CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

20220516 Memo beantwoording technische vragen principeverzoek HHG.pdf

Oordeelsvorming 23 mei 2022, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Principeverzoek nieuw kerkgebouw HHG1.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Bestemd voor:

Gemeenteraad

Deze memo is van: Datum: Onderwerp:

Jan Henk Timmerman & Daan Ackema 16 mei 2022 Beantwoording technische vragen CDA principeverzoek HHG

In deze memo worden de technische vragen beantwoord die namens CDA Elburg op 14 mei 2022 via een e-mail zijn toegestuurd: 1.

Is de nieuw te bouwen kerk qua bestemmingsvlak en bebouwing vergelijkbaar met huidige tuincentrum? Binnen de huidige bestemming is een tuincentrum met een oppervlak van circa 1.100 m2 toegestaan. De maximale bebouwingsoppervlakte van de kerk zal 940 m2 bedragen, exclusief trappen en hellingbaan. Die gegevens haal ik uit de diverse stukken. Wilt u bevestigen/aanvullen met de beoogde oppervlaktes?

Het plan is van toepassing op hetzelfde bestemmingsvlak als die van het tuincentrum. Dat bestemmingsvlak blijft net zo groot. Het bouwvlak wordt iets kleiner, van 1.100 m2 naar 940 m2. De bebouwing wordt wel hoger dan in de huidige situatie. De bouwhoogte is op dit moment 5 meter. Dat wordt in dit plan, buiten de kerktoren gerekend, ongeveer 14 meter. De bebouwing komt verder van de Zuiderzeestraatweg te liggen dan op dit moment het geval is. Op pagina 65 van het principeverzoek, in de bijlage van Architectenbureau BORN, is een conceptplattegrond van het kerkgebouw inclusief de afmetingen opgenomen. Een berekening van de oppervlakte met deze afmetingen toont aan dat er sprake is van een oppervlakte van ongeveer 920 m2 (917,86 m2). Dit is de oppervlakte exclusief trappen en hellingbaan. De maximale bebouwingsoppervlakte zal dus inderdaad 940 m2 bedragen. 2.

Er is een mediation-traject geweest op initiatief van het college met de PKN - en HHK-gemeente te Doornspijk. Zijn daar ook stukken of een eindrapportage over beschikbaar, zodat we als ra ad kennis kunnen nemen van de uitkomsten?

Het mediationtraject was een strikt vertrouwelijk traject, waarbij onderling tussen de partijen afspraken zijn gemaakt over geheimhouding. Van de besprekingen met de mediator hebben wij dan ook geen inhoudelijke stukken. Wel is er op 30 juni 2020 een vertrouwelijke communicatieverklaring opgesteld namens de vertegenwoordigers van beide kerkgemeenten. Hierin wordt gereflecteerd op het traject en de uitkomsten van de mediation. Hierin staat dat “de mediation niet tot het beoogde doel heeft geleid en de Hersteld Hervormde Gemeente Doornspijk de processen om tot een nieuw kerkgebouw te komen hervat.” We hebben vernomen dat de gesprekken in goede harmonie hebben plaatsgevonden. 3.

Vragen over de status van het principeverzoek: A. Wat betekent instemmen met een principeverzoek: is dat een 'positieve grondhouding' tegenover dit initiatief?

Instemmen met een principeverzoek betekent inderdaad dat er zowel ruimtelijk als politiek sprake is van een positieve grondhouding over een initiatief. Het doel van het principever zoek is om een plan op verschillende onderdelen te toetsen en zo de haalbaarheid van een plan in beeld te brengen. Op deze manier hebben initiatiefnemers in een eerder stadium, tegen relatief lage kosten, helder of de gemeente bereid is mee te werken aan een initiatief en welke eventuele voorwaarden daarbij in het vervolg nog een rol spelen.

B. Klopt het dat het raadsbesluit op het principeverzoek niet vatbaar is voor bezwaar en beroep? Dat klopt. Het principeverzoek is geen wettelijk instrument, maar is een manier van werken die wij als gemeente hebben opengesteld. Het principeverzoek is daarom ook vormvrij. Omdat het geen wettelijk instrument is, is er geen bezwaar en beroep mogelijk. Pas in een later stadium, bij de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, kunnen zienswijzen ingediend worden. Nog later, wanneer de gemeenteraad eventueel het bestemmingsplan heeft vastgesteld, staat beroep open tegen het bestemmingsplan. C. Deze keer neemt de raad (en niet het college) een besluit. In hoeverre heeft de raad dan nog beleidsvrijheid bij het besluiten over het bestemmingsplan? Dit is een uitzonderlijke situatie waarin de raad een besluit neemt over het principeverzoek. De afgelopen jaren heeft deze manier van besluitvorming zich niet voorgedaan. Dat maakt het lastig iets te zeggen over de beleidsvrijheid in het eventuele vervolg van de procedure. Als de raad in principe besluit mee te werken, beperkt dit waarschijnlijk de beleidsvrijheid bij het besluiten over een bestemmingsplan. Wel zijn er bij de kanttekeningen in het raadsvoorstel nog een aantal zaken benoemd die in het vervolg van de procedure nog verder moeten worden uitgewerkt.

Als er zich in die verdere uitwerkingen, die op het moment van het principebesluit dus nog niet bekend zijn, bezwaren voordoen, dan heeft de raad beleidsvrijheid om anders te besluiten in de bestemmingsplanprocedure. Ook gewijzigde omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat er in het vervolg van de procedur e anders over het plan wordt gedacht. In dat geval heeft de raad ook de beleidsvrijheid om anders te besluiten over het bestemmingsplan. D. Heeft de raad beleidsvrijheid het principeverzoek te weigeren? Moet de motivering ruimtelijk relevant zijn? De raad heeft de beleidsvrijheid om het principeverzoek te weigeren. De motivering hiervoor hoeft niet alleen ruimtelijk relevant te zijn. Het principeverzoek heeft namelijk ook tot doel om de politieke haalbaarheid in beeld te krijgen. E. In de kanttekeningen in het raadsvoorstel staat dat er een zekere "overmaat" aan ruimte voor de kerkgenootschappen ontstaat. Is dat een (ruimtelijk) relevant argument? Ruimtelijk gezien is dit argument in zoverre relevant dat er bij dit plan een extra kerk word t toegevoegd op een plaats waar in Doornspijk al meerdere kerken zijn gebouwd. Dat is een constatering die we bij de beoordeling, op grond van de gegevens van de HHG, hebben gedaan. Echter kunnen we de behoefte aan kerkelijke ruimte binnen Doornspijk moeilijk kwantificeren. 4.

Op pagina 15 van het principeverzoek, zoals beschreven door Kuiper Compagnons, staat over de Laddertoets: "Het plan kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, een laddertoets is noodzakelijk. Er is echter geen sprake van een toename. De kerkgangers maken op dit moment gebruik van de PKN. Dit is een tijdelijke en onwenselijke situatie. Om deze reden is een andere locatie benodigd. In principe komt er geen ruimte vrij. De capaciteit van de nieuw te bouwen kerk is afgestemd de toekomstverwachting. Verdere toetsing aan de Ladder is naar ons inzicht niet benodigd." Deelt u deze toetsing, is het correct of volgt dit bij de bestemmingsplanprocedure?

In verschillende ambtelijke overleggen met een afvaardiging van de adviseurs en bouwcommissie van de HHG is de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking besproken. In de laddertoets moet de behoefte aan een ontwikkeling, in dit geval binnen stedelijk gebied, aangetoond worden. Wij denken dat dit voldoende is gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=e7384a41-2757-49d1-9668-466fb7b316ca