CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Memo herziening financiële verordening en diverse nota's

Raadsvergadering 21 oktober 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening financiële verordening en diverse nota’s2.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo herziening financiële verordening en diverse nota’s Dit memo dient als bijlage bij het raadsvoorstel herziening financiële verordening en diverse nota’s. Bij het raadsvoorstel zijn de financiële verordening 2025, nota reserves en voorzieningen 2025-2028, nota waardering en afschrijving 2025-2028 en gewijzigde nota rechtmatigheidsverantwoording 2023 bijgevoegd. In dit memo worden alle wijzigingen ten opzichte van de vorige versies van al deze documenten toegelicht. U vindt de volgende onderdelen terug in dit memo: 1. 2. 3. 4. 5.

Algemene toelichting op herzieningen Financiële verordening 2025 Nota reserves en voorzieningen 2025-2028 Nota waardering en afschrijving 2025-2028 Gewijzigde nota rechtmatigheidsverantwoording 2023

1. Algemene toelichting op herzieningen In artikel 212 van de Gemeentewet is bepaald dat de raad de uitgangspunten voor het financiële beleid vaststelt. Deze uitgangspunten zijn samengevat in de financiële verordening van de gemeente. Deze waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. In de verordening zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot aanvullende nota’s, waarin de uitgangspunten op specifieke terreinen verder zijn uitgewerkt. Voorbeelden hiervan zijn de nota grondbeleid, de nota reserves en voorzieningen en de nota waardering en afschrijving. Deze aanvullende nota’s voorkomen dat de financiële verordening te uitgebreid wordt. Bij zulke nota’s geldt dat in de verordening kan worden opgenomen aan welke voorwaarden deze nota’s moeten voldoen, terwijl de inhoud op detailniveau in de nota’s zelf kan worden uitgewerkt. Voor de nota’s van de gemeente Elburg is in de verordening aangegeven dat deze vierjaarlijks worden herzien. Hierbij geldt dat de nota’s verschillende looptijden hebben. Zo geldt dat de nota reserves en voorzieningen en nota grondbeleid inmiddels zijn verlopen, terwijl andere nota’s nog wel een of meerdere jaren geldig zijn. Voor de nota grondbeleid geldt dat een separaat voorstel wordt aangeboden. De nieuwe nota reserves en voorzieningen is wel bij dit voorstel toegevoegd.

Dat deze nota aangepast moest worden, blijkt onder meer wel uit het feit dat de in de vorige nota benoemde reserves en voorzieningen niet langer aansluiten op de praktijk. Door wijzigingen in wet- en regelgeving, recente besluitvormingen door de raad en andere ontwikkelingen zijn echter ook aanvullende documenten herzien. Naast de financiële verordening zelf gaat het hierbij om de nota waardering en afschrijving en de nota rechtmatigheidsverantwoording. In het vervolg van dit memo worden de belangrijkste wijzigingen per document toegelicht. 2. Financiële verordening 2025 De financiële verordening 2019 is herzien op basis van de meest recente modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze modelverordening dateert van november 2022 en is aangescherpt voor ontwikkelingen in wet- en regelgeving tot dat moment. Dit betekent echter ook dat de modelverordening nog niet aansluit op de recente invoering van de rechtmatigheidsverantwoording en de nieuwe notities rente en overhead van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de financiële verordening 2025 is daarom, naast de bestaande financiële verordening 2019 en de modelverordening van de VNG, aansluiting gezocht met de ontwikkelingen op gebied van rechtmatigheid, overhead en rente.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening zijn als volgt: Artikel 1: definitie EMU-saldo toegevoegd (voortvloeiend uit artikel 9). Artikel 2: conform modelverordening is in lid 1 en 2 de toevoeging ‘bij aanvang van iedere raadsperiode’ gedaan. Dit om het moment aan te geven waarop de raad de programma -indeling, taakvelden en beleidsindicatoren vaststelt. Artikel 3: conform modelverordening zijn lid 2 en 5 toegevoegd. In lid 4 en lid 5 is een grensbedrag van € 100.000 toegepast, een bedrag dat ook in artikel 5 en 6 is toegepast.

Artikel 4: lid 1 en 3 licht aangepast en lid 2 toegevoegd. Lid 2 volgt niet direct uit de modelverordening van de VNG en is nieuw ten opzichte van de financiële verordening 2019. In het lid is opgenomen dat, in de financiële kaders van de begroting, de stijging van de onroerendezaakbelasting (OZB) gebaseerd wordt op de algemeen toegepaste prijsindexatie, die volgt uit meest recente publicatie van het Centraal Plan Bureau (CPB). Uw raad wordt gevraagd om een keuze te maken om dit lid wel of niet op te nemen in de nieuwe financiële verordening. Een verdere toelichting hierop vindt u terug in het raadsvoorstel. Artikel 5: artikel dat toeziet op het budgetrecht van de raad. Geactualiseerd aan de hand van de modelverordening en aanvullend lid 1 toegevoegd. In lid 5 grensbedragen van € 100.000 (incidenteel) en € 25.000 (structureel) toegepast. Dit in tegenstelling tot de modelverordening (hierin zijn geen bedragen opgenomen) en ten behoeve van de rechtmatigheid en de hiervoor vereiste toelichtingen. Artikel 6: opnieuw grensbedragen aangepast, net als de toevoeging van het programmaniveau, conform de rechtmatigheidsverantwoording. Verslaglegging over grote projecten toegevoegd aan lid 2, conform de door de raad aangenomen motie van 1 juli 2024. Artikel 7: conform modelverordening toegevoegd. In lid 3 zijn aanvullende spelregels opgenomen m.b.t.

de overheveling van incidentele budgetten. Artikel 8: artikel dat toeziet op de informatieplicht van het college. Vanwege vermenging met bepalingen omtrent budgetrecht in verordening 2019 (zie huidig artikel 5) bepalingen teruggebracht naar bepalingen uit modelverordeningen. Bedragen zijn mede bepaald op basis van verordeningen van andere gemeentes. Het gaat in dit artikel om ingrijpende gevolgen volgens bepalingen uit de Gemeentewet. De raad kan met dit artikel kaders geven aan gevallen waarin hij wensen en bedenkingen wil kunnen meegeven, los van of de verplichting binnen de door de raad goedgekeurde begrotingskaders valt. In lid 2 wordt een uitzondering gemaakt op de bepalingen in lid 1 voor privaatrechtelijke rechtshandelingen. Voorheen werd in het artikel verwezen naar een lijst bij een raadsbesluit uit 2003. Deze lijst is nu geactualiseerd en als bijlage 2b toegevoegd bij dit raadsvoorstel. Voor de volledigheid is ook het raadsbesluit uit 2003 als bijlage 2c toegevoegd. Met het nemen van besluitpunt 2 uit het raadsvoorstel wordt het besluit uit bijlage 2c ingetrokken.

Tot slot werd in de vorige financiële verordening via een aanvullend lid (lid 6) een uitzondering gemaakt op de informatieplicht voor het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties voor zover voldaan werd aan een bij raadsbesluit vastgestelde beleidsnotitie “Verstrekken rentedragende geldleningen aan verenigingen voor de (ver)bouw, aanleg c.q. aankoop van sportaccommodaties” (zie bijlage 2d). Deze uitzondering wordt, mede door de herziene formulering en bedragen uit lid 1, in de nieuwe verordening niet meer gemaakt. In het kader daarvan geldt dus dat de informatieplicht van het college zoals gesteld in lid 1, sub c, bij vaststelling van de financiële verordening, ook geldt voor leningen aan verenigingen in relatie tot sportaccommodaties. Met het nemen van besluitpunt 3 uit het raadsvoorstel wordt het oude besluit uit bijlage 2d ingetrokken. Artikel 9: toegevoegd conform modelverordening. Artikel 12: toegevoegd conform modelverordening. Artikel 14: lid 3 scherper neergezet conform nieuwe notitie overhead. Conform nieuwe notitie rente lid 6 verwijderd. Op grondexploitaties wordt voortaan geen aparte omslagrente toegepast. Artikel prijzen economische activiteiten (voorheen artikel 12): dit artikel is in het kader van de Wet Markt en Overheid (WM&O) en op advies van juridische zaken verwijderd.

De jurisprudentie op het gebied van de prijzen economische activiteiten is behoorlijk aangescherpt en ook in de komende wetswijziging zit geen ruimte voor de formulering van het artikel zoals dat in de vorige verordening was opgenomen. Uit de WM&O volgt namelijk dat (minimaal) de integrale kostprijs gerekend moet worden en dat een raadsbesluit nodig is wanneer dit niet kan. Dat moet onderbouwd worden in een zogenoemd Dienst Algemeen Belang besluit (DAB). Het is niet mogelijk om dat in een (financiële) verordening te regelen, zoals voorheen gedaan werd in het 2 e lid van artikel 12. Artikel 15: grensbedrag conform artikel 8, lid 1, verhoogd naar € 250.000. Lid 5 verwijderd (zie toelichting artikel 8 hierboven). Artikel 20: lid 5 toegevoegd. 3. Nota reserves en voorzieningen 2025-2028 De oude nota reserves en voorzieningen had een looptijd van 2019-2023 en had formeel gezien (volgens de kaders van de financiële verordening) dus al herzien moeten worden. Meerdere reserves en voorzieningen zijn inmiddels opgeheven of ingesteld. Ook kan het zinvol zijn om eerder gestelde kaders van reserves en voorzieningen vanwege (financiële) ontwikkelingen te heroverwegen. De nota reserves

en voorzieningen vloeit voort uit artikel 13 van de financiële verordening 2025. Net als voor de financiële verordening geldt dus voor de nota reserves en voorzieningen dat de raad uiteindelijk over de inhoud besluit en de nota vaststelt. De volgende voorzieningen waren wel opgenomen in de nota reserves en voorzieningen 2019 -2023, maar zijn inmiddels opgeheven door het ontbreken van een vastgesteld beheerplan. Voorziening onderhoud gebouwen Voorziening onderhoud monumenten Voorziening onderhoud dorpshuizen Voorziening onderhoud zwembad Voorziening onderhoud haven De onderhoudskosten worden voorlopig gedekt uit exploitatiebudgetten. Wanneer op deze onderdelen een nieuw beheerplan wordt vastgesteld, kunnen de voorzieningen in de toekomst weer opnieuw worden gevormd. De volgende reserves en voorzieningen zijn ten opzichte van de vorige nota toegevoegd: Bestemmingsreserve ICT Bestemmingsreserve woonfonds voor flexwoningen Bestemmingsreserve herhuisvesting gemeentekantoor Voorziening verlof personeel De belangrijkste wijzigingen in en kanttekeningen bij de nota reserves en voorzieningen zijn als volgt: Hoofdstuk 4, pagina 6: er zijn vier specifieke kaders opgenomen, o.a. met bepalingen voor de nota reserves en voorzieningen en de instelling van een bestemmingsreserve.

Deze bepalingen zijn conform de modelverordening van de financiële verordening, maar zijn, in plaats van in de verordening zelf, opgenomen halverwege pagina 6 van de nota (onder het kopje hoofdlijnen beleid). Hoofdstuk 4, pagina 7: bepalingen omtrent het minimum en maximum van de algemene reserve en de algemene reserve bouwgrondexploitaties zijn gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit en daarmee gewijzigd ten opzichte van de vorige nota. Hoofdstuk 5, algemeen: de verloopstaatjes per reserve en voorziening zijn verwijderd uit de nota en weergegeven in bijlage 3b bij dit memo en raadsvoorstel. Dit om de nota te beperkingen tot de kaders en bepalingen. Wel is per reserve en voorziening de omvang per 1 -1-2024 vermeld. De bedragen uit bijlage 3b zijn de begrote bedragen per 1 juli 2024 en dus vanaf de vaststelling van de 6 e begrotingswijziging 2024 (voorjaarsrapportage 2024). De jaarschijf 2028 geeft daarbij niet in alle gevallen de juiste onttrekkingen of toevoegingen weer, omdat deze bedragen in sommige gevallen in eerste instantie overgenomen worden van 2027. Bij de begroting 2025-2028 worden desbetreffende bedragen geactualiseerd. Sowieso geldt dat het begrote verloop van reserves en voorzieningen dynamisch is en voortdurend wijzigt naar aanleiding van raadsbesluiten. In elke begroting vindt u een geactualiseerde versie van het verloop van reserves en voorzieningen.

Hoofdstuk 5, pagina 8: minimum van de algemene reserve is zoals vermeld gekoppeld aan de weerstandscapaciteit. Bij de algemene bestemmingsreserve is verdere duiding gegeven aan het overhevelen van restantbudgetten. Hoofdstuk 5, pagina 8: minimum en maximum van de algemene reserve bouwgrondexploitatie zijn zoals vermeld gekoppeld aan de weerstandscapaciteit. Bij de reserve sociaal domein is de definitie van het sociaal domein geactualiseerd, is een minimale omvang ingesteld van € 2 miljoen en een maximale omvang van € 5 miljoen. Bij akkoord van de raad op dit maximum zal bij de najaarsrapportage 2024 dan ook worden voorgesteld om het huidige reserveoverschot aan de algemene reserve toe te voegen. In de begroting 2025 wordt vervolgens gehandhaafd dat de reserve sociaal domein, net als andere reserves met een minimale of maximale omvang, op begrotingsbasis in de komende jaren niet boven de maximale of onder de minimale omvang uitkomt. Hoofdstuk 5, pagina 10: plafond kostendekking begraafrechten uit vorige nota van 80% gewijzigd naar 85% (conform de kadernota 2020 en meerjarenprogrammabegroting 2021 -2024). Hoofdstuk 5, pagina 11: de bestemmingsreserve precariobelasting is nog wel opgenomen in de nota. In de perspectiefnota 2024 is aangegeven dat de reserve volledig als dekking bij de begroting 2025 2028 zal worden ingezet.

Hoofdstuk 5, pagina 11: de nieuwe reserves ICT, woonfonds voor flexwoningen en herhuisvesting gemeentekantoor zijn toegevoegd. Voor de reserve ICT is een maximale omvang van € 2 miljoen opgenomen. Hoofstuk 5, pagina 12: de voorziening verlof personeel is wettelijk verplicht ingesteld, bepalingen zijn toegevoegd aan de nota. De onderhoudsvoorzieningen zijn verwijderd en opgeheven. Deze voorzieningen kunnen in de toekomst wel weer opnieuw worden gevormd. 4. Nota waardering en afschrijving 2025-2028 De oude nota waardering en afschrijving had een looptijd van 2022-2025 en hoefde formeel gezien nog niet herzien te worden. Toch is dit, mede door ontwikkelingen in wet - en regelgeving, gedaan. De nieuwe nota heeft een looptijd van 2025 tot en met 2028. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de nota waardering en afschrijving 2022 -2025 zijn als volgt: 1. De wijzigingen ten opzichte van de nota worden niet langer in de nota zelf toegelicht, maar in dit memo. 2. De ondergrens voor het activeren van investeringen is verhoogd van € 10.000 naar € 25.000. 3. Er is een bepaling toegevoegd over het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties. Deze kosten mogen maximaal vijf jaar op de balans blijven staan. Deze bepaling is opgenomen ter verduidelijking op het maximale afschrijvingstermijn van vijf jaar voor immateriële vaste activa. 4.

De actuele herziening van het beheerplan gebouwen is genoemd. Het uitgangspunt om groot onderhoud ten laste van de voorziening te brengen is daarbij aangehouden. 5. Vanwege de nieuwe notitie rente van de commissie BBV is het uitgangspunt over de rentetoerekening aan bouwgrondexploitaties gewijzigd (deze rentetoerekening gebeurt nu tegen de reguliere omslagrente). 6. Er zijn wijzigingen en toevoegingen gedaan in de afschrijftermijnen: a. Volledige renovatie met duurzaamheid > naar 50 jaar (toevoeging) b. ICT hardware > naar 3-15 jaar (toevoeging), aansluitend op de instelling van de ICTreserve en bijbehorend investeringsplan. De termijnen voor verschillende types hardware zijn gebaseerd op de technische levensduur en variëren van 3 tot 15 jaar. c. Boot > naar 20 jaar (toevoeging) d. Houtversnipperaar > van 10 naar 20 jaar (wijziging) e. Monumentenwagen > naar 15 jaar (toevoeging) 5. Gewijzigde nota rechtmatigheidsverantwoording 2023 In lijn met het raadsbesluit bij de jaarstukken 2023 stellen we voor om het melden van het onderschrijden van de lasten, onderschrijden van de investeringsbudgetten, onderschrijden van de baten en overschrijden van de baten voortaan als tijdig te beschouwe n wanneer deze onder- en overschrijdingen bij de begrotingsafwijkingen in de jaarrekening worden toegelicht.

Dit is al jaren gebruikelijk, maar wordt met de wijziging van de nota formeel vastgelegd. Om begrotingsonrechtmatigheden te voorkomen is daarom bepaling 4.2.6 aan de in december 2023 vastgestelde nota rechtmatigheidsverantwoording toegevoegd : 4.2.6 Tijdigheid melding begrotingsafwijkingen Uitgangspunt is dat bij onderschrijdingen van lasten of investeringskredieten en/of lagere of hogere baten dan begroot dit in beginsel niet als onrechtmatig wordt beschouwd. Voorwaarde is dan wel dat deze tijdig worden gemeld aan de raad. Wanneer de reguliere rapportagemomenten reeds zijn geweest, dan kan als tijdig ook worden beschouwd de toelicht ing van de begrotingsafwijkingen in de jaarrekening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=65d7f15a-81d8-4fcd-ab80-8d09b9859471