CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit Raadsvoorstel Verordeningen gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten 2024

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordeningen gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten 202424.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.4.2

Indien een aanvrager zijn aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 3.1 tot en met 3.3 intrekt, terwijl reeds adviezen zijn uitgezet en/of een inhoudelijke beoordeling heeft plaats gevonden door de gemeente, wordt 85% van het tarief van de op grond van die artikelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges in rekening gebracht.

3.4.3

Indien op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.2 afwijzend wordt beschikt, wordt op verzoek binnen een jaar

75

€ 303,00

Inboeknummer 23bst01030 na besluitvorming, teruggaaf van de geheven leges verleend van 15%. 3.4.4

Een bedrag van minder dan € 100,- komt niet in aanmerking voor teruggaaf.

Paragraaf 5 Huisvesting 3.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

Onttrekking

3.5.1

vervallen

Samenvoeging

3.5.2

vervallen

Omzetting

3.5.3.1

om een vergunning tot omzetting of het

€ 2.782,00

omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21,eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 3.5.3.2

tot het beoordelen van een conceptaanvraag

€ 363,00

ten behoeve van een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014 Woningvorming

3.5.4

om een vergunning tot het verbouwen of in

€ 953,00

die gebouwde staat te houden van een woonruimte tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014 Splitsings-

3.5.5

vergunning

om een vergunning om een recht op een

€ 953,00

gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014

Verhuurvergun-

3.5.6

om een woonruimte in gebruik te geven

ning opkoop-

binnen 4 jaar na de datum van inschrijving in

bescherming

de openbare registers in de akte van levering

€ 263,00

van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 3.5.7

tot het overschrijven van een verleende vergunning ingevolge de Regionale Nood-

76

€ 350,00

Inboeknummer 23bst01030 Huisvestingsverordening en de Regionale Huisvestingsverordening SRE 3.5.8

Teruggaaf van de ingevolge deze paragraaf geheven leges wordt op verzoek verleend indien: a. op een aanvraag om vergunning afwijzend wordt beschikt; of b. een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of c. de vergunning wordt ingetrokken, omdat daarvan geen gebruik wordt gemaakt; en het verzoek uiterlijk één jaar na

15%

dagtekening van de afwijzing dan wel de intrekking van de aanvraag of de vergunning, is ontvangen, waarbij een teruggaaf wordt verleend van Paragraaf 6 Telecommunicatie, kabels en leidingen Instemmings-

3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

besluit Tele-

nemen van een melding tot het verkrijgen

communicatie-

van instemming omtrent plaats, tijdstip en

wet

werkwijze van uitvoering van

€ 479,07

werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 3.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Eindhoven 2022 3.6.2

Het tarief als bedoeld in artikel 3.6.1 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van

3.6.3

Het tarief als bedoeld in de artikelen 3.6.1 en 3.6.2 wordt verminderd met 50%, indien a. een melding wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of

77

€ 1,96

Inboeknummer 23bst01030 b. een melding buiten behandeling wordt gesteld. 3.6.4

In afwijking van de artikelen 3.6.1 en 3.6.2 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een melding tot het verkrijgen van instemming, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die artikelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende melding.

Vergunning

3.6.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

kabels en

nemen van een aanvraag om een vergunning

leidingen

voor het aanleggen, onderhouden, verleggen

€ 479,07

of verwijderen van kabels of leidingen als bedoeld in artikel 2.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Eindhoven 2022 3.6.6

Het tarief als bedoeld in artikel 3.6.5 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van

3.6.7

Het tarief als bedoeld in de artikelen 3.6.5 en 3.6.6 wordt verminderd met 50%, indien a. een aanvraag wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of b. een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld.

3.6.8

In afwijking van de artikelen 3.6.5 en 3.6.6 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die artikelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende aanvraag.

Paragraaf 7 Standplaats

78

€ 1,96

Inboeknummer 23bst01030 Standplaats-

3.7.1

vergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning ingevolge artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven

3.7.1.1

voor 1 dag

€ 279,00

3.7.1.2

voor meerdere dagen

€ 991,00

3.7.1.3

voor 1 dag en met een maatschappelijk doel

€ 141,00

3.7.1.4

voor meerdere dagen met een

€ 246,00

maatschappelijk doel 3.7.2

Het tarief voor het in behandeling nemen

€ 137,00

van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met 3.7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 44,00

nemen van een aanvraag tot wijziging van datum(s) en/of locatie, na verlening van de standplaatsvergunning Paragraaf 8 Winkeltijdenwet Ontheffing

3.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 505,00

nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een incidentele ontheffing ingevolge de Winkeltijdenwet 3.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 1.024,00

nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een permanente ontheffing (avondwinkel) ingevolge de Winkeltijdenwet Paragraaf 9 Inzamelen afvalstoffen Vergunning

3.9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

inzamelen

nemen van een aanvraag tot het verkrijgen

afvalstoffen

van een vergunning voor het inzamelen van afvalstoffen ingevolge artikel 11 van de

79

€ 165,00

Inboeknummer 23bst01030 Afvalstoffenverordening gemeente Eindhoven (oud papier) 3.9.2

Het tarief voor het in behandeling nemen

€ 137,00

van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met Paragraaf 10 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit op aanvraag 3.10.1

Het tarief voor het in behandeling nemen

€ 364,00

van een aanvraag om een andere in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking bedraagt 3.10.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met

80

€ 137,00

Inboeknummer 23bst01030 Overzicht criteria voor gebruik openbare grond (t.a.v. hoofdstuk 1, Paragraaf 4 van de Tarieventabel van de Legesverordening vergunningen 2024) Categorie

Omschrijving

Klasse A

- Gebruik van de openbare ruimte; - Intensieve afstemming met omgeving noodzakelijk; - Advisering van overheidsdiensten noodzakelijk in het kader van de vergunningverlening; - Samenstel van activiteiten zoals damwanden, ontgravingen, bouwkranen, opslag materialen, tijdelijke inritten; - Meerdere voorbesprekingen overheidsdiensten met eventuele aannemer; - Gelegen in een gebied met meerdere functies zoals woningen, winkels, horeca; - Verkeersmaatregelen op doorgaande wegen noodzakelijk; - Veiligheidsplan benodigd.

Klasse B

- Gebruik van de openbare ruimte; - Gelegen in een gebied waarbij gebruik openbare ruimte beperkte invloed heeft op de directe omgeving; - Verkeersmaatregelen op doorgaande wegen noodzakelijk; - Voorbespreking overheidsdiensten met eventuele aannemer noodzakelijk; - Samenstel van activiteiten zoals damwanden, ontgravingen, bouwkranen, opslag materialen, tijdelijke inritten; - Eventueel veiligheidsplan benodigd.

Klasse C

- Gebruik van de openbare ruimte; - De openbare ruimte wordt gebruikt in het kader van verbouwing of renovatie van een complex van objecten (woning of bedrijfsruimte); - Gelegen in een gebied waarbij het gebruik van de openbare ruimte geen invloed heeft op de directe omgeving; - Geen verkeersmaatregelen noodzakelijk, geen voorbespreking overheidsdiensten met eventuele aannemer noodzakelijk.

81

Inboeknummer 23bst01030 Overzicht criteria voor risicoanalyse evenementen (t.a.v. hoofdstuk 3, Paragraaf 2 van de Tarieventabel van de Legesverordening vergunningen 2024)

Categorie evenement

Omschrijving

Categorie A

Vergunningplichtig Laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en de gevolgen voor het verkeer beperkt zijn.

Categorie B

Vergunningplichtig Gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer.

Categorie C

Vergunningplichtig Hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.

Deze tarieventabel maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 7 november 2023 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2024.

J. Jongbloed, griffier.

82

Inboeknummer 23bst01030

Referentielijst bouwkosten omgevingsvergunning 2024

Bouwactiviteit

In € incl. BTW

Eenheid

I

Bedrijfshallen met gemetselde wandconstructie

a.

Bedrijfshal tot 3 meter hoog

138,00

per m3

b.

Bedrijfshal tussen 3 en 6 meter hoog

82,00

per m3

c.

Bedrijfshal bijzondere constructies

95,00

per m3

d.

Tussenvloer in de hal extra

117,00

per m3

e.

Bedrijfskantoor in de hal

282,00

per m3

II

Eenvoudig uitgevoerde bedrijfshallen (systeembouw)

a.

Hal hoogte tot en met 6 meter

82,00

per m3

b.

Hal hoogte tussen de 6 en 9 meter

69,00

per m3

c.

Hal hoger dan 9 meter, oppervlak kleiner dan 62,00

per m3

en groter

56,00

per m3

e.

Kantoorvloer in de hal extra

179,00

per m2

f.

Open loods

179,00

per m2

g.

Semi-permanente unit

282,00

per m3

h.

Bedrijfskantoor in de hal

282,00

per m3

III

Overige bedrijfsgebouwen

a.

Showroom

234,00

per m3

b.

Winkel

398,00

per m3

c.

Kantoor oppervlak tot 1.000 m2

398,00

per m3

10.000 m2 d.

Hal hoger dan 9 meter, oppervlak 10.000 m2

83

Inboeknummer 23bst01030 d.

Kantoor oppervlak 1.000 tot 5.000 m2

380,00

per m3

e.

Kantoor oppervlak 5.000 m2 en groter

355,00

per m3

f.

Bouwmarkt

179,00

per m3

g.

Horecapand

364,00

per m3

IV

Overige utiliteitsgebouwen

a.

Sporthal

357,00

per m3

b.

Kleedgebouwen

329,00

per m3

c.

Scholen / kinderdagverblijven

316,00

per m3

d.

Noodscholen

261,00

per m3

e.

Zorgfunctie (kleinschalig)

473,00

per m3

f.

Interne wijzigingen overige gebouwen

138,00

per m3

g.

Gevelwijzigingen overige gebouwen

837,00

per m3

V

Woninguitbreiding en verbouwingen

a.

Dakkapel

1.537,00

per m1

b.

Uitbreiding woonruimte / dakopbouw

405,00

per m3

c.

Verandering woonruimte (inpandig)

185,00

per m3

d.

Gevelwijziging

830,00

per m3

e.

Nieuw dak

165,00

per m3

f.

Serre

802,00

per m2

VI

Bijgebouwen

a.

Berging / garage met plat dak

185,00

per m3

b.

Berging / garage met kapconstructie

172,00

per m3

c.

Carport / overkapping

220,00

per m2

84

Inboeknummer 23bst01030 d.

Tuinhuisje (prefab)

206,00

per m2

e.

Zwembad

775,00

per m3

VII

Tuin- en straatmeubilair

a.

Houten schutting / pergola

97,00

per m1

b.

Gemetselde tuinmuur

172,00

per m1

c.

Gaashekwerk

69,00

per m1

d.

Tuinmuur hout en / of metselwerk

131,00

per m1

e.

Schotelantenne

1.385,00

per stuk

VIII

Transformatie utiliteitsbouw naar woonruimte

a.

Per m2 gebruiksoppervlak

450,00

per m2

IX

Nieuwbouw woningen

a.

Rijenwoningen (project)

295,00

per m3

b.

Halfvrijstaande woningen (project)

290,00

per m3

c.

Halfvrijstaande woningen

357,00

per m3

d.

Bungalows

426,00

per m3

e.

Vrijstaande woningen

410,00

per m3

f.

Appartementencomplex

400,00

per m3

g.

Woonwagen (ongeacht nieuw of oud)

267,00

per m3

h.

Recreatiewoning

267,00

per m3

i.

Tiny houses (ongeacht nieuw of oud)

267,00

per m3

j.

(Tijdelijke) woonunit (ongeacht nieuw of oud)

267,00

per m3

k.

Kelder

310,00

per m3

X

Parkeerkelders

85

Inboeknummer 23bst01030 a.

Geheel boven de grond

151,00

per m3

b.

Deels onder en deels boven de grond

241,00

per m3

c.

Geheel onder de grond

323,00

per m3

d.

(Parkeer)kelder onder gebouw

159,00

per m3

e.

Ondergrondse fietsenstalling

324,00

per m3

XI

Agrarische gebouwen

a.

Opslagloods agrarische (spouwmuur

295,00

per m2

traditioneel) b.

Opslagloods (houten gevels)

159,00

per m2

c.

Opslagloods (betonnen gevels)

159,00

per m2

d.

Prefab werktuigen- opslagloods (stalen gevels)

131,00

per m2

e.

Prefab veldschuur open (stalen gevels)

76,00

per m2

h.

Paardenstal (traditioneel metselwerk)

830,00

per m2

i.

Manege (rijhal) (traditioneel metselwerk)

405,00

per m2

Deze referentielijst maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 7 november 2023 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2024.

J. Jongbloed, griffier.

86

Inboeknummer 23bst01030

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2023; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergaderingen van 24 oktober 2023; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergaderingen van 31 oktober 2023; mede gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2024 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.

jaar: een kalenderjaar;

b.

kwartaal: een kalenderkwartaal;

c.

maand: een kalendermaand;

d.

week: een periode van zeven aaneengesloten dagen;

e.

dag: een etmaal, en in afwijking hiervan voor zover het betreft de flexibele standplaatsen (onderdeel 3.1.3 van de tarieventabel): het tijdvak van 8:00 uur tot 22:00 uur;

f.

vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een (rechts)persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

g.

terras: een geheel van tafels, stoelen of andere roerende zaken, die de belastingplichtige buitenshuis opstelt om anderen in de gelegenheid te stellen ter plaatse iets te nuttigen;

h.

bouwplaats: een afgebakend terrein voor toekomstige, lopende of gerealiseerde bouwwerkzaamheden en/of overige (aanleg)werkzaamheden.

Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3. Belastingplicht 1.

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van

87

Inboeknummer 23bst01030 degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de onderdelen van een onroerende zaak als bedoeld in onderdeel 5.1.1 van de tarieventabel, als degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn aangemerkt, de eigenaar van de onroerende zaak of zaken waarvan het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond onderdeel uitmaakt of maken.

3.

In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of aan wie die vergunning, met bijbehorende gewijzigde tenaamstelling, is overgedragen, aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 5. Vrijstellingen 1.

De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a.

voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

b.

voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;

c.

voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, sociaal of weldadig doel en, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel;

d.

brievenbussen en telefooncellen;

e.

voorwerpen ten dienste van de gemeente of haar instellingen, alsmede het hebben van buizen, leidingen en kabels ten dienste van huisaansluitingen voor riolering, gas, water en elektriciteit;

88

Inboeknummer 23bst01030 f.

containers, die zijn geplaatst voor recyclingdoeleinden, welke voor gratis publiek gebruik zijn bestemd en onderdeel zijn van de gemeentelijke inzamelstructuur voor huishoudelijke afvalstoffen;

g. 2.

oplaadpunten voor elektrische voertuigen (E-laadpalen).

De belasting genoemd in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt niet geheven voor de uitbreiding van een terras als gevolg van de anderhalve meter richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Artikel 6. Berekening van de precariobelasting 1.

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

2.

Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

3.

De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

4.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maatvoering zoals opgenomen in die vergunning alsmede bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan doordat de vergunning is ingetrokken, vervallen of gewijzigd. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het derde lid, van overeenkomstige toepassing is.

5.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

6.

Bij het plaatsen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond van voorwerpen van welke aard ook, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan de openbare dienst te zijn onttrokken, waardoor voor deze ruimte evenzeer sprake is van belastingplicht als bedoeld in artikel 3.

7.

Indien, een bouwplaats wordt afgesloten, wordt de gehele hierbinnen gelegen voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer te zijn onttrokken, waardoor voor het geheel van deze gemeentegrond sprake is van belastingplicht als bedoeld in artikel 3.

8.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

89

Inboeknummer 23bst01030 a.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

b.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief maar geen dagof weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

9.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

10.

Bij de berekening van de in een kalenderjaar verschuldigde precariobelasting voor een voorwerp geldt, indien een jaartarief is opgenomen, het jaartarief als maximale rekeneenheid.

Artikel 7. Belastingtijdvak 1.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

2.

In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het belastingjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8. Wijze van heffing De belasting wordt geheven: a.

bij wege van aanslag voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in de hoofdstukken 1, 2, 3 met uitzondering van voorwerpen als bedoeld in onderdelen 3.1.2 en 3.1.3 van de tarieventabel, 4, 5, en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.4;

b.

bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.2 en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.3 en 7.1.5. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

c.

bij wege van een gedagtekende digitale kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.3. Het gevorderde bedrag wordt langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

90

Inboeknummer 23bst01030 Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelte van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4.

Voor belastingbedragen, die bij wege van aanslag worden geheven, vindt voor bedragen tot € 10,- geen invordering plaats.

5.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10. Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 10,-, doch minder is dan € 9.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder c, terstond worden betaald.

5.

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

91

Inboeknummer 23bst01030 6.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.

De ‘Verordening precariobelasting 2023’, vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

4.

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2023.

J. Jongbloed, griffier.

92

Inboeknummer 23bst01030

Tarieventabel 2024 (behorende bij de ‘Verordening precariobelasting 2024’)

Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1

Bouwmaterialen en dergelijke

Hoofdstuk 2

Terrassen

Hoofdstuk 3

Goederen, materialen, wagens, kramen en dergelijke

Hoofdstuk 4

Reclame

Hoofdstuk 5

Onderdelen van een onroerende zaak

Hoofdstuk 6

Vervallen

Hoofdstuk 7

Overige voorwerpen

Hoofdstuk 1 Bouwmaterialen en dergelijke 1.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van een of meer

1.1.1

laad- of losinrichtingen, hijskranen, transportbruggen en/of soortgelijke inrichtingen, per m2 ingenomen grondoppervlak a. per maand:

€ 1,40

b. per jaar: 1.1.2

1.1.3

€ 11,20

stelconplaten, per m2 ingenomen grondoppervlak a. per maand:

€ 1,40

b. per jaar:

€ 11,20

bouwplaatsen, schuttingen, steigers of dergelijke getimmerten, directieketen, directiewagens, schaftwagens, werk- en bergloodsen, containers en dergelijke, alsmede de opslag van bouwmaterialen, per m2 ingenomen grondoppervlak a. per maand:

€ 6,10

b. per jaar:

€ 48,80

93

Inboeknummer 23bst01030 Hoofdstuk 2 Terrassen 2

Het tarief bedraagt voor het hebben van een terras voor cafés, restaurants en dergelijke inrichtingen, per m2 ingenomen grondoppervlak,

a.

in gebied A1 per jaar:

€ 67,80

1 Onder gebied A wordt begrepen het gebied van de

gemeente Eindhoven, gelegen op de Markt. b.

in gebied B2 per jaar:

€ 45,20

2 Onder gebied B wordt begrepen het gebied van de

gemeente Eindhoven, gelegen binnen of aan de kleine ringbaan (18 Septemberplein-EmmasingelKeizersgracht-Wal-P.Czn.Hooftlaan-HertogstraatVestdijk), het Stationsplein en Dommelstraat, uitgezonderd de Markt. c.

in gebied C3 per jaar:

€ 22,60

3 Onder gebied C wordt begrepen het gebied van de

gemeente Eindhoven niet vallende onder gebied A en B.

Hoofdstuk 3 Goederen, materialen, wagens, kramen en dergelijke 3.1

Het tarief bedraagt

3.1.1

voor het uitstallen of opslaan van al dan niet ter

€ 32,60

verkoop of verhuring aangeboden goederen of objecten, per m2 ingenomen grondoppervlak, per jaar: 3.1.2

voor het innemen van een ((semi-)permanente) standplaats met vergunning, zoals bedoeld in artikel 5:18, eerste lid APV, per m2 ingenomen grondoppervlak

3.1.2.1

per dag:

2,14

3.1.2.2

per week:

5,35

3.1.2.3

per maand:

16,-

3.1.2.4

per kwartaal:

32,-

94

Inboeknummer 23bst01030 3.1.2.5

per jaar:

3.1.3

voor het innemen van een door het college

128,-

aangewezen flexibele standplaats, zoals bedoeld in artikel 5:18, vierde lid APV, 3.1.3.1

per standplaats per dag:

€ 52,60

3.1.3.2

per standplaats per maand (seizoensplek):

€ 394,50

3.1.4

voor het hebben van voertuigen, kramen, tenten, attracties en dergelijke welke gebruikt worden voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van onverschillig welke goederen of diensten dan wel van tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte of andere soortgelijke opstallen, per m2 ingenomen grondoppervlak € 1,10

a. per dag:

3.1.5

b. per week:

€ 2,75

c. per maand:

€ 8,25

d. per jaar:

€ 66,-

voor het hebben van een automatisch verkooptoestel, automatisch weegtoestel, een etalagekast of ander toestel, per stuk a. per maand:

€ 9,45

b. per jaar:

€ 75,60

Hoofdstuk 4 Reclame 4

Het tarief bedraagt voor het hebben van een tot reclame dienend voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in hoofdstuk 5, per stuk € 4,75

a. per maand:

€ 38,-

b. per jaar:

Hoofdstuk 5 Onderdelen van een onroerende zaak 5.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van

95

Inboeknummer 23bst01030 5.1.1

een gebouwde luifel, overkapping, erker, aan- of

€ 22,60

uitbouw en dergelijke, zijnde onderdelen van een onroerende zaak die niet uitsluitend in gebruik is als woning, per m2, per jaar: 5.1.2

een zonnescherm, markies of zonnezeil, zijnde

€ 22,60

onderdelen van een onroerende zaak die niet uitsluitend in gebruik is als woning, per m2, per jaar:

Hoofdstuk 6 Vervallen

Hoofdstuk 7 Overige voorwerpen 7.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van

7.1.1

rails, per strekkende meter

7.1.2

a. per maand:

€ 1,40

b. per jaar:

€ 11,20

buizen, riolen, kokers, kabels en dergelijke

€ 2,50

voorwerpen, per strekkende meter, per jaar: 7.1.3

een tent, podium of tribune, per m2 ingenomen grondoppervlak

7.1.4

7.1.5

a. per dag:

€ 0,55

b. per week:

€ 1,38

een rijwielrek, per strekkende meter a. per maand:

€ 7,45

b. per jaar:

€ 59,60

een spandoek, per dag:

€ 14,20

96

Inboeknummer 23bst01030 Deze tarieventabel maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 7 november 2023 tot vaststelling van de Verordening precariobelasting 2024.

J. Jongbloed, griffier.

97

Inboeknummer 23bst01030

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2023; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergaderingen van 24 oktober 2023; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergaderingen van 31 oktober 2023; mede gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld in de gemeente Eindhoven 2024 Artikel 1. Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam ‘marktgeld’ worden overeenkomstig de bepalingen van deze verordening rechten geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats en voor het door of vanwege de gemeente verstrekken van diensten ten gunste van een standplaats.

Artikel 2. Definities 1.

In deze verordening wordt verstaan onder: a.

een dag: een etmaal of een gedeelte daarvan;

b.

maand en kwartaal: een kalendermaand en een kalenderkwartaal;

c.

marktverordening: de geldende Marktverordening Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 20 november 2012, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2012, nummer 61;

d.

marktreglement: het geldende Marktreglement Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij collegebesluit van 5 april 2022, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2022, nummer 175349;

e.

markten: de warenmarkten, welke krachtens besluit van het college op de daarbij aangewezen plaatsen, dagen en tijden worden gehouden;

f.

standplaats: de op en voor de duur van een markt op grond van de marktverordening en het marktreglement aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

g.

vaste standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het marktreglement tot wederopzegging wordt toegewezen;

h.

losse standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening het marktreglement als een zogenaamde dagplaats wordt toegewezen;

98

Inboeknummer 23bst01030 i.

standwerkerplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het Marktreglement wordt toegewezen voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is;

j.

standplaatshouder: degene aan wie het op grond van de marktverordening en het marktreglement is toegestaan om gedurende een markt een vaste of losse standplaats dan wel standwerkerplaats in te nemen.

2.

Voor de berekening van de marktgelden wordt een gedeelte van een strekkende meter als een volle eenheid gerekend.

Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig is de standplaatshouder.

Artikel 4. Heffingsgrondslag en tarieven Het marktgeld bedraagt per markt per ingenomen strekkende meter standplaats a.

voor een losse standplaats per dag: € 3,37;

b.

voor een vaste standplaats voor een abonnement per kwartaal: € 33,24;

c.

voor een standwerkerplaats per dag: € 9,57.

Artikel 5. Ontheffing 1.

Indien een belastingplichtige een hem toegewezen vaste standplaats als gevolg van ziekte, overlijden, bedrijfsopheffing of -staking, rekening houdend met het gestelde in de marktverordening en het marktreglement, ongebruikt laat gedurende de gehele of een deel van de periode waarvoor het abonnementstarief geldt, wordt op verzoek ontheffing verleend van het geheven marktgeld.

2.

Deze ontheffing bedraagt: a.

indien de standplaats gedurende de gehele abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het gehele bedrag van het daarvoor geheven marktgeld;

b.

indien de standplaats gedurende een deel van de abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het bedrag dat gevonden wordt door het bij abonnement geheven marktgeld te verminderen met het marktgeld over de dagen, gedurende welke van de standplaats gebruik is gemaakt, berekend naar het dagtarief genoemd in artikel 4, aanhef en onder a.

99

Inboeknummer 23bst01030 Artikel 6. Wijze van heffing 1.

2.

Het marktgeld wordt geheven bij wege van: a.

een gedagtekende bon of nota voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen;

b.

een gedagtekende stortings-/acceptgirokaart voor vaste standplaatsen.

De in het eerste lid bedoelde bon, nota en stortings-/acceptgirokaart worden aangemerkt als kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 233a van de Gemeentewet.

Artikel 7. Tijdstip verschuldigdheid Het marktgeld wordt verschuldigd: a.

voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen bij het innemen van de plaatsen;

b.

voor vaste standplaatsen bij de aanvang van de abonnementsperiode.

Artikel 8. Termijn van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld terstond worden voldaan bij het uitreiken van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving en indien die kennisgeving wordt toegezonden binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.

2.

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de kennisgeving.

3.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.

De ‘Marktgeldverordening 2023’, vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13456922/1