Vastgesteld besluit Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01315 Dossiernummer 22.44.253 B&W beslisdatum 01 november 2022
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Raadsvoorstel (Museumpark VONK)' Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2022; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 6 december 2022; overwegende, -
-
-
-
besluit:
dat het ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ met inachtneming van het bepaalde in en krachtens artikel 3.8, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening is voorbereid; dat het ontwerp bestemmingsplan zowel in digitale als analoge vorm gedurende de periode van donderdag 23 juni tot en met woensdag 3 augustus 2022 voor iedereen ter inzage heeft gelegen en dat iedereen de gelegenheid heeft gehad om tijdens deze periode naar keuze schriftelijk, digitaal of mondeling zienswijzen in te dienen; dat van 18 indieners een op schrift gestelde zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan is ontvangen; dat de zienswijzen binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, met uitzondering van één zienswijze. De buiten de gestelde termijn ontvangen zienswijze is daarom (formeel) niet-ontvankelijk. De overige indieners kunnen in hun zienswijzen ontvankelijk worden verklaard; dat in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ de zienswijzen zijn samengevat en zijn voorzien van een gemeentelijk standpunt; dat de raad de daarin vervatte overwegingen en standpunten tot de hare maakt; dat de raad de voorgestelde ambtshalve wijziging, zoals ook verwoord in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’, onderschrijft; gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening;
Inboeknummer
1
22bst01315
de indiener in zijn zienswijze genoemd onder 2.18 in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ niet ontvankelijk te verklaren en de overige indieners in hun zienswijzen ontvankelijk te verklaren;
2
3
4
de zienswijzen overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond te verklaren (zienswijzen 2.4, 2.6 en 2.7) en de overige zienswijzen ongegrond te verklaren; naar aanleiding van de zienswijzen de volgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplanregels aan te brengen: o In artikel 3.1, onder a “educatieverecreatieve” te vervangen door “educatief-recreatieve”. o Een definitie in hoofdstuk 1 toe te voegen voor één “openbare horecagelegenheid”: “horeca gericht op de museale educatiefrecreatieve functie en overige bezoeker (aparte toegang) en waarbij overige bezoekers voor een horecabezoek ontvangen mogen worden tijdens de reguliere openingstijden van de museale educatief-recreatieve functie met een uitloop van één uur voor de horeca.”. o Een definitie in hoofdstuk 1 toe te voegen voor ‘museale’: “(historisch openlucht) museum met bijbehorend terrein.” o De definitie in hoofdstuk 1 voor ‘kunstobject’ te verduidelijken: “een bouwwerk of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende (maak)kunsten.
Hieronder worden ook verstaan (gebouwde) interactieve al dan niet verplaatsbare toestellen, die ‘vonken’ worden genoemd.” o Aan artikel 3.2.4 toe te voegen (lid d): “het maximum aantal kunstwerken/ kunstobjecten (vonken) is 10.” o Aan artikel 3.5.1, onder b toe te voegen: “minimaal gelijkwaardig”. ambtshalve de volgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen: o het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1 bij de regels aan te passen; o bij artikel 13.3 ‘overige zone – behoud en herstel watersystemen’ van de regels, aan lid 13.3.3, onder 1, onder a toe te voegen: “met uitzondering van de hoofdroute die de tijdvakken (met kunstwerken en kunstobjecten (vonken) als bedoeld in artikel 3.2.4) binnen het museumterrein met elkaar verbindt.”. o aan artikel 13.4 ‘Overige zone – natuur netwerk brabant’ van de regels toe te voegen: 13.4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden 1. Vergunningsvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
2
Inboeknummer
22bst01315
a.
het dieper dan 0,3 m afgraven, woelen, ploegen en verlagen van gronden; b. het egaliseren, ophogen en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur; c. het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven d. het aanleggen of verharden van wegen, fiets- en wandelpaden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van meer dan 100 m2; e. het graven, verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, greppels en poelen; f. het dempen van waterlopen, sloten, greppels en poelen; g. het planten van houtgewas, het vellen, rooien of verminken van houtopstand; h. het (onder)bemalen, het onttrekken van grondwater door het slaan van putten en het aanbrengen van drainage; i. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen en het aanleggen van kaden en aanlegplaatsen; j. het aanbrengen van (infrastructurele) leidingen, zoals ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en het plaatsen/uitbreiden van de daarbij behorende installaties en apparatuur. 2. Uitzonderingen Het in lid 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend. b.
welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, welke is verleend en van kracht is; d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer; e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen. 3. Toelaatbaarheid De in lid 1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als voldaan wordt aan de criteria: a. de werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn in verband met natuurontwikkeling, natuur- en landschapsbeheer of (extensief) recreatief medegebruik en b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarden en kenmerken. 5
6
het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80421-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen;
3
Inboeknummer
7
22bst01315
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2022.
J. Jongbloed, griffier.
4