CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Oordeelsvorming 6 december 2023, gemeente elburg28.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

- Concept -

- Concept -

BIJLAGEN 1. Zienswijze 1; 2. Zienswijze 2; 3. Zienswijze 3; 4. Zienswijze 4.

- Concept -

bestemmingsplan

Doornspijk - Uitbreiding Waterlanden II Elburg

DATUM IMRO IDN

19 september 2023 NL.IMRO.0230.BPWATERLANDENII-VST1

PROJECT PROJECTLEIDER

Bestemmingsplan Doornspijk - Uitbreiding Waterlanden II C. Leenstra

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

gemeente Elburg 20201611

AUTEUR STATUS

T. Gerritsma vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

6

1.3

Het geldende planologische regime

7

1.4

De bij het plan behorende stukken

8

1.5

Opzet van de toelichting

9

Huidige situatie

10

2.1

Doornspijk

10

2.2

Het plangebied

11

2.3

Omgeving

13

2.4

Ontsluiting

14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

16

3.3

Regionaal beleid

21

3.4

Gemeentelijk beleid

22

Hoofdstuk 4

Het plan

32

4.1

Planvorming

32

4.2

Programma van eisen

32

4.3

Waterlanden II

32

4.4

Beeldkwaliteitplan

41

4.5

Kernkwaliteiten uit het Nationaal Landschap

42

4.6

Laddertoets

43

Milieu- en omgevingsaspecten

49

5.1

Bedrijven en milieuzonering

49

5.2

Milieuhinder (agrarische) bedrijven

52

5.3

Geluid

55

5.4

Bodem

57

5.5

Water

58

5.6

Ecologie

64

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5

3/92

5.7

Externe veiligheid

71

5.8

Luchtkwaliteit

76

5.9

Archeologie en cultuurhistorie

79

5.10

Trillingen

84

5.11

Kabels en leidingen

84

5.12

Duurzaamheid en energie

84

5.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

86

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

88

6.1

Wro en Wabo

88

6.2

De bestemmingen

88

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

90

7.1

Inspraak

90

7.2

Vooroverleg

90

7.3

Zienswijzen

90

7.4

Vervolg

91

Economische uitvoerbaarheid

92

8.1

Financiële haalbaarheid

92

8.2

Grondexploitatie

92

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

4/92

Toelichting

5/92

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Elburg heeft het voornemen de realisatie van een nieuwe woonwijk met ongeveer 37 woningen mogelijk te maken. Het betreft de afronding van de woonwijk Waterlanden II aan de noordwestzijde van Doornspijk. De locatie is als een zoekgebied voor nieuwe woningbouw aangegeven op de Visiekaart Doornspijk, die de gemeenteraad op 8 maart 2021 heeft vastgesteld (zie paragraaf 3.4.1). Het doel van het voorliggende bestemmingsplan 'Doornspijk - Uitbreiding Waterlanden II' is dan ook om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch te borgen.

1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

De globale ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van het dorp en sluit aan op de Beekenkampweg en Dokter Bruinsweg.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied

6/92

Figuur 1.2: Begrenzing van het plangebied

1.3

Het geldende planologische regime

Bestemmingsplan ' Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018' Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018', zoals vastgesteld op 28 januari 2019 . De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch met waarden', met de nadere aanduiding 'openheid' (zie figuur 1.3). Aan de noordzijde is een klein deel van het plangebied aangeduid als weidevogelgebied (specifieke vorm van 'Agrarisch met waarden - weidevogelgebied'). Een klein deel aan de oostzijde van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Waardevol landschap'. Het grootste deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde', en een beperkt deel de bestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde'.

7/92

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplannen Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018' en 'Doornspijk & Hoge Enk' Bestemmingsplan ' Doornspijk & Hoge Enk' Een klein deel van het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan 'Doornspijk & Hoge Enk', zoals vastgesteld op 24 juni 2013. De gronden ter plaatse van de speelvoorzieningen hebben een bestemming Recreatie, met de functieaanduiding 'speelvoorziening'. Ter hoogte van de bestaande aansluiting van de Dokter Bruinsweg op de Beekenkampweg hebben de gronden de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De gronden hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Ter plaatse van de Kerkdijk hebben de gronden de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Conclusie De gewenste ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Ook kan de ontwikkeling niet via een afwijking of wijziging binnen de verordening mogelijk worden gemaakt.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Doornspijk - Uitbreiding Waterlanden II' met identificatienummer NL.IMRO.0230.BPWATERLANDENII-VST1 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding; planregels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels verbonden om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De

8/92

toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5

Opzet van de toelichting

Dit bestemmingsplan is na dit hoofdstuk als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied. Daarbij wordt ingegaan op de ruimtelijke en de functionele aspecten. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het relevante Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Eventueel sectoraal beleid komt binnen de overige beleidskaders aan de orde. Hoofdstuk 4 beschrijft de voorgenomen ontwikkeling en de uitgangspunten daarvan. De onderbouwing in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is ook in dit hoofdstuk opgenomen (paragraaf 4.6). Hoofdstuk 5 behandelt de milieu- en omgevingsaspecten, waaronder geluid, water, ecologie en archeologie en de vormvrije m.e.r beoordeling. In hoofdstuk 6 is vervolgens de planbeschrijving van dit bestemmingsplan opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op het juridisch systeem, de consequenties van de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 en Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het bestemmingsplan en wordt nader ingegaan op de bestemmingen. Hoofdstuk 7 gaat in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarin onder andere uitleg wordt gegeven over de participatie voor dit plan en de te volgen planologische procedure. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de economische uitvoerbaarheid, daarbij wordt ingegaan op het exploitatieplan en op de financiële haalbaarheid.

9/92

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Doornspijk

Doornspijk is een langgerekt dorp, aan de Zuiderzeestraatweg West. Het dorp is ontstaan vanuit een lintbebouwing langs deze weg. Uitbreiding van het dorp vond voornamelijk in noordelijke en westelijke richting plaats, globaal in het gebied tussen de Oude Kerkweg, de Lageweg en de Hoeckelsweg. De laatste uitbreiding (Waterlanden I) ligt in het gebied ten noorden van de Hoeckelsweg, de Mantelsweg en de Veldweg. Door de historische ontwikkeling is een variatie aan bouwstijlen en woningtypen in Doornspijk aanwezig. De woonbebouwing bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen. Bij een klein deel van de woningen is sprake van rijwoningen. De meeste woningen zijn uitgevoerd in één of twee bouwlagen met een kap. Gestapelde bouw komt sporadisch voor, bijvoorbeeld het Hart van Thornspic aan de Veldweg. Daarbij gaat het om maximaal 3 bouwlagen (met een kap). De woningen hebben vrijwel allemaal zowel een voor- als een achtertuin, of in enkele gevallen gemeenschappelijk groen. Duidelijk afwijkend in maatvoering, bijvoorbeeld in oppervlakte of bouwhoogte, zijn de gebouwen die niet gebruikt worden voor wonen. Een voorbeeld hiervan zijn de kerken aan de Zuiderzeestraatweg West. In andere gevallen zijn niet-woonfuncties in bestaande bebouwing gerealiseerd. Bij deze bebouwing zijn dan ten behoeve van de functie aan- en uitbouwen en/of bijgebouwen gerealiseerd.

Het dorp is omgeven door agrarisch gebied, hoofdzakelijk weilanden. Een opvallende groenstructuur daarbij is het landgoed Klarenbeek (buiten het plangebied). Het landhuis bij het landgoed heeft een prominente plaats aan de Zuiderzeestraatweg. Het landgoed zelf bestaat uit afwisselend bos, grasland en water. Het gebied is opengesteld voor voetgangers. In het dorp zelf zijn de groenstructuren van een kleiner formaat. Er zijn enkele beeldbepalende groenstructuren aanwezig, bijvoorbeeld langs de Oude Kerkweg en de Veldweg. Deze groenstructuur bestaat uit grasland met solitairen en waterlopen. Daarnaast is sprake van kleine trapvelden en velden met speeltoestellen.

10/92

2.2

Het plangebied

Figuur 2.1: Luchtfoto plangebied Zoals uit voorgaande figuur 2.1 blijkt, ligt het plangebied in het landelijk gebied direct ten noorden van het bestaande stedelijk gebied van Doornspijk. Het landelijk gebied maakt deel uit van het polderlandschap en is van nature open en onbebouwd. De gronden zijn voor een deel in gebruik als grasland en worden aan de noordzijde voor een deel begrensd door de Papenbeek. Een deel van de gronden direct grenzend aan de bestaande woningen aan de Beekenkampweg zijn tijdelijk in gebruik gegeven aan de bewoners van de woningen als verlenging van de bestaande achtertuin. De betreffende gronden worden door de bewoners gebruikt voor diverse doeleinden variërend van moestuin tot schapenweitje. Per november 2021 is te kennen gegeven dat de tijdelijke verhuur van de gronden beëindigt. De gebruikers mogen nog in 2022 gebruikmaken van de gronden zolang de procedure loopt.

11/92

Figuur 2.2: Tuinen achter de woningen aan de Beekenkampweg Ten noordoosten bevinden zich een speeltuintje met enkele speeltoestellen, een trapveld met twee goals en een halfpipe/skateramp. Nabij de aansluiting op de Kerkdijk bevindt zich aan de noordzijde van de Beekenkampweg een gezamenlijke parkeervoorziening.

Figuur 2.3: Bestaande speelvoorziening aan de Beekenkampweg Ter hoogte van de Dokter Bruinsweg is er vanuit Doornspijk mooi zicht over het open agrarische gebied.

12/92

2.4: Zicht vanaf de Dokter Bruinsweg

2.3

Omgeving

Het plangebied Waterlanden II ligt tegen het bestaande stedelijke gebied. Zoals in de visiekaart en de toelichting daarop is aangegeven, bestaat het noordelijke deel van Doornspijk uit woongebied. Dit deel van het plangebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt als een rustig woongebied nagenoeg zonder functiemenging. Er zijn uiteraard wel diverse aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven in het gebied aanwezig.

Figuur 2.5: Indeling Doornspijk

13/92

De voorzieningen bevinden zich meer in het dorpsgebied grenzend aan weerszijden van de Zuiderzeestraatweg West. Daar bevinden zich onder andere functies zoals winkels/supermarkt, horecabedrijven, bedrijven en maatschappelijke functies zoals scholen, kerken en het dorpshuis De Deel. Ten noorden en ten westen van het plangebied bevinden zich twee agrarische bedrijven.

2.4

Ontsluiting

Door Doornspijk loopt de provinciale Zuiderzeestraatweg West (N310). Dit is van oudsher een belangrijke ontsluitingsroute vanaf Elburg naar Nunspeet. Deze regionale ontsluitingsfunctie is nog steeds van toepassing op de Zuiderzeestraatweg West. Er bestaan bij de provincie geen plannen om de huidige functie van deze weg te wijzigen. Het plangebied wordt ontsloten door de Kerkdijk en de Dokter Bruinsweg. Vanaf de Kerkdijk, de Veldweg of de Lageweg is er een goede verbinding met de Zuiderzeestraatweg West.

14/92

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk komt het van belang zijnde Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid aan de orde. Eventueel sectoraal beleid is meegenomen in genoemde beleidsvelden of wordt in hoofdstuk 5, bij de milieu- en omgevingsaspecten, beschreven.

3.1

Rijksbeleid

Het Europese beleid is in grote mate vertaald naar het Rijksbeleid, onder meer in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Rijksbeleid wordt in deze paragraaf beschreven. 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. De Regio Zwolle is aangewezen als een van de NOVI-gebieden. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven.

Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar de Regio Zwolle onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke

15/92

uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Regio Zwolle betreft een regio die snel sterk groeit, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk komt te staan. Als gevolg van klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan. In de Regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio. In de samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de NOVI is onder andere vastgelegd dat in het bijzonder aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheid, natuurlijke systemen (bijv. bodem, ondergrond, water, lucht), natuur (bijvoorbeeld biodiversiteit, natuurgebieden, habitats) evenals landschap en openbare ruimte (bijvoorbeeld waardevolle landschappen, erfgoed). Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen Rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de kwetsbaarheden. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken van het SVIR.

Voor het bestemmingsplan zijn de regels vanuit het Barro dan ook direct bindend en het meest van belang. Vanuit het Barro is voor het plangebied alleen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) direct van toepassing. Het Rijk heeft voor het NNN aangegeven dat de begrenzing ervan een verantwoordelijkheid is van de provincies. De regels voor deze gebieden moeten dan ook in de provinciale verordening worden vastgelegd. Daarbij gaat het om het aanwijzen van wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden en de regeling voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling daarvan. In paragraaf 3.2 wordt nader ingegaan op het provinciale beleid en het NNN. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is de verplichting opgenomen om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Bij de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking dient voor een stedelijke ontwikkeling de behoefte te worden beschreven. Voor locaties buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte wordt voorzien. In paragraaf 4.6 is de verantwoording aan de Ladder duurzame verstedelijking opgenomen. In deze toelichting van dit bestemmingsplan wordt verder gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

3.2

Provinciaal beleid

Vanaf de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is decentraal regelen wat kan en centraal regelen wat moet.

16/92

3.2.1 Actieplan wonen Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden. De urgentie is zo hoog, dat de provincie Gelderland met een Actieplan Wonen een bijdrage wil leveren aan de uitvoering van de bouwopgave. Drie doelen staan in dit actieplan centraal: doelstelling 1: versnelling van de woningbouw (sneller); doelstelling 2: meer betaalbare woningen (betaalbaar); doelstelling 3: meer flexibele woonvormen (flexibel). Het Actieplan Wonen versnelt de komende vijf jaar de bouwproductie van 43.000 woningen met 50 doorbraakprojecten. Daarnaast zorgen de acties ervoor dat overal in Gelderland in bestemmingsplannen voldoende bouwplannen zijn opgenomen die uitgevoerd kunnen worden. 3.2.2 Omgevingsvisie Gelderland Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. De visie is per 1 maart 2019 in werking getreden. De visie geeft het provinciale ruimtelijke beleid voor de komende jaren op hoofdlijnen aan. Wonen De kwaliteit van de leefomgeving wordt in de visie van groot belang geacht. Een goede kwaliteit van de leefomgeving draagt bij aan gezondheid. Hier hoort goed wonen bij, zowel in stedelijk als in landelijk gebied.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De visie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Er wordt uitgegaan van concentratie van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Het streven is naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen. Gelderland moet een aanbod van woningtypen en woonmilieus hebben dat past bij de diversiteit van de woningvraag. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Er worden regionale afspraken gemaakt over een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen. Natuur en landschap De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap.

17/92

Figuur 3.1: Uitsnede natuur en landschapsbeleid (bron: Omgevingsvisie) In figuur 3.1 wordt direct ten noorden van Doornspijk in de Omgevingsvisie de Groene Ontwikkelingszone (GO) aangegeven. Deze wordt beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Een deel van het plangebied ligt volgens de Omgevingsvisie binnen de GO. In de Groene Ontwikkelingszone (GO) is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Het weidevogelgebied maakt in het voorliggende geval deel uit van de GO. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de Natura 2000-gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor een toets aan deze aspecten, zie paragraaf 5.6.2 van deze toelichting.

18/92

3.2.3 Omgevingsverordening Gelderland Op 21 december 2022 heeft Provinciale Staten een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) vastgesteld. Dit betreft een versie waarin alle actualisaties van de jaren ervoor zijn opgenomen bij de oorspronkelijke omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is per genoemde datum voor het laatst geactualiseerd. De Omgevingsverordening bevat algemene regels en specifieke aanwijzingen waaraan gemeenten moeten voldoen om daarmee de provinciale belangen veilig te stellen. De gemeentelijke bestemmingsplannen moeten met de Omgevingsverordening in overeenstemming worden gebracht. In de verordening staat voor de gronden die zijn aangewezen als Weidevogelbeschermingsgebied, de functie van broedgebied voor de weidevogels centraal. In deze gebieden worden ruimtelijke ontwikkelingen hierop getoetst. Er wordt geen ontwikkeling van nieuwe natuur- en landschapswaarden nagestreefd. Het gaat hier om het behoud van broedgebied voor weidevogels (artikel 2.51a). Het voorliggend plangebied grenst aan het weidevogelbeschermingsgebied.

Figuur 3.2: Uitsnede themakaart Natuur (bron: Omgevingsverordening) In de verordening is het gebied ten noorden van Doornspijk niet meer als Groene ontwikkelingszone (GO) aangeduid, maar nog wel als waardevol open gebied (zie figuur 3.3). Voor waardevolle open gebieden is de grootschalige openheid de belangrijkste kernkwaliteit. Daarom geldt als uitgangspunt dat ruimtelijke ingrepen die de openheid aantasten niet zijn toegestaan. Het voorliggend plangebied grenst aan het waardevolle open gebied. In paragraaf 4.3 wordt aangegeven dat met de voorliggende plannen de openheid van het betreffende gebied niet wordt aangetast.

19/92

Figuur 3.3: Uitsnede themakaart landschap (bron: Omgevingsverordening) Een deel van het plangebied valt daarmee binnen het Gelderse Nationale Landschap Veluwe (deelgebied Randmeerkust Agrarisch). In navolgend figuur 3.4 is de ligging van het Nationaal Landschap Veluwe ten opzichte van Doornspijk weergegeven.

Figuur 3.4: Uitsnede ligging Nationaal Landschap Veluwe (bron: Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen) In artikel 2.56 van de omgevingsverordening is aangegeven dat in een bestemmingsplan binnen een Nationaal Landschap, maar buiten de GNN en GO, alleen bestemmingen mogelijk zijn die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten. Bestemmingen die de kernkwaliteiten aantasten, zijn alleen mogelijk als er sprake is van redenen van groot openbaar belang, zoals de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid, de werkgelegenheid, het ontstaan

20/92

van voor het milieu wezenlijk gunstigere effecten of andere grote maatschappelijke opgaven. Daar staat tegenover dat voor de ontplooiing van die activiteiten een bijdrage moet worden geleverd aan de landschapskwaliteit. In het bestemmingsplan is in de laddertoets (paragraaf 4.6) het openbaar belang aangetoond. In paragraaf 4.5 is aangetoond dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing met inachtneming van de kernkwaliteiten.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsagenda Regio Noord-Veluwe De gemeente Elburg maakt deel uit van de regio Noord-Veluwe. In de Omgevingsagenda geven de 8 gemeenten van de Noord-Veluwe aan waarop zij regionaal willen samenwerken in de periode 2015-2020. Niet alleen als gemeenten onderling, maar nadrukkelijk ook met ondernemers, maatschappelijke partners en de provincie Gelderland. In de omgevingsagenda zet de regio in op vier opgaven, namelijk: 1. versterken toeristisch product; 2. vitaliseren buitengebied; 3. verbeteren economische infrastructuur; 4. stimuleren klimaat neutrale regio. Per opgave worden deelopgaven genoemd. In het geval van het plangebied is vooral het vitaliseren van het buitengebied van belang. Daarbij zet de regio in op het stimuleren van nieuwe (economische) impulsen en het behouden en versterken van de leefbaarheid in kleine dorpen en gemeenschappen. De ontwikkeling in het plangebied levert hieraan een bijdrage. De ontwikkeling levert een nieuwe impuls door de realisatie van nieuwe functies. Daarbij neemt het aantal inwoners van Doornspijk toe. Dit geeft voor de in de kern aanwezige voorzieningen een groter aantal bezoekers en daarmee meer draagvlak. De leefbaarheid kan daarmee behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden.

3.3.2 Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe (februari 2019) Binnen de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) werken de deelnemende gemeenten samen op de thema's Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. Op basis van deze samenwerking maken de deelnemende gemeenten en de provincie afspraken ten aanzien van kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van het woningbouwprogramma. Dit maakt onderdeel uit van de Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe. De regio signaleert dat er sinds het einde van de crisis een oplopend tekort is aan woningen. Starters op de woningmarkt zoeken een betaalbare plek om te wonen, mensen met een zorgvraag zijn naarstig op zoek naar een beschutte omgeving en er is vraag naar nieuwe woonvormen. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. Tekort aan bouwmaterialen en personeel, met stijgende prijzen tot gevolg, spelen de productie parten. Daarnaast vraag de energietransitie de aandacht. In regionaal verband en met de provincie is de afspraak gemaakt dat de afzonderlijke woningbehoefte per gemeente bij elkaar wordt opgeteld; dit is de regionale behoefte. Dit wordt beschreven in afzonderlijke woonvisies. De woonbehoefte komt voort uit woningbehoefteonderzoek. De monitoring van de kwantitatieve behoefte gebeurt nu achteraf om zo flexibeler te kunnen inspelen op veranderingen in de woningmarkt.

21/92

In paragraaf 4.6.1 is toegelicht dat het plan past in de regionaal gemaakte afspraken (regionale woonagenda). Het gaat dan om een onderbouwing van de behoefte en een toelichting hoe dit plan zich verhoudt tot andere plannen in de gemeente en de regio. 3.3.3 Mobiliteitsvisie en -agenda In de Mobiliteitsagenda worden de plannen en projecten van de regio en de provincie weergegeven op de terreinen van onder andere openbaar vervoer, fietsvoorzieningen, het verbeteren van de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De Mobiliteitsagenda is afgeleid van de Mobiliteitsvisie. Deze agenda zet vooral in op een goede bereikbaarheid van de regio. Daarbij hoort een goede en veilige bereikbaarheid op de fiets en met het openbaar vervoer. Daarnaast is een verbetering van de regionale verkeersveiligheid van belang, om zo het aantal verkeersongevallen te verminderen. Het is daarom van belang dat het plangebied goed en veilig bereikbaar is voor alle soorten verkeer.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Visiekaart omgevingsplan Doornspijk Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022 is de Omgevingsvisie Elburg (beleidsontwikkeling) vastgesteld (zie paragraaf 3.4.2). Parallel aan de omgevingsvisie is gestart met een pilot om te komen tot een omgevingsplan voor het dorp Doornspijk (beleidsdoorwerking). Ter voorbereiding op het omgevingsplan is met inbreng van de bewoners en ondernemers uit Doornspijk een visiekaart opgesteld naar aanleiding van een Nota van Uitgangspunten. De visiekaart is op 8 maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De belangrijkste wensen zijn onder andere meer woningen en appartementen voor alle doelgroepen, veiligere oversteekbaarheid van de Zuiderzeestraatweg en de wens voor een echt dorpshart waar diverse voorzieningen bij elkaar worden gebracht.

22/92

Figuur 3.5: Uitsnede Visiekaart Doornspijk Met betrekking tot het onderdeel woningbouw worden in de visiekaart de locaties aan de Beekenkampweg en de Lageweg als mogelijke uitbreidingslocaties benoemd. Voor inbreiding wordt met name gekeken naar vrijkomende (bedrijfs)locaties binnen de bestaande kern. Aangegeven wordt dat voor de locatie Beekenkampweg (i.c. Waterlanden II) de plannen al meer concreet zijn. Daarbij wordt al verwezen naar het voorliggende bestemmingsplan. Voor de Lageweg is nog sprake van een

23/92

zoekgebied waarvoor de nadere invulling nog bepaald moet worden, temeer omdat deze locatie ook in beeld is als zoekgebied voor sportterreinen en een evenementenlocatie. In de Visiekaart wordt ook aandacht gevraagd voor het goed inpassen van de dorpsranden in het groen. 3.4.2 Omgevingsvisie Elburg 2018 De Omgevingsvisie is vastgesteld op 30 januari 2019. Het document geeft een integrale toekomstvisie voor de hele gemeente tot 2030. De visie van de gemeente is 'samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik'. Een deel van de beschreven keuzen in de visie is een herbevestiging en bestendiging van het al ingezette beleid en voor een deel wordt een nieuwe richting ingeslagen. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de kernwaarden van de gemeente voorop. De kernwaarden zijn onderverdeeld in vijf thema's: 1. leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving; 2. aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit; 3. vitaal economisch klimaat; 4. duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; 5. bereikbaar, nabij en toegankelijk. Vanuit het thema 'Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving' wordt onder meer ingestoken op wonen voor iedereen. Alle leeftijdsgroepen moeten aangenaam kunnen wonen in Elburg.

Uitgegaan dient te worden van duurzame, energieneutrale en levensloopbestendige ontwikkelingen, waarbij indien mogelijk direct de zorgcomponent wordt meegenomen. Nieuwbouwprogramma's worden ingezet voor aantrekkelijke woonmilieus voor jong en oud. Een ander thema is het streven naar een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. De groene parels van de gemeente moeten worden versterkt. Er moet respectvol met de waarden in de gemeente worden omgegaan. Voor de verschillende deelgebieden in de gemeente zijn zogenoemde Idee-kaarten ontwikkeld. Deze kaarten benoemen de ambitie voor het gebied en de uitgangspunten voor behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en de identiteit van het gebied. Op de Idee-kaart voor Doornspijk en Hoge Enk is de locatie Waterlanden II aangeduid als potentieel woongebied (nr. 33), zie onderstaande figuur 3.6.

24/92

Figuur 3.6: Uitsnede Idee-kaart Doornspijk en Hoge Enk (bron: Omgevingsvisie, gemeente Elburg) Voor Doornspijk wordt als ambitie genoemd, dat het belangrijk is dat er voldoende woningen gerealiseerd worden voor jongeren, jonge gezinnen en ouderen die graag in Doornspijk willen (blijven) wonen. Voor de instandhouding van de voorzieningen is onder andere woningbouw van belang. De woningbouw moet duurzaam zijn met een dorpse uitstraling. Naast het accent op het behoud van de leefbaarheid ligt het accent ook op kwaliteit en identiteit. Als uitgangspunten voor kwaliteit worden geformuleerd: herstel en handhaving van de oorspronkelijke karakteristieken, zoals de Zuiderzeestraatweg; nieuwe woningbouw en ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig inpassen in het kampenlandschap; de relatie met het buitengebied sterker maken.

25/92

3.4.3 Woonvisie 2020-2025 De gemeenteraad heeft op 28 september 2020 de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 vastgesteld. De Woonvisie is voor de komende jaren de leidraad bij vraagstukken over de toenemende vraag naar woningen, een krappe woningmarkt en het bouwen van (passende) woningen. De komende 10 jaar zijn ongeveer 800 woningen nodig, waarvan een deel uit de 'ombouw' van het huidige woningaanbod moet komen. Het Klimaatakkoord, de vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente in de toekomst een andere inrichting van de leefomgeving krijgt. Grote uitdaging is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden. Nieuwe woonvormen, verduurzaming en transformatie van de bestaande bebouwde omgeving vormen de fundamenten onder het nieuwe beleid. Dat moet onder andere jongeren, ouderen en mensen met een specifieke vraag voldoende perspectief bieden op passende huisvesting binnen de gemeentegrenzen. De gemeente gaat uit van een versnelde verantwoorde groei met 810 woningen tot 2030, gelet op de achterstand in de woningbouw en de druk op de woningmarkt (oplopende wachttijden in de huur, snellere verkooptijden van woningen en oplopende koopprijzen). Er is behoefte aan een gedifferentieerd programma, met daarbinnen een aantal belangrijke accenten: sociale huur: gelijkvloers, met name klein en betaalbaar (onder de eerste aftoppingsgrens).

Orde van grootte 15-20% van het totale programma in de periode tot 2030; koop goedkoop/betaalbaar onder € 200.000,- evenals tussen € 200.000,- en € 265.000,- (15-20%); daarbij staat de gemeente open voor meer variatie: kleinere woningen, met een evenwichtige prijs-kwaliteitverhouding. De gemeente wil hierbij voorkomen dat woningen onder de marktprijs verkocht worden en de eerste koper bij verkoop grote winsten maakt. Een goede prijs-kwaliteitverhouding is dan belangrijk; middeldure huur: beperkt, met name tot € 950,-. Orde van grootte is op basis van onderzoek lastig aan te geven, is maatwerk op geschikte locaties, in nauwe afstemming met ontwikkelaars. Daarnaast twee-onder-een-kap- en vrijstaande woningen aan de voorraad toevoegen. Een deel daarvan zal gerealiseerd moeten worden onder € 365.000,-. De uitbreidingsbehoefte op de langere termijn voor het duurdere segment is beperkt. Al met al is de opgave om 40% van het nieuwbouwprogramma te realiseren in de sociale huursector, goedkope koop en betaalbare koopwoningen tot € 265.000,-. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Aanvullend: De gemeente heeft oog voor de toename van kleine huishoudens, waaronder met name alleenstaanden.

De gemeente houdt daar in het woningbouwprogramma rekening mee: de woningen zoveel mogelijk levensloopbestendig bouwen (zeker in de nabijheid van voorzieningen); inbreiding gaat in principe voor uitbreiding, tenzij dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit in wijken en kernen. Belangrijke randvoorwaarde met het oog op klimaatadaptatie is dat er voldoende groen en water aanwezig is. Onzorgvuldige inbreiding kan dat belemmeren; daarnaast waar mogelijk inzetten op transformatie van leegstaand/-komend vastgoed.

26/92

Specifiek voor wonen met zorg en ondersteuning zet de gemeente in op: focus op huisvestingsbehoefte van de snel groeiende groep mensen met dementie; toevoegen kwalitatief goede, levensloopbestendige woningen die voor meerdere doelgroepen geschikt zijn (zowel appartementen als grondgebonden, met name nabij voorzieningen). Hierbij besteedt de gemeente expliciet aandacht aan betaalbaarheid voor mensen die qua inkomen net niet voor een sociale huurwoningen in aanmerking komen. Dit signaal van de Adviesraad Sociaal Domein Elburg (ASDE) wordt serieus genomen; inspelen op de behoefte aan meer en verschillende vormen van geclusterd wonen met en zonder zorg (in iedere kern); omvorming bestaand vastgoed; faciliteren individuele woningaanpassingen; waarborgen spoedige uitstroom uit beschermde woonvormen. 3.4.3.1 Motie betaalbaar wonen Met de woonvisie wordt aangesloten op de Motie betaalbaar wonen. Hierin wordt het college verzocht om ernaar te streven dat minimaal 40% van de reguliere nieuwbouwwoningen wordt gerealiseerd in de sociale huursector, in de goedkope koopsector (tot € 200.000,- v.o.n.) en in de betaalbare koopsector (tot € 265.000,v.o.n.). In de woonvisie is wel aangegeven dat woningen onder € 200.000,- realiseren lastig is. In Elburg slaagt de gemeente er wel in woningen rond € 230.000,- te bouwen met nul-op-de-meter. Dat zorgt alsnog voor beperkte maandlasten.

Op de bijdrage van het programma aan het waarmaken van de ambities in de woonvisie wordt in paragraaf 4.3.1 ingegaan. 3.4.3.2 Addendum Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 Op 17 april 2023 is een addendum op de Woonvisie 2020-2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit addendum is een concrete vertaling van Regionale Woondeal Noord-Veluwe 2022-2030 d.d. 8 maart 2023 in het geldende gemeentelijk woonbeleid. In het addendum is het gemeentelijke woningbouwprogramma tot 2030 geactualiseerd naar woningbouw categorieën en prijsklassen, waarbij de volgende verdeling wordt toegepast: Sociale huur: 31% van het totale woningbouwprogramma. Betaalbare koop: 32% van het totale woningbouwprogramma, onderverdeel in 15% tot € 265.000 v.o.n. en 17% tot € 355.000 v.o.n. Middenhuur (een huurprijs tot € 1000 per maand): 6% van het totale woningbouwprogramma, waarbij geldt dat de realisatie zal aankomen op maatwerk op geschikte locaties. Al met al is de opgave om meer focus te leggen op het realiseren van woningen in de categorieën sociale huur, betaalbare koopwoningen tot €355.000 en de middenhuur. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, ouderen, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Hierin conformeert de gemeente zich aan de afspraken zoals die zijn opgenomen in de Regionale Woondeal.

Dat betekent dat 68% van de totaal te realiseren woningen tot en met 2030 tot het betaalbare segment behoort.

27/92

Toepassing van het addendum woonvisie 2020-2025 Om te voorkomen dat bestaande contractuele afspraken met betrekking tot woningbouwprojecten opgebroken dienen te worden is een addendum op het addendum vastgesteld. Het addendum 'Toepassing van het addendum woonvisie 2020-2025' bestaat uit twee onderdelen. allereerst geeft het kaders voor de toepassing van het woonbeleid. Alle projecten die vóór 17 april 2023 bestaande contractuele afspraken hebben staan zullen getoetst worden aan de oorspronkelijke woonvisie gemeente Elburg 2020-2025). Alle projecten waar geen bestaande contractuele afspraken voor staan vóór 17 april 2023 worden getoetst aan het nieuwe woonbeleid (Addendum op de woonvisie) In het addendum is een aantal specifieke woningbouwprojecten benoemd waarvoor het college ruimte heeft om nadere maatwerk afspraken te maken. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan is sprake van de ontwikkeling van 37 grondgebonden woningen. Op de bijdrage van het programma aan het waarmaken van de ambities in de woonvisie wordt in paragraaf 4.3.1 ingegaan. 3.4.4 Herprogrammeren woningbouw Elburg (maart 2019) Het college van burgemeester en wethouders heeft de raad voorgesteld om voorlopig af te zien van het bouwen van woningen in Horstkamp en Vossenakker-Noord. Hier gelden uitwerkingsplichten voor woningbouw.

Door het temporiseren van de bestaande harde planvoorraad ontstaat ruimte in de woningbouwprogrammering voor de realisatie van wenselijke bestaande zachte planlocaties en/of nieuwe woningbouwinitiatieven. De woningbehoefte voor de komende 10 jaar op basis van de bevolkingsprognoses is ten minste 600 woningen. De bestaande harde planvoorraad is na temporisering van de locaties met een uitwerkingsplicht (180 woningen op Horstkamp en 30 woningen op Vossenakker-Noord) nog circa 470 woningen. Daardoor ontstaat voor de eerstvolgende 10 jaar ruimte voor de realisatie van ten minste 130 woningen uit de bestaande zachte planvoorraad en/of nieuwe woningbouwontwikkelingen, welke tevens met de Ladder van duurzame verstedelijking te onderbouwen zijn. Dit betekent dat voor nieuwe woningbouwplannen die beter voorzien in de huidige maatschappelijke behoefte - bijvoorbeeld meer ouderenwoningen en woningen voor eenpersoonshuishoudens - mogelijkheden ontstaan. In de laddertoets wordt daar verder op ingegaan (zie paragraaf 4.6). 3.4.5 Landschapsontwikkelingsplan Elburg 2011-2020 Vanwege ontwikkelingen in het buitengebied en de wens deze goed in te passen in het landschap is een landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. Het LOP legt verbanden en relaties met de verschillende functies die het buitengebied heeft. Daarbij speelt ook de relatie tussen stad en platteland een belangrijke rol.

Het LOP heeft als doelstelling een uitvoeringsgericht document te zijn, gericht op een visie op de gewenste landschappelijke kwaliteit en met name hoe dit uiteindelijk te realiseren is. Aan de hand van een uitvoeringsplan worden concrete projecten en maatregelen benoemd. In het LOP wordt op genoemde locatie al rekening gehouden met woningbouw in Waterlanden II. Voor het plangebied en omgeving geeft het LOP de uitgangspunten die ook overgenomen zijn in de Structuurvisie van de gemeente Elburg. Daarbij gaat het om de realisatie van een goede overgang van het landschap naar de kern, het versterken van een groene overgang van stad naar land en het behoud van zichtlijnen richting het landschap.

28/92

3.4.6 Geurverordening gemeente Elburg Op 14 december 2009 is de Geurverordening met gebiedsvisie vastgesteld. De basis van dit besluit was een concept-gebiedsvisie en -geurverordening. De concept-geurverordening en -gebiedsvisie zijn in procedure gebracht voor de besluitvorming door de raad. Na publicatie (d.d. 12 januari 2010) zijn de visie en verordening ter visie gelegd en van kracht geworden. De stukken zijn ook voor eenieder inzichtelijk via de website van de gemeente Elburg. De geurverordening is gemaakt op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Op basis van de Wgv kunnen gemeenten hun eigen geurbeleid doorvoeren waarbij de mogelijkheid bestaat - binnen de wettelijke marges - af te wijken van de standaard geurnormen en/of vaste afstanden uit de wet. De Geurverordening is gemaakt om geurbelemmeringen voor een aantal gewenste ruimtelijke ontwikkelingen weg te nemen. Een van deze ontwikkelingen is die in het voorliggend plangebied Waterlanden II. Om de ontwikkelingen in het plangebied beter mogelijk te maken, zijn de geurnormen gewijzigd. Hierop wordt in paragraaf 5.2 nader ingegaan en worden de gevolgen voor het bestemmingsplan aangegeven. 3.4.7 Welstandsnota In de Woningwet is geregeld dat elk bouwplan moet voldoen aan redelijke eisen van welstand.

Een aanvraag om bouwvergunning wordt daarom voor advies voorgelegd aan de welstandscommissie van de gemeente Elburg. Deze commissie van deskundigen, waaronder ook burgerleden, kunnen niet zelf bepalen of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Hiervoor wordt verwezen naar de welstandsnota. In de welstandsnota wordt aangegeven aan welke architectonische eisen bouwplannen moeten voldoen en waarop bij de beoordeling van een bouwplan wordt gelet. Binnen de gemeente worden, naast welstandsvrije gebieden, twee welstandsniveaus onderscheiden. Uit onderstaande uitsnede van de welstandskaart (figuur 3.7) blijkt dat het voorliggende plangebied is aangewezen als welstandsgebied II (welstandsniveau 2). Hieronder vallen de overige gebieden, die vanuit het perspectief van de gehele gemeente bezien een reguliere toetsing nodig hebben.

29/92

Figuur 3.7: Uitsnede welstandskaart (bron: Welstandsnota) Voor ontwikkelingen waarbij de ruimtelijke en/of functionele structuur verandert, kunnen beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld. In zo'n beeldkwaliteitsplan wordt vooruitgelopen op de nieuwe structuur en aangegeven hoe de bebouwing een plaats moet krijgen in het nieuwe, stedenbouwkundig plan. In nieuwe beeldkwaliteitsplannen zullen kwaliteitseisen voor welstand worden gesteld. Ten behoeve van het voorliggende plan wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld die gelijktijdig met het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht. Deze zal na vaststelling deel gaan uitmaken van de welstandsnota (zie paragraaf 4.4). 3.4.8 Parkeernota Voor de gemeentelijke parkeerregeling gelden de in september 2014 vastgestelde (inter)gemeentelijke Parkeernota en de door burgemeester en wethouders vastgestelde 'Nadere regels parkeernormen en hoogte financiële voorwaarde'. Een bouwplan wordt getoetst aan de algemene bouwregels, waarin de eis is opgenomen voor voldoende parkeervoorzieningen. Het parkeerbeleid is in veel bestemmingsplannen geregeld met een verwijzing naar de stedenbouwkundige bepalingen in de gemeentelijke bouwverordening. Op die manier beschikt(e) de gemeente Elburg over de

30/92

mogelijkheid om bij ruimtelijke ontwikkelingen eisen te stellen aan het parkeren. Het parkeerbeleid voor de kom van Doornspijk is vastgelegd in het 'Parapluplan Parkeren'. Voor de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op de regeling in het parapluplan. In paragraaf 4.3.4 wordt daar verder op ingegaan. Een en ander houdt in dat voldaan moet worden aan de parkeernormen en de uitgangspunten van de Parkeernota, die als bijlage 1 bij de regels is opgenomen.

31/92

Hoofdstuk 4 4.1

Het plan

Planvorming

De voorbereiding van het woongebied Waterlanden II speelt al geruime tijd. In de verschillende beleidsnota's en visies is het betreffende gebied benoemd als een van de uitbreidingslocaties van Doornspijk.

4.2

Programma van eisen

Recente prognoses laten zien dat het aantal huishoudens in de gemeente Elburg in de toekomst blijft toenemen. Uit de gemeentelijke Woonvisie 2020-2025 (zie paragraaf 3.4.3) blijkt dat voor de periode tot 2030 sprake is van een bandbreedte met een groei die uitkomt tussen 610 en 990 extra huishoudens. Om deze groei te kunnen realiseren, is een bouwtempo nodig van gemiddeld 70 tot 80 woningen netto per jaar (ter vergelijking: de toename in de periode 2013-2018 komt uit op gemiddeld 48 woningen per jaar). Het gemeentelijk beleid is er nadrukkelijk op gericht om nieuwe woningen te bouwen in alle kernen van de gemeente en met variatie in typen. Hiermee wordt een wooncarrière binnen een kern mogelijk gemaakt. Dit betekent ook dat er een variatie aan woningtypen in Waterlanden II zal moeten komen, inspelend op de toekomstige behoefte. Al met al is de opgave voor Waterlanden II ook om 40% van het nieuwbouwprogramma te realiseren in de sociale huursector, goedkope koop en betaalbare koopwoningen tot € 265.000,-. Van deze woningen wordt 20% gebouwd als sociale huurwoning. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen, zoals starters, jonge gezinnen en bijvoorbeeld ook mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.

4.3

Waterlanden II

4.3.1 Woningbouwprogramma Met het voorliggende plan wordt voorzien in de bouw van circa 37 levensloopbestendige grondgebonden woningen. Tabel 4.1: Woningbouwprogramma Waterlanden II woningtype segment - vrijstaande woningen koop - twee-onder-een-kapwoningen koop - rijwoningen (tussen/hoek) koop, vrije sector (Rvs) - rijwoningen (tussen/hoek) koop, sociale koop (Rsk) - rijwoningen (tussen/hoek) huur, sociale sector (Rsh) Totaal

aantal (%) 5 (14%) 10 (27%) 5 (14%) 6 (16%) 11 (30%) 37 (100%)

De concrete invulling van het plangebied ligt nog niet volledig vast, deze wordt uiteindelijk bepaald vanuit vraag

32/92

en woonwensen van potentiële nieuwe bewoners. Daarbij geldt echter wel dat het definitieve woningbouwprogramma te allen tijde moet voldoen aan de uitgangspunten van de woonvisie 2020-2025 en de Motie betaalbaar wonen (zie paragraaf 3.4.3). Dat betekent dat minimaal 40% van de reguliere nieuwbouwwoningen wordt gerealiseerd in de sociale huursector, in de goedkope koopsector (tot € 200.000,- v.o.n.) en in de betaalbare koopsector (tot € 265.000,v.o.n.). Daarvan behoort circa de helft tot de sociale huursector en de andere helft tot de goedkope en betaalbare koopsector. De Motie betaalbaar wonen is als voorwaarde meegenomen in de bouwclaimovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer (zie paragraaf 8.1). In de planregels is vastgelegd dat ten minste 20% van de woningen een sociale huurwoning dient te zijn. De aanvullende uitgangpunten die met het 'Addendum op de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025' zijn vastgesteld dateren van 17 april 2023. Het ontwerp van het voorliggend bestemmingsplan met het daarin opgenomen woningprogramma en de daarbij behorende stedenbouwkundige verkaveling heeft eerder ter inzage gelegen (1 juni 2022) dan het addendum. Met de initiatiefnemer is op basis van het huidige woningbouwprogramma (cf. Motie betaalbaar wonen) en daarbij behorende stedenbouwkundige verkaveling op 23 mei 2023 een bouwclaimovereenkomst (zie paragraaf 8.1) afgesloten.

Het 'Addendum op de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025' is van een later tijdstip. Er is een addendum op het eerder genoemde addendum ('Toepassing van het addendum op de woonvisie gemeente Elburg 2020 - 2025' waarin is aangegeven dat projecten waarvoor eerdere contractuele afspraken ten aanzien van woningbouwprogramma's zijn gemaakt, getoetst zullen worden aan het oorspronkelijke woonbeleid.

4.3.2

Stedenbouwkundige verkaveling

4.3.2.1 Hoofdopzet De hoofdopzet van het stedenbouwkundig plan is in figuur 4.1 weergegeven.

33/92

Figuur 4.1: Hoofdopzet stedenbouwkundig plan Waterlanden II (bron: Beeldkwaliteitsplan) De hoofdopzet van het stedenbouwkundig plan volgt de oorspronkelijke verkavelingsstructuur van het landschap en sluit aan op de structuur van de wijk Waterlanden I. Een belangrijke functionele ingreep is het aansluiten van de Dokter Bruinsweg op de Kerkdijk via het plangebied. De ontsluiting takt circa 40 m ten noorden van de Beekenkampweg aan op de Kerkdijk. Hierdoor blijft de relatie tussen de speelplek en het speelveld behouden. De huidige ontsluiting langs de watergang aan de westzijde van het plangebied wordt daarbij weggehaald voor autoverkeer, maar blijft wel behouden voor fietsers en voetgangers. Voor een beleving van het weidse landschap ten noorden van Doornspijk voor alle bewoners van Waterlanden en Doornspijk is ervoor gekozen de ontsluitingsweg aan de rand van het plangebied te leggen. Hierdoor krijgt de wijk een gezicht naar het landschap, is de ruimtelijke invloed van de bebouwing op het landschap minimaal en maakt de weidsheid van het landschap voor alle nieuwe bewoners onderdeel van het wonen. Om beleving van de openheid van het weidegebied voor de huidige bewoners aan de Beekenkampweg zo goed mogelijk te bewaren is er gekozen voor een meer open bebouwingsstructuur aan de zijde van het landschap met in het middengebied een bebouwingsstructuur daar haaks op.

Deze rijen staan aan doodlopende woonhofjes. Als overgang tussen de bestaande en de nieuwe woningen wordt een zone van circa 9 m vrijgehouden. De bewoners aan de Beekenkampweg kunnen een deel van 4,5 m van deze zone dat achter hun tuin ligt kopen om hun tuin te verlengen. Bij de verdere invulling van het stedenbouwkundige plan hebben het groen, de bomen en de parkeerplekken een plek gekregen.

34/92

4.3.2.2 Verkavelingsplan Ten behoeve van het bestemmingsplan is de stedenbouwkundige hoofdopzet in het Beeldkwaliteitsplan (zie paragraaf 4.4 en bijlage 1) verder uitgewerkt in een meer concreet en gedetailleerd verkavelingsplan, zoals weergegeven in figuur 4.2. Het verkavelingsplan laat een mogelijke uitwerking van het stedenbouwkundig plan zien voor de openbare ruimte en de positie van de woningen. Bij de verdere uitwerking in een inrichtingsplan en architectonische plannen kan het verkavelingsplan nog wijzigen.

Figuur 4.2: Verkavelingsplan Waterlanden II (bron: Beeldkwaliteitplan)

35/92

Aan de zijde van het open weidelandschap staan twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen met de voorzijde naar het landschap gericht. Dit geeft de bebouwingsrand een meer transparant karakter. Vanuit het midden gebied is 'tussen de woningen door' de openheid van het weidegebied beleefbaar. Aan de oostzijde staan twee vrijstaande woningen verder naar achter geplaatst in verband met een hindercontour (zie ook paragraaf 5.2). Ter hoogte van de aansluiting van de nieuwe wijk op de bestaande Dokter Bruinsweg staat een blok rijwoningen, zie figuur 4.3. Deze aaneengesloten woningen begeleiden de bestaande watergang en het zicht naar het open landschap. De uitwerking van de massa van deze aaneengesloten woningen moet vooral de hoofdrijrichting op een logische wijze ondersteunen door bijvoorbeeld een bebouwingsaccent op de noordelijke hoekwoning.

Figuur 4.3: Mogelijk toekomstbeeld komend vanaf de Dokter Bruinsweg (bron: Beeldkwaliteitplan) Rond het meest westelijke woonhofje zijn twee rijen aaneengesloten woningen getekend. Deze kunnen ingevuld worden met het sociale programma. Het oostelijke woonhofje bevat aan de westzijde rijwoningen en aan de oostzijde twee-onder-een-kapwoningen. Aan de noordoostzijde en oostzijde van het plangebied vormen vrijstaande woningen de overgang naar de beplanting aan de Kerkdijk.

36/92

Figuur 4.4: Vogelperspectief mogelijke verkaveling (bron: Beeldkwaliteitplan) Aan de noordoostzijde en oostzijde van het plangebied vormen vrijstaande woningen de overgang naar de beplanting aan de Kerkdijk. 4.3.3 Groen en water Aan de zijde van het open weidelandschap komt een watergang. Tussen de deze watergang en de ontsluitingsweg komt, aansluitend op de rij bomen achter de woningen aan de Dokter Bruinsweg, een rij met knotwilgen die een zichtbare groene rand van de wijk vormt zonder het uitzicht op het open landschap te hinderen. De watergang versterkt het landelijke karakter van de buurt en zorgt er voor dat er geen mensen of dieren de weides inlopen. In de onbebouwde zone tussen de nieuwbouw en de bestaande woningen aan de Beekenkampweg is, naast de verkoop van een stuk extra tuin aan de bewoners, ruimte voor een waterbuffer. Op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan het verzoek van de bewoners aan de Beekenkampweg om in deze onbebouwde zone niet te voorzien in een doorgaande fiets- en wandelroute langs de bestaande woningen. Door de directe aantakking van de ontsluitingsweg op de Kerkdijk blijven de speelplek en het speelveld aan elkaar grenzen. De halfpipe voor het skaten komt hiermee wel te vervallen. De skateplek wordt weinig gebruikt en is verworden tot een hangplek voor jongeren.

De bestaande speelplek blijft gehandhaafd en is voor kinderen veilig vanuit de nieuwbouw bereikbaar. Het speelveld krijgt door de nieuw ontsluiting en het verdwijnen van de halfpipe een langgerektere vorm. Het speelveld wordt met een dichte groenstrook of een hekwerk van de ontsluitingsweg afgeschermd.

4.3.4 Verkeer en parkeren Ontsluiting De nieuwe woonwijk wordt zoveel mogelijk verkeersluw ingericht. De ontsluiting van het gebied vindt plaats via een centrale ontsluitingsweg door de woonwijk.

37/92

Komend vanuit de Dokter Bruinsweg knikt de ontsluitingsweg haaks naar links en vervolgens weer naar rechts. Je rijdt hier langs het open weidelandschap. Om het verkeer af te remmen zijn ter hoogte van de woonhofjes twee kleine knikken in de weg aangebracht. Aan de oostzijde van het plangebied knikt de weg vervolgens naar rechts richting de Beekenkampweg en bij het speelveld weer naar links richting de Kerkdijk. De ontsluitingsweg sluit 40 m ten noorden van de Beekenkampweg aan op de Kerkdijk. De woonwijk sluit voor het langzaam verkeer via de afgesloten auto-aansluiting aan op de Beekenkampweg. Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van Waterlanden II is uitgegaan van de verkaveling, bestaande uit 37 woningen, zoals opgenomen in tabel 4.2. De berekening is gebaseerd op de kencijfers van het CROW. Voor Doornspijk wordt daarbij uitgegaan van een 'weinig verstedelijkt gebied' gelegen in de 'rest van de bebouwde kom'. Tabel 4.2: Overzicht verkeersgeneratie

Bron: Rekenmodule Rho Adviseurs. Op grond van bovenstaande verdeling komt dit neer op een verkeersgeneratie variërend tussen de 262-291 extra motorvoertuigen per etmaal. Aangenomen wordt dat de verkeersbewegingen zich gelijkelijk via de Dokter Bruinsweg en de nieuwe ontsluitingsweg verdelen naar de Veldweg of de Kerkdijk. De omliggende wegen beschikken over voldoende capaciteit om het extra verkeer op een veilige manier af te wikkelen. Parkeren Langs de nieuwe ontsluitingsweg zijn op verschillende plekken langsparkeerplekken geprojecteerd. Voor de twee-onder-een-kapwoningen en de vrijstaande woningen geldt dat elke woning twee parkeerplekken op eigen terrein moet realiseren. Deze parkeerplekken mogen niet achter elkaar gepositioneerd worden. Bij de twee kavels op de hoeken van de doorgaande woonstraat is het, in afstemming op de inrichting van de openbare ruimte, ook mogelijk in de achtertuin parkeerplaatsen te realiseren. Bij de rijwoningen wordt in het openbaar gebied geparkeerd. De parkeerplekken zijn vooral in de woonhofjes opgenomen, dicht bij de woningen. De gemeentelijke parkeernormen zijn opgenomen in de Parkeernota 2014, zoals weergegeven in bijlage 1 van de regels. Aan de hand van deze parkeernormen wordt bij de verdere uitwerking van de plannen de parkeerbehoefte bepaald.

Op basis van het verkavelingsplan, zoals opgenomen in tabel 4.3, is een inschatting gemaakt in hoeverre aan de parkeernormen kan worden voldaan.

38/92

Tabel 4.3: Overzicht normatieve parkeerbehoefte op basis van het verkavelingsplan woningtype parkeernorm aantal benodigd aantal parkeerplaatsen koop, vrijstaand 2,5 p.p./won. 5 12,5 koop, twee-onder-een-kap 2,4 p.p./won. 10 24,0 koop, tussen/hoek 2,2 p.p./won. 11 24,2 huurhuis, sociale huur 1,8 p.p./won. 11 19,8 Totaal 37 80,5 Op grond van het woningbouwprogramma is berekend dat er vanwege de nieuw te bouwen woningen behoefte is aan 81 parkeerplaatsen. Tabel 4.4: Gerealiseerde parkeerplaatsen op basis van het verkavelingsplan parkeervoorziening aantal berekenings(incl. theoretisch aantal parkeerplaatsen) voorzieningen aantal openbare parkeerplaatsen enkele oprit zonder garage (1 p.p./won.) garage met enkele oprit (2 p.p./won. garage met lange oprit (3 p.p./won.) garage met dubbele oprit (3 p.p./won.) Totaal aantal parkeerplaatsen

54 1 1 4 12

1 0,8 1 1,3 1,8

aantal gerealiseerde parkeerplaatsen 54 0,8 1 5,2 21,6 82,6

In het verkavelingsplan, zoals opgenomen in paragraaf 4.3.2, worden 54 openbare parkeervoorzieningen weergegeven en 51 parkeerplaatsen op eigen terrein. Omdat parkeerplaatsen op eigen terrein niet altijd efficiënt gebruikt worden, mogen deze op grond van de gemeentelijke parkeernota maar voor een deel worden meegenomen in de beoordeling. Dit betekent dat er met 28 parkeerplaatsen op eigen terrein rekening mag worden gehouden. In het voorliggende verkavelingsplan wordt daarmee ruimte geboden voor 82 parkeerplaatsen, waarvan het meeste openbaar. Daarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. In het voorliggend rekenvoorbeeld is ten behoeve van het bestemmingsplan afdoende aangetoond dat binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig is om bij de verdere uitwerking van de plannen te kunnen voldoen aan de gemeentelijke parkeernormen. Zoals al eerder is aangegeven, dient in de verdere uitwerking van de plannen rekening te worden gehouden met de gemeentelijke parkeernormen uit de Parkeernota 2014. Deze normen zijn dan ook als eis opgenomen in de planregels van dit bestemmingsplan. 4.3.5 Veiligheid De veiligheid in en direct rond het plangebied wordt bepaald door sociale veiligheid, verkeersveiligheid en brandveiligheid: Sociale veiligheid Een belangrijk aspect voor de sociale veiligheid is zicht en verlichting.

Daarbij gaat het om het plangebied zelf en om de routes van en naar het plangebied. In het plangebied zelf worden voldoende voorzieningen

39/92

(bijvoorbeeld verlichting) aangebracht die zorg dragen voor een goede sociale veiligheid. De bestaande ontsluitingswegen van en naar het plangebied worden nu ook al gebruikt voor de bestaande woningen. Vanuit deze woningen is nu al indirect toezicht. De bestaande verlichting hoeft vooralsnog niet verder te worden geïntensiveerd. Verkeersveiligheid Het aantal verkeersbewegingen neemt door de ontwikkeling van het plangebied toe. Dit kan invloed hebben op de verkeersveiligheid op de ontsluitingswegen Kerkdijk en Veldweg/Lageweg van en naar het plangebied. De verwachting is echter dat de toename marginaal is en dat de verkeersveiligheid door de ontwikkeling in het plangebied niet in het geding komt. Brandveiligheid De brandveiligheid in het plangebied is van belang. Daarbij gaat het om vluchtwegen (noodontsluitingsroutes) en bluswatervoorzieningen. Mede daarom is in het voorliggende plan gekozen voor een reguliere verkeersaansluiting via de Beekenkampweg op de Kerkdijk en een tweede aansluiting via de bestaande Dokter Bruinsweg op de Veldweg. Er zullen in het plangebied bluswatervoorzieningen (bijvoorbeeld brandkranen) worden aangebracht. De bluswatervoorzieningen moeten voldoen aan de eisen van de brandweer Elburg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=a10036af-a822-472f-be17-a4725b94aa29