210913 beantwoording vragen CDA tbv beeldvorming def.docx
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen
Schriftelijke vragen op basis van artikel 155 Gemeentewet en de artikelen 3.2.6 (rondvraag), 3.4.6 (schriftelijke vragen) en 3.4.7 (vragenhalfuur) Organisatieverordening gemeenteraad Elburg 2018
Vraagstelling
IDnr actiepunt ID
☒
-
Schriftelijke technische vragen
Indienen schriftelijk kort en bondig geformuleerd Beantwoording schriftelijk uiterlijk binnen drie werkdagen
Indiener: de heer C.H. van Dijkhuizen Fractie: CDA Datum: 14 september 2021 Zaaknummer: 144608 Onderwerp: Beleidsnota participatie in de Omgevingswet, beeldvorming 13 september
Raadsvragen: 1. In het raadsvoorstel en op de beleidsnota (pagina 22) staat dat er nog extra capaciteit, middelen en tijd nodig is. Is er een indicatie qua omvang waar we dan aan moeten denken? Gaat het om nieuw aan te nemen fte, communicatiebudget, etc.? Kan de raad daarin ook nog keuzes maken (varianten: van minder ambitieus tot meer ambitieus?). Op dit moment is geen concreet zicht op een behoefte aan meer formatie of budget voor de implementatie van het participatiebeleid. Voor participatie in brede zin is een budget van 30.000 euro structureel in de begroting op genomen. Binnen deze tijd en ruimte worden de participatie handen en voeten gegeven. De tekst beoogd vooral aan te geven dat het beleidsplan niet het einde, maar het begin van een traject is. En dat de papieren tekst een implementatietraject vergt. Mocht daarvoor in de toekomst extra tijd of geld nodig zijn, dan komen wij bij uw raad. Op dit moment is er geen concrete vraag. 2. Een ‘eigenaar’ of inbedding bij het management wordt niet genoemd in de tekst. Het gaat om een cultuurverandering. Papier is geduldig, wie gaat in het gemeentehuis met doorzettingsmacht de participatie op een hoger plan brengen? Voor participatie in algemene zin zijn dit de burgemeester en het managementteam. Voor participatie in de Omgevingswet is dit de portefeuillehouder Omgevingswet en het managementteam. 3.
Na vaststelling van deze nota, vindt implementatie plaats in de werkwijze van de organisatie en in de werkprocessen, vindt er communicatie plaats in de lokale media en in de organisatie, komt er een vervolg met een beleidsnota participatiebeleid gemeentebreed volgens de Gemeentewet en komt er een Participatieverordening op grond van de Gemeentewet (wijziging Gemeentewet is in voorbereiding). Kan er een planning aan deze stappen verbonden worden (tijdpad)?
Beantwoording raadsvragen Uitgaande van vaststelling door de gemeenteraad eind september is de planning als volgt: Okt./nov. 2021: berichtgeving in diverse media gericht op participatie bij vergunningaanvragen (voorbereiding is gestart) Oktober 2021: Aanpassen website (voorbereiding is gestart) Oktober 2021: Interne communicatie richting beleidsmedewerkers (voorbereiding is gestart) November 2021: Opnemen participatie in de werkprocessen (is gestart) 1 e helft 2022: Participatiebeleid gemeentebreed incl. een participatietraject. Dit beleid wordt juridisch vertaald in een participatieverordening. 4. De gemeenteraad stelt het participatieplan voor de omgevingsvisie of een brede actualisatie daarvan vast. Is dit echt nodig? Bij omgevingsplan doet de gemeenteraad het uiteindelijk ook niet, de Beleidsnota wordt qua kader gevolgd. Is dat ook niet te overwegen bij een omgevingsvisie (en de raad via een raadsbrief te informeren over het participatieplan)? De keuze is aan de raad. De gedachte in deze beleidsnota is dat de raad bij een belangrijk visiedocument zich buigt over het gewenste proces van participatie en haar eigen inbreng daarin. De raad kan voor zichzelf een meer of minder prominente rol opeisen. De raad kan dan ook het ambitieniveau van de participatie bepalen en de daarmee gemoeid gaande kosten en tijdsinvestering. Het hoeft echter niet.
De raad kan het vaststellen van het participatieplan ook neerleggen bij ons college. Voordeel is dat het proces dan sneller gaat. Mocht de raad dit willen dan kan de beleidsnota (p. 13) hierop worden aangepast. Ambtshalve of via amendement. 5. Diverse initiatieven zijn vergunningvrij: ‘Deze initiatieven zijn niet bekend bij de gemeente. Ook dan is overleg met de directe woonomgeving van belang. Het gaat erom dat buren niet verrast worden door een omgevingsactiviteit waar ze niets van af weten. De gemeente zal via mediacampagnes aandacht besteden aan het belang van vroegtijdig contact met direct omwonenden’. Is ook overwogen dat de gemeente hier gewoon geen rol in speelt? Dat wat je niet weet, kan je beter ook niet naar je toe halen? De bedoeling van een mediacampagne voor participatie bij vergunningvrij bouwen is dat de intentie van de Omgevingswet duidelijk wordt voor onze inwoners. De wet gaat uit van communicatie met de omgeving. Met als gevolg minder bezwaar en beroep, maar ook minder burenruzies en daarmee een prettige woonomgeving. Wij zien het (in beperkte mate) stimuleren hiervan bij onze inwoners als een gemeentelijke taak. 6. Bij de vergunningaanvraag in de Omgevingswet geldt participatie als een indieningsvereiste (art. 16.55 Ow): ‘De initiatiefnemer moet aangeven of en hoe hij participatie mogelijk maakt.
Het verslag kan ook alleen de opmerking bevatten dat geen participatie heeft plaatsgevonden. Participatie bij vergunningverlening is niet afdwingbaar.’ Zijn er geen sancties of gevolgen te verbinden aan dit ‘verzaken’ van een initiatiefnemer? Op pagina 20 lijkt het toch mogelijk om participatie af te dwingen? De wet staat niet toe dat een aanvraag niet in behandeling wordt genomen of wordt geweigerd, alleen maar omdat geen participatie heeft plaats gevonden. In die zin kan de gemeente participatie niet verplicht opleggen. En is er ook geen sanctie. De beleidsnota schetst op pag. 20 wel een methode die neigt naar drang (in plaats van dwang). Dat is het inbouwen van een zienswijzeprocedure. Daardoor verlengt de termijn van vergunningverlening van 8 naar 14 weken. En soms kan zelfs een verlenging tot zes maanden plaats vinden. De sanctie is daarmee het langer wachten op een beslissing op de vergunningaanvraag. 7. Voor een aantal situaties stelt de gemeenteraad participatie wel verplicht. Hiervoor neemt de gemeenteraad een apart besluit. Het gaat om initiatieven die complex van aard zijn of een grote impact op de omgeving hebben of waar veel weerstand vanuit de omgeving of belanghebbenden kan worden verwacht. Wie brengt (wanneer) de raad hierover in stelling, of moet de raad dat uit eigen initiatief doen?
Beantwoording raadsvragen Op dit moment heeft ons college een raadsvoorstel in voorbereiding voor het vaststellen van een lijst van gevallen waarin participatie verplicht is. De planning is dit voorstel in november aan uw raad aan te bieden. Na vaststelling van deze lijst door de raad wordt deze geïntegreerd in het nieuwe werkproces bij omgevingsvergunningen. 8. De drie klantreizen worden in de nota genoemd (pagina 17). Onduidelijk is wanneer de klantreizen zijn beschreven en wanneer de raad hierover wordt geïnformeerd? De klantreizen staan in de memo Klantreizen Elburg, welke met de raadsbrief Werkprocessen Omgevingswet van 19 mei 2020 is aangeboden aan de raad. 9. Evalueren is een belangrijke stap in de beleidsnota. Onduidelijk is met welke frequentie wordt geëvalueerd, wanneer mag de raad de eerste evaluatie tegemoet zien? Op pagina 21 noemt de beleidsnota concrete indicatoren. Die zullen jaarlijks worden bijgehouden. De eerste keer dus een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Participatietrajecten kennen tussentijdse en eindevaluaties. Zo kan tijdens een proces worden bijgestuurd en het resultaat van een proces ter lering voor een volgende keer worden gebruikt. Al deze evaluaties komen niet bij de raad. De evaluaties van individuele participatietrajecten leidt uiteindelijke tot betere inzichten in hoe participatie werkt.
Deze inzichten kunnen leiden tot een aanpassing van beleid. Een brede evaluatie in het kader van actualisatie van beleid is minimaal eens in de vier jaar. En vaker als daar aanleiding toe is.
Toelichting: De beleidsnota staat geagendeerd voor beeldvorming op 13 september. De nota bevat de eerste gedachten over participatie. Op onderdelen is de nota wat minder SMART (tijdgebonden, meetbaar, etc.). Bovenstaande vragen voorzien er in wat meer concreet zicht te krijgen op vervolgstappen.
Werkafspraken vanaf 1 september 2019 Indiener stuurt vragen naar griffie; Griffie stuurt vragen door naar raad, college B&W en MT; Vragen worden beantwoord in het sjabloon raadsvragen; Beantwoording van technische vragen namens de portefeuillehouder; Beantwoording van politieke vragen altijd door het college van B&W; iBabs gebruiken voor het beantwoordingsproces; Geaccordeerde beantwoording via iBabs naar de griffie Griffie zorgt voor verspreiding naar de raad.