CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

20240422 Transformatorstation Koekoeksweg_vastgesteld_Toelichting

Beeldvorming 10 juni 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg 't Harde11.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de meest nabij gelegen (bedrijfs)woning een etmaalwaarde van 50 dB(A) is berekend (incl. toeslag voor het tonale karakter van het geluid). Bij alle overige (bedrijfs)woningen op het bedrijventerrein zijn lagere geluidniveaus berekend. Ter plaatse van de woningen die buiten het bedrijventerrein zijn gelegen, zijn overal etmaalwaarden ≤ 45 dB(A) berekend. Vastgesteld wordt dat hiermee overal wordt voldaan aan de richtwaarde volgens stap 2 van de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering' (50 dB(A) voor omgevingstype 'gemengd gebied'). Daarom kan worden gesteld dat ook na realisatie van het regelstation nog steeds sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Verder kan worden vastgesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de toepasselijke grenswaarden op basis van het Activiteitenbesluit (55, 50 ,45 dB(A) op de gevel van (bedrijfs)woningen gesitueerd op het bedrijventerrein gedurende respectievelijk de dag, de avond en de nacht, en 50, 45 ,40 dB(A) op de gevel van woningen gesitueerd buiten het bedrijventerrein gedurende respectievelijk de dag, de avond en de nacht). 4.7.2.2 Beoordeling aspect gevaar In paragraaf 4.7.2 is aangegeven dat er ook een hinderafstand vanwege gevaar is bij een elektriciteitsdistributiebedrijf. Deze afstand bedraagt volgens de VNG-richtlijn 30 meter.

De nabijgelegen bedrijfswoning staat op 18 meter van de plangrens. Daarom is ook het aspect gevaar beoordeeld. Het gevaar dat op een transformatorstation eventueel kan optreden is bij een mogelijke storing. Storingen ontstaan wanneer er in een transformator kortsluiting ontstaat. Van de vijfhonderd transformatoren in het net van Liander is er per jaar ongeveer één waar een storing optreedt. Door de keten van opeenvolgende veiligheidsmechanismen schakelt de transformator meteen

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

22/29

Omgevingsaspecten

uit. Eens per tien jaar komt het voor dat een transformator een dusdanige storing heeft dat hij zichtbaar kapot is. Zo’n destructieve storing is in de directe omgeving van de transformator te horen. De klap is het gevolg van de stalen behuizing die wordt ontzet. De behuizing is zo ontworpen dat hij gecontroleerd scheurt en niet uit elkaar barst. Het is niet mogelijk dat bij een destructieve storing stukken metaal of olie buiten de transformatorruimte terecht komen. De transformatoren zijn afgeschermd door de wanden van de transformatorruimten. En de olie die in dat geval uit de gescheurde behuizing loopt, wordt veilig opgevangen in de lekbak onder de transformator. Deze storing is wel hoorbaar, maar er is geen gevaar voor de omgeving. Op basis van bovenstaand is te concluderen dat er geen sprake is van een gevaar voor de omgeving. De ontwikkeling is inpasbaar. 4.7.3 Conclusie Vanuit milieuzonering is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

4.8

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het bestemmingsplan maakt geen ‘grote lawaaimaker’ 1 mogelijk en zal dan ook geen geluidzone bevatten. Dit is pas het geval als er sprake is van een transformatorstation met een gelijktijdig in te schakelen vermogen van 200 MVA in de buitenlucht. Een nutsvoorziening is geen geluidgevoelige functie. Er is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.7 is beschreven.

4.9

Magneetvelden

4.9.1 Achtergrond Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. 4.9.2 Betekenis voor het plan Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. De 100 microteslacontour ligt in de regel direct rond de transformatoren en er is geen kans dat deze buiten de stationsgrens komt. En gelet op eerder uitgevoerde berekeningen van vergelijkbare transformatorstations kan worden gesteld dat er geen kans bestaat dat de 100 microteslacontour buiten de stationsgrens komt.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke 1

Inrichtingen zoals genoemd in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

23/29

Omgevingsaspecten

stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Zo is bijvoorbeeld een kantoorlocatie met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 100.000 m2 en één ontsluitingsweg danwel niet meer dan 200.000 m2 en twee ontsluitingswegen een van deze categorieën. 4.10.2 Conclusie Zoals in paragraaf 4.6 is beschreven is het transformatorstation onbemand. Er komen alleen af en toe medewerkers in verband met controle en onderhoud (enkele keren per maand). Het bestemmingsplan leidt zodoende niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende “niet in betekenende mate” bij en er is geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1 Kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl). Aan de Industrieweg is een gasontvangststation gevestigd (op 180 m afstand) en langs de Bovenweg loopt een buisleiding van Gasunie (op ruim 200 m afstand). Verder zijn geen risicobronnen in de directe nabijheid aanwezig die relevant zijn. Het plangebied ligt niet in een plaatsgebonden risicocontour. Het bestemmingsplan maakt een transformatorstation mogelijk. Een transformatorstation is geen kwetsbaar object en ook geen inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het station is onbemand, er komt sporadisch personeel is voor controle en onderhoud.

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

24/29

Omgevingsaspecten

Er verblijven geen mensen voor langere duur. Er is geen sprake van een wijziging in het groepsrisico door het bestemmingsplan. Daarom is geen verdere toetsing uitgevoerd.

afbeelding 11: uitsnede risicokaart met risicobronnen in de omgeving (bron: nederland.risicokaart.nl)

4.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.12

Besluit milieueffectrapportage

4.12.1 Wettelijk kader Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). 4.12.2 Betekenis voor het plan De realisatie van een transformatorstation is geen activiteit die is genoemd in de C of D-lijsten van het Besluit m.e.r.. Er is geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling voor het plan nodig. Desondanks is door de initiatiefnemer alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor het plan uitgevoerd (‘Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, DNS Planvorming, 9 augustus 2023). Het rapport is opgenomen als bijlage 9. 4.12.3 Conclusie Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r. beoordeling volgt dat het plangebied niet gelegen is binnen een kwetsbaar of waardevol gebied en ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft voor de omgeving. Er is geen volledige m.e.r.-procedure noodzakelijk.

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

25/29

Toelichting op de regels

5

Toelichting op de regels

5.1

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.

5.2

Nadere toelichting op de regels

De bij dit plan behorende planregels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 is de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht en bevat tot slot de citeertitel van het plan. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

26/29

Toelichting op de regels

Wijze van meten (artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden en gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels Bedrijf – Nutsbedrijf (artikel 3) Het bestemmingsplan is op maat gemaakt voor het plangebied van het transformatorstation en bevat één enkelbestemming, te weten ‘Bedrijf - Nutsbedrijf’. De formuleringen en opzet van de regeling is afgestemd op de bestemming ‘Bedrijf - Nutsbedrijf’ uit het bestemmingsplan “Doornspijk en Hoge Enk” (vastgesteld 24 juni 2013). In de bestemming is geregeld dat hier een nutsbedrijf is toegestaan. Gebouwen en transformatorruimten moeten in het bouwvlak worden gebouwd. De toekomstige bebouwing zal ongeveer 8,5 meter hoog worden. Om enige flexibiliteit en ruimte richting de uitwerking naar omgevingsvergunning te houden is de maximum bouwhoogte voor gebouwen op 9 meter gezet. De transformatorruimten zijn aan de bovenkant open en zijn zodoende geen gebouw, maar een ander bouwwerk. Voor de transformatorruimten is een maximum bouwhoogte opgenomen van 6,5 meter. Voor voorzieningen voor bliksemafleiding die op de wanden van de transformatorruimten komen, de zogenoemde bliksemspitsen, is geregeld dat deze maximaal 8 meter hoog mogen zijn, gemeten vanaf het maaiveld. Vanuit veiligheidsoogpunt is een hoogte van 2 meter opgenomen voor de erfafscheidingen rond het transformatorstation.

Daarmee wordt zeker gesteld dat onbevoegden en spelende kinderen geen toegang kunnen krijgen tot het station. Deze afwijkende bouwhoogte t.a.v. de maximale bouwhoogte van 2 meter die vanuit stedenbouwkundige overwegingen wordt toegestaan is afgestemd met Welstand en hierover zijn de directe buren geïnformeerd. Voor overige bouwwerken geldt een maximum bouwhoogte van 5 meter. 5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen de algemene bepalingen aan de orde. Het gaat om: Anti-dubbeltelregel (artikel 4) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene bouwregels (artikel 5) In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van de van toepassing zijnde parkeernormen en laad- en losruimte. Algemene gebruiksregels (artikel 6) In dit artikel is bepaald welke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn, mocht dit niet al duidelijk zijn uit de toegestane functies in de enkelbestemming in hoofdstuk 2. Algemene afwijkingsregels (artikel 7) De algemene afwijkingsregels zijn hierin opgenomen. Het gaat om beperkte afwijkingen van maatvoering, bouwhoogtes, bouwvlakken en dergelijke.

5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 8) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht. Slotregel (artikel 9) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

27/29

Economische uitvoerbaarheid

6

Economische uitvoerbaarheid

6.1

Algemeen

Bij een bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wro in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. De Wro stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Dit bestemmingsplan maakt geen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 6.2.1 Bro) aangewezen bouwplannen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. De uitvoering van het plan komt voor rekening en risico van Liander.

Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van Liander op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan is aangetoond met dit bestemmingsplan. Hierdoor kan Liander de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.

6.2

Planschade

Planschade wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degenen die waardevermindering van onroerend goed ondervinden ten gevolge van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan. De grondslag voor deze planschaderegeling wordt gegeven in artikel 6.1 Wro. In artikel 6.4 onder a Wro is bepaald dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met de initiatiefnemer een overeenkomst te sluiten ten aanzien van planschade. In een tussen de gemeente en Liander gesloten overeenkomst wordt opgenomen dat het planschaderisico voor rekening van de initiatiefnemer komt. Daarmee is het risico op planschade afgedekt voor de gemeente.

6.3

Conclusie

Gezien de tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst ten aanzien van planschade en het ontbreken van verhaalbare kosten voor de gemeente, wordt het project financieel uitvoerbaar geacht.

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

28/29

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Participatie

De initiatiefnemer van het plan, Liander, heeft in september 2022 een brief gestuurd naar omwonenden in de omgeving van het plangebied. In de brief is uitleg gegeven over de noodzaak van de voorgenomen ontwikkeling, is het bouwplan beschreven en is de te doorlopen ruimtelijke procedure toegelicht.

7.2

Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro

Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het bestemmingsplan toegezonden aan de vooroverlegpartners (o.a. de provincie en het hoogheemraadschap). Met de ingekomen reacties is rekening gehouden in het bestemmingsplan.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor zes weken ter inzage gelegen voor een ieder om te reageren. Er zijn geen zienswijzen in deze periode ingediend. Er is een Nota ambtshalve wijzigingen opgesteld, welke als bijlage 10 is opgenomen bij de toelichting. De verbeelding en de regels zijn ongewijzigd, wat betekent dat het bestemmingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld. Vanwege een actualisatie van de stikstofdepositie berekening is er een tekstuele aanpassing in paragraaf 4.5 van de toelichting doorgevoerd en is bijlage 6 vervangen voor het nieuwste onderzoeksrapport van 16 april 2024. Ook is inmiddels meer bekend over de aanvraag van 21 september 2023 voor stikstofruimte in de Gelderse Stikstofbank. De verwachting is dat Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland medio mei een ontwerpbesluit op deze aanvraag zal publiceren. Paragraaf 4.5 is hier op aangevuld.

Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld

29/29

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=dd72fe35-dfc6-418f-883f-59d7603739de