CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

210701 memo raad inzake verklaring van geen bedenkingen en RvS.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Definitieve omgevingsvergunning uitbreiding Mogema1.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo aan de Raad

Datum Portefeuillehouder

1 juli 2021 A.C. Sneevliet

Behandelaar Emailadres Zaaknummer Bijlagen

Aneta Haja aneta.haja@elburg.nl 82573 4

Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen van de raad en uitspraak Afdeling d.d. 9 mei 2018 Inleiding Tijdens de oordeelvormende bijeenkomst van uw raad op 28 juni 2021 (Het goede gesprek) over de verlening van de definitieve verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de uitbreiding van Mogema, is door LEV gewezen op uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) (ECLI:NL:RVS:2018:1511) waaruit LEV opmaakt dat de handelwijze van het college niet correct zou zijn. In deze uitspraak zou het college een verklaring van geen bedenkingen hebben opgesteld, wat volgens de Afdeling niet de bevoegdheid van het college is. Hieronder lichten wij deze uitspraak en de in de gemeente Elburg gehanteerde handelwijze rondom de verklaring van geen bedenkingen toe. Uitspraak 9 mei 2018 In de uitspraak van 9 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders zelf een ontwerp verklaring van geen bedenkingen opgesteld en deze samen met de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage gelegd, zonder het ontwerpbesluit van verklaring van geen bedenkingen eerst aan de gemeenteraad voor te leggen. De gemeenteraad heeft vervolgens de definitieve verklaring van geen bedenkingen afgewezen en het college heeft de definitieve omgevingsvergunning geweigerd.

De Afdeling heeft deze handelwijze afgekeurd, omdat het in strijd zou zijn met artikel 3.11 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Afdeling is van mening dat in geval een verklaring van geen bedenkingen is vereist, eerst een ontwerpbesluit over de verklaring van geen bedenkingen ter inzage moet worden gelegd waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend. De Afdeling overweegt ook dat uit artikel 3.11 Wabo en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wabo verder volgt dat dit ontwerpbesluit moet zijn opgesteld door het bestuursorgaan dat bevoegd is een verklaring van geen bedenkingen te geven. Reacties in de literatuur Deze uitspraak heeft tot veel disucssies geleid in de literatuur over de vraag of de raad nu wel of niet gebruik kon maken van kennis en kunde van het college en het ambtel ijk apparat voor wat betreft de voorbereiding van een verklaring van geen bedenkingen. In dit kader wordt verwezen naar de als bijlage 1 bij deze memo aangehechte annotatie van professor mr. A.G.A. Nijmeijer bij de uitspraak van 9 mei 2018 in AB 2018/221, waarin geconcludeerd wordt dat het niet in strijd is met de ratio achter de verklaring van geen bedenkingen als het college het doorzenden van de op de vergunningaanvraag betrekking hebbende stuken vergeze ld doet gaan van een door haar opgesteld ontwerpbesluit met betrekking tot de verklaring van geen bedenkingen.

Volgens prof. mr. Nijmeijer is het te alle tijde de taak van de gemeenteraad om naar aanleiding van het collegevoorstel een eigen standpunt in te nemen. Het ontwerpbesluit – dat uiteraard kan afwijken van

het voorstel van het college – moet vervolgens door de raad worden voorgesteld en als zodanig samen met het ontwerpbesluit omtrent de vergunningaanvraag ter inzage worden gelegd. Een dergelijke handelwijze waarbij d e gemeenteraad een besluit omtrent de verklaring van geen bedenkingen aan de hand van een door het college voorgesteld (en dus opgesteld) ontwerpbesluit neemt, doet volgens prof mr. Nijmeijer geen afbreuk aan de ratio achter de verklaring van geen bedenkingen. Hij wijst in dit kader naar de voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan, waarin ontwerpbestemmingsplannen ook op voorstel van een daartoe strekkend ontwerp van het college door de gemeenteraad worden vastgesteld. Bovenstaande lijn wordt bevestigd door de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 september 2019, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat het toegestaan is dat het ontwerp van een verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning door het college van burgemee ster en wethouders wordt voorbereid. Als de gemeenteraad in een vergadering instemt met het voornemen om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren, is sprake van een door de raad zelfstandig ingenomen standpunt. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldaan aan de tekst van artikel 3.11 lid 3 van de Wabo en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wabo.

De uitspraak van de rechtbank wordt als bijlage 2 bijgevoegd. Als bijlage 3 wordt het commentaar dat hierover door mr. M. Copier van Hekkelman advocaten is geschreven bijgevoegd. Handelwijze Elburg Gelet op de bovenstaande uitspraken en de literatuur, kan gesteld worden dat de in Elburg gehanteerde handelwijze ten aanzien van de voorbereiding van een uitgebreide omgevingsvergunning met projectafwijkingsbesluit 1 (ex artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3° van de Wabo) en de voorbereiding van het ontwerpbesluit van verklaring van geen bedenkingen juridisch correct is. Het ontwerpbesluit van verklaring van geen bedenkingen wordt door het ambtelijk apparaat voorbereid en door ons college samen met de ontwerp omgevingsvergunning aan uw raad conform het bepaalde in artikel 3.11 van de Wabo aan uw raad voorgelegd. Dat is ook gebeurd met het ontwerpbesluit van verklaring van geen bedenkingen van Mogema. Uw raad beoordeelt het voorstel en neemt een besluit over het al dan niet verlenen van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Uw raad is daarbij te allen tijde vrij om van het voorstel van ons college af te wijken en/of voorwaarden aan de verklaring te verbinden op grond van het bepaalde in artikel 2.27 lid 4 van de Wabo.

Artikel 2.27 lid 3 van de Wabo bepaalt hierbij wel uitdrukkelijk dat de verklaring van geen bedenkingen slechts geweigerd kan worden in het belang dat in de betrokken wet of algemene maatregel van bestuur is aangegeven. In dit geval is dat het belang van een goede ruimtelijke ordening, zoals bepaald in artikel 6.5 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 6.5 lid 1 van het Bro bepaalt immers dat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft ten behoeve van een omgevingsvergunning met projectafwijkingsbesluit zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3° van de Wabo. Nadat uw raad besloten heeft om het ontwerpbesluit van verklaring van geen bedenkingen af te geven, wordt deze samen met de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage gelegd gedurende zes weken. Gedurende deze periode kunnen zienswijzen tegen beide ontwerp besluiten ingediend worden. Indien er geen zienswijzen worden ingediend dan verlenen wij de definitieve omgevingsvergunning zonder eerst terug te gaan naar uw raad. Als er wel zienswijzen worden ingediend – zoals in het geval van Mogema – dan worden deze zienswijzen beantwoord en samen met het voorstel tot het afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen opnieuw aan uw raad voorgelegd.

Dit in overeenstemming met het door uw gemeenteraad op 28 november 2011 vastgestelde Lijst van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen vereist is. Deze Lijst wordt als bijlage 4 aangehecht.

1

Ten overvloede merken wij nog op dat het de wet is dat bepaalt in welke gevallen een uitgebreide voorbereidingsprocedure en een omgevingsvergunning met projectafwikingsbesluit wordt toegepast, namelijk artikel 3.10 lid 1 onder a van de Wabo. Het betreft gevallen waarin niet door middel van een binnenplanse afwijking of een kruimelgeval van artikel 4 van Bijlage II van het Bor afgeweken kan wordt van het bestemmingsplan en waarbij een projectafwijkingsbesluit als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a onder 3° van de Wabo mogelijk is.

Nadat uw raad kennis heeft genomen van de ingediende zienswijzen en de beantwoording ervan, kan uw raad opnieuw besluiten om wel of niet een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven. Ook hier kan de verklaring alleen geweigerd worden in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Mocht uw raad besluiten om de definitieve verklaring van geen bedenkingen te weigeren, dan moeten wij op grond van het bepaalde in artikel 2.20a van de Wabo ook de definitieve omgevingsvergunning weigeren. Wij hopen met de bovenstaande toelichting over de handelwijze van de verlening van een verklaring van gen bedenkingen uw raad voldoende te hebben geïnformeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=03f7eb79-5134-41a5-a0ff-5af40024642f