CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

20240422 Transformatorstation Koekoeksweg_vastgesteld_Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 1 juli 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg 't Harde19.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting

Transformatorstation Koekoeksweg Vastgesteld

DNS Planvorming BV Amsterdam, 18 april 2024 NL.IMRO.0230.BPKOEKOEKSWEG-VST1

Transformatorstation Koekoeksweg

"Transformatorstation Koekoeksweg" (vastgesteld)

2

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Inpassingsplan

4

Bijlage 2

Archeologische onderzoeken

31

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

89

Bijlage 4

Watertoets

206

Bijlage 5

Quickscan Flora en fauna

215

Bijlage 6

Stikstof berekening

246

Bijlage 7

Passende beoordeling

256

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek

283

Bijlage 9

Vormvrije m.e.r. beoordeling

330

Bijlage 10

Nota ambtshalve wijzigingen

337

"Transformatorstation Koekoeksweg" (vastgesteld)

3

Bijlagen bij de toelichting

"Transformatorstation Koekoeksweg" (vastgesteld)

4

Bijlage 1 Inpassingsplan

"Transformatorstation Koekoeksweg" (vastgesteld)

Inpassing regelstation ‘t Harde

landschappelijk inpassingsplan 16 september 2022

Inhoud 1. Opgave 2. Ruimtelijke analyse 3. Uitgangspunten voor ontwerp 4. Inpassingsvoorstel 5. Vormgeving gebouw

1. OPGAVE

Locatie & wensen gemeente Elburg eg er w

Ep

Liander is voornemens om het elektriciteitsnet in de gemeente Elburg uit te breiden met een nieuw regelstation. In dit regelstation wordt de verdeling van een gemiddelde hoeveelheid vermogen op middenspanning geregeld. Bij de realisatie van het nieuwe regelstation wordt rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding.

Bo ve n

9)

we

g

30 (N g

swe

oek

k Koe

De Koekoek

Indus

triewe

r Epe weg 09)

(N3

g swe

oek

ve Bo

g

iewe Energ

k Koe

g

e nw

g

Beoogde locatie (rode rechthoek) aan de Koekoeksweg op bedrijventerrein De Koekoek.

De beoogde locatie op bedrijventerrein Koekoek is afgestemd met de gemeente. De locatie is bepaald op basis van een afweging van belemmeringen en een optimale technische ligging. In een vroeg stadium is hierover met de welstandscommissie gesproken. Naar aanleiding daarvan is Urban Synergy gevraagd om een landschappelijk inpassingsplan op te stellen. Vanwege het belang van de architectonische vormgeving werkt zij aan deze opgave met Bright.

Regelstation Regelstations worden op onderstations aangesloten. Ze zorgen voor verdeling van een gemiddelde hoeveelheid vermogen op middenspanning en voor de spanningsregeling om de kwaliteit van de levering bij de eindgebruikers op peil te houden. Transformatorhuisjes en middelgrote windmolenparken, zonneweiden en industriële klanten worden op deze regelstations aangesloten. Het gebouw is modulair opgebouwd en heeft als belangrijkste modules de transformatorruimte, de middenspanningschakelruimte en ondergrondse kabels. Stations van Liander worden standaard ontworpen met rode bakstenen en een donkere plint op de gevels. Afhankelijk van de omgeving kan er gekozen worden voor alternatieven, zie hieronder.

Modulaire opbouw van de verdeelstations

Aanzicht standaard modulair station en mogelijke gevelbekleding

Voor de locatie in ‘t Harde wordt rekening gehouden met een mogelijk toekomstige uitbreiding van het station binnen de grenzen van de beoogde locatie. Dat betekent een extra transformatorruimte met bijbehorende schakelruimte.

2. RUIMTELIJKE ANALYSE

Historische onderlegger

Kaarten via Topotijdreis.nl

1950

1960

1965

1975

2000

Heden

Tot ongeveer de eerste helft van de 20e eeuw was de beoogde locatie onderdeel van het landelijk gebied. Vanaf de jaren ‘60 en ‘70 zien we dat enkele grote gebouwen op de naastgelegen percelen zijn gebouwd, wat duidt op het ontwikkelen van het bedrijventerein Koekoek. De Koekoeksweg, waar de beoogde locatie aan ligt, is geen historische weg, maar aangelegd in de jaren ‘70 bij het uitbreiden van het terrein. De bebouwing die daar aan gelegen is, is in dezelfde periode gebouwd. Het invullen van de percelen direct naast de beoogde locatie (de rand van het bedrijventerrein langs de Eperweg) gebeurde pas in de 21e eeuw. Cultuurhistorische elementen ter plaatse van het bedrijventerrein, zoals enkele wegen met erven, zijn verdwenen in de tijd.

Karakteristiek van de beoogde locatie

Epe )

309

g (N

r we

bedrijfswoning

g

swe

oek

k Koe

De beoogde locatie is onderdeel van bedrijventerrein De Koekoek, een modern bedrijventerrein met redelijk efficiente indeling en goede bereikbaarheid. Het perceel is gelegen in de buitenschil van het terrein, een zichtlocatie aan de Eperweg. De gebouwen aan deze zijde presenteren zich naar de openbare weg, zijn qua rooilijn op elkaar afgestemd en liggen hier op enige afstand vanaf. De achterzijde van het perceel is zichtbaar vanaf de Koekoeksweg, dat in het verlengde van een woonstraat ligt. Ter plaatse van de locatie staat aan de andere zijde van de Koekoeksweg een bedrijfswoning.

Gemeentelijk beleid De beoogde locatie valt, omdat het de buitenschil van het bedrijventerrein betreft, binnen welstandsniveau 2 van Welstandsnota Gemeente Elburg. Samen met het bestemmingsplan ‘t Harde 2009 gelden voor deze plek de volgende uitgangspunten, relevant voor de beoogde ontwikkeling van een regelstation: Situering: • Indeling perceel en hoofdopzet pand zijn afgestemd op de karakteristiek van de locatie, bijvoorbeeld hiërarchie, ontsluiting en zichtlijnen • Bedrijfsbebouwing staat binnen het bouwvlak in de rooilijn • Hoofdgebouwen aan de straatzijde, bijgebouwen ondergeschikt • Bebouwing afstemmen op de ritmiek, schaal en hoogte van de bestaande bebouwing in de omgeving • Gebouwen geclusterd of in onderlinge samenhang op het terrein plaatsen • Publieke en representatieve functies oriënteren op de straat Massa en hoofdvorm gebouwen: • Eenduidige hoofdvorm • Richting volgt in hoofdzaak de straatrichting • Aan- en bijgebouwen houden rekening met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing Gevels: • Verschil in hoofdfuncties door architectonische accenten en geledingen • Zeer grote lengtes door materiaal- en kleurgebruik doorbreken Materiaalgebruik: • Bij nieuwbouw eigentijdse materiaalkeuze

Welstandsniveau

Gebiedscriteria

Kleurgebruik: • Kleuren per gebouw in harmonie met elkaar • Kleuren passend bij de kleurstelling van panden in de directe omgeving Afwerking erven: • Open hekwerken e.d. aan de straatzijde: hoogte en vormgeving op elkaar afgestemd • Bij erfafscheidingen aan de straatzijde en op grote open (parkeer en opslag) terreinen maakt aankledingsgroen deel uit van de erfinrichting • Het kavelgroen sluit aan bij het openbare groen aan de straatzijde

Karakteristiek van naastgelegen panden Situering: • Orientatie op Eperweg • Richting van gebouw in richting van Eperweg • Parkeren achter (schijn)gevel/gebouw • Brede open zone tussen gebouw en Eperweg Architectonische kenmerken: • Representatieve gevel aan Eperweg • rechthoekig en (deels) gestapeld aanzicht • Roodbruine baksteen en eigentijdse uitstraling • Dakoverstek • Horizontale/verticale gevelgeleding en accenten • Grijs/zwarte raamaccenten (kozijnen) Invulling terrein: • Toegang tot terrein vanaf Koekoekweg • Omheining van zwart/blauw/antraciet transparant gaashekwerk • Zij- en achterterrein tuinachtige beplanting, zoals enkele bomen, struiken, haagbeplanting • Open voorterrein aan Eperweg sluit met gemaaid gras aan op de wegbeplanting van de Eperweg • Enkele accentbeplanting op het voorterrein, zoals zuileiken of lage struikachtige beplanting

Bestemmingplan Accent met dubbele staart

g e w s k e o k e o K

10

8,5 m

Accent met dubbele staart

m

m 10

0 3 N

p E 9

g e erw

3. UITGANGSPUNTEN VOOR ONTWERP

Uitgangspunten terreinindeling

lijn

Ontsluiting vanaf de Koekoeksweg Parkeren achter de rooilijn van het gebouw en uit het zicht vanaf de Eperweg

Brede open zone van gemaaid gras tussen het gebouw en de Eperweg

i roo lijn

Terreinindeling • Ontsluiting vanaf Koekoeksweg • Parkeren achter de rooilijn van het gebouw en niet in het zicht vanaf de Eperweg • Brede open zone van gemaaid gras tussen gebouw en Eperweg, eventueel met enkele accentbeplanting • Zij- en achterterrein eventueel tuinachtige beplanting, zoals enkele bomen, struiken, haagbeplanting • Omheining van terrein met grijs spijlenwerk en transparant (gaas)hekwerk • Rekening houden met zicht vanaf Koekoeksweg en vanuit bedrijfswoning aan overzijde

Gebouw is staat in de richting en is georiënteerd op de Eperweg

P

De beoogde locatie is een zichtlocatie aan de Eperweg (N309) in de buitenschil van bedrijventerrein Koekoek. Voor het ontwikkelen van het regelstation op die locatie gelden de volgende uitgangspunten:

Gebouw staat in de rooilijn van de naastgelegen panden en heeft een representatieve gevel i roo

Uit de cultuurhistorische en ruimtelijke analyse van de beoogde locatie in relatie tot haar omgeving komt naar voren dat de beoogde locatie weinig tot geen relatie heeft met het onderliggende landschap en het omliggende halfopen landschap. Het is onderdeel van het ensemble van bedrijventerrein Koekoek en moet daarom passen in de karakteristiek van dat terrein.

Rekening houden met bedrijfswoning

Uitgangspuntenkaart terreinindeling

Uitgangspunten vormgeving gebouw Voor de vormgeving van het regelstation op deze zichtlocatie aan de Eperweg gelden de volgende uitgangspunten: Gebouw • Gebouw is georiënteerd op de Eperweg. • Gebouw staat in de rooilijn van de naastgelegen panden. • Gebouw heeft een representatieve gevel aan de Eperweg. • De functie wordt duidelijk door het tonen van de transformatoren. • Massa en hoofdvorm van het gebouw sluit aan op de karakteristieken van de naastgelegen panden, met een hoogteaccent aan de noordzijde. • Architectonische accenten en geledingen tonen eventuele verschillen in hoofdfunctie (denk aan transformatorruimte versus schakelruimte). Materialisering • Gevelkleuren en materiaal in harmonie met de baksteen van de naastgelegen panden. • Materialen verwijzen naar historische referenties van architectuur in het elektriciteitsnetwerk.

Gebouw is georiënteerd op de Eperweg en de functie wordt duidelijk door het tonen van de transformatoren

Massa en hoofdvorm van het gebouw sluit aan op de karakteristieken van de naastgelegen panden, met een hoogteaccent aan de noordzijde

Architectonische accenten en geledingen tonen eventuele verschillen in hoofdfunctie

4. INPASSINGSVOORSTEL

Overzicht terreininrichting Bebouwingsaccent op standaard station (zie Vormgeving gebouw) r Epe

Gevel station op rooilijn naastgelegen gebouwen

weg

r Epe

m

weg

9,6

7m m

7,6

Transformatoren zichtbaar aan de Eperweg

1,2 m

18,3

ilijn

20m

roo

15m

1,1 5m

3,1m 7m

lijn

s

ren lsg

cee

per

Parkeren achter het gebouw

Open voorterrein met gemaaid gras i roo

eg eksw

eg eksw

ko Koe

ko Koe

5m

Binnen hekwerk kruidenrijk/bloemrijk gras t.b.v. biodiversiteit

Bestrating en toegangsweg

Materialisering terrein WL 3.40

r Epe

4.20

ns

e sgr

weg

l cee per

Bestrating rondom het station is sober en aansluitend op de huidige verharding: grijze betonklinkers, keiformaat

6.90

5.50

Spijlenhekwerk, verzinkt staal: langs Eperweg, voor transformatorruimten en als A-Watergang toegangshek (2,5m hoog) taluds 1:1

P P

Voor de bestrating op de terreinen van Liander en Grasbetontegels op TenneT worden beton parkeerplaatsen: maakt klinkers met grijstint gebruikt.

i roo lijn

P

P

ko Koe

ruimtereservering uitbreiding transformatorstation

g

e eksw

waterinfiltratie mogelijk en draagt bij aan verkoeling

Groen dak met zonnepanelen: waterinfiltratie, luchtverkoeling, energie-opwek

WL 3.40

4.20

Bloemrijk/kruidenrijk grasland, binnen het hekwerk

6.90

Overige delen hekwerk: gaasmathekwerk, verzinkt staal (2,5m hoog) A-Watergang taluds 1:1

5.5

5. VORMGEVING GEBOUW

Oriëntatie en volume

Naar voren springend...

...opvallend hoger volume

Balustrade met herkenbaar patroon rondom

Hekwerken als onderdeel van gevelcompositie en architectuur

Referenties PGEM, de provinciale voorganger van Liander, besteedde veel aandacht aan de architectuur van de benodigde gebouwen. Veel van de centrales, kantoren dienstwoningen en schakelstations zijn ontworpen door huisarchitect Hendrik Fels (1882-1962). Zijn gebouwen in het oosten van het verzorgingsgebied (Arnhem Nijmegen) zijn vaak voorbeelden van de Haagse School, met lichtgele baksteen en benadrukking van de horizontalen. Gebouw in de omgeving van ‘t Harde zijn vaker in de stijl van de Amsterdam School uitgevoerd, met een bruinrode baksteen, expressief metselwerk en benadrukking van de hoogte van de gebouwen. De deuren en transformatorinstallaties van PGEM en Liander zijn vaak herkenbaar Resedagroen (RAL 6011).

Schakelhuis Apeldoorn Hendrik Fels (1922-1923)

Standaard transformatorhuis tussen Epe en ‘t Harde

Bij de hedendaagse stations grijpt Liander weer terug naar de referenties en de toepassing van expressief metselwerk om de lange, gesloten gevels op te delen.

Nieuwbouw onderstation IJburg Amsterdam Powerhouse Architects (2022)

Concept handvorm rood-bruine steen genuanceerd metselwerk kruisverband

accentueren van kroon (balustrade + dakrand) overstekende betonnen daklijst

herkenbare overgang

deuren in resedagroen

HWA’s voor penanten (grijs/rond) terugliggende ‘ramen’ voor schaalgevoel

Plattegrond 19,34 m 1,76 m 0,22 m

3,76 m 0,22 m

8,76 m

1,28 m

2m

1,28 m

1,9 m

0,22 m

1,9 m

0,22 m 1,28 m

18,46 m

7,76 m

9,76 m

18,9 m

0,5 m 7,82 m

7,82 m

0,22 m

1,32 m 1,28 m

4,7 m

2,98 m 14,95 m

4,7 m

1,28 m 1,8 m 0,22 m

1,9 m

4m 8,14 m

0,22 m

1:100

Aanzichten 7,3 m

gevel noordoost (Eperweg) 4,5 m

0m

1,28 m

4,7 m

2,98 m

4,7 m

1,28 m 1,54 m

14,95 m

4,1 m

2,5 m

8,14 m

7,3 m

gevel zuidwest (Koekoeksweg) 4,5 m

0m

1,76 m

3,62 m 8,14 m

2,76 m

4,29 m

6,2 m 11,19 m

0,7 m 3,76 m

1:100

Aanzichten gevel noordwest

7,3 m

4,6 m

0m

0,35 m

4,1 m

0,6 m

4,1 m

0,6 m

4,1 m

0,6 m

4,1 m

0,35 m

18,9 m

7,3 m

gevel zuidoost 4,6 m

0m

2,94 m

6,52 m 9,96 m

0,5 m

7,82 m 7,82 m

1,32 m

1:100

Details

1:25

Materialisering en kleurgebruik

Betonnen dakrand

Hemelwaterafvoer verzinkt staal

Deuren in resedagroen

Prefab betonwanden om transformatoren

Gevels in baksteen, type nader te bepalen: handvorm steen, rood-bruin genuanceerd, metselwerk in kruisverband met verbijzonderingen

31

Bijlage 2 Archeologische onderzoeken

"Transformatorstation Koekoeksweg" (vastgesteld)

Archeologisch Bureauonderzoek

Rapportage Projectnummer:

GPR9932

Versie:

Definitief

Onderzoeksgebied: Transformatorstation Koekoek te

T&A Survey B.V.

’t Harde, gemeente Elburg

Dynamostraat 48 1014 BK Amsterdam 020-6651368 info@ta-survey.nl www.ta-survey.nl

Rapportage Projectnummer: Versie: Datum:

9932 Definitief 10-06-2022

Betreft: Archeologisch bureauonderzoek naar de aanwezigheid van bekende en verwachte archeologische waarden ter plaatse van het transformatorstation Koekoek te ’t Harde, gemeente

Elburg.

Opdrachtgever: Qirion BV T.a.v. dhr. M. Faassen Postbus 50 6920 AB Duiven T: +3188 542 6390 M: 06 11 97 55 69 E: maurice.faassen@qirion.nl

T&A Survey – projectleider: Dhr. M. de Cock Tel: 020-6651368 E-mail: decock@ta-survey.nl

Voor akkoord:

Dhr. M. de Cock Projectleider

Dhr. D. Sam Auteur - Senior Archeoloog

KNA

Samenvatting Qirion BV (“opdrachtgever”) heeft T&A Survey (“T&A”) op 11 mei 2022 schriftelijk opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek. Doel van dit bureauonderzoek is het in kaart brengen van de bekende en verwachte archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied om op basis daarvan te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Op basis daarvan zal een onderbouwd advies worden gegeven ten aanzien van eventueel noodzakelijk vervolgonderzoek. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat binnen het plangebied een middelhoge kans bestaat op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de periode Laat-Paleolithicum -Neolithicum. Indien aanwezig zullen deze bestaan uit restanten van tijdelijke kampementen welke vooral te herkennen zijn aan het voorkomen van bewerkt vuursteen (clusters) en houtskool. Nederzettingsgerelateerde vondsten en sporen zoals (paalsporen, (haard)kuilen, aardewerk, bewerkt (vuur)steen, bot). Sporen die te maken hebben met landgebruik, agrarische activiteiten, en/of sporen en vondsten die te maken hebben met begraving (urnen, vlakgraven, crematieresten, inhumatieresten). Tevens zou er binnen het plangebied sprake kunnen zijn van de mogelijk laatmiddeleeuwse voorloper van de huidige N309, de doorgaande weg tussen Epe en Elburg.

Eventuele archeologische resten kunnen met name worden verwacht binnen intacte podzolgronden en kunnen zich vrij dicht onder het maaiveld bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht. Vast staat dat indien aanwezig, de voorgenomen graafwerkzaamheden, deze eventueel aanwezige waarden zeker zullen vernietigen. T&A adviseert op basis van het achterhaalde bronmateriaal archeologisch vervolg onderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. De boringen dienen te worden gezet in dat deel van het plangebied dat, op basis van de twee gegeven ontwerpvarianten, ontgraven gaat worden. De verkennende boringen hebben tot doel inzicht te geven in de bodemopbouw ter plaatse en de mate waarin deze intact is, ten aanzien de gespecificeerde verwachting te bevestigen of juist ontkrachten. Hoewel een verkennend booronderzoek hiervoor niet in de eerste plaats bedoeld is, wordt toch ook geadviseerd het opgeboorde materiaal ter plaatse te zeven voor het verzamelen van eventuele archeologische indicatoren (zoals vuursteen, houtskool, aardewerk). Op 16-6-2022 is per mail bevestigd dat dit advies is overgenomen door regio-archeoloog M. Wispelwey. Er dienen zes boringen met een Edelman (7cm) boor te worden gezet om inzicht te geven in de bodemopbouw van het plangebied.

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 2 van 29

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding ............................................................................................................................................... 4 1.1

Administratieve gegevens ....................................................................................................... 4

1.2

Achtergrond bureauonderzoek ............................................................................................... 4

1.3

Ligging en huidig gebruik van het plangebied ......................................................................... 6

1.4

Toekomstig gebruik van het plangebied ................................................................................. 7

2. Methodiek en onderzoeksvragen........................................................................................................ 9 2.1

Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen ....................................................................... 9

2.2

Methodiek en geraadpleegde bronnen .................................................................................. 9

3 Analyse bronnenmateriaal ................................................................................................................. 10 3.1

Geologie en landschap .......................................................................................................... 10

3.2

Historisch gebruik en bekende archeologische waarden...................................................... 14

3.3

Cultuur- en bouwhistorie ...................................................................................................... 20

4. Conclusie en advies bureauonderzoek .............................................................................................. 22 4.1

Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................................................ 22

4.2

Advies ..................................................................................................................................... 25

5

T&A en kwaliteit ............................................................................................................................ 26 Literatuur ………………………………………………………………………………………………………………………………………27 Websites ……………………………………………………………………………………………………………………………………….27 Bijlagen …………………………………………………………………………………………………………………………………………27 Lijst van figuren en tabellen................................................................................................................ 28 Verklarende woordenlijst ................................................................................................................... 28

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 3 van 29

1. INLEIDING 1.1

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

Opdrachtgever:

Fasen AMZ-cyclus: Aanleiding:

Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Oppervlakte plangebied (ha)

Qirion BV T.a.v. dhr. M. Faassen Postbus 50 6920 AB Duiven T: +3188 542 6390 M: 06 11 97 55 69 E: maurice.faassen@qirion.nl Bureauonderzoek Nieuwbouw van een 20/10kV- gebouw met middenspanningsruimten en bijbehorende transformatorruimten Koekoeksweg, t.o. nummer 2B. ‘t Harde Elburg Gelderland Perceelnummers: 7613, 8374 27W Circa 2000 m2

Coördinaten:

NO- hoek: 188985/ 492870 ZW- hoek: 188370/ 492805

Bevoegde overheid met contactgegevens:

Gemeente Elburg Zuiderzeestraatweg Oost 19 Postbus 70, 8080 AB T: (0525) 688 688

Deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

Regioarcheoloog Drs. M.H. Wispelwey T: (0341) 359 640 / 06 122 33 533 E: mwispelwey@putten.nl 5267052100

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (CIS-code): Projectnummer T&A: Auteur: Periode van uitvoering: Beheer en plaats documentatie: Beheer en plaats digitale documentatie (edepot):

GPR9332 Drs. D. Sam Mei/juni 2022 T&A Survey BV, Amsterdam Archis III en Dans Easy

1.2 ACHTERGROND BUREAUONDERZOEK Qirion BV (“opdrachtgever”) heeft T&A Survey (“T&A”) op 11 mei 2022 schriftelijk opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek. Geplande werkzaamheden Ter plaatse zullen grondverzetwerkzaamheden worden uitgevoerd in verband met de nieuwbouw van een 20/10kV- gebouw met middenspanningsruimten en bijbehorende transformatorruimten.

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 4 van 29

De geplande werkzaamheden vormen een bedreiging voor mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. De invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) eist van initiatiefnemers en ontwikkelaars dat zij bij hun ruimtelijke plannen, rekening houden met deze archeologische waarden en het historisch erfgoed. De eerste, meest gangbare, stap hiertoe is het laten uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek. Een gedetailleerd uitgevoerd archeologisch bureauonderzoek zal leiden tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel dat niet alleen de mate van archeologische verwachting voor een gebied zal bepalen, maar tevens een uitspraak zal doen over de te verwachte aard, datering, locatie, omvang en diepte van de archeologische waarden. Dit bureauonderzoek is uitgevoerd volgens het SIKB BRL4000 protocol 4.1 (KNA 4.1) 4002. Provincie Gelderland De provincie Gelderland voert al vanaf 1997 een archeologisch beleid. Met het uitbrengen van de nota Belvoir is dat beleid aangescherpt en geïntegreerd in het algemene cultuurhistorische beleid. In de nota Belvoir 3 onderscheidt Gelderland twee soorten archeologische gebieden: de “parels” en de “ruwe diamanten”. De parels zijn gebieden die bepalend en representatief zijn voor de provinciale cultuurhistorische identiteit.

Daarom zijn zij van provinciaal belang en wil Gelderland hier ambities formuleren en realiseren. De ruwe diamanten zijn gebieden die ondersteunend zijn voor de provinciale identiteit en daarmee in potentie van provinciaal belang. De verantwoordelijkheid voor archeologisch onderzoek wordt binnen de ruwe diamanten bij de gemeenten gelegd. Gelderland wil zich met beleid en inzet van financiële middelen op de parelgebieden concentreren. Via onderhandeling of samenwerking met gemeenten en andere partijen wordt door de provincie ingezet op bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek. Van belang is dat de provincie voor deze gebieden in principe een vrijstellingsgrens van 0 m2 nastreeft wat wil zeggen dat voor iedere bodemverstoring een archeologische afweging gemaakt moet worden. Indien het plangebied al geroerd is, of aannemelijk gemaakt kan worden dat er sprake is van een verstoring, is archeologisch onderzoek zinloos. Gemeenten die beschikken over een goed onderbouwde beleidsadvieskaart leveren dit maatwerk in de visie van de provincie. Indien het beeld van de gemeentelijke kaart niet strookt met het provinciale kaartbeeld, heeft het gemeentelijke toetsingsinstrument voorrang, mits dat uiteraard goed is onderbouwd.

Gemeente Elburg Het archeologisch beleid van de gemeente Elburg is vastgelegd op de ‘Archeologische Beleidskaart Gemeente Elburg’ met een bijbehorende toelichting. 1 Daarin wordt verwoord hoe het behoud van archeologische waarden of het onderzoek daarnaar zeker wordt gesteld. Er worden vier categorieën met archeologische verwachtingswaarden onderscheiden, welke zijn weergegeven op de beleidskaart (Fig. 1): •

Waarde – archeologie 1

AMK-terreinen. Bij bodemingrepen vanaf 30 m2

1

https://www.putten.nl/dsresource?type=pdf&objectid=e308a0a7-5faf-4472-a48e-41c3d1457c8a&& en https://www.elburg.nl/bis/dsresource?objectid=21e29f08-00c1-4eb0-979d-3bb779517f2c

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 5 van 29

•

Waarde – archeologie 2

•

Waarde – archeologie 3

•

Waarde – archeologie 4

en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig; Bij bodemingrepen vanaf 120 m2 en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig; Bij bodemingrepen vanaf 500 m2 en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig; Bij bodemingrepen vanaf 2500 m2 en dieper dan 30 cm is een archeologisch onderzoek nodig.

Fig. 1 Uitsnede uit de archeologische beleidskaart gemeente Elburg. De blauwe contour geeft de ligging van het plangebied aan.

1.3 LIGGING EN HUIDIG GEBRUIK VAN HET PLANGEBIED Het plangebied bevindt zich op perceelnummers 7613 en 8374 langs de Koekoeksweg tussen nummers 1 en 3. Aan de noord- en zuidzijde wordt het plangebied begrenst door de bebouwing op nummer 1 en 3, langs de westzijde door de Koekoeksweg en langs de oostzijde door een sloot dat gelegen is langs de Eperweg. De kavels zijn vooralsnog onbebouwd en in ieder geval deels grasland.

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 6 van 29

Het onderzoeksgebied is met betrekking tot de archeologie groter dan het plangebied. Dit is nodig omdat voor het plangebied onvoldoende archeologische gegevens voorhanden zijn om tot een goede inschatting van de te verwachten archeologische waarden te komen. Daarom zijn alle van belang geachte gegevens binnen een straal van 2000 meter rond het plangebied bij dit onderzoek betrokken. Deze begrenzing berust op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende gegevens om over de archeologische verwachting binnen het plangebied een uitspraak te kunnen doen. 1.4 TOEKOMSTIG GEBRUIK VAN HET PLANGEBIED Op transformatorstation Koekoek zullen diverse werkzaamheden worden verricht. Deze werkzaamheden bestaan uit de nieuwbouw van een 20/10kV- gebouw met middenspanningsruimten en bijbehorende transformatorruimten. Er worden hierbij grondwerkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van fundering tot circa 2,0 meter -MV en het verleggen van kabels tot circa 1,0 meter -MV. Op meerdere locaties binnen het terrein van transformatorstation Harderwijk zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden. De locatie van de te bouwen nieuwbouw ligt nagenoeg vast, maar de positie van het bouwblok kan nog wijzigen. Er zijn twee varianten mogelijk (Fig. 2 en 3). De te bouwen nieuwbouw heeft een oppervlakte van circa 360 m 2.

De ligging van de verschillende te leggen kabels is afhankelijk van de gekozen positie van de nieuwbouw (Fig. 2). Het plangebied bevindt zich, zoals op Figuur 1 is te zien, in een zone met waarde – archeologie 2. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een grondroering van meer dan 120 m2 en dieper dan 30 cm -mv. De geplande graafwerkzaamheden gaan hier in omvang en diepte ruim overheen. Fig. 2 Ontwerpvariant 1 Transformatorstation Koekoek

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 7 van 29

Fig. 3 Ontwerpvariant 2 Transformatorstation Koekoek

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 8 van 29

2. METHODIEK EN ONDERZOEKSVRAGEN

2.1 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen Doel van dit bureauonderzoek is het in kaart brengen van de bekende en verwachte archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied om op basis daarvan te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Op basis daarvan zal een onderbouwd advies worden gegeven ten aanzien van eventueel noodzakelijk vervolgonderzoek. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Welke bodemkundige en (geo)morfologische gegevens zijn er over het plangebied bekend?; • In hoeverre is deze bodemopbouw nog intact?; • Welke gegevens met betrekking tot archeologische en cultuurhistorische resten zijn reeds over het plangebied en de nabije omgeving bekend?; • Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting?; • Zijn in het plangebied archeologische resten aanwezig die (mogelijk) bedreigd worden door de geplande inrichting? 2.2 METHODIEK EN GERAADPLEEGDE BRONNEN Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, september 2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB.2 Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05: • LS01 afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het

mogelijk toekomstige gebruik; • LS02 beschrijving van de huidige en toekomstige situatie; • LS03 beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen; • LS04 beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens; • LS05 opstellen van een gespecificeerde verwachting. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Voor dit onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Het archeologisch informatie systeem (ARCHISII/III); • Google Earth (www.earth.google.com); • De recente topografische kaart 1:25.000 (Kadaster Geo-informatie,2009); • Het Actueel Hoogtebestand Nederland (ahn.nl); • Het Informatiesysteem Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (dinoloket.nl); • Archeologie in Nederland (archeologieinnederland.nl); • Historische kaarten (topotijdreis.nl, beeldbank.cultureelerfgoed.nl, kaart.cc); • Data Archiving and Networked Services (easy.dans.knaw.nl); • Literatuur en overig historisch en aardkundig kaartmateriaal (zie literatuurlijst);

2

SIKB 2016.

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde 9 van 29

3 ANALYSE BRONNENMATERIAAL 3.1

GEOLOGIE EN LANDSCHAP3

De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied 4: Bron

Informatie

Geologische kaart (NL_SurfGeol_v2010)

Fm. v. Boxtel met een dek van het Lp. v. Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek

Geomorfologische kaart van Nederland (Fig.4)

Niet gekarteerd. Plangebied bevindt zich op of nabij een dekzandrug (B53), landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (L54) en een vlakte van verspoelde dekzanden (M53). Circa 500 m ten zuiden van het plangebied bevindt zich een droogdal (R21) al dan niet bedekt met dekzand.

Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Fig. 5)

Niet gekarteerd. Plangebied bevindt zich op of nabij hoge zwarte enkeerdgronden (zEz21), duinvaaggronden (Zd21) en laarpodzolgronden (dHn21)

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Fig.

Het plangebied is redelijk egaal rond de 5,75 m +NAP.

6)

Het plangebied maakt onderdeel uit van het Veluws stuwwallenlandschap en is gelegen op de westelijke flank van een lange zuidwest-noordoost gelegen stuwwal tussen Nunspeet en Wezep. De stuwwallen van de Veluwe zijn ongeveer 150.000 jaar geleden ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd; het Saale-glaciaal. Daarbij werden oude rivierafzettingen door het landijs opgestuwd tot ruggen en dalen. Binnen deze gronden komen keileemafzettingen voor; een veelal slecht gesorteerd pakket van (matig) grof zand, grind en keien. Tijdens het Pleniglaciaal (circa 75.000 - 15.700 jaar geleden) was de ondergrond permanent bevroren waardoor het regen- en sneeuwsmeltwater oppervlakkig langs de flank van de stuwwal afstroomde. Dit had erosie tot gevolg waardoor fluvioperiglaciale afzettingen zijn gevormd en reeds bestaande dalen verder zijn uitgesleten. Aan het einde van het Weichseliën, met name in het Laat-Pleniglaciaal (circa 29.000 15.700 jaar geleden) en het Jonge Dryas (circa 12.745 - 11.755 jaar geleden) heerste er een poolklimaat in Nederland. Door het ontbreken van vegetatie trad op grote schaal verstuiving op. Vanuit het Noordzeebekken werd zand meegevoerd dat als dekzand over de fluvioperiglaciale afzettingen is afgezet in de vorm van vlaktes, welvingen en ruggen. Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig en goed afgerond.

Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel.5 Deze zanden raakten in het nakomende relatief warme Holoceen veelal bedekt met begroeiing. Zodoende kon gedurende het Holoceen ook bodemvorming optreden in het oorspronkelijk minerale zanddek. Binnen de wat hoger gelegen zandgronden ontstaan vaak podzolprofielen, dit is een profiel waarbij de toplaag een organische component bevat met Deels naar Bex, 2017, Arkema, 2016 en Oude Rengerink & Spoelstra, 2007. Bronnen Archis III (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/#/kaart), NL_SurfGeol_v2010, AHN.nl en 5 Berendsen, 2004. 3 4

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

10

daaronder vanuit deze toplaag de uit- en inspoelingslagen (respectievelijk de E en B / BChorizonten). Binnen de relatief hoog gelegen zandgronden kon zich in tijden waarin de aanwezige meer open terreinen werden gebruikt voor de beweiding van vee of, van grotere invloed, het afplaggen van bos- of heidebodem, hernieuwde verstuiving van de daardoor ontstane kale zandondergrond plaatsvinden. Hierdoor kunnen lokaal stuifduinen zijn ontstaan, die al dan niet later weer bodemvorming kennen. Tegenwoordig ligt er een brede stuifzandgordel op de lijn Harderwijk-Wezep. Ook 't Harde ligt in deze gordel. In de 19 e begon men met de aanleg van nieuwe bossen teneinde de verstuivingen een halt toe te roepen. Tegelijkertijd werden de heidevelden beschermd en werd er beschermingsmaatregelen toegepast zoals het beplanten van de stuifzanden met helm. Geomorfologie Het plangebied ligt binnen de zandgronden op de westelijke flank van de lange, brede stuwwal tussen Nunspeet en Wezep. Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd wegens de bestaande bebouwing, maar ligt het nabij een gebied dat is gekarteerd als vlakte van verspoelde dekzanden (M53) met daarbinnen gelegen verschillende landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (L54) en een zuidwestnoordoost georiënteerde brede dekzandrug (B53) (Fig. 4).

Op de AHN zijn de landduinen in de lager gelegen vlakte rondom het plangebied duidelijk zichtbaar (Fig. 6). De landduinen liggen ten opzicht van het NAP gemiddeld een meter hoger (ca. 6,80 m +NAP) dan de omliggende vlakte. Op de AHN is het plangebied gelegen op ca. 5,75 m +NAP. Direct ten zuiden, westen en noorden van het plangebied ligt het maaiveld een halve meter hoger (ca. 6,25 m +NAP).

Fig. 4 Uitsnede uit de geomorfologische kaart in Archis III. De blauwe contour geeft de ligging van het plangebied aan.

Bodemopbouw Op de bodemkaart in Archis III is het plangebied wederom niet gekarteerd, maar ligt het nabij een zone van zogenaamde laarpodzolgronden (Fig. 5; cHn21). Dit zijn

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

11

humuspodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand, waarbij de humushoudende bovengrond grotendeels is ontstaan door ophoging met plaggenmest. De zones met landduinen zijn gekarteerd als duinvaaggronden (Zd21) en ten noorden van het plangebied bevindt zich, daar waar op de geomorfologische kaart een dekzandrug wordt weergegeven, een zone met hoge zwarte enkeerdgronden (zEz21). Dit zijn gronden met een grondwatertrap hoger dan IV, waarvan het humushoudende dek over de gehele diepte zwart of donkergrijs is Het humusdek is circa 50-60 cm dik. Deze gronden komen algemeen voor aan de randen van de Veluwe, en liggen in een brede strook tussen Harderwijk en Wezep. De duinvaagronden zijn de verstoven dekzandgebieden, waarbij het oorspronkelijke bodemprofiel is geërodeerd. De podzolgronden en de enkeerdgronden zijn gebieden te midden van de stuifzanden waarin het bodemprofiel intact is. Mogelijk loopt de zone waarin laarpodzolgronden (cHn21) door tot in het plangebied.

Fig. 5 Uitsnede uit de bodemkaart in Archis III. De blauwe contour geeft de ligging van het plangebied aan.

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

12

Fig. 6 Uitsnede uit de AHN3 met de locatie van het plangebied (paarse contour). Bron: http://www.ahn.nl/

In de omgeving van het plangebied komt overwegend grondwatertrap VII voor. Dit betekent de het grondwater zich in de winter dieper dan 80 cm - mv bevindt. In de zomer daalt het grondwater tot dieper dan 160 -mv. In de laarpodzolgronden en de veldpodzolgronden komt grondwatertrap VI voor. Dit betekent de het grondwater zich in de winter tussen 40 en 80 cm - mv bevindt. In de zomer daalt het grondwater tot dieper dan 120 -mv.

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

13

Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe Tijd

NT

1500-heden

Middeleeuwen:

ME

450-1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

1050-1500 na Chr.

Vroege Middeleeuwen

VME

450-1050 na Chr.

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270-450 na Chr.

Midden- Romeinse tijd

ROMM

70-270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr.-70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250-12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500-250 voor Chr.

Vroege-IJzertijd

IJZV

800-500 voor Chr.

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100-800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800-1100 voor Chr.

Vroege-Bronstijd

BRONSV

2000-1800 voor Chr.

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850-2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200-2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450-4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100-6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800-7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000-8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000-35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

Tot 300.000 voor Chr.

12 voor Chr.- 450 na Chr.

800-12 voor Chr.

2000-800 voor Chr.

5300-2000 voor Chr.

5300-4200 voor Chr. 8800-4900 voor Chr.

Tot 8800 voor Chr.

Tabel 1 Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. (Bron: Archeologisch Basisregister 1992)

3.2 HISTORISCH GEBRUIK EN BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN6 De bewoningsgeschiedenis van het de omgeving van het plangebied hangt nauw samen met de geologische geschiedenis van het gebied zoals beschreven in voorgaand hoofdstuk. Het landschap van de Veluwe, stuwwallen en dekzandruggen doorsneden met beekdalen, vormde vanaf het Laat-Paleolithicum (33.000-8.800 v. Chr.) een redelijk populaire streek voor jager-verzamelaars. Tot en met het Mesolithicum (8800-4900 v. Chr.) leefde de mensen van de jacht en het verzamelen van voedsel uit de natuur. Men bewoonde tijdelijke (jacht)kampen die men bij voorkeur plaatste op hoger gelegen gronden in de buurt van water. In de omgeving van het plangebied zijn enkele vondsten gedaan uit deze periode (Tabel 3 en Bijlage 3; ZaakId 2936229100 en 3038986100). Verder van het plangebied gelegen, op ca. 2 km ten zuidwesten daarvan zijn twee vindplaatsen uit het mesolithicum bekend (Tabel 4 en Bijlage 3; AMK-nr 3403 en 3405). De vindplaats met AMK-nr 3403 staat bekend als ‘’t Huis op de Berg’ en kent een hoge archeologische waarde. Hier werd tijdens een archeologische inspectie in de jaren ’50 van de vorige eeuw, rondom een groot stuk graniet, een concentratie van bewerkt vuursteen uit het Mesolithicum gevonden. De

6

Grotendeels naar Oude Rengerink & Spoelstra, 2007.

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

14

vindplaats bevind zich vlak onder het maaiveld (Archis III ZaakId 2936197100). In diezelfde periode werden ook ter plaatse van het huidige Archeologische Monument 3405, dat bekend staat als ‘de Zoom’, tijdens een archeologische inspectie verscheidene vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum gevonden (Archis III ZaakId 2936220100 en 3141522100). Tevens werd op dat terrein in 2018 door een wandelaar een stuk bewerkt vuursteen gevonden dat is gedateerd in het Laat-Paleolithicum (Archis III ZaakId 4589448100). Gedurende het Neolithicum (4900-2000 v. Chr.) schakelde de mobiele mens geleidelijk over naar landbouw. De eerste vaste bewoning vond plaats aan de flanken van de stuwwallen. De eerste akkerbouw vond plaats op de hoger gelegen gebiedsdelen, bijvoorbeeld op de goed ontwaterde dekzandruggen. De laaggelegen delen van het landschap bleven wel van belang voor de jacht en de visvangst. 7 Deze locaties hadden vaak een religieuze en/of rituele functie als offerplaats, een bijzondere plaats binnen de leefwereld van de prehistorische mens.8 Nabij het plangebied zijn enkele vondsten (bewerkt vuursteen) gedaan uit deze periode (Tabel 3 en Bijlage 3; ZaakId 2786428100 en 2936189100).9 Vanaf het Laat-Neolithicum worden de doden met grafgiften begraven in een vlakgraf.

In de Vroege-Bronstijd wordt over de vlakgraven een grafheuvel opgeworpen, waar in latere perioden meerdere individuen worden bijgezet. Binnen het stuwwallen landschap van de Veluwe zijn talloze van dergelijke grafheuvels gevonden en nog te vinden. De meeste hiervan bevinden zich op de hogere delen van de stuwwal op minstens 6 km ten zuidoosten van het plangebied. In de IJzertijd stapt men langzamerhand over op het cremeren van de doden, waarbij de urnen met de verbrande resten in een urnenveld worden bijgezet. Over elke urn werd een klein, individueel heuveltje opgeworpen. Een gevolg van de aanleg van akkers gedurende het Neolithicum, was de toenemende ontbossing van de zandgronden. Vanaf het eerste begin van de landbouw in het MiddenNeolithicum moesten voortdurend nieuwe akkergronden worden ontgonnen. Door uitputting van de akkergronden trad geen herstel van de oorspronkelijke bosvegetatie op. Er ontstonden vooral heidevelden. In extremere gevallen trad soms winderosie op. Deze eerste heidevelden en verstuivingen ontstonden al in de Bronstijd (2000-800 v. Chr.); een ontwikkeling die zich voortzette in de IJzertijd (800 - 12 v. Chr.) en de Romeinse tijd (12 v. Chr. - 450 na Chr.). Er ontstond een landschap met zogenaamde 'zwervende erven' rond een gemeenschappelijk grafveld, en met verspreid in het landschap liggende boerderijen.

In de loop van de tijd herstelden de uitgeputte landbouwgronden waardoor ze opnieuw in gebruik konden worden genomen. Op de dekzandplateaus ontstaan dan grote aaneengesloten akkerbouwcomplexen (de zogenaamde 'Celtic Fields'). In de Romeinse Tijd ontstaan de eerste echte dorpen en gehuchten aan de rand van deze akkerbouwcomplexen. Na de val van het Romeinse Rijk nam het bevolkingsaantal af, zelfs zodanig dat het bos op de stuwwallen zich enigszins kon herstellen. Nederzettingen uit deze eerste periode van de Vroege-Middeleeuwen (vanaf circa 450 na Chr.) zijn in dit gebied over het algemeen zeldzaam en minder goed zichtbaar. Vanaf de 8e eeuw neemt de bevolking in hier weer toe en wordt het landbouwareaal voortdurend uitgebreid. Op het nabij het plangebied Van Gijn en Louwe Kooijmans, 2005. Fontijn, 2004; Gerritsen en Rensink 2004. 9 ZaakId 2936189100 wordt beschreven als vermoedelijk Neolithisch. 7 8

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

15

gelegen Beekhuizerzand zijn tijdens opgravingen in de jaren ’60 van de vorige eeuw, aanwijzingen gevonden voor middeleeuwse bewoning van de 8e tot de 12e eeuw. De nederzettingen concentreren zich in deze periode vooral aan de randen van de stuwwallen. Veel nederzettingen stammen uit deze periode (o.a. Uddel, Ermelo, Doornspijk en Telgt). Rondom de dorpskernen lagen de akkerbouw/ weidegrondcomplexen, de engen, essen of enken. Uit oude documenten zijn rond 800 na Chr. in de omgeving van 't Harde diverse buurtschappen bekend, maar 't Harde zelf is er niet bij. Vanaf de 10e eeuw na Chr. waren deze gronden continu in gebruik als akkergrond. Om dit mogelijk te maken werden de akkers opgehoogd met plaggen. In de Late-Middeleeuwen worden geleidelijk de minder gunstige, tot dan toe woeste gronden in gebruik genomen. Ook de laaggelegen gronden nabij de Zuiderzee en de beekdalen krijgen steeds meer een agrarische bestemming. De ontginningsactiviteiten waren bijzonder groot tussen de 11e en de 14e eeuw na Chr. Verschillende nederzettingen in de omgeving zoals o.a. Epe, Elspeet en Nunspeet, zijn in deze periode ontstaan. In dezelfde periode ontwikkelde zich het feodale systeem, waarin rijke boeren leefden van de opbrengst van het agrarisch surplus. Door dit economische systeem konden duurzame structuren zoals herenboerderijen, watermolens, kerken en kapellen worden gebouwd.

In de 11e eeuw ontstaan de eerste parochies. Omstreeks 1300 na Chr. ontstonden de zogenaamde marken en bosmaalschappen; organisaties waarbinnen onder meer regels werden opgesteld voor het gebruik van woeste grond (bos en heide). Dit systeem zette zich voort tot ver in de 19e eeuw. Daarna hebben grote veranderingen in grondeigendom en bodemgebruik plaatsgevonden. Gemeenten en particulieren werden de eigenaren van de gronden. Door de vestiging van nieuwe boeren leidde dit tot een sterk versnipperd grondbezit, dat tot uiting komt in een onregelmatige percelering. 't Harde is een relatief jong buurtschap dat halverwege de 19e eeuw ontstond als gevolg van de aanleg van de spoorlijn Zwolle-Amersfoort en in de 20e eeuw de bouw van de Tonnetkazerne en het militaire oefenterrein. De bewoners van ’t Harde waren veelal arm.10 De schrale zandgronden waren niet erg geschikt voor landbouw. De goede gronden waren veelal in handen van de rijkere boeren. Inwoners van ’t Harde verdienden hun loon vaak als dagloners op de gronden van de gemeente of particulieren. Op de schrale gronden graasden hun schapen of geiten als zij zich die konden veroorloven. In de jaren ’30 van de vorige eeuw telde het inwonerstal van ’t Harde nog steeds slechts 175. Er stonden nog geen 40 woningen. De wegen waren nagenoeg alle zandwegen, met uitzondering van een enkele grindweg, zoals de verbindingsweg Epe-Elburg.

Na de Tweede Wereldoorlog breide het dorp gestaag uit. Eind 1963 stonden er al 670 woningen en er werden plannen ontwikkeld voor de bouw van minstens nog zo'n 600. De naam van het dorp is vermoedelijk afgeleid van 'hard', dat betrekking had op de harde ondergrond. Hiermee wordt mogelijk een weg uit de Romeinse tijd (12 v. Chr. - 450 na Chr.) bedoeld, die ongeveer op de plaats van de huidige Wolkamerweg liep. Bij het deels uitgraven van de grond kwam men in deze omgeving terecht op harde ondergrond. Ook kan de naam betrekking hebben op de weg Elburg - Epe, een modderpad dat ter hoogte van 't Harde over een hoog, veel beter tracé van zand en keileem liep. Een derde mogelijkheid is het feit dat een deel van de route van Harderwijk naar de IJssel bekendheid genoot omdat de bodem er vanwege een onderliggende oerlaag erg stevig was.

10

https://www.henrifloor.nl/teksten/ut_harde.htm

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

16

Op de kaart van de Man uit 1802-1812 is ter hoogte van het plangebied (direct zuidelijk van de landerijen) een natte zone weergegeven (Fig. 7). Mogelijk als gevolg van een lagere ligging van dit gebied ten opzichte van de omgeving. Op de Kadastrale Minuut 1811-1832 is als gevolg van een beschadiging in de kaart niet goed te zien wat er zich ter plaatse van het plangebied bevond, maar duidelijk is wel dat er nog geen sprake was van een buurtschap ’t Harde (Fig. 8). De omgeving van het plangebied bestaat dan voornamelijk uit percelen bouwland, heide en bos met een enkel huis of boerderij. Het gebied ten zuiden van het plangebied (en vermoedelijk ook het plangebied zelf) is dan nog een lang uitgestrekt heidegebied. Op de Bonnebladen uit 1850-1900 wordt het Harde wel genoemd gelegen ten noordwesten van het Station Elburg-Oldebroek (Fig. 9). Het is dan een klein gehucht van enkele huizen bij elkaar in een gebied met nog steeds vooral heide en bosgrond, enkele landbouwpercelen en her en der een huis of boerderij. Tussen de percelen is nu de verharde weg Epe-Elburg te zien. Zowel door Esri (ArcGis) als in kaart.cc wordt het plangebied grotendeels over deze weg geplot. Naar zeggen van regio-archeoloog M. Wispelwey is het tracé van de weg ongewijzigd qua ligging en moet dit met de georeferentie van de kaarten te maken hebben.

Fig. 7 Uitsnede uit de topografische kaart van de Veluwe en Veluwe-zoom door M.J. De Man. Rode stip geeft globaal de ligging van het plangebied aan (uitsnede verkregen via regio-archeoloog M. Wispelwey, hij meende dat dit de versie uit 1840 is).

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

17

Fig. 8 Kadastrale kaart 1811-1832. De blauwe contour geeft de locatie van het plangebied (Bron: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

Fig. 9 Bonnebladen 1850-1900. De blauwe contour geeft de locatie van het plangebied aan (Bron: Esri)

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

18

In de omgeving van het plangebied is in de afgelopen jaren al vrij veel, vooral kleinschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd. Tot op heden is uit dat onderzoek vooral naar voren gekomen dat op veel locaties de bodemopbouw reeds te verstoord was, waarmee de kans op het aantreffen van archeologische waarden gering was. Bij een proefsleuvenonderzoek op circa 700 meter ten westen van het huidige plangebied, ter plaatse van de Hokseberg/ Stadsweg, zijn sporen en vondsten aangetroffen uit de Middeleeuwen (ArchisIII ZaakId 5106218100). Het onderzoek is nog niet gerapporteerd, maar uit de eerste bevindingen valt op te maken dat het vooral gaat om verschillende greppels met een noordwestzuidoost oriëntatie. In de akkerlaag werden tijdens de aanleg van het vlak onder meer fragmenten aardewerk gevonden, waaronder fragmenten die konden worden gedateerd in de Late-Middeleeuwen (14e-16e eeuw).

ZaakId

Type onderzoek

Resultaat

Advies

2073440100 2146698100

Booronderzoek Bureauonderzoek en

Bodemopbouw zeer verstoord Bodemopbouw zeer verstoord

Geen vervolgonderzoek Geen vervolgonderzoek

Bodemopbouw zeer verstoord

Geen vervolgonderzoek

Geen aanwijzingen voor vindplaatsen

Geen vervolgonderzoek

booronderzoek 2146705100

Bureauonderzoek en booronderzoek

2170527100

Bureauonderzoek en booronderzoek

2239337100

Bureauonderzoek

Niet opgenomen in Archis

Niet opgenomen in Archis

2296434100

Bureauonderzoek

Vier verwachtingszones voor

Vervolgonderzoek

archeologische waarden vanaf Laat-

geadviseerd, verkennend

Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. 2322629100

Bureauonderzoek en

Bodemopbouw zeer verstoord

Geen vervolgonderzoek

Top dekzand geërodeerd. Geen

Geen vervolgonderzoek

booronderzoek 3987878100

Booronderzoek

4543341100

Bureauonderzoek en

Kans op archeologische waarden

Archeologische

booronderzoek

Nieuwe tijd

begeleiding.

Karterend

Geen aanwijzingen voor vindplaatsen

Geen vervolgonderzoek.

booronderzoek

Geen bodemvorming. Veen.

Karterend

Geen aanwijzingen voor vindplaatsen

Geen vervolgonderzoek

Sporen

Nog niet opgenomen in

aanwijzingen voor vindplaatsen

4591731100 4659131100

booronderzoek 5106218100

IVO-P

en

vondsten

aangetroffen.

Datering Middeleeuwen.

Archis

Tabel 2 Overzicht in Archis bekende archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied (zie ook bijlage 2) ZaakId

Omschrijving

Datering

2377418100

Baksteen, ophoging

Nieuwe tijd

2786428100

Bewerkt vuursteen

Laat-Neolithicum

2936189100

Bewerkt vuursteen

Vermoedelijk Neolithicum

2936229100

Bewerkt vuursteen

Mesolithicum

3038986100

Bewerkt vuursteen

Mesolithicum

Tabel 3. Relevante archeologische vondstmeldingen nabij het plangebied (zie ook bijlage 3)

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

19

AMK-nr. 3403

Omschrijving Terrein met bewoning. Terrein met

3404

sporen

van

Waarde Hoog

Datering Mesolithicum

sporen

van

Hoog

Vroege – Late Middeleeuwen

Middel

Mesolithicum

bewoning. Oude woongrond, Bewoning en kerk 3405

Terrein met daarin vindplaats van vuurstenen artefacten

Tabel 4 Relevante AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied (zie ook bijlage 3)

3.3 CULTUUR- EN BOUWHISTORIE Het gaat bij cultuur- en bouwhistorie om alle bouwhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarden binnen het studiegebied, zoals daar zijn gebouwde monumenten, bouwhistorische elementen zonder monumentale status (MIP-objecten) en beschermde dorps-en stadsgezichten. Voor eventuele cultuur- en bouwhistorische objecten in de omgeving van het plangebied is gekeken naar het voorkomen van gemeentelijke- en rijksmonumenten en op de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Gelderland. 11 Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn nabij het plangebied geen cultuurhistorische elementen zichtbaar die door de voorgenomen ingrepen worden bedreigd. De objecten met een gemeentelijke- of Rijks monumentale status in de omgeving van het plangebied dateren alle in de Nieuwe tijd. Het betreft verschillende boerderijen, een tweetal landarbeidershuisjes en twee historische tuinen uit de 18e en 19e eeuw ten noorden van het plangebied (Tabel 5&6, Bijlage 4). Deze laatste twee landgoederen, Zwaluwenburg en Schouwenburg en ook het daartussen gelegen Rozenburg (deze laatste is verdwenen) vormen een langgoederencomplex op de overgang tussen de voormalige Zuiderzeekust en de Veluwe. Op de grens met de Veluwe, net ten noorden van het plangebied, ligt de Bovenheigraaf met een wildwal erlangs.

Het landgoed van de Zwaluwenburg strekt zich uit als boslandschap ten zuiden van de Bovenheigraaf, ten oosten van ’t Harde en het plangebied. De landgoederen kennen een hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde en het beheer voor beide terreinen is er daarom op gericht op het accentueren en versterken van het landgoedkarakter en de cultuurhistorische elementen. 12

De geplande ingrepen zullen geen gevolgen hebben voor deze monumenten.

Rijksmonumentnr

Omschrijving

14939

Midden 19e

Locatie eeuws,

ten dele

witgepleisterd

Bovendwarsweg 61

landarbeidershuisje 14940

Laat 19e eeuws, witgepleisterd

Oude Bovendwarsweg 35

landarbeidershuisje 512066

Historische tuin- en landschapsaanleg 19e eeuw

Schouwenburg

512925

Historische tuin- en landschapsaanleg 18 eeuw

Zwaluwenburg

e

Tabel 5 Bekende Rijksmonumenten binnen het onderzoeksgebied (zie ook bijlage 4)

https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=316af7dd4e5745b999be08d27f78 e90c 11

12

Gelders Landschap&Kastelen 2017

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

20

Gem. monument nr

Omschrijving

Locatie

0230/GM036

Boerderij

Bovenweg 9, ‘t Harde

0230/GM209

Boerderij

Stadsweg 25, ‘t Harde

0230/GM082

Boerderij

Eperweg 25a, ‘t Harde

Tabel 6 Bekende gemeentelijk monumenten binnen het onderzoeksgebied (zie ook bijlage 4)

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

21

4. CONCLUSIE EN ADVIES BUREAUONDERZOEK De resultaten van het bureauonderzoek kunnen leiden tot de volgende uitkomsten: 1. Er wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek (IVO) (landbodems), protocol 4004 Opgraven (in geval van een archeologische begeleiding, of 4103 Inventariserend Veldonderzoek IVO (waterbodems); 2. Er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. 1: Als archeologisch vervolgonderzoek wordt geadviseerd, dient een advies te worden afgegeven over welk type onderzoek dit moet zijn, met de toe te passen methode(n), techniek(en) en strategie(ën). Dit advies moet gericht zijn op het toetsen van de gespecificeerde verwachting en moet inhoudelijk worden onderbouwd. 2: Indien uit de geanalyseerde brongegevens blijkt er geen behoudenswaardige archeologische waarden te verwachten zijn, leidt dit tot een advies te stoppen met het archeologisch proces (geen archeologieverplichting meer/vrijgave van het terrein).

4.1 BEANTWOORDING VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN De in paragraaf 2.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: Welke bodemkundige en (geo)morfologische gegevens zijn er over het plangebied bekend? Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd wegens de bestaande bebouwing, maar ligt het nabij een gebied dat is gekarteerd als vlakte van verspoelde dekzanden (M53) met daarbinnen gelegen verschillende landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (L54) en een zuidwest-noordoost georiënteerde brede dekzandrug (B53). Ook de bodemopbouw is voor het plangebied niet gekarteerd, maar nabij het plangebied ligt een zone van zogenaamde laarpodzolgronden. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een dekzandrug, waarop hoge, zwarte enkeerdgronden te vinden zijn. De relatief lagere ligging van het plangebied ten opzichte van de gronden ten westen en noorden daarvan, maken het niet aannemelijk dat hier sprake is van een dekzandrug en enkeerdgronden. In hoeverre is deze bodemopbouw nog intact? Het plangebied ligt braak en er lijkt in de loop van de eeuwen ook geen bebouwing te zijn geweest. Het plangebied zou daarmee een intacte bodemopbouw kunnen kennen. Wel heeft het plangebied mogelijk een periode onder water gestaan, zoals te zien op de kaart van de Man.

Tevens is terrein de laatste 10-15 jaar gebruikt als parkeerterrein van voor vrachtwagens wat de bodemopbouw mogelijk in ieder geval deels heeft verstoord. Veel reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied heeft al aangetoond dat er sprake was van een volledig verstoorde bodemopbouw. Dit onderzoek had met name plaats in de bebouwde kern van ’t Harde. Welke gegevens met betrekking tot archeologische en cultuurhistorische resten zijn reeds over het plangebied en de nabije omgeving bekend? Er zijn in de nabije omgeving van het plangebied verschillende vondstmeldingen gedaan van vondsten uit het Mesolithicum, Neolithicum, Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Op circa 2

Archeologisch Bureauonderzoek – transformatorstation Koekoek te ’t Harde van 29

22

km ten westen van het plangebied zijn drie bekende vindplaatsen; twee uit het Mesolithicum en één middeleeuwse vindplaats. Cultuur- en bouwhistorische objecten in de omgeving van het plangebied dateren alle in de Nieuwe tijd en bestaan uit boerderijen, landarbeidershuisjes en twee monumentale, historische tuinen. Geen van deze objecten bevindt zich zo dicht bij het plangebied dat de voorgenomen ingrepen hier invloed op hebben. Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting? Laat-Paleolithicum - Mesolithicum Gebaseerd op de ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal en bekende vindplaatsen uit deze periode in de omgeving, is er een middelhoge verwachting voor resten uit deze periode. Het zal dan eerder gaan om resten uit het Mesolithicum, maar (Laat)-Paleolithicum kan niet worden uitgesloten. Archeologische resten zullen dan bestaan uit restanten van tijdelijke kampementen die vooral te herkennen zijn aan het voorkomen van bewerkt vuursteen (clusters) en houtskool. Eventuele archeologische resten kunnen met name worden verwacht binnen intacte podzolgronden en kunnen zich vrij dicht onder het maaiveld bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht.

Neolithicum – Bronstijd Gebaseerd op de ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal en bekende vindplaatsen uit deze periode in de omgeving, is er een middelhoge verwachting voor resten uit deze periode met een duidelijke nadruk op het Neolithicum. Archeologische resten kunnen nederzettingsgerelateerd zijn (paalsporen, (haard)kuilen, aardewerk, bewerkt (vuur)steen, bot), te maken hebben met landgebruik, agrarische activiteiten, maar ook met begraving (urnen, vlakgraven, crematieresten, inhumatieresten). Eventuele archeologische resten kunnen met name worden verwacht binnen intacte podzolgronden en kunnen zich vrij dicht onder het maaiveld bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht. IJzertijd - Vroege-Middeleeuwen Gebaseerd op de weinige bekende vindplaatsen uit deze periode in de omgeving van het plangebied, is er een lage verwachting voor resten uit de IJzertijd, Romeinse Tijd en Vroege Middeleeuwen. Mochten deze toch voorkomen dan kunnen deze bestaan uit nederzettingsgerelateerde resten, begravingen en sporen van landgebruik, waaronder agrarische activiteiten. Eventuele archeologische resten kunnen met name worden verwacht binnen intacte podzolgronden en kunnen zich vrij dicht onder het maaiveld bevinden. De conservering van organisch materiaal is binnen deze hoge zandgronden doorgaans slecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=d169124c-4e4c-4257-9186-2651123808d7