Agendabundel
Tekst van het document
Eerste lid Dit lid is een nadere regeling van uitwerking van de wettelijke eis van openbaarheid als bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet.
Tweede lid Uit artikel 4:7 van de Awb volgt de beperkte verplichting dat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Daarnaast hebben andere belanghebbenden spreekrecht. De kring van spreekgerechtigden is beperkt tot belanghebbenden (als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb). Daarmee wordt voorkomen dat allerlei personen tijdens de vergadering van de commissie kunnen inspreken, terwijl die in een eventuele rechterlijke procedure tegen de omgevingsvergunning voor het bouwen geen recht van spreken hebben omdat zij geen belanghebbenden zijn. Het spreekrecht is van invloed op het tijdstip waarop de vergadering van de commissie wordt aangekondigd. Dat tijdstip moet dan zodanig worden gekozen dat eventuele sprekers voldoende tijd hebben om zich op de vergadering voor te bereiden. De regeling van dit spreekrecht wordt opgenomen in het reglement van orde (zie artikel 12). De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het advies op de aanvraag voor een omgevingsvergunning of op een voorgenomen beschikking formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering. De potentiële initiatiefnemer kan in het stadium van vooroverleg gebaat zijn met beslotenheid.
Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimulering verdient.
Derde lid Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezig zijn, zodat een deskundig oordeel kan worden gevormd. Het borgt ook de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet).
Vierde lid Met deze bepaling wordt verstrengeling van belangen tegengegaan.
Vijfde lid Dit lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht oplegt ten aanzien van gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grond van artikel 2:5, tweede lid, van de Awb is de plicht tot geheimhouding ook van toepassing op instellingen die een wettelijke taak uitvoeren. Daaronder vallen ook adviesorganen. Dit lid plaatst buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ook op de commissie en de daarvoor werkzame personen van toepassing is.
Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie
Dit artikel geeft de mogelijkheid om de advisering namens de commissie over te laten aan een of meer leden, al dan niet in een vaste samenstelling als subcommissie. De commissie blijft verantwoordelijk voor het advies. Een goede omschrijving van de volmacht is nodig om aan het advies een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Dit kan worden opgenomen in het reglement van orde (artikel 12). Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). De commissie kan ervoor kiezen de volmacht te beperken tot de plannen met relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waar gelet op meer dan één vergelijkbare vallen de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Een ruimere volmacht is mogelijk indien de betrokken leden of de subcommissies volledig beschikken over de professionele deskundigheid die in een specifiek geval nodig is voor de advisering (bijvoorbeeld deskundig op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg).
Ook hier blijft gelden de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Artikel 10. Adviseurs
Dit artikel geeft de commissie de bevoegdheid zich ten behoeve van de advisering te laten voorlichten door ambtenaren (eerste lid) of door externe deskundigen (tweede lid). Een ambtenaar of een andere deskundige kan ingevolge het derde lid op uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Deze regeling sluit aan op de gegroeide praktijk, waarbij de commissies afhankelijk van de behoefte, specifieke adviseurs inschakelen (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen). Artikel 11. Verwerking van het advies
Deze bepaling is opgenomen met het oog op een goede vervulling van de adviestaak. Daarvoor is nodig dat de commissie voortdurend inzicht heeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen. Artikel 12. Reglement van orde
Eerste lid Het college van burgemeester en wethouders stelt in overleg met de commissie een reglement van orde vast.
Tweede lid Dit lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde worden opgenomen.
Derde lid Dit lid regelt de bekendmaking van het reglement van orde. Dat kan als bijlage bij deze verordening, of als aparte bekendmaking met een goede verwijzing naar deze verordening. Juridisch gezien behoeft het reglement van orde niet in de verordening zelf te worden opgenomen. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs
Dit artikel regelt een goede afstemming tussen de werkzaamheden van andere adviseur(s) op het gebied van de omgevingskwaliteit en de commissie. Artikel 14. Jaarverslag
Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kan voor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. De commissie kan naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen. Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria met betrekking tot de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóór de jaarlijkse beleids- en begrotingscyclus in de gemeente. De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de wet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de raad. In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan hoe is omgegaan met de adviezen van de commissie en aan het (tijdig) inwinnen en ontvangen van advies binnen de afdoeningstermijn. Daarnaast wordt de werking van deze verordening ten minste éénmaal in de vier jaar samen met de commissie geëvalueerd. Artikel 15. Overgangsrecht
Deze bepaling regelt dat aanvragen ingediend voor het inwerkingtreden van deze verordening volgens het oude recht door de commissie worden afgedaan. Artikel 16. Vervallen
oude regeling
Alleen de regels met betrekking tot de commissies in de Bouwverordening 2012 en de Monumentenverordening vervallen op grond van dit lid. Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding en de citeertitel van de verordening.
1 Verordening adviescie omgevingskwaliteit raadsbesluit_v10-10-2022 (1).docx
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september 2022 b e s l u i t : 1. De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022 vast te stellen. Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 31 oktober 2022 de voorzitter, de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 Amendement voorstel.docx
Amendement
Betreft agendapunt … van de raad Onderwerp: Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Elburg 2022
De raad van de gemeente Elburg in vergadering bijeen d.d. 31 oktober 2022 Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor:
Artikel 10 lid 2 van de verordening te wijzigen in “De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is”
Toelichting: In de aangeboden verordening is nu opgenomen dat de ‘andere personen’ eerst moeten worden aangewezen door burgemeester en wethouders. Dit is om de volgende redenen niet wenselijk: •
•
De adviescommissie moet onafhankelijk adviezen kunnen uitbrengen. Alle vormen van beïnvloeding moeten daarom voorkomen worden. Wanneer burgemeester en wethouders de ‘andere personen’ eerst zouden moeten aanwijzen, zouden zij op die manier invloed kunnen uitoefenen op de adviseurs die de adviescommissie kan benaderen. De modelverordening van de VNG heeft voor artikel 10 lid 2 het laten aanwijzen door burgemeester en wethouders als optie opgenomen. Vanuit de VNG is het dus geen vereiste. Ook bij andere gemeenten is te zien dat het aanwijzen door burgemeester en wethouders niet is opgenomen in artikel 10 lid 2 van de verordening.
Namens de fracties:
CDA
3.4 Raadsvoorstel goedkeuring jaarrekening stichtingen 2021 1 Raadsvoorstel Jaarrekeningen stichtingen 2021.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Goedkeuren jaarrekeningen vijf stichtingen
Behandelaar:
Griffier
Datum Portefeuillehouder
23 september2022 Sneevliet
Emailadres Zaaknummer:
Diane.Kassing@elburg.nl
Onderwerp Goedkeuren jaarrekeningen vijf stichtingen
Te nemen besluit: De jaarrekeningen voor het kalenderjaar 2021 van de stichting Boedel Maria Harmens Courage, de stichting Het Weduwehofje, de stichting Het Schipluidenfonds, de stichting Vicarieën Elburg en de stichting Het Goor goed te keuren.
Inleiding De gemeente Elburg kent vijf stichtingen waarvan de jaarrekening op basis van de statuten door de gemeenteraad dient te worden goedgekeurd. Argumenten De jaarrekeningen zijn ambtelijk gecontroleerd. In bijgevoegd collegeadvies wordt ingegaan op de financiële posities van de betrokken stichtingen. Kanttekeningen Het Presidium heeft vorig jaar besloten geen gesprek met bestuursleden van de stichtingen meer in te plannen. Financiën De financiële positie van de stichtingen is in orde.
Bijlage(n) Collegeadvies 30 augustus 2022
Elburg, 28 september 2022 Het presidium, De burgemeester,
de griffier,
Ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 Raadsbesluit goedkeuring jaarrekeningen stichtingen 2021.docx
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het Presidium b e s l u i t : de jaarrekeningen voor het kalenderjaar 2021 van: • Stichting Boedel Maria Harmens Courage • Stichting Het Weduwehofje • Stichting Het Schipluidenfonds • Stichting Vicarieën Elburg • Stichting Het Goor goed te keuren
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 31 oktober 2022
de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 B&W advies goedkeuring jaarrekeningen 2021 stichtingen (1).docx
Collegeadvies Zaaknummer
260697
Portefeuillehouder
Lyda Sneevliet
Advies van
Freek IJspeert
I.o.m.
Griffie
Beslissing d.d.
30 augustus 2022
Nummer
Conform voorstel. Besluit
Openbaar
Onderwerp Goedkeuring jaarrekeningen stichtingen Te nemen besluit 1. De raad voorstellen, middels ingekomen stukken, de jaarrekening van onderstaande stichtingen goed te keuren: a. Stichting “Boedel Maria Harmens Courage”; b. Stichting “Het Weduwenhofje”; c. Stichting “Het Schipluidenfonds”; d. Stichting “Vicarieën Elburg”; e. Stichting “Het Goor” 2. Aanbieden aan de agendacommissie ter besluitvorming. 3. Het bestuur van de stichtingen na besluit van de raad in kennis stellen van de goedkeuring. Inleiding Hierbij worden vijf jaarrekeningen van diverse stichtingen ter goedkeuring aangeboden. De stichtingen hebben in hun oprichtingsstatuten staan dat ze jaarlijks door de gemeente worden onderworpen aan een financieel onderzoek. De jaarrekeningen zijn ambtelijk gecontroleerd, een afvaardiging van de raad zal ter voorbereiding op zijn vergadering onderzoeken of de instellingen voldoen aan hun doelstelling en of er sprake is van een adequaat beheer. Daarna zal de raad voorgesteld worden de jaarrekeningen goed te keuren.
Beoogd effect De stichtingen in staat stellen hun goede werk voort te zetten.
Argumenten
Kanttekeningen
1
Financiën Onderstaand wordt per stichting een beeld geschetst van de financiële positie. a.) Stichting “Boedel Maria Harmens Courage” De opbrengsten van de stichting komen voornamelijk uit onroerend goed. In 2021 heeft de stichting een positief exploitatieresultaat van € 126.390 behaald. Het resultaat is vervolgens op grond van de statuten van de stichting op de volgende manier verdeeld: er is 75% (€ 94.792) toegevoegd aan de reserve bestemd voor uitkeringen aan hulpbehoevenden er is 25% (€ 31.598) toegevoegd aan het eigen vermogen van de stichting. Het eigen vermogen is door waardevermeerdering van het onroerend goed gegroeid naar ruim € 5.500.000. Er zijn bij de “Algemene Bedeling” 154 eenmalige uitkeringen verstrekt voor een totaalbedrag van € 45.725. Gedurende de rest van het jaar zijn er nog 19 verzoeken tot hulp gehonoreerd voor een bedrag van ruim € 9.000. Het saldo van de reserve bedoeld voor uitkeringen bedraagt per 31-12-2021 € 319.284. Het positieve resultaat is tot stand gekomen door: -
Opbrengst woningen en gronden Opbrengst beleggingen / deelnemingen Opbrengst diversen Onderhoud en verzekeringen Belastingen Bestuurskosten Energielasten Rente en diversen
€ 192.000 € 14.500 € 5.000 € 51.500-/€ 7.000-/€ 15.000-/€ 6.000-/€ 5.500-/-
b.) Stichting “het Weduwenhofje” Het resultaat is op € 10.028 positief uitgekomen. Het eigen vermogen van de stichting bedraagt ruim € 400.000 en bestaat voornamelijk uit onroerend goed. Er is een nieuwe lening van € 100.000 afgesloten bij Stichting “Boedel Maria Harmens Courage”. De opbrengsten van de stichting komen uit de verhuur van de panden. c.) Stichting “het Schipluidenfonds” In 2021 is het positieve resultaat uitgekomen op € 43.436 en dit bedrag komt geheel ten goede aan het Instituut van Kinsbergen. Door een herwaardering van de gronden en het woonhuis is het eigen vermogen van de stichting enorm toegenomen. Van 1.2 miljoen naar bijna 3 miljoen euro. Het resultaat is tot stand gekomen door: -
Opbrengst pacht Opbrengst huur Kosten (reservering) onderhoud Belastingen Beheerskosten Bestuurskosten
€ 50.500 € 4.000 € 4.500-/€ 3.500-/€ 1.000-/€ 1.500-/-
d.) Stichting “Vicarieën Elburg” De uitgaven én inkomsten van de stichting zijn gering, in 2021 kwam de stichting uit op een nadelig resultaat van ruim € 10.000. Het eigen vermogen bestaat voornamelijk uit grond. -
Opbrengst pacht Verleende studiebeurzen
€ 14.000 € 20.000-/2
-
Contributies en heffingen Advertentiekosten
€ 3.000-/€ 1.000-/-
e.) Stichting “het Goor” Stichting het Goor heeft in 2021 een positief resultaat van € 32.725 behaald, dit is flink hoger dan de afgelopen jaren. De gemeente Elburg heeft in 2021 als één van de grondeigenaren ruim € 13.000 ontvangen. -
Opbrengst Goorweide Beheersvergoeding Betalingsrechten Rendement effecten Opbrengst jachtrechten Overige opbrengsten Uitkering eigenaren Beheerskosten land Waterschapslasten Administratie en beheer Verzekeringen
€ 53.500 € 63.000 € 30.000 € 5.500 € 1.000 € 3.500 € 61.500-/€ 45.500-/€ 5.000-/€ 10.000-/€ 1.000-/-
Communicatie/burgerparticipatie
Vervolg De griffier zal de bestuursleden van de stichtingen uitnodigen voor de gesprekken met een delegatie van de gemeenteraad.
Bijlage(n)
3
1 20221010 schriftelijke raadsvragen Samen Vooruit - schriftelijke vragen jaarrekeningen stichtingen (2).pdf
(Schriftelijke) vragen op basis van artikel 155 Gemeentewet en de artikelen 3.2.6 (rondvraag), 3.4.6 (schriftelijke vragen) en 3.4.7 (vragenhalfuur) Organisatieverordening Gemeenteraad Elburg 2018 □ aankruisen wat van toepassing is!
□
Artikel 3.4.6 Schriftelijke vragen
Beantwoording: □ schriftelijk binnen 30 dagen
□
Artikel 3.2.6 Rondvraag actueel politiek onderwerp
- indienen uiterlijk voor 9 uur op de dag van de commissievergadering - beantwoording mondeling in de commissievergadering
□
Artikel 3.4.7 Vragen actueel politiek onderwerp
- indienen uiterlijk voor 9 uur op de dag van de raadsvergadering - beantwoording mondeling in de raadsvergadering
X
Schriftelijke technische vragen
- indienen schriftelijk kort en bondig geformuleerd - beantwoording schriftelijk uiterlijk binnen 3 werkdagen
Aan het college van burgemeester & wethouders van de gemeente Elburg Elburg, 10 oktober 2022 Onderwerp: vragen jaarrekeningen stichtingen Raadsvragen 1. Verandering om de verandering is niet nodig, maar is het niet zaak om hier met een modernere bril naar te gaan kijken? 2. Het schipluiden fonds herwaardeert de landerijen/goorgrezen omhoog met meer dan 100%. De onderbouwing is echter minimaal. Wat is hier over te zeggen? 3. Klopt het dat het Courage fonds haar onroerende goederen slechts tegen 60% van de WOZ waardeert door de veelal monumentale status? 4. Over de jaarrekening het weduwenhofje. Ik zie een discrepantie tussen de boekwaarde van het onroerend goed en de opgetelde WOZ waarden. 5.
Toelichting De jaarrekeningen van de stichtingen werden later toegevoegd dan ik mij aan het voorbereiden was. Vandaar deze nabranders
Indiener: de heer Schipper van de fractie Samen Vooruit Werkafspraken vanaf 1 september 2019: • • • • • • • •
Indiener stuurt vragen naar griffie; Griffie stuurt vragen door naar raad, college B&W en MT; Vragen worden beantwoord in het sjabloon raadsvragen; Beantwoording van technische vragen namens de portefeuillehouder; Beantwoording van politieke vragen altijd door het college van B&W; iBabs gebruiken voor het beantwoordingsproces; Geaccordeerde beantwoording via iBabs naar de griffie; Griffie zorgt voor verspreiding naar de raad.
1 Schriftelijke raadsvragen CU Jaarrekeningen 2021 van 5 stichtingen 121022.docx
(Schriftelijke) vragen op basis van artikel 155 Gemeentewet en de artikelen 3.2.6 (Rondvraag), 3.4.6 (schriftelijke vragen) en 3.4.7 (vragenhalfuur) Organisatieverordening Gemeenteraad Elburg 2018
□ aankruisen wat van toepassing is! 3.4.6 □ Artikel Schriftelijke vragen 3.2.6 □ Artikel Rondvraag commissie
Beantwoording: □ schriftelijk binnen 30 dagen
3.4.7 □ Artikel Vragen actueel politiek onderwerp
- indienen uiterlijk voor 9 uur op de dag van de raadsvergadering - beantwoording mondeling in de raadsvergadering
X Schriftelijke technische vragen
- indienen schriftelijk kort en bondig geformuleerd - beantwoording schriftelijk uiterlijk binnen 3 werkdagen
- indienen uiterlijk voor 9 uur op de dag van de commissievergadering - beantwoording mondeling in de commissievergadering
Aan het college van burgemeester & wethouders van de gemeente Elburg Plaats,
‘t Harde
(datum) 12 oktober 2022
Onderwerp: Jaarrekeningen 5 stichtingen Betreft: a. Stichting Boedel Maria Harmens Courage b. Stichting Het Weduwenhofje c. Stichting Het Schipluidenfonds d. Stichting Vicarieën Elburg e. Stichting Het Goor Uit de jaarrekeningen 2021 van de stichtingen genoemd onder a., en c. blijkt een toename van de gronden t.o.v. 2020 met resp. ca. € 0,8 miljoen en ca. € 1,65 miljoen naar resp. € 3,2 miljoen € 2,6 miljoen. De waardering van de stichting genoemd onder c. komt uit op ca. € 1,0 miljoen. Vindt het college de waarderingsmethode van de gronden in deze jaarrekeningen juist (aantal m2s x prijs) en voldoende toegelicht in de verschillende jaarrekeningen? Wie heeft overigens de jaarrekening van het Schipluidenfonds samengesteld? Toelichting: De jaarrekeningen 2021 van de 5 stichtingen geven aanleiding tot een vraag over de waardering van het onroerend goed van de stichtingen, met name de gronden..
Indiener: Arie van Dijk namens de fractie ChristenUnie. Werkafspraken vanaf 1 september 2019: • • • • • •
Indiener stuurt vragen naar griffie; Griffie stuurt vragen door naar raad, college B&W en MT; Vragen worden beantwoord in het sjabloon raadsvragen; Beantwoording van technische vragen namens de portefeuillehouder; Beantwoording van politieke vragen altijd door het college van B&W; iBabs gebruiken voor het beantwoordingsproces;
(Schriftelijke) vragen op basis van artikel 155 Gemeentewet en de artikelen 3.2.6 (Rondvraag), 3.4.6 (schriftelijke vragen) en 3.4.7 (vragenhalfuur) Organisatieverordening Gemeenteraad Elburg 2018
• •
Geaccordeerde beantwoording via iBabs naar de griffie. Griffie zorgt voor verspreiding naar de raad.
3.5 vaststelling bestemmingsplan "Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131" 1 Dossier 1802 voorblad.pdf
Oordeelsvorming Dossiernummer
1802
Extern Zaak ID
0230214958
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
17 oktober 2022
Agendapunt
3.5
Titel
vaststelling bestemmingsplan "Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131"
Organisatieonderdeel
Domein Ruimte
Eigenaar
Beeke, Harry ter
Bijlagen raadsvoorstel bp Zuiderzeestraatweg 129-131.docx raadsbesluit bp zuidezeestraatweg 129.doc bp totaal zuiderzeestraatweg 129.pdf aanpassingen vaststelling bp zuiderzeestraatweg West 129.pdf raadsbesluit bp zuidezeestraatweg 129 versie 2 met gewijzigde datum.doc Geagendeerd
Vergaderdatum
Oordeelsvorming
17 oktober 2022
Toelichting wethouder: L.S. Sneevliet zaaknr.: 214958 Voorgesteld besluit
Besluit Hamerstuk voor raadsvergadering 31 oktober 2022.
1 raadsvoorstel bp Zuiderzeestraatweg 129-131.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Vaststelling bestemmingsplan Doornspijk,Zuiderzeestraatweg West 129-131
Behandelaar:
Harry Ter Beeke
Datum Portefeuillehouder
27 september 2022 Lyda Sneevliet
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen
harry.ter.beeke@elburg.nl 214958 bestemmingsplan Ambtelijke aanpassingen
Te nemen besluit: 1. het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg 129-131” gewijzigd vast te stellen, een en ander met inachtneming van de in de overwegingen opgenomen aanpassingen en overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte stukken met het kenmerk “NL.IMRO.0230.ZUIDERZZWW129131-VST1”; 2.
op grond van het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen;
Inleiding Initiatiefnemer wenst op het perceel Zuiderzeestraatweg West 129 alle bestaande bebouwing (bedrijfswoningen en voormalige agrarische opstallen) te slopen en te vervangen voor 3 vrijstaande woningen. Om te voldoen aan de gevraagde kubieke meters te slopen agrarische bebouwing uit het VAB-beleid, worden ook enkele schuren van het naastgelegen adres Zuiderzeestraatweg West 131 gesloopt.
Figuur 1 ligging in omgeving
2
Figuur 2 bestaande situatie
Figuur 3 toekomstige situatie
In totaal wordt 5.500 m3 voormalige agrarische bebouwing + de bestaande woning van 750 m3 gesloopt en worden hiervoor in de plaats 3 woningen van maximaal 750 m3 herbouwd/gebouwd. Daarnaast wordt de agrarische bestemming van het perceel Zuiderzeestraatweg 131 gewijzigd naar een woonbestemming (conform de feitelijke situatie). Vanaf 6 juli 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen binnengekomen. Wel dient het plan op ondergeschikte onderdelen te worden aangepast. Het bestemmingsplan kan nu gewijzigd worden vastgesteld. Beoogd effect Met de wijziging van het bestemmingsplan vindt een ruimtelijke kwaliteitswinst plaats. Door de sloop van (voormalige) agrarische bebouwing en hiervoor in de plaats drie woningen te bouwen met aandacht voor de landschappelijke inrichting, wordt een kwaliteitsslag gemaakt in het buitengebied. Daarnaast wordt de gronden planologisch in overeenstemming gebracht met het bestaande en toekomstige gebruik. Argumenten 1.1 verbetering landschappelijke inrichting en kwaliteit Het project voorziet in de sloop van 5.500 m3 voormalige agrarische bebouwing + de bestaande woning van 750 m3 en de bouw van 3 woningen in het buitengebied. Voor dit soort initiatieven is het VABbeleid 2016 vastgesteld.
In dat VAB-beleid zijn twee belangrijke doelstellingen benoemd waaraan dit soort plannen moeten voldoen: ‘het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied’ en ‘het verbeteren van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied op sociaal en economisch gebied’. Door de vrijgekomen bebouwing te slopen en het perceel opnieuw in te richten, met veel meer aandacht voor het landschap, wordt bijgedragen aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied. 1.2 relatie met woonvisie In de Woonvisie is bepaald dat er een forse uitbreiding van het woningaanbod nodig is voor een mix van doelgroepen en van verschillende woningtypen, waarbij de voorkeur uit gaat naar inbreidingslocaties boven uitbreidingslocaties, bijvoorbeeld door de verdichting of transformatie van locaties. Daarbij is er
3
veel vraag naar sociale huur-, sociale koop- en betaalbare koopwoningen. Dit project draagt bij aan de doelstellingen uit de Woonvisie. Het zorgt namelijk voor uitbreiding van woningen en er is sprake van transformatie van een perceel. De vraag naar sociale en betaalbare woningen is groot, maar op deze locatie niet geschikt. In de omgeving staan veel vrijstaande woningen, op redelijk grote afstand van Doornspijk. Gezien de omgeving is dit geen geschikte locatie om te streven naar woningen in het goedkope segment. 1.3 Er zijn geen zienswijzen binnen gekomen Tijdens de ter inzagelegging zijn geen zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerp raadsbesluit ingediend. 1.4 Ambtelijke toetsing leidt tot ondergeschikte wijzigingen Na ambtelijke toetsing blijkt dat het voor de toetsing en hanteerbaarheid van de regel voor het Wonen wenselijk is de deze aan te passen. Inhoudelijk veranderd de regel daardoor niet. Daarnaast wordt voorgesteld een voorwaardelijke verplichting op te nemen voor de sloop van de overtallige gebouwen en de realisatie van de landschappelijke inpassing. De wijzigingen zijn van ondergeschikte aard, het bestemmingsplan hoeft daarom niet opnieuw ter inzage worden gelegd voor zienswijzen. Voor een goede toetsing van toekomstige bouwplannen is het wel van belang om de aanpassingen op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan.
Ook is gebleken dat de naamvoering van het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de huisnummering van de percelen. Dit hoort te zijn Zuiderzeestraatweg West 129 en 131 (en niet 131A). Dit zal daarom ook aangepast worden. Het bestemmingsplan dient daarom gewijzigd vastgesteld te worden. Zie hiervoor ook de bijlage “ambtelijke aanpassing bestemmingsplan Zuidezeestraatweg West 129-131” 1.5 Hogere qrenswaarde qeluid Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat voor de nieuwbouw van de woningen de voorkeursgrenswaarde vanuit de Wet geluidhinder wordt overschreden als gevolg van de Zuiderzeestraatweg West, maar dat er geen sprake is van een overschrijding van de maximale toelaatbare grenswaarde. Door ons college is voor deze overschrijding een hogere grenswaarde vastgesteld, waarbij door het stellen van voorwaarden wordt gegarandeerd dat er in de woningen sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau. 2.1 De economische uitvoerbaarheid is anderszins geregeld. Met de initiatiefnemer is een overeenkomst afgesloten. Hierin zijn de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, afgedekt. Aangezien de financiële uitvoerbaarheid anderszins is geregeld hoeft er geen exploitatieplan te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Kanttekeningen 1.1.
Het plan is niet volledig in overeenstemming met de eisen uit het VAB-beleid Strikt gezien is het VAB-beleid uit 2016 nog steeds vastgesteld beleid. Daarin zijn bepalingen opgenomen over de hoeveelheid kubieke meters die gesloopt moeten worden en hoeveel woningen daarvoor in de plaats mogen worden gebouwd. De hoeveelheid bebouwing die gesloopt zal worden voldoet niet volledig aan de richtlijnen uit het VAB-beleid om twee nieuwe vrijstaande woningen te mogen bouwen. Daarvoor zou namelijk 6000 m3 vrijgekomen agrarische bebouwing gesloopt moeten worden. Echter, vanwege de komst van de Omgevingswet en de groeiende nadruk op maatwerk, is ten tijde van het principeverzoek al besloten dat de ruimtelijke kwaliteitsslag zo groot is dat er in principe zou worden meegewerkt aan dit plan. Inmiddels wordt het VAB-beleid, mede vanwege de focus op maatwerk, minder strikt gehanteerd. Financiën Zie 2.1 Communicatie/burgerparticipatie Het plan is in het voortraject besproken met de buurt. Daarnaast is advies opgevraagd bij het ODNV, het waterschap en de provincie. Bij een herziening van een bestemmingsplan is de uniforme openbare
4
voorbereidingsprocedure van toepassing (afdeling 3.4 Awb). In dat kader heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Vervolg Na besluitvorming door de raad wordt het definitieve bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd voor beroep. Gedurende deze termijn kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook kan gedurende de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling worden ingediend. Als er in deze termijn geen beroep is ingesteld of voorlopige voorziening is aangevraagd is het bestemmingsplan onherroepelijk. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan wel in werking, maar is het niet onherroepelijk. In deze situatie kan de omgevingsvergunning wel worden aangevraagd met het risico dat als bij de behandeling van het beroep bij de Raad van State het bestemmingsplan alsnog vernietigd wordt, de omgevingsvergunning daarmee ook ongeldig wordt. Als er in de beroepstermijn een voorlopige voorziening wordt aangevraagd, schort ook de inwerkingtreding op en kan er geen omgevingsvergunning worden aangevraagd. De vaststelling wordt gepubliceerd in de Huis-aan-Huis, de Staatscourant en de gemeentelijke website. Het bestemmingsplan is ook digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl
Bijlage(n) Raadsvoorstel Raadsbesluit Ambtelijke aanpassingen bestemmingsplan
Elburg, 27 september 2022 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
J. Hofstede
1 raadsbesluit bp zuidezeestraatweg 129.doc
- ONTWERP RAADSBESLUIT -
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2022, met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131”. Overwegende, dat er een verzoek is binnengekomen van de rechthebbende op de percelen kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie G, nummers 3954, 3996 en 5160 (deels), plaatselijk bekend Zuiderzeestraatweg West 129 en Zuiderzeestraatweg West 131 (deels), om op basis van de uitgangspunten van het VAB-beleid 5500 m3 agrarische bebouwing te saneren en daarvoor in de plaats een vrijstaande woning te herbouwen en twee nieuwe vrijstaande woningen te bouwen; dat de nieuwbouw van de woningen niet past binnen het bestemmingplan “Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018”en daarom een nieuw bestemmingsplan ”Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129131” is opgesteld; dat het geheel op een goede wijze landschappelijk wordt ingepast en dat de gehele ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en de vitaliteit van het landelijk gebied; dat het ontwerp van het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131”, gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en dat naar aanleiding daarvan geen zienswijzen zijn ingediend; dat tegen het ontwerpbestemmingsplan geen zienswijzen zijn ingediend; dat het ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van ambtelijke toetsing op
ondergeschikte onderdelen aanpassing behoeft; dat de inhoud van deze aanpassingen zijn opgenomen in de nota “ambtelijke aanpassingen bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg 129-131” en deze onderdeel uitmaakt van dit besluit; dat in dit geval geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, omdat met de rechthebbende een anterieure overeenkomst is afgesloten over de uitvoering van het bestemmingsplan, waarmee de financiële risico’s voor de gemeente, waaronder eventuele planschade, zijn afgedekt en de planherziening verder geen financiële gevolgen heeft voor de gemeente; b e s l u i t: 1.
2.
Het bestemmingsplan “Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131A” met kenmerk NL.IMRO.0230.BPZUIDERZSWW129-131A-VST1 gewijzigd vast te stellen, conform de aanpassingen opgenomen in de nota “ambtelijke aanpassingen bestemmingsplan Zuiderzeestraatweg West 129-131”; Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening géén exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 lid 1 van die wet.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 31 oktober 2022
de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 bp totaal zuiderzeestraatweg 129.pdf
Bestemmingsplan | Toelichting
Doornspijk, Zuiderzeestraatweg West 129-131 Gemeente Elburg
Datum: 20 september 2022 Projectnummer: 210388 ID: NL.IMRO.0230.ZUIDERZZWW129131-VST1
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
2
Planbeschrijving
6
3
Beleid en regelgeving Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
9
9 11 12
4
Milieu- en omgevingsaspecten
15
5
Wijze van bestemmen
30
6
Uitvoerbaarheid
34
1.1 1.2 1.3 1.4
2.1 2.2
3.1 3.2 3.3
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
5.1 5.2
6.1 6.2
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Water Natuur Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren
Algemeen Dit bestemmingsplan
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
3 3 4 5
6 7
15 15 16 17 18 19 20 22 25 27 27 28
30 31
34 34
Bijlagen − Bijlage 1: Bodemonderzoek Zuiderzeestraatweg West 129 − Bijlage 2: Bodemonderzoek Zuiderzeestraatweg West 131 − Bijlage 3: Onderzoek wegverkeerslawaai − Bijlage 4: Agrarisch geuronderzoek − Bijlage 5: Quick scan externe veiligheid − Bijlage 6: Beperkte verantwoording groepsrisico − Bijlage 7: Digitale watertoets − Bijlage 8: Memo infiltratie − Bijlage 9: Quick scan natuur Zuiderzeestraatweg West 129 − Bijlage 10: Quick scan natuur Zuiderzeestraatweg West 131 − Bijlage 11: Onderzoek stikstofdepositie − Bijlage 12: Nader onderzoek natuur Zuiderzeestraatweg West 129 − Bijlage 13: Archeologisch onderzoek − Bijlage 14: Nota van wijzigingen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de Zuiderzeestraatweg West 129 en 131 te Doornspijk bevinden zich twee agrarische bedrijven met opstallen en bedrijfsgebouwen. Tevens is op ieder adres een agrarische bedrijfswoning aanwezig. Het voornemen bestaat om beide agrarische bedrijven te beëindigen. Alle bedrijfsbebouwing van nummer 129 zal worden gesloopt en de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Voor nummer 131 geldt dat er één bedrijfsgebouw gesloopt wordt en de resterende bedrijfsbebouwing behouden blijft en gekoppeld wordt aan de te behouden bedrijfswoning, die eveneens wordt omgezet naar een burgerwoning. Ter compensatie van de sloop van de opstallen wordt een tweetal nieuwe vrijstaande woningen gerealiseerd langs de Zuiderzeestraatweg West. Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ hebben de gronden de bestemming ‘Agrarisch’. Voorliggend initiatief past dan ook niet binnen het geldende planologische regime. Om het initiatief mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied van de gemeente Elburg, ten zuidwesten van de kern Doornspijk. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Zuiderzeestraatweg West. Ten zuidwesten door bestaande woningen en in de overige richtingen door agrarische percelen. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging ten opzichte van de kern en de begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is op de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven.
Globale ligging plangebied in relatie tot de kern Doornspijk (Bron: pdokviewer)
3
Het plangebied bij benadering globaal geel omlijnd (Bron: pdokviewer)
1.3
Vigerend bestemmingsplan Op dit moment geldt voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012’, welke is geactualiseerd in 2018. Hierin is voor het gehele buitengebied van Elburg een planologisch kader vastgesteld. Op grond van dit bestemmingsplan heeft voorliggend plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’.
Uitsnede uit verbeelding van het vigerend bestemmingsplan met daarop het plangebied globaal rood gearceerd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
4
De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Verder mag er één bedrijfswoning per bedrijf gerealiseerd worden. De gebouwen hebben een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter bij bedrijfswoningen en 12 meter bij bedrijfsgebouwen. Gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gerealiseerd. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Waardevol landschap’ en ‘Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde’. De dubbelbestemming ‘Waarde - Waardevol landschap’ geeft aan dat het gebied bestemd is voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. Bij toepassing van een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid moet aangetoond kunnen worden dat de kernkwaliteiten van het landschap niet aangetast worden. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde’ is voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de bodem. Dit wordt gewaarborgd door bij bodemingrepen waarbij de oppervlakte groter is dan 120 m² en dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld wordt gegraven een archeologisch onderzoek verplicht te stellen. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat het niet past binnen de hiervoor beschreven juridisch-planologische kaders. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en komt de planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt de toets aan het beleidskader weergegeven, waarna in hoofdstuk 4 de haalbaarheid van het plan aangetoond wordt voor wat betreft milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische planopzet. Het laatste hoofdstuk behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
5
2 2.1
Planbeschrijving Huidige situatie plangebied Doornspijk Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van de kern Doornspijk; één van de vijf dorpskernen van de gemeente Elburg. Doornspijk is gelegen tussen in het zuiden de Veluwe en in het noorden voorheen de Zuiderzee en tegenwoordig Flevoland. Doornspijk bestaat grotendeels uit een agrarische gemeenschap. Het dorp is één van de oudste van de Noordwest-Veluwe. Dit komt doordat de grond van nature erg vruchtbaar was door de regelmatige overstromingen van de Zuiderzee. In het midden van de 19e eeuw werd de Zuiderzeestraatweg aangelegd, die de verbinding verzorgd naar Nunspeet in het zuiden en Elburg in het noorden. Het is ook de straat waar het plangebied aangelegen is. Langs de weg is een afwisseling van agrarische gronden, agrarische erven en woonerven terug te vinden. De bebouwing is veelal grondgebonden, bestaande uit één of twee bouwlagen met een kapconstructie. De erven aan de Zuiderzeestraatweg West kenmerken zich onder meer door groene tuinen en groenstructuren op de kavelgrenzen. De beplanting langs de Zuiderzeestraatweg West draagt eveneens bij aan het groene karakter van het gebied. Plangebied Het plangebied betreft twee agrarische bedrijfspercelen ten zuidwesten van de kern Doornspijk. Het gaat om de Zuiderzeestraatweg West 129 en 131.
De gronden van Zuiderzeestraatweg West 129 grenzen aan direct aan de Zuiderzeestraatweg West, nummer 131 ligt daarachter. Beide adressen hebben een eigen oprit. Het plangebied beslaat circa 7.400 m2. In het plangebied zijn momenteel twee bedrijfswoningen aanwezig (per adres één). Het gaat om grondgebonden woningen, die uit één bouwlaag met kapconstructie bestaan. Daarnaast bevat het plangebied meerdere agrarische bebouwing welke ook uit één bouwlaag en een kapconstructie bestaan. Met name de bebouwing behorende bij 129 verkeert in zeer slechte staat. De rest van het plangebied bestaat uit agrarisch grasland. Ondanks de groenstructuur langs de weg is het plangebied goed waarneembaar vanuit de omgeving.
Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Zuiderzeestraatweg West (bron: Google Maps) 6
2.2
Toekomstige situatie plangebied De twee agrarische bedrijven hebben ter plaatse de bedrijfsactiviteiten beëindigd. Om langdurige leegstand en verdere verloedering te voorkomen doet zich de kans voor om de locatie op passende wijze te herontwikkelen, waarbij twee nieuwe woningen langs de Zuiderzeestraatweg West worden gerealiseerd. De meeste aanwezige bedrijfsbebouwing, ongeveer 5.500 m³, zal daarvoor worden gesloopt. Een aantal hoogwaardige schuren behorende bij Zuiderzeestraatweg West 131 zal blijven staan en gaan functionren als bijgebouwen bij de aanwezige woning. Deze woning, evenals de woning van Zuiderzeestraatweg West 129, worden van agrarische bedrijfswoning omgezet naar een reguliere burgerwoning.
Huidige situatie plangebied met de te slopen bebouwing grijs gearceerd (Bron: BTDG).
7
Ten noorden van de bestaande woning worden twee nieuwe vrijstaande woningen aan het erf toegevoegd. Iedere woning wordt voorzien van een tuin en een kapconstructie. De maximale goothoogte is 4 meter en de maximale bouwhoogte is 8 meter. De woningen zijn allen georiënteerd naar de Zuiderzeestraatweg West en worden deels door de bestaande oprit en deels door een nieuwe oprit ontsloten aan deze straat. De resterende gronden van de voormalige agrarische bedrijven blijven een agrarische bestemming houden. Deze gronden zijn echter enkel bedoeld voor hobbymatig agrarisch gebruik en extensieve dagrecreatie. Het nieuwe erf zal groen en landschappelijk worden ingericht. Zo zorgen heggen en diverse solitaire bomen voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat voorliggend plan ruimtelijk en functioneel gezien aansluit bij de karakteristieken van het plangebied en haar omgeving.
Impressie beoogde situatie plangebied ( bron: Buro Ruiter).
8
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en toekomstbestendige inrichting, waarbij de bestaande kwaliteiten en identiteit van de omgeving centraal staan, is dit plan in lijn met het gedachtegoed van de NOVI. Twee in onbruik geraakte agrarische bedrijfspercelen worden vervangen door een meer duurzame en toekomstbestendige invulling in de vorm van landschappelijk ingerichte woonerven. Binnen het plan is aansluiting gezocht met de kenmerken en karakteristieken van de omgeving, zoals beschreven in paragraaf.
3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. 9
Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR en het Barro. 3.1.1
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.
Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Uit jurisprudentie blijkt dat een ruimte-voorruimteontwikkeling waarbij sprake is van een vermindering van het bebouwd oppervlak niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Daarmee hoeft er voor dit plan geen toets aan de Ladder worden doorlopen. Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het rijksbeleid.
10
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.
− Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
11
Toetsing Raadpleging van de digitale versie van de Omgevingsvisie en -verordening wijst uit dat het plangebied is aangewezen als ‘Nationaal Landschap’. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten. Aangezien onderhavig plan ongewenste agrarische opstallen verwijderd en hier landschappelijk ingepaste woonerven voor terugplaatst, worden de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aangetast. Dit maakt dat voorliggend plan niet in strijd is met de doelstellingen van de Omgevingsvisie en -verordening. Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Elburg De Omgevingsvisie Elburg 2018 (hierna: de Omgevingsvisie) geeft de koers aan richting 2030. Deze koers is niet nieuw, maar bouwt voort op onder andere de structuurvisie. Initiatieven die binnen de Omgevingsvisie passen, worden zoveel mogelijk gefaciliteerd. De gemeente Elburg heeft in de Omgevingsvisie de volgende visie en missie tot 2030 geformuleerd: samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de volgende kernwaarden voorop: sociaal en zorgzaam, gezond en groen, gastvrij en ondernemend, klimaatneutraal, bereikbaar en veilig. De Omgevingsvisie vormt de kapstok voor verdere uitwerkingen per gebied of per onderwerp. Verschillende onderwerpen in de visie staan met elkaar in verband, om zodoende de balans tussen 'people, planet, profit' te creëren en te bewaken. De omgevingsvisie stelt daarbij kaders waaraan plannen moeten voldoen. Het plangebied ligt binnen het deelgebied Grootschalig open landschap/Randmeerzone. In de deelkaart behorend bij de Omgevingsvisie is de volgende ambitie en zijn de volgende uitgangspunten kwaliteit opgenomen: Ambitie Behoud openheid. Meer balans tussen de functies landbouw, natuur en recreatie. De landbouw is de hoofdgrondgebruiker, maar heeft ook een belangrijke landschapsbeherende functie.
Voor een toekomstbestendige landbouw en veelal tevens ook ter versterking van de recreatiefunctie is verbreding en verdieping van de agrarische bedrijven mogelijk (bijvoorbeeld met kleinschalige recreatie, horeca, zorg en streekproductenwinkel, maar ook biologisch-dynamische landbouw, natuurinclusieve landbouw en regeneratieve landbouw).
12
Gedacht kan worden aan: verbrede landbouw, kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid onder voorwaarden in VAB's, dag- en routegerichte recreatievoorzieningen, kleinschalige verblijfsrecreatie en recreatielandjes. Wenselijk is het ontstaan van aantrekkelijke routes langs de landerijen en de Randmeren, met bijbehorende voorzieningen. Op locaties waar dat niet tot aantasting van functies en waarden leidt is, gekoppeld aan de Randmeerzone dan wel Zuiderzeeweg, toevoeging van recreatiefuncties afweegbaar. Gedacht kan worden aan openstellen van de dijk voor recreatie of voor energievoorziening. Daarnaast is het gebied kansrijk voor initiatieven op het gebied van duurzame energievoorziening. Uitgangspunten kwaliteit − behoud en beheer van de rietkraag, tegengaan opgaande beplanting; − ontwikkelen oeverlijn; − behoud van openheid polderlandschap; − versterking/aanvulling landbouw, natuur en recreatie; − beeklopen beleefbaar maken; − behoud van de recreatielandjes; − inzetten op behoud rietzone en weidevogels; − respect Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. Toetsing Met dit plan doet zich de kans voor om in onbruik geraakte agrarische bedrijfspercelen in te wisselen voor landschappelijk ingerichte woonerven met twee nieuwe woningen. Zo wordt verdere verloedering voorkomen en een bijdrage geleverd aan de verbetering van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.
Daarbij wordt aangesloten op de kwaliteiten en kenmerken van het omliggende landschap en de gemeentelijke wens om ter plaatse van voormalige agrarische bebouwing nieuwe functies te realiseren. Daarmee sluit onderhavig plan aan bij het gestelde in de Omgevingsvisie. 3.3.2
VAB-beleid gemeente Elburg Voor de verandering van de bestemming ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ wordt gekeken naar het VAB-beleid 2016 van de gemeente Elburg. Hierin worden de voorwaarden gekaderd waarbinnen vrijgekomen agrarische bebouwing aangepast mag worden. Voor de transformatie naar de bestemming ‘wonen’ gelden de volgende regels: − Om in aanmerking te komen voor het bouwen van één of meerdere reguliere woningen dient minimaal 3.450 m³ aan bedrijfsbebouwing aanwezig te zijn op het perceel, exclusief de bestaande woning; − Voor elke nieuw te bouwen woning dient minimaal 3.000 m³ aan bedrijfsbebouwing, exclusief de bestaande woning, te worden gesloopt. − Elke nieuw te realiseren woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m³. − Naast de bestaande woning zijn maximaal vier woningen in maximaal twee gebouwen toegestaan op het perceel. − Er komen maximaal drie bouwvlakken op het perceel, voor maximaal vijf woningen. − De bestaande en nieuw te bouwen woning(en) krijgen een reguliere woonbestemming (W) conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012’. Indien er sprake is van dubbele bewoning zal de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – dubbele bewoning’ toegevoegd worden. Indien er sprake is van één (of meerdere) vrijstaande woning(en) op het erf dan zal deze als vrijstaande woning worden aangeduid.
13
Verder zijn ook een aantal doelstellingen opgenomen in het VAB-beleid 2016. Voornamelijk ‘het verbeteren van de omgevingskwaliteit en belevingswaarde van het buitengebied’ en ‘het verbeteren van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied op sociaal en economisch gebied’ zijn belangrijke speerpunten waaraan getoetst dient te worden. Toetsing Het plan voldoet vrijwel geheel aan de gestelde voorwaarden voor de functieverandering. Het enige waaraan het plan niet volledig kan voldoen is het aantal m³ agrarische bebouwing dat gesloopt dient te worden voor de beoogde woningbouwontwikkeling. Echter, met de transitie naar de Omgevingswet in het achterhoofd worden de genoemde afmetingen in het VAB-beleid niet meer strikt gehanteerd door de gemeente. De groeiende focus ligt op het leveren van maatwerk en het kunnen aantonen dat de ontwikkeling past bij de doelstellingen uit het VAB-beleid. In voorliggend plan is sprake van een dusdanige kwaliteitsimpuls dat het plan in lijn is met het gedachtegoed en de doelstellingen van het VAB-beleid. Het is daarom gerechtvaardigd om voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken. 3.3.3
Landschapsontwikkelingsplan Elburg De gemeente Elburg beschikt over een Landschapsontwikkelingsplan (LOP). Het beleid aangaande de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is gericht op het behouden, beschermen en ontwikkelen van de aanwezige waarden. Daarnaast wordt gezocht naar mogelijkheden om de waarden beleefbaar te maken, door deze meer zichtbaar te maken of ze makkelijker bereikbaar te maken door bijvoorbeeld op te nemen in recreatieve routes. Toetsing Voorliggend plan bevindt zich in een gebied dat bestempeld wordt als kampenlandschap. Kenmerkend voor dit landschap is de perceelgrensbeplanting en beplantingspatronen. Het plan houdt bestaande beplanting in stand en voegt zelf perceelgrensbeplanting toe op de nieuw te bepalen perceelgrenzen. Het plan is hierdoor in lijn met het LOP. Conclusie Voorliggend plan sluit aan bij de gemeentelijke beleidsambities.
14