CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029

Raadsvergadering 10 juni 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025 202911.384 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit gaat over dat de woningzoekende bepaalde (financiële) keuzes heeft gemaakt die er voor hebben gezorgd dat de hypotheeklasten niet konden worden voldaan. Hierbij moet per situatie worden beoordeeld of deze keuzes verwijtbaar zijn. 27. Nadrukkelijk is ervoor gekozen om hieraan een leeftijdsgrens van maximaal 23 jaar op te nemen. De formulering in het vierde lid onder a, namelijk dat sprake moet zijn een gelijk deel of de meerderheid van de zorg over de kinderen, is opgenomen met het oog op co-ouderschap. Hierbij is doorslaggevend bij welke ouder de kinderen gedurende 14 nachten verblijven. Een woningzoekende kan in het in het vierde lid onder a bedoelde geval een urgentiebeschikking krijgen wanneer het kind 7 of meer nachten per 14 dagen bij de ouder-woningzoekende verblijft. Een uitgangspunt is een ouderschapsplan dat is opgesteld door een mediator en is getekend door beide partijen. Indien dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij een vechtscheiding, moeten met andere bewijsstukken, afspraken aannemelijk worden gemaakt. 28. In het vijfde lid is een regeling getroffen voor situaties waarin een woningzoekende door persoonlijke omstandigheden plotseling geconfronteerd wordt met hoge woonlasten in relatie tot diens inkomen. Het college van Burgemeester & wethouders heeft dan een woonkostentoeslag toegekend, waarna er verhuisd dient te worden. 29.

Onder lid 6 is een bindingeis opgenomen in de vorm van maatschappelijke binding, zoals bepaald in artikel 14 van de Hv14. Woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een urgentiebeschikking in de categorie

23

Inboeknummer 7900498_02 ‘maatschappelijke urgentie’ dienen op het moment van aanvragen minimaal 2 jaar aaneengesloten ingezetene te zijn van een van de gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven of één van de andere aangesloten gemeenten. Deze regiobinding beperkt niet het recht op vrijheid van vestiging. Woningzoekenden van buiten de SGE regio en aangesloten gemeenten kunnen immers via de reguliere weg wel nog reageren op sociale huurwoningen in de regio. De bindingseis is opgenomen omdat met het urgent huisvesten een probleem wordt opgelost. Binnen de regio zetten we ons in om woonproblemen die binnen de regio zijn ontstaan op te lossen, maar met de huidige krapte op de sociale woningmarkt kunnen we de woonproblemen die buiten de regio zijn ontstaan niet meer oplossen. De bindingeis, minimaal 2 jaar ingezetene zijn van de regio, is ontstaan in overleg met de woningcorporaties die werkzaam zijn in het SGE en de aangesloten gemeenten. Artikel 8 / De urgentiecategorie ‘medische urgentie’ 30. Er bestaan 2 verschillende types medische urgentie. Indien er een aanpassing in de woning noodzakelijk is, wordt hiervoor een aanvraag bij de Wmo afdeling van de betreffende gemeente gedaan.

Als blijkt dat de aanpassing in de woning niet mogelijk is of niet de goedkoopste adequate oplossing, dan wordt de aanvraag van de woningaanpassing afgewezen en kan het Wmo-verhuisprimaat worden toegekend. Dan kan vervolgens een beschikking worden afgegeven voor medische urgentie. Indien alleen een nul-trede woning noodzakelijk is, of rolstoelvriendelijke woning dan moet de aanvraag via de urgentie commissie. Deze kan aangevraagd worden via de corporaties. Een uitzondering hierop is gemeente Helmond, daarbij lopen de aanvragen via de gemeente. Indien bij een corporatie een aangepaste woning vrijkomt wordt deze eerst aangeboden aan de gemeente. De gemeente kan dan beoordelen of ze voor deze woning een geschikte kandidaat hebben. Het is van belang dat corporaties en gemeente hierbij goed samenwerken. 31. In lid 3 van dit artikel wordt ook een bindingeis opgelegd waarbij als voorwaarde wordt gesteld dat de woningzoekende op het moment van aanvragen minimaal 2 jaar ingezetene is van de SGE regio en de andere aangesloten gemeenten. Deze bindingseis is alleen van toepassing op het geval van medische urgentie die niet onder de categorie Wmo vallen. Want in het geval van Wmo woont de aanvrager al in de desbetreffende gemeente. 32. Bij de categorie onder lid 1 a kan ook worden geëist dat er begeleiding wordt geaccepteerd voor het verkrijgen van een urgentie beschikking en huisvesting.

Artikel 9 / De urgentiecategorie ‘volkshuisvestelijke urgentie’ 33. In dit artikel is de basis gelegd voor urgentieverlening aan sociale huurders die vanwege herstructurering of sloop in aanmerking komen voor vervangende huisvesting. Nadrukkelijk geldt deze bepaling niet voor woningen die door de woningcorporatie worden getransformeerd of gerenoveerd. De reden hiervoor is dat het aantal woningen gelijk blijft

24

Inboeknummer 7900498_02 en daardoor geen huisvestingsprobleem ontstaat. Het geval dat een huurder tijdens de transformatie- of renovatiewerkzaamheden (tijdelijk) elders gehuisvest moet worden valt dan ook buiten het bereik van deze verordening; Artikel 10 / De urgentiecategorie ‘sociale urgentie’ 34. Voor artikel 10 lid 1 ligt de basis in de Wmo. Op basis van deze wet is er een beschikking afgegeven aan een betrokkene voor een intramurale setting. Voor Maatschappelijke opvang wordt alleen een beschikking afgegeven als de problematiek groter is dan alleen wonen. Er moet dus spraken zijn van meerdere problematieken voordat iemand in aanmerking kan komen voor Maatschappelijke opvang. 35. In de regionale visie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is vastgesteld dat de client teruggaat naar gemeente van herkomst. Dit moet aan de voorkant goed worden gecommuniceerd met cliënt en met gemeente van herkomst. Op basis van goede motivatie kan hiervan worden afgeweken. Terugkeer naar eigen gemeente moet dan problematisch zijn en dit moet goed worden gemotiveerd. Een voorbeeld hiervan is dat bijvoorbeeld in de eigen gemeente de kans op terugval groter is of dat iemand al zolang in een intramurale setting heeft gewoond en zijn werk en sociale leven in deze omgeving heeft opgebouwd.

Indien de cliënt klaar is om zelfstandig te gaan wonen met begeleiding, kan urgentie worden aangevraagd waarbij het een voorwaarde is dat de cliënt begeleiding accepteert. In principe moet hier een beschikking voor deze begeleiding vanuit de gemeente worden afgegeven. De gemeente kan hier van afwijken door begeleiding door Sociaal Team Helmond (STH) of WijEindhoven. 36. De toegekende sociale urgentie kan worden ingevuld door de zorgaanbieder het eerste jaar het huurcontract aan te laten gaan en begeleiding te laten bieden. Indien de cliënt in dat jaar laat zien dat het zelfstandig wonen goed gaat, wordt het huurcontract omgeklapt. Hiermee komt het huurcontract op naam van de cliënt. Dit wordt de zogenaamde ‘DOOR! Constructie’ genoemd. Incidenteel wordt er afgeweken van de DOOR! constructie. Bijvoorbeeld als het onmogelijk is voor de zorgaanbieder om een huurcontract aan te gaan. Dit bovengenoemde geldt niet voor de gemeente Helmond. In Helmond worden de sociale urgenties door de gemeente afgegeven en de corporaties huisvesten met in principe een tijdelijk contract met aanvullende voorwaarden of zorgcontract. De tijdelijkheid wordt er af gehaald bij een positief resultaat van de client. Helmond en Son en Breugel hebben een tussenvoorziening waar ook sociale urgentie voor kan worden verkregen.

Artikel 11 / Vervallen, intrekken urgentiebeschikking of wijzigen urgentiecategorie 37. Dit artikel is een uitvloeisel van de bepalingen rondom het verkrijgen van een urgentiebeschikking en regelt het intrekken, vervallen en de wijziging van een afgegeven urgentiebeschikking.

25

Inboeknummer 7900498_02 38. In het eerste lid zijn de gevallen opgesomd waarin de urgentiebeschikking van rechtswege komt te vervallen. Hiervoor moet een besluit door de urgentiecommissie of gemeente worden genomen. 39. In eerste instantie lijkt het bepaalde in het derde lid, onder c, enigszins tegenstrijdig met de intrekkingsgrond van het tweede lid, onder d. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Met het bepaalde in het tweede lid onder c, wordt zeker gesteld dat de urgentiebeschikking na zes maanden is uitgewerkt, als er geen gebruik van wordt gemaakt ondanks een eventueel gedaan aanbod voor een passende woonruimte. Eerder intrekken kan, maar is een bevoegdheid, geen verplichting. Er kan aanleiding zijn om daarvan af te zien. 40. Een intrekking- of wijzigingsprocedure van een beschikking komt overeen met de procedure waarbij de beschikking tot stand komt. In het tweede lid wordt aangeven, in de situatie dat de woningzoekende niet langer voldoet aan de eisen voor een indeling in één van de vier urgentiecategorieën, de woningzoekende in aanmerking kan komen voor een indeling in een andere categorie. De oude beschikking wordt dan niet gewijzigd, maar wordt ingetrokken waarna de situatie opnieuw wordt bekeken aan de hand van artikel 4 en 5. Er volgt dus weer een integrale beoordeling waarna wordt bezien of een urgentiebeschikking kan worden afgegeven.

Hoofdstuk 3 Huisvestingsvergunning Artikel 12 / Registratie van woningzoekenden 41. Dit artikel vindt zijn basis in artikel 4, eerste lid, onder a van de Hv14 en maakt onderdeel uit van de regels die de gemeenteraad mag stellen voor het in gebruik geven of nemen van goedkope woonruimte. Hierbij zijn basiseisen gesteld, namelijk een registratie bij een woningcorporatie, het bijhouden van een adequaat registratiesysteem van urgent woningzoekenden en dat de ingeschrevene inzicht verkrijgt in diens registratie. Het registratievereiste is niet van toepassing voor de woningzoekenden als omschreven in de urgentiecategorie “volkshuisvestelijk”. Dit hangt samen met de eerder aangehaalde wettelijke verplichting tot huisvesting van vergunninghouders als opgenomen in artikel 28 Hv14 en het feit dat bijv. herstructureringskandidaten in beginsel wel huurder van een woningcorporatie zijn, maar daar niet als woningzoekende bekend staan. 42. Het is voldoende wanneer een woningzoekende zich registreert bij één van de in diens gemeente werkzame woningcorporaties in het SGE of van een aangesloten gemeente. Doordat registratie van de woningzoekende slechts kan plaatsvinden via de webapplicatie Wooniezie ontstaat het hiervoor al aangehaalde “principe van uitwisselbaarheid”. Artikel 13/ Huisvestingsvergunning 43.

Dit artikel geeft de samenhang tussen de urgentiebeschikking en de huisvestingsvergunning weer. Om een woning met voorrang te verhuren aan een urgent woningzoekende is volgens het wettelijk systeem een huisvestingsvergunning nodig. Aangezien deze verordening uitsluitend ziet op het

26

Inboeknummer 7900498_02 invoeren van een adequate urgentieregeling, zou het te ver voeren om alle woningzoekenden die in aanmerking komen voor woningen in de in artikel 2 aangewezen goedkope woningvoorraad, te confronteren met de huisvestingsvergunningplicht. Dit resulteert in een “noodgreep” die in dit artikel is opgenomen. Feitelijk wordt de algemene vergunningplicht voor de goedkope woningvoorraad ingeperkt tot woningzoekenden met een urgentiebeschikking. Het had de voorkeur gehad, besluiten omtrent een urgentiebeschikking en een huisvestingsvergunning gelijktijdig te nemen, zodat ook het proces voor de urgent woningzoekende niet te complex wordt. Wettelijke regels over het inwerking treden van een besluit, alsmede over het bekend maken van beschikkingen, maken die voorkeursvariant lastig zo niet onmogelijk om te realiseren. Vandaar dat gekozen is voor een variant waarin besluiten volgtijdelijk worden genomen, maar wel een onverbrekelijke samenhang hebben. In de praktijk betekent dit dat de huisvestingsvergunning wordt verstrekt bij het tekenen van het huurcontract. Artikel 14 / De aanvraag van de huisvestingsvergunning 44. De Huisvestingswet schrijft voor dat de gemeenteraad regels stelt over de wijze van aanvragen van een huisvestingsvergunning en welke gegevens daarbij overlegd moeten worden door de aanvrager.

Gekozen is voor een constructie waarbij gebruik kan worden gemaakt van het aanvraagformulier voor het verkrijgen van een urgentiebeschikking. Dit om de administratieve lasten zover mogelijk te verminderen. Artikel 15 / Rangorde woningzoekenden 45. In deze bepaling is, in aansluiting op de voorrangsregels voor urgent woningzoekenden op regulier woningzoekenden, een regeling getroffen voor het geval waarin er meer dan één urgent woningzoekende in aanmerking komt voor dezelfde woonruimte. Gezien de diversiteit aan urgentiecriteria en de omvang van het “bedieningsgebied” (door het principe van uitwisselbaarheid kan een urgent woningzoekende in het gehele SGE en van een eventueel aangesloten gemeente worden gehuisvest) is het aantal keren dat de rangorderegeling geraadpleegd moet worden naar verwachting gering. Er is daarom gekozen voor een minimale systematiek. Alleen statushouders en uitstroom uit een blijf-van-mijn-lijf-voorziening is geprioriteerd. De overige urgent woningzoekenden worden gehuisvest op het moment dat er voor hen een passende woning beschikbaar is, waarbij een regeling is getroffen voor het onverhoopte geval dat een exact dezelfde urgentiesituatie zich gelijktijdig voordoet. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel 16/ Urgentiecommissie 46. Binnen het SGE kennen we een regionale urgentiecommissie.

Deze commissie zorgt voor een objectief besluit op aanvragen om een urgentiebeschikking De

27

Inboeknummer 7900498_02 wettelijke basis voor de commissie is gelegen in artikel 84 van de Gemeentewet. De bevoegdheid van het college is gemandateerd aan de regionale urgentiecommissie. Dit is per gemeente geregeld met een mandaatbesluit. Een tweetal bevoegdheden van het college zijn nadrukkelijk van mandaat uitgesloten. Deze bevoegdheden lenen zich naar hun aard niet voor mandatering en moeten derhalve op basis van artikel 10:3 Awb achterwege blijven. Het gaat hierbij om het in bijzondere gevallen verlengen van de geldigheidsduur van een urgentiebeschikking (artikel 11, derde lid) c en het toepassen van de hardheidsclausule (artikel 18). 47. De precieze werking van de commissie is geregeld in een door het college vastgesteld Reglement van Orde. De verordening geeft de minimale eisen waaraan dit reglement moet voldoen. Dat betekent óók dat bemensing in het Reglement (als uitwerking van de regeling in deze verordening) geregeld zal worden. Bij het opstellen van deze verordening is de vraag gesteld of huurdersorganisaties ook een lid en plaatsvervangend lid moeten kunnen voordragen. Uit het oogpunt van draagvlak en een samenstelling die recht doet aan de verschillende geledingen, lijkt zulks voor de hand te liggen. Wel blijven de eisen van onafhankelijkheid en adequate kennis en kunde, te allen tijde onverkort overeind. 48.

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat er binnen het SGE één regionale urgentiecommissie in het leven is geroepen. Iedere gemeente neemt daartoe individueel een gelijkluidend besluit. Artikel 17/ Bezwaarschriftencommissie 49. Deze bepaling vormt de basis voor het in het leven roepen van de bezwaarschriftencommissie ter waarborging van een objectief advies richting het gemeentebestuur op bezwaren van woningzoekenden tegen een beslissing over (veelal het afwijzen van) een verzoek om urgentiebeschikking en/of een aanvraag om huisvestingsvergunning. Evenals bij de urgentiecommissie is de wettelijke basis voor het instellen van de commissie is gelegen in artikel 84 van de Gemeentewet. 50. Hiervoor is al aangegeven dat uit deze verordening een tweetal voor bezwaar en beroep vatbare besluiten kunnen voortvloeien: de urgentiebeschikking en de beslissing op de aanvraag om huisvestingsvergunning. De bezwaarschriftencommissie van de gemeente Eindhoven is aangewezen voor de behandeling van bezwaren betreffende de besluiten genomen door de urgentiecommissie. Dit moeten gemeenten organiseren door middel van een aanwijzingsbesluit. Evenals bij de urgentiecommissie is opgemerkt, moet de precieze werking van de commissie worden geregeld in een door het college vast te stellen Reglement van Orde. De verordening geeft de eisen waaraan dit reglement moet voldoen.

Indien er bezwaren komen op de urgentiebeschikkingen die door gemeenten zelf zijn afgegeven worden deze behandeld door de bezwaarschriftencommissie van die gemeente.

28

Inboeknummer 7900498_02

Artikel 18/ Hardheidsclausule 51. Dergelijke afwijking zal, teneinde negatieve precedentwerking te voorkomen, zeer goed gemotiveerd moeten worden. Hierover zal het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente een besluit over moeten nemen. Artikel 20/ Inwerkintreding en geldigheidsduur 52. Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 21/ Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 53. Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 22/ Citeertitel 54. Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15654184/1