Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Oordeelsvorming van 4 maart 2024 1 2 3
3.1
4
Opening Vaststellen agenda BESPREEKSTUKKEN Bespreekstukken zijn bedoeld om met de wethouder en de overige fracties in gesprek te gaan en het onderwerp voor te bereiden voor de raadsvergadering. Resultaat van de bespreking is dat duidelijk is of het onderwerp als hamerstuk naar de raad kan, of sommige partijen nog een stemverklaring willen geven, dan wel dat sommige partijen het onderwerp in de raad willen bespreken aan de hand van een motie of een amendement. De procedure voor de vergadering is: Raadsleden geven in maximaal 3 minuten hun voorlopig standpunt aan en over welke onderdelen van het voorstel ze nog van gedachten willen wisselen. Voorzitter inventariseert de gespreksonderwerpen en stelt ze een voor een aan de orde. Fracties en college geven aan wat ze van de ter berde gebrachte suggesties/aspecten vinden. Voorzitter concludeert of er ruimte is voor een motie of een amendement en daarmee voor een debat in de raad. Raadsvoorstel Vaststellen Algemene Subsidieverordening Portefeuillehouder: W.
Krooneman Ambtelijke ondersteuning: Projectgroep herijking subsidiebeleid Dossier 2537 voorblad 01 Raadsvoorstel Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg = vervallen 02 Raadsbesluit Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg = vervallen 03 Bijlage 1 Toelichting Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg 04 Bijlage 2 Advies Adviesraad Sociaal Domein Elburg inzake Herijking Subsidiebeleid d.d. oktober 2023 05 Bijlage 3 Was-wordt tabel Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg 06 Nota herijking subsidieverstrekking gemeente Elburg Raadsbesluit DROP ASV Elburg 2024 = nieuwe versie Raadsvoorstel ASV 2024 = nieuwe vesie Sluiting
Oordeelsvorming Dossiernummer
2537
Extern Zaak ID
0230365073
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
4 maart 2024
Agendapunt
3.1
Titel
Raadsvoorstel Vaststellen Algemene Subsidieverordening
Organisatieonderdeel
Domein Samenleving
Eigenaar
Bronkhorst, Eva
Bijlagen 01 Raadsvoorstel Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg = vervallen 02 Raadsbesluit Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg = vervallen 03 Bijlage 1 Toelichting Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg 04 Bijlage 2 Advies Adviesraad Sociaal Domein Elburg inzake Herijking Subsidiebeleid d.d. oktober 2023 05 Bijlage 3 Was-wordt tabel Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg 06 Nota herijking subsidieverstrekking gemeente Elburg Raadsbesluit DROP ASV Elburg 2024 = nieuwe versie Raadsvoorstel ASV 2024 = nieuwe vesie Geagendeerd
Vergaderdatum
Oordeelsvorming
4 maart 2024
Toelichting Willem Krooneman Zaaknummer 365073 Voorgesteld besluit
Raadsvoorstel
Onderwerp
Algemene subsidieverordening gemeente Elburg
Datum Portefeuillehouder
23 januari 2024 Willem Krooneman
Behandelaar:
Projectgroep ‘herijking subsidiebeleid’
Zaaknummer: Bijlagen
0230365073 4
Korte beschrijving voorstel: Na aanleiding van het rapport van de rekenkamercommissie en uw opdracht voor de herijking van het subsidiebeleid is een belangrijke stap de actualisatie van de nieuwe algemene subsidieverordening (ASV). Deze leggen we ter vaststelling aan u voor. Te nemen besluit: 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Elburg vast te stellen en deze in te laten gaan op 1 april 2024. 2. De Algemene subsidieverordening gemeente Elburg 2015 in te trekken per 1 april 2024.
Inleiding De laatste versie van de ASV is in 2015 vastgesteld. De ASV is geüpdatet naar het laatste model van de VNG en onze opgedane inzichten en uitgangspunten zoals eerder aan uw raad voorgelegd in de ‘Informerende nota met betrekking tot subsidieverlening in Elburg’ d.d. 31-1-2023, zijn hierin verwerkt. Hierbij is vooral oog geweest voor een goede dienstverlening die het aanvragers van subsidie niet onnodig moeilijk maakt om zich tot de gemeente te wenden voor steun. Dit levert daarnaast een verordening op die werkbaar is voor medewerkers, waardoor implementatie/gebruik van de nieuwe verordening snel kan plaatsvinden. De Algemene subsidieverordening zorgt voor een solide en rechtmatige basis voor subsidieverstrekking. In deze update worden de wijzigingen in wet- en regelgeving meegenomen. Beoogd effect Het vaststellen van een nieuwe Algemene Subsidieverordening (ASV) in een gemeente heeft verschillende belangrijke effecten. Een ASV is een juridisch kader dat de regels en voorwaarden vaststelt voor het verstrekken en ontvangen van subsidies binnen de gemeente. Hier zijn enkele belangrijke effecten van het vaststellen van een nieuwe ASV:
Uniformiteit en Transparantie: Een nieuwe ASV zorgt voor uniformiteit en transparantie in het subsidieproces. Het legt duidelijk de procedures, criteria en voorwaarden vast waaraan subsidieaanvragen moeten voldoen. Dit helpt zowel de gemeente als aanvragers om te begrijpen hoe het subsidieproces verloopt.
Efficiëntie en Duidelijkheid: Door het vaststellen van een nieuwe ASV kan de gemeente haar subsidieproces stroomlijnen en vereenvoudigen. Duidelijke regels verminderen de kans op verwarring en misverstanden, waardoor het proces efficiënter wordt voor zowel de gemeente als de aanvragers.
2
Rechtszekerheid: Voor zowel de gemeente als subsidieontvangers biedt de ASV een juridisch kader dat rechtszekerheid creëert. Aanvragers weten welke regels ze kunnen verwachten, en de gemeente heeft een basis voor het nemen van consistente beslissingen.
Accountabiliteit en Evaluatie: De nieuwe ASV voorziet in mechanismen voor monitoring, evaluatie en verantwoording van subsidieontvangers. Dit bevordert een verantwoord gebruik van publieke middelen en maakt het mogelijk om de impact van subsidies op gemeentelijk beleid te beoordelen.
Het vaststellen van een nieuwe ASV is dus een cruciale stap om een helder en effectief subsidiebeleid te waarborgen, dat aansluit bij de doelstellingen en prioriteiten van de gemeente. In beleidsdoelen staat wat we als gemeente Elburg willen bereiken. De raad of het college stelt in beleidsnota’s en bij de programmabegroting inhoudelijke en financiële kaders vast. Zo kan er richting worden geven aan de beleidsdoelen van de gemeente. Subsidiering is een belangrijk instrument voor het realiseren van onze gemeentelijke ambities en doelen. Met subsidies kunnen inwoners, ondernemers, vrijwilligersorganisaties en instellingen activiteiten realiseren die onze lokale samenleving dienen en die passen binnen ons gemeentelijk beleid. Indien een aanvraag om subsidie wordt ingediend dan verlenen wij alleen subsidie wanneer een activiteit bijdraagt aan de ambities en beleidsdoelen van onze gemeente. Op subsidiëring door (het college van) de gemeente Elburg zijn de Awb, en/of de ASV met daarbij de nadere regels van toepassing.
Argumenten 1.1. De huidige Algemene Subsidieregeling is toe aan een update. Sinds 2015 zijn er verandering doorgevoerd in wet- en regelgeving. Door de subsidieverordening aan te passen wordt voor een rechtmatige basis gezorgd. 1.2. De ASV is opgezet aan de hand van de VNG modelverordening en aangepast aan onze gemeentelijke praktijk. De VNG stelt deze modellen beschikbaar om gemeenten in staat te stellen een rechtmatige basisverordening te gebruiken voor subsidieverlening. Op sommige onderdelen van de verordening zijn wat aanpassingen gedaan zodat deze beter aansluiten bij de Elburgse behoefte. 1.3. De ASV biedt een solide kader, maar ook ruimte voor maatwerk. Kanttekeningen 1.1 Het proces herijking subsidiebeleid is nog niet afgerond. Door vaststelling van de ASV is alleen het juridisch raamwerk voor subsidieverlening geborgd. U kunt verdere richting geven bij het vaststellen van beleidsdoelen en -documenten. Deze vormen de basis voor de uitwerking van nadere subsidieregels door het college. Financiën Met deze juridische update van de subsidieverordening zijn geen extra kosten gemoeid. Communicatie/burgerparticipatie De adviesraad sociaal domein Elburg is van mening dat het voor Elburg aangepaste model ASV met de toelichting bij ASV Elburg en de was-wordt tabel ASV Elburg nauwgezet zijn opgesteld.
De adviesraad vindt het daarom niet noodzakelijk om hierover uitgebreid inhoudelijk te adviseren. Verder zijn er door de betrokken partijen geen zienswijzen ingediend. Vervolg Naast de voorgestelde ASV zal het college van B&W in een later stadium de (aangepaste) specifieke nadere regels vaststellen. Deze nadere regels dienen als de operationele uitwerking van de ASV, waarin gedetailleerde criteria en procedures worden gespecificeerd. Hierdoor kunnen we flexibel inspelen op veranderende omstandigheden en specifieke doelstellingen helder omzetten in concrete
3
subsidieverlening. Afgesproken is dat deze ook met de Raad worden besproken in het tweede kwartaal van 2024.
Bijlage(n) 1. 2. 3. 4.
Algemene subsidieverordening gemeente Elburg Toelichting ASV Advies ASDE herijking subsidiebeleid Was-wordt tabel ASV
Elburg, 23 januari 2024 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
Mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma
Algemene subsidieverordening gemeente Elburg
Besluit van de raad van de gemeente Elburg tot vaststelling van de Algemene subsidieverordening Gemeente Elburg
De raad van de gemeente Elburg;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 januari 2024; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Elburg;
besluit vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Elburg:
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1. Bestemmingsreserve: het deel van het eigen vermogen waaraan een bepaalde bestemming is gegeven en waarbij wordt aangegeven wanneer deze bestemming wordt gerealiseerd. 2. De-minimissteun: steun die niet kwalificeert als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1 van het Verdrag, omdat voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in een door een EU orgaan vastgestelde rechtshandeling in de zin van artikel 288 van het Verdrag en die betrekking heeft op de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun waaronder: (i) Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (Pb EU 2013 L 352/1); (ii) Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (Pb EU 2013 L 51 I/1); (iii) Verordening (EU) nr.
717/2014 van de Europese Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (Pb EU 2014 L 190/45), of (iv) Verordening (EU) 2018/1923 van de Europese Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (Pb EU 2018 L 313/2); De hiervoor bedoelde rechtshandelingen gelden steeds in de versie zoals toepasselijk op het moment dat steun wordt toegekend. 3. Europees steunkader: het geheel van Groesvrijstellingen en Richtsnoeren; 4. Groepsvrijstelling, een door een EU orgaan vastgestelde rechtshandeling als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag waarbij, steunmaatregelen van voorafgaande melding als bedoeld in artikel 108 lid 2 van het Verdrag zijn vrijgesteld, waaronder: (i) Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2014 L 156/1);
(ii)
4. 5. 6.
7. 8. 9.
Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Europese Commissie van 14 december 2022 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2022 L 327/1); (iii) Verordening (EU) nr. 2022/2473 van de Europese Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2022 L 327/82); (iv) Besluit C(2011) 9380 van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (Pb EU 2012, L 7/2); De hiervoor bedoelde rechtshandelingen gelden steeds in de versie zoals toepasselijk op het moment dat steun wordt toegekend; Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent bestaande uit het aanbieden van goederen en/of diensten op een markt; Periodieke subsidie: een periodieke subsidie is een subsidie die per boekjaar of
kalenderjaar of voor een aantal boekjaren of kalenderjaren aan een aanvrager wordt verstrekt voor de kosten vaneen activiteit met een voortdurend karakter; Richtsnoer : een document hoe ook genaamd [zoals bijvoorbeeld richtsnoer, mededeling, kaderregeling] waarin de Europese Commissie: (i) uitleg geeft over de toepasselijkheid van: a) de artikelen 106 tot en met 109 van het Verdrag b) een Groepsvrijstelling (ii) de criteria heeft vastgelegd op basis waarvan zij van plan is om de verenigbaarheid van door de lidstaten voorgenomen steunmaatregelen met de interne markt te beoordelen. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Voorziening: een reservepot op de balans, zijnde vreemd vermogen, ontstaan uit een jaarlijkse dotatie ten laste van de exploitatie ten behoeve van een kostenpost die zich eens in een aantal jaren zal voordoen en dus hieruit gedekt kan worden; Wet: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Reikwijdte
1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 3. Subsidieregelingen
1. Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 4. Staatssteunregels
1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Artikel 6. Niet-subsidiabele kosten
Niet-subsidiabele kosten zijn in ieder geval: 1. Kosten die niet in redelijke verhouding staan tot de gestelde doelen of redelijkerwijs te verwachten resultaten van de activiteit(en); 2. De aan de subsidie-aanvrager in rekening gebrachte BTW die door hem kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze aan hem kan worden terugbetaald of gecompenseerd voor zover deze kosten niet verrekend kunnen worden en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op het BTW compensatiefonds, genoemd in artikel 2 van de Wet op het BTW compensatiefonds.
Artikel 7. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Hoofdstuk 2: Subsidieverlening Artikel 8. Aanvraag
1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.
2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: 1°. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring); e. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. f. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 3. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.
Artikel 9. Aanvraagtermijn
1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 12 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen 8 en 26 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 10. Beslistermijn
1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 9, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. 5. Burgemeester en wethouders kunnen de beslisstermijn als bedoeld in artikel 10 lid 2 eenmalig verlengen met 6 weken.
Artikel 11. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:
a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; f. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen;
Artikel 12. Subsidieverlening
1. Een periodieke subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verlenen voor een tijdvak langer dan een jaar, maar niet langer dan vier jaar. 3. Wanneer van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, wordt in de verleningsbeschikking aangegeven op welk bedrag de subsidieaanvrager voor elk jaar of gedurende de subsidieperiode aanspraak kan maken. Wanneer geen bedrag kan worden genoemd, wordt in de verleningsbeschikking de wijze waarop het bedrag wordt bepaald, aangegeven. 4. Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Hoofdstuk 3: Verplichtingen Artikel 13. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger
Een subsidieontvanger meldt en/of informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk: 1. als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; 2. over beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; 3. over relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; 4. over ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; 5. over wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon; 6. als na het indienen van de subsidieaanvraag voor dezelfde activiteit subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie; 7. het ontbinden van de rechtspersoon; 8. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.
Artikel 14. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
1. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4.
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 15. Reserves en voorzieningen
1. Burgemeester en wethouders kunnen in de verleningsbeschikking voor periodieke subsidies van meer dan € 50.000 regels stellen over de vorming van een egalisatiereserve, bestemmingsreserve of voorziening. Dit betreft dan de maximale omvang hiervan en de uitgaven die met gebruikmaking van deze reserve kunnen worden gedaan. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4: Vaststelling en verantwoording Artikel 16. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000
1. Subsidies tot en met € 10.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 12 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Als bij verleningsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 16 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
Artikel 17. Eindverantwoording subsidies tussen € 10.000 en € 50.000
1. Bij subsidies van meer dan € 10.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2. De aanvraag bevat een financiële verantwoording en een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
Artikel 18. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000
1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. b. in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 16 weken na afloop van het betrokken boekjaar; c. in andere gevallen uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 19. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 10.000
1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 10.000 vast binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Hoofdstuk 5. Bijzondere bepalingen Artikel 20. Bijzondere afwijkingsbevoegdheden
1. Burgemeester en wethouders kunnen naast de in de voorgaande artikelen van deze verordening genoemde mogelijkheden ook afwijken van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening, vast te leggen in nadere regels. 2. Bij het vaststellen van nadere regels als bedoeld in artikel 3, tweede lid, indien deze ten behoeve van uniformiteit zijn opgesteld in samenwerking met een ander bestuursorgaan. a. Indien subsidie wordt vertrekt voor activiteiten waarvoor ook door andere bestuursorganen subsidie wordt verstrekt; b. Bij verstrekking van subsidies uit gelden, die door het Rijk of de provincie aan de gemeente beschikbaar zijn gesteld voor specifiek aangewezen activiteiten; c. Voor zover dit voor subsidieverstrekking noodzakelijk is gelet op: - een wet of een daarop gebaseerde regeling; - bepalingen inzake Europese cofinanciering.
Artikel 21. Hardheidsclausule
1. Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden
zijn tot de te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 22 P&C cyclus
1. Het college besteedt in de jaarlijkse begroting aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze subsidieverordening en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. 2. Hierbij wordt ook aandacht besteedt aan de toepassing van artikel 24.
Artikel 23. Slotbepalingen
1. De Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg 2015 wordt ingetrokken per 1 april 2024 2. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2024 3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Elburg 2015 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Gemeente Elburg. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 maart 2024. De voorzitter, ir J.N. Rozendaal
De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing
Toelichting ASV Elburg Algemeen De Nota herijking subsidieverstrekking, zoals onderschreven door de Raad op 13 maart 2023, is het uitgangspunt geweest voor de herijking van de Algemene subsidieverordening (hierna ASV). Er is gebruik gemaakt van de modelverordening van de VNG, aangepast aan de werkwijze en uitgangspunten zoals vastgesteld. In een ASV wordt de hoofdstructuur van het subsidieproces neergelegd. De beleidsinhoudelijke elementen worden vervolgens in subsidieregelingen vastgelegd. De bevoegdheid tot het vaststellen hiervan wordt in artikel 3 van de ASV gedelegeerd aan het college. In een subsidieregeling wordt in ieder geval vastgesteld welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie. Verder kan worden vastgesteld wat de doelgroep van de subsidie is, welke kosten in aanmerking komen, hoe het beschikbare budget wordt verdeeld over de aanvragen, enz. Ook kan op punten worden afgeweken van de hoofdregels zoals neergelegd in de ASV. Hierdoor is het mogelijk een subsidieregeling op maat te snijden. Zeker waar een subsidieregeling onder een Europees steunkader wordt gebracht verdient dit aandacht. Juridisch kader subsidieverstrekking De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de wettelijke basis om subsidies te kunnen verstrekken.
In artikel 4:21 lid 1 wordt het begrip subsidie als volgt gedefinieerd: ‘de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.’ In artikel 4:23, eerste lid, staat dat een bestuursorgaan in beginsel alleen subsidie mag verstrekken op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. De ASV geeft invulling aan dit voorschrift. De ASV legt vast waaraan een subsidieaanvraag moet voldoen. In de ASV zijn onder andere de subsidiesoorten benoemd, de weigeringsgronden, de aanvraagtermijnen en de voorwaarden voor verantwoording. De ASV wordt door de raad vastgesteld. In nadere regels is uitgewerkt voor welke activiteiten subsidie aangevraagd kan worden en welke criteria daarbij gelden. Nadere regels mogen op grond van de ASV door het college worden vastgesteld. Wat subsidiëren we? In beleidsdoelen staat wat we als gemeente Elburg willen bereiken. De raad of het college stelt in beleidsnota’s en bij de programmabegroting inhoudelijke en financiële kaders vast. Zo kan er richting worden geven aan de beleidsdoelen van de gemeente. Subsidiering is een belangrijk instrument voor het realiseren van onze gemeentelijke ambities en doelen.
Met subsidies kunnen inwoners, ondernemers, vrijwilligersorganisaties en instellingen activiteiten realiseren die onze lokale samenleving dienen en die passen binnen ons gemeentelijk beleid. Indien een aanvraag om subsidie wordt ingediend dan verlenen wij alleen subsidie wanneer een activiteit bijdraagt aan de ambities en beleidsdoelen van onze gemeente. Op subsidiëring door (het college van) de gemeente Elburg zijn – dus - de Awb, en/of de ASV met daarbij de nadere regels van toepassing. Uitgangspunten bij subsidieverlening Gemeente Elburg heeft een aantal uitgangspunten geformuleerd die zij belangrijk vindt in de Nota herijking subsidieverstrekking. Deze uitgangspunten tellen mee bij een subsidieverlening en worden voor de wettelijke subsidies meegenomen in de verdere uitwerking van de nadere regels. In een nadere regel kan ook tot uitdrukking worden gebracht hoe zwaar de uitgangspunten wegen. Deze uitgangspunten voor subsidieverlening heeft gemeente Elburg geformuleerd: • Activiteit past bij de gemeentelijke doelstellingen • Uitgaan van vertrouwen
• • • • • • •
Subsidie is aanvullend op eigen inkomsten Maatschappelijke bijdrage en meerwaarde Duurzaamheid staat voorop Samenwerken met anderen om actief bij te dragen Subsidieprocedure is eenvoudig en transparant Ruimte voor maatwerk Ondersteuning bieden aan het subsidieproces
Activiteit past bij de gemeentelijke doelstellingen De activiteit levert concreet resultaat op en draagt bij aan een beoogd maatschappelijk effect voor Elburg. Het is hierbij erg belangrijk dat doelen van het beleid goed geformuleerd zijn, zodat we kunnen toetsen in welke mate de activiteiten bijdragen aan een beoogd maatschappelijk effect. In beleid wordt geschetst wat het beoogde maatschap effect is. Dit wordt in een nadere regel vertaald naar het doel van de subsidieregeling en welke activiteiten worden gesubsidieerd om dit doel te behalen. Uitgaan van vertrouwen Vertrouwen is de basis in de samenwerking tussen subsidieaanvrager en de gemeente. De subsidieontvanger krijgt daarom de ruimte om activiteiten op eigen wijze in te vullen. De gemeente vraagt aan de subsidieontvanger haar te informeren over de uitvoering van de activiteit, zodat we van elkaar kunnen leren. Als er wijziging of omstandigheden zijn die de hoogte of duur van de subsidie beïnvloeden, moet de subsidieontvanger dit tijdig melden bij de gemeente Elburg. Subsidie is aanvullend op eigen inkomsten We willen graag dat een subsidieontvanger niet volledig afhankelijk is van de gemeente. Een aanvrager kan subsidie ontvangen wanneer activiteiten niet alleen door eigen middelen of door middelen van anderen bekostigd kunnen worden. Van de aanvrager wordt verwacht dat deze zich inspant om eigen middelen te verwerven.
De aanvrager moet aangeven welke financiële bijdrage zelf of door anderen verleend wordt. Een locatie, benodigde materialen en de inzet van vrijwilligers vallen ook onder een eigen bijdrage. Maatschappelijke bijdrage en meerwaarde Tegenover de verstrekking van een subsidie staat een tegenprestatie in activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd. Gemeente Elburg stimuleert initiatieven om het maatschappelijke effect van de activiteit te vergroten. Bijvoorbeeld door bij te dragen aan een inclusieve samenleving; door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te betrekken bij het organiseren van de activiteit of wanneer een subsidieontvanger bewust bijdraagt aan duurzaamheid door duurzame materialen te kopen en/of maatschappelijk verantwoord in te kopen. Samenwerken met anderen om actief bij te dragen Als gemeente stimuleren en faciliteren we samenwerking om actief bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. Samenwerking versterkt de gemeenschapszin. Samenwerking verbindt mensen en organisaties en kan leiden tot verrassende initiatieven waarbij soms ook inhoudelijke activiteiten en disciplines elkaar versterken. Een neveneffect is dat er kansen zijn om efficiënter te werken. De gemeente stimuleert en faciliteert dat (subsidie)partijen elkaar opzoeken en samen gaan werken. Daarbij wordt verschil gemaakt tussen professionele en informele organisaties.
De gemeente verwacht dat professionele organisaties zoveel mogelijk de activiteiten (waarvoor ze subsidie aanvragen) samen met anderen uitvoeren. Zo ontstaat een effectief aanbod in onze gemeente. Bij informele organisaties stimuleren we de samenwerking met anderen ook, maar dit is geen must. Voorbeeld: Een koor en muziekvereniging organiseren een gezamenlijk concert. Hierdoor ontstaat verbinding, uitbreiding van de activiteiten en kunnen ze de kosten en baten van een concert met elkaar delen.
Subsidieprocedure is eenvoudig en transparant Gemeente Elburg wil dat het aanvragen van een subsidie en ook het beslissen en verantwoorden over een subsidie eenvoudig is en transparant. Met andere woorden het subsidieproces moet gebruikersvriendelijk zijn met minimale administratieve lasten. Met een eenvoudig en transparant subsidieproces kan iedereen in Elburg – al dan niet met hulp van de gemeente - een subsidie aanvragen. Hiermee heeft iedereen de mogelijkheid bij te dragen aan de maatschappelijke doelen van de gemeente. Ruimte voor maatwerk Hoewel uniformiteit en transparantie van het subsidieproces voorop staan wil gemeente Elburg ruimte laten voor maatwerk. Soms sluit maatwerk beter aan bij de gemeentelijke doelstellingen of omdat zo meer recht gedaan wordt aan de bedoeling van beleid. Ondersteuning bieden aan het subsidieproces Wanneer het nodig is geeft de gemeente ondersteuning bij het doen van een subsidieaanvraag. Deze ondersteuning gaat verder dan alleen het geven van advies of helpen bij het invullen van het aanvraagformulier. We stellen voor om een subsidiecoördinator aan te stellen die overzicht heeft over alle regels en subsidies. Die verbindt en verbetert hiermee het proces waardoor de gemeente meer maatschappelijke waarde kan halen uit de subsidies. Naast de coördinator heeft de subsidieaanvrager een vaste aanspreekpartner (inhoudelijk) bij de gemeente.
Die persoon staat de subsidieaanvrager met raad en daad bij als daar behoefte aan is. Dit zowel bij de aanvraag en verantwoording van en over de subsidie, als ook tijdens de uitvoering van de activiteit. Subsidieproces Bij de wettelijke subsidies staan de regels in de Algemene subsidieverordening en de daarbij behorende nadere regels. Bij beschikking wordt vervolgens vastgelegd onder welke voorwaarden subsidieverlening plaatsvindt. Elke subsidieaanvrager moet weten waarop de aanvraag wordt getoetst en beoordeeld. Daarom is gemeente Elburg transparant over de verplichtingen en criteria. De ASV en de nadere regels, in geval van wettelijke subsidies, kunnen via overheid.nl ingezien worden. Bij deze subsidieaanvragen wordt beoordeeld of deze volgens de ASV en nadere regels zijn ingediend. Vervolgens is er een inhoudelijke en financiële beoordeling. Het subsidieproces in de Awb en/of de ASV en de nadere regel is leidend. Hieronder geven we weer uit welke stappen het subsidieproces over het algemeen bestaat:.
• Aanvrager dient verzoek in • Gemeente toetst en beoordeelt aanvraag aan de hand van criteria • Subsidieaanvraag wordt toegekend • Gemeente verstrekt subsidie aan aanvrager bij toekenning • Subsidieaanvrager geeft verantwoording over ontvangen subsidie • Gemeente controleert uitvoering van subsidiebedragen • Gemeente publiceert toegekende subsidie op overheid.nl wanneer dit onderdeel van de Wet open overheid ingaat Aandachtspunten in het subsidieproces: • Tot nu toe worden de meeste subsidies jaarlijks aangevraagd en verleend. Komende jaren willen we experimenteren met het toekennen van meerjarige subsidies. Het college werkt dit in de ASV en de nadere regels verder uit. • In de ASV en de nadere regels leggen we vast in welke mate eigen inkomsten een rol spelen bij het vaststellen van subsidies. • Bij alle subsidievormen ligt het voor de hand rekening te houden met de eigen inkomsten van organisaties. Soms moet een aanvraag afgewezen worden. In dat geval wordt contact opgenomen met aanvrager om dit aan te kondigen. Dat gesprek kan nieuwe informatie opleveren en leiden tot een andere beoordeling. Zo mogelijk wordt op andere (subsidie)mogelijkheden gewezen. Daarna wordt de beschikking verzonden.
Verantwoording Gemeente Elburg vindt ‘Werken volgens de bedoeling’ belangrijk. Ons werk moet van betekenis zijn voor de samenleving. Het maatschappelijke effect is daarbij belangrijk. Het hele proces van subsidieverlening is ondersteunend aan deze manier van werken. Het monitoren van en verantwoording laten afleggen over subsidies doen we om meerdere redenen. We doen dat omdat we zo de voortgang van de activiteiten en gewenste effecten kunnen bewaken, we input krijgen voor beleid, projecten kunnen verbeteren en van elkaar kunnen leren. We maken onderscheid in verantwoording al naar gelang de omvang van de subsidie. Dit staat in de ASV. De controle op de subsidieaanvraag, de uitvoering en de verantwoording dient zo eenvoudig mogelijk plaats te vinden. Hoe lager de subsidie, hoe eenvoudiger de verantwoording. Of de activiteit daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het gemeentelijk beleid is aan de gemeente om te onderzoeken. De subsidieontvanger levert daar via de subsidieverantwoording gegevens voor aan. Bij de monitoring van de effecten die we willen realiseren met behulp van de subsidies willen we gebruik maken van een combinatie van cijfers en de ervaringen. Het gaat dus naast de cijfers ook om het ophalen van verhalen bij medewerkers en klanten van subsidiepartners (tellen & vertellen). Hierdoor kunnen de cijfers worden geduid en nuances worden aangebracht.
Artikelsgewijs HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In dit artikel is een aantal definities opgenomen. Deze definities gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren regelingen. Deze definities zullen dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen hoeven te worden. Ook kan hier niet van worden afgeweken. Er is geen definitie opgenomen van subsidie. Wat onder een subsidie moet worden verstaan, is omschreven in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Kenmerken van een subsidie zijn dat er aanspraak is op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Overigens: ook garanties en leningen kunnen onder het subsidiebegrip vallen. Zie CBb 06-10-2016, ECLI:NL:CBB:2016:317 en CBb 01-05-2018, ECLI:NL:CBB:2018:237. De begrippen Europees steunkader, Groepsvrijstelling en de-minimissteun zijn wel gedefinieerd. Mocht het zo zijn dat een Europees steunkader, dan wel de-minimisverordening, wordt gewijzigd, aangepast of verlengd dan is het van belang dat de steun in overeenstemming is met de nieuwe bepalingen die daarin zijn opgenomen. Mogelijk leidt dat tot aanpassen van de desbetreffende subsidieregeling (zie toelichting bij artikel 3).
Bij het vervallen van een Europees steunkader, dan wel de-minimisverordening, kan er niet langer rechtmatig staatssteun worden verstrekt. Het is daarom raadzaam de looptijden van de Europese steunkaders in acht te nemen. Artikel 2. Reikwijdte Eerste lid Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid overgedragen om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is. Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is. Tweede lid Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing.
Dit lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe aanleiding bestaat. Artikel 3. Subsidieregelingen Met dit artikel krijgt het college de bevoegdheid om in nadere regels, hier en verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren. In andere artikelen van de ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie en de wijze van verdelen van het subsidieplafond. Voor zover het college geen gebruik maakt van de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen is het slechts in beperkte mate mogelijk om subsidies te verstrekken. De hoofdregel van de Awb is namelijk dat subsidieverstrekking gebaseerd moet zijn op een wettelijk voorschrift, zoals een subsidieregeling, waarin de te subsidiëren activiteiten staan vermeld. Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb bestaan hierop maar vier uitzonderingen: a. de spoedeisende subsidieverstrekking (tijdelijk, vooruitlopend op de vaststelling van een wettelijk voorschrift); b.
de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost (de begroting dient de subsidieontvanger en het bedrag dat ten hoogste kan worden vastgesteld te vermelden); c. de incidentele subsidieverstrekking (voor uitzonderlijke gevallen, en als er in beginsel slechts eenmalig subsidie zal worden toegekend); d. de Europese subsidies (is voor gemeenten nauwelijks van belang). Artikel 4. Staatssteunregels Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er in de subsidieregeling afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd. Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld. Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (vierde lid).
Net zo goed als dat bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, kunnen ondernemingen alleen in aanmerking komen als de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader (vijfde lid). Zie ook de toelichting bij artikel 3 van de Model Subsidieregeling (bijlage bij de Model Algemene subsidieverordening 2013 (hierna: model-ASV 2013)). Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Het college stelt de subsidieplafonds vast (eerste lid); bij de bekendmaking daarvan wordt tevens de door hen bepaalde wijze van verdelen vermeld (eerste lid in combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb). De wijze van verdelen kan ook worden bekendgemaakt door te verwijzen naar de subsidieregeling waarin de wijze van verdeling is vastgelegd. In dat laatste geval zal verwezen moeten worden naar een reeds geldende subsidieregeling. In andere gevallen zal geregeld (moeten) zijn dat óf de subsidieregeling en het subsidieplafond gelijktijdig in werking treden óf dat de subsidieregeling weliswaar voor het vaststellen van het subsidieplafond in werking treedt maar dat aanvragen pas ná het vaststellen van het subsidieplafond kunnen worden ingediend. Als dit niet (juist) geregeld is kan het subsidieplafond niet worden tegengeworpen aan aanvragers die hun aanvraag hebben ingediend voor bekendmaking (artikel 4:27, tweede lid, van de Awb).
Daarnaast wordt er, indien van toepassing, gewezen op de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen (tweede en derde lid, zie verder hieronder). De raad stelt uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in de begroting). Het is binnen die kaders dat het college vervolgens de subsidieplafonds kan vaststellen. Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht – in lijn met de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid,
van de Awb – (in bepaalde gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud te maken (vierde lid). Artikel 6. Niet-subsidiabele kosten Het eerste lid van dit artikel ziet erop dat alleen activiteiten worden gesubsidieerd waarvan de kosten in verhouding staan tot het beoogde effect van die activiteit en waarborgt daarmee een efficiënte inzet van subsidiegelden. Het tweede lid sluit uit dat BTW zowel kan worden gecompenseerd als worden gesubsidieerd. In nadere regelingen van burgemeester en wethouders kunnen ook andere kosten van subsidie worden uitgezonderd, indien dat voor het betreffende doel van die regeling in de rede ligt. Artikel 7. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling vastgelegd dienen te worden. De aanvrager zal daarmee dan bij zijn aanvraag rekening moeten houden. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt tot tarieven en kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. HOOFDSTUK 2: SUBSIDIEVERLENING Artikel 8.
Aanvraag In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan; en dat als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld, de aanvraag dan met gebruikmaking van dat formulier gedaan moet worden. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits de digitale weg open is gesteld. In het tweede [en derde] lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag in elk geval overgelegd dienen te worden. Uiteraard mogen van de aanvrager alleen die gegevens verlangd worden die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag; dit volgt uit de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG). [Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Daarom zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onder d, sub 1°).
Een subsidie kan namelijk ook uit een garantie, lening, korting op de grondprijs, etc. bestaan. Ten tweede, om subsidie onder een de-minimisverordening te kunnen verlenen moet de onderneming om een de-minimisverklaring gevraagd worden (tweede lid, onder d, sub 2°). Op basis van een ingeleverde de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.] Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken ([derde OF vierde] lid), bijvoorbeeld door voor aanvragen om bepaalde subsidies meer of andere gegevens en bescheiden te verlangen. Artikel 9. Aanvraagtermijn De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of per boekjaar worden verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid (vierde lid). Als een subsidie na de termijn en dus te laat wordt aangevraagd, kan er conform artikel 4:5:1 Awb een hersteltermijn worden opgelegd waarin aanvullend wordt gevraagd om de reden van de late aanvraag. Indien wordt voldaan aan de hersteltermijn en de reden voor de termijnoverschrijding gegrond is, kan er alsnog subsidie worden verleend.
Voorwaarde is wel dat het subsidieplafond nog niet is bereikt. Artikel 10. Beslistermijn Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is
onderscheid gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde lid). De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het VWEU en vervolgens teruggevorderd dient te worden. Artikel 11. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden aangevuld. Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te verstrekken op basis van een vrijstellingsverordening, waardoor het college kan volstaan met een lichte kennisgevingsprocedure. Als dat niet mogelijk is, kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele aanmelding. Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond in het eerste lid, onder a).
Bepaalde Europese steunkaders verbieden – als er een bevel tot terugvordering uitstaat – alleen het verlenen van staatsteun onder de betreffende verordening; niet het verlenen van subsidies in het algemeen. Door de in het eerste lid, onder b, gekozen formulering van de weigeringsgrond in combinatie met het verplichtende karakter komt het in de ASV echter neer op een – op zichzelf verdedigbare – verbreding van de weigeringsgrond tot het verlenen van subsidies in het algemeen (als er een bevel tot terugvordering uitstaat). In het tweede lid is een absolute weigeringsgrond opgenomen voor die gevallen dat overgaan tot subsidieverstrekking strijdigheid op zou leveren met een Europees steunkader omdat er dan subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het toepasselijke steunkader of omdat de betreffende subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het toepasselijke steunkader. Een onderneming wordt naar oordeel van de Europese Commissie beschouwd als een onderneming in moeilijkheden wanneer zij, zonder overheidsingrijpen, op korte of middellange termijn vrijwel zeker gedoemd is te verdwijnen.
Meer informatie over dit begrip is te vinden in paragraaf 2.2 van de Richtsnoeren (van de Europese Commissie) voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (2014/C 249/01). Dat er sprake moet zijn van een stimulerend effect houdt in beginsel in dat de begunstigde aanvrager door de steun in staat wordt gesteld activiteiten of projecten uit te voeren die zij anders – zonder de steun – niet had uitgevoerd. Ook houdt het in beginsel in dat de steun niet mag worden verleend voordat de activiteit wordt gestart. In het derde lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht. Deze gelden in aanvulling op artikel 6 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob). Onderdelen a en c spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt. Onder e is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is goedgekeurd door de Europese Commissie.
Het gaat hier om subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid met de toepasselijke cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun. In deze gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te verkrijgen. Als het college besluit over te gaan tot melding, dan wordt in verband met de standstill-verplichting de beslistermijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen (zie artikel 8, vierde lid). Als de Europese Commissie besluit de voorgenomen subsidieverstrekking niet goed te keuren, dan zal het college de aanvraag alsnog