Vastgesteld besluit Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bp II Binnenstad(Wal-Stadhuisplein-Begijnenhof)
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 24bst01200 Dossiernummer 24.41.253 B&W beslisdatum 08 oktober 2024
Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan II Binnenstad (WalStadhuisplein-Begijnenhof) Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 oktober 2024; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 12 november 2024; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 19 november 2024; gelet op de nadere toelichting van 22 november 2024; overwegende, -
-
-
dat het ontwerp bestemmingsplan ‘II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein-Begijnenhof)’ met inachtneming van het bepaalde in en krachtens artikel 3.8, 1e lid van de Wet ruimtelijke ordening is voorbereid; dat het ontwerp bestemmingsplan zowel in digitale als analoge vorm gedurende de periode van donderdag 21 december 2023 tot en met woensdag 31 januari 2024 voor iedereen ter inzage heeft gelegen en dat voor iedereen de gelegenheid openstond om tijdens deze periode naar keuze schriftelijk, digitaal of mondeling zienswijzen in te dienen; dat van vijf indieners een op schrift gestelde zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan met besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling is ontvangen; dat vijf zienswijzen binnen de gestelde termijn zijn ontvangen en dat deze vijf indieners ervan in hun zienswijzen ontvankelijk kunnen worden verklaard; dat in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ deze zienswijzen zijn samengevat en zijn voorzien van een gemeentelijk standpunt; dat de raad de daarin vervatte overwegingen en standpunten tot de hare maakt; dat de raad de voorgestelde ambtshalve wijzigingen ten aanzien van de verbeelding en de regels onderschrijft;
Inboeknummer 24bst01200
-
-
dat op het besluit de Crisis- en herstelwet van toepassing is, hetgeen betekent dat belanghebbenden in hun beroepschrift dienen aan te geven welke beroepsgronden zij aanvoeren tegen het besluit, dat na afloop van de termijn de beroepsgronden niet meer aangevuld kunnen worden en dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard indien binnen de beroepstermijn geen gronden zijn ingediend; gelet op de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en Crisis- en herstelwet;
besluit: 1. alle indieners in hun zienswijze ontvankelijk te verklaren; 2. de zienswijzen overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ gedeeltelijk gegrond gedeeltelijk ongegrond te verklaren; 3. naar aanleiding van de zienswijzen de volgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen: o In de verbeelding een maatvoeringsvlak (20 meter) opnemen; o In artikel 3.2.1 onder d opnemen: ‘de gebouwen voldoen aan de ontwerpprincipes die als bijlage 2 bij de regels zijn gevoegd’. o In artikel 3.2.3 sub e opnemen, luidende: ‘bouwwerken geen gebouw zijnde voldoen aan de ontwerpprincipes die als bijlage 2 bij de regels zijn gevoegd’. o In de verbeelding de aanduiding ‘karakteristiek’ opnemen. o Artikel 3.6 toevoegen, luidende: ‘3.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 3.6.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor de activiteit slopen) bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' geheel of gedeeltelijk te slopen of te verwijderen.
a. b. c. d.
3.6.2 Uitzonderingen Het in lid 3.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: welke het normale beheer en onderhoud betreffen; welke onlosmakelijk voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend; welke plaatsvinden ingevolge een aanschrijving van burgemeester en wethouders; welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en mits niet strijdig waren met het hieraan voorafgaande bestemmingsplan;
2
Inboeknummer 24bst01200
e. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend; f. welke plaatsvinden op een hoogte van 15 meter of hoger, gemeten vanaf peil. 3.6.3 Toelaatbaarheid De in lid 3.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als door die sloopwerkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de karakteristieke, cultuurhistorische waarden en kenmerken ontstaan of kunnen ontstaan. Ter beoordeling of daarvan sprake is, dient: a. de aanvrager een door een ter zake deskundige opgesteld onderzoek te overleggen; b. vooraf advies ingewonnen te worden bij de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven. o Nieuwe bijlage 2 (ontwerpprincipes) bij de regels opnemen (de bijlage zoals opgenomen in bijlage 6 bij de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen). 4. ambtshalve de volgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen: In de verbeelding: o opnemen van een ‘bouwvak’ ter plaatse van de bouwaanduiding ‘onderdoorgang’ aan de zijde van het Begijnenhof; o opnemen van de specifieke bouwaanduiding ‘sba-1’ tussen de twee bouwvlakken aan de zijde van de Wal; o vergroten van de functieaanduiding ‘parkeergarage’.
In de regels: o in artikel 1 het begrip ‘Nota parkeernormen 2019’ vervangen door ‘Nota parkeernormen 2024’ en luidt als volgt: ‘Nota gepubliceerd op 19 april 2024 en in werking getreden op 20 april 2024’. o In artikel 1 het begrip ‘Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder’ toevoegen en luidt als volgt: ‘normen windhinder, gepubliceerd op 4 juni 2020 (gemeenteblad van Eindhoven 2020, nr. 141113) en in werking getreden op 5 juni 2020’. o In artikel 1 het begrip ‘Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven’ toevoegen en luidt als volgt: ‘beleidsregel over groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals vastgesteld op 18 juni 2024, gepubliceerd op 16 juli 2024 en in werking getreden op 17 juli 2024’. Door de toevoeging van twee begrippen vernummeren de overige begrippen die hieronder zijn opgenomen; o aan artikel 2.5 (bouwhoogte van een bouwwerk) toevoegen: ‘alsmede dakrand en valbeveiliging’;
3
Inboeknummer 24bst01200
aan artikel 3.2.1 sub a na ‘ondergrondse parkeervoorzieningen’ toevoegen: ‘bergingen en technische installaties’. o in artikel 3.2.1 sub e toevoegen en komt als volgt te luiden: o ‘ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding ‘sba-1’ is een luifel toegestaan’. o in artikel 3.2.1 sub f toevoegen en komt als volgt te luiden: ‘geluidgevoelige functies zijn niet toegestaan in: - het gebouw waarvoor een maximum bouwhoogte geldt van 80 meter voor zover gelegen aan de zijde van de Wal tot een hoogte van 15 meter, gemeten vanaf peil, en; - het gebouw waarvoor een maximum bouwhoogte geldt van 45 meter voor zover gelegen aan de zijde van de Wal tot een hoogte van 20 meter, gemeten vanaf peil. o in artikel 8.1 ‘Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)’ vervangen door ‘Nota parkeernormen 2024’; o in artikel 9.1 ‘Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)’ vervangen door ‘Nota parkeernormen 2024’, ‘24 september 2019’ door ’19 maart 2024’ en ‘Bijlage 2’ door ‘Bijlage 3’. o in artikel 9.2 de tekst vervangen door: ‘Bij omgevingsvergunning kan in bijzondere gebieden of situaties worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.1, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie’.
o artikel 10 en 11 verwijderden en vervangen door het nieuwe artikel 10 en komt als volgt te luiden: ‘Voorwaardelijke verplichting groen en waterberging’ 10.1 Voorwaardelijke verplichting groen en waterberging a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat wordt voorzien in voldoende groenopgave, en indien van toepassing compensatie bestaand groen, en waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid, met dien verstande dat aan de hand van de 'Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven’ wordt bepaald of hieraan voldaan is; b. Als de onder sub a bedoelde beleidsregeling wordt gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling bepaald of sprake is van voldoende groenopgave, en indien van toepassing compensatie bestaand groen, en waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. Door het samenvoegen van artikel 10 en 11 vernummeren de daaronder opgenomen artikelen. o bijlage 2 wordt vervangen door bijlage 3 met de nieuwe beleidsregels ‘Nota parkeernormen 2024’. 5. het bestemmingsplan ‘II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein-Begijnenhof)’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80337-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast o
4
Inboeknummer 24bst01200
te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; 6. geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. 7. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 november 2024.
J. Jongbloed, griffier.
5