artikel 16. Indienstnemingspremie Als werkgevers iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt en een lage loonwaarde in dienst nemen dan kunnen ze periodiek loonkostensubsidie krijgen volgens artikel 20 van deze verordening. Er zijn ook situaties waarbij de werknemer formeel wel een normale loonwaarde heeft maar waarbij de werkgever toch extra kosten moet maken om deze loonwaarde te realiseren of risico’s loopt omdat de werknemer bijvoorbeeld een bepaalde afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Voor deze situaties is de indiensttredingspremie bedoeld. Per situatie wordt bekeken welke extra kosten of lasten de werkgever heeft gehad, afgezet tegen de persoon die uitkeringsonafhankelijk is geworden. De maximale premie bedraagt €5.000. Om aanspraak te maken op de premie, moet er sprake zijn van een voltijdsdienstverband, waarbij een minimum geldt van zes maanden. De werkgever krijgt een premie van €250 per maand met een maximum van €3.000 wanneer het gaat om een tijdelijk dienstverband. Wordt het contract omgezet naar of is er direct sprake van een vast dienstverband, wordt naast de €3.000 een aanvullende subsidie van €2.000 toegekend.

Belangrijk om in de gaten te houden is dat er geen werkgevers zijn die via zogenaamde draaideurconstructies elke keer opnieuw een indienstnemingspremie willen ontvangen. Er mag geen verdringing optreden bij de toekenning van de indiensttredingssubsidie, het moet dus gaan om aannemelijke extra kosten die de werkgever heeft.

Artikel 17. Uitstroompremie Het verstrekken van een uitstroompremie is alleen mogelijk als een persoon die algemene bijstand ontving, uitstroomt. De premie kan worden aangevraagd vanaf de zevende maand na indiensttreding. Onder langdurig werkloze wordt verstaan een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer aangewezen is (geweest) op een uitkering. In de Participatiewet is geregeld dat jaarlijks een eenmalige premie kan worden verstrekt (artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet). Voor personen jonger dan 27 jaar is deze premie vrijgelaten (artikel 31, zevende lid, van de Participatiewet).

Artikel 18. Individuele studietoeslag Artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 19. Overige premies, regelingen en vergoedingen Het college kan een premie verstrekken als een persoon zich voldoende heeft ingezet bij deelname aan een werkstage of sociale activering. Deze premie dient als beloning voor de inzet van een persoon. Er wordt ook een beloning ingezet voor het gedurende 6 maanden deelnemen aan een werkstage of

gedurende 12 maanden deelnemen aan (sociale) activering. Daarnaast kennen we een premie voor een participatieplaats.

De persoon die werkzaamheden verricht op een participatieplaats heeft recht op een premie voor het eerst

na zes maanden en vervolgens iedere zes maanden na aanvang van de additionele werkzaamheden (artikel 10a, zesde lid, van de Participatiewet). Voorwaarde is dat de persoon naar het oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kansen op de arbeidsmarkt.

Tevens kan het college op basis van art.31 lid 2 onder n van de wet inkomsten vrijlaten als een belanghebbende inkomsten verdient via deeltijdwerk. Voor beide premies geldt de toets of de uitkeringsgerechtigde voldoende getracht heeft algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden. De premies zijn bedoeld om getoonde inzet te belonen, ook als dit niet heeft geleid tot uitstroom uit de uitkering. Het college kan ter stimulering van de arbeidsinschakeling diverse kosten vergoeden die aan deze arbeidsinschakeling bijdragen. In dit artikel zijn enkele kostensoorten genoemd. Ook vergoedingen aan de werkgever voor aanpassingen van de werkplek kunnen hieronder vallen. Het ligt voor de hand – waar mogelijk- om eerst een beroep te doen op de werkgever voor werkbenodigdheden. In dit artikel gaat het niet om een limitatieve opsomming. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van noodzakelijkheid. De hoogte van de vergoeding voor reiskosten is gelijk aan de kosten van het OV of de hoogte van te vergoeden reiskosten in het kader van de bijzondere bijstand. De vergoedingen in dit artikel kunnen ook worden ingezet voor inburgeraars

Artikel 20. Hardheidsclausule

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 21. Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 22. Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting.

Was-wordt overzicht-Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 gemeente Elburg Artikel Intitule

Lokaal/regionaal Regionaal

1. Begrippen

Regionaal

Wijzigingen De doelgroep IOAW/IOAZ wordt onder deze verordening gebracht door het toevoegen van artikel 36. IOAW/IOAZ toegevoegd. Korte en grote afstand tot de arbeidsmarkt eruit gehaald. Begrippenlijst uit de modelverordening VNG is toegevoegd.

2. Evenwichtige verdeling

Van lokaal naar regionaal

3. Algemene bepalingen over voorzieningen

Regionaal

Verschillende begrippen die voorkomen in de verordening toegevoegd. Subsidieplafond is regionaal uit de verordening gehaald. Elburg kiest er voor om het subsidieplafond er in te houden. Daardoor wordt de mogelijkheid gecreëerd om indien nodig nadere regels te formuleren over het financieren van voorzieningen en de keuzes die daarin gemaakt kunnen worden. Weigeringsgronden zijn toegevoegd in artikel 3 lid 1. De voorwaarden waaronder het college dienstverlening aanbiedt zijn overgenomen uit de

Opmerkingen

4. Voorziening werkervaring

Regionaal

modelverordening van VNG in artikel 3 lid 3. Werkstage is vervangen door het bredere begrip ‘voorziening werkervaring’. De duur is verwijderd zodat maatwerk geleverd kan worden. Bij de toelichting is het volgende aangepast: Er kan wel een onkostenvergoeding worden gegeven, als er daadwerkelijk sprake is van een vergoeding van gemaakte kosten. Op basis van maatwerk wordt bepaald welk gedeelte van een stagevergoeding als onkosten worden aangemerkt en welk gedeelte als inkomen. Voor inkomen gelden de inkomstenvrijlatingen van artikel 31 lid 2 onderdeel n, y, z aa en r Pw. De inkomstenvrijlating geldt niet voor personen jonger dan 27 jaar, tenzij iemand loonkostensubsidie ontvangt of medisch urenbeperkt is.

5. Sociale activering

Lokaal

Lid 3 toegevoegd uit de modelverordening VNG. Daarmee is artikel 5 nagenoeg geharmoniseerd met de regionale verordening. M.u.v. artikel 5 lid 1. Hier heeft Elburg toegevoegd dat sociale activering naast werk ook ingezet kan worden

6. Detacheringsbaan

Van lokaal naar regionaal

7. (oud art 6) Scholing

Van lokaal naar regionaal

8. (oud art 7) Participatieplaats

Regionaal

voor het vergroten van maatschappelijke participatie. Artikel is in geheel nieuw toegevoegd en is geharmoniseerd met de regionale verordening. Artikel 7 lid 2 is toegevoegd: het aanbieden van subsidie of het verstrekken in natura. Artikel 7 lid 3 is toegevoegd: het moet aansluiten bij de capaciteiten van de persoon, het moet de kansen op de arbeidsmarkt vergroten of het moet leiden tot duurzaam werk. Daarmee is artikel 7 geharmoniseerd met de regionale verordening. Gewijzigd lid 3: De premie (was in Elburg 250,- per 6 maanden), bedoeld in artikel 10a lid 6 Pw bedraagt per 6 maanden maximaal 10 % van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Pw op basis van fulltime dienstverband of bij parttime dienstverband naar rato van het aantal gewerkte uren. Toelichting ook daarop aangepast onder de kop: premie. Lid 4 en 5 toegevoegd (over wijze van berekenen en indexering).

9. (oud art. 8) Beschut werk

Van lokaal naar regionaal

Lid 1 aangepast aan modelverordening VNG (naast mogelijke fysieke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=e3f74de2-ab71-4045-934f-91b05c38f82f