210910 Doelgroepen Bijlage Terugblik conferentie huisvesting arbeidsmigranten.pdf
Tekst van het document
Digitale conferentie huisvesting arbeidsmigranten provincie Zuid-Holland: ‘Samen op zoek naar menswaardige huisvestingsoplossingen’, 25 maart 2021 Zo’n 350 vertegenwoordigers van arbeidsmigranten, Rijk, provincies, gemeenten, werkgevers, huisvesters en uitzendbureaus namen op 25 maart deel aan de geslaagde digitale conferentie ‘Huisvesting arbeidsmigranten in de provincie Zuid-Holland’. Doel: het versneld en gezamenlijk zoeken naar voldoende huisvestingsoplossingen voor arbeidsmigranten. Gedeputeerde Anne Koning: ‘Ik gun arbeidsmigranten -net als andere spoedzoekers- dat zij snel over de sleutel kunnen beschikken van eigen woonruimte.’ In haar openingsbijdrage benadrukte gedeputeerde Anne Koning het belang van goede huisvesting voor arbeidsmigranten. ‘Arbeidsmigranten zijn van belang voor onze economie en verdienen menswaardige huisvestingsoplossingen. Net zoals dat voor andere doelgroepen geldt, hebben we wel veel meer bouwlocaties nodig.’ Dagvoorzitter Marianne van den Anker hield Koning de vraag voor hoe die gevonden kunnen worden en wat de term ‘BSD’ inhoudt. Koning: ‘Om die locaties te kunnen vinden, is creativiteit nodig. Gemeenten en provincie hebben elkaar daarbij nodig. Uitgangspunt van het Rijk en provincie is bouwen binnen het ‘Bestaand Stads en Dorpsgebied’ (BSD). Daar zijn goede argumenten voor. De voorzieningen zijn daar immers al gerealiseerd.
Zelf denk ik dat de rand van het BSD ook een oplossing kan zijn maar daar moet ik nog wel het gesprek met de Provinciale Staten over voeren.’ In gesprek met twee arbeidsmigranten benadrukte de Poolse Mietek het belang van een goede informatievoorziening in de eigen taal. ‘Dat helpt mensen echt op weg. ‘De Bulgaarse Yordan ging in op de ‘woho’: ‘When work is over, house is over’. Dat de werkgever ook de huisvester is, hoeft geen probleem te zijn. Als er maar voldoende perspectief is op zelfstandige vervolghuisvesting. En die is nu onvoldoende beschikbaar. ‘Daarom voel ik me soms een ‘agency prisoner’. Richard Moti, wethouder Rotterdam ging in zijn bijdrage in op de grote gemeenschap van tienduizenden EU-arbeidsmigranten die in zijn stad wonen. ‘In veel gevallen gaat het goed. Maar we zien ook veel problemen. De koppeling tussen huisvesting en werk levert problemen op. Op het moment dat het werk ophoudt, worden mensen letterlijk op straat gegooid en dan vinden wij ze weer terug in het Zuiderpark. Dat levert niet alleen voor die personen een probleem op maar voor de hele stad. Dat is een van de redenen waarom wij een programma starten om EU-migranten beter te beschermen en dit soort excessen te voorkomen.’ Van den Anker vroeg Moti om een doorkijkje van de plannen. ‘Belangrijk is dat mensen die hier wat langer blijven zich ook registreren. Dat gebeurt nu nog veel te weinig.
We willen als college weten wie er in onze stad woont. Verder zou ik graag stevige afspraken maken over de wijze waarop de personeelshuisvesting gestalte krijgt bij bijvoorbeeld de vestiging van een distributiecentrum waar voor 80-90% arbeidsmigranten komen te werken. Ik wil dat zodra zich weer een groot bedrijf in Rotterdam vestigt, dat ook zorgt voor een voorziening waar de mensen kunnen wonen die daar werken.’ Tot slot ging Moti in op het belang van meer geclusterde woonvoorzieningen. ‘Bij dat soort voorzieningen is een beheerder en bestaan er afspraken over beheer. In de opgekochte stadspanden heb je dat niet. We zien dan ook dat bij bestaande shortstay-voorzieningen de buurt er geen last van heeft, omdat het goed geregeld is. Die voorzieningen zijn dus niet alleen van belang voor de arbeids-
1/4
migrant zelf maar ook voor de buurt. Daarom zou ik graag verkennen of er in de toekomst mogelijkheden zijn om dit soort woonvoorzieningen uit te breiden, daarbij zou ik graag de provincie willen betrekken.’ Ed Goverde, wethouder Sliedrecht sloot aan op de bijdrage van Moti door het belang van voldoende geconcentreerde huisvesting te onderstrepen.’ We hebben honderden arbeidsmigranten die zijn gehuisvest in tientallen particuliere woningen. We willen graag geconcentreerde huisvesting realiseren, in aantallen wooneenheden die passen bij de schaal van Sliedrecht. Daarmee willen we een betere huisvestingssituatie voor arbeidsmigranten realiseren en de woningen terugbrengen naar de reguliere markt.’ De zoektocht naar huisvestingsoplossingen past in het experimentenprogramma van de provincie Zuid-Holland, waarin ook de gemeenten Noordwijk en Westland meedoen. Wat heeft het experiment gebracht? Goverde: ‘Het heeft verbinding met andere partijen opgeleverd. We hebben de basis gelegd voor een netwerk dat er nog niet was met onder meer bouwers, ontwikkelaars en uitzenders. Vanuit dit netwerk werken we samen aan het vinden van passende huisvestingsoplossingen. Dit is een belangrijke opbrengst van het experiment.’ Willem Weggeman, directeur Homeflex maakt als huisvester deel uit van dat netwerk.
Samenwerken betekent dat als je op de ene plek wat creëert, je dan ook bereid moet zijn wat terug te geven. Dus als er huisvestingmogelijkheden komen aan de rand van Sliedrecht, zijn wij zeker bereid onze panden in reguliere woonwijken op te geven.’ Marie José Fles, provincie Zuid-Holland nam de toehoorders mee in enkele resultaten van het kennisprogramma ‘huisvesting arbeidsmigranten’. ‘We hadden met elkaar nog te weinig kennis over de 114.000 arbeidsmigranten die in 2018 in de provincie werkzaam waren. Wie zijn die arbeidsmigranten? Wat zijn hun woonbehoeftes? Waar hebben gemeenten behoeften aan? Dat soort vragen hebben we onderzocht. Belangrijke geleerde lessen: ken je samenwerkingspartner, weet wat je netwerk is en wie betrokken moeten worden.’ In tussentijd is ook het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten van Emilie Roemer met haar bevindingen gekomen. Fles: ‘Enkele van de vijftig aanbevelingen raken de provincie. Er wordt gevraagd om meer regie te nemen en de samenwerking tussen de regio’s te coördineren. Daar moeten dan wat ons betreft vanuit het Rijk wel de juiste instrumenten aan worden toegevoegd. Daarnaast moet de registratie verbeterd worden. ‘Wij hebben net als de VNG zorgen. Wij doen daarom een oproep aan het nieuwe kabinet om de wet aan te passen.
We moeten druk uitoefenen op het Rijk om het goed te regelen.’ Wido Scholte, Public Result was betrokken bij onderzoeken op Goeree-Overflakkee en in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. ‘Het viel mij op dat werkgevers een enorme waardering voor arbeidsmigranten hebben. Zij hebben vaak een persoonlijke band. Dat is anders dan bij uitzendbureaus. Daarnaast is er steeds meer behoefte aan de wat beter opgeleide arbeidsmigrant.’ Vanuit deelnemers kwamen diverse vragen of het Rijk niet meer regie moeten nemen op het hele huisvestingsvraagstuk. Moet er niet bijvoorbeeld een taakstelling worden ingevoerd? Moti pleitte voor een actieve rol van de provincie. ‘De provincie heeft veel beter zicht op en contact met gemeenten dan het Rijk. Nu is het te vrijblijvend voor gemeenten onderling. En uiteindelijk is de arbeidsmigrant daarvan de dupe.’ Marco Stam, wethouder wonen gemeente Dordrecht is een andere mening toegedaan. ‘De regio’s om me heen hebben alle dezelfde doelstelling. En dat is dat we veel meer dure woningen willen bouwen en veel meer hoge inkomens willen hebben.
Een taakstelling arbeidsmigranten daar bovenop bijt enigszins met elkaar.’ Stam lichtte de aanpak van de gemeente toe: ‘We zijn aan het kijken waar het vraagstuk zit en willen samen met ondernemers in Dordrecht en de regio kijken of we shortstay facilities kunnen organiseren om in ieder geval de eerste huisvesting te kunnen bieden. Ook kijken we hoe we de spreiding in de regio naar de reguliere woningmarkt vorm kunnen geven.’ Emile Jaensch portefeuillehouder wonen regio Holland Rijnland/burgemeester Oegstgeest. Holland Rijnland was in 2012 betrokken bij de ondertekening van de Nationale verklaring huisvesting arbeidsmigranten. ‘Er is in de tussentijd niet veel gebeurd. Alleen in gemeenten die het hoog op de eigen agenda hebben gezet, zijn er goede stappen gezet zoals met goede voorbeelden in Alphen aan den Rijn, Noordwijk en Katwijk.’ Jaensch ziet dat er wel meer draagvlak ontstaat dan in het recente verleden. ‘Je ziet dat binnen het flexwonen arbeidsmigranten met andere doelgroepen
2/4
kunnen worden gecombineerd. En jongeren zijn een groep met veel aandacht van de gemeenteraden.’ Jaensch is blij met de bijeenkomst: ‘Ik ben verheugd dat Anne Koning bereid is te zoeken naar ruimte aan de randen van gemeenten om dat BSD te kunnen benutten. Dat is bij ons echt nodig.’ Joris van den Bergh van de provincie Noord-Brabant, nam de toehoorders mee met enkele ervaringen uit zijn provincie. ‘Wij werken met zogeheten regiotafels. Voor deze netwerkbijeenkomsten worden alle relevante stakeholders rond de huisvesting van arbeidsmigranten uitgenodigd, zoals gemeenten -zowel ambtelijk als bestuurlijk-, uitzendbureaus, huisvesters, werkgevers, experts, maatschappelijke partijen en woningcorporaties. De provincie Noord-Brabant richt zich op kwalitatief aanjagen in plaats van kwantitatief: de aantallen wordt als context beschouwd, discussie wordt vooral gevoerd over het op orde krijgen van noodzakelijke randvoorwaarden; zoals beschikken over actueel beleid en organiseren draagvlak door beeldvormende avonden met de bevolking zodat marktpartijen ook hun rol kunnen pakken. Zo is er al veel beweging ontstaan in gemeenten en regio’s.’ Isabel van de Geer, Afdelingshoofd Woningbouw ministerie van BZK benadrukte het belang van samenwerking. ‘Wij zijn druk bezig in samenwerking met gemeenten, corporaties, marktpartijen en provincies het woningtekort aan te pakken.
Dan gaat het ook om betaalbaarheid, locaties en de benodigde financiële middelen. Zo heeft BZK vorig jaar geld toegekend aan gemeenten voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Van de beschikbare 50 miljoen euro in 2020, zijn 4.700 plekken gerealiseerd voor arbeidsmigranten. Ook dit jaar werken we weer aan zo’n regeling.’ In het slotgesprek deelde Dirk-Jan Knol, wethouder van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, enkele recente ervaringen over de aanpak van zijn gemeente. ‘Onze inzet was om goede huisvesting met een capaciteit van 600 eenheden te realiseren op de rand van een bedrijventerrein, in de buurt van voorzieningen en in combinatie met het vrijspelen van verkamerde woningen in het centrum. Dit proces werd doorlopen met de gemeenteraad, onder geheimhouding. We hebben ervoor gekozen in een keer naar buiten te komen. Maar dat viel niet goed bij omwonenden. Onze geleerde lessen zijn: ‘Les 1: zorg voor een transparant proces, van vaststelling van beleid tot realisatie. Les 2: zorg voor continue communicatie. Les 3: praat niet over maar ook met arbeidsmigranten.’ Frank van Gool van uitzendorganisatie OTTO Workforce: ‘Ik vind het belangrijk dat de onderkant van de markt wordt aangepakt. Voor de uitzendmarkt pleit ik voor een uitzendvergunning die door de overheid wordt uitgegeven zodat malafide uitzendbureaus worden aangepakt.
Als het gaat om de huisvesting pleit ik voor een verplichte certificering voor alle huisvesting van arbeidsmigranten. Een jaarlijkse APK-controle is belangrijk. Dat kan prima via de SNF-certificering. Daarnaast hebben we te maken met een groot beddentekort. Ik ben het ermee eens dat arbeids- en huurcontracten ontkoppeld moeten worden. Daarom zullen de komende jaren de B2B-markt zoals die nu in feite is moeten omvormen tot een B2C-markt.’ Van Gool heeft 2,5 jaar geleden huisvestingorganisatie KAFRA opgericht. ‘We hebben inmiddels 11 locaties kunnen realiseren. Er zijn genoeg plekken om dat te realiseren. Zeker met de medewerking van gemeentes kan dat heel snel. We zijn in Venray begonnen met het plan te ontwikkelen vorig jaar juli en de afgelopen week zijn de eerste arbeidsmigranten er in getrokken. In Zuid-Holland zijn 25.000 bedden te kort. Dan zouden we ongeveer 100 geclusterde woonvoorzieningen moeten ontwikkelen om op korte termijn de tekorten te kunnen wegwerken. Het kan niet allemaal binnenstedelijk. Dus je moet inderdaad die ruimte opzoeken. Ik zie dat in Brabant en Limburg goed gebeuren. Daar worden oplossingen richting het industrieterrein gevonden. Over het eerste jaar praten we altijd meer over logies. Daarna is het belangrijk dat je ook de sleutel van een eigen woning kunt geven, zoals Anne Koning dat bedoelt.’
Enkele fragmenten uit de workshops Over verbetermogelijkheden voor registratie van arbeidsmigranten Deelnemers gingen met elkaar in gesprek over de techniek en het verschil tussen het BRP en RNI, het belang van een nachtregister, het uitschrijven van arbeidsmigranten, verkrijgen van een DigiD, groepsgewijze inschrijving en een BRP-light.
3/4
Over bouwstenen en het belang van een goed gemeentelijk beleidskader Tijdens deze sessie werd ingegaan op het concept beleidsplan huisvesting arbeidsmigranten dat de gemeente Goeree Overflakkee bouwstenen moet bieden om te sturen op kwantiteit en kwaliteit. Het beleidsplan stelt dat huisvesting bij agrarische bedrijven de huidige praktijk is in de gemeente. Ondanks het advies van de commissie Roemer om baan en werk te scheiden, wil de gemeente deze manier van huisvesten onder voorwaarden toestaan. Er is immers weinig weerstand tegen en ook zorgen agrarische werkgevers over het algemeen goed voor hun arbeidsmigranten. De overige arbeidsmigranten zouden geclusterd in het buitengebied moeten worden gehuisvest. De gemeente stelt in het beleidsplan heldere kaders wat betreft kwaliteit, beheer en huurbescherming op deze nieuw te ontwikkelen locaties. Daarnaast wordt in het beleidsplan aandacht besteed aan het registratieproces, controle en handhaving, het communicatieproces en de integratie van de arbeidsmigrant die zich wil vestigen in de gemeente. Over draaiknoppen van versnelling voor huisvesting: experimenteerprojecten in Westland, Noordwijk en Sliedrecht In het experiment Noordwijk zijn drie locaties onderzocht die een combinatie mogelijk maken van huisvesting voor arbeidsmigranten en andere doelgroepen.
Investeren in het opbouwen van een duurzaam netwerk van stakeholders was een van de brandpunten in het experiment Sliedrecht. Het experiment Westland richtte zich op de mogelijkheden om huisvesting op tuinderspercelen te realiseren. Over de draaiknoppen van versnelling: ‘Begin bij het verkennen van ambities. Daarin schuilt veel gemeenschappelijkheid: het willen realiseren van kwalitatief goede en onafhankelijke, ruimtelijk goed ingepaste huisvesting voor een belangrijke groep werknemers. Praat pas daarna over de verschillende belangen.’ Over de kansen en kracht van regionale samenwerking De gemeenten in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden zetten in op gezamenlijke beleidsontwikkeling. Zo wil men voorkomen dat een waterbedeffect plaatsvindt. Er is periodiek ambtelijk en bestuurlijke overleg en contact met stakeholders. Er is besloten geen regionale huisvestingsverordening in te zetten als sturingsinstrument maar om op bestemmingsplanniveau het een en ander te regelen. Over excellent beheer als fundament voor behoud van draagvlak In zowel de gepresenteerde logiesvoorziening in Katwijk als Waalwijk is bij het totstandkoming een klankbordgroep van bewoners opgezet. Via deze lijn konden zij ook hun wensen rond het beheer aangeven. De negatieve publieke opinie over arbeidsmigranten wordt daarbij als een lastig vertrekpunt ervaren. De gemeente Katwijk: ‘Goed beheer werkt.
Door de logiesvoorziening ervaren we veel minder klachten uit woonwijken dan voorheen.’ Over de betekenis van de adviezen van de commissie Roemer voor gemeenten Mark Geers maakte deel uit van het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten: ‘De aanbevelingen zijn er zeker niet op gericht om de rol van de werkgevers bij de huisvesting terug te dringen en ook niet om de eigen verantwoordelijkheid van de arbeidsmigranten te ontkennen. Maar een contractuele scheiding tussen wonen en werk is wel hard nodig.’ Gemeenten zijn wat hem betreft vooral aan zet om de inschrijving goed aan te pakken en om ruimte te bieden aan marktpartijen om voldoende goede huisvesting te realiseren. Thomas Zwiers van de VNG dacht daar niet anders over, maar benadrukte wel dat gemeenten dan ook over de instrumenten moeten beschikken om dat mogelijk te maken. ‘Op gebied van de inschrijving in de BRP is het rijk daarbij aan zet. Op gebied van ruimtelijk beleid gaat de nieuwe Omgevingswet meer mogelijkheden tot maatwerk bieden en is verder samenwerking in regionaal verband en met de provincie nodig. Onder meer bij de ontwikkeling van bedrijvenlocaties.’
4/4