CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

20240422 Transformatorstation Koekoeksweg_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg 't Harde19.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Stantec | m22b0115.r01 1

De terminologie voor grondwater is als volgt: • Kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd. • Groter dan de streefwaarde (S), kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (streefwaarde + interventiewaarde)/2. • Groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd. • Groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd. De betekenis van de streef-, achtergrond-, tussen- en interventiewaarde is opgenomen in de verklarende woordenlijst (bijlage 3.1). De resultaten voor PFAS uit dit onderzoek zijn ook getoetst aan het landelijk ‘Definitieve handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie van december 2021)’ (bron 11). De bijbehorende toetsingswaarden staan in onderstaande tabel. Tabel 1: Overzicht grenswaarden PFAS Besluit bodemkwaliteit o.b.v. het Handelingskader PFAS. Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit Landbouw/ Natuur Wonen/ Industrie Niet Toepasbaar

PFOS (µg/kg d.s.)

PFOA (µg/kg d.s.)

Overige PFAS (µg/kg d.s.)

<1,4 1,4-3,0 >3,0

<1,9 1,9-7,0 >7,0

<1,4 1,4-3,0 >3,0

Ook worden de gemeten gehalte PFAS in dit onderzoek getoetst aan de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV-waarden) PFOS en PFOA in grond. Deze waarden worden toegelicht in de ‘Toelichting op Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) PFAS voor grond en grondwater’ (bron 12). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. Deze waarden staan in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2: Overzicht INEV-waarden PFOS en PFOA. Stof

Risicogrenzen grond Grond (µg/kg d.s.)

PFOS PFOA

110 1100

Met de INEV’s wordt bepaald of een bestaande, lokale verontreiniging (mogelijk) moet worden gesaneerd. Dit is pas het geval bij relatief hoge concentraties. De normen uit het Landelijk Handelingskader moeten voorkomen dat de bodem op meerdere plekken verontreinigd raakt door het verplaatsen van grond of bagger die verontreinigd is.

Stantec | m22b0115.r01 2

1.3

BETROUWBAARHEID

Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Aan de hand van de uit de bronnen verzamelde informatie is een onderzoeksstrategie afgeleid, waarvan het aannemelijk wordt geacht dat deze representatief is voor de locatie. Er wordt op gewezen dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Voor elk bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een goed beeld van de algemene bodemkwaliteit. Tevens wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek een momentopname is. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor worden beïnvloed.

Stantec | m22b0115.r01 3

2.0

VOORONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725.

2.1

BESCHRIJVING VAN DE LOCATIE

De regionale ligging van de onderzoekslocatie is zichtbaar in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2.1. Relevante (historische) informatie betreffende aangrenzende percelen is eveneens weergegeven in bijlage 2. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Doornspijk, sectie E, nummers 8.374 en 7.613. De percelen hebben een samen een oppervlakte van 2.185 m2 en zijn momenteel deels braakliggend en deels in gebruik als parkeerterrein. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie een nieuw regelstation te bouwen. De geplande werkzaamheden bestaan uit het realiseren van een zogenaamd modulair bouwblok waarbij er een bedrijfsgebouw voor middenspanningsinstallaties wordt gerealiseerd met twee transformator-cellen. Er worden hierbij grondwerkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van fundering tot maximaal 2,0 meter beneden maaiveld en voor het (ver)leggen van kabels tot circa 1,0 meter beneden maaiveld. Voor de bouw van het regelstation zijn twee ontwerpvarianten gerealiseerd waarbij de positie van het regelstation op de twee percelen verschilt. Voor onderhavig onderzoek is rekening gehouden met de twee meest waarschijnlijke varianten, zie bijlage 2.2.

2.2

HISTORISCHE GEGEVENS

Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 1. Archieven van de gemeente Elburg en provincie Gelderland. 2. Diverse naslagwerken en internet. Er is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • historisch kaartmateriaal; • vergunningsinformatie; • bouwarchief • bodemarchief; • bodemkwaliteitskaart; • PFAS; • asbest; • terreininspectie;

Stantec | m22b0115.r01 4

•

eerder uitgevoerd onderzoek op de locatie.

Historisch kaartmateriaal en luchtfoto’s Op de topografische kaart van de gemeente (bron 13) blijkt dat op de locatie altijd onbebouwd is geweest. De onderzoekslocatie is voornamelijk in gebruik geweest als weiland. Ter plaatse van het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is een ontsluitingsweg aanwezig geweest. Uit de luchtfoto’s blijkt dat de aanwezige puinverharding omstreeks 2009 à 2010 is aangebracht.

Hinderwet en Wet milieubeheer Uit het Hinderwet- en Wet milieubeheerarchief van de gemeente komt geen informatie naar voren.

Bodemarchief Uit het bodemarchief van de gemeente blijkt dat n het verleden op een nabijgelegen locatie bodemonderzoek is uitgevoerd. In paragraaf 2.3 zijn globaal de betreffende onderzoeksresultaten weergegeven.

Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart van de regio Noord Veluwe (bron 14) bevindt de locatie zich in zone ‘Noord Veluwe: Bedrijven- en industrieterreinen’. Dit betekent dat in zowel de boven- als ondergrond licht verhoogde gehalten kwik en molybdeen kunnen worden verwacht. De bodemkwaliteitsklasse is ‘wonen’. Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS vastgesteld (bron 15). De bodemkwaliteitsklasse is ‘landbouw/natuur’ en de locatie kan als niet verontreinigd worden beschouwd in het kader van de wet Bodembescherming.

Tankgegevens Uit het tankenbestand van de gemeente komt naar voren dat op de locatie geen ondergrondse en/of bovengrondse tanks aanwezig zijn geweest.

Bouwarchief Uit het bouwarchief komt geen informatie naar voren. De onderzoekslocatie is altijd onbebouwd geweest.

2.3

VOORGAANDE ONDERZOEKEN

In het verleden is op of nabij de locatie bodemonderzoek uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek perceel tussen de Eperweg en Koekoeksweg, Consulmij, kenmerk: N.940.108, d.d. 21-09-1994.

Stantec | m22b0115.r01 5

Het rapport is niet digitaal beschikbaar. Uit de conclusie uit het bodeminformatiesysteem van de provincie Gelderland blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond analytisch geen verhoogde gehalten zijn aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties chroom, koper, zink en xylenen aangetoond. Verkennend bodemonderzoek Koekoeksweg perceel E7613, Flevo Geotechniek BV, kenmerk: FA18337, 01-07-2008. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen terreinoverdracht. Het onderzoeksgebied van het bodemonderzoek komt vrijwel volledig overeen met het onderzoeksgebied van onderhavig onderzoek. Tijdens de inspectie van het terrein zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden is tot de maximale boordiepte van 3,0 m-mv zand waargenomen. Tot circa 1,0 à 1,5 m-mv is de zandige grond matig humus houdend. Vanaf 1,0 à 1,5 m-mv tot de maximale boordiepte is de zandige grond zwak tot matig leem- en veenhoudend. Plaatselijk is de grond zwak puinhoudend. Het grondwater werd waargenomen op circa 2,0 m-mv. In de bovengrond zijn analytisch licht verhoogde gehalten PAK aangetoond. Daarnaast is de triggerwaarde van EOX overschreden. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie arseen aangetoond.

In het onderzoek wordt aanbevolen om een nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van PCB’s/OCB’s vanwege de overschrijding van de triggerwaarde van EOX. Voor zo ver bekend is dit onderzoek nooit uitgevoerd.

2.4

REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Op regionale schaal is de bodem opgebouwd uit een afwisseling van watervoerende lagen (zand, grind) en waterscheidende lagen (klei, leem, veen). De deklaag bestaat uit Holocene afzettingen (zand, klei en veen). Het hierin aanwezige grondwater vormt het freatische grondwaterpakket. Diepere lagen betreffen Pleistocene afzettingen. Zandlagen hierbinnen vormen het 1e en diepere watervoerende pakketten. Regionaal gezien stroomt het diepere grondwater van het watervoerend pakket in westelijke richting. De regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk. Regionaal gezien is er sprake van een kwelsituatie, die wordt veroorzaakt door stijghoogteverschillen tussen het freatisch en het diepere grondwater uit het eerste watervoerende pakket.

2.5

LOCATIE-INSPECTIE

Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 7 maart 2022 is een locatie-inspectie uitgevoerd. Er zijn tijdens de inspectie van de locatie geen asbestverdachte fragmenten aangetroffen op het maaiveld. De situatie is ongewijzigd ten opzichte van het vooronderzoek.

Stantec | m22b0115.r01 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=d169124c-4e4c-4257-9186-2651123808d7