CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

210608 Raadsbrief bijlage Jaarverslag 2020 Jeugdhulp.versie1.31mei2021.pdf

Beeldvorming 21 juni 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Voortgangsrapportage grote projecten (alleen RO en Financiën)5.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag 2020

Programmagelden jeugdhulp en uitvoeringskosten Meerinzicht

Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Zeewolde

VERSIE 1, 31 mei 2021

Inhoudsopgave Inleiding

4

Hoofdstuk 1 Reguliere programmagelden jeugdwet 2020

6

Hoofdstuk 2 Overige kosten jeugdhulp 2020

12

Pagina 1

1. Inleiding Voor u ligt het jaarverslag 2020 Programmagelden Jeugdhulp van de in de Noord-Veluwe samenwerkende gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Zeewolde. Het jaar 2020 was in alle opzichten een bewogen jaar. De maatregelen om de effecten van het Coronavirus te dempen, hadden grote impact op het dagelijks leven en de gezondheid van onze inwoners en ondernemers. Dat vroeg om het anders organiseren van zorg en ondersteuning voor inwoners in de uitvoering van de Jeugdwet. Wellicht hebben door de maatregelen en richtlijnen niet alle inwoners direct de zorg en ondersteuning gekregen die ze nodig hadden en in normale omstandigheden zou zijn ingezet. Effecten van uitgestelde zorg, langdurig thuisonderwijs, gemis aan culturele en sportieve activiteiten en verlies van baan of bedrijf zullen ook in 2021 zichtbaar zijn. De crisis vroeg flexibiliteit van de medewerkers, die thuis en op het werk ook de effecten van Corona voelden. De richtlijnen leidden ertoe dat dienstverlening aan inwoners en zorgaanbieders doorgang kon vinden en tegelijkertijd anders moest worden ingericht. Met vereende inzet en veerkracht in de organisatie is binnen de maatregelen en richtlijnen hard gewerkt om iedereen daar waar mogelijk de juiste zorg en ondersteuning te geven. Tegelijkertijd vonden ook de reguliere processen doorgang.

De verantwoording over 2020 over de reguliere programmagelden is niet los te zien van de Coronacrisis. In 2020 waren niet alleen de effecten zichtbaar in de reguliere uitvoering van de Jeugdwet maar heeft Meerinzicht ook uitvoering gegeven aan de continuïteitsregeling en de meerkostenregeling. Medewerkers van Meerinzicht (financieel adviseurs, beleid, contractmanagement, huisadvocaat, businesscontrol) hebben in een regionale werkgroep samengewerkt met beleidsmedewerker Wmo en financieel adviseurs van de gemeente Putten om de Covid-19 gerelateerde regelingen uit te werken ten aanzien van de inhoudelijke regeling, de rechtmatigheid, voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming, communicatie met zorgaanbieders en uitvoering van de regeling. Continuïteitsbijdrage jeugdhulp Bij collegebesluit in april 2020 is door de colleges van de deelnemende gemeenten ingestemd met het uitvoeren van Rijksbeleid met als doel om, gezien de coronacrisis, de zorgstructuur in stand te houden over de periode van 1 maart tot en met 1 juni 2020. Concreet hield dit besluit in dat werd ingestemd met het in het leven roepen van een continuïteitsbijdrageregeling voor aanbieders, die over het jaar 2020 in vergelijking met het jaar 2019 als gevolg van de Corona maatregelen geconfronteerd werden met een omzetdaling. Deze landelijke regeling is uiteindelijk met een maand verlengd tot 1 juli 2020.

Bij brief van 7 april 2020 zijn de aanbieders door de Inkoopsamenwerking Noord Veluwe (ISNV) aangeschreven over de landelijke regeling en de mogelijkheid om een voorschot te ontvangen. Het doel is om de continuïteit van de aanbieders te waarborgen. Het middel is een regeling waarin de omzetdaling in 2020 gecompenseerd wordt tot maximaal het niveau van de omzet in 2019. Op regionaal niveau zijn de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Zeewolde ten aanzien van jeugdhulp tot de conclusie gekomen dat het een specifieker en zorgvuldiger beeld geeft om de continuïteitsbijdrage op regionaal niveau vast te stellen. Aangezien op het niveau van de ISNV is gecontracteerd komt het bij jeugdhulp regelmatig voor dat over een periode door een jeugdhulpaanbieder meer zorg is geleverd aan inwoners van één gemeente en dit een periode hierna verschuift naar een andere gemeente. Dit wisselende beeld is veel minder terug te zien bij Wmo-aanbieders. Om deze reden is er voor de regeling continuïteitsbijdrage voor jeugdhulpaanbieders besloten om de regeling op regionaal niveau (met uitzondering van de gemeente Putten) vast te stellen. Het voorgaande is besloten zodat ook een nauwkeuriger beeld wordt verkregen van de, als gevolg van de coronacrisis, niet geleverde hulpverlening door de aanbieder.

Deze werkwijze heeft ook een aanzienlijk financieel voordeel opgeleverd (naar schatting enkele tonnen minder aan kosten voor de gemeenten). In hoofdstuk 1 wordt de financiële impact van de regeling binnen de Jeugdwet behandeld. Voor Wmo-aanbieders is een vergelijkbare regeling opgesteld, met het verschil dat de omzetvergelijking tussen 2019 en 2020 niet op regionaal niveau (met uitzondering van Putten), maar op het niveau van de individuele gemeente plaatsvindt, omdat de hulpverlening aan gemeenten door een Wmo-aanbieder minder fluctueert. Daarnaast is de financiële administratie bij de Wmo, in tegenstelling tot bij Jeugd, op lokaal (en niet regionaal) niveau georganiseerd. Een voorbeeldbrief is als link opgenomen om te informeren hoe de regeling naar aanbieders is gecommuniceerd.

Pagina 2

Meerkosten Wmo en jeugdhulpaanbieders De VNG en het Rijk hebben afspraken gemaakt over het bieden van financiële zekerheid en ruimte aan zorgorganisaties en professionals die werkzaam zijn in het sociaal domein. Eén van de afspraken van het Rijk en de VNG betreft het gedeeltelijk vergoeden van de meerkosten die aanbieders maken om aan de overheidsmaatregelen en richtlijnen van het RIVM te kunnen voldoen. De afspraken over de meerkosten zijn neergelegd in de “Uitwerking meerkosten Jeugdwet en WMO –VNG en Rijk”. Op basis hiervan is de regeling meerkosten op basis van regionale samenwerking tussen beleid, contractmanagement, financieel en juridisch adviseurs opgesteld en in ISNV verband ondertekend. Deze regeling betreft de tegemoetkoming van meerkosten vanaf 13 maart tot en met 31 december 2020. Op basis van een collegebesluit is de totale bijdrage aan zorgaanbieders gemaximeerd tot het bedrag dat de brongemeenten van het Rijk ontvangen hebben ter compensatie. DVO bedrijfsbureau Jeugd Meerinzicht In de zomer 2020 is het proces opgestart om te komen tot een nieuwe DienstVerleningsOvereenkomst (DVO) met Meerinzicht en de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek (NEO) voor de uitvoering van de bedrijfsbureau Jeugd-taken. Eind 2020, begin 2021 is de nieuwe opgestelde DVO bestuurlijk bekrachtigd en ter uitvoering gebracht. Voor de EHZ gemeenten worden de taken m.b.t.

het bedrijfsbureau Jeugd opgenomen in uitvoeringsovereenkomst tussen Meerinzicht en de brongemeenten. In het nieuwe DVO zijn scherpere afspraken gemaakt over de exacte uitvoering van de taken. Hierbij is er open gesproken over verwachtingen naar elkaar toe en hier is binnen de kaders zoveel als mogelijk aan tegemoet gekomen. De nieuwe DVO bedrijfsbureau jeugd komt tegemoet aan lokale wensen ten aanzien van contractmanagement. Tevens is een financiële doorberekening opgesteld om de kosten van de genoemde taken inzichtelijk te maken. Op basis van deze fixed price, worden de genoemde taken uitgevoerd. Wanneer er extra taken gewenst zijn, zullen hier aanvullende afspraken tussen de gemeente(n) en Meerinzicht over worden gemaakt.

Pagina 3

Hoofdstuk 1 Reguliere programmagelden jeugdwet 2020 In dit hoofdstuk worden de reguliere programmagelden van de Jeugdwet behandeld. Belangrijk om te vermelden is dat de tabellen ten aanzien van de verstrekkingen, cliënten en unieke cliënten mogelijk afwijkende cijfers bevatten dan eerdere rapportages (o.a. Q-rapportages). De cijfers kunnen afwijken omdat de cliëntenadministratie met terugwerkende kracht cliënt-mutaties verwerkt. Dit betreft onder andere nagekomen facturen van zorg geleverd voor 2020. Hierbij worden de lasten in het boekjaar 2020 verwerkt indien bij het opstellen van de jaarrekening van dat betreffende boekjaar deze posten nog niet in beeld waren. De indicatie en cliëntgegevens worden echter verwerkt in de periode waar de zorg geleverd is. De producten jeugdhulp met verblijf (residentieel/pleegzorg) en jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR) vallen voor Zeewolde onder de inkoop in de regio Flevoland. De betalingen hiervoor lopen niet via Meerinzicht, enkel de toewijzingen. Aangezien in dit hoofdstuk de programmagelden worden toegelicht, worden voor Zeewolde ook de data vanuit de Aankoopcentrale meegenomen en in een voetnoot worden vermeld om een zo compleet mogelijk overzicht te geven.

Afname aantal cliënten, toename complexiteit en kosten In het boekjaar 2020 heeft net als in 2019 een afname van het aantal cliënten plaatsgevonden, terwijl tegelijkertijd de uitgaven wel gestegen zijn. In het begin van 2020 waren er 4.152 unieke cliënten, eind 2020 was dit aantal afgenomen tot 3.816. De grootste afname ontstond in de eerste helft van 2020. Instroom en Uitstroom Unieke cliënten inzake de regio Regio

Stand per

Instroom

Uitstroom

1-1-2020 4.152

Stand per

Toe/afname per

31-12-2020 1.376

1.712

3.816

Stand per

Toe/afname

31-12-2020 31-12-2019

in 2019

-336

3.451

-666

1

Landelijk is een tegenovergesteld beeld te zien. Uit het AEF onderzoek blijkt dat het aantal cliënten in jeugdhulp de afgelopen jaren is gestegen.1 De instroom is in die jaren constant gebleven. De stijging in het aantal cliënten wordt veroorzaakt doordat het landelijke totaalbeeld laat zien dat de uitstroom structureel lager is dan de instroom. De grootste afname in het aantal cliënten in de regio Noord Veluwe ontstond in de eerste helft van 2020. Door de Coronacrisis was de inzet van zorg ook niet altijd mogelijk. Sommige zorg is daardoor niet, of niet direct ingezet of afgeschaald. Maar dit is niet te koppelen aan de landelijke trend waarbij cliënten aantallen toenemen. Er is bij een aantal cliënten sprake van meerdere voorzieningen. Daar waar de regio per 1 januari 2020 4.152 unieke cliënten kende, werden aan die cliënten op 1 januari 2020 in totaal 5.161 voorzieningen verstrekt. Hieronder zijn de ontwikkelingen in 2020 weergegeven. Instroom en Uitstroom o.b.v. verstrekkingen aan cliënten inzake de regio Stand per

Instroom

Uitstroom

Stand per

Toe/afname per

Stand per Toe/afname

1-1-2020

per periode

per periode

31-12-2020

31-12-2020

31-12-2019

in 2019

Ambulant

1.556

673

678

1.551

-5

1.374

-78

Dyslexie

275

188

152

311

36

263

-8

GGZ

2.432

919

1.320

2.031

-401

1.792

-674

JB/JR

405

146

123

428

23

393

4

Pleegzorg

221

62

63

220

-1

224

-6

Residentieel

272

105

154

223

-49

255

-51

5.161

2.093

2.490

4.764

-397

4.301

-813

Domein

Totaal

1

AEF, ‘Stelsel in groei - Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’ (december 2020), 13-15.

Pagina 4

staande grafiek geeft weer wat de gemiddelde looptijd van de afgegeven indicaties per zorgdomein en per kwartaal is.

figuur 1 De uitgaven bij de regionaal samenwerkende gemeenten stegen met 9,4% euro ten opzichte van 2019 naar 48,2 miljoen. Tabel 1.2 Ontwikkeling kosten Jeugdhulp regiogemeenten EHZNEO

Rekening

Rekening

2019

2020

Ambulante Jeugdhulp

14.081.000

15.968.000

GGZ

10.170.000

10.508.000

Dyslexie

835.000

956.000

Pleegzorg

2.612.000

2.808.000

Jeugdbescherming en reclassering

2.900.000

3.302.000

Residentiële jeugdhulp

12.617.000

11.931.000

849.000

689.000

0

1.454.000

Overig Overig-Covid-19 Continuïteitsbijdrage Overig-Covid-19 Meerkostenregeling*

345.000

Woonplaatsbeginsel oude jaren

0

434.000

Innovatie

0

-174.000

44.064.000

48.221.000

Totaal

*= deze kosten worden gedekt door de ontvangen rijksbijdragen meerkostenregeling COVID-19 1e tranche ( juni 2020).

Pagina 5

De forse verhoging van de kosten is slechts voor een deel te verklaren als gevolg van de toegepaste indexatie van 2,36%. De toename van de kosten is met name te verklaren door complexere problematiek bij de cliënten die in zorg zijn en de verschuiving naar hoog specialistische zorg. Dit uit zich in intensievere (duurdere zorg) en langdurende zorg. Dit komt overeen met de landelijke trend waarbij sinds 2015 de kosten per cliënt per jaar met 16% gestegen zijn.2 De grootste relatieve stijging in uitgaven is te constateren bij de onderdelen ambulant en JB/JR. De residentiële voorzieningen dalen ook in 2020. Regionale doelstellingen Op regionaal niveau werken de deelnemende gemeenten samen om te komen tot goede zorg binnen budget. Hierbij staat het versterken van het gewone leven centraal. In 2020 is gestart met het uitwerken van de op bestuurlijk niveau vastgestelde strategische doelen binnen de regio Noord Veluwe. De uitgangspunten hierbij zijn het beter betaalbaar maken van de zorg, sneller de juiste hulp inzetten, gezin versterken en slimmer werken. Hieraan zijn operationele doelen en inspanningen gekoppeld. Minder kinderen residentieel Een van de doelstellingen is om minder kinderen residentieel te plaatsen en meer in te zetten op intensieve ambulante begeleiding thuis. Residentiële jeugdhulp is een van de duurdere productgroepen en is inhoudelijk de minst wenselijk optie.

Daarnaast is het streven om geen kinderen van 0-12 jaar residentieel te plaatsen. Om deze doelstelling te bereiken is in 2020 op verschillende gebieden ingezet om een afbouw te realiseren en vervangende intensieve ambulante producten te ontwikkelen. Binnen het project actieve regie is op gemeenteniveau gekeken naar de duurste residentiële casussen. Onderzocht is of de jongere de juiste hulp krijgt en of er een perspectiefplan aan ten grondslag ligt. Daarnaast is ingezet op de doelgroep 18-/18+ waarbij wordt ingezet op een goede overgang zonder dat dit onnodig drukt op het jeugdhulpbudget. Hierbij waren ook enkele jongeren binnen residentiële setting. Het vroegtijdig opstellen van een perspectiefplan tussen jeugdige en aanbieder staat hierbij centraal. In 2020 is ook een start gemaakt met het opstellen van een bovenregionaal plan voor de afbouw van JeugdzorgPlus. Dit komt voort uit de landelijke opdracht om via de vastgoed transitiegelden een begin te maken met gezamenlijke afbouw JeugdzorgPlus plaatsen op landelijk niveau. In de regionale cijfers is een lichte stijging binnen JeugdZorgPlus te ontdekken op. Gezamenlijk met JeugdZorgPlus zorgaanbieders en gemeenten wordt gewerkt richting een afbouw van de JeugdZorgPlus plekken. Gemeente Ermelo is als coördinerende gemeente aangewezen voor de Groot Emaus locatie met 16 JeugdzorgPlus plekken van ‘s-HeerenLoo.

Zoals eerder genoemd neemt de complexiteit van de problematiek onder jeugdigen toe. Dit signaleren zowel de toegangsteams als zorgaanbieders. Ondanks de complexiteit is het streven om direct de juiste zorg in te zetten en een goede analyse te maken. Bij zeer complexe problematiek binnen de regio Noord Veluwe en Zeewolde is er een Regionaal Expertteam (RET) dat zorgt voor passende en integrale hulp bij zeer complexe zorgvragen waar aanbieders geen standaard aanbod voor hebben of kunnen creëren. Vaak gaat het hier om specifieke residentiële zorg in combinatie met aanvullende zorg op meerdere leefgebieden zoals werk, inkomen ,huisvesting of WMO voorzieningen. In 2020 is gestart met de realisatie van een bovenregionaal expertisecentrum (BOEG - G7 niveau) die is bedoeld voor weinig voorkomende specialistische en vaak zeer dure casussen die niet door de RET opgelost kunnen worden. Op deze manier hopen we de beweging te maken om ook bij complexe casussen sneller en kwalitatief goede jeugdhulp in te zetten, passend bij de problematiek van de jeugdige. De gemeente Zeewolde kan voor complexe problematiek opschalen naar de regionale experttafel in Flevoland. Hier wordt de complexe casuïstiek besproken en naar een passende zorg gekeken. Bij zeer complexe uitzonderlijk problematiek kan gebruik worden gemaakt van het expertisenetwerk.

De bovenregionale tegenhanger van BOEG voor de regio Flevoland/Utrecht.

2

AEF, ‘Stelsel in groei - Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’ (december 2020), 15.

Pagina 6

Als uithuisplaatsing toch onvermijdelijk is wordt gekeken naar de best mogelijke plaatsing. Pleegzorg neemt hierbij een steeds belangrijkere plaats in binnen het zorglandschap. De trend van afname in aantal verstrekkingen in 2019 heeft zich niet doorgezet naar 2020. Zowel in de gemeente Harderwijk als Zeewolde is een sterke stijging van het aantal cliënten met pleegzorg zichtbaar (+12) ten opzichte van vorig jaar.3 Ook is ingezet om nieuw aanbod te ontwikkelen om uithuisplaatsingen te voorkomen. In 2020 is de pilot FACT (intensieve ambulante systeemgerichte behandeling) omgezet in een vast product. De pilot was onderdeel van de innovatieprojecten. Het FACT-jeugdteam komt in beeld bij complexe problematiek waar andere hulp niet genoeg heeft geholpen. Het team bestaat uit behandelaars van verschillende organisaties. Alle organisaties in het team hebben hun eigen kennis. Door de samenwerking kan het team de juiste intensieve systeemgerichte ambulante hulp bieden en mogelijk voorkomen dat er residentieel geplaatst moet worden In 2021 wordt deze inzet gemonitord en de eerste resultaten daarvan zichtbaar. Ook voor Zeewolde is een FACT team uit de regio Flevoland beschikbaar en wordt ingezet. De doelstelling die is gesteld om residentiële plaatsingen af te bouwen is de afgelopen twee jaar behaald. Er worden verdere stappen gezet om verdere afbouw te realiseren in toekomstige jaren.

Jeugdbescherming/Jeugdreclassering In de gemeenten Ermelo en Harderwijk is een stijging zichtbaar in de uitgaven aan JB/JR maatregelen. Deze trend is ook zichtbaar op regionaal en landelijk niveau.4 Deze stijging wordt veroorzaakt door langere trajecten en door toename van het aantal cliënten. In de gemeente Zeewolde is een lichte daling in de uitgaven zichtbaar maar een toename van het aantal unieke cliënten (inclusief aantallen Flevoland). In Ermelo is wel een stijging uitgaven te zien maar een daling cliënten. Over het algemeen zijn de trajecten langer en daarmee duurder geworden . Voor een deel omdat eenjarige trajecten OTS en overlopen naar tweejarige trajecten. Ook het aantal JB en JR maatregelen stijgt hetgeen ook kostenverhogend heeft gewerkt in 2020. De doelstelling is om meer grip te krijgen op de toename instroom en uitgaven. Alhoewel gemeenten weinig invloed hebben op het afgeven van de ondertoezichtstellingen wordt sinds twee jaar op bovenregionaal stappen gezet om samen met de gecertificeerde instellingen (GI's) te komen tot kwalitatief goede zorg en toe te werken naar afschaling. Daarnaast wordt ingezet aan de voorkant om echtscheidingsproblematiek in een vroeg stadium te signaleren. Er is een link te leggen tussen de toename OTS maatregelen en echtscheidingsproblematiek.

In de contractafspraken met de GI’s in de regio Noord Veluwe voor de gemeenten Ermelo en Harderwijk is voor de lopende contractperiode tot 1-1-2022 bepaald dat vanaf 2019 er een daling van 5% Ondertoezichtstellingen (OTS) per jaar moet worden gerealiseerd. De maatregelen, die daarvoor zijn ingezet, hebben tot op heden nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Net als in 2019 is ook in 2020 een behoorlijke toename (13.9%) van de uitgaven JB/JR maatregelen te zien. Zowel het aantal OTS <1 jaar en het aantal OTS >1 jaar zijn toegenomen. Dit is overigens een trend die niet alleen in onze regio voorkomt, maar ook in andere Gelderse regio’s. Daarvoor is in samenwerking met de GI’s, Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en regio’s de Gelderse Verbeter Agenda Jeugdbescherming opgesteld. Er wordt toegewerkt naar gelijke contractvoorwaarden, monitoring en kostprijzen op bovenregionaal niveau die op lokaal niveau worden toegepast. Door het verbeteren van de netwerksamenwerking, het meer standaardiseren om administratieve lasten te verlichten en afspraken over organisatie en uiteraard targets in uitvoering zal in 2021/2022 geïntensiveerd en met een andere insteek gewerkt worden aan het volume en kostenaspect. De activiteiten m.b.t. de verbeteragenda worden op dit moment uitgewerkt en geïmplementeerd.

In beide regio’s worden maatregelen genomen om de instroom en uitgaven in de toekomst te stabiliseren en verminderen. In de komende jaren moet blijken of de maatregelen zich doorvertalen in de uitgaven.

3 4

Aantal cliënten pleegzorg Zeewolde (regio Flevoland) cliënten 2019: 47 - cliënten 2020: 59. AEF, ‘Stelsel in groei - Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’ (december 2020), 14.

Pagina 7

Minder GGZ uitgaven De productgroep geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is al jaren een groot onderdeel van de uitgaven jeugdhulp. De trend van daling in het aantal cliënten is de afgelopen jaren ingezet. Bij de deelnemende gemeenten zijn lokale pilots gestart die als doel hebben om GGZ verwijzingen te voorkomen en kortdurende en gerichte ondersteuning te kunnen bieden. Zo zijn bij de gemeenten in de Veluwe in 2019 GGZ-expertise in de huisartsenpraktijken gebracht. Deze professionals zijn afkomstig van lokale CJG’s en van jeugdhulpinstellingen voor basis- en specialistische GGZ. In Zeewolde sluit sinds 2020 een professional vanuit team Jeugd Zeewolde aan bij de huisartsen. Doel van de inzet van de gemeenten is om GGZ problematiek in een vroeger stadium te signaleren en betrokken worden voor de juiste verwijzing. Het is nog te voorbarig om een direct verband tussen de inzet van GGZ expertise bij huisartsen en de daling in het aantal GGZ cliënten te bevestigen. Naar verwachting zullen de pilots (blijven) bijdragen aan vermindering instroom en betere inzet GGZ zorg. Dit raakt ook de constatering dat de uitgaven in twee gemeenten licht zijn toegenomen. Dit kan worden verklaard doordat met name bij een aantal (hoog) specialistische GGZ aanbieders de aanmeldingen toenemen.

De grootste daling is zichtbaar bij de specialistische GGZ als gevolg van verschuiving van dit product naar Hoog Specialistische Zorg . Als reden wordt door aanbieders genoemd dat de problematiek complexer wordt. In 2020 is een begin gemaakt om voor de gemeenten casusonderzoek te doen naar de verschuiving specialistisch - hoog specialistisch. Aan de hand van deze uitkomsten wordt in 2021 actie ondernomen om bij te sturen op de hoog specialistische GGZ. Daling Ambulante jeugdhulp Binnen de strategische doelen wordt ingezet op het bewerkstelligen van een daling in de toewijzingen ambulante Jeugdhulp. In de gemeenten Ermelo en Zeewolde is een lichte daling in het aantal cliënten te zien die ook in 2019 zichtbaar was. In de kwartaalgesprekken geven de zorgaanbieders aan dat tengevolge van Covid-19 er mogelijk minder aanvragen zijn gedaan voor hulp of dat hulpverlening later is ingezet wat respectievelijk een dalen gevolg heeft gehad voor aantal unieke klanten en verstrekkingen. Het thema tijdig afschalen van zorg en het thema tijdig afschalen van zorg en samenwerking met de voorliggende keten is terugkerend onderwerp van gesprek met zorgaanbieders. Gedurende 2020 blijft de gemiddelde looptijd korter dan 1 jaar. In Harderwijk is er opnieuw een stijging in het aantal cliënten.

Dit is mede veroorzaakt door een lokale aanbieder die in 2020 een contract heeft gekregen voor onder andere ambulante begeleiding. Deze aanbieder biedt laagdrempelige hulpverlening op het snijvlak van onderwijs en jeugdhulp. Tot 2019 werden voor deze ondersteuning PGB’s afgegeven. Er zijn gesprekken met de zorgaanbieder om de grens tussen jeugdhulp en onderwijs scherper neer te zetten. Huiswerkbegeleiding wordt bijvoorbeeld uitgesloten van vergoeding op basis van de Jeugdwet ook in combinatie met andere wel declarabele producten. De uitgaven voor ambulante jeugdhulp nemen in alle drie de gemeenten toe. Dit is ook zichtbaar in de regionale cijfers. Ook bij deze productgroep noemen zorgaanbieders als reden dat de problematiek complexer wordt wat voor een langer en daardoor duurder traject zorgt. Voor een groot deel is deze stijging ontstaan door een toename van ambulante behandeling specialistisch en begeleiding (groep) specialistisch. Een ander deel is te verklaren door indexatie. Vanuit de Q-gesprekken wordt door de zorgaanbieders vooral aangegeven dat de problematiek die wordt verwezen door CJG en GI’s als complexer wordt ervaren en dat vaker ingezet moet worden op hogere zorgzwaarte en intensiteit van zorg en het betrekken van meerdere interne medewerkers tijdens een zorgtraject.

Aan de andere kant kan deze trend passen binnen de inzet intensieve ambulante hulp ter voorkoming en vervanging van uithuisplaatsingen. In 2020 is de pilot FACT (intensieve ambulante systeemgerichte behandeling) omgezet in een vast product. In 2021 wordt deze inzet gemonitord en de resultaten daarvan zichtbaar. Dan kunnen ook conclusies worden getrokken of verschuiving van residentieel naar intensief ambulant daadwerkelijk plaatsvindt of dat er andere redenen aan de stijging van uitgaven ambulant aan ten grondslag liggen.

GroeneLaantje 35

Pagina 8

Hoofdstuk 2 Overige kosten jeugdhulp 2020 Covid-19 gerelateerde kosten In de inleiding zijn de bijzondere regelingen aan bod gekomen, die in 2020 tot stand zijn gekomen vanwege Covid-19. Naast de regionale regelingen zijn er landelijk afspraken gemaakt ten aanzien van aanbieders die vallen onder het landelijk transitie arrangement. In onderstaande tabellen is het totaal van de LTA bekostiging, de continuïteitsregeling en de meerkostenregeling weergegeven. Specificatie Continuïteitsbijdrage COVID-19 periode maart t/m juni 2020 m.b.t. Jeugd 2020 Regio

Regio

Continuïteitsbijdrage excl. LTA

Continuïteitsbijdrage LTA

Continuïteitsbijdra ge incl. LTA

Uitbetaalde voorschotten

Uitbetaalde bedragen LTA

Per saldo te vorderen op zorgaanbieders ultimo 2020

1.449.216

4.865

1.454.081

2.265.665

4.865

811.584

Specificatie Meerkostenregeling COVID-19 m.b.t. Jeugd 2020 Regio

Regio

Meerkostenregeling

Verwachte kosten

COVID-19 *

nog te betalen aan Zorgaanbieders *

388.287

388.287

Saldo

0

*= berekening is gebaseerd op de door de gemeenten ontvangen rijksbijdrage meerkosten COVID19 in juni 2020 (1e tranche)

Compensatieregeling Voogdij/18+ 2021 Een deel van rijksbudget voor de gemeenten voor de uitvoering van jeugdhulp bestaat uit geld voor kinderen met een voogdijmaatregel en voor 18+ers. Een aantal gemeenten ervaart een verschil tussen het budget dat zij op grond van de beleidsinformatie krijgt toegewezen en de werkelijke kosten voor voogdij en 18+. Om de verschillende soorten problemen met de verdeling van het (historisch verdeelde) budget voor kinderen met een voogdijmaatregel en voor 18+ers op te lossen, is de compensatieregeling voogdij/18+ door het Rijk ingericht. Vanwege het feit dat de invoering van het woonplaatsbeginsel is uitgesteld naar 1 januari 2022 is het budget voor voogdij/18+ door het Ministerie van VWS ook in 2021 nog apart op basis van historisch zorggebruik 2019 verdeeld. Zoals reeds vermeld in het Jaarverslag 2019 Meerinzicht en in de Q-rapportages 2020 heeft Ermelo voor 2019 te maken met fors hogere kosten op het onderdeel Residentieel. Dit heeft tot gevolg dat door Meerinzicht een berekening op cliëntniveau is gemaakt inzake de gemeente Ermelo en dat Meerinzicht ultimo september 2020 de aanvraag voor ca. € 1,6 mln. voor de gemeente Ermelo voor compensatie bij het Ministerie van VWS heeft ingediend. VWS heeft als reactie op de ingediende aanvraag enkele detailvragen gesteld waarop de administratie Meerinzicht deze vragen heeft beantwoord.

Ultimo oktober 2020 heeft VWS positief gereageerd op de beantwoording van de vragen door Meerinzicht met als gevolg dat een bedrag van € 1.622.083 is toegekend aan de gemeente Ermelo. Deze toekenning heeft plaatsgevonden door het opnemen voor Ermelo van genoemd bedrag in de decembercirculaire van 2020 voor het jaar 2021. Afwikkeling innovatiegelden 2018 In het boekjaar 2018 zijn regiobreed (exclusief gemeente Zeewolde) voor de innovatieprojecten Jeugd verplichtingen aangegaan voor een totaal van € 939.000. In 2018 is voor deze projecten voor in totaal ca. € 111.000 aan facturen betaald. Het resterende bedrag ad € 828.000 is in het jaarrekeningtraject 2018 reeds afgerekend (als vooruitontvangen bedragen) met de regiogemeenten. Voor 2019 en 2020 zijn regiobreed voor een totaal van ca. € 625.000 aan facturen betaald aan zorgaanbieders. Door het feit dat reeds is in 2018 is afgerekend met de gemeenten, komt genoemd bedrag van € 625.000 ten laste van de post “vooruitontvangen”. Het resterende saldo innovatieprojecten Jeugd regiobreed bedraagt per 31

Pagina 9

december 2020 ca.€ 203.000 . Ultimo 2020 zijn alle 3 innovatieprojecten afgerond opdat het restant saldo ad € 203.000 (inclusief gemeente Putten € 29.027) in het jaarrekeningtraject 2020 is teruggegeven aan de gemeenten. De specificatie per gemeente is separaat verstrekt aan de gemeenten. Afwikkeling innovatiegelden 2018 in jaar 2020 Regio

Restant verplichting

Betaald in

Afgewikkeld

Saldo per

2020

2020

in 2020

31-12-2020

Regio

556.782

353.795

202.987

0

Totaal

556.782

353.795

202.987

0

Afwikkeling nog te betalen (NTB) 2019 inzake zorgaanbieders In navolging op het vermelde in de Q3-rapportage 2020 bedraagt het resterend saldo ultimo 2020 (betalingen verwerkt tot 18-02-2021) voor de gehele regio € 199.590 (inclusief gemeente Putten). In overleg met de financials van de gemeenten is dit resterend saldo in de jaarrekening 2020 verwerkt als vrijval en dus afgewikkeld met de gemeenten. De situatie kan zich voordoen dat in de komende jaren de zorgaanbieders nog declaraties indienen over 2019. Restrictie voor betaling van deze declaraties is natuurlijk dat er een geldige indicatie aan ten grondslag ligt en dat deze declaraties binnen de wettelijke termijn van 5 jaar zijn ingediend. Als het bovenstaande zich voordoet, dan worden deze kosten over ‘oude’ declaratiejaren verwerkt in het lopende exploitatiejaar. De specificatie nog te betalen 2019 per gemeente is verstrekt aan de financials van de desbetreffende gemeenten. Afwikkeling nog te betalen (NTB) 2019 aan zorgaanbieders in jaar 2020 Regio Nog te betalen

Betaald in

Betaald in

Afwikkeling 2020

2019

2020

2021

(vrijval)

Regio

4.366.776

4.161.352

5.835

199.590

Totaal

4.366.776

4.161.352

5.835

199.590

Afwikkeling facturen jaren 2015 t/m 2017 en 2018-2019 Meerinzicht heeft enkele dossiers met betrekking tot onderhandelingen met zorgaanbieders over de afwikkeling over de jaren 2015 t/m 2017 overgenomen van de inmiddels geliquideerde RNV. In onderlinge afspraak tussen RNV en Meerinzicht is de datum van overdracht gesteld op 31 december 2018. Als restant zijn in 2020 twee van deze dossiers/posten over de jaren 2015-2017 met de zorgaanbieders afgewikkeld, namelijk Indigo en William Schrikker Groep voor een totaal van € 13.984. Daarnaast zijn facturen ontvangen van de gemeenten Almere, Putten en Zwolle voor een totaal van € 221.325. Het betreffen facturen wijziging Woonplaatsbeginsel ( WPB) over de jaren 2016 en 2017. Genoemde facturen zijn gecontroleerd door de administratie Meerinzicht en hierna betaalbaar gesteld in 2020. De specificatie van het overzicht af te wikkelen kosten over de jaren 2015 t/m 2017 is separaat verstrekt aan de gemeenten. Daarnaast is voor een bedrag van €213.000 aan facturen binnengekomen ten aanzien boekjaren 2018-2019.

Totaal komt de specificatie van de post “Woonplaatsbeginsel oude Jaren“ voor het jaar 2020 als volgt uit: - gemeente Almere: correctie woonplaatsbeginsel jaren 2015-2017 183.000 - gemeente Putten : correctie woonplaatsbeginsel jaren 2015-2017 7.000 - gemeente Zwolle : correctie woonplaatsbeginsel jaren 2015-2017 31.000 - gemeente Zwolle : correctie woonplaatsbeginsel jaren 2018-2019 213.000 Totaal 434.000

Pagina 10

Afwikkeling vorderingen woonplaatsbeginsel (WPB) 2018 Zoals vermeld in het Jaarverslag over 2019 bedroeg het openstaande saldo afwikkeling woonplaatsbeginsel 2018 op dat moment € 369.076. Ontwikkelingen in het saldo in 2020 is als volgt: ● In maart 2020 is van dat bedrag de grootste vordering van € 199.302 ontvangen van gemeente Zwolle; ● in 2020 heeft Meerinzicht over het jaar 2018 een factuur verzonden naar de gemeente Rotterdam-Rijnmond groot € 6.420. Genoemd bedrag is in 2021 ontvangen van genoemde gemeente. ● inzake 1 cliëntsituatie is in 2020 een aanvullende factuur verzonden naar de gemeente Ede groot € 473. Tevens is hierop een creditfactuur verzonden voor hetzelfde bedrag. ● Er staat een vordering open bij de regio Foodvalley (administratiekantoor voor de gemeenten Barneveld, Ede en Nijkerk) van een totaalbedrag van € 116.551 aan Meerinzicht Mondelinge afstemming heeft niet tot betaling geleid. Inmiddels is dit schriftelijk in maart 2021 aan Foodvalley medegedeeld. ● Er staat een vordering van € 53.223bij de gemeente Almere. Meerinzicht zal de betrokken gemeenten zo spoedig mogelijk omtrent de uitkomst van het vervolgonderzoek op de hoogte stellen. Afwikkeling woonplaatsbeginsel (WPB) 2018 in jaar 2020 Regio

Restant vordering

Ontvangen in

Afgewikkeld

Ontvangen in

Vordering per

2020

2020

in 2020

2021

31-12-2020

Regio

375.969

199.302

473

6.420

169.774

Totaal

375.969

199.302

473

6.420

169.774

Vorderingen woonplaatsbeginsel 2019 Eind derde kwartaal 2020 zijn de meeste facturen vervaardigd en verzonden naar 9 gemeenten buiten de regio voor een totaal van € 57.592. De stand van zaken per 31 december 2020 is dat nog ca. € 14.400 van deze vorderingen openstaat. De afdeling debiteurenbewaking Meerinzicht houdt deze openstaande vorderingen nauwlettend in de gaten. Afwikkeling woonplaatsbeginsel (WPB) 2019 in jaar 2020 Regio

Vordering

Ontvangen in

Afgewikkeld

Vordering per

buiten regio

2020

in 2020

31-12-2020

Regio

57.592

42.400

738

14.454

Totaal

57.592

42.400

738

14.454

Vorderingen woonplaatsbeginsel 2020 Ter controle heeft Meerinzicht in 2020 een controle op het woonplaatsbeginsel uitgevoerd. Er is nogmaals een aanzienlijke verbetering waar te nemen. De controle over 2020 heeft als resultaat dat: ● een interne verrekening binnen de regio heeft plaatsgevonden voor een totaal van € 47.587; ● er in het jaarrekeningtraject 2020 geen vordering op gemeenten buiten de regio is opgenomen. Woonplaatsbeginsel ( WPB ) 2020 Regio

Verrekening in de regio

Vordering

Nog te vorderen

vordering

last

per saldo

buiten regio

Regio

47.587

47.587

0

0

0

Totaal

47.587

47.587

0

0

0

Pagina 11

Overig De post overig (exclusief Putten) in de totale lasten bedraagt qua kosten voor het jaar 2020 een totaal van € 689.000. De specificatie van deze post is als volgt: -

reguliere niet-cliëntgebonden kosten kosten vervoer vrijval van de niet benutte post nog te betalen 2019 aan zorgaanbieders -/uitbetaling kosten aan zorgaanbieders over de jaren 2015-2017 ( exclusief WPB) Totaal

843.000 35.000 197.000 8.000 689.000

In de vergelijking van de kosten tussen de jaarrekening 2019 (€ 849.000) en de jaarrekening 2020 ( € 689.000 ) laat deze vergelijking een daling zien van € 160.000. De daling betreft ca 18,8 %.

Uitvoeringskosten Jeugd Meerinzicht In de Q3 rapportage is een prognose afgegeven voor de omvang van de uitvoeringskosten van het domein Jeugd ten bedrage van € 1.503.000 (excl. BTW). De uiteindelijke afrekening is lager uitgevallen, waarbij het verschil met name zit in de salarislasten. Voor 2021 is een nieuwe DVO afgesloten op basis van een vaste prijs. Hierin zijn de kosten voor accountant en VIC opgenomen. De kosten voor de basisafspraak inzake het dashboard van Aspectu is ook inbegrepen in deze vaste prijs, eventuele aanvullingen hierop zullen separaat in rekening worden gebracht.

Pagina 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=59e26505-83d2-433f-bbe9-bc666e3c5416