CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Oordeelsvorming 23 mei 2022, gemeente elburg18.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De reden is vermoedelijk dat er op deze wijze haaks op de Zuiderzeestraatweg is gebouwd, overeenkomstig de voor de bouwstijl karakteristieke strakheid en vlakheid. Latere bebouwing, zoals de pastorie, de dienstwoningen en de andere woningen in de nabijheid van de kerk, hebben de richting van de kerk overgenomen.

Analysekaart richtingen.

Vogelvluchtopname waarop de diverse richtingen duidelijk te onderscheiden zijn.

het landsch ap ontleed - e en ru imtelijke ana lyse

De afwijkende richting van de kerk is aan de zijkant goed waarneembaar.

| 11 |

Het landgoed vormt met de kerk, de poortwachterswoning, de dienstwoningen en de pastorie, een stedenbouwkundig ensemble, dat op de analysekaart hiernaast is verbeeld. Behalve de gemeenschappelijke geschiedenis, zoals hiervoor uiteengezet is er meer dat het ensemble verbindt. Karakteristiek voor de bebouwing aan de zuidoostkant van de Zuiderzeestraatweg is de distantie tot de weg (behalve de voormalige dienstwoningen) en de verscholen liggen in of tegen de bosrand. Daarnaast is harmonie in kleurgebruik. Het landgoed en de bijbehorende gebouwen zijn alle overwegend (gebroken) wit met een antracietgrijs dak. Deze kleurstellingen komen terug in de omgeving, niet alleen bij de pastorie en de dienstwoningen (met de fraaie rieten kap als uitzondering), maar ook bij diverse woningen in de omgeving. Bij landgoed, kerk en pastorie is er bovendien sprake van een overeenkomst in bouwstijl, die streng classisistisch is. Opvallend is verder dat de volumineuze gebouwen niet of nauwelijks een zodanige indruk maken, terwijl de pastorie bijvoorbeeld een dakhoogte heeft van 10 m, het landhuis ruim 12 m en de kerk 16,5 m. Door harmonie met de omgeving geven de volumineuze afmetingen de gebouwen eerder een zekere statie dan dat de gebouwen als dominante steenmassa’s de omgeving negatief beïnvloeden.

De pastorie heeft eveneens een wit-grijze kleurstelling.

Analysekaart stedenbouwkundig ensemble. Schaal 1:4.000.

De poortwachterswoning in de bosrand kent een wit-grijze kleurstelling.

Het landhuis Klarenbeek -in wit-grijze kleurstelling- verscholen in de bosrand.

het landsch ap ontleed - e en ru imtelijke ana lyse

De kerk heeft witte details (oa timpaan) en grijs dak.

| 12 |

Bij het analyseren van de ruimtelijke structuur valt op hoezeer het landgoed een stempel zet op de ruimtelijke beleving van de dorpskern. Als een groene long loopt het landgoed door te aan de Zuiderzeestraatweg en voert zo de landschappelijke kwaliteiten tot in het hart van het dorp. Ondanks het verstedelijkingsproces en de teloorgang van landschappelijke kwaliteiten -zoals omschreven in de historische analyse-, is hier nog wel sprake van een door groen en landschap gedomineerde omgeving. De erven en tuinen, als onderdeel van het stedelijk weefsel, zijn op de analysekaart bruin gekleurd vanwege het contrast met de landschapppelijkheid met het groene en landschappelijke karakter van het landgoed. De tuinen hebben, ondanks de veelal groene invulling, nu eenmaal niet de maat, schaal en landschappelijke kwaliteit van het landgoed. De statige eiken langs de Zuiderzeestraatweg hebben wel deze maat en schaal, en zijn dan ook in dezelfde kleurstelling weergegeven. Op de analysekaart is goed te zien dat een deel van het plangebied zich voegt in de bosrand, hoewel er in de praktijk sprake is van een anders ogende en veel meer cultuurlijke beplanting.

Analysekaart Ruimtelijke structuur [omgeving]. Schaal 1:4.000.

De tuinen vormen een onderdeel van het stedelijk weefsel.

Vogelvluchtopname waarin gevisualiseerd hoe de bosrond doorloopt tot in het hart van het dorp.

Als een groene long loopt het landgoed door tot aan de Zuiderzeestraatweg.

het landsch ap ontleed - e en ru imtelijke ana lyse

| 13 |

Wanneer ingezoomd wordt op de planlocatie dan is hier een vergelijkbare analysekaart te tekenen. Het stedelijk weefsel aan de noordwestzijde van de Zuiderzeestraatweg is veel harder en versteender dan aan de zijde van het landgoed. Hier valt op dat niet alleen het landgoed zelf, maar ook de diepe achtertuinen van de woningen meedoen in het groene en landschappelijke e ect. Door de enorme massa van de bosrand, die op veel plaatsen 20 tot 25 meter boven het maaiveld uittorent, onderscheidt zich het landgoed evenwel van de omgeving als een superlatief. En juist dit majesteitelijke van de bosrand verleent de omgeving zijn karakteristieke beslotenheid. De bosrand vormt een donkergroen decor van het stedelijk weefsel.

Analysekaart Ruimtelijke structuur [plangebied]. Schaal 1:1500.

De majesteitelijke bosrand als decor van het stedelijk weefsel.

het landsch ap ontleed - e en ru imtelijke ana lyse

De bosrand als groene achtergrond.

De landschappelijk vormgegeven, diepe achtertuinen hebben een open karakter.

| 14 |

De Zuiderzeestraatweg vormt een messcherpe demarcatielijn tussen het stedelijke en versteende weefsel van Doornspijk aan de noordwestelijke zijde en de het landschappelijke en groen karakter van de zuidoostelijke zijde. Het versteende karakter van de straatweg verhoogt de contrastwerking, die onaangenaam overkomt. De grote zomereiken langs de straatweg zijn een relict van de dubbele structuur die in het verleden de straatweg karakteriseerde. Indertijd was er geen sprake van een contrastwerking maar veel eerder van een panoramische route met een eigen karakter. De groene tunnel van eiken bood een voortdurend afwisselend uitzicht op de landschappelijke omgeving. Het belang van opgaand groen wordt geïllustreerd door het huidige kerkplein. Het geboomte zorgt voor een aangenaam omgevingsklimaat, in harmonie met de landschappelijke kwaliteiten van het landgoedensemble. Het kerkplein bij de Gereformeerde Kerk vergroot op storende wijze het contrast tussen landschappelijk en stedelijk weefsel door het ontbreken van opgaand groen. Het haagje met de De resterende eiken verzachten het doorsnijdend karakter van de straatweg.

Stenig karakter bij de Gereformeerde Kerk door het ontbreken van opgaand groen.

De bomen bij het kerkplein zorgen voor een aangenaam verblijfsklimaat.

De versteende vormgeving vergroot het doorsnijdend e ect.

De solitaire bomen naast de straatweg verminderen de doorsnijdende werking.

1905 - Door de dubbele rij dichtopeenstaand eiken een landschappelijk lint.

1935 - De bestrate weg werkt eerder verbindend dan doorsnijdend.

1973 - Meer en meer een doorsnijdend karakter.

het landsch ap ontleed - e en ru imtelijke ana lyse

kleine haagbeuken sorteren onvoldoende landschappelijk e ect.

| 15 |

De norm voor het aantal parkeerplaatsen is 0,2 per zitplaats. Uitgaande van ca 1000 zitplaatsen betekent dit een parkeeropgave van 200 plaatsen, waarvan 3 mindervalidenparkeerplaatsen. Bij het huidige kerkgebouw ontbreekt deze ruimte, waarom er met behulp van parkeerwachten aaneengesloten en dubbel geparkeerd wordt. Op het kerkplein ontstaan er vier rijen auto’s achter elkaar. Op de parkeerplaats worden ook op de parkeerwegen geparkeerd. Door de gemeente Elburg is aangegeven dat deze oplossing niet wenselijk is bij een nieuw kerkgebouw. Parkeertellingen tonen aan dat er ca 150 à 175 auto’s geparkeerd staan. Het bestuderen van luchtfoto’s die op zondag genomen zijn, bevestigen deze cijfers:

2008; 150 auto’s

2010; 170 auto’s

2008

150 auto’s

2010

170 auto’s

2011

174 auto’s

2015

162 auto’s

2016

157 auto’s.

De contouren waarbinnen deze auto’s zijn geteld, zijn hiernaast aangegeven op de luchtfoto’s. Bij het interpreteren van de tellingen moeten twee aspecten worden meegewogen: van de getelde auto’s zijn er 20 van omwonenenden overeenkomstig de luchtfoto uit 2014, die op zaterdag genomen is. de hiernaast getoonde luchtfoto’s zijn genomen met redelijke tot goede weersomstandigheden. Bij regen zullen er meer mensen per auto naar de kerk komen. Het ruimtebeslag voor 200 parkeerplaatsen inclusief de parkeerwegen is fors. Een parkeerstudie, die op de volgende pagina is weergegeven, laat zien dat de parkeeropgave op gespannen voet staat met de landschappelijke uitstraling van het plangebied en daarom op alle vlakken een creatieve benadering vereist, om zoveel mogelijk recht te doen aan gewenste uitstraling van het terrein. 2011; 174 auto’s

2015; 162 auto’s

2016; 157 auto’s

2014; 20 auto’s (op zaterdag)

parke eropgave

Doordeweeks is het parkeerterrein grotendeels leeg.

| 16 |

Bij de parkeerstudie is gebruik gemaakt van de NEN-norm 2443:2000. De lengte moet dan minimaal 4,50 meter zijn (mits 13 6

13 6

50 cm overstekruimte. De breedte van de parkeervakken is 2,50 m. De parkeerwegen zijn 5,8 m bij eenrichtingsverkeer, 6,0 bij tweerichtingsverkeer. Als referentie voor de nieuwbouw is het bestaande kerkgebouw

14

16

14

14

Twee ontsluitingen, waarvan 1 inrit en 1 uitrit

13

aan de andere zijde van de beek komt geen parkeerterrein langs de Zuiderzeestraatweg komt een groensingel

15

12

10

15

12

12

19

14

19

punten gehanteerd:

14

14

19

geprojecteerd. Bij de ontwerpstudie izjn de volgende uitgangs-

11

groenstroken tussen de twee parkeerstroken om overstek

10

(2x 50 cm ) op te vangen

12

69a, 69b en 71. 152

13

13

10

10

3

2

variant zijn de toegangswegen verbreed. Ook hier wordt haaks geparkeerd in deze variant. Door het kerkgebouw te optimali-

11

11

In de eerste twee varianten is er de mogelijkheid om rond te rijden. Rondom het gebouw wordt geparkeerd. In de tweede

8

2

10

12

153 11

ruimte voor hagen overhouden langs tuinen van huisnrs

seren is het wellicht mogelijk om langs de beek ook te parkeren (+9), of zelfs langs deze parkeerweg dubbel te parkeren (+23). Variant 1

150 parkeerplaatsen

Variant 2

153 parkeerplaatsen

Variant 3

152 parkeerplaatsen

Wanneer het parkeerterrein gedeeltelijk volgens een kamstructuur wordt vormgegeven (variant 3) is er een vergelijkbaar aantal parkeerplaatsen te realiseren. Bij een dubbele kamstructuur ontstaan fors meer parkeerplaatsen (variant 4). De landschappelijke inpassing staat ten opzichte van de eerdere varianten wel onder

12 6

11 6

11 6

druk. In plaats van een brede bosschage is langs de Zuiderzeestraatweg slechts ruimte voor een smalle groenstrook. Door de footprint van de kerk te verkleinen kan één van de par-

15

(de minimale breedte conform de NEN-norm). Hiermee zijn zelfs

27

26

14

15

14 17

14

14

gen worden. In variant 6 zijn de parkeervakken versmald tot 2,40

15

14

14

keerwegen verlengd worden, waardoor 8 plaatsen extra verkre-

184 plaatsen te behalen. Langs de Zuiderzeestraatweg zijn, na 16 10

13

auto’s geparkeerd kunnen worden. Vanuit de studie kan worden geconcludeerd dat het realiseren 184

van 200 parkeerplaatsen op eigen terrein zonder dubbelparkeren niet mogelijk is zonder geweld te doen aan de landschappe-

9

8 9

8 9

gemeentelid, eveneens parkeergelegenheid. Hier zouden ca 10

14

3

175 8

167

Verder is op het terrein van garagebedrijf Van de Beek, een

5

5

13

3

12

10 2 13

5

parkeren. Bij langsparkeren zijn 6 parkeerplaatsen mogelijk.

15

15 14

15 14 3

12

10

verplaatsing van de bushalte, ook 14 plaatsen mogelijk bij haaks

7

6

Variant 4

167 parkeerplaatsen

7

lijke kwaliteiten van de locatie.

Variant 5

175 parkeerplaatsen

Variant 6

184 parkeerplaatsen | 17 |

parkeerstudie

Eengrotendeels versteend parkeerterrein voor de kerk mag weliswaar voorzien in een parkeerbehoefte, landschappelijk gezien is dit niet wenselijk. Uitgangspunt moet zijn om de parkeerbehoefte te combineren de landschappelijke ambitie, vanuit het gegeven dat het parkeerterrein meestentijds leeg is. Hoewel het terrein grotendeels in beslag genomen wordt door parkeerplaatsen, hoeft dit nog niet te betekenen dat er geen ruimte is voor een landschappelijke invulling. Tussen de parkeerstroken kunnen plantvakken met bomen en opgaande heesters zorgen voor een groene uitstraling. Als voorbeeld worden de parkeerplaatsen van ‘t Zand in Son en Breugel en Monnikenhuizen in Arnhem genoemd. Bij gebruik van de juist plantsoensoorten is een vrij dichte beplanting mogelijk, zoals te zien is in Roombeek (Enschede). Grasbetonkeien lijken een goed product, dat bij keuze van het juiste type visueel heel aantrekkelijk oogt. Nadeel is echter de kwetsbaarheid van het gras en het relatief hoog percentage beton ten opzicht van het gras. Monnikenhuizen Arnhem

‘t Zand Son en Breugel

Een veel beter product zijn de gereyclede TTE-roosters van TONN. Het gras groeit als het ware in de roosters, waardoor geen bodemverdichting door berijding ontstaat. De roosters zijn ontwikkeld als een duurzaam product bij uitstek. Onder de roosters is slechts een wegendoek en een beperkte substraatlaag nodig, waardoor er nauwelijks een cunet gegraven hoeft te worden. Het bodemleven blijft onder de roosters intact. Voor bomen en beplanting levert dit veel ondergrondse groeiruimte op, waardoor de kans wortelopdruk nihil is. Met behulp van speciale klinkertjes kunnen uitstapstroken gemaakt worden, waardoor het niet nodig is om via het gras de auto te verlaten. Recent zijn nabij de Hervormde Kerk van Hardenberg 65 groene parkeerplaatsen aangelegd. Een andere goede referentie is het parkeerterrein bij Museum Hoeksche Waard. Hier zijn ook de parkeerwegen voorzien van roosters. Een andere referentie is de Vijverhof in Capelle a/d IJssel of Wilde Veenen in Moerkapelle. Bij deze beide woonzorgvoorzieningen zorgen TTE-roosters voor een groene uitstraling bij de parkeerplaatsen.

Roombeek Enschede

Een raster van grasbetonkeien.

Hardenberg nabij Hervormde Kerk

Museum Hoeksche Waard

parkeerstudie

Vijverhof Capelle aan de IJssel

| 18 |

Vanuit de analyse kunnen lijnen getrokken worden naar het inrichtingsconcept. Bij de inrichting is enerzijds het kerkgebouw en anderzijds de buitenruimte met routing en parkeervoorzieningen relevant.

Kerkgebouw | Richting en oriëntatie Wanneer de footprint van het bestaande kerkgebouw wordt overgenomen, zoals in de parkeerstudie is gedaan, geeft dit een redelijke indruk van het benodigde bouwvolume. Het verenigingsgebouw Pro Rege zou als ondergronds volume kunnen worden toegevoegd aan het kerkgebouw. Om een indruk te krijgen van het ruimtebeslag is het gebouwtje transparant geprojecteerd aan de overzijde van de beek. Bij het hanteren van de huidige richting van de kas ontstaat er een gebouw met een autonome richting. Het voordeel van deze opzet is een alzijdige ontwikkeling van het kerkterrein. Nadeel is dat deze richting geen aanknopingspunten heeft in de omgeving en daardoor het landgoedensemble beconcurreert. Dit wordt bevestigd door studie 2, waar het hoofdvolume een vergelijkbare richting heeft als het landgoedensemble. In de studie is gekozen voor een positie aan de achterzijde van de kavel, waardoor bouwmassa gemakkelijker kan worden ingepast. Er zijn historische motieven om bebouwing meer richting de Zuiderzeestraat te vestigen. Hiertoe is het Kadastraal Minuutplan uit 1832 gedigitaliseerd en onder de huidige topogra sche lijnen geprojecteerd. In studie 3 is dit uitgewerkt.

De alternatieve (grijs gekleurde) richting biedt aanknopingspunten om in het gebouw een richtingverandering mogelijk te maken, bijvoorbeeld door lamellen met een veranderende richting, zoals bij de Korean Presbyterian Church van Arcari + Iovino Architects. Hier lijkt het rimte van het bos met de stammen zich te continueren in het kerkgebouw. In studie 4 is dit uitgewerkt. Een dergelijke vorm verhoudt zich goed met bestaande bouwvolumes en combineert de diverse richtingen in het plangebied tot een nieuw geheel. Samenvattend kan gesteld worden dat het gebouw de richting van het landgoed Richtingenstudie 1

Richtingenstudie 2

moet overnemen, met een voorkeur voor een langgerekt volume, al dan niet inspelend op alternatieve richtingen uit de omgeving.

Richtingenstudie 3

inrichtingsconcept

Richtingenstudie 4

Lamellen in ritme bos; Korean Presbyterian Church; Arcari + Iovino Architects

| 19 |

Kerkgebouw | Kleurgebruik Aan de hand van analyse is het voor de hand liggend om de kleuren van het landgoed over te nemen: gebroken wit of grijswit (bv signaalwit) lichtgrijze accentkleur antractiet dakvlak houtkleurige details

Kerkgebouw | Massaruimte Hoewel een massaruimte studie onderdeel wordt van de uitvraag bij de architectenselectie, is wel naar aanleiding van het Programma van Eisen en de omgeving een aantal uitgangspunten te formuleren. Het maaiveldniveau op het terrein daalt van 3.60 m +NAP bij de Zuiderzeestraatweg via 3.2 m +NAP bij de poortwachterswoning tot ca 2.10 m NAP bij de Klarenbeek. Ruimtelijk concept, schaal 1:1000

Hiernaast is een pro el vanaf de rooilijn van Klarenbeek gemaakt, met daarin opgenomen de woningen langs de Zuiderzeestraatweg, de bosrand en het indicatieve volume van de bestaande kerk (studie 3). Bovendien is er een dwarspro el gemaakt met daarin de poortwachterswoning en het landgoed in aanzicht op de achtergrond. Doordat het kerkgebouw wat verder achterop de kavel staat wordt een bouwmassa als de huidige kerk op harmonieuze wijze opgenomen tegen de achtergrond van de bosrand. Tegelijk zijn hiermee wel de maximale hoogtematen getekend en moet gestreefd worden naar zo laag mogelijke bouw, bij voorkeur deels ondergronds.

| 20 |

landschappelijk ontwerp

Buitenruimte | Kleurgebruik De kleuren in de buitenruimte kunnen eveneens worden ontleend aan het landgoed. Dat betekent overwegend aardse tinten bruin, taupe en antraciet.

Buitenruimte | Massa-ruimte De buitenruimte speelt een zeer belangrijke factor ten aanzien van de landschappelijke inpassing, waarbij beplantingsschermen een semi-transparant lter vormen voor het nieuwe kerkgebouw. Toepassing van juiste materialisatie bevordert de duurzame ontwikkeling van robuuste groensingels met opgaande heesters en bomen. Een stenige uitstraling wordt zo voorkomen.

Parkeren onder de bomen

Groenstroken tussen parkeervakken met ruimte voor bomen.

Ruimtelijk concept, schaal 1:1000

| 21 |

landschappelijk ontwerp

de kerk staat thans op een andere wijze in de samenleving dan in het verleden. In alle gevallen moet het kerkgebouw de identiteit van de geloofsgemeenschap naar de omgeving op een gepaste en bescheiden wijze uitstralen.

| 22 |

kerk in de samenleving

Bijlage 2 Architectenbureau Born (8 november 2021) Ontwerp Kerkgebouw

ONTWERP KERKGEBOUW HERSTELD HERVORMDE GEMEENTE DOORNSPIJK-NUNSPEET E.O. 08-11-2021

Architectenbureau BORN bv bna

UITGANGSPUNT SAMENHANG MET LANDGOED KLARENBEEK & VERSTERKING VAN DEZE SAMENHANG TEN OPZICHTE VAN DE HUIDIGE INVULLING

Architectenbureau BORN bv bna

HUIDIGE INVULLING LOCATIE

Architectenbureau BORN bv bna

HUIDIGE INVULLING LOCATIE

Architectenbureau BORN bv bna

SAMENHANG MET LANDGOED KLARENBEEK Het doel bij de ontwerp- en inrichtingsopgave is een verbetering van de beeldkwaliteit, versterking van de inrichting en aansluiten bij de cultuurhistorische waarde van het landgoed Klarenbeek. Op deze wijze levert de kerk en de inrichting van het groen een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de dorpskern van Doornspijk. De landschappelijke studie heeft het uitgangspunt gevormd bij het opstellen van ontwerp. Een belangrijk aspect om aansluiting en samenhang met het landgoed te verkrijgen en de kwaliteit te verbeteren is de maximale groene invulling van het perceel. Dit wordt, zoals in de landschap-studie is aangegeven, bereikt door een groot deel van de terreininrichting d.m.v. groen te realiseren.

Voor het parkeren wordt gebruik gemaakt van een duurzame groene oplossing welke in harmonie met de natuur samenwerkt. Dit in de vorm van grastegels (zie foto links). Regenwater kan gemakkelijk in de bodem doordringen, waardoor de riolering niet belast wordt. Tevens fungeert het oppervlak hierdoor als water- en klimaatbuffer. De terreinvulling is op deze wijze maximaal groen en de planten en hun zaden zullen als voedsel dienen voor tal van dieren en daarmee de biodiversiteit vergroten. Enerzijds ontstaat zo een groen beeld dat de samenhang met het landgoed versterkt. Anderzijds wordt hiermee een duurzame en klimaatadaptieve inrichting gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen achter de kerk zullen alleen voor de zondagse kerkdiensten gebruikt worden. Met behulp van gediplomeerde parkeerwachten zal het in- en uitgaan worden begeleidt. De 3 waardevolle bomen in het voorterrein blijven gehandhaafd en zijn harmonieus in het geheel opgenomen. Tevens blijft het groene eiland op het zuidelijke deel van het perceel onbebouwd. De aanpak leidt tot verduurzaming, verbetering van de beeldkwaliteit en versterking van de inrichting. Er ontstaat een samenhangend geheel welke aansluit bij de cultuurhistorische waarde van het landgoed Klarenbeek.

Aangezien de inrichting van het perceel een belangrijk aspect is van deze ontwikkeling, zal door landschapsarchitect Ars Virens een verdere visie en uitwerking van de terreininrichting ontwikkeld worden.

Architectenbureau BORN bv bna

SAMENHANG MET LANDGOED KLARENBEEK Om, afgezien van de groeninrichting, de eenheid met landgoed Klarenbeek verder te bevorderen zijn er architectonische kenmerken van het landgoed toegepast bij het ontwerp van het kerkgebouw. De muren bij de hoofdentree van het kerkgebouw zijn geïnspireerd op de entreemuren van landgoed Klarenbeek. Het typerende metselwerk met de hardstenen afdekking resoneert met de ontsluiting van het Landgoed. Samenhang is verder verkregen door de wijze waarop de kozijnen van het kerkgebouw zijn vormgegeven. De kenmerkende boogramen komen terug, evenals de timpaanvorm. De dakranden en “schoorstenen” op de hoekpunten van de daken zijn eveneens in harmonie met het landgoed ontworpen. Door de samengestelde vorm en door enkele gevels te voorzien van stucwerk ontstaat er een beeld met een passende schaal in relatie tot het landgoed. Op pagina 15 is deze samenhang van het landgoed en het kerkgebouw middels een gevelprojectie verduidelijkt. De positie van het kerkgebouw op de kavel is conform studie 3 van de landschappelijke studie. Het geheel resulteert in een samenhangend geheel. Het contrast van de huidige bebouwing van het perceel ten opzichte van landgoed Klarenbeek verdwijnt hiermee. Op deze wijze levert de kerk te midden van het groen een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de dorpskern van Doornspijk.

Op de volgende pagina’s zijn de kenmerkende elementen en de relatie mat het landgoed in beeld gebracht.

Architectenbureau BORN bv bna

Architectenbureau BORN bv bna

Beeld landgoed met kerkgebouw Op onderstaand gevelprojectie is de samenhang van het landgoed en het kerkgebouw weergegeven. Zoals in de landschap-architectuur studie is aangegeven is de hoogte van het kerkgebouw beperkt gehouden. Dit is gerealiseerd door diverse ruimten in een half-verdiepte kelder te plaatsen. De kapvorm, daklijst, timpaan en schoorstenen van het kerkgebouw zijn zodanig vormgegeven dat ze een eenheid vormen met de bebouwing van het landgoed. Samen met de samengestelde bouwmassa ontstaat er een passende schaalgrootte in relatie tot het landgoed.

concept beganegrond Het bouwvolume is compact ontworpen. Op de beganegrond zijn uitsluitend de entreehal, kerkzaal en enkele ondersteunende ruimten gesitueerd. Om de oppervlakte te beperken is tevens een deel van de zitplaatsen door middel van een gaanderij gerealiseerd. De zalen en keuken zijn in een kelder gesitueerd. De kelder is grotendeels onder het maaiveld gelegen.

concept gaanderij

concept kelder

gevels

Architectenbureau BORN bv bna

doorsnede

Architectenbureau BORN bv bna

Bijlage 3 Gespreksverslag overleg Provincie Gelderland inzake nieuwbouw kerk HHG Doornspijk-Nunspeet en omgeving (25 juli 2018)

Gespreksverslag overleg Provincie Gelderland inzake nieuwbouw kerk HHG Doornspijk-Nunspeet en omgeving Betreft: in-/uitrit en verkeersdoorstroming Zuiderzeestraatweg West 67 te Doornspijk Datum: 25 juli 2018 Locatie: Provincie Gelderland, districtskantoor Warnsveld Aanwezig namens Provincie Gelderland: - Michel Uenk (rayonmanager) - Peter Wegdam (verkeerskundige/inframanager) Aanwezig namens HHG Doornspijk-Nunspeet en omgeving: - Eppie Klein (adviesbureau ECM dialoog) - Marien Klein (adviesbureau ECM dialoog)

In het gesprek met de heren Uenk en Wegdam is ingegaan op de locatie Zuiderzeestraatweg West 69 te Doornspijk, de locatie voor een nieuw kerkgebouw van de Hersteld Hervormde Gemeente te Doornspijk. In het gesprek is een uitgangspunten en voorwaarden vanuit provinciaal oogpunt besproken, namelijk: 1. Het is van belang na te gaan in hoeverre gemeenschappelijk gebruik van parkeerfaciliteiten mogelijk is. Mede in verband met het aantal parkeerplaatsen dat de Hervormde Gemeente (PKN) nodig heeft, ter plaatse van het aan de overzijde liggende kerkgebouw (Zuiderzeestraatweg West 104 te Doornspijk). 2. In verlengde van bovenstaande, heeft het idee van een ‘dorpsplein’ voor het kerkgebouw een positief effect voor de omliggende organisaties. Bijvoorbeeld voor het woonzorgcentrum Hart van Thornspic. 3. De verschillende verkeersstromen (auto’s, fietsen en voetgangers) op het terrein zelf, dienen goed overdacht te zijn. Bij voorkeur schuine parkeervakken, dat stimuleert de rijroute. Daarbij wordt onderzocht of de ontsluiting van het fietsverkeer afgescheiden plaatsvindt. Ook dient beoordeeld te worden, waar voetgangers oversteken, aangezien er enkel een trottoir aan de overzijde van de weg beschikbaar is. 4. De implicatie voor de abri en bushalte dient te worden ingetekend. 5.

Voorwaarde is, gezien de grote piekbelasting op de Zuiderzeestraatweg, dat gekwalificeerde verkeersregelaars het verkeer regelen. Bovenstaande punten worden als uitgangspunten genomen voor de situatietekening van het perceel en de uit-/inrit. De situatietekening wordt opgeleverd ter beoordeling bij de heer Uenk.

Bijlage 4 Inventarium (2 juni 2021) QuickScan Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk [V2]

QuickScan Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

Opdrachtgever: Dhr. M. Klein (ECM dialoog) Controleur: P. Wiegel / P. Smits

Datum: 02 juni 2021 V2

Inhoudsopgave 1. Colofon 2. Samenvatting en advies 2.1. Samenvatting 3. Inleiding 3.1. Aanleiding 3.2. Planlocatie 3.3. Ontwikkelingen 4. Kader en methode 4.1. Wettelijk kader 4.2. Onderzoeksmethode 5. Gebiedsbescherming 5.1. Natura-2000 5.2. Natuurnetwerk Nederland 6. Soortbescherming 6.1. Flora 6.2. Fauna 7. Houtopstanden 8. Verantwoording

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

2

1. Colofon Onderzoek Locatie Opdrachtgever Opdrachtnemer Controleur Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW Nummer Rabobank

QuickScan natuurtoets V2 Zuiderzeestraatweg-west 69; Doornspijk Dhr. M. Klein ECM Dialoog Inventarium flora en fauna Pieter Wiegel / Peter Smits Stakenbergweg 212; 8075 RC Elspeet 06-12918775 inventariumff@gmail.com www.quickscanfloraenfauna.nl 64980960 NL136489771B01 NL93 KNAB 0256 8909 94

Disclaimer Deze QuickScan is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze QuickScan mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Inventarium, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Inventarium flora en fauna is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Inventarium flora en fauna voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2021 Inventarium flora en fauna, Elspeet

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

3

2. Samenvatting en advies Samenvatting Algehele conclusie: Uit onderzoek blijkt dat het overtreden van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde is bij het uitvoeren van de werkzaamheden op de projectlocatie. Opdrachtgever dient ten alle tijden zorgvuldig te handelen.

Gebiedsbescherming Natura 2000 •

Verstoring: Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het Natura2000 gebied wordt geen verstoring verwacht.

•

Stikstofdepositie: een stikstofberekening voor zowel de aanleg- als gebruiksfase wordt geadviseerd.

Natuur Netwerk Nederland Omdat het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is een verdere toetsing niet aan de orde.

Soortbescherming Flora Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen Geen overtreding wet natuurbescherming. Zoogdieren Geen overtreding wet natuurbescherming. Vogels Geen overtreding wet natuurbescherming.

Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt. Zorgplicht Bij iedere ingreep in de ruimtelijke ontwikkeling zal er zorgvuldig gehandeld moeten worden. Indien er tijdens de werkzaamheden (mogelijk) beschermde soorten of nesten worden aangetroffen dient het werk te worden stilgelegd en zal er een beoordeling moeten volgen door een ter zake kundig ecoloog. Deze zorgplicht geldt voor zowel soorten als gebieden.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

4

3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen betreffende het plangebied gelegen aan de Zuiderzeestraatwegwest te Doornspijk, heeft dhr. M. Klein van ECM dialoog aan Inventarium flora en fauna opdracht gegeven een QuickScan uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

3.2 Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreffen het perceel gelegen aan de Zuiderzeestraat-west 69 te Doornspijk. Doornspijk heeft een aantal verschillende landschapstypen. Het dorp ligt in een overwegend agrarisch weidelandschap. Even ten zuiden ligt de Doornspijkse Heide met zandverstuiving De Zoom en bosgebied De Haere. In het Noordwesten is er de oude Zuiderzeekust, thans Veluwemeer. Een deel van deze kust staan privé vakantieverblijven die op termijn zullen verdwijnen ten gunste van de natuur. Nabij Doornspijk worden op het Veluwemeer regelmatig zeldzame watervogels gesignaleerd, zoals kraanvogels en flamingo's. In een weidelijk gelegen gebied staan diverse opstallen en woningen temidden van struwelen. De projectlocatie bevindt zich tussen de Natura 2000 gebieden ‘de Veluwe en de Veluwerandmeren’. Zie gebiedsbeschrijving. 3.3 Ontwikkelingen Opdrachtgever wenst op het genoemd perceel een kerkgebouw te bouwen en vraagt aan de gemeente Elburg medewerking te verlenen. Op het terrein van het voormalige tuincentrum/kwekerij staan diverse oude opstallen. Thans zijn de opstallen in gebruik als kringloopwinkel. Het grootste deel bestaat uit kassen met diverse aanpandige schuurtjes en hokjes. Het is de bedoeling dat dit gesloopt wordt. De woning blijft bestaan.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

5

Op basis van onderstaande projectgegevens (mei 2021) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

6

4.1 Wettelijk kader Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora - en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000-gebieden (Vogelen Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten.

De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Be rn (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud.

In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Bescherming houtopstanden

Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, • Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, • Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed,

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

7

• • •

Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij), Het dunnen van een houtopstand, Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings-gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings-gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

8

4.2 Onderzoeksmethode

De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Op woensdag 9 mei 2018 en 2 juni 2021 is het plangebied aan de Zuiderzeesestraatweg-West te Doornspijk door dhr. P. Wiegel en P. Smits bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het onbewolkt en ongeveer 25 graden Celsius. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 2. De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming. 3. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 4. In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht. 5. Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a.

bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is. 6. Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-lamp d. Endoscoop e. Ladder (3 mtr) f. Fotocamera 7. De opgestelde rapportage is gecontroleerd en beoordeeld door een tweede lezer.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

9

5. Gebiedsbescherming 5.1 Natura2000 Algemeen

Het plangebied ligt op 2.04 km verwijderd van het Natura 2000 gebied de Veluwe en op 1.8 km van het Natura 2000 gebied de Veluwerandmeren. Deze is ter plaatse begrensd als Habitat- en Vogelrichtlijngebied. Voor de Natura2000 gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor achttien habitattypen, zeven habitatsoorten en tien broedvogelsoorten. Omdat de werkzaamheden van het plangebied buiten het Natura2000 gebieden plaatsvinden heeft dit geen invloed op de oppervlakte van het Natura2000 gebied. Het projectgebied grenst aan Landgoed Huize Klarenbeek, hetgeen aangemerkt is als rijksmonument. De Engelse parktuin grenst aan de achterzijde van het perceel. De cluster Doornspijkerbeken bestaat uit de volgende beeksystemen: de Goorbeek, de Papenbeek, de Klarenbeek, waarbij ook de Hazelbeek, de Sijpelbeek, de Bulsinkbeek/Andhuizerbeek, waaronder ook Horsterbeek, Gagelerbeek (beide deels SED-functie: een Specifiek Ecologische Doelstelling), Papierbeek en Enksbeek. In totaal hebben de beeksystemen binnen de cluster Doornspijker beken een lengte van ongeveer 20 km. De cluster Doornspijker beken kent een overwegend landbouwkundig gebruik (grasland) en zorgen voor de afvoer van het oppervlaktewater richting het Veluwemeer.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

10

Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx

Veluwe De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden.In de voorlaatste ijstijd duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o.a. Leemputten bij Staverden) of droge (o.a. Harskamp) heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. Veluwerandmeren De Veluwerandmeren ontstonden bij de drooglegging van de polders van Flevoland vanaf 1957. Ze betreffen de ondiepe zoetwatermeren Drontermeer, Veluwemeer en Wolderwijd/Nuldernauw die gemiddeld ruim een meter en op sommige plekken tot 5 meter diep zijn.

Ze ontvangen hun water vanuit de Flevopolders en een aantal Veluwse beken en wateren aan de noordoostzijde via de

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

11

Roggebotsluis af op het Vossemeer en in het zuidwesten via de Nijkerkersluis op het Nijkerkernauw/Eemmeer. Het gebied heeft een slecht ontwikkelde land-water overgang in verband met een gefixeerd, tegennatuurlijk waterpeil. De Gelderse oever is grotendeels begroeid met een smalle rietkraag; alleen bij Elburg ligt een rietmoeras (Korte Waarden) dat relatief groot is voor de randmeren. In de 90-er jaren zijn op de Gelderse oevers een aantal nieuwe moerasgebieden aangelegd. In 2000 is gestart met de aanleg van een aantal eilanden tussen het Harderbroek in Flevoland en de Hierdense beek in Gelderland. Ter hoogte van Horst bij Harderwijk is in het Wolderwijd met behulp van enige dammen kunstmatige luwte gecreëerd voor watervogels en ter bevordering van de groei van waterplanten. Gebiedsbescherming Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het Natura2000 gebied wordt geen verstoring verwacht. De algehele conclusie is dat het projectgebied buiten de beschermde natuurgebieden liggen, echter wel in de nabijheid van het natura 2000-gebied. Tevens komen de door de gemeente Elburg gestelde doelstellingen in het Landschapsontwikkelplan (2010-2020) met de geplande ingreep niet in gevaar, omdat de ingreep plaats heeft binnen de bebouwde kom van Doornspijk.

Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen.

Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADC-toets kan alleen worden AERIUS berekent de verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie stikstofdepositie als gevolg van voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het projecten en plannen op Natura project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar 2000-gebieden. U kunt in AERIUS belang (met inbegrip van redenen van sociale of alle bronnen die stikstof uitstoten economische aard) (D), en de nodige compenserende invoeren. De bekendste bronnen maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de zijn verkeer, veehouderijen en algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). industrie.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

12

Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat) De afstand tot depositiegevoelige Natura 2000-gebieden (inclusief habitatsoorten) is ca 2 kilometer. De werkzaamheden binnen het plangebied betreffen de sloop van bestaande opstallen en nieuwbouw van een nieuwe kerk. Negatieve effecten in het kader van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet verwacht. Om de depositie aan te tonen dient er een berekening uitgevoerd te worden voor zowel de aanlegfase als de nieuwe gebruiksfase. Conclusie stikstof Gesteld kan worden dat er tijdens de bouwfase en de nieuwe gebruiksfase mogelijk (tijdelijke) effecten op kunnen treden. Geadviseerd wordt om een Aeriusberekening uit te voeren om aan te tonen dat tijdens de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase al dan niet de depositowaarde van 0.00 mol/ha/jr wordt overschreden of aangetoond dat er een structurele afname van stikstofuitstoot is. 5.2 Natuurnetwerk Nederland/Gelderland Het plangebied ligt in landelijk gebied en op ongeveer 80 meter van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofd Structuur kortweg EHS). Het NNN nabij het plangebied bestaat uit graslanden, landbouwgronden, (gemengd) bos en heide.

Advies / conclusie Omdat het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is een verdere toetsing niet aan de orde.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

13

5.3 Houtopstanden Binnen het projectgebied bevinden zich naaldbomen en coniferen met een stamomtrek van 60-80 cm op borsthoogte. De houtsingel aan de rand van het plangebied blijft intact (grond van de buren) De in de gemeente Elburg geldende bomenverordening 2010 (inwerkingtreding 31-07-2013) alsmede de wet natuurbescherming biedt ruimte om de planontwikkeling uit te voeren. Hoewel het de vraag is of er bomen gekapt moeten worden, sluit artikel 4.2 van de wet Natuurbescherming de beschermingstatus van aanwezige naaldbomen uit vanwege de vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Tevens zorgt artikel 2, lid 2 (en 4), van de bomenverordening gemeente Elburg dat de wet niet wordt overtreden. (NB. Deze verordening is opgesteld voor 1-1-2017 toen de boswet nog van kracht was)

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

14

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

15

dakpannen zijn gelegd op uitsluitend panlatten en vormen geen verblijfplaats voor de huismus

overzicht kwekerij achterzijde

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

16

6. Soortbescherming 6.1 Flora Bevinding veldbezoek: Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Hier zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten. Het perceel is omgeven door een bomenrij die intact blijft. Het terrein bestaat momenteel uit een braakliggend land met voornamelijk grassen en restanten van vroegere kwekerijopstallen- en gewassen. 6.2 Fauna Vogels

Vogelsoorten met vaste rust- en/of verblijfplaatsen zijn binnen het plangebied aanwezig. Het golfplaten schuurtje/garage in het plangebied biedt geen geschikte toegang voor gierzwaluwen (Apus apus) of huismus (Passer domesticus): de toegangen onder de golfplaten zijn rondom afgesloten. Met name in de tuin van de bestaande woning (geen onderdeel projectplan) biedt voedsel-, rust- en slaapplaatsen van mezen en zangvogels. Er zijn enkele oude nesten aangetroffen in de vervallen kas. Dit betreft nesten van de merel (zonder jaarrond beschermde status). In verband met het feit dat het onderzoek heeft plaatsgevonden in het broedseizoen, kunnen we stellen dat de waargenomen oude nesten niet in gebruik zijn.

Ongebruikt merelnest

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

17

Van de vogels uit categorie 5 kunnen worden verwacht: gekraagde roodstaart (phoenicurus phoenicurus), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica), en spreeuw (Sturnus vulgaris). Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en stedelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen, zoals de kauw (Coloeus monedula). Ook kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in agrarisch gebied broeden, zoals de ringmus (Passer montanus) en witte kwikstaart (Motacilla alba). Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding.

Conclusie soortgroep vogels Geen overtreding wet Natuurbescherming

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

18

Nederlandse naam steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstaart kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals

Bescherming Categorie 1 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5

Nederlandse naam eidereend ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger groene specht ijsvogel kleine bonte specht kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart zwarte specht

Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5

Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel worden deze onderdelen nader toegelicht. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor een aantal soorten vleermuizen. Op grond van de geringe omvang van het plangebied en de beperkte foerageermogelijkheden is de kans klein dat het een essentieel foerageergebied betreft. Lijnvormige elementen zullen niet veranderen waardoor foerageer- en vliegroutes van vleermuizen niet zullen wijzigen. In, aan, of nabij de opstallen zijn geen vleermuizen of sporen aangetroffen. De potentiële verblijfplaatsen* zijn (met endoscoop) geïnspecteerd, echter er zijn geen mest of overige aanwijzingen aangetroffen dat het in gebruik is door de vleermuis. De aanwezige opstallen zijn van glas, damwand of plaatmateriaal. Op deze materiaalsoorten kunnen vleermuizen geen grip krijgen zodat het voor vleermuizen niet mogelijk is om deze wanden als landingsplaats te gebruiken om vervolgens richting spleten of kieren te kruipen. Deze opstallen zijn hierdoor ongeschikt om te dienen als verblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis danwel de laatvlieger. *Holten in de aanbouw tussen schuur en kas. Echter de holten zijn ongeschikt omdat er onvoldoende valhoogte en een belemmerde aanvliegroute is.

Veiligheidshalve zijn de holten wel geïnspecteerd. (toelichting obv vragen van ODNV)

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

19

Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s wint ers, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten d ie jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa.

Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.

Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

20

Slaapmuizen Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in Zuid-Limburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en ZeeuwsVlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg.

De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. Het plangebied vertoont dan ook geen essentiële functie voor de eekhoorn. Uitsluitend in een verkoopbericht van Landgoed Klarenbeek beschrijft de makelaar dat er in de parktuin genoten kan worden van eekhoorns. In de diverse gevalideerde databases zijn echter geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Redelijkerwijs kan aangenomen worden dat het plangebied geen essentiële functie heeft met betrekking tot de eekhoorn. Het achterliggende park is een geschikt habitat voor de eekhoorn. De planontwikkeling heeft geen invloed op het habitat. Haasachtigen, egel en vos Deze soorten zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Er is gekeken naar holten, prooiresten, poep en krabsporen. Urinepleken (UV-lamp) zijn ook niet aangetroffen. Tevens heeft de eigenaar geen last van dode kippen cq gekraakte eieren.

Het is aannemelijk dat de opstallen niet dienen als verblijfplaats voor de steenmarter (Martes foina) en/of boommarter (Martes martes). In

QuickScan natuurtoets Zuiderzeestraatweg-west, Doornspijk

21

het plangebied zijn geen sporen van de das (Meles meles) aangetroffen. De das heeft dan ook geen verblijfplaats of essentieel foerageergebied in het plangebied. De bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn inmiddels door de provincie Gelderland nier meer vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij/in het plangebied. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland slechts zwervend aangetroffen wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Reptielen en amfibieën Het plangebied ligt binnen het bereik van beschermde reptielen en amfibieën. Langs het projectgebied ligt een sloot/beek die een geschikt ecotoop vormt voor de beschermde amfibieën.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=907cbf69-f0d3-4d07-bde3-45d114f5e8fe