Tweede nadere toelichting bij raadsvoorstel over Uitwerking Publiek Belang Gebiedsontwikkeling Fellenoord
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01032 Dossiernummer 22.29.103_7. B&W beslisdatum 19 juli 2022
Nadere toelichting bij raadsvoorstel Onderwerp: Nadere toelichting 2 bij raadsvoorstel over Uitwerking Publiek Belang Gebiedsontwikkeling Fellenoord.
Bij de meningsvorming van 12 juli, j.l. heeft wethouder Steenbakkers toegezegd om uw raad op vijf onderdelen nader te informeren. Met deze nadere toelichting geven wij uitvoering aan deze toezegging. 1. Hoe bij de stakeholders ook ‘de groene kant’ goed geborgd wordt; In de nadere toelichting van 5 juli j.l. (22bst00932) hebben wij bij het onderdeel burgerparticipatie een eerste duiding gegeven. Bij het opstellen van de ontwikkelvisie zijn belanghebbenden betrokken door middel van onder andere gebiedsateliers. Het Trefpunt Groen Eindhoven is één van deze partijen. Bij de verdere uitwerking zullen deze stakeholders ook op een structurele manier betrokken blijven bij de ontwikkeling. Daarnaast zijn de ontwikkelende partijen een belangrijke stakeholder voor het realiseren van de groene doelen. Rond thema’s als programma, klimaat, en mobiliteit worden gesprekken gevoerd met partners in de stad, maar ook in het gebied (zoals de Green Business Club spoorzone). Verder zijn en worden er gebiedsateliers georganiseerd met stakeholders. Er wordt toegewerkt naar een gebiedscoalitie en er wordt draagvlak voor een gebiedsconvenant gepeild. 2.
Of het technisch mogelijk is (in relatie tot randprojecten) om verkeersintensiteit als KPI/uitgangspunt op te nemen; Ja, dat is mogelijk voor de Fellenoord. In de Ontwikkelvisie is opgenomen dat in de huidige situatie de Fellenoord verreweg de drukste verkeersweg is in het gebied, met nu ruim 30.000 voertuigen per etmaal. Bij de KPI’s is nu ook opgenomen (beslispunt 2.f.5 in het raadsvoorstel) om de Fellenoord te herprofileren tot aantrekkelijke stadsboulevard conform de ambitie uit de ontwikkelvisie. Dat kan alleen met een afwaardering van intensiteit tot maximaal circa 12.5000 voertuigen per etmaal. Dat houdt een reductie in van circa 60% ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Dat is een zeer forse opgave en is mede afhankelijk van maatregelen die elders, buiten het plangebied, moeten worden gerealiseerd. Dat betreft bijvoorbeeld de mobiliteitstransitie (waaronder een HOV4 en nieuw Neckerspoel), aanpassingen aan hoofd- en onderliggend wegennet (randweg, ring en radialen) en ook andere wegen die toeleiden naar het plangebied. Het is dus mogelijk om dit als aparte KPI toe te voegen, dan wel door beslispunt 2.f.5 aan te vullen: 2.f.5 Herprofilering van de Fellenoord tot aantrekkelijke stadsboulevard
Inboeknummer
22bst01032
conform de ambitie uit de ontwikkelvisie, met bijbehorende reductie van de verkeersintensiteit waarbij uitgangspunt is maximaal 12.500 voertuigen per etmaal én dat de hiertoe noodzakelijke buitenplanse maatregelen randvoorwaardelijk zijn. 3.
Waarom geen KPI is opgenomen over het streven van een totale breedtemaat van 75 meter voor de Ecologische verbindingszone; Er is een breedtemaat opgenomen voor de ecologische verbindingszone van de Dommel in het gehele gebied van 50 meter. Dat is voor de realisatie van de ecologische doelstellingen een passende maat. Ter hoogte van de onderdoorgang van de Dommel onder het spoor, geldt deze maatvoering van 50 meter ecologische verbindindingszone (hierna: EVZ) ook. Op die plaats is het streven om op termijn een derde stationsentree te (laten) realiseren. Deze vraagt, in combinatie met het fietspad, aanvullende breedte onder het spoor. Daarop is de inschatting van 75 meter in totaal uit de ontwikkelvisie gebaseerd. Er is dus ook hier geen sprake van 75 meter breedte voor een EVZ, maar een inschatting van 75 m op het totaal inclusief (minimaal) 50m EVZ (beslispunt 2.d.6). Wij adviseren u dan ook hier geen specifieke KPI voor op te nemen. 4.
De hoeveelheid jaren dat met ontwikkelaars kan worden afgesproken waarin zij sociale woningen realiseren; Bedoeld wordt hier hoeveel jaar na oplevering nieuw gebouwde sociale woningen beschikbaar blijven als sociale woningen. We hebben mogelijkheden om hierover met ontwikkelende partijen afspraken te maken. Deze instrumenten zijn ook voor de uitvoeringsorganisatie voor de gebiedsontwikkeling– hoe die ook vorm wordt gegeven- beschikbaar. Daarmee is deze gebiedsontwikkeling niet anders dan elk ander project of ontwikkeling elders in Eindhoven. Belangrijkste instrument is de grondexploitatie: daar waar we als gemeente grond uitgeven, kunnen afspraken hierover onderdeel zijn van de overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelende partij, als een voorwaarde voor grondverkoop. Daarbij zijn woningbouwcorporaties ook ontwikkelende partij voor (een deel van) de sociale huurwoningen. We maken met de vier Eindhovense corporaties prestatieafspraken en kunnen daarin ook afspraken maken over vervreemding (verkoop) van woningen door corporaties. Dit gebeurt overigens nu ook, om gewenste doorstroming op de woningmarkt te realiseren. Het is daarmee niet per definitie een onwenselijke ontwikkeling.
Voor sociale huurwoningen is geen gemeentelijk beleid voor een minimum aantal jaren dat deze woningen als sociale huur beschikbaar blijven, vanuit de gedachte dat de borging hiervan via de prestatie afspraken plaatsvindt (omdat sociale huurwoningen vrijwel altijd met betrokkenheid van corporaties worden gerealiseerd). Voor middenhuur stelt het woonbeleid een termijn van 15 jaar. 5.
Of biodiversiteit te vervatten is in een bestaande KPI of apart opgenomen dient te worden. Met de KPI’s hebben we gepoogd om alle randvoorwaarden vast te leggen waarmee de gebiedsontwikkeling bijdraagt aan de gemeentelijke ambities voor biodiversiteit. Dat betekent dat we met name bij de KPI’s die betrekking hebben het programma (aantal en
2
Inboeknummer
22bst01032
m2 bruto vloeroppervlakte aan woningen en andere functies), klimaatadaptatie (waaronder groen, water en EVZ), en de verbonden stad (verbindingen door het gebied naar buiten), de randvoorwaarden ten behoeve van biodiversiteit hebben vertaald in meetbare doelstellingen. Bij beslispunt 2.d is ook opgenomen ‘aandacht voor biodiversiteit’, en dit is meetbaar vertaald in een aantal KPI’s, die daaraan bijdragen. We realiseren ons dat we er daarmee niet zijn. In de uitwerking voor met name het raamwerk openbare ruimte en het Dommeldal vraagt dit een toetsing op de realisatie van ambities voor biodiversiteit. In andere woorden: een breedtemaat van 50 meter voor een EVZ is een meetbare doelstelling, maar de wijze waarop deze EVZ invulling krijgt, bepaalt ook in hoe verre de biodiversiteit hiermee gebaat is in de toekomst. Deze uitwerkingen zoals Dommeldal en raamwerk openbare ruimte worden vastgesteld via het college. Uw raad wordt hierin via de nieuw ingerichte Raadscommissie Knoop XL actief meegenomen. Daarnaast is de mate waarin biodiversiteit wordt gerealiseerd niet alleen afhankelijk van de inrichting van het gebied, maar zijn er ook andere factoren, buiten het gebied, die dit mede bepalen.
We adviseren om nu geen aanvullende KPI over biodiversiteit toe te voegen, maar hierop bij de uitwerkingen - zoals het raamwerk openbare ruimte en de EVZ Dommeldalte toetsen en in de voortgang hier ook te monitoren.
Daarnaast heeft wethouder Steenbakkers bij de meningsvorming van12 juli j.l. toegezegd om bij het raadsvoorstel over ‘het hoe’, bij uw raad terug te komen op: de 4 KPI’s die SMART-er gemaakt kunnen worden; waar corporaties in de lead te brengen zijn; de mogelijkheden om Fellenoord energieneutraal te maken; de invulling van de plinten; of de bestaande parkeernorm realistisch is in dit gebied; een scherpere bewoording van ‘Leefbaarheid’; het gebruik van omliggende gebieden voor deelmobiliteit (of dat realistisch is); een vergezicht voor Fellenoord in relatie tot aanpalende gebieden. We zullen uw raad dan ook bij dat raadsvoorstel hierover informeren.
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
secretaris
3