CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit Raadsvoorstel Tot het vaststellen van de Verordeningen gemeentelijke belastingen heffingen en rechten 2023

Raadsvergadering 8 november 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Tot het vaststellen van de Verordeningen gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten 202323.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Categorie C

Vergunningplichtig Hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.

Deze tarieventabel maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 8 november 2022 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2023

J. Jongbloed, griffier.

81

Inboeknummer

22bst01150

Referentielijst bouwkosten omgevingsvergunning 2023

Bouwactiviteit

In € incl. BTW

Eenheid

I

Bedrijfshallen met gemetselde wandconstructie

a.

Bedrijfshal tot 3 m hoog

135,00

per m3

b.

Bedrijfshal tussen 3 en 6 m hoog

80,00

per m3

c.

Bedrijfshal bijzondere constructies

95,00

per m3

II

Eenvoudig uitgevoerde bedrijfshallen (systeembouw)

a.

Hal hoog tussen 6 en 9 m

60,00

per m3

b.

Hal hoger dan 9 m, opp. kleiner dan 5.000 m2

55,00

per m3

c.

Hal hoger dan 9 m, opp. tussen 5.000 en 50,00

per m3

20.000 m2

45,00

per m3

e.

Hal hoger dan 9 m, opp. groter dan 20.000 m2

45,00

per m3

f.

Tussenvloer in de hal extra

180,00

per m2

g.

Bedrijfskantoor in de hal

265,00

per m3

III

Overige bedrijfsgebouwen

a.

showroom / winkel

380,00

per m3

b.

kantoor opp. tot 1000 m2

420,00

per m3

c.

kantoor opp. 1000 - 5000 m2

380,00

per m3

d.

kantoor opp. > 5000 m2

355,00

per m3

10.000 m2 d.

Hal hoger dan 9 m, opp. tussen 10.000 en

82

Inboeknummer

22bst01150

350,00

per m3

e.

horeca

IV

Overige utiliteitsgebouwen

a.

Sporthal

360,00

per m3

b.

Kleedgebouwen

315,00

per m3

c.

Scholen

355,00

per m3

d.

Noodscholen

250,00

per m3

V

Aanpassingen/uitbreidingen aan woningen

a.

Dakkapel

1.470,00

per ml

b.

Uitbreiding woonruimte

385,00

per m3

c.

Verandering woonruimte

180,00

per m3

d.

Serre

770,00

per m2

e.

Berging/garage met plat dak

180,00

per m3

f.

Berging/garage met kapconstructie

205,00

per m3

g.

Carport

210,00

per m2

h.

Tuinhuisje (prefab)

250,00

per m2

i.

Houten schutting/pergola

95,00

per m1

j.

Gemetselde tuinmuur

165,00

per m1

k.

Schotelantenne

1.320,00

per stuk

VI

Transformatie utiliteitsbouw naar woonruimte

a.

per m2 GBO

450,00

per m2

VII

Nieuwbouw woningen

a.

Rijenwoningen (project)

250,00

per m3

83

Inboeknummer

22bst01150

b.

Halfvrijstaande woningen (project)

280,00

per m3

c.

Halfvrijstaande woningen

345,00

per m3

d.

Vrijstaande woningen

410,00

per m3

e.

Woonwagen (plaatsing)

220,00

per m3

f.

Kelder

310,00

per m3

VIII

Parkeerkelders

a.

half onder de grond

305,00

per m3

b.

geheel onder de grond

495,00

per m3

Deze referentielijst maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 8 november 2022 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2023

J. Jongbloed, griffier.

84

Inboeknummer

22bst01150

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 september 2022; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 1 november 2022; mede gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2023 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.

jaar: een kalenderjaar;

b.

kwartaal: een kalenderkwartaal;

c.

maand: een kalendermaand;

d.

week: een periode van zeven aaneengesloten dagen;

e.

dag: een etmaal, en in afwijking hiervan voor zover het betreft de flexibele standplaatsen (onderdeel 3.1.3 van de tarieventabel): het tijdvak van 8:00 uur tot 22:00 uur;

f.

vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een (rechts)persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

g.

terras: een geheel van tafels, stoelen of andere roerende zaken, die de belastingplichtige buitenshuis opstelt om anderen in de gelegenheid te stellen ter plaatse iets te nuttigen.

Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

85

Inboeknummer

22bst01150

Artikel 3. Belastingplicht 1.

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de onderdelen van een onroerende zaak als bedoeld in onderdeel 5.1.1 van de tarieventabel, als degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn aangemerkt, de eigenaar van de onroerende zaak of zaken waarvan het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond onderdeel uitmaakt of maken.

3.

In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of aan wie die vergunning, met bijbehorende gewijzigde tenaamstelling, is overgedragen, aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 5. Vrijstellingen 1.

De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a.

voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

b.

voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;

86

Inboeknummer

c.

22bst01150

voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, sociaal of weldadig doel en, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel;

d.

brievenbussen en telefooncellen;

e.

voorwerpen ten dienste van de gemeente of haar instellingen, alsmede het hebben van buizen, leidingen en kabels ten dienste van huisaansluitingen voor riolering, gas, water en elektriciteit;

f.

containers, die zijn geplaatst voor recyclingdoeleinden, welke voor gratis publiek gebruik zijn bestemd en onderdeel zijn van de gemeentelijke inzamelstructuur voor huishoudelijke afvalstoffen;

g. 2.

oplaadpunten voor elektrische voertuigen (E-laadpalen).

De belasting genoemd in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt niet geheven voor de uitbreiding van een terras als gevolg van de anderhalve meter richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Artikel 6. Berekening van de precariobelasting 1.

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

2.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maatvoering zoals opgenomen in die vergunning alsmede bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan doordat de vergunning is ingetrokken, vervallen of gewijzigd. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het derde lid, van overeenkomstige toepassing is.

3.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

4.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

87

Inboeknummer

b.

22bst01150

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

5.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Artikel 7. Belastingtijdvak 1.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

2.

In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het belastingjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8. Wijze van heffing De belasting wordt geheven: a.

bij wege van aanslag voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in de hoofdstukken 1, 2, 3 met uitzondering van voorwerpen als bedoeld in onderdelen 3.1.2 en 3.1.3 van de tarieventabel, 4, 5, 6 en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.4;

b.

bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.2 en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.3 en 7.1.5. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

c.

bij wege van een gedagtekende digitale kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.3. Het gevorderde bedrag wordt langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

88

Inboeknummer

22bst01150

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelte van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4.

Voor belastingbedragen, die bij wege van aanslag worden geheven, vindt voor bedragen tot € 10,- geen invordering plaats.

5.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10. Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 10,-, doch minder is dan € 9.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder c, terstond worden betaald.

89

Inboeknummer

5.

22bst01150

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

6.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.

De ‘Verordening precariobelasting 2022’, vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

4.

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2023’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2022.

J. Jongbloed, griffier.

90

Inboeknummer

22bst01150

Tarieventabel 2023 (behorende bij de ‘Verordening precariobelasting 2023’)

Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1

Bouwmaterialen en dergelijke

Hoofdstuk 2

Terrassen

Hoofdstuk 3

Goederen, materialen, wagens, kramen en dergelijke

Hoofdstuk 4

Reclame

Hoofdstuk 5

Onderdelen van een onroerende zaak

Hoofdstuk 6

Vervallen

Hoofdstuk 7

Overige voorwerpen

Hoofdstuk 1 Bouwmaterialen en dergelijke 1.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van

1.1.1

een laad- en losinrichting, hijskraan, transportbrug en/of soortgelijke inrichtingen, per m2 ingenomen grondoppervlak

1.1.2

1.1.3

a.

per maand:

b.

per jaar:

€ 1,34 € 10,75

stelconplaten, per m2 ingenomen grondoppervlak a.

per maand:

€ 1,34

b.

per jaar:

€ 10,75

schuttingen, steigers of dergelijke getimmerten, het opslaan van bouwmaterialen, alsmede voor het hebben van directieketen, directiewagens, schaftwagens, werk- en bergloodsen, containers en dergelijke, per m2 ingenomen grondoppervlak a.

per maand:

€ 5,80

b.

per jaar:

€ 46,50

91

Inboeknummer

22bst01150

Hoofdstuk 2 Terrassen 2

Het tarief bedraagt voor het hebben van een terras voor cafés, restaurants en dergelijke inrichtingen, per m2 ingenomen grondoppervlak,

a.

in gebied A1 per jaar:

€ 64,50

1 Onder gebied A wordt begrepen het gebied van de

gemeente Eindhoven, gelegen op de Markt. b.

in gebied B2 per jaar:

€ 43,-

2 Onder gebied B wordt begrepen het gebied van de

gemeente Eindhoven, gelegen binnen of aan de kleine ringbaan (18 Septemberplein-EmmasingelKeizersgracht-Wal-P.Czn.Hooftlaan-HertogstraatVestdijk), het Stationsplein en Dommelstraat, uitgezonderd de Markt. c.

in gebied C3 per jaar:

€ 21,50

3 Onder gebied C wordt begrepen het gebied van de

gemeente Eindhoven niet vallende onder gebied A en B.

Hoofdstuk 3 Goederen, materialen, wagens, kramen en dergelijke 3.1

Het tarief bedraagt

3.1.1

voor het uitstallen of opslaan van al dan niet ter

€ 31,-

verkoop of verhuring aangeboden goederen of objecten, per m2 ingenomen grondoppervlak, per jaar: 3.1.2

voor het innemen van een ((semi-)permanente) standplaats met vergunning, zoals bedoeld in artikel 5:18, eerste lid APV, per m2 ingenomen grondoppervlak

3.1.2.1

per dag:

2,05

3.1.2.2

per week:

5,15

92

Inboeknummer

22bst01150

3.1.2.3

per maand:

15,25

3.1.2.4

per kwartaal:

30,50

3.1.2.5

per jaar:

122,-

3.1.3

voor het innemen van een door het college aangewezen flexibele standplaats, zoals bedoeld in artikel 5:18, vierde lid APV,

3.1.3.1

per standplaats per dag:

€ 50,-

3.1.3.2

per standplaats per maand (seizoensplek):

€ 375,-

3.1.4

voor het hebben van voertuigen, kramen, tenten, attracties en dergelijke welke gebruikt worden voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van onverschillig welke goederen of diensten dan wel van tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte of andere soortgelijke opstallen, per m2 ingenomen grondoppervlak

3.1.5

€ 1,06

a.

per dag:

b.

per week:

€ 2,65

c.

per maand:

€ 7,95

d.

per jaar:

€ 64,-

voor het hebben van een automatisch verkooptoestel, automatisch weegtoestel, een etalagekast of ander toestel, per stuk a.

per maand:

€ 9,-

b.

per jaar:

€ 72,-

Hoofdstuk 4 Reclame 4

Het tarief bedraagt voor het hebben van een tot reclame dienend voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in hoofdstuk 5, per stuk a.

€ 4,55

per maand:

93

Inboeknummer

b.

per jaar:

22bst01150

€ 36,50

Hoofdstuk 5 Onderdelen van een onroerende zaak 5.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van

5.1.1

een gebouwde luifel, overkapping, erker, aan- of

€ 21,50

uitbouw en dergelijke, zijnde onderdelen van een onroerende zaak die niet uitsluitend in gebruik is als woning, per m2, per jaar: 5.1.2

een zonnescherm, markies of zonnezeil, zijnde

€ 21,50

onderdelen van een onroerende zaak die niet uitsluitend in gebruik is als woning, per m2, per jaar:

Hoofdstuk 6 Vervallen

Hoofdstuk 7 Overige voorwerpen 7.1

Het tarief bedraagt voor het hebben van

7.1.1

rails, per strekkende meter

7.1.2

a.

per maand:

€ 1,34

b.

per jaar:

€ 10,75

buizen, riolen, kokers, kabels en dergelijke

€ 2,40

voorwerpen, per strekkende meter, per jaar: 7.1.3

een tent, podium of tribune, per m2 ingenomen grondoppervlak

7.1.4

a.

per dag:

€ 0,52

b.

per week:

€ 1,30

een rijwielrek, per strekkende meter a.

per maand:

€ 7,10

b.

per jaar:

€ 57,-

94

Inboeknummer

7.1.5

een spandoek, per dag:

22bst01150

€ 13,50

Deze tarieventabel maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 8 november 2022 tot vaststelling van de Verordening precariobelasting 2023

J. Jongbloed, griffier.

95

Inboeknummer

22bst01150

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 september 2022; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 1 november 2022; mede gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld in de gemeente Eindhoven 2023 Artikel 1. Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam ‘marktgeld’ worden overeenkomstig de bepalingen van deze verordening rechten geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats en voor het door of vanwege de gemeente verstrekken van diensten ten gunste van een standplaats.

Artikel 2. Definities 1.

In deze verordening wordt verstaan onder: a.

een dag: een etmaal of een gedeelte daarvan;

b.

maand en kwartaal: een kalendermaand en een kalenderkwartaal;

c.

marktverordening: de geldende Marktverordening Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 20 november 2012, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2012, nummer 61;

d.

marktreglement: het geldende Marktreglement Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij collegebesluit van 5 april 2022, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2022, nummer 175349;

e.

markten: de warenmarkten, welke krachtens besluit van het college op de daarbij aangewezen plaatsen, dagen en tijden worden gehouden;

f.

standplaats: de op en voor de duur van een markt op grond van de marktverordening en het marktreglement aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

g.

vaste standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het marktreglement tot wederopzegging wordt toegewezen;

96

Inboeknummer

h.

22bst01150

losse standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening het marktreglement als een zogenaamde dagplaats wordt toegewezen;

i.

standwerkerplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het Marktreglement wordt toegewezen voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is;

j.

standplaatshouder: degene aan wie het op grond van de marktverordening en het marktreglement is toegestaan om gedurende een markt een vaste of losse standplaats dan wel standwerkerplaats in te nemen.

2.

Voor de berekening van de marktgelden wordt een gedeelte van een strekkende meter als een volle eenheid gerekend.

Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig is de standplaatshouder.

Artikel 4. Heffingsgrondslag en tarieven Het marktgeld bedraagt per markt per ingenomen strekkende meter standplaats a.

voor een losse standplaats per dag: € 3,20;

b.

voor een vaste standplaats voor een abonnement per kwartaal: € 31,60;

c.

voor een standwerkerplaats per dag: € 9,10.

Artikel 5. Ontheffing 1.

Indien een belastingplichtige een hem toegewezen vaste standplaats als gevolg van ziekte, overlijden, bedrijfsopheffing of -staking, rekening houdend met het gestelde in de marktverordening en het marktreglement, ongebruikt laat gedurende de gehele of een deel van de periode waarvoor het abonnementstarief geldt, wordt op verzoek ontheffing verleend van het geheven marktgeld.

2.

Deze ontheffing bedraagt: a.

indien de standplaats gedurende de gehele abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het gehele bedrag van het daarvoor geheven marktgeld;

b.

indien de standplaats gedurende een deel van de abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het bedrag dat gevonden wordt door het bij abonnement geheven marktgeld te verminderen met het marktgeld over de

97

Inboeknummer

22bst01150

dagen, gedurende welke van de standplaats gebruik is gemaakt, berekend naar het dagtarief genoemd in artikel 4, aanhef en onder a.

Artikel 6. Wijze van heffing 1.

Het marktgeld wordt geheven bij wege van: a.

een gedagtekende bon of nota voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen;

b. 2.

een gedagtekende stortings-/acceptgirokaart voor vaste standplaatsen.

De in het eerste lid bedoelde bon, nota en stortings-/acceptgirokaart worden aangemerkt als kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 233a van de Gemeentewet.

Artikel 7. Tijdstip verschuldigdheid Het marktgeld wordt verschuldigd: a.

voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen bij het innemen van de plaatsen;

b.

voor vaste standplaatsen bij de aanvang van de abonnementsperiode.

Artikel 8. Termijn van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld terstond worden voldaan bij het uitreiken van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving en indien die kennisgeving wordt toegezonden binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.

2.

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de kennisgeving.

3.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

98

Inboeknummer

1.

22bst01150

De ‘Marktgeldverordening 2022’, vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.

4.

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Marktgeldverordening 2023’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2022.

J. Jongbloed, griffier.

99

Inboeknummer

22bst01150

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 september 2022; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 1 november 2022; mede gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Eindhoven 2023 Artikel 1. Aard van de heffing en belastbaar feit Voor het gebruik van de begraafplaatsen, alsmede voor de diensten, welke in verband daarmede vanwege de gemeente worden verleend, worden overeenkomstig de bepalingen van deze verordening rechten geheven.

Artikel 2. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.

begraafplaats: elk in de gemeente Eindhoven als gemeentelijke begraafplaats aangewezen terrein;

b.

bijzonder graf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van een begraafplaats, waarbij tevens de mogelijkheid bestaat voor het aanbrengen van een grafkelder;

c.

graf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van een begraafplaats, welke kan bestaan uit een zandgraf of een keldergraf;

d.

kindergraf: een graf op het daarvoor bestemde gedeelte van een begraafplaats, waarin lijken van doodgeboren c.q. als levenloos aangegeven kinderen en/of kinderen beneden de 12 jaar worden begraven;

e.

particulier urnengraf: een graf op het voor urnenveld bestemde gedeelte van een begraafplaats, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht tot het plaatsen van een urn wordt verleend;

f.

columbarium: een bouwwerk, waarin urnen in aparte elementen worden geplaatst;

g.

urnentuin: een speciaal ingerichte tuin, waarin urnen bovengronds worden geplaatst;

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12028479/1