Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Beeldvorming van 20 maart 2023
1 2 3
Opening Vaststellen agenda Rondvraag Vragen voor de rondvraag dienen uiterlijk op de dag van de bijeenkomst om 9.00 uur in uitgeschreven vorm door de griffie te zijn ontvangen. Vragen die later binnen komen kunnen niet beantwoord worden. Het college zal de vragen uiteraard beantwoorden. Het is niet de bedoeling dat de vragen tijdens deze bijeenkomst leiden tot een debat of tot moties. Rondvraag fractie LEV.docx
4
BESPREEKSTUKKEN De bedoeling van de bespreekstukken is dat de raadsleden een goed beeld krijgen van de voorstellen van het college. Daarvoor kennen we het volgende proces. Ambtenaar leidt het onderwerp kort in en geeft daarbij aan welke politieke keuzes voorliggen. Raadsleden kunnen vragen van feitelijk aard stellen aan de ambtenaren. Iedere fractie kan in beginsel twee vragen stellen. De wethouder kan waar nodig de beantwoording aanvullen. Vragen stellen aan insprekers. Iedere fractie kan in beginsel 2 vragen stellen aan de insprekers De wethouder kan waar nodig reageren. Aan het eind van de bespreking krijgt de inspreker een laatste gelegenheid om het woord te voeren. Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Koeweg 14B `t Harde Dossier 2083 voorblad
4.1
Memo verplaatsing bouwblok Koeweg 't Harde overleg omwonenden.docx nota aanpassingen Koeweg 14B.docx raadsvoorstel bp Koeweg 14B.docx raadsbesluit bp koeweg 14b.doc Toelichting en regels.pdf Verbeelding.pdf vragen fractie CDA 002.pdf antwoorden raadsvragen Koeweg.pdf 4.2
Stedenbouwkundige Visie en Beeldkwaliteitsplan Hokseberg 't Harde Dossier 2081 voorblad Bijlage 1 Stedenbouwkundige Visie en Beeldkwaliteitsplan Hokseberg d.d. 6 december 2022.pdf Bijlage 2 Zienswijzennota Stedenbouwkundige visie en Beeldkwaliteitsplan Hokseberg 't Harde.pdf Raadsvoorstel vaststelling Stedenbouwkundige Visie en Beeldkwaliteitsplan Hokseberg 't Harde.docx Raadsbesluit vaststelling Stedenbouwkundige Visie en Beeldkwaliteitsplan Hokseberg 't Harde.docx vragen fractie CDA 003.pdf antwoorden raadsvragen Hokseberg.pdf
4.3
Addendum woonvisie 2020-2025 Dossier 2079 voorblad Addendum woonvisie 2020-2025 Raadsvoorstel vaststelling addendum Woonvisie 2020-2025 Raadsbesluit addendum woonvisie 2020-2025 vragen fractie CDA.pdf
4.4
Ophogen fonds voor Toekomstbestendig Wonen Lening Dossier 2009 voorblad Raadsvoorstel ophogen fonds Toekomstbestendig Wonen Lening (3).docx
4.5
Verlengen beleidsvisie bw/mo Dossier 2069 voorblad Regio- en beleidsplan Noord-Veluwe Samen thuis op de Noord-Veluwe 2020 - 2023
Rapportage terug en vooruitblik BWMO Noord-Veluwe 2022 regio advies ASDE BW en MO 13022023 samenwerkingsovereenkomst_Beschermd_Wonen_Maatchappelijke_Opvang_2020_2023 Raadsbesluit 5
Sluiting
3 Rondvraag 1 Rondvraag fractie LEV.docx
Rondvraag fractie LEV: In de HaH las ik deze week over de benutting van het Winterfonds. Er is gesteld dat maatschappelijke organisaties én MKB tot 31 maart 2023 bijdrage uit dat fonds kunnen aanvragen. Graag zou ik willen weten hoe de beschikbare ruim € 112.000,- is aangesproken en wie daar gebruik van gemaakt heeft. Uiteraard zouden antwoorden tot vervolgvragen kunnen leiden.
4.1 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Koeweg 14B `t Harde 1 Dossier 2083 voorblad.pdf
Beeldvorming Dossiernummer
2083
Extern Zaak ID
0230213341
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
20 maart 2023
Agendapunt
4.1
Titel
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Koeweg 14B `t Harde
Organisatieonderdeel
Domein Ruimte
Eigenaar
Beeke, Harry ter
Bijlagen Memo verplaatsing bouwblok Koeweg 't Harde overleg omwonenden.docx nota aanpassingen Koeweg 14B.docx raadsvoorstel bp Koeweg 14B.docx raadsbesluit bp koeweg 14b.doc Toelichting en regels.pdf Verbeelding.pdf vragen fractie CDA 002.pdf antwoorden raadsvragen Koeweg.pdf Reactie provincie.pdf Geagendeerd
Vergaderdatum
Beeldvorming
20 maart 2023
Toelichting Lyda Sneevliet Zaaknummer 213341 Voorgesteld besluit
Besluit Kan door naar Oordeelsvormende vergadering.
1 Memo verplaatsing bouwblok Koeweg 't Harde overleg omwonenden.docx
Overleg omwonenden verplaatsing bouwblok Koeweg
In september 2022 wordt door de koper van het bouwkavel de vraag gesteld of verplaatsing van het bouwblok nog mogelijk zou kunnen zijn. Bij voorkeur zou hij de woning enkele meters richting de Koeweg willen verplaatsen. Door mij is dit overlegd met de behandelend ambtenaar van de gemeente Elburg. Met elkaar is afgesproken dat ik deze wijziging zou voorleggen aan de direct omwonenden en hun reacties aan de gemeente zou terugkoppelen. Met de drie direct omwonenden heb ik contact opgenomen en hen deze vraag voorgelegd. Allen reageerden positief op het voorstel. Door architect De Regt en Danz is deze gewijzigde positie vervolgens door vertaald in de plannen en ook akoestisch is deze nieuwe positie doorgerekend door Lex Groenewold. De nieuwe positie van de woning resulteert niet in een hogere / andere gevelbelasting. Zowel het nieuwe akoestisch onderzoek alsook de nieuwe planologische opzet zijn in februari 2023 met de drie omwonenden gedeeld zij kunnen hier allen mee instemmen.
JGS febr. 2023
1 nota aanpassingen Koeweg 14B.docx
Nota “aanpassingen bestemmingsplan Koeweg 14B – gewijzigde vaststelling” Regels: Aanpassing 1: Was: In de gebruiksregels van sommige bestemmingen wordt het begrip “bijbehorend bouwwerk” vermeld. Dit begrip wordt echter niet gedefinieerd in de inleidende regels. Wordt: Het begrip “bijbehorend bouwwerk” wordt aangepast naar het wel gedefinieerde begrip “bijgebouw”: “Een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, behorende bij een op hetzelfde bouw- of bestemmingsvlak gelegen woning, zoals garages, hobbyruimten en bergingen”. Aanpassing 2: In de bouwregels voor “bijgebouwen” binnen de bestemming “Wonen” wordt vermeld dat “bijgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak” (4.2.1.). In de verbeelding is echter een bouwaanduiding voor bijgebouwen te zien. Daarnaast telt mee dat de beoogde situering van de twee bijgebouwen niet overeenkomt met de situering van de twee bouwvlakken. Was: 4.2.2 Bijgebouwen Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 42 m 2 per woning; c. goothoogte maximaal 3 m; d. bouwhoogte maximaal 6 m. Wordt: 4.2.2 Bijgebouwen Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. b. c. d.
bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak én binnen de bouwaanduiding “bijgebouwen”; gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 42 m 2 per woning; goothoogte maximaal 3 m; bouwhoogte maximaal 6 m.
Aanpassing 3: Toevoegen voorwaardelijke verplichting bij afwijken van de gebruiksregels, behorende bij de bestemming ‘Wonen’. Door het opnemen van een sloopplan, wordt juridisch/planologisch gewaarborgd dat de te slopen gebouwen daadwerkelijk gesloopt worden voordat de nieuwe woning in gebruik wordt genomen. Ook door het opnemen van een inrichtingsplan wordt de beoogde landschappelijke inpassing van het project gewaarborgd. Op deze wijze wordt in de regels een relatie gelegd met het in gebruik nemen van de nieuwe woning en de landschappelijke inpassing. Toevoeging: 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Binnen 1 jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dienen de gronden te zijn ingericht overeenkomstig het landschapsplan dat is opgenomen als Bijlage 1 Landschappelijke inpassing bij deze regels en vervolgens aldus in stand te worden gehouden. 4.5.2 Voorwaardelijke verplichting sloop Bouwen op de gronden met de bestemming 'Wonen' is uitsluitend toegestaan nadat de bestaande bebouwing zoals weergegeven in Bijlage 2 Te slopen gebouwen bij deze regels is gesloopt. Aanpassing 4: In vervolg op aanpassing 3 zullen de bijlagen “landschappelijke inpassing” en “te slopen bebouwing worden toegevoegd.
Toevoeging: Bijlage 1: landschappelijke inpassing Bijlage 2: te slopen bebouwing
Verbeelding Aanpassing 5: Het bouwvlak voor de nieuwbouw van de woning wordt verplaatst richting de Koeweg Was:
Wordt:
Toelichting Aanpassing 6: Naar aanleiding van de verplaatsing van het bouwvlak is het akoestisch onderzoek vernieuwd. Bijlage 2 van de toelichting wordt daarom vervangen. Was: Akoestisch onderzoek planwijziging Koeweg 14b `t Harde, AWG geluidsadvies, projetnr. 2021-124 versie Sep21-v1, d.d. 17 september 2021 Wordt: Akoestisch onderzoek planwijziging Koeweg 14b `t Harde, Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, projetnr. 2021-124 versie Jan23–v2, d.d. 25 januari 2023 Aanpassing 7: Waar nodig is de tekst in de toelichting geactualiseerd naar aanleiding van de aangepaste situering van het bouwvlak en het geactualiseerde akoestisch onderzoek.
1 raadsvoorstel bp Koeweg 14B.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan “`t Harde, Koeweg 14B”
Behandelaar:
Harry Ter Beeke
Datum Portefeuillehouder
17 april 2023 Lyda Sneevliet
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen
harry.ter.beeke@elburg.nl 213341 bestemmingsplan nota “aanpassingen bestemmingsplan Koeweg 14B – gewijzigde vaststelling”
Te nemen besluit De raad wordt voorgesteld: 1.
2.
het bestemmingsplan “Koeweg 14B” met het kenmerk NL.IMRO.0230.BPKOEWEG14B-VST1 gewijzigd vast te stellen, conform de aanpassingen opgenomen in de nota “aanpassingen bestemmingsplan Koeweg 14B – gewijzigde vaststelling”; op grond van het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen.
Inleiding Initiatiefnemer wenst op het perceel Koeweg 14B de bestaande agrarische bebouwing te slopen en deze te vervangen voor een vrijstaande woning (naast de bestaande woning). Op basis van de uitgangspunten van het VAB-beleid is een plan ontwikkeld.
Ligging plangebied
2
Bestaande situatie – aanzicht vanaf de Koeweg
Nieuwe situatie
Eerder is dit initiatief behandeld als principeverzoek waar positief op besloten is. Vervolgens is het initiatief verder uitgewerkt en vastgelegd in een ontwerpbestemmingsplan. Vanaf 1 juni 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen binnengekomen. Wel dient het plan op ondergeschikte onderdelen worden aangepast. Het bestemmingsplan kan vervolgens gewijzigd worden vastgesteld. Beoogd effect Met de wijziging van het bestemmingsplan vindt een ruimtelijke kwaliteitswinst plaats. Door de sloop van de voormalige agrarische bebouwing, de verwijdering van asfalt op het erf en de bouw van een nieuwe vrijstaande woning die landschappelijk ingepast is, wordt een kwaliteitsslag gemaakt in het buitengebied. Argumenten 1.1. Verbetering kwaliteit buitengebied Het project voorziet in de sloop van alle agrarische bedrijfsgebouwen, inclusief de mestplaat. In totaal komt dat neer op 2200m 3 . Daarnaast zal ook asfalt op het erf verwijderd worden.
3
Daarvoor in de plaats wil initiatiefnemer een nieuwe vrijstaande woning realiseren naast de bestaande woning. De nieuwe woning zal een oppervlak van circa 100 m 2 kennen en een maximale inhoud van 750 m 3 . Daarnaast wil initiatiefnemer bij zowel de bestaande woning als de nieuwe woning een bijgebouw realiseren. Beide bijgebouwen zullen een oppervlak kennen van maximaal 42 m 2 . Voor dergelijke initiatieven is het VAB-beleid 2016 vastgesteld. In het VAB-beleid zijn twee belangrijke doelstellingen benoemd waaraan dit soort plannen moeten voldoen: “het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied” en “het verbeteren van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied op sociaal en economisch gebied”. Door de voormalige agrarische bebouwing te slopen en het versteende perceel opnieuw in te richten, met meer aandacht voor het landschap, wordt bijgedragen aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en de belevingswaarde van het buitengebied. 1.2. De bestemmingswijziging zorgt voor een vermindering van de stikstofdepositie nabij Natura 2000-gebied Op dit perceel ligt momenteel een agrarische bestemming, waarbij een intensieve veehouderij is toegestaan tot maximaal één hectare. Ondanks dat het perceel niet direct in Natura 2000-gebied (de Veluwe) ligt, is het wel op enkele honderden meters van de Veluwe gelegen.
Op de Veluwe is er al sprake van een forse overschrijding van de kritische depositiewaarde stikstof. Het is aannemelijk dat stikstof van dit agrarisch bedrijf neerslaat in dit Natura 2000-gebied. De functiewijziging van een agrarisch bedrijf naar wonen, zoals onderhavig plan, draagt bij aan het verminderen van de stikstofuitstoot in Natura 2000-gebied De Veluwe. 1.3. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen Tijdens de ter inzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpraadsbesluit. 1.4. Ambtelijke toetsing leidt tot ondergeschikte wijzigingen in de regels Na ambtelijke toetsing blijkt dat in de regels van het ontwerpbestemmingsplan enkele kleine fouten zijn geslopen, waardoor enkele onduidelijke regels in het bestemmingsplan zijn ontstaan. De wijzigingen zijn van ondergeschikte aard. Ook worden regels en twee extra bijlagen opgenomen, om de landschappelijke inpassing en sloop van overtollige bebouwing te waarborgen. Voor een goede toetsing van toekomstige bouwplannen is het van belang om de aanpassingen op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan. 1.5 aanpassing op verzoek van de initiatiefnemer Op verzoek van de initiatiefnemer is het bouwvlak van de nieuwe woning verplaatst ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
Dit bouwvlak wordt dichter naar de Koeweg geplaatst, om een vrijer uitzicht en meer tuin aan de achterzijde van de woning te hebben. De nieuwe situering kan ook op een landschappelijk goede wijze worden ingepast (zie hiervoor het aangepaste landschappelijk inpassingsplan). Uit nader akoestisch onderzoek blijkt dat dit ook voor geluid geen belemmering oplevert. De aanpassing is met de buurt gecommuniceerd en deze hebben geen bezwaren. 2.1 De economische uitvoerbaarheid is anderszins geregeld Met de initiatiefnemer is een overeenkomst afgesloten. Hierin zijn de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, afgedekt. Aangezien de financiële uitvoerbaarheid anderszins is geregeld hoeft er geen exploitatieplan te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Kanttekeningen 1.1. Het plan past niet geheel volledig binnen de regels van het VAB-beleid In het VAB-beleid zijn regels opgenomen over de hoeveelheid kubieke meters die gesloopt moeten worden en hoeveel woningen daarvoor in de plaats mogen worden gebouwd. De hoeveelheid bebouwing die gesloopt zal worden voldoet niet aan de richtlijnen uit het VAB-beleid om een vrijstaande woning te mogen terugbouwen. Het plan voorziet in de sloop van zo’n 2.200 m 3 aan vrijgekomen agrarische bebouwing en de bouw van een woning van maximaal 750 m 3 .
Volgens de richtlijnen van het VAB-beleid zou er voor een woning van dergelijke omvang 3000 m 3 aan agrarische bebouwing gesloopt moeten worden.
4
Echter, met de komst van de Omgevingswet en daarmee de groter wordende focus op maatwerk, is ten tijde van het eerder ingediende principeverzoek besloten om in te stemmen met de afwijking van deze richtlijnen. Dit had o.a. te maken met de beoogde ‘ontstening’ van het erf. Verwijdering van bestrating/asfalt wordt niet meegenomen in de rekensom ten aanzien van de sloop van agrarische bebouwing in het VAB-beleid, maar dit heeft wel een groot effect op de belevingswaarde van een perceel en het omliggende gebied. Ook de verminderde stikstofdepositie was in het principebesluit een belangrijke reden om in dit geval maatwerk te bieden en toch mee te werken aan dit initiatief. 1.2. gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft de initiatiefnemer laten weten het beoogde bouwvlak van de nieuwe (tweede) woning te willen verplaatsen, maar aanleiding van concrete interesse voor dit perceel. De wens is uitgesproken om het bouwvlak meer richting de Koeweg te plaatsen zodat een grotere achtertuin ontstaat. Voor deze beoogde wijziging heeft de initiatiefnemer nieuwe documenten aangeleverd om deze wijziging mogelijk te maken. Het gaat om een nieuw akoestisch rapport, een nieuwe instemmingsverklaring van de directe omwonenden en een nieuwe verbeelding.
Door de wijziging van het bouwvlak dient ook de bouwaanduiding voor het bijgebouw aangepast te worden. Ook zullen de voorgestelde ambtelijke aanpassingen verwerkt worden in het uiteindelijke bestemmingsplan. 1.3. Extern salderen De mogelijkheid van extern salderen onderzocht. Gebleken is dat er op dit moment te veel onduidelijkheden en onzekerheden zijn om de vrijgekomen stikstofruimte op dit perceel in te zetten voor projecten waar sprake is van te hoge stikstofdepositie. Om de voortgang van dit plan niet verder te vertragen worden de eventuele (on)mogelijkheden voor extern salderen niet verder uitgezocht. Financiën Zie argument 2.1. Communicatie/participatie Ten tijde van het principeverzoek is het plan voorgelegd en besproken met verschillende omwonenden. Zij gaven aan positief tegenover de wijziging te staan, maar enkele omwonenden hadden nog wel opmerkingen over de landschappelijke inrichting. Naar aanleiding van die opmerkingen is het plan aangepast, waarna alle omwonenden positief waren over het plan. Door de gewenste aanpassing van het bouwvlak heeft de initiatiefnemer opnieuw de plannen besproken met de direct omwonenden. Deze hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de aanpassingen. Vervolg Na besluitvorming door de raad wordt het definitieve bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd voor beroep.
Gedurende deze termijn kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook kan gedurende de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling worden ingediend. Als er in deze termijn geen beroep is ingesteld of voorlopige voorziening is aangevraagd is het bestemmingsplan onherroepelijk. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan wel in werking, maar is het niet onherroepelijk. In deze situatie kan de omgevingsvergunning wel worden aangevraagd met het risico dat als bij de behandeling van het beroep bij de Raad van State het bestemmingsplan alsnog vernietigd wordt, de omgevingsvergunning daarmee ook ongeldig wordt. Als er in de beroepstermijn een voorlopige voorziening wordt aangevraagd, schort ook de inwerkingtreding op en kan er geen omgevingsvergunning worden aangevraagd. De vaststelling wordt gepubliceerd in de Huis-aan-Huis en het Gemeenteblad en is in te zien op het gemeentehuis. Het bestemmingsplan is ook digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl
Bijlage(n) Raadsbesluit nota “aanpassingen bestemmingsplan Koeweg 14B – gewijzigde vaststelling”
5
bestemmingsplan
Elburg, 17 april 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
J. Hofstede
1 raadsbesluit bp koeweg 14b.doc
- RAADSBESLUIT -
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 maart 2023, met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “`t Harde, Koeweg 14B”. Overwegende, dat er een verzoek is binnengekomen van de rechthebbende op de percelen kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie E, nummer 6734, plaatselijk bekend Koeweg 14B, om op basis van de uitgangspunten van het VAB-beleid 2525 m2 agrarische bedrijfsbebouwing te saneren en daarvoor in de plaats één nieuwe woning te herbouwen; dat de nieuwbouw van de woningen niet past binnen het bestemmingplan “Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018”en daarom een nieuw bestemmingsplan “`t Harde, Koeweg 14B”is opgesteld; dat het geheel op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast en dat de gehele ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en de vitaliteit van het landelijk gebied; dat het ontwerp van het bestemmingsplan “`t Harde, Koeweg 14B”, gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en dat naar aanleiding daarvan geen zienswijzen zijn ingediend; dat tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen zijn ingediend; dat het ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van ambtelijke toetsing en op verzoek van de initiatiefnemer op ondergeschikte onderdelen aanpassing behoeft; dat de inhoud van deze aanpassingen zijn opgenomen in de nota “aanpassingen bestemmingsplan Koeweg 14B – gewijzigde
vaststelling” en deze onderdeel uitmaakt van dit besluit; dat in dit geval geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, omdat met de rechthebbende een anterieure overeenkomst is afgesloten over de uitvoering van het bestemmingsplan, waarmee de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, zijn afgedekt en de planherziening verder geen financiële gevolgen heeft voor de gemeente; b e s l u i t: 1.
2.
het bestemmingsplan “Koeweg 14B” met het kenmerk NL.IMRO.0230.BPKOEWEG14B-VST1 gewijzigd vast te stellen, conform de aanpassingen opgenomen in de nota “aanpassingen bestemmingsplan Koeweg 14B – gewijzigde vaststelling”; op grond van het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 17 april 2023
de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 Toelichting en regels.pdf
Bestemmingsplan
Koeweg 14b Gemeente Elburg
Algemene gegevens Omschrijving Bestemmingsplan Koeweg 14b Opdrachtgever Schreuder Adviseurs De heer J.G. Schreuder Volenbekerweg 14 3882 RE Putten T 0655815798 E info@schreuder-adviseurs.nl W www.schreuder-adviseurs.com Opsteller Teus' Advies Teus van Essen Ambon 10 3772 ZV Barneveld T 06-15658065 E teus@teusadvies.nl W www.teusadvies.nl Datum | status | versie 24 februari 2023 | vastgesteld | 2.0 Identificatiecode NL.IMRO.0230.BPKOEWEG14B-ONT1
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
5 Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing Geldend bestemmingsplan Leeswijzer Beleidskader Omgevingsvisie Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Omgevingsvisie Elburg Landschapsontwikkelingsplan Elburg VAB-beleid gemeente Elburg 2016 Planbeschrijving Bestaande situatie Voornemen Randvoorwaarden Milieuaspecten Archeologie, cultuurhistorie en monumenten Ecologie Waterparagraaf Economische uitvoerbaarheid Juridische planopzet Wonen Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde Waarde - Waardevol landschap Inspraak en overleg Vooroverleg Voorontwerp Ontwerp
6 6 6 6 7 8 8 9 10 11 11 13 13 15 17 17 20 20 21 22 23 23 23 23 24 24 24 24
Bijlagen bij de toelichting
25
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
26 98 127 167
Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Quickscan ecologie Vergunningscheck watertoets
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
171 Inleidende regels Begrippen
172 172 3
Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde Waarde - Waardevol landschap Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
176 177 177 178 181 184 185 185 186 188 189 190 191 191 192
Bijlagen bij de regels
195
Bijlage 1 Bijlage 2
196 198
Landschappelijke inpassing Te slopen gebouwen
4
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Koeweg 14b in 't Harde, gemeente Elburg, is een intensieve veehouderij aanwezig. De eigenaar heeft het voornemen om de agrarische bedrijfsvoering op te heffen en de functie van het perceel te veranderen naar een woonfunctie. De wens is om de bedrijfsgebouwen te slopen en er een nieuwe, vrijstaande woning te realiseren. Daarnaast wenst hij dat de aanwezige bedrjifswoning als burgerwoning wordt bestemd. Hiervoor is een nieuw bestemmingsplan nodig.
1.2
Ligging en begrenzing
Het perceel Koeweg 14b is gelegen in het buitengebied van het dorp 't Harde, gemeente Elburg. Circa 1 kilometer ten oosten van het plangebied ligt de bebouwde kern van 't Harde. De kern van Elburg is op circa 3,5 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen. Kadastraal staat het perceel bekend als gemeente Doornspijk, sectie E, nummer 6734.
Ligging in de omgeving Het plangebied wordt gevormd door het genoemde perceel, voor zover dat nu een agrarische bestemming heeft. Daarnaast hoort een smal strookje van de achterburen, dat nu in het bouwvlak gelegen is, ook bij het plangebied. Zo kan het huidige bouwvlak geheel wegbestemd worden middels onderhavig plan, en blijft er dus geen 'reststrookje' over.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018', vastgesteld door de gemeenteraad op 28 januari 2019. Voor het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch'. Hiermee zijn deze gronden in hoofdzaak bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Ook is een intensieve veehouderij toegestaan tot maximaal 1 hectare. Middels een bouwvlak is voorzien in een agrarisch bouwperceel. Per bedrijf is één bedrijfswoning van maximaal 750 m3 toegestaan. Voor de bedrijfswoning geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. Voor bedrijfsgebouwen is dat respectievelijk 6 en 12 meter. Voor bijgebouwen bij de bedrijfswoning geldt een maximale gezamenlijke oppervlakte van 100 m2, en tevens een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 6 meter. 6
Verder geldt nog de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde'. Hiermee zijn deze gronden mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Er geldt een onderzoeksplicht voor een archeologisch onderzoek bij bouwwerken groter dan 500 m2 en waarbij de ondergrond dieper dan 0,3 meter wordt geroerd. Ook geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Waardevol landschap'. Hiermee zijn deze gronden mede bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. Tot slot geldt nog de gebiedsaanduiding 'overige zone - zoekzone landschappelijke versterking'. Woningen binnen de bestemmingen 'Wonen' en 'Wonen - Agrarisch' kunnen ter plaatse van deze aanduiding onder voorwaarden vergroot worden.
Uitsnede plankaart met het plangebied globaal in rood omkaderd Binnen het huidige bestemmingsplan is het voornemen niet mogelijk. Er is namelijk één bedrijfswoning toegestaan binnen het bouwvlak. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de gronden binnen het agrarische bouwvlak te wijzigen naar de bestemming 'Wonen', mits het aantal woningen beperkt blijft tot het bestaande aantal woningen. Aangezien het initiatief de bouw van een nieuwe, extra woning betreft, is deze wijzigingsbevoegdheid niet toereikend. Derhalve is een nieuw bestemmingsplan nodig.
1.4
Leeswijzer
Deze onderbouwing vangt in hoofdstuk 2 aan met een beschrijving van het relevante beleidskader. In het daaropvolgende hoofdstuk wordt de bestaande en de nieuwe situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de uitvoerbaarheid aangetoond en wordt ingegaan op enkele, andere planologische aspecten. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Afsluitend zijn de resultaten van inspraak en overleg opgenomen.
7
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Omgevingsvisie Gelderland
Op 19 december 2018 is de laatste versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. Gelderland kiest er in de Omgevingsvisie voor om bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven vanuit twee hoofddoelen. Het eerste doel is het vergroten van de concurrentiekracht van Gelderland door een duurzame versterking van de ruimtelijk-economische structuur. Het tweede doel is het waarborgen en het verder ontwikkelen van die kwaliteiten van Gelderland. Dit betekent vooral: ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek; zorg dragen voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap; een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle gebruiksfuncties; bij droogte, hitte en waterovervloed; een gezonde en veilige leefomgeving; een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor beleving, bereikbaarheid en toegankelijkheid van cultuur, natuur en landschap. De provinciale hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, die zijn onderverdeeld in drie thema's. Het thema Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten.
Onder het thema Dynamisch Gelderland staan de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit. Het derde thema, Mooi Gelderland, betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie Gelderland in de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en initiatieven. In de Omgevingsvisie wordt het accent gelegd op de stedelijke netwerken als economische kerngebieden van Gelderland. In samenhang met de sterke steden zijn de landschappelijke ligging en de vitaliteit van de dorpen in de regio van groot belang. Bij ruimtelijke initiatieven is de uitdaging de match te maken tussen de kwaliteiten van het betreffende initiatief en de kwaliteiten van de plek of het gebied waar het initiatief speelt. De provincie stelt bij initiatieven voor functieverandering dat deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten moeten versterken. Dit kunnen initiatieven zijn voor wonen en werken. Bijvoorbeeld bij functieverandering of nieuwe landgoederen. Dat betekent: initiatieven koesteren als kans; niet vooraf ontwikkelingen uitsluiten; mogelijkheden zoeken. Daarvoor dragen in eerste instantie de initiatiefnemers de verantwoordelijkheid.
De provincie voert een beperkte regie op wonen en werken in het buitengebied, namelijk door: kwalitatieve proceskaders aan te geven om te komen tot locatiekeuzes; ondersteuning te bieden in de vorm van kennis, begeleiding en inspiratie; daarbij geldt voor een initiatief in het buitengebied dat het 'nieuwe rood' in het buitengebied een kwaliteitsverbetering moet zijn in het gebied. Een kwaliteitsverbetering wil zeggen dat er sprake is van sloop en of hergebruik van vrijkomende bebouwing (functieverandering) of ontwikkeling van nieuwe natuur. De rood-rood en rood-groenverhoudingen van de nieuwe situatie ten opzichte van de oude situatie bepalen de aanvaardbaarheid. De Gelderse regio's kregen met het Streekplan 2005 de mogelijkheid voor een regionale invulling van het beleidskader voor functieverandering van agrarische gebouwen. Deze invulling werd door het college van Gedeputeerde Staten geaccordeerd. De provincie kiest voor een andere rol. Zij vraagt geen apart beleidskader om door de provincie vast te stellen, maar juicht toe dat hierover beleid en afspraken in regionaal verband zijn gemaakt of verder worden gemaakt. De provincie draagt graag bij aan de evaluatie van dit beleid. Het voortouw 8
ligt bij gemeenten. Gemeenten hebben hun beleid op regionaal niveau afgestemd. Toetsing Onderhavig plan voorziet in een functiewijziging en de realisatie van een nieuwe woning. Dit leidt ter plekke tot een aanmerkelijke kwaliteitsverbetering. Dit plan past daarmee binnen de uitgangspunten uit de omgevingsvisie. Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming c.q. niet in strijd met de Omgevingsvisie Gelderland.
2.2
Omgevingsverordening Gelderland
Op 19 december 2018 is de laatste versie van de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze verordening ziet erop toe dat het beleid uit de Omgevingsvisie Gelderland operationeel wordt. Navolgend worden de voor het plangebied relevante bepalingen aangehaald en vervolgens getoetst. Wonen Artikel 2.2 bepaalt over nieuwe woningen het volgende: 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Toetsing Elburg valt onder de regionale woonagenda 'Samenwerking Noord-Veluwe'. De gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten werkten in 2018 en 2019 samen in de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV). In die periode is een regionale woonagenda opgesteld: de Regionale woonagenda 2019-2022.
In deze agenda worden de opgaven en uitdagingen bepaald die de partners in de komende periode willen oppakken, waaronder het maken van afspraken over regionale en gemeentelijke woningbouwaantallen en het nader in beeld brengen van de kwalitatieve woningbouwbehoefte. Wel wordt in de woonagenda geconstateerd dat er een oplopend tekort is aan woningen en dat elke doelgroep graag een nieuwe woning wil. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. Met het onderhavige plan neemt het aanbod aan nieuwe woningen toe, zodat een deel van de (veel grotere) vraag ingevuld kan worden. Het plan is dan ook in overeenstemming met de regionale woonagenda. Landschap Op de kaart 'Landschap' is het plangebied gelegen in een Nationaal landschap. Artikel 2.56 bepaalt hierover het volgende: 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. 2. In afwijk ing van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c.
compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. Het plangebied is gelegen in het Nationaal landschap 'Veluwe', specifiek in het deelgebied 'Randmeerkust agrarisch'. De kernkwaliteiten hiervoor zijn als volgt: Zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos – open essen – strokenverkaveling – onregelmatige blokverkaveling op strandwallen Karakteristieke open veenweidegronden met een groot aantal zuid-noord stromende sloten en 9
laaglandbeken Kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en grasland Lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen Enkele landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles Relatief gaaf ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelingspatroon: regelmatig in het veenlandschap, onregelmatig in het kleilandschap Toetsing Onderhavig plan voorziet in een functiewijziging waarbij een agrarisch bedrijf wordt opgeheven, de agrarische bebouwing gesloopt wordt en een nieuwe vrijstaande woning voor teruggebouwd wordt. De genoemde kernkwaliteiten zijn niet specifiek in het plangebied aanwezig. Daarnaast zorgt onderhavig plan voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap door het verwijderen van de grote, agrarische bedrijfsbebouwing. Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming c.q. niet in strijd met de Omgevingsverordening Gelderland.
2.3
Omgevingsvisie Elburg
De Omgevingsvisie Elburg is vastgesteld door de gemeenteraad op 30 januari 2019. De Omgevingsvisie Elburg 2018 geeft de koers aan, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is en waar de gemeente vervolgens ook samen mee aan de slag wil gaan. Deze koers is niet nieuw, maar bouwt voort op documenten zoals de Toekomstvisie Elburg 2012, de Structuurvisie Elburg 2030 en de WMO-beleidsvisie. Er wordt afstemming gezocht met in ontwikkeling zijnde beleidstrajecten zoals rondom Wonen en Duurzame Energie. De Omgevingsvisie nodigt uit, inspireert en geeft de kaders om ontwikkelingen in Elburg tot stand te brengen. Het betekent niet dat de gemeente doelen en uitgangspunten die in deze visie staan opgenomen, zelf gaat uitvoeren. Het betekent wel dat zij initiatieven die binnen deze visie passen, toejuichen en zoveel als mogelijk zullen faciliteren. Op de visiekaart is het plangebied niet in een specifiek aangeduid gebied gelegen. Wel zijn er in de omgevingsvisie 5 thema's beschreven. Deze thema's zijn als volgt: Thema 1: Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving Thema 2: Aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit Thema 3: Vitaal economisch klimaat Thema 4: Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Thema 5: Bereikbaar, nabij en toegankelijk Met name thema 2 is relevant voor onderhavig initiatief.
Bij dit thema is het volgende beschreven over vrijkomende agrarische bebouwing: "Voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing hebben we in 2016 een specifiek beleid opgesteld voor vrijkomende Agrarische bebouwing (VAB-beleid). Achterliggende doelstelling is het voork omen van een teruggang van de ruimtelijke kwaliteit door leegstand en verloedering in combinatie met het verbeteren van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied op sociaal en economisch gebied. De nieuwe functies moeten echter passend zijn in het buitengebied en geen nadelige effecten hebben (zoals verkeershinder), gedacht wordt aan kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid (maximaal milieucategorie 2), recreatie gerelateerde activiteiten, zorg en in beperkte mate wonen. Een goede landschappelijke inpassing is van groot belang. Het VAB-beleid in combinatie met het LOP en de Welstandsnota geeft hiervoor richtlijnen en praktische handvatten." Toetsing Het agrarische bedrijf in het plangebied is voornemens te stoppen. Bij leegstand van deze bebouwing bestaat het risico op verloedering, wat de aantrekkelijke omgevingskwaliteit niet ten goede komt. Daarnaast is agrarische bebouwing niet de meest aantrekkelijke bebouwing. Sloop van deze bouwwerken is dan ook wenselijk en zal de omgevingskwaliteit wel ten goede komen. In paragraaf 2.5 wordt getoetst aan het VAB-beleid.
Conclusie Onderhavig plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Elburg. 10
2.4
Landschapsontwikkelingsplan Elburg
De gemeente Elburg heeft besloten een landschapsontwikkelingsplan (LOP) op te stellen. In het buitengebied van de gemeente Elburg spelen nieuwe ontwikkelingen en de gemeente heeft de wens initiatieven te stimuleren. Het LOP biedt de gemeente een landschappelijke visie op het buitengebied en een actieprogramma met kansrijke en op uitvoering gerichte projecten. De visie zal zorgen voor een toetsingskader waarbinnen ontwikkelingen en plannen beoordeeld kunnen worden. Het buitengebied van de gemeente Elburg is opgedeeld in verschillende landschapstypes om de unieke landschappelijke verscheidenheid te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plangebied valt binnen het ‘kleinschalig kampenlandschap'. Kleinschalig/lineair kampenlandschap Denkrichting: herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. Het grondgebruik is afwisselend en bestaat uit bouwland en graslanden. Veel voorkomende soorten zijn eiken, essen en elzen. De aanplant van eiken, kleine bosschages en houtwallen (en singels) versterken het kleinschalige landschap. Erfbeplanting: hagen langs de voortuin, langs de weg en houtwallen langs de grenzen van het erf.
In het lineaire landschap kan gekozen worden voor tweezijdige erfgrensbeplanting en voor het kleinschalige landschap wordt ingezet op alzijdige aanplant van de erfgrenzen. Hoogstamfruitboomgaarden met een meer onregelmatige aanplant, leilinden aan de zonzijde en enkele solitaire zoals een noot, kastanje of linde maken onderdeel uit van het erf. Eikenbosschages zijn meer achter op het erf gesitueerd of aan de zijkant. Bij uitbreiding van de stallen, schuren of andere gebouwen kunnen ook houtwallen en –singels worden aangeplant. Toetsing Bij de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met het LOP. Er is gekozen voor een groene uitstraling van een traditioneel boerenerf, waaronder door de aanleg van: Hoogstamfruitbomen Boeren- of moestuin Erfbomen (linde, notenboom, eik) Hagen (beuk, haagbeuk) Onderhavig plan en bijbehorende landschappelijke inpassing zijn hiermee in overeenstemming met het landschapsontwikkelingsplan.
2.5
VAB-beleid gemeente Elburg 2016
Het VAB-beleid gemeente Elburg 2016 is vastgesteld op 23 mei 2016. Dit beleid is gericht op functieveranderingen van agrarische bedrijven naar wonen en recreëren. Voor elke functieverandering gelden de algemene regels. Deze regels gelden bij een functieverandering naar wonen en recreëren. De specifieke regels voor een functieverandering naar wonen zijn als volgt: Om in aanmerking te komen voor het bouwen van één of meerdere reguliere woningen dient minimaal 3.450 m3 aan bedrijfsbebouwing aanwezig te zijn op het perceel, exclusief de bestaande woning. Voor elk e nieuw te bouwen woning dient minimaal 3.000 m3 aan bedrijfsbebouwing, exclusief de bestaande woning, te worden gesloopt. Elke nieuw te realiseren woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m3. Naast de bestaande woning zijn maximaal vier woningen in maximaal twee gebouwen toegestaan op het perceel. Er komen maximaal drie bouwvlak ken op het perceel, voor maximaal vijf woningen. De bestaande en nieuw te bouwen woning(en) krijgen een reguliere woonbestemming (W) conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012’. Indien er sprake is van dubbele bewoning zal de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – dubbele bewoning’ toegevoegd worden. Indien er sprake is van één (of meerdere) vrijstaande woning(en) op het erf dan zal deze als vrijstaande woning worden aangeduid.
Toetsing Op het plangebied staat 2195,4 m3 aan bedrijfsgebouwen, exclusief de bedrijfswoning. Er kan dus niet voldaan worden aan de eis dat er minimaal 3450 m3 aan bedrijfsbebouwing aanwezig dient te zijn, en ook niet aan de minimale sloopeis van 3000 m3. Aan de overige voorwaarden wordt echter wel voldaan. Conclusie 11
Onderhavig plan is niet in overeenstemming met het VAB-beleid. Er kan niet geheel voldaan worden aan de minimale sloopeis. In totaal wordt er namelijk 524,28 m2 gesloopt, waarvan de inhoud 2195,4 m3 bedraagt. Toch wordt met dit bestemmingsplan de keuze gemaakt om, ter compensatie van de sloop van de bedrijfsbebouwing, te voorzien in de realisatie van een nieuwe woning. De specifieke regels van het VAB-beleid worden minder strikt gehanteerd vanwege de overgang naar de Omgevingswet en daarmee de steeds groter wordende nadruk op maatwerk. Echter worden de uitgangspunten van het VAB-beleid nog wel gebruikt om kaders te bieden waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn. Daarom is het van belang om aan te tonen dat de ontwikkeling past binnen: ‘het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied’ en ‘het verbeteren van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied op sociaal en economisch gebied’. Onderhavig plan draagt bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied, en daarnaast ook aan de leefbaarheid en vitaliteit. Deze verbeteringen worden bereikt door de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen en daarmee het stoppen van de veehouderij. Niet alleen zorgt dat ervoor dat er geen geuroverlast meer zal zijn, maar ook voor een vermindering van stikstofdepositie.
Het perceel ligt niet binnen een Natura 2000-gebied, maar wel in de nabijheid daarvan. Binnen het Natura 2000-gebied is sprake van een forse overschrijding van de Kritische depositiewaarde (KDW) stikstof. Het plangebied voor dit initiatief ligt op enkele honderden meters van het Natura 2000-gebied 'Veluwe'. Door onderhavig plan wordt de stikstofuitstoot nabij Natura 2000-gebied verminderd. Dit komt ten goede aan de natuur. De nieuwe landschappelijke inpassing draagt bij aan het versterken van de belevingswaarde van het buitengebied. Het plangebied krijgt namelijk een groene uitstraling van een traditioneel boerenerf. Kortom, ondanks dat niet voldaan kan worden aan alle voorwaarden uit het VAB-beleid, draagt dit plan toch bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde en de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied.
12
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Omgeving Het plangebied is gelegen in het buitengebied van het dorp 't Harde, gemeente Elburg. Circa 1 kilometer ten oosten van het plangebied ligt de bebouwde kern van 't Harde. De kern van Elburg is op circa 3,5 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen. In het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Elburg is het plangebied gelegen in het zogenaamde kleinschalig kampenlandschap. De wegen hebben een bochtig verloop, veelal door het aanwezige hoogteverschil. Steilranden in het landschap bepalen soms het verloop van de weg. Het landschap kent een onregelmatig en blokvormig verkavelingspatroon in het kleinschalige kampenlandschap. De randen van de percelen zijn veelal aangezet met houtwallen, waardoor een kleinschalig landschap ontstaat. Het grondgebruik is afwisselend en bestaat uit bouwland en graslanden. Veel voorkomende soorten zijn eiken, essen en elzen. De aanplant van eiken, kleine bosschages en houtwallen (en singels) versterken het kleinschalige landschap. De erven staan verspreid in het landschap.
Luchtfoto omgeving Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Koeweg. Dit is een lokale weg die in het oosten aansluit op de Vaarbekerweg en in het westen op de Schietweg. Het plangebied wordt omgeven door enkele bebouwde erven, die allemaal een reguliere woonbestemming hebben. Binnen het plangebied is een bedrijfswoning aanwezig. De woning is in de zuidoostelijke hoek van het perceel gesitueerd. Verder is in het plangebied agrarische bedrijfsbebouwing aanwezig. Het betreft een grote schuur en twee kleinere schuren. Daarnaast is nog een mestplaat aanwezig. De totale oppervlakte van de bouwwerken bedraagt 524,28 m2. In onderstaande situatietekening is de situering weergeven. Verder bestaat het plangebied voor een groot deel uit verharding in de vorm van asfalt. Beplanting is voornamelijk aanwezig langs de perceelsranden.
13
Luchtfoto plangebied
Situatietekening bestaande situatie
14
Landschappelijke structuren
Aanzicht vanaf de Koeweg
3.2
Voornemen
Het agrarische bedrijf in het plangebied is gestopt met haar bedrijfsvoering. De eigenaar is voornemens om het perceel een nieuwe invulling te geven. Alle agrarische bedrijfsbebouwing, inclusief de mestplaat, zal gesloopt worden. In totaal komt dit neer op 524,28 m2. Daarnaast zal ook het asfalt verwijderd worden en het agrarische erf worden opgeruimd. Voor de nieuwe inrichting is een inrichtingsplan gemaakt. Het inrichtingsplan is op onderstaande afbeeldingen weergeven. Initiatiefnemer wil graag een nieuwe vrijstaande woning realiseren. Het perceel wordt als het ware in tweeën gesplitst, om vervolgens binnen het westelijke deel te voorzien in de beoogde nieuwe woning. De nieuwe woning krijgt een oppervlakte van maximaal 150 m2 en een maximale inhoudsmaat van 750 m3. Zowel voor de nieuwe als de bestaande woning wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd. Beide bijgebouwen krijgen een oppervlakte van maximaal 42 m2. De nieuwe woning wordt haaks ten opzichte van de bestaande woning gesitueerd en zal een ontsluiting krijgen vanaf de Koeweg. Beide woningen zullen vrije uitzichten hebben. Verkeer en parkeren De gemeente Elburg heeft haar parkeernormen beschreven in de beleidsnotitie nadere regels 'Parkeernormen en hoogte financiële voorwaarde gemeente Elburg’. Voor een vrijstaand koophuis bedraagt de parkeernorm 2,5 parkeerplaatsen per woning.
Afgerond moet er per woning dus voorzien worden in 3 parkeerplaatsen, met elk een afmeting van 5 x 2,5 m. Bij beide woningen is op het erf voldoende ruimte om in de parkeernorm te 15
voorzien. Tevens is er voldoende ruimte voor de verkeerskundige draaicirkels zodat men het terrein op en af kan rijden. Op basis van CROW-publicatie 381 is een inschatting van de verkeersgeneratie in de nieuwe situatie te maken. Voor een vrijstaand koophuis in het buitengebied bedraagt het kencijfer voor de verkeersgeneratie 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Aangezien voorzien wordt in twee vrijstaande woningen, komt de verkeersgeneratie neer op afgerond 17 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is gemakkelijk op te vangen in het heersende verkeersbeeld van de Koeweg en aansluitende wegen.
Inrichtingsplan Qua landschappelijke inpassing is de beoogde ontwikkeling goed inpasbaar. Het hele perceel zal een nieuwe, groene uitstraling krijgen. Mede door het verwijderen van het asfalt en de groene uitstraling, waaronder door de aanleg van grasland, een boeren- en moestuin, bomen en beukenhagen, zal het erf ogen als een traditioneel boerenerf. Tevens wordt door het verwijderen van de relatief grote, agrarische bebouwing al een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering bereikt.
16
Hoofdstuk 4 4.1
Randvoorwaarden
Milieuaspecten
4.1.1 Inleiding Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In deze paragraaf worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Ook is een subparagraaf gewijd aan het al dan niet noodzakelijk zijn van een milieueffectrapportage of milieueffectbeoordeling.
4.1.2 Bodem Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Voor onderhavig plan is door PJ Milieu BV een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Hierna worden kort de conclusies aangehaald. Verkennend bodemonderzoek In de bovengrond van deellocatie A is een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. Zintuiglijk is ter plaatse van boring 3 olie aangetoond. Analytisch wordt zowel minerale olie als vluchtige aromaten (BTEXN) niet verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt niet noodzakelijk geacht. In de grond van deellocatie B (voormalige bovengrondse dieseltank) en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten minerale olie en/of vluchtige aromaten (BTEXN) aangetoond. Verkennend asbest in grondonderzoek (spoelzones) In mengmonsters (MM-A en MM-B) is asbest aangetoond (respectievelijk 1.100 en 300 mg/kg d.s.). De gehalten overschrijden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Opgemerkt wordt dat aan de noordzijde van het pand op 2 punten ook sprake is van een spoelzone. Deze zijn niet afzonderlijk onderzocht.
Bij sanering zullen deze punten gelijktijdig ontgraven worden. Ingeschat wordt dat circa 12 m3 (40 m2 x 0,3 m) verontreinigd is met asbest. Er zijn, met uitzondering van de spoelzones, geen aanwijzingen dat zich asbest in de bodem bevindt. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan, de aanvraag voor de omgevingsvergunning en het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit (eindsituatie). Conclusie Op basis van de beschikbare resultaten blijkt dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond. Bovendien wordt ter plaatse van de gaten 203 en 204 de grenswaarde voor respirabele vezels overschreden (=10 mg/kg d.s. aan gewogen asbest). Op basis van het protocol asbest uit de Circulaire bodemsanering zijn hier onaanvaardbare risico’s buiten aanwezig en dient de verontreiniging met spoed te worden gesaneerd. Voorafgaand aan de herontwikkeling moet deze verontreiniging met asbest worden gesaneerd. Aangezien niet bekend is wat de kosten zijn van de uit te voeren sanering en ook niet duidelijk is of er saneringskosten zijn opgenomen in het bestemmingsplan kan op basis hiervan geen uitspraak worden gedaan over de financiële haalbaarheid van de wijziging van het bestemmingsplan. Als er een bouwvergunning zal 17
worden ingediend dan dient rekening te worden gehouden met een verlate inwerkingtreding. Tot de uitvoering van de daadwerkelijke sanering dienen in de westelijke spoelzone tijdelijke beheersmaatregelen te worden genomen om blootstelling aan de asbestvezels te voorkomen. Voorafgaand aan de sanering dient de instemming van het bevoegd gezag province Gelderland te worden verkregen. De sanering valt onder de reikwijdte van het Besluit Uniforme Saneringen. De sanering dient te worden uitgevoerd door een erkende aannemer (BRL SIKB 7000, protocol 7001) en milieukundig begeleider (BRL SIKB 6000, protocol 6001).
4.1.3 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gebruikt. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De locatie ligt in een rustig buitengebied. Derhalve kan geen correctie ten opzichte van het referentie-omgevingstype 'rustige woonwijk' uitgevoerd worden. Dit plan betreft alleen een milieugevoelige functie: de nieuwe woning. Er is hier dus alleen sprake van inwaartse milieuzonering. In de omgeving zijn een aantal milieubelastende functies aanwezig. Het gaat om de volgende bedrijven: Aan de Koeweg 4A is een bedrijf gericht op de dienstverlening t.b.v. de landbouw gevestigd. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied betreft 500 meter. Aan de Haerderweg 15 is een verhuurbedrijf voor machines en werktuigen aanwezig. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied betreft 600 meter. Aan de Nagelhoudsweg 5-7 is een rundveehouderij aanwezig. Hiervoor geldt milieucategorie 3.2, met een richtafstand van 100 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 400 meter. Aan de Vaarbekerweg 7 is een verpleeghuis aanwezig waarvoor milieucategorie 2 geldt, met een richtafstand van 30 meter. Daarnaast worden hier graasdieren gefokt en gehouden. Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 170 meter. Aan de Vaarbekerweg 15 is een camping aanwezig.
Hiervoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 35 meter. Aan de Vaarbekerweg 23 is een zand- en grindhandel aanwezig. Hiervoor geldt milieucategorie 3.2, met een richtafstand van 100 meter. De afstand tot aan het plangebied bedraagt 530 meter. Uit bovenstaande beschouwing blijkt dat alleen niet voldaan wordt aan de richtafstand van de zonering van de camping aan de Vaarbekerweg 15. Echter, het betreft een woonbestemming waar verblijfsrecreatie is toegestaan. Daarnaast komt de nieuwe woning wel op meer dan 50 meter vanaf de milieubelastende activiteiten van de camping te liggen. Er is dan ook geen aanleiding dat de aanwezigheid van deze camping zal zorgen voor een slecht woon- en leefklimaat bij de nieuwe functie. Er zijn ook woningen op kortere afstand tot aan de camping gelegen. Milieuzoneringen staan de uitvoerbaarheid niet in de weg.
18
4.1.4 Geluid Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de planologische medewerking aan nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Het plangebied is alleen gelegen binnen de invloedssfeer van verkeerswegen. Onderhavig plan voorziet in een nieuwe geluidgevoelige functie: de nieuwe woning. De nieuwe woning is gelegen binnen de invloedsfeer van de Koeweg. Dit is een lokale weg, zonder doorgaande functie en met één rijbaan. Hiervoor geldt een geluidzone van 250 meter. De nieuwe woning valt binnen deze geluidzone. Derhalve is door AWG Geluidadvies een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 2 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevels van de woning vanwege de Koeweg maximaal Lden=48 dB bedraagt, na aftrek ex. art. 110 Wet geluidhinder van 5 dB. Dit voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB. Geluidhinder door wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
4.1.5 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritische stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Aan de andere stoffen die in de Wet worden genoemd wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan. Op grond van artikel 5.16 Wm kan de gemeenteraad een bestemmingsplan met mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit alleen vaststellen wanneer aannemelijk is gemaakt dat: het bestemmingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.