CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-08-18 Nota Omgevingskwaliteit-proef_Deel1

Raadsvergadering 29 september 2025, gemeente elburgBij agendapunt: Aangepaste versie Nota Omgevingskwaliteit12.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Erven > Bebouwing en beplanting als organische eenheid beschouwen. > Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse varianten. > Erfverharding tot een minimum beperken. > Erfafscheidingen: Groene erfscheidingen met streekeigen beplanting zijn het uitgangspunt. Gebouwde erfafscheidingen respecteren het landschap door een ingetogen vormgeving. > Uitvoering is situatieafhankelijk. Bij voorkeur de tuin,- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen. Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse soorten. Zo min mogelijk terreinverharding op het perceel toepassen. Bouwplannen die betrekking hebben op gebieden met een recreatieve bestemming worden beoordeeld in hun eigen context.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 27

Ken uw gebied

5.1.2 Gebied | Overgangszone Welstandsniveau 2

Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven.

Kwaliteiten en Kenmerken De agrarische wegen in dit gebied bestaan uit bebouwingslinten met fraaie ensembles van boerderijen met bijgebouwen en erfbeplanting, hier en daar voorzien van houtwallen. Deze ensembles geven het gebied een menselijke schaal. De verschillende gebouwtypen die voorkomen zijn doorgaans eenvoudige, rechthoekige volumes zonder zijvleugels. De secundaire bebouwingslinten kennen naast karakteristieke boerderijen ook oude landarbeidershuisjes en zogenoemde ‘Veluwse huisjes’.

en heeft een zonering evenwijdig aan de kustlijn. Het karakter van de zonering wordt bepaald door de overgang van het beboste Veluwemassief naar het open weidegebied langs de kust. Daartussen ligt een overgangszone waarin verschillende landschapstypen te onderscheiden zijn. De Bovenweg vormt de grens tussen het Veluwemassief en het overgangsgebied. Beboste uitlopers, droge dekzandruggen en natte venige gebieden vormen landschappelijk gezien een geheel. Op de meeste plaatsen heeft het gebied een vrij besloten karakter, mede door de vele houtwallen.

De oudere boerderijen in het gebied zijn historische beelddragers van de gemeente. Door een vermindering van agrarische activiteit in het gebied, neemt het aantal burgerwoningen gestaag toe. Daarbij worden vaak de kleinere huizen, zoals landarbeidershuisjes en noodwoningen, vervangen door grotere huizen.

De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied Welstandsniveau 2.

De bewaard gebleven karakteristieken van de bebouwingslinten langs de Bovenweg en de Oude Harderwijkerweg in de Hoge Enk, zijn van historisch belang. Ze spelen een belangrijke rol bij het verankeren van de naastgelegen woonbuurten in hun landelijke omgeving. Met de gebieden, die nog duidelijk te herkennen zijn als historische linten, dient zorgvuldig omgesprongen te worden. De hoofdstructuur van het landschap in de gemeente Elburg is sterk gekoppeld aan de opbouw van het land

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 28

Bij de Hoge Enk is het kampenlandschap nog in zijn oorspronkelijke vorm aanwezig. Opde dekzandruggen wordt het beeld bepaald door een mozaïek van boerderijen, erfbeplantingen, bosjes en houtwallen, akkers en weilanden. Waar de ruggen smaller worden, wordt het hoogteverschil met de lager gelegen gronden duidelijker, zoals langs de Bovenweg. De blokvormige percelen hebben een bolle ligging ten gevolge van de eeuwenlange ophoging met potstalmest. De rand van de Veluwe wordt gekarakteriseerd door de aanwezigheid van dorpen en buurtschappen met tussenliggende bebouwing. Op de dekzandrug van Wessinge ligt de Bovenweg, de zuidelijke grens van dit gebied. Aan de aanwezige agrarische wegen zijn bebouwingslinten met fraaie ensembles van boerderijen met bijgebouwen en erfbeplanting en enkele historische houtwallen. In het veengebied is met name evenwijdig aan de weg gebouwd, aan de stuwwal.

De aanwezige (voormalige) boerderijen vormen samen met de houtwallen en erfbeplanting, een ensemble dat het landschap een menselijke schaal geeft. De verschillende bebouwingstypen hebben een enkelvoudig volume zonder zijvleugels. Het veenontginningslandschap vormt een visueel duidelijk contrast met het kampenland- schap. Kenmerkend voor het lager gelegen overgangsgebied zijn de rationeel verkavelde graslanden, die worden doorsneden door sloten en beken. Er komen verspreid boerderijen voor, merendeel langs insteekwegen dwars op de zuidwest-noordoost gerichte dekzandruggen. Opvallende elementen in het landschap zijn de landgoederen, deze worden geaccentueerd door de verspreide bospercelen en een rechthoekige lanenstructuur. Het centrale be- bouwingslint van de Hoge Enk, de Oude Harderwijkerweg, heeft zijn historisch

karakter behouden. Andere secundaire bebouwingslinten hebben naast karakteristieke boerderijen ook oude landarbeidershuisjes en ‘Veluwse’ huisjes. De oudere boerderijen in het gebied horen bij de historische beelddragers van de gemeente. Door vermindering van de agrarische functie groeit het aantal burgerwoningen in het gebied voortdurend. Noodwoningen en kleine huizen worden vaak vervangen voor grotere woningen. Door deze ontwikkeling wordt de historische relatie tussen bebouwing en landschap minder vanzelfsprekend. Het beleid is gericht op herstel en handhaving van de oorspronkelijke karakteristieken van het gebied. Met de gebieden die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingslinten, dient zorgvuldig omgesprongen te worden.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 29

Criteria | Overgangszone Welstandsniveau 2 Situering

Gevels

> Plaatsing van gebouwen volgens kavelkarakteristiek: - bij slagenkavels bebouwing evenwijdig aan kavel. - bij kavels aan de weg, bebouwing ook qua gerichtheid aan de weg relateren. > Ondergeschikte gebouwen en objecten, zoals trafohuisjes, voederkuilen mest- en voerdersilo’s ondergeschikt situeren of in gebouwen integreren. > Verspringingen in de rooilijn blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing. > De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijft gehandhaafd.

> Bij verbouw, renovatie of vervangende nieuwbouw is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaalgebruik het uitgangspunt. > Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving met betrekking tot stijlkenmerken en materialisering het uitgangspunt. > Eenvoudig, harmonisch samengestelde gevelopbouw. > Geleding van de gevels door een goede situering en onderlinge verhouding van ramen en deuren.

Massa en hoofdvorm

> Voor hoofdgebouwen in hoofdzaak baksteen toepassen, al dan niet voorzien van stuc- of schilderlaag voor de gevels. > Dakpannen of riet voor daken. Voor bijgebouwen is de toepassing van hout en golfplaten ook passend. > Ingetogen materiaalgebruik. Geen grofschalige (geprefabriceerde) gevelplaten en dakbedekking toepassen. Na beoordeling van een monster zijn hoogwaardige kunststof materialen eventueel ook mogelijk voor bedrijfsopstallen. > Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke materiaal als uitgangspunt nemen.

> Bebouwing mag geen afbreuk doen aan het groene karakter van de omgeving. Schaal en vormgeving zodanig inpassen dat natuur de boventoon blijft voeren. > Inspelen op de algemene bebouwingskarakteristiek. met als hoofdvorm een eenduidige, robuuste bouwmassa op een rechthoekige basis met een eenvoudig en harmonieus samengestelde massaopbouw. > Streven naar behoud van de karakteristiek van eenduidige typologie, waarin boerderijen herkenbaar zijn als boerderij, woonhuizen als woonhuis. > Dakvorm met lage gootlijn, zonder of weinig doorbrekingen als dakkapellen en dakopbouwen. > Bebouwingshoogte is kleinschalig (ca. 2 lagen met kap), bebouwing van grotere massa en hoogte dan de omliggende gebouwen staat op grotere afstand van de weggrens. > De vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand.

Materiaalgebruik

Kleurgebruik > In lichte kleur geschilderde, gestucte of gekeimde gevels worden toegestaan indien deze kenmerkend zijn voor de omgeving of bouwstijl van het pand.

> Kleuren per gebouw zijn ingetogen en dienen te harmoniëren met elkaar. > Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijk kleurgebruik tot uitgangspunt nemen.

Detaillering > Kozijnen zijn van hout of hoogwaardige materialen met een vergelijkbare profilering en kleuring. Afwijkingen moeten passend zijn in een architectonisch concept. > Details van karakteristieke en esthetisch belangrijke bouwdelen zorgvuldig ontwerpen. > Bij renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met kenmerkende ornamentiek zoals overstekken, dak- en gevellijsten, siermetselwerk en speklagen (herstel, interpretatie of reactie). Bij voorkeur de tuin,- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen. Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse soorten. Zo min mogelijk terreinverharding op het perceel toepassen. Bouwplannen die zien op gebieden met een recreatieve bestemming worden door de commissie beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau 1, evenals voor landgoederen. Voor de belangrijkste historische bebouwingslinten zoals Zuiderzeestraatweg, Bovenweg en Eperweg, zijn aanvullende criteria opgenomen in deze nota.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 30

5.1.2 Gebied | Overgangszone Welstandsniveau 2

Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven.

Kwaliteiten en Kenmerken Van oudsher is door menselijke aanwezigheid het Veluwemassief veranderd van een bebost gebied in een heidegebied. Vanaf de middeleeuwen werd de heide afgeplagd en het gebied intensief begraasd waardoor de heide verdween en de zandverstuivingen ontstonden. Later werden deze ‘woeste gronden’ weer ontwikkeld naar bosgebied ten behoeve van de houtproductie. Het bos werd aangelegd in rechthoekige percelen waartussen wegen en paden liepen.

zoveel mogelijk traditionele en natuurlijke bouwmaterialen. Inpassing van bebouwing is er zoveel mogelijk op gericht om de beleving van het landschap in stand te laten. Bouwplannen die zien op gebieden met een recreatieve bestemming (recreatieterrein/parken) worden beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau 1, evenals voor landgoederen. Voor de belangrijkste historische bebouwingslinten zijn aanvullende criteria opgenomen in deze nota.

In het bosgebied van Elburg komen alle drie deze landschapsvormen voor. Heidegebieden, zandverstuivingen en bossen. (ook natuurlijk ontstane naaldbossen) Het gebied is besloten door de aanwezigheid van naaldbossen. Zo nu en dan is er een opening in het landschap ter plaatse van heidevelden of zandverstuiving.

De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied Welstandsniveau 2.

In dit gebied is zeer weinig bebouwing aanwezig. Enkele recreatieterreinen, kleinschalige woningen en historische bebouwing vallen in dit gebied. Ten zuiden van de A28 ligt het Artillerie SchietKamp ook in deze zone, vanwege specifieke militaire aard van de bebouwing kent het ASK een eigen gebiedsbeschrijving. Grootschalige ontwikkelingen in dit gebied zijn niet gewenst. Het beleid is gericht op kleinschalige bebouwing die de natuurwaarde van het gebied niet aantast. De materialisering kenmerkt zich door het gebruik van

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 31

Criteria | Bosgebied Welstandsniveau 2 Situering

Gevels

> De plaatsing van gebouwen volgens kavelkarakteristiek. > Ondergeschikte gebouwen en objecten, ondergeschikt situeren of in gebouwen integreren. > Verspringingen in de rooilijn blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing. > De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijft gehandhaafd.

> Bij verbouw, renovatie of vervangende nieuwbouw is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaalgebruik het uitgangspunt. > Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving met betrekking tot stijlkenmerken en materialisering het uitgangspunt. > Eenvoudig en harmonisch samengestelde gevelopbouw. > Geleding van de gevels door een goede situering en onderlinge verhouding van ramen en deuren.

Massa en hoofdvorm > Bebouwing mag geen afbreuk doen aan het groene karakter van de omgeving. Schaal en vormgeving zodanig inpassen dat natuur de boventoon blijft voeren. > Inspelen op de algemene bebouwingskarakteristiek met als hoofdvorm een eenduidige, robuuste bouwmassa op een rechthoekige basis met een eenvoudig en harmonieus samengestelde massaopbouw. > Streven naar behoud van de karakteristiek van eenduidige typologie, waarin boerderijen herkenbaar zijn als boerderij en woonhuizen als woonhuis. > Dakvorm met lage gootlijn, zonder of weinig doorbrekingen zoals dakkapellen en dakopbouwen. > Bebouwingshoogte is kleinschalig (ca. 2 lagen met kap), bebouwing van grotere massa en hoogte dan de omliggende gebouwen staat op grotere afstand van de weggrens. > De vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand.

Materiaalgebruik > Voor hoofdgebouwen in hoofdzaak baksteen toepassen, al dan niet voorzien van stuc- of schilderlaag voor de gevels en dakpannen of riet voor daken. Voor bijbehorende bouwwerken is de toepassing van hout en golfplaten ook passend. > Ingetogen materiaalgebruik toepassen. Geen grofschalige (geprefabriceerde) gevelplaten en dakbedekking toepassen. Hoogwaardige kunststofmaterialen zijn, na beoordeling, eventueel ook mogelijk voor bedrijfsopstallen. > Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke materiaal als uitgangspunt nemen.

Kleurgebruik > In lichte kleur geschilderde, gestucte of gekeimde gevels worden toegestaan indien deze kenmerkend zijn voor de omgeving of bouwstijl van het pand.

> Kleuren per gebouw zijn ingetogen en dienen te harmoniëren met elkaar. > Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijk kleurgebruik tot uitgangspunt nemen.

Detaillering > Kozijnen zijn van hout of hoogwaardige materialen met een vergelijkbare profilering en kleuring. Afwijkingen moeten passend zijn in een architectonisch concept. > Details van karakteristieke en esthetisch belangrijke bouwdelen zorgvuldig ontwerpen. > Bij renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met kenmerkende ornamentiek zoals overstekken, dak- en gevellijsten, siermetselwerk en speklagen (herstel, interpretatie of reactie). Bij voorkeur de tuin- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen. Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse soorten. Zo min mogelijk terreinverharding op het perceel toepassen. Bouwplannen die zien op gebieden met een recreatieve bestemming worden beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau 1, evenals voor landgoederen. Voor de belangrijkste historische bebouwingslinten zijn aanvullende criteria opgenomen in deze nota.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 32

Ken uw gebied

5.2 Historische bebouwingslinten Welstandsniveau 2 5.2.1

Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven.

Gebied | Historische bebouwingslinten

Kwaliteiten en Kenmerken Een bebouwingslint is een reeks van gebouwen langs een route, die met elkaar en met de route een ruimtelijke eenheid vormen. De historische bebouwingslinten kenmerken zich over het algemeen door een relatief open bebouwingsbeeld en een zekere variatie in de bebouwing van de openbare ruimte. Van oudsher bestaan bebouwingslinten uit boerderijen. In het buitengebied hebben sommige historische bebouwingslinten hun agrarische karakter behouden, maar vaak zijn de boerderijen vervangen door huizen. Soms ook is er een kern ontstaan op het meest compacte gedeelte van het bebouwingslint. De bebouwingslinten ondergaan een geleidelijk veranderingsproces van functiewisseling, aanpassing en verdichting. Dit is vooral bij de kern goed merkbaar. De dichte bebouwing laat een grote diversiteit zien in bouwstijl en functie.

De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied Welstandsniveau 2.

wisselt door de losse positionering van de gebouwen. Dichtbij de kern grenzen de panden vaak direct aan de openbare ruimte. Soms zijn er ook voortuinen, die naarmate de afstand tot de kern groter wordt meer voorkomen. Ook zijn er tussen de gebouwen onbebouwde percelen in gebruik als weiland of moestuin. Openbaar groen beperkt zich tot incidentele bomen of heestervakken. Langs historische bebouwingslinten is meestal sprake van een matige dynamiek. Incidenteel kan zich een ingrijpende of onbedoelde verandering van het bebouwingsbeeld voordoen. De aanleg van toeritten en parkeerplaatsen op voorterreinen kan in sommige gevalle leiden tot relatief grote verhardingsoppervlakken en een stenig karakter van de omgeving. Ook kunnen aan- en bijbouwen bij de zijgevel de open ruimtes tussen de panden verstoppen. Op de oude kaarten van Kuyper uit de gemeenteatlas van 1868, zijn de oude historische wegen in de gemeente goed te zien.

Tussen de woningen zijn allerlei winkels, cafés en kleine bedrijven in de linten opgenomen. Meer over de ontstaansgeschiedenis van dit gebied kunt u vinden op de volgende pagina. De historische bebouwingslinten hebben een hoge belevingswaarde door een geknikt en gebogen stratenpatroon met een gevarieerde bebouwing en een groen beeld. Verder van de kern gelegen bevindt zich meer nieuwe bebouwing, veelal sobere woningen, met voortuinen en doorzichten tussen de huizen. De rooilijn

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 33

Historische bebouwingslinten Zuiderzeestraatweg Welstandsniveau 2

Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven.

Kwaliteiten en Kenmerken De Zuiderzeestraatweg is halverweg de 19e eeuw aangelegd tussen Zwolle en Amersfoort. De weg werd vanaf 1827 deels aangelegd op oude dijklichamen. In 1830 werd de 5 meter brede klinkerweg, met bomenrijen aan weerszijden, geopend. In de eerste periode was het een tolweg. Het toen gekozen tracé werd voor een groot deel bepaald door al bestaande (veel oudere) handelsroutes, zoals de Hanzewegen, heerbanen en postwegen. De Zuiderzeestroomtram (1908-1931) liep grotendeels evenwijdig aan (of samen met) de Zuiderzeestraatweg. 100 jaar later werd de Zuiderzeestraatweg opgenomen in het rijkswegenplan. Op dit moment is de weg met een totale lengte van 64,4 km het langste rijkswegtracé in Nederland.

De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingslinten dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied Welstandsniveau 2.

De Zuiderzeestraatweg is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van steden en dorpen langs de voormalige zuiderzeekust. De ruimtelijke structuur van alle dorpen en steden waar hij doorheen loopt, wordt erdoor bepaald. Veel historische bebouwing is gericht op deze weg. Zoals een groot aantal landgoederen (in Elburg geldt dit voor buitenplaats Old Putten in Oostendorp en voor landgoed Klarenbeek in Doornspijk, maar ook voor landgoed Schouwenburg en landgoed Zwaluwenburg op ‘t Harde), kazernecomplexen, boerderijen, villa’s, woonhuizen en fabrieken (etc).

Door de Zuiderzeestraatweg zijn veel verschillende dorpen op de Noord Veluwe met elkaar verbonden, hoewel de functie als doorgaande verbindingsroute op veel plekken is verdwenen, is het een karakteristiek kralensnoer waarlangs zich het karakter van de regio openbaart. De Zuiderzeestraatweg had ook een symbolische betekenis. Het was een teken van vooruitgang, in verbinding met de wereld staan en grandeur. De Zuiderzeestraatweg is van oudsher een route waarlangs veel bedrijvigheid is. Bedrijven willen gezien worden in de vorm van reclame-uitingen aan de weg. Ook toeristische informatie komt in allerlei vormen voor langs de weg. In de publicatie ‘Zuiderzeestraatweg – een gewone weg met een bijzondere betekenis voor de Noordelijke Veluwezoom, deel 2 – het Streefbeeld’ uit 2011 van het Gelders Genootschap worden zowel voor de weginrichting zelf als voor de aanliggende bebouwing en landschap uitgangspunten gegeven ten behoeve van behoud (en herstel) van het karakter van de Zuiderzeestraatweg. Essentieel voor de beleving van de Zuiderzeestraatweg zijn: De beleefbaarheid van de verschillende landschappen > Zicht op het landschap vanaf de weg behouden en versterken. > Het landschap versterken door structurerende beplanting te versterken in landgoederenlandschappen en erfbeplanting in meer open landschappen te versterken.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 35

Beleefbaarheid van bijzondere bebouwing en objecten: > (Door)zicht naar landgoederen, herkenbare entrees, waar mogelijk zichtlijnen op het hoofdhuis (belangrijkste gebouw op het terrein) of andere bijzonder objecten > Zicht(lijnen) op kerktorens en de molen. > Zicht op waardevolle boerderijen, kazernes en woonbebouwing. Samenhangende en beeldondersteunende bebouwingsbeelden: > Kies zorgvuldig de afstand van de bebouwing ten opzichte van de weg, Verstoringen kunnen optreden wanneer in een historisch bebouwingslint wordt gesloopt en op de verkeerde afstand van de weg vervangende nieuwbouw wordt gesitueerd. > De korrel (schaal, dichtheid en locatie) van de bebouwing langs de weg sluit aan bij wat kenmerkend is voor dat deel van de Zuiderzeestraatweg. > Bebouwing is met representatieve voorkanten gericht naar de Zuiderzeestraatweg > Vanaf de straatweg gezien hebben de erven een groen, landschappelijk karakter. > Opslag van goederen en parkeerplaatsen zoveel mogelijk achter de bebouwing situeren.

Historische bebouwingslinten Eperweg Welstandsniveau 2 Kwaliteiten en Kenmerken De Eperweg is de belangrijkste toegangs- weg voor Elburg en de hoofdstraat van ’t Harde komend vanuit het Veluwemassief. Wanneer de Eperweg precies is ontstaan is niet duidelijk. Het tracé is mogelijk al net zo oud als dat van de (voorloper van de) Zuiderzeestraatweg. Op de Kuyperkaart van de gemeente Doornspijk is de weg aangegeven als een ‘straat en kunstweg’ en is in 1868 reeds verhard. De weg is ook lang de grens geweest tussen de gemeenten Doornspijk en Oldebroek. De weg is de verbinding tussen Epe (inclusief achterland) en Elburg en was met name de handelsroute (Hessenweg), Waarschijnlijk is de weg verhardt door koning Willem I, aangezien er ook tol op de weg geheven werd. Het meer lokale verkeer ging over de (onverharde) Stadsweg, waar geen tol werd geheven. Langs de Eperweg is een mengeling van agrarische en commerciële gebouwen gelegen. Aan de zuidgrens van de gemeen- te bevindt zich het Veluwemassief, waar in het verleden legerplaatsen zijn opgericht. Vervolgens kruisen de A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle de Eperweg. Op dit punt profileren, vanwege de gunstige ligging, verschillende soorten transportbedrijven zich in het gebied. Direct ten noorden van de kruising heeft het bebouwingslint zich verdicht tot het centrum van ‘t Harde.

Na het centrum staat de bebouwing wat verder uit elkaar waardoor er weer visueel contact ontstaat met het achtergebied. Binnen de kern ’t Harde is het bebouwingsbeeld sterk afwisselend door het individuele karakter van de bebou-

wing uit verschillende periodes. De hoofdmassa’s zijn veelal eenvoudig van opzet. Verschillende dakvormen komen naast elkaar voor met de nokrichtingen zowel evenwijdig als haaks op de weg. Het veelal kleinschalige karakter van de bebouwing gaat in het centrum van ’t Harde schuil achter toevoegingen. Het beeld wordt in de kern bepaald door reclame-uitingen en luifels. Voorbij de kern ’t Harde richting Elburg doorsnijdt de weg de landgoederen Schouwenburg en Zwaluwenburg. De bebouwing in dit gedeelte van de weg is organisch gegroeid. Hierdoor is een verscheidenheid aan gebouwen ontstaan, veelal kleinschalig met hier en daar een groter volume, waardoor het buitengebied goed te ervaren is. Door de komst van de A28 en de ontsluiting van de Flevopolder is de verkeersintensiteit enorm toegenomen op de Eperweg. Dit heeft geleid tot een groot aantal aanpassingen aan de weg waardoor het kleinschalige karakter nog verder is aangetast. Door het verkleinen van voortuinen ten behoeve van de aanleg van fietspaden en andere ver- harding is de verstening van de omgeving toegenomen. In de kern ’t Harde presenteren bedrijven zich naar de straat. Op het gebied Eperweg is welstandsniveau 2 van toepassing. Het beleid is gericht op het behouden van het gevarieerde bebouwingsbeeld. Op plaatsen waar dit mogelijk is, is het streven om de relatie met het landelijk gebied te versterken.

Bebouwing dient zich te voegen in de bestaande structuur waardoor de oorspronkelijke, afwisselende karakteristiek van het bebouwingslint behouden blijft. In het bebouwingsbeeld is sprake van een kleinschalig, gevarieerd bebouwingsbeeld. Elk pand kent, binnen beperkte marges, zijn eigen situering, uitstraling, kleur en materiaalgebruik.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 36

Gebied Historische bebouwingslinten Eperweg Welstandsniveau 2 Kwaliteiten en Kenmerken De Bovenweg De Bovenweg is de oude verbinding tussen Aperloo en nieuw Soerel aan de Stadsweg (ter plaatse waar momenteel ’t Harde ligt) en Nunspeet. De weg volgt de voet van de hoger gelegen stuwwal van het veluwemassief en het lager gelegen agrarische overgangsgebied. De weg slingert en kronkelt het hele trace aangezien hij (in de 19e eeuw) een groot aantal boerderijen in het gebied verbindt. Daarnaast liep de weg langs het voormalige landgoed ‘de Haere’ en was het de ontsluiting voor het voormalige buurtschap Wessinge . Overige linten Verspreid over de gemeente zijn (veelal op of langs de dekzandruggen) delen van de historische agrarische lintbebouwing intact gebleven. Het centrale agrarische bebouwingslint van de Hoge Enk, de Oude Harderwijkerweg, heeft zijn historische karakter goed bewaard. De overige secundaire bebouwingslinten bestaan vaak uit gemengde bebouwing. In de kernen Oostendorp en Doornspijk zijn enkele historische bebouwingslinten opgenomen in nieuwere woongebieden in de kernen, zoals ’t Straatje, de Honingsveldweg en de Lageweg. Soms is de oorspronkelijke samenhang in het wegennet nog herkenbaar gebleven, maar meestal zijn het slechts fragmenten in een nieuwe omgeving.

Ten slotte kan de begin 20e eeuwse villabebouwing langs de Nunspeterweg in Molendorp worden beschouwd als een historisch bebouwingslint. De bebouwing bestaat uit een diversiteit van woningen in verschillende stijlen met ruime tuinen eromheen.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 37

5.2.2 Criteria | 3 Historische bebouwingslinten Welstandsniveau 2 Situering > Het ruimtelijk karakter is gebaseerd op de gegroeide kleinschaligheid, openheid en diversiteit. > Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving. > De parcellering, de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing en zijn naaste omgeving zijn richtinggevend bij (vervangende) nieuwbouw. > Bebouwing is gericht naar de openbare ruimte (representatieve (voor)gevel naar de weg). > De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijft gehandhaafd. > Bedrijfsbebouwing op het achtererf situeren.

Massa en hoofdvorm > De bouwmassa is compact en op zichzelf staand. > De vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand. > Bebouwing van grotere massa en hoogte dan de direct omliggende bebouwing staat op grotere afstand van de weggrens.

> De maat en schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd. > De onderpui en bovengevel vormen een architectonisch samenhangend geheel. > De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft uitgangspunt in geval van splitsing. > De individualiteit van de panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd. > De geleding en de ritmiek van de gevel zijn verticaal gericht en komen naar voren in de gevelassen.

Materiaalgebruik > Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijk materiaal tot uitgangspunt nemen. Voor hoofdbebouwing in hoofdzaak baksteen en gebakken pannen (of riet) toepassen. > Het gebruik van glas, spiegelende oppervlakken, kunststof of kunsthars gevelbeplating is niet toegestaan met uitzondering van aantoonbare hoogwaardige kwaliteit ten behoeve van bedrijfs- en bijgebouwen,

> Het gebruik van sterk contrasterende kleuren wordt vermeden. Bij voorkeur de tuin- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen. Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse soorten. Zo min mogelijk terreinverharding op het perceel toepassen. Bouwplannen die zien op gebieden met een recreatieve bestemming worden beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau 1, evenals voor landgoederen.

Kleurgebruik

Gevels > Bij verbouw, renovatie of vervangende nieuwbouw is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik. > Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving met betrekking tot stijlkenmerken en materialisering het uitgangspunt.

> Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijk kleurgebruik tot uitgangspunt nemen. > Aardkleuren bepalen voor hoofdvlakken het uitgangspunt. > In lichte kleur geschilderde, gestucte of gekeimde gevels worden toegestaan indien deze kenmerkend zijn voor de omgeving of bouwstijl van het pand.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=4ee81cc2-68a0-4b04-ad5e-25bd59dad5f1