Verworpen amendement A2 Inkomensgrens minimaregelingen naar 130 procent in 2025 en 2026 (SP, 50PLUS, OAHvE, LPF, PvdD, FvD, Volt)
Tekst van het document
Amendement Inkomensgrens minimaregelingen naar 130 % in 2025 en 2026 A2 De indieners van dit amendement stellen de gemeenteraad voor om in de vergadering van 2 juli 2024 een besluit te nemen. Zij hebben het voorstel Effect & vereenvoudiging minimaregelingen (24bst00591) van het college gelezen. Na het gesprek in de vergadering van 18 juni 2024 stellen zij een aanpassing van het besluit voor. De indieners hoorden dat: • In het raadsvoorstel van het college geen ruimte wordt gemaakt voor verruiming van de inkomensgrens van de minimaregelingen naar 130 % van het sociaal minimum. Onder de minimaregelingen wordt verstaan de Meedoenbijdrage inclusief gratis met de bus, bibliotheekpas en gratis zwemdiploma A; • De gemeente Eindhoven ongeveer 6 à 7 miljoen euro over heeft gehouden van het door het Rijk ontvangen gelden voor de Energietoeslag; • Deze informatie pas laat bekend was door middel van de nadere toelichting van het college van 14 juni 2024; • Een groeiende groep mensen in armoede leeft; • Op basis van het hoofdlijnenakkoord van de landelijk formerende partijen te verwachten valt dat de armoede in Nederland verder zal toenemen; • De gemeente Eindhoven de minimaregelingen wil herijken maar deze niet wil verruimen naar 130 % van het sociaal minimum; • Het college van mening is dat ‘alle huishoudtypes in Eindhoven hun maandbegroting rond krijgen’; • Het college dit baseert op
onderzoek door het Nibud; • Het college hierbij over het hoofd ziet dat dit alleen geldt wanneer mensen goed kunnen omgaan met geld, EN dat ze alle toeslagen en regelingen die er zijn aanvragen EN dat ze niet vast zitten aan te hoge kosten voor huur of verwarming; • Het Nibud zelf stelt dat een gemeente zelf het geld verdeelt over minima en hoeveel budget een gemeente vrijmaakt voor armoedebestrijding. Het is een politiek vraagstuk. Daarnaast dat de berekeningen kunnen afwijken in de praktijk (zie Eindhovens college: ‘Extra steun voor minima hoeft niet van Nibud’, maar dat zit toch nèt even anders | Eindhoven | ed.nl van 25 mei 2024); • Al bekend is dat dit jaar de huren flink zullen stijgen; • Relatief veel huurders in slecht geïsoleerde woningen wonen met daarmee gepaard gaande hoge energiekosten; • Meerdere maatschappelijke organisaties ervoor pleiten om de Eindhovense minimaregelingen te verhogen naar 130 % van het sociaal minimum;
•
•
De extra kosten voor het verruimen van de minimaregelingen naar 130 % van het sociale minimum naar schatting per jaar 1,3 miljoen euro bedragen (zie zie: raadsvoorstel en bijlagen); De gemeente Eindhoven bovendien een bedrag van 21,6 miljoen euro heeft kunnen toevoegen aan haar vermogen over het jaar 2023, waardoor er een stevige financiële basis is ontstaan.
De indieners vinden dat: • De inkomensgrens van de minimaregelingen in Eindhoven verruimd moeten worden naar 130 % van het sociale minimum; • Hierdoor kunnen ongeveer 4000 Eindhovenaren die net buiten de boot vallen en deze ondersteuning ook hard nodig hebben ook worden geholpen; • Het goed is om de doelgroep voor deze regelingen uit te breiden en zo ook problemen in de toekomst voorkomen kunnen worden; • Door deze verschuiving het sociale gezicht van onze stad duidelijker getoond kan worden en beter zal passen bij een stad die zich in de toekomst wereldwijd zal profileren. De indieners stellen voor het ontwerp raadsbesluit aan te vullen met beslispunt 3: 3. De overgebleven middelen van de landelijke gelden voor de energietoeslag over te hevelen naar de jaren 2025 en 2026 en deze incidentele middelen geheel te bestemmen voor de minimaregelingen. Aan de bestemming van deze incidentele middelen de volgende kaders te verbinden: a. De inkomensgrens van de meedoenbijdrage tijdelijk te verruimen van 120 % naar 130 % voor de jaren 2025 en 2026, zodat meer inwoners gebruik kunnen maken van deze regeling; b. Het college de opdracht te geven om in 2026 een voorstel aan de raad voor te leggen voor een structurele financiering van deze verruiming van de meedoenbijdrage naar 130 % voor de jaren 2027 en verder.
Eindhoven, 2 juli 2024, De leden van de raad, Murat Memiş (SP), voorsteller Dre Rennenberg (OAHvE), voorsteller Ruud van Acquoij (50PLUS), voorsteller Rudy Reker (LPF), voorsteller Virginia Jonkers (PvdD), voorsteller Nicolas Knoester (FvD), voorsteller Inge Teklenburg (Volt), voorsteller
Dit amendement is verworpen in de vergadering van 2 juli 2024. J. Jongbloed, griffier.
Bijlage: Onderbouwing kosten Op basis van de nadere toelichting van het college (14 juni 2024) en de bijbehorende bijlage overzicht van de mogelijkheden besteding incidentele middelen armoede en schulden zijn de voorgestelde kaders uit het amendement gebaseerd. De bijlage bij nadere toelichting bevat op pagina 4 een overzicht van maatregelen en kostenindicatie. Zie onderstaand schema:
Financiële onderbouwing voorgesteld kader uit het amendement: De meedoenbijdrage incidenteel verruimen naar 130% kost 1,3 miljoen euro per jaar. Incidentele maatregel voor de jaren 2025 en 2026
Inschatting kosten voor de jaren 2025 en 2026
Tijdelijk meedoenbijdrage naar 130%
1,3 miljoen euro per jaar
Uitvoeringskosten / hoger gebruik regeling
0,2 miljoen euro per jaar
Totaal
3,0 miljoen euro