CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorgestelde beslissing op bezwaar en voorgestelde beslissing op ingebrekestelling (RIS)

Raadsvergadering 24 januari 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Beslissing op bezwaar gericht tegen het raadsbesluit waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen & beslissing op de ingebrekestelling vanwege het niet (tijdig) beslissen op het bezwaar2.619 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven

AANGETEKEND Bezwaarmaker

Ons kenmerk: Onderwerp:

gemeente Eindhoven Sector Veiligheid, Juridische Zaken en Bestuur Afdeling Juridische Zaken Behandeld door Telefoon Uw kenmerk Ons kenmerk BZ-22-0300-001 Verzenddatum:

BZ-22-0300-001 en IS-22-0060-001 Beslissing op bezwaar en beslissing op ingebrekestelling

Geachte bezwaarmaker, Aanleiding Naar aanleiding van uw bezwaarschrift van 15 april 2022 gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022 – waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen – en naar aanleiding van uw brief van 25 november 20221 waarin u ons in gebreke heeft gesteld vanwege het niet (tijdig) beslissen op uw bezwaarschrift, berichten wij u als volgt. Onze beslissing Wij hebben besloten uw bezwaar kennelijk ongegrond te verklaren, omdat rechtstreeks uit artikel 160 lid 1 onder b van de Gemeentewet volgt dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden. Tevens hebben wij besloten dat wij u, gelet op het bepaalde in artikel 4:17 lid 6 onder c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen dwangsom zijn verschuldigd. Waarom nemen wij dit besluit? Procesverloop Bij besluit van 26 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders geheimhouding opgelegd ten aanzien van de onderstaande stukken die aan ons zijn overgelegd2: a. B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; b. Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; c. Commissienotitie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; d.

Analyse scenario's woonboten d.d. 15 juni 2021; e. PowerPointpresentatie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021;

1

Ontvangen per e-mail op 25 november 2022 en per post op 28 november 2022. Hiertegen is door een ander dan u een bezwaarschrift ingediend. In ons besluit van 30 november 2021 hebben wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken bekrachtigd. Het bezwaar is door ons – mede gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1809) – opgevat als zijnde gericht tegen ons besluit van 30 november 2021 waarin wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken hebben bekrachtigd. 2

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5611 EM Eindhoven www.eindhoven.nl

Postadres Postbus 90150 5600 RB Eindhoven gemeente@eindhoven.nl Telefoon 14 040

Ons kenmerk BZ-22-0300-001

f.

Commissieadvies uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021.

Bij besluit van 30 november 2021 hebben wij het besluit van 26 november 2021 van het college van burgemeester en wethouders – waarin geheimhouding is opgelegd ten aanzien van deze stukken die zij aan ons hebben overgelegd – bekrachtigd.3 Op 29 november 2021 is door een ander dan u een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)4 ingediend. Het verzoek om informatie heeft betrekking op de stukken waarop het college van burgemeester en wethouders bij besluit van 26 november 2021 geheimhouding heeft opgelegd. De geheimhouding met betrekking tot de aan ons verstrekte stukken hebben wij bij besluit van 30 november 2021 bekrachtigd. Het verzoek om informatie die betrekking heeft op stukken waarop geheimhouding is opgelegd is vervolgens tevens aangemerkt als verzoek om opheffing van betreffende geheimhouding. Op 8 maart 2022 hebben wij, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 januari 2022, in de openbare raadsvergadering van 8 maart 2022 besloten dat het verzoek om opheffing van de geheimhouding wordt afgewezen. Hiertegen heeft u op 15 april 2022 een bezwaarschrift ingediend. Bij brief van 15 juni 2022 is de ontvangst van uw bezwaarschrift bevestigd en bent u in de gelegenheid gesteld uw bezwaar toe te lichten tijdens een hoorzitting door middel van het toesturen van het ‘Antwoordformulier hoorzitting’.

Op 22 juni 2022 is het antwoordformulier retour ontvangen waarop u geeft aangegeven uw bezwaar toe te willen lichten tijdens een hoorzitting. Bij brief van 25 november 2022 (ontvangen per e-mail op 25 november 2022 en per post op 28 november 2022) heeft u ons in gebreke gesteld vanwege het niet (tijdig) beslissen op uw bezwaarschrift. Naar aanleiding van uw bezwaarschrift is op 16 december 2022 een hoorzitting geweest. U was daarbij aanwezig. Het horen heeft plaatsgevonden door de Afdeling Bezwaar, Beroep en Klachten van de gemeente Eindhoven. Ontvankelijkheid Uw bezwaar is gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022, waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen. Uw bezwaarschrift van 15 april 2022 is binnen de termijn, als bedoeld in de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingediend. Uw bezwaarschrift voldoet ook voor het overige aan de in de Awb gestelde eisen met betrekking tot de ontvankelijkheid. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen in de uitspraak van 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3140), zijn besluiten tot het opleggen van geheimhouding (en tot het weigeren van de opheffing daarvan) primair gericht tot de leden van de raad. Deze besluiten hebben voor hen rechtsgevolgen. In zijn 3 4

Hiertegen is door een ander dan u een bezwaarschrift ingediend. Per 1 mei 2022 vervangen door de Wet open overheid (Woo).

2

Ons kenmerk BZ-22-0300-001

algemeenheid is echter niet uit te sluiten dat er personen of rechtspersonen zijn die een zodanige betrokkenheid hebben bij stukken waarvan geheimhouding is opgelegd, dat zij door deze besluiten rechtstreeks in hun belangen worden geraakt en zij daarom belanghebbende daarbij zijn.5 Wij zijn van mening dat u als commissielid zodanige betrokkenheid heeft bij de stukken waarvan geheimhouding is opgelegd, dat u door het besluit tot geheimhouding rechtstreeks in uw belang wordt geraakt en daarom ook belanghebbende bent bij het raadsbesluit van 8 maart 2022 waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen. Inhoud bezwaren In uw bezwaarschrift heeft u aangegeven dat u bezwaar maakt tegen ons besluit met nummer ‘22bst00108, zoals op 8 maart 2022 is bekendgemaakt, en gaat over het raadsvoorstel: “Verzoek om opheffing geheimhouding stukken met betrekking tot Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk”. U heeft in uw bezwaarschrift vervolgens de volgende bezwaargronden naar voren gebracht: “B&W hebben ten onrechte n.a.v. een WOB verzoek van 29 november 2021 een raadsvoorstel gedaan na de bekrachtiging bij besluit 30-11-2021 (21bst01902). Vanaf die datum is raad bij uitsluiting bevoegd te beslissen op WOB verzoeken en/of bezwaarschriften m.b.t tot de geheimhouding.

In het voorstel wordt dit ook vermeld. B&W moeten ieder verzoek of bezwaar doorsturen naar de raad. Vaste jurisprudentie. Na 30-11-2021 zijn meerdere bezwaren tegen het bekrachtigingsbesluit van 30-11-2021 ingediend, die nog behandeld moeten worden.” Wettelijk kader Het wettelijk kader bestaat uit artikel 25 van de Gemeentewet, het daarin genoemde artikel 5.1 van de Wet open overheid (voorheen artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur)6 en artikel 160 van de Gemeentewet. Voor onderhavige beslissing op bezwaar, waarin niet zozeer de inhoud van het bestreden besluit wordt bestreden maar de totstandkoming (de formele procedure daaraan voorafgaand) wordt bestreden, bestaat het wettelijk kader voornamelijk uit artikel 25 en 160 lid 1 onder b van de Gemeentewet. In artikel 25 van de Gemeentewet is het volgende bepaald: 1. De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid [voorheen: artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur], omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De

5

Vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 december 2018; ECLI:NL:RVS:2018:3991. 6 Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen te vervallen.

3

Ons kenmerk BZ-22-0300-001

geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft. 2.

Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid [voorheen: artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur], kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

3.

De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.

4.

De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

In artikel 160 lid 1 onder b van de Gemeentewet is het volgende bepaald: Het college is in ieder geval bevoegd beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. Overwegingen Hierna kunt u lezen hoe wij tot onderhavige beslissing op bezwaar zijn gekomen. U stelt in uw bezwaarschrift onder andere het volgende: “B&W hebben ten onrechte n.a.v. een WOB verzoek van 29 november 2021 een raadsvoorstel gedaan na de bekrachtiging bij besluit 30-11-2021 (21bst01902). Vanaf die datum is raad bij uitsluiting bevoegd te beslissen op WOB verzoeken en/of bezwaarschriften m.b.t tot de geheimhouding. In het voorstel wordt dit ook vermeld. B&W moeten ieder verzoek of bezwaar doorsturen naar de raad. Vaste jurisprudentie.” Wij merken op dat wij het in zoverre met u eens zijn dat in onderhavige situatie uitsluitend wij kunnen beslissen inzake opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”, hetgeen volgt uit artikel 25 lid 4 van de Gemeentewet.

Dat neemt echter niet weg dat het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (thans: de Wet open overheid) – welke tevens dient te worden aangemerkt als verzoek om opheffing van geheimhouding – ons een raadsvoorstel mogen doen voor het al dan niet opheffen van de geheimhouding. Te meer, omdat het

4

Ons kenmerk BZ-22-0300-001

college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet juist bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden. Het door het college van burgemeester en wethouders opgestelde raadsvoorstel is dan ook niets anders dan een beslissing van ons voor te bereiden. Met het raadsvoorstel heeft het college van burgemeester en wethouders het verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (thans: de Wet open overheid) – welke tevens dient te worden aangemerkt als verzoek om opheffing van geheimhouding – aan ons doorgestuurd en een beslissing daarop voor ons voorbereid, zodat wij vervolgens op het verzoek om opheffing van betreffende geheimhouding hebben kunnen beslissen. Tevens stelt u in uw bezwaarschrift het volgende: “Na 30-11-2021 zijn meerdere bezwaren tegen het bekrachtigingsbesluit van 30-11-2021 ingediend, die nog behandeld moeten worden.” Wij merken op dat door een ander dan u bezwaar is gemaakt tegen het besluit van 26 november 2021 waarin het college van burgemeester en wethouders geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”. In ons besluit van 30 november 2021 hebben wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken bekrachtigd.

Het bezwaar is door ons – mede gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1809) – opgevat als zijnde tevens gericht tegen ons besluit van 30 november 2021 waarin wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken hebben bekrachtigd. Tevens is er door een ander dan u bezwaar gemaakt tegen ons besluit van 30 november 2021. Het is zodoende juist dat er meerdere bezwaren zijn tegen het besluit van 30 november 2021 waarin wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” hebben bekrachtigd. Voor zover u hiermee beoogd te stellen dat er niet tijdig op deze bezwaren (van anderen dan u) is beslist, is dit juist, maar u bent daarin naar onze mening geen belanghebbende. U had de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het besluit tot (bekrachtiging van) geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”, maar dat heeft u niet gedaan. U bent naar onze mening zodoende geen belanghebbende bij het al of niet tijdig behandelen van een bezwaarschrift die niet door u is ingediend. Met uw onderhavige bezwaar kunt u ook niet bereiken dat in die procedure alsnog op het bezwaar wordt beslist.

Ten overvloede merken wij (nogmaals) op dat uw bezwaar is gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022, waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen, waartegen u geen inhoudelijke bezwaargronden heeft aangevoerd. De door u aangevoerde bezwaargronden zijn immers niet gericht tegen de inhoud maar hebben betrekking op de gevolgde procedure voorafgaand aan de totstandkoming van het raadsbesluit van 8 maart 2022. Daarover hebben we u reeds in onderhavige beslissing op bezwaar gewezen op artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet waarin staat dat het college bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden.

5

Ons kenmerk BZ-22-0300-001

Ingebrekestelling Bij brief van 25 november 2022 (ontvangen per e-mail op 25 november 2022 en per post op 28 november 2022) heeft u ons in gebreke gesteld vanwege het niet (tijdig) beslissen op uw bezwaarschrift. Wij zijn van mening dat u ons terecht in gebreke heeft gesteld vanwege het niet tijdig beslissen op uw bezwaarschrift, omdat niet binnen de in artikel 7:10 van de Awb gestelde termijn op uw bezwaar is beslist. Voor de vertraging bieden wij dan ook onze excuses aan. Wij zijn echter tevens van mening dat wij u geen dwangsom zijn verschuldigd. Ingevolge artikel 4:17 lid 6 sub c van de Awb is immers geen dwangsom verschuldigd indien: a. (…); b. (…); c. de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Wij zijn van mening dat uw bezwaar kennelijk ongegrond is. Uw bezwaar is namelijk gericht tegen de procedure voorafgaand aan het door u bestreden besluit en is naar onze mening kennelijk ongegrond, omdat rechtstreeks uit de Gemeentewet voortvloeit dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden. Beroepsmogelijkheid Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na verzenddatum van deze brief hiertegen schriftelijk beroep instellen bij de rechtbank Oost-Brabant, sector bestuursrecht, postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch.

Naast dit beroepschrift kunt u, indien u een spoedeisend belang heeft, bij de voorzieningenrechter van de rechtbank eventueel een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Zowel voor het instellen van beroep als voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bent u griffierecht verschuldigd. Hoogachtend, de gemeenteraad,

J. Jongbloed, griffier.

6

Ons kenmerk BZ-22-0300-001

I.a.a. mevrouw A. Hardon (digitaal) mevrouw A. Kumas (digitaal) Gemeenteraad Griffie (digitaal)

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12341387/1