210600 Beantwoording raadsvragen Doelgroepenbeleid.pdf
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen
Schriftelijke vragen op basis van artikel 155 Gemeentewet en de artikelen 3.2.6 (rondvraag), 3.4.6 (schriftelijke vragen) en 3.4.7 (vragenhalfuur) Organisatieverordening gemeenteraad Elburg 2018
Vraagstelling
IDnr actiepunt n.v.t.
☒
Beantwoording: Schriftelijk binnen 30 dagen
Artikel 3.4.6 Schriftelijke vragen
Indiener: de heer C.H. van Dijkhuizen namens CDA/ Indiener namens CU onbekend Fractie: CDA en CU Datum: 25 mei 2021 Zaaknummer: 64921 Onderwerp: Doelgroepenbeleid Inleiding: Om het overzicht te bewaren zijn alle raadsvragen en antwoorden rond het Doelgroepenbeleid, die ingediend zijn rond de commissievergadering van 29 maart jl. in één document opgenomen. Raadsvragen CDA en antwoorden: Ambtelijk werd aangegeven dat een ‘1-persoonsregeling per kamer’ juridisch haalbaar is. Tegelijk was er ook de vraag of dat de wens van de raad is. Het collegevoorstel is nu om terug te vallen op een maximale oppervlakte voor een slaapvertrek van 3,5m2 (tot 2024 2,7m2 voor woningen op een recreatieterrein), als onderdeel van een maximale leefruimte van 10 m2 per persoon. Vraag 1 Om te voorkomen dat we opnieuw juridisch moeten bijstellen wil ik graag vooraf toetsen wat mogelijk is, ook i.v.m. een amendement (ter verwerking van het oorspronkelijke amendement van CDA-SGP). Zijn onderstaande opties juridisch haalbaar? a) maximaal 1 persoon per slaapvertrek, met afmetingen volgens de SNF-normen. b) maximaal 1 persoon per slaapvertrek, met afmetingen volgens het advies van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, waarin als minimale maat 5,5m2 per slaapvertrek is opgenomen, als deel van een totale leefruimte van 15m2 per persoon.
Antwoord op vraag 1: Als het gaat om ruimtelijk beleid met betrekking tot huisvesting van doelgroepen (zoals arbeidsmigranten) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak aanvaard dat op basis van ruimtelijk relevante aspecten de huisvesting qua locatie en omvang mag worden gereguleerd. Ook eisen in het kader van de kamerverhuur met betrekking tot de minimale oppervlakte van de kamers, het aantal gemeenschappelijke ruimtes en maximum aantal bewoners zijn toegestaan, zolang dit te relateren is aan het beperken van overbewoning, overlast en de ruimtelijke uitstraling van de bewoning. Tegen deze achtergrond is het stellen van objectieve afmetingen volgens de SNF-normen (of strenger, zie ECLI:NL:RVS:2020:2697) toegestaan, zolang daaraan een ruimtelijk motief ten grondslag ligt. Hetzelfde zou kunnen gelden voor de eis van 1 persoon per slaapvertrek (of, anders gezegd, minimaal 1
Beantwoording raadsvragen slaapvertrek per 1 gehuisvest persoon), zolang dit een ruimtelijk motief heeft. Bevestiging in de rechtspraak voor deze laatste eis is evenwel niet aanwezig. Beide opties zijn juridisch haalbaar. Het is aan de raad voor welke optie hij kiest. Uiteraard blijft het noodzakelijk dat de keuze ruimtelijk onderbouwd moet worden. Vraag 2 Kabinetsreactie: decentraal actie In het raadsvoorstel staat dat het advies van het Aanjaagteam gaat leiden tot het aanscherpen van SNF-normen en dat het daarmee ‘automatisch’ beter wordt voor arbeidsmigranten in Elburg. Concreet zegt het Aanjaagteam dat ‘lokale en nationale overheden de regelgeving moeten aanscherpen rondom huisvesting’. Hoe interpreteert u de Kabinetsreactie waarin staat dat het aanscherpen van deze normen decentraal zou moeten plaatsvinden? Daar staat: ‘De gebruiksoppervlakte is een belangrijk punt uit het advies, maar het kabinet ziet meer in een decentrale oplossing voor dit onderdeel […] Voor gemeenten ontstaat met de Omgevingswet ruimte om hier een gebruikseis aan te stellen. Zij kunnen dan het minimumoppervlak per persoon lokaal aanpassen, en dus bezien welke waarde lokaal gewenst is en voor welke functies deze eis moet gaan gelden.’ Antwoord op vraag 2 Deze reactie van het kabinet is volledig in lijn met de nieuwe Omgevingswet.
Dat meer zaken decentraal kunnen worden geregeld onder de nieuwe Omgevingswet is een feit. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid. Het is straks, onder de nieuwe Omgevingswet, voor gemeenten mogelijk om in een Omgevingsplan (dus decentraal) normen te stellen. Raadsvragen CU en antwoorden: Nieuw voorgesteld beleid voor het informeren van de gemeenteraad bij nieuwe initiatieven. U geeft in de toelichting bij de nota van wijzigingen aan wanneer de gemeenteraad dwingend een verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af moet geven en wat de juridische plicht is van het college. Als een bouwplan niet past binnen het bestemmingsplan dan kan het college van het bestemmingsplan afwijken. Als het een buitenplanse afwijking betreft of een kruimelgeval dan moet het college in beginsel aan de gemeenteraad vragen om een zogeheten Vvgb af te geven (artikel 2.27 van de Wabo). De raad is hierbij in principe het bestuursorgaan dat beslist of er mag worden afgeweken van het bestemmingsplan. U betrekt dit deels in de onderbouwing waarin u uitleg geeft over de bevoegdheden van het college.
Vraag 1a: Kunt u aangeven of de gemeenteraad de lijst, van categorieën van gevallen waarvoor geen Vvgb is vereist, kan herzien en hiermee kan bereiken dat buitenplanse afwijkingen en kruimelgevallen die politiek gevoelig zijn alleen verstrekt kunnen worden nadat de gemeenteraad een Vvgb heeft vastgesteld? Antwoord op vraag 1a CU: De wet biedt geen mogelijkheid om in geval van een kruimelgeval de raad om het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen te verzoeken. Het is wettelijk alleen geregeld dat de raad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft voor gevallen waarbij met een uitgebreide procedure/projectafwijkingsbesluit van artikel 2.12, lid 1 onder 3 van de Wabo afgeweken wordt van het bestemmingsplan. Dat is geregeld in artikel 6.5, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het gaat om gevallen waarin het belang van de ruimtelijke ordening een rol speelt. Op grond van lid 3 van artikel 6.6 van het Bor kan de gemeenteraad categorieën van gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet vereist is. De raad van Elburg heeft dit gedaan op 28 november 2011.
Beantwoording raadsvragen De raad kan de lijst van aangewezen categorieën aanpassen. In dit geval is het wel van belang om de komst van de Omgevingswet per januari 2022 in het achterhoofd te houden. Bovendien moet worden bedacht dat ‘politiek gevoelig’ geen afweging in het kader van de ruimtelijke ordening is, noch een objectief criterium. Vraag 1b: In de algemene voorwaarden van de lijst met categorieën staan de voorwaardes: “onevenredige afbreuk doet aan of onevenredige hinder/beperking oplevert voor aangrenzende of nabije functies en bestemmingen” en “een legalisering dan wel een uitbreiding betreft van een illegaal gebruik en/of bouwwerk tenzij tegen legalisering geen overwegend ruimtelijke bezwaren bestaan”. - Kan toegelicht worden hoe deze voorwaarden zich verhouden tot de (oude) aanvragen voor huisvesting van arbeidsmigranten Brigadegebouw en Berkenweg? Antwoord op vraag 1b: Deze voorwaarden spelen nog steeds een rol, maar zoals bij de beantwoording van vraag 1 is aangegeven, geldt dat alleen voor omgevingsvergunningen waarbij met een uitgebreide procedure/projectafwijkingsbesluit van artikel 2.12, lid 1 onder 3* van de Wabo afgeweken wordt van het bestemmingsplan.
De aangevraagde vergunningen voor het huisvesten van arbeidsmigranten hadden betrekking op een kruimelgeval, van artikel 2.12, lid 1 onder 1 onder 2* van de Wabo en artikel 4 lid 9 en 11 van Bijlage II van het Bor, waarbij het college dus geen verklaring van bedenkingen van de raad nodig heeft. Het college heeft in juli 2020 overigens de raad wel uitgebreid over deze aanvragen geïnformeerd en gesproken. Vraag 2: Nieuw voorgesteld beleid burgerparticipatie - Wanneer wordt dit beleid ter besluitvorming aangeboden aan de gemeenteraad? Antwoord: Naar verwachting tweede helft 2021 - Hoe worden aanvragen op dit onderdeel beoordeeld zolang de gemeenteraad het beleid voor burgerparticipatie niet heeft vastgesteld? Antwoord: Bij initiatieven in het kader van dit doelgroepenbeleid is de initiatiefnemer verplicht het burgerparticipatietraject, zoals omschreven in de klantreizen, te doorlopen. Indien de initiatiefnemer niet kan aantonen dat hij op adequate wijze invulling heeft gegeven aan deze stappen, dan kan dit een reden zijn om planologische medewerking te ontzeggen. - Is het niet beter de inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer te formuleren en tevens aan tet geven dat zo snel de gemeenteraad het burgerparticipatietraject heeft vastgesteld dit leidend is? Antwoord: Die keuze is aan de raad. De mogelijkheid bestaat om een inspanningsverplichting op te nemen.
Bijvoorbeeld: “Bij het indienen van een aanvraag is de initiatiefnemer verplicht om tevens aan te geven hoe de buurt is betrokken en welke inspanningen zijn verricht voor het creëren van draagvlak. Indien de initiatiefnemer niet kan aantonen dat hij op adequate wijze invulling heeft gegeven aan deze stappen, dan kan dit een reden zijn om planologische medewerking te ontzeggen.” Vraag 3
Beantwoording raadsvragen Blz. 22 doelgroepenbeleid: “huisvesting van arbeidsmigranten middels een omgevingsvergunning wordt vergund voor maximaal 15 jaar”. In het verslag van de vergadering d.d. 8 juli 2020 staat: “Mocht de raad de maximale wettelijk toegestane termijn van 15 jaar te lang vinden dan zal ze dat in haar beleid moeten opnemen. Als het beleid 15 jaar noemt, kan een raadscommissie of een college daar niet van afwijken”. De rapportage, naar aanleiding van de controle die is uitgevoerd op het park Stuyvenzand, geeft te denken. - Zijn er zwaarwegende redenen om die termijn niet terug te brengen naar 5 jaar? Als u meent dat dat het geval is, welke zwaarwegende redenen zijn dat dan? Antwoord:
De gemeente ziet de huisvesting van arbeidsmigranten in de vorm van logies (short– en midstay) – dus niet de huisvesting van longstay arbeidsmigranten door middel van de reguliere woningmarkt – als een tijdelijke situatie. Een tijdelijke situatie, waarbij het dus niet past om een omgevingsvergunning voor een onbepaalde tijd te verlenen. Na afloop van de in omgevingsvergunning bepaalde periode, dient te worden bezien of de behoefte van huisvesting voor arbeidsmigranten op basis van logies nog steeds aanwezig en actueel is, en of de ruimtelijke effecten voor het omliggende woon- en leefklimaat nog acceptabel zijn. In het beleid is, zoals gezegd, bepaald dat de omgevingsvergunning voor maximaal 15 jaar wordt verleend. Er kunnen ruimtelijke argumenten zijn, op basis waarvan het in een concreet geval is aangewezen dat de omgevingsvergunning voor een kortere periode dan 15 jaar wordt verleend. Daarvan kan, bijvoorbeeld, sprake zijn, als de ruimtelijke effecten op de omgeving zodanig zijn, dat deze met zich brengen dat de omgevings-vergunning enkel voor een kortere periode dan 15 jaar kan worden verleend; en/of dat een beperktere periode dan 15 jaar ook beter past bij de investering die de initiatiefnemer ten behoeve van de huisvesting van de arbeidsmigranten doet.
Vraag 4 Nachtregister en inschrijving in het BRP Blz. 23 doelgroepenbeleid “Er wordt een nachtregister bijgehouden per locatie”, blz. 24 doelgroepenbeleid “Het bijhouden van het nachtregister en het uitschrijven en inschrijven in het BRP is de verantwoordelijkheid van de beheerder” In antwoorden over toeristenbelasting/doelgroepenbeleid, d.d. 11 januari 2021, geeft u aan dat er niet gecontroleerd wordt op het nachtregister. In het Ariadne rapport over de controle op Stuyvenzand staat “8 personen, dat is 14%, verklaard ingeschreven te staan in de BRP de overige personen waren niet geregistreerd in de BRP maar in de RNI.” - Vindt u – met de fractie van de CU - dat de gemeente er belang bij heeft dat het nachtregister en inschrijving in de BRP adequaat is? Zo nee kunt u dat toelichten? Antwoord: Jazeker! Daar heeft de gemeente belang bij. (In het antwoord op uw vragen die op 11 januari zijn beantwoord, is met betrekking tot de nachtregistratie opgenomen dat door de eigenaar een register wordt bijgehouden op grond waarvan kan worden achterhaald wie op het park verblijft.
Dat en waar zou zijn aangegeven dat de gemeente niet controleert op het nachtregister, is ons niet bekend.) - Kunt u aangeven of u maatregelen gaat nemen die ervoor zullen zorgen dat er een up to date nachtregister is en dat de inschrijving in het BRP adequaat is? Antwoord: Op het naleven van dit voorschrift zal door middel van controles toezicht worden gehouden.
Beantwoording raadsvragen Let wel: (iemand die korter dan 4 maanden in NL woont, hoeft zich nog niet als ingezetene in te schrijven in BRP, maar kan inschrijven in het Register voor Niet-Ingezetenen (RNI). Dit betekent dat niet iedere inwoner van Elburg direct ingeschreven hoeft te zijn in de BRP.)
Vraag 5: De insprekers geven aan dat onduidelijk is hoe het nu verder gaat met aanvragen voor de huisvesting van arbeidsmigranten omdat het beleid vitale vakantieparken herzien moet worden en er geen duidelijkheid is over hoe initiatiefnemers inwonersparticipatie vorm moeten geven. We actualiseren het beleidsplan Vitale Vakantieparken en stemmen dit af met het Doelgroepenbeleid. 1.Kan geschetst worden hoe de route er uit kan zien richting vergunningsaanvraag voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor de Berkenweg? (verband met vitale vakantieparken) Antwoord op vraag 5: Aangenomen wordt dat met deze vraag gedoeld wordt op Berkenweg 13. Op dit moment worden aanvragen omgevingsvergunningen voor planologisch strijdig gebruik waarbij sprake is van een kruimelgeval van artikel 4 van Bijlage II van het Bor en waarbij het college uitsluitend bevoegd is om de vergunning af te geven, getoetst aan het Beleid Planologische Afwijkingen 2018. Daarin is bepaald dat bij toepassing van afwijking voor het gebruik van bouwwerken en gronden zoals bepaald in artikel 4 lid 9 van Bijlage II van het Bor of bij tijdelijke afwijkingen van artikel 4 lid 11 van Bijlage II van het Bor, aangesloten zal worden bij het Beleid Vitale Vakantieparken. Daarin is aangegeven dat een vergunning slechts voor 1 jaar kan worden afgegeven, met een eenmalige verlenging van 6 maanden.
Dat is ook gebeurd bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting van de arbeidsmigranten aan de Berkenweg 13. Vraag 6: Op welke onderdelen is te verwachten dat het college wijzigingen voorstelt bij de herziening van het beleid Vitale Vakantieparken die te maken hebben met de huisvesting van arbeidsmigranten? In het kader van de evaluatie/actualisatie van het Beleidsplan Vitale Vakantieparken worden de voorwaarden waaronder tijdelijk kan worden gewoond op vakantieparken strikter. Maar ook heeft het college zich gebogen over de vraag of zij het nog wel wenselijk vindt dat de huidige doelgroepen (waaronder arbeidsmigranten) op vakantieparken wonen. Wat betreft arbeidsmigranten vindt het college dit niet (langer) wenselijk. Vakantieparken zijn eerst en vooral bedoeld voor toeristen/recreanten. Het college is daarom voornemens in het te actualiseren beleidsplan Vitale Vakantieparken deze mogelijkheid niet meer op te nemen. Vraag 7: De aanvraag van het brigadegebouw ligt onder de rechter. Kunt u aangeven wanneer een uitspraak is te verwachten? Als het bezwaar geen gehoor vindt bij de rechter kan een aanvraagprocedure voor de huisvesting van arbeidsmigranten dan opnieuw gestart worden? Antwoord op vraag 7: Nee, op dit moment kunnen wij dit niet aangeven.
De rechter zal eerst een hoorzitting houden, waarna meestal binnen zes weken een uitspraak volgt. Dit kan echter ook langer duren. Aangezien er op dit moment nog geen zittingsdatum bekend is, kunnen wij niet inschatten hoelang het nog gaat duren voor er een uitspraak is. Er kan in principe altijd weer een nieuwe aanvraag worden ingediend. Dat is aan de aanvrager.
Werkafspraken vanaf 1 september 2019 Indiener stuurt vragen naar griffie; Griffie stuurt vragen door naar raad, college B&W en MT;
Beantwoording raadsvragen
Vragen worden beantwoord in het sjabloon raadsvragen; Beantwoording van technische vragen namens de portefeuillehouder; Beantwoording van politieke vragen altijd door het college van B&W; iBabs gebruiken voor het beantwoordingsproces; Geaccordeerde beantwoording via iBabs naar de griffie
Griffie zorgt voor verspreiding naar de raad.