CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Beter sturen op Cure 230312

Raadsvergadering 9 mei 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Ontwerp raadsbesluit Rekenkamerrapport Beter sturen op Cure?26.873 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 41/59

c. Financieel beheersbaar. Geen grote financiële risico’s en geen eigen investeringen door Cure c.q. de gemeenten. Deze kaders zijn een belangrijke stap voor het management van risico’s. Het verder concretiseren en kwantificeren van deze kaders kan daar verder aan bijdragen.

4.4 Functioneren en presteren van de organisatie GR Cure Thema

1 Hoe functioneert de GR Cure ten aanzien van de inzet van mens en materieel voor de uitvoering van de primaire werkprocessen (zoals inzameling huishoudelijk afval) en ten aanzien van de indirecte functies (overhead)?

Norm

- Het functioneren en presteren van de GR Cure - in de vorm van presaties en kosten per prestatie - worden periodiek gemonitord en beoordeeld. - De uitvoering van primaire werkprocessen door GR Cure is kosteneffectief. Methode : onderzoek IPR Normag. Toetsing van de kosteneffectiviteit van primaire werkprocessen aan Benchmark Huishoudelijk Afvalbeheer. - De indirecte functies van GR Cure zijn kosteneffectief. Methode : onderzoek IPR Normag. Toetsing van de kosten voor indirecte functiess aan Benchmark Overhead Overheidsorganisaties (op gebied afvalbeheer)

Cure doet periodiek (om het jaar) mee aan de Benchmark Huishoudelijk Afval die onder auspiciën van de NVRD en Rijkswaterstaat wordt uitgevoerd. Op basis van de meeste recente benchmark (peiljaar 2020) wordt geconcludeerd dat de kostenefficiëntie van de inzameling van de meeste materiaalstromen vergelijkbaar of beter is in vergelijking met referentiegemeenten- en publieke organisaties. Hierbij moet worden opgemerkt dat de kosten voor de inzameling van huishoudelijk restafval in Valkenswaard en Eindhoven wel hoger zijn dan het benchmarkgemiddelde. Dit betreft een omvangrijke activiteit omdat circa 39% van de kosten is gemoeid met deze materiaalstroom. Het nadeel van deze benchmark is dat uitsluitend de kosten voor het inzamelen van materiaalstromen worden meegenomen. Ten opzichte van de totale kosten (Begroting 2020 herzien) zijn slechts 47% (gewogen gemiddeld) van de totale kosten van Cure onderdeel van deze benchmark. In de benchmarkvariant specifiek voor gemeenten worden de afvalbeheerprestaties en alle kosten van het afvalbeheer van de gemeente vergeleken met andere (niet geanonimiseerde) gemeenten. Op basis hiervan kan een beter beeld worden gekregen van de (integrale) kostenefficiëntie van de gemeente en Cure.

Verhouding primair proces / overhead Cure Voor een beoordeling van de verhouding direct versus indirecte functies van Cure (de overhead) is getoetst aan de Benchmark Overhead Overheidsorganisaties op het gebied van afvalbeheer. Het aandeel overhead van de circa 15 deelnemende organisaties varieert van 22 tot 36%. Het gewogen gemiddelde bedraagt 30%. Op basis van de begroting Cure 2022 is het aandeel van de overhead ten opzichte van de totale kosten van Cure bepaald. Voor de vergelijkbaarheid met de benchmark waarden zijn de verwerkingskosten in mindering gebracht op de totale kosten. De overhead van Cure bevindt zich met 34% aan de hogere kant van de bandbreedte. Gecorrigeerd voor projectkosten bedraagt de overhead circa 31%. Dus dicht bij het (gewogen) gemiddelde

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 42/59

van de benchmark.

4.5 Toekomstbestendigheid Thema

2 Is de GR Cure c.q. de intergemeentelijke samenwerking op afval- en grondstoffengebied toekomstbestendig?

Norm

- De gezamenlijke organisatie beschikt over voldoende schaalgrootte, kennis en expertise om haar rol (ten behoeve van de gemeenten) ook in de toekomst adequaat uit te voeren. - De potentie van nieuwe (innovatieve) verwerkingsroutes in het licht van de VANG-doelstellingen kan voor de betrokken gemeenten goed worden ingeschat.

Toekomstbestendigheid in relatie tot schaalgrootte De analyse en beoordeling van de toekomstbestendigheid van Cure wordt grotendeels gerelateerd aan de benodigde kennis, capaciteit en slagkracht om ook in de toekomst de taakomschrijving/rol van Cure goed te kunnen vervullen. Daarbij is voldoende schaalgrootte een belangrijke voorwaarde. Schaalgrootte om kostenefficiënt te kunnen werken, de benodigde investeringen te kunnen doen, en voldoende financieel draagvlak om te kunnen beschikken over de benodigde kennis, kunde en capaciteit. De gewenste schaalgrootte verschilt per bedrijfsproces. Op basis van onze analyse beschikt Cure over voldoende schaalgrootte en is vanuit deze invalshoek toekomstbestendig. Logistieke dienstverlening. Inzamel dienstverlening betreft geografisch (lokaal-regionaal) gebonden (logistieke) dienstverlening. Een verzorgingsgebied van Cure met circa 162.500 te bedienen huishoudens en de actieradius van inzamelmaterieel worden voldoende geacht om de logistieke diensten kostenefficiënt te kunnen organiseren. Cure staat in de top 7 van grootste overheid gedomineerde inzamelorganisaties (totaal circa 30) in Nederland26. Afvalbewerking en verwerking (strategisch contactmanagement). Zoals veel overheid gedomineerde inzamelorganisaties besteedt Cure de bewerkingen verwerking van afval- en grondstoffen uit.

Hoewel dit per type afval- en grondstofstroom kan verschillen, kan in het algemeen worden gesteld dat hoe groter de schaal, deze te meer countervailing power gegenereerd kan worden ten opzichte van de (vaak grote) afvalverwerkers en recycling organisaties in de markt. Om deze reden zoekt Cure de samenwerking met andere overheidsorganisaties waarmee aanbestedingen worden voorbereid en uitgevoerd. Daarmee wordt voldoende schaal (en countervailing power) gegenereerd om gunstige condities en contractvoorwaarden te behalen. Afvalbeheerbeleid, kennis en expertise. Zoals gezegd is adequaat afvalbeheer meer dan inzamelen alleen. Het is grotendeels het (aan)sturen op het gewenste afvalgedrag van

26

Gemeente Eindhoven is de vijfde grootste gemeenten in Nederland na Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 43/59

inwoners zodat verspilling van grondstoffen wordt voorkomen. Zowel door preventie van restafval (keuzes in het inkoop- en consumptiepatroon) als ook door meer en betere scheiding van recyclebare grondstoffen. Zie hiervoor ook Figuur 3 Instrumenten en maatregelen voor gemeentelijk afval- grondstoffenbeleid. Het is daarvoor van belang dat niet alleen technische deskundigheid op het gebied van inzamelvoorzieningen en logistiek beschikbaar is, maar ook gedragswetenschappelijke deskundigheid waarmee adequaat afval- grondstoffenbeleid kan worden ontwikkeld. Uit het onderzoek blijkt dat de drie gemeenten hier verschillend mee omgaan. Gemeente Eindhoven beschikt over een eigen ambtelijk team dat bijdraagt aan beleidsvoorbereiding en -ontwikkeling. Gemeente Geldrop-Mierlo schakelt voor beleidsvoorbereiding externe ondersteuning in (zoals bij het Afval en Grondstoffenplan 2022 – 2025 is gedaan). En de gemeente Valkenswaard verwacht van Cure dat zij actief bijdraagt c.q. adviseert over het passende en effectieve afvalen grondstofbeleid voor de gemeente. Hier is dus sprake van verschillende verwachtingen van de rol en bijdrage van Cure. Een meer eenduidige taakomschrijving voor Cure is dan ook gewenst.

Indien door de gemeenten een meer (pro)actieve rol van Cure bij beleidsvoorbereiding wordt gewenst, dan biedt de schaal van de organisatie in principe voldoende basis voor Cure om deze rol te vervullen en daarvoor de benodigde expertise (gedragswetenschap, communicatie, techniek/logistiek, participatie, et cetera) in eigen huis te ontwikkelen. Deskundige functionarissen die zich ook in (landelijke) netwerken begeven waarmee een ‘state of the’ art kennisbasis wordt ontwikkeld. Of zodat Cure minstens voldoende expertise in huis heeft om een stevige opdrachtgeversrol te kunnen vervullen bij het inhuren van derden. Wij verwachten dat met de schaal van Cure – en de weg die de gemeenten nog te gaan hebben bij het bewerkstelligen van hun VANG-ambities - het mogelijk is om deze kennisbasis op te bouwen en te benutten. Toekomstbestendigheid in relatie tot het behalen van VANG-ambities Op het gebied van het behalen van de VANG-ambities in de betrokken gemeenten is Cure sterk georiënteerd op technische oplossingen, en minder op het (aan)sturen op het afvalgedrag van inwoners. Het Renescienceproject is hiervan een voorbeeld, dat echter niet heeft geleid tot een trendbreuk/verbetering in de afvalbeheerprestaties van de gemeenten. Er zijn hoge verwachtingen bij het actuele onderzoek naar nascheiding (in samenwerking met Midwaste en HVC.

Hoewel we nog niet goed weten wat wordt onderzocht, en wat de perspectieven zijn, wordt aanbevolen dat portefeuillehouder en/of college en/of de raad kritische en gerichte vragen stelt over dit project en de verwachte perspectieven: • Hoe en in welke mate gaat nascheiden bijdragen aan het behalen van de VANGambities van de gemeente?

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 44/59

• Welke materialen kunnen met nascheiding worden herwonnen? In het algemeen kan PBD wél via nascheiding worden herwonnen. Maar voor het recyclen van gft, oud papier en karton, glas, textiel, et cetera, is scheiding aan de bron noodzakelijk. • Wat is de verwachte score op de 10-R model voor circulariteit. Is sprake van recycling (herwinnen van grondstoffen, telt mee als VANG-prestatie) of nuttige toepassing (vaak thermische recycling c.q. verbranden met energiewinning, telt niet mee als VANG-prestatie)? Zodoende kan meer vroegtijdig het perspectief worden beoordeeld, waarmee de gemeenten een bewuste keuze kunnen maken om al hun peilen op nascheiding te richten, dan wel om de focus ook op andere maatregelen te richten waarmee wordt bijgedragen aan het behalen van de VANG-ambities. Indien de bijdrage van nascheiding substantieel is, dan is de focus op het nascheidingsinitiatief te rechtvaardigen. Maar op basis van de ervaringen en huidige stand der techniek verwachten wij dat vormen van technisch nascheiding weliswaar een bijdrage zal geven aan het behalen van de VANG-ambities, maar dat dit onvoldoende zal zijn om de ambitieuze ambities op de korte en middellange termijn van de gemeenten te bewerkstelligen.

Het is een kans als de gemeenten en Cure hun gezamenlijke blikveld verbreden naar (ook) andere routes en (beleids)instrumenten die bijdragen aan het bewerkstelligen van deze VANG-ambities. Zoals meer en betere voorzieningen voor het gescheiden aan kunnen bieden van recyclebare grondstoffen, het bevorderen van bewustwording van inwoners om verspilling van grondstoffen te voorkomen, meer producthergebruik, duurzamer consumptiepatronen en inkoopgedrag, et cetera. Een voorwaarde is dan wel dat de drie gemeenten een eensluidend beeld hebben van de rol en bijdrage van Cure op deze gebieden. Oog op de bal: focus op de handelingsperspectieven waarmee substantieel kan worden bijgedragen aan het behalen van VANG-ambities Voor de gemeenten individueel is van belang dat zij zich realiseren dat technische oplossingen (voor het be- en verwerken van ingezameld afvalstromen) mogelijk onvoldoende zijn voor het behalen van hun VANG-ambities. Zowel Eindhoven als Geldrop-Mierlo hebben daarom rond 2020 na het afbreken van het Renescience project het initiatief genomen om gemeentelijk afvalbeleid voor te bereiden en vast te stellen (in 2021) om verdere stappen te zetten in de reductie van het huishoudelijk restafval en meer scheiding van recyclebare grondstoffen. In Eindhoven is dit in samenwerking met Cure gedaan.

In Geldrop-Mierlo heeft de gemeente het heft in eigen handen genomen en met ondersteuning van ingehuurde deskundigheid en met medewerking van Cure het “Afval- en Grondstoffenplan 2022 – 2025 Geldrop-Mierlo” ontwikkeld, vastgesteld en geïmplementeerd. In de gemeente Valkenswaard zijn in de afgelopen jaren nauwelijks wezenlijke

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 45/59

beleidswijzigingen – gericht op verbetering van de afvalbeheerprestaties – gerealiseerd. Daarbij was de gemeente in afwachting van de nascheidingsonderzoeken waar toentertijd (Renescience) en anno 2023 (Brabants Initiatief Nascheiding) de aandacht op is gericht. In gesprekken met de gemeente werd dit als volgt verwoord: “Door de deelname in Cure heeft onze gemeente 8 jaar stilgestaan met bronscheiding. Dat levert nu een hogere afvalstoffenheffing op dan nodig was geweest.”. Door betrokkenen van Cure is vermeld dat Cure anno 2023 doende is om een afvalplan op te stellen samen met beleidsambtenaren van Valkenswaard.

4.6 Rol van de raad Thema

1 Is de informatievoorziening aan de gemeenteraden over het afvalbeheer adequaat?

Norm

- Door de inzet van GR Cure is de raad op hoofdlijnen op de hoogte van het beleid en afwijkingen daarvan, de budgetten, de uitvoering en de financiële doelbereiking. - Door GR Cure is de raad op hoofdlijnen op de hoogte van wat er leeft bij inwoners over de uitvoering van het afvalbeleid. - Door GR Cure is de raad op hoofdlijnen op de hoogte van relevante ontwikkelingen op het gebied van afval.

Vanuit Cure ontvangen de gemeenteraden tijdig het jaarverslag en de begroting voor het volgende jaar, vaak inclusief een voorzet voor een zienswijze op de begroting door het eigen college. Het jaarverslag en begroting geven veel informatie over waar Cure mee bezig is en zijn daarmee compleet. Verder ontvangen de gemeenteraadsleden op onregelmatige tijden informatie vanuit Cure (informatieavond, informeren over een lopend project). De planhorizon van het jaarverslag en begroting is ongeveer een jaar vooruit en een jaar achteruit: raadsleden hebben op basis van deze documenten onvoldoende zicht op de lange(re) termijn. Uit de onderzochte documenten zijn twee constateringen te maken. In de eerste plaats geven de documenten onvoldoende totaaloverzicht over het beleidsveld van afvalbeleid. Weliswaar wordt ingegaan op ontwikkelingen en projecten in de ontvangen documenten, tegelijkertijd is niet duidelijk hoe deze ontwikkelingen zich verhouden tot de eigen gemeentelijke beleidsdoelen. Overigens is deze rolverdeling ook onduidelijk tussen gemeente en Cure: wie informeert nu precies waarover? En in de tweede plaats zijn de ontvangen documenten erg uitgebreid om de informatie goed naar waarde te kunnen inschatten. De gemeenteraad moet kaders stellen en deze controleren, met de ontvangen informatie is die opgave niet te doen.

Niet alleen omdat de kaders onduidelijk zijn (wat moet Cure bereiken/presteren, concreet gemaakt), maar ook omdat de gemeente zelf geen scherp beeld lijkt te hebben van de deelname in Cure. Zo is het voor raadsleden zeer ingewikkeld om op hoofdlijnen geïnformeerd te zijn op basis van de ontvangen documenten. Thema

Norm

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 46/59

2 Hoe vervult de raad in de huidige situatie zijn controlerende en kaderstellende taak, en welke eventuele aandachtspunten of verbeterpunten zijn hieruit af te leiden?

- Het beleid wordt gemonitord en geëvalueerd en de raad ontvangt deze informatie of vraagt hierom. - De raad heeft mogelijkheden om het beleid bij te sturen; Het college en de ambtelijke organisatie (al dan niet richting de GR Cure) volgden/volgen de wensen van de raad.

In alle drie de gemeenten is afvalbeleid een actueel onderwerp: raadsleden stellen geregeld (technische) vragen en proberen door middel van amendementen voorgestelde besluiten bij te sturen. Het beleidsplan in Eindhoven en Geldrop-Mierlo is actueel, dat in Valkenswaard niet: de mate waarin de kaders daarmee duidelijk zijn omschreven verschilt per gemeente. En dat niet alleen, ook de beleidsdoelstellingen tussen de gemeenten verschillen sterk van richting. Een gezamenlijk beeld over de strategie, beleid of kwaliteit van dienstverlening met Cure is er niet. En is in die zin ook niet bij te sturen door de gemeenteraden. Het is gewenst dat de hier meer eenduidigheid wordt verkregen door (en tussen) de drie gemeenten. Zodoende kunnen de raden duidelijke kaders meegeven aan de colleges ten aanzien van de strategie en koers van de gemeenschappelijke regeling, inclusief concrete doelstellingen waaraan de organisatie moet voldoen. Niet alleen op het gebied van financiën want daarin voorziet de huidige P&C cyclus al wel. Maar ook zoals eerder gezegd op het gebied van afval en grondstoffen, duurzaamheid van de bedrijfsvoering, circulariteit bij de verwerking en recycling van ingezamelde afval- en grondstoffen, en social return zoals de inzet van mensen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt.

Daarmee kan worden bereikt dat, hoewel Cure niet bevoegd en verantwoordelijk is om gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid te bepalen, Cure zich meer verantwoordelijk voelt om actief mee te denken en mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de gemeente op dit gebied. Dat geeft ook voor de colleges een duidelijker mandaat binnen Cure om de regeling scherper aan te sturen. Zonder kaders is het controleren namelijk niet uit te voeren door de raden.

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 47/59

5. Samenvattend: is de GR Cure toekomstbestendig? In dit rekenkameronderzoek staat de vraag centraal of Cure voldoende toekomstbestendig is. Wat ons betreft is het antwoord ja, maar met enkele kanttekeningen en aanbevelingen.

5.1 Cure draagt zorg voor een wettelijk taak van de gemeenten Cure is toekomstbestendig omdat zij zorg draagt voor de uitvoering van een wettelijke taak van de gemeenten: de inzameling van huishoudelijk afval. Gemeente Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo hebben de keuze gemaakt om samen te werken bij de uitvoering van deze wettelijke zorgplicht binnen gemeenschappelijke regeling Cure. Dit doet Cure als uitvoeringsorganisatie op een effectieve en efficiënte wijze. Cure levert de dienstverlening op gebied van afvalinzameling waarmee inwoners hun afval gescheiden kunnen aanbieden, en draagt zorg voor de afvalverwerking. Cure functioneert goed wat betreft de uitvoerende taak gericht op de inzameling, vervoer en opslag van afvalstoffen, het beheer en vermarkten van afvalstoffen en de klachtenafhandeling. Ook uit de gesprekken met raadsleden, de portefeuillehouders en ambtelijke betrokkenen wordt hierover tevredenheid uitgesproken. Er wordt een vergoeding in rekening gebracht door Cure bij de gemeenten en deze wordt gedekt door de afvalstoffenheffing.

5.2 Schaalgrootte voldoende, maar er zijn keuzes te maken De schaalgrootte van Cure op het gebied van afvalinzameling, afvalbe- en verwerking en ten behoeve van een kennis- en adviesfunctie op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer is in de kern voldoende. De schaal waarop Cure opereert is voldoende groot om een kostenefficiënte inzameldienstverlening te organiseren. Met een verzorgingsgebied van 162.500 huishoudens staat Cure in de top 7 van grootste overheid gedomineerde inzamelorganisaties (totaal circa 30) in Nederland. Op het gebied van AVG, archiefwetgeving en andere formeel juridische aan afval en de gemeenschappelijke regeling verbonden dossiers werkt Cure geregeld samen met gemeenschappelijke regeling Blink (gemeente Helmond en regio). Ook voor het adequaat (kostenefficiënt en duurzaam) be- en verwerken van de ingezamelde afval- en grondstoffen achten wij Cure voldoende toekomstbestendig. Cure beschikt niet over eigen be- en verwerkingsinstallaties maar besteedt dit uit aan meerdere afval- en recyclingorganisaties. Om bij aanbestedingen over voldoende inkoopkracht te beschikken ten opzichte vaak grote nationale en internationale ondernemingen, werkt Cure bij aanbestedingen samen met andere overheid gedomineerde organisaties en gemeenten. Zoals gemeenten Oss, Meijerijstad, Den Bosch, Helmond (voornamelijk op het nascheidingdossier).

En met Midwaste en haar leden en individuele samenwerkingen op

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 48/59

allerlei dossiers voor be- en verwerking van afval- en grondstoffen. Gezamenlijk worden strategische verkenningen uitgevoerd en inkoopstrategieën ontwikkeld en toegepast. Vanuit deze invulling van de functie ‘strategisch contractmanagement’ verwachten wij dat Cure in samenwerking met andere overheidsorganisaties hiermee een beroep kan doen op voldoende kennis, kunde en capaciteit. De drie deelnemende gemeenten zijn eenduidig in hun verwachtingen van de rol en bijdrage van Cure op het gebied van inzameldienstverlening. “Cure is onze afvalinzamelaar”. En daarmee is Cure voldoende robuust naar de toekomst toe. Op het gebied van kennis en advies bij de voorbereiding en ontwikkeling van gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleidsplannen hebben de gemeenten verschillende verwachtingen over de rol van Cure. In de praktijk vervult Cure deze rol in bescheiden mate, en richt zich voornamelijk op de technische uitvoerbaarheid van door gemeenten ontwikkelde beleidsmaatregelen. Hier is voor de gemeenten nog wel een keuze te maken over de rol (taak) van Cure. Cure alleen als inzamelaar die tevens zorgdraagt voor de be- en verwerking van ingezamelde afval- en grondstoffen is een mogelijke route die ook toekomstbestendig wordt geacht. De gemeenten moeten dan de kennis- en beleidsfunctie op andere wijze organiseren zoals binnen een gemeentelijke beleidsafdeling.

Maar een meer actieve rol bij het ontwikkelen, monitoren en verbeteren van het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid (in de vorm van advies aan de gemeenten) kan voor de drie gemeenten een welkome aanvulling zijn, en bijdragen aan het behalen van de gemeentelijk ambities. In de praktijk zijn hiervan goede voorbeelden, waarbij het overheid gedomineerde bedrijf de deelnemende gemeenten actief adviseert en ondersteunt bij het voorbereiden en implementeren van gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid. Ook hier achten wij de schaalgrootte van Cure voldoende om een volwaardige kennis- en beleidsfunctie in eigen huis, in combinatie met inhuur van specifieke specialismen, goed mogelijk en toekomstbestendig. Mede op basis van de eerder genoemde overheid gedomineerde bedrijven die deze functie vervullen.

5.3 Kanttekeningen en aanbevelingen Bij de toekomstbestendigheid van Cure plaatsen wij enkele kanttekeningen c.q. aandachtspunten c.q. aanbevelingen gericht op het borgen van de toekomstbestendigheid. Door het verbeteren van het functioneren en presteren van de GR Cure en de samenwerking van de betrokken gemeenten. 1. De gemeenteraden staan op grote afstand van Cure om de gemeenschappelijke regeling effectief aan te sturen en/of de gemeentelijke kaders vanuit het afvalbeleid geven. Dit is beperkt tot een zienswijze op de begroting en ontvangst van de jaarrekening. Deze documenten kijken maximaal 1 jaar terug en 1 jaar vooruit. Een langere termijn doel is er niet opgenomen en wordt niet op gestuurd.

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 49/59

2. Overweeg daarom het opstellen van een strategisch meerjarenplan voor Cure als gezamenlijke organisatie waarmee organisatiedoelen en maatschappelijke doelen op strategisch en tactisch niveau zijn vastgelegd en die in een plan-do-check-act cyclus kunnen worden gemonitord en bewaakt op verschillende niveaus: raad -> college, college-> bestuur GR, bestuur GR -> directie GR 3. De drie deelnemende gemeenten zijn niet eenduidig in hun verwachtingen van de rol en bijdrage van Cure op het gebied van het wel of niet, intensief of beperkt, afwachtend of proactief bijdragen aan het voorbereiden van doeltreffende en efficient gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid. Deze rolonduidelijkheid is niet bevorderlijk voor de samenwerking en continuïteit. Er wordt geadviseerd om hier een keuze te maken: of een volwaardige kennis- en beleidsfunctie binnen Cure, of de gemeente(n) dienen zelfstandig hiervoor zorg te dragen. 4. In aansluiting op het vorige punt. Stem af wat wordt verwacht van de rol en bijdrage van Cure bij de voorbereiding, het monitoren en evalueren van het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid. Het is voor alle betrokkenen gewenst om hier duidelijke keuzes te maken. 5. De drie gemeenten hebben tot zeg 2020 geen (extra) stappen gezet om de hoeveelheid restafval te reduceren, omdat de verwachtingen van het Renescience project hoog gespannen waren.

Momenteel worden de mogelijkheden van nascheiding onderzoek in het kader van het Branbants Nascheidings Initiatief. 6. Wij adviseren om kritisch te zijn op de te verwachten bijdrage van nascheiden bij het behalen van de VANG-ambities van de gemeenten. Welke extra recycling (in de definitieve van het 10-r model) mag hier worden verwacht? 7. Indien deze te verwachten bijdrage bescheiden of (nog) onzeker is, dan is dit voor de gemeenten een aanleiding om het blikveld te verbreden naar (ook) andere routes en (beleids)instrumenten die bijdragen aan het bewerkstelligen van deze VANG-ambities. Ten opzichte van andere, ook grote gemeenten die ook te maken hebben met grootstedelijke uitdagingen bij het afvalbeheer (bevolkingsdichtheid en -diversiteit, minder mogelijkheden om afval te scheiden en in te zamelen) maar die wel actief maatregelen treffen (diftar, omgekeerd inzamelen, sturen met inzamelfrequenties, handhaving, communicatie) behalen betere afvalbeheerprestaties. 8. Leg afspraken over dienstverlening vanuit Cure voor de gemeente vast in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) of service level agreement (SLA). En geef daarbij invulling aan de gewenste kwaliteit van dienstverlening en wijze van verrekening.

In de DVO of SLA worden tevens prestatie-indicatoren overeengekomen tussen de gemeente en Cure op het gebied van milieu, kosten en serviceniveau voor de onderscheiden diensten. 9. Organiseer en veranker een opdrachtgeversplatform voor de Cure-gemeenten in

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 50/59

de governance van de gemeenschappelijke regeling: de gemeenten zijn als opdrachtgever bepalend voor de uitvoering. 10. Neem periodiek (b.v. elke twee jaar) deel aan de Benchmark Huishoudelijk Afval voor gemeenten. In deze benchmark worden het afvalbeheerbeleid, de afvalbeheer prestaties (milieu en kosten) op een integrale wijze per gemeente worden gemonitord. Met deze benchmark wordt beter inzicht gekregen in de totale kosten van het afvalbeheer per gemeente en het aandeel in deze kosten van Cure. 11. De genoemde kaders omtrent het inperken van de risico’s van (toekomstige) innovatieve projecten zijn een belangrijke stap: geen (afval)hoeveelheidsverplichtingen, uitsluitend bewezen techniek/technologie, geen grote financiële risico’s en geen eigen investeringen. Aanbevolen wordt om deze kaders nader te concretiseren, te kwantificeren en te verankeren. Bijvoorbeeld in een reglement.

-0-0-0-

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 51/59

Bijlagen A. Gehanteerde bronnen • Cure (2022) Afvalbeleid in een notendop - een handreiking voor (nieuwe) raadsleden. • Cure (2022) Rapportage en advies Taskforce afval Cure gemeenten. • Cure (2022) Implementatieplan Aanbevelingen uit Evaluatie Cure 2017-2022. • Cure (2022) Raadsinformatiebrief stand van zaken nascheidingsinstallatie. • Cure (2020, 2021, 2022) Ontwerpbegroting voor 2020, voor 2021 en 2022, en bijbehorende zienswijzen uit de gemeenten. • Cure (2020, 2021) Jaarverslag en jaarrekening voor 2020 en voor 2021. • Cure (2020-2022) Verslagen AB en DB. • Gemeende Eindhoven (2012) Raadsvoorstel en besluit Oprichten van een nieuwe gemeenschappelijke regeling voor afvalbeheer. • Gemeente Eindhoven (2021) Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval. • Gemeente Eindhoven (2020) Sorteerresultaten restafval. • Gemeente Geldrop-Mierlo (2012) Raadsvoorstel/besluit Nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Cure en opheffing van de bestaande gemeenschappelijke regeling. • Gemeente Geldrop-Mierlo (2021) Afval- en grondstoffenplan 2022-2025. • Gemeente-Geldrop-Mierlo (2020, 2021, 2022) Diverse moties en amendementen (ook de niet aangenomen). • Gemeente Valkenswaard (2012) Raadsvoorstel en besluit nieuwe inzamelorganisatie huishoudelijke afvalstoffen. • Gemeente Valkenswaard (2012) Nota inzameling huishoudelijke afvalstoffen Valkenswaard: Van afval naar grondstoffen 2012-2020.

• NVRD (2020) Benchmark bedrijfsvergelijking Eindhoven. • NVRD (2020) Benchmark bedrijfsvergelijking Valkenswaard. • NVRD (2020) Benchmark regiovergelijking Geldrop-Mierlo. • KplusV (2022) GR Cure Afvalbeheer: tweede evaluatie. • Planbureau voor Leefomgeving (2018) Circulaire economie: wat we willen weten en kunnen meten, online beschikbaar.

• VANG-website (2022) Programma Van Afval Naar Grondstof 2022-2025.

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 52/59

B. Gesprekspartners De volgende personen zijn gesproken voor dit onderzoek: • Beleidsmedewerkers gemeente Eindhoven • Beleidsmedewerker gemeente Valkenswaard • Beleidsmedewerker gemeente Geldrop-Mierlo • Portefeuillehouder gemeente Eindhoven • Portefeuillehouder gemeente Valkenswaard • Portefeuillehouder gemeente Geldrop-Mierlo • Gemeenteraadsdelegatie gemeente Eindhoven • Gemeenteraadsdelegatie gemeente Valkenswaard • Gemeenteraadsdelegatie gemeente Geldrop-Mierlo • Directeur-secretaris gemeenschappelijke regeling Cure

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 53/59

C. Implementatieplan n.a.v. evaluatie 20217

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 54/59

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 55/59

D. Zienswijzen raden bij begroting Eindhoven Zienswijze begrotingswijziging 2018, verzonden 29 november 2018 Cure zal nog een verhoogde verbrandingsbelasting in de begroting van 2019 moeten verwerken en de voorbereidingskosten van Renescience in de begrotingswijziging meenemen. Kostenontwikkelingen in de markt zijn voor 2018 significant anders dan voorgaande jaren en het advies is om eerst de post onvoorzien aan te spreken voor onvoorziene tegenvallers en het restant tekort te dekken uit de voorziening afvalstoffen. Begrotingswijziging GR Cure 2019, verzonden 16 mei 2019 De begrotingswijziging GR Cure 2019 is het gevolg van de marktontwikkelingen van de verwerkingstarieven, de verhoogde verbrandingsbelasting en voorbereidingskosten Renescience. De raad vraagt om kostenbeheersing en een effiencyslag te maken. Conceptbrief Zienswijze ontwerpbegroting Cure 2020, 11 juni 2019 De raad geeft aan dat in het algemeen de begroting transparant, logisch en goed onderbouwd is en in navolging van 2019 volgens het BBV is opgesteld. Ze vragen om een effieciencyslag te maken. De raad ziet de uitwerking van de voorstellen voor de nascheidingsinstallatie graag z.s.m. tegemoet en blijft graag op de hoogt van het proces en de kosten. De raad verzoekt Cure om z.s.m. te komen met concrete uitwerkingen van aangekondigde kostenbesparende beheersmaatregelen en om overhead kosten terug te draaien.

Tot sluit wordt verzocht om de kapitaallasten volledig op te nemen in de doorkijk/meerjarenbegroting. Zienswijze begroting Gr Cure 2021, verzonden 18 juni 2021 In het algemeen is de begroting transparant, logisch en goed onderbouwd en is in navolging van 2019 volgens het BBV opgesteld. De te verwachten inzamelkosten zijn realistisch geraamd. De raad ziet de uitwerking van de kostenbesparende en de voorstellen van de Taskforce z.s.m. met belangstelling tegemoet. Daarnaast wordt verzocht om ze periodiek de loop van 2021 te informeren over de uitwerkingsprocessen en de bijbehorende kosten. Verder wordt verzocht om z.s.m. met concrete uitwerkingen van aangekondigde kostenbesparende beheersmaatregelen te komen. Zienswijze begroting Gr Cure 2022, verzonden 23 juni 2021 In het algemeen vind de raad de begroting transparant, logisch en goed onderbouwd en is in navolging van 2019 volgens het BBV opgesteld. Verder wordt gevraagd in de loop van 2021 de raad verder te informeren over de uitwerkingsprocessen van de voorstellen van de Taskforce en de kosten, de reductie van restafval en het beperken van de kostenstijging. Er wordt ook gevraagd om beheersing van afvaltarieven en het beperken van overheadkosten. Conceptbrief zienswijze ontwerp begroting Gr Cure 2023, zonder datum De raad vindt de begroting transparant, logisch, goed opgebouwd en is volgens het BBV opgesteld.

De te verwachten inzamelkosten zijn realistisch geraamd. De raad vraagt om periodiek geïnformeerd te worden over de uitwerkingsprocessen van de Afvalstrategie, de upgrading van de milieustraat en bijkomende kosten, de reductie van restafval en verder verloop van kostenbesparende maatregelen bij de inzameling en verwerking. Verder wordt er verzocht om kosten te beheersen en zo mogelijk verder uit te bouwen.

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 56/59

Geldrop-Mierlo Zienswijze begroting Cure 2021, 2 juni 2020 De raad is het met de ontwerpbegroting eens en geeft in het algemeen aan dat er geen ruimte is voor verdere stijging van de kosten. Verder zijn er nog wat specifieke zaken waar een zienswijze over wordt ingebracht. Zienswijze ontwerp-begrotingswijziging Cure 2020, 15 december 2020 De ontwerp-begroting geeft geen aanleiding tot inhoudelijke op- of aanmerkingen. De raad is ervan overtuigd dat Cure op zoek blijft naar kostenbesparingen en voorstellen daarover zien ze graag tegemoet. Zienswijze ontwerp-begrotingswijziging Cure 2022, 8 juni 2021 De raad heeft geen op- of aanmerkingen naar aanleiding van de ontwerpbegroting. De ontwikkeling van een steeds hogere afvalstoffenheffing vindt de raad onwenselijk en vindt dat Cure zich moet inspannen om dit te stoppen. Voorstellen voor kostenbesparingen ziet de raad graag tegemoet. Zienswijze ontwerpbegroting Cure 2023, 7 juni 2022 Er zijn geen inhoudelijke op- of aanmerking maar de raad vindt wel dat Cure zich moet blijven inspannen om verhoging van afvalstoffenheffing voor de inwoners te stoppen.

Valkenswaard Besluitenlijst conceptbegroting 2021 Cure Afvalbeheer, 6 juli 2020 De raad heeft geen inhoudelijke opmerkingen voor de ontwerpbegroting van 2021 maar vraagt wel aandacht voor de steeds toenemende kosten en verzoekt om concreet aan te geven op welke wijze bezuinigd kan worden om de stijging te verminderen. Zienswijze begrotingswijziging Cure 2020, 18 december 2020 De raad ziet geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Verder merkt de raad op dat als het Rijk meerkosten als gevolg van de corona-crisis compenseren die dan terugvloeien naar de gemeenten. Zienswijzebrief ontwerpbegroting Cure 2022, 4 juni 2021 De raad ziet geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Gehanteerde bronnen (specifiek voor samenvatting zienswijzen) • • • • • • • • • • • • •

Gemeente Eindhoven (2018) Zienswijze begrotingswijziging 2018 Gemeente Eindhoven (2019) Begrotingswijziging GR Cure 2019 Gemeente Eindhoven (2019) Conceptbrief zienswijze ontwerp begroting Cure 2020 Gemeente Geldrop-Mierlo (2020) Zienswijze begroting Cure 2021 Gemeente Valkenswaard (2020) Zienswijze begrotingswijziging Cure 2020 Gemeente Geldrop-Mierlo (2020) Zienswijze ontwerp-begrotingswijziging Cure 2020 Gemeente Valkenswaard (2020) Besluitenlijst conceptbegroting 2021 Cure Gemeente Valkenswaard (2021) Ontwerpbegroting Cure 2022 Gem. Geldrop-Mierlo (2021) Zienswijze ontwerp-begrotingswijziging Cure 2022 Gemeente Eindhoven (2021) Zienswijze begroting Gr Gure 2021 Gemeente Eindhoven (2021) Zienswijze begroting Gr Cure 2022 Gemeente Geldrop-Mierlo (2022) Zienswijze ontwerpbegroting Cure 2023 Gemeente Eindhoven (z.d.) Conceptbrief zienswijze ontwerp begroting Gr Cure 2023

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 57/59

E. Vergelijking afvalbeheer 25 G Nederland (peiljaar 2021)

Figuur 13 Restafval per inwoner 2021 (kg/inw/jaar)

GFT per inwoner 2021 25 grootste gemeenten (kg/inw.) 160 140 120 100 80 60 40 20 0

Figuur 14 GFT per inwoner 2021 (kg/inw/jaar)

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 58/59

F. Kostenaandeel in Benchmark Huishoudelijk Afval Tabel 7 Overzicht benchmarkberekening Kosten meegenomen in Benchmark Huishoudelijk Afval Kosten Kosten Valkenswaard Geldrop-Mierlo Fijn restafval 444.150 372.666 Groente, fruit en tuinafval (GFT) 266.490 159.714 Oud papier en karton 103.635 212.952 Plastic, metalen en drankenkartons 59.220 230.698 Glas verpakkingen 44.415 35.492 Textiel 14.805 35.492 Grof vuil aan huis 674.348 Milieustraat 429.345 nb Bijplaatsingen nb Totaal kosten in benchmark € 1.362.060 € 1.721.362

Kosten Eindhoven 3.614.880 1.016.685 1.016.685 225.930 225.930 112.965 1.920.405 225.930 € 8.359.410

Totaal 4.431.696 1.442.889 1.333.272 515.848 305.837 163.262 674.348 2.349.750 225.930 € 11.442.832

Kosten (Begrotingswijz. 2020) Kostenaandeel in benchmark

€ 18.418.000 45%

€ 24.424.000 47%

€ 3.023.000 45%

€ 2.983.000 58%

Totaalkosten per materiaalstroom bepaald op basis van gegevens Benchmark Huishoudelijk Afval peiljaar 2020. SOM: inzamelkosten per materiaalstroom x aantal aansluitingen.

Kostenaandeel restafval in benchmark

33%

22%

43%

39%

G. Grondstoffenmonitors Op de volgende pagina’s staan de grondstoffenmonitors.

Rekenkamerrapport gemeenschappelijke regeling Cure 59/59

Grondstoffenmonitor Gemid.3 gem. (2021) Mondiaal en regionaal worden grondstoffen schaarser en daarmee vaak ook kostbaarder. Daarom is een omslag in het denken Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) gemaakt. Het Rijk, gemeenten (VNG) en de organisaties voor afvalbeheer (NVRD) streven gezamenlijk naar een afvalloze samenleving. De ambitie is 75% afvalscheiding en maximaal 100 kilogram restafval (fijn+ grof) per inwoner per jaar in 2020. En in 2025 een 'wensbeeld' van nog slechts 30 kilogram restafval per inwoner. Het landelijk gemiddelde bedraagt 61% afvalscheiding en circa 199 kilogram restafval (2021). Dit is exclusief eventuele uit het restafval nagescheiden fracties. Deze grondstoffenmonitor presenteert de afvalprestaties van Gemid.3 gem., in vergelijking met referentiegemeenten. Prestatie en ambitie

Restafval huidig en trend bij gelijkblijvend beleid

100%

Gemid.3 gem.

VANG

trend

2020 -> 2025

l

100 → 30

232

kg rest per inwoner

55%

300

kg rest per inwoner

l

75% → 90%

afvalscheiding

afvalscheiding

Kg restafval per inwoner

2021

Grondstofscheiding huidig en trend

VANG 90%

restafval (incl. grof) + nascheiding

(2025)

VANG 75%

75%

(2020)

200

VANG 100kg (2020)

100

50%

%bron+nascheiding

VANG 30kg (2025)

0

25%

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

Gemeenten hebben een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en een maatschappelijke opdracht om bij te dragen aan de genoemde VANG-ambities en de totstandkoming van een circulaire economie. Het scheidingspercentage, zonder nascheiding, in Gemid.3 gem. bedraagt met gelijkblijvende trend 55% en er wordt nu nog 232 kg restafval (incl. grof) verwerkt.

Gescheiden grondstoffen Gem. NL = Gemiddelde prestatie in Nederland. Gem SHK = De gemiddelde prestatie binnen de stedelijkheidsklasse van Gemid.3 gem. (BP SHK1). BP SHK = De best practise binnen deze stedelijkheidsklasse (CBS: 2021)

De volgende grafieken presenteren de hoeveelheden grondstoffen (kg per inwoner per jaar). De grijs gekleurde delen betreffen de hoeveelheid grondstof die zich nog in het restafval bevindt. GFT

Oud Papier

49%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

Glas

72%

Trend is dalend

Grondstofscheiding

50

250 150

75

75

70

73

74

75

113

97

46

34

50

44

42

43

43

56

48 30

25

19

20

21

22

22

28 18

-10

-25

-150

20

Grondstofscheiding

10

} nog in restafval

-50

30

71%

Trend is stabiel

Er wordt 74 kg Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) per inwoner gescheiden. De trend is stabiel. Er zit nog zo'n 76 kg GFT in het huishoudelijk restafval en dus wordt 49% apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Gemid.3 gem. (Gem.SHK1) 34 kg per inwoner ingezameld.

Momenteel wordt er 43 kg Oud Papier en Karton (OPK) per inwoner gescheiden. De trend is dalend. In het huishoudelijk restafval zit nu nog zo'n 17 kg herbruikbaar OPK. 72% van het OPK wordt apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Gemid.3 gem. (Gem.SHK1) 30 kg per inwoner ingezameld.

In de huidige situatie wordt 22 kg (verpakkings)glas per inwoner gescheiden en de trend is stabiel. Volgens de sorteeranalyse zit er nog 9 kg glas in het huishoudelijk restafval. Het glas wordt nu voor 71% gescheiden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Gemid.3 gem. (Gem.SHK1) 18 kg per inwoner ingezameld.

Textiel

PBD/PMD

Overige grondstoffen*

30%

Trend is stabiel

23

Grondstofscheiding

28%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

70

13 3,5

3

3,5

3,6

3,6

5

3,3

7

45

3

33 22,0

20

-7 -17

9

9

9

10

11

8

400

Trend is stijgend

300 200

-5

100

-30

0

101

108

109

115

123

149

112 61

*= grof tuinafval, oude apparaten, asbest, metaal, etc.

Nu wordt 3,3 kg Textiel per inwoner gescheiden en zit er circa 7,6 kg textiel in het restafval. 30% van het textiel wordt nu dus ingezameld en de trend is stabiel Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Gemid.3 gem. (Gem.SHK1) 3 kg per inwoner ingezameld.

In totaal wordt 11 kg PBD per inwoner wordt gescheiden. De trend is stabiel. Het PBD wordt bij de bron gescheiden ingezameld. 11 kg wordt brongescheiden (oranje) en 28% van het aanwezige PBD wordt apart ingezameld In het ingezamelde restafval bij de huishoudens zit +/- 28,6 kg PBD. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Gemid.3 gem. (Gem.SHK1) 8 kg per inwoner bij de bron ingezameld.

Ongeveer 90% van het grof afval wordt (voornamelijk op de milieustraat) gescheiden ingezameld. De 123 kg gesorteerd grove grondstoffen per inwoner, zoals de 13 kg Grof TuinAfval, kan worden gerecyceld. De trend is stijgend. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Gemid.3 gem. (Gem.SHK1) 61 kg per inwoner ingezameld.

Huishoudelijk (grof) restafval Huishoudelijk RESTafval (kg/inw.)

Trend is stijgend

400 300

220

227

226

230

232

200

274 199 115

100 0

Gemid.3 gem.

markering: n nagesorteerd PMD, n fijn restafval (residu) en n grof restafval

Reductie van restafval is het doel. Nu wordt in Gemid.3 gem. 14 kg grof en 218 kg fijn restafval per inwoner ingezameld. De trend is stijgend. Het restafval wordt verder niet nagescheiden met machines.

Een sorteeranalyse geeft een beeld van de samenstelling en de hoeveelheid (in kg) van het afval. Volgens deze analyse is 77% van het ingezameld fijn restafval uit Gemid.3 gem. als grondstof herbruikbaar.

De sorteeranalyse geeft ook een indicatie van het volume van het fijn restafval.

Bronnen: afvalhoeveelheden: CBS, Sorteeranalyse: RWS NL 2019 ('16-'18)

© IPR Normag

Versie 2022: 06

Regionale vergelijking (2021) De volgende grafieken presenteren de huidige hoeveelheden restafval per inwoner en het scheidingspercentage in Gemid.3 gem. en de referentiegemeenten. Kilogram huishoudelijk RESTafval per inwoner

Percentage grondstofscheiding

400

100%

71%

75%

300 247

244

232

57%

51%

54%

200

Gemid.3 gem.

50% 151 234

230

100

25%

218

136

0% Eindhoven

0 Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Gemid.3 gem.

Gemid.3 gem.

In Gemid.3 gem. wordt per inwoner 232 kg restafval ingezameld en het bronscheidingspercentage is rond de 55%. Het bronscheidingspercentage is (nog) zonder de afgekeurde grondstoffen.

Gescheiden grondstoffen Ter vergelijking presenteren deze grafieken de hoeveelheid gescheiden grondstoffen (kg per inwoner per jaar) in het referentiegebied. De grijs gekleurde delen betreft de hoeveelheid grondstoffen dat zich volgens een sorteeranalyse nog in het restafval bevinden. GFT Oud Papier Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Gemid.3 gem.

Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Gemid.3 gem.

45

43

100 200

75 121 74

72

Gemid.3 gem.

68

50

0

40

Gemid.3 gem.

100

64

25 0 -25

-100

-50

Gemid.3 gem. heeft in het jaar 2021 74 kg GFT per inwoner gescheiden ingezameld. De bandbreedte met de referentiegemeenten bedraagt 68 tot 121 kg per inwoner.

In Gemid.3 gem. wordt 43 kg Oud Papier en Karton per inwoner gescheiden. De bandbreedte met de referentiegemeenten is per inwoner 40 tot 64 kg.

Glas

Textiel Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Gemid.3 gem.

50

Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Gemid.3 gem.

3,7

3

15

40

10

31 25 20

Gemid.3 gem.

20

5,7 22

10 0

5

2,8

Gemid.3 gem.

30

0 -5 -10

-10 -20

-15

In Gemid.3 gem. wordt 22 kg Glas per inwoner gescheiden. Bij de referentiegemeenten bedraagt de bandbreedte 20 tot 31 kg per inwoner.

In 2021 scheidt de Gemid.3 gem.er 3,3 kg textiel (kleding en schoeisel) per inwoner per jaar. De bandbreedte bedraagt 2,8 tot 5,7 kg textiel per inwoner.

PBD/PMD

Overige grondstoffen*

Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Gemid.3 gem.

Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Valkenswaard

Gemid.3 gem.

121

123

60 400 40

33 300 10

11 Gemid.3 gem.

7 0

-20

200 149 118 100

-40 0 -60

Gemid.3 gem. scheidt in totaal 11 kg Plastic verpakkingen, Blik en Drinkpakken (PBD) per inwoner (bij de bron). In het referentiegebied bedraagt de bandbreedte tussen de 7,2 en 33 kg PBD per inwoner.

Gemid.3 gem.

20

*= grof tuinafval, oude apparaten, asbest, metaal, etc.

In Gemid.3 gem. wordt het grofafval, zoals 13 kg Grof Tuinafval veelal op de milieustraat gescheiden ingezameld. In 2021 is al 123 kg grondstoffen per inwoner gescheiden.

Bronnen: afvalhoeveelheden: CBS, Sorteeranalyse: RWS NL 2019 ('16-'18)

© IPR Normag

Versie 2022: 06

Grondstoffenmonitor Eindhoven (2021) Mondiaal en regionaal worden grondstoffen schaarser en daarmee vaak ook kostbaarder. Daarom is een omslag in het denken Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) gemaakt. Het Rijk, gemeenten (VNG) en de organisaties voor afvalbeheer (NVRD) streven gezamenlijk naar een afvalloze samenleving. De ambitie is 75% afvalscheiding en maximaal 100 kilogram restafval (fijn+ grof) per inwoner per jaar in 2020. En in 2025 een 'wensbeeld' van nog slechts 30 kilogram restafval per inwoner. Het landelijk gemiddelde bedraagt 61% afvalscheiding en circa 199 kilogram restafval (2021). Dit is exclusief eventuele uit het restafval nagescheiden fracties. Deze grondstoffenmonitor presenteert de afvalprestaties van Eindhoven, in vergelijking met referentiegemeenten. Prestatie en ambitie

Restafval huidig en trend bij gelijkblijvend beleid

100%

Eindhoven

VANG

trend

2020 -> 2025

l

100 → 30

244

kg rest per inwoner

51%

300

kg rest per inwoner

l

75% → 90%

afvalscheiding

afvalscheiding

Kg restafval per inwoner

2021

Grondstofscheiding huidig en trend

VANG 90%

restafval (incl. grof) + nascheiding

(2025)

VANG 75%

75%

(2020)

200

VANG 100kg (2020)

100

50% %bron+nascheiding

VANG 30kg (2025)

0

25%

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

Gemeenten hebben een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en een maatschappelijke opdracht om bij te dragen aan de genoemde VANG-ambities en de totstandkoming van een circulaire economie. Het scheidingspercentage, zonder nascheiding, in Eindhoven bedraagt met gelijkblijvende trend 51% en er wordt nu nog 244 kg restafval (incl. grof) verwerkt.

Gescheiden grondstoffen Gem. NL = Gemiddelde prestatie in Nederland. Gem SHK = De gemiddelde prestatie binnen de stedelijkheidsklasse van Eindhoven (BP SHK1). BP SHK = De best practise binnen deze stedelijkheidsklasse (CBS: 2021)

De volgende grafieken presenteren de hoeveelheden grondstoffen (kg per inwoner per jaar). De grijs gekleurde delen betreffen de hoeveelheid grondstof die zich nog in het restafval bevindt. GFT

Oud Papier

46%

Trend is dalend

Grondstofscheiding

Glas

69%

Trend is dalend

Grondstofscheiding

50

250 150 70

69

67

67

68

75

113

97

42

34

50

40

39

39

40

56

48

17

19

20

22

28 18

-10

-25

-150

17

18

10

} nog in restafval

-50

Grondstofscheiding

30

30

25

68%

Trend is stabiel

Er wordt 68 kg Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) per inwoner gescheiden. De trend is dalend. Er zit nog zo'n 80 kg GFT in het huishoudelijk restafval en dus wordt 46% apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Eindhoven (Gem.SHK1) 34 kg per inwoner ingezameld.

Momenteel wordt er 40 kg Oud Papier en Karton (OPK) per inwoner gescheiden. De trend is dalend. In het huishoudelijk restafval zit nu nog zo'n 18 kg herbruikbaar OPK. 69% van het OPK wordt apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Eindhoven (Gem.SHK1) 30 kg per inwoner ingezameld.

In de huidige situatie wordt 20 kg (verpakkings)glas per inwoner gescheiden en de trend is stabiel. Volgens de sorteeranalyse zit er nog 10 kg glas in het huishoudelijk restafval. Het glas wordt nu voor 68% gescheiden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Eindhoven (Gem.SHK1) 18 kg per inwoner ingezameld.

Textiel

PBD/PMD

Overige grondstoffen*

25%

Trend is stabiel

23

Grondstofscheiding

19%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

70

13 3,2

3

3,2

3,6

3,2

5

2,8

7

45

3

33 22,0

20

-7 -17

6

6

6

6

7

8

400

Trend is stijgend

300 200

-5

100

-30

0

92

93

98

108

118

149

112 61

*= grof tuinafval, oude apparaten, asbest, metaal, etc.

Nu wordt 2,8 kg Textiel per inwoner gescheiden en zit er circa 8,2 kg textiel in het restafval. 25% van het textiel wordt nu dus ingezameld en de trend is stabiel Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Eindhoven (Gem.SHK1) 3 kg per inwoner ingezameld.

In totaal wordt 7,2 kg PBD per inwoner wordt gescheiden. De trend is stabiel. Het PBD wordt bij de bron gescheiden ingezameld. 7,2 kg wordt brongescheiden (oranje) en 19% van het aanwezige PBD wordt apart ingezameld In het ingezamelde restafval bij de huishoudens zit +/- 30,7 kg PBD. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Eindhoven (Gem.SHK1) 8 kg per inwoner bij de bron ingezameld.

Ongeveer 90% van het grof afval wordt (voornamelijk op de milieustraat) gescheiden ingezameld. De 118 kg gesorteerd grove grondstoffen per inwoner, zoals de 10 kg Grof TuinAfval, kan worden gerecyceld. De trend is stijgend. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Eindhoven (Gem.SHK1) 61 kg per inwoner ingezameld.

Huishoudelijk (grof) restafval Huishoudelijk RESTafval (kg/inw.)

Trend is stijgend

400 300

232

200

237

240

242

244

274 199 115

100 0

Eindhoven

markering: n nagesorteerd PMD, n fijn restafval (residu) en n grof restafval

Reductie van restafval is het doel. Nu wordt in Eindhoven 14 kg grof en 230 kg fijn restafval per inwoner ingezameld. De trend is stijgend. Het restafval wordt verder niet nagescheiden met machines.

Een sorteeranalyse geeft een beeld van de samenstelling en de hoeveelheid (in kg) van het afval. Volgens deze analyse is 76% van het ingezameld fijn restafval uit Eindhoven als grondstof herbruikbaar.

De sorteeranalyse geeft ook een indicatie van het volume van het fijn restafval.

Bronnen: afvalhoeveelheden: CBS, Sorteeranalyse: Gewogen gemiddelde van Eureco analyse laagbouw (2020) en afvalspiegelanalyse hoogbouw (2021)

© IPR Normag

Versie 2022: 06

Grondstoffenmonitor Geldrop-Mierlo (2021) Mondiaal en regionaal worden grondstoffen schaarser en daarmee vaak ook kostbaarder. Daarom is een omslag in het denken Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) gemaakt. Het Rijk, gemeenten (VNG) en de organisaties voor afvalbeheer (NVRD) streven gezamenlijk naar een afvalloze samenleving. De ambitie is 75% afvalscheiding en maximaal 100 kilogram restafval (fijn+ grof) per inwoner per jaar in 2020. En in 2025 een 'wensbeeld' van nog slechts 30 kilogram restafval per inwoner. Het landelijk gemiddelde bedraagt 61% afvalscheiding en circa 199 kilogram restafval (2021). Dit is exclusief eventuele uit het restafval nagescheiden fracties. Deze grondstoffenmonitor presenteert de afvalprestaties van Geldrop-Mierlo, in vergelijking met referentiegemeenten. Prestatie en ambitie

Restafval huidig en trend bij gelijkblijvend beleid

2021

151

VANG 90%

300

trend

2020 -> 2025

l

100 → 30

kg rest per inwoner

71%

100%

VANG

kg rest per inwoner

l

75% → 90%

afvalscheiding

afvalscheiding

Kg restafval per inwoner

Geldrop-Mierlo

Grondstofscheiding huidig en trend

(2025)

VANG 75%

75%

restafval (incl. grof) + nascheiding

200

(2020)

%bron+nascheiding

VANG 100kg (2020)

100

50%

VANG 30kg (2025)

0

25%

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

Gemeenten hebben een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en een maatschappelijke opdracht om bij te dragen aan de genoemde VANG-ambities en de totstandkoming van een circulaire economie. Het scheidingspercentage, zonder nascheiding, in Geldrop-Mierlo bedraagt met gelijkblijvende trend 71% en er wordt nu nog 151 kg restafval (incl. grof) verwerkt.

Gescheiden grondstoffen Gem. NL = Gemiddelde prestatie in Nederland. Gem SHK = De gemiddelde prestatie binnen de stedelijkheidsklasse van Geldrop-Mierlo (BP SHK3). BP SHK = De best practise binnen deze stedelijkheidsklasse (CBS: 2021)

De volgende grafieken presenteren de hoeveelheden grondstoffen (kg per inwoner per jaar). De grijs gekleurde delen betreffen de hoeveelheid grondstof die zich nog in het restafval bevindt. GFT

Oud Papier

58%

Trend is dalend

Grondstofscheiding

Glas

92%

Trend is dalend

Grondstofscheiding

85

250 170 150

78

79

63

72

97

72

75

117

67

64

62

64

64 48

50

55

30

25

Grondstofscheiding

39 30

29

26

31

31 22

24

-10

-25

-150

92%

Trend is stabiel

10

} nog in restafval

-50

50

Er wordt 72 kg Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) per inwoner gescheiden. De trend is dalend. Er zit nog zo'n 53 kg GFT in het huishoudelijk restafval en dus wordt 58% apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Geldrop-Mierlo (Gem.SHK3) 117 kg per inwoner ingezameld.

Momenteel wordt er 64 kg Oud Papier en Karton (OPK) per inwoner gescheiden. De trend is dalend. In het huishoudelijk restafval zit nu nog zo'n 6 kg herbruikbaar OPK. 92% van het OPK wordt apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Geldrop-Mierlo (Gem.SHK3) 55 kg per inwoner ingezameld.

In de huidige situatie wordt 31 kg (verpakkings)glas per inwoner gescheiden en de trend is stabiel. Volgens de sorteeranalyse zit er nog 3 kg glas in het huishoudelijk restafval. Het glas wordt nu voor 92% gescheiden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Geldrop-Mierlo (Gem.SHK3) 24 kg per inwoner ingezameld.

Textiel

PBD/PMD

Overige grondstoffen*

52%

Trend is stabiel

23

Grondstofscheiding

72%

Trend is stijgend

Grondstofscheiding

70 48 10

13 5,1

5,1

3,9

5,7

5,7

5

45

5

26

26

29

33

33 22,0

-7

Trend is stijgend

355

300

28,1

20

3

400

200

-5

100

-30

0

177 128

146

149

149

112

139

*= grof tuinafval, oude apparaten, asbest, metaal, etc.

Nu wordt 5,7 kg Textiel per inwoner gescheiden en zit er circa 5,2 kg textiel in het restafval. 52% van het textiel wordt nu dus ingezameld en de trend is stabiel Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Geldrop-Mierlo (Gem.SHK3) 5 kg per inwoner ingezameld.

In totaal wordt 33 kg PBD per inwoner wordt gescheiden. De trend is stijgend. Het PBD wordt bij de bron gescheiden ingezameld. 33 kg wordt brongescheiden (oranje) en 72% van het aanwezige PBD wordt apart ingezameld In het ingezamelde restafval bij de huishoudens zit +/- 12,7 kg PBD. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Geldrop-Mierlo (Gem.SHK3) 28 kg per inwoner bij de bron ingezameld.

Ongeveer 91% van het grof afval wordt (voornamelijk op de milieustraat) gescheiden ingezameld. De 149 kg gesorteerd grove grondstoffen per inwoner, zoals de 25 kg Grof TuinAfval, kan worden gerecyceld. De trend is stijgend. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van GeldropMierlo (Gem.SHK3) 139 kg per inwoner ingezameld.

Huishoudelijk (grof) restafval Huishoudelijk RESTafval (kg/inw.)

Trend is stijgend

400 300 200

137

154

199 140

151

151

166

100

59

0

Geldrop-Mierlo

markering: n nagesorteerd PMD, n fijn restafval (residu) en n grof restafval

Reductie van restafval is het doel. Nu wordt in Geldrop-Mierlo 15 kg grof en 136 kg fijn restafval per inwoner ingezameld. De trend is stijgend. Het restafval wordt verder niet nagescheiden met machines.

Een sorteeranalyse geeft een beeld van de samenstelling en de hoeveelheid (in kg) van het afval. Volgens deze analyse is 82% van het ingezameld fijn restafval uit Geldrop-Mierlo als grondstof herbruikbaar.

De sorteeranalyse geeft ook een indicatie van het volume van het fijn restafval.

Bronnen: afvalhoeveelheden: CBS, Sorteeranalyse: Toegezonden Afvalspiegel

© IPR Normag

Versie 2022: 06

Grondstoffenmonitor Valkenswaard (2021) Mondiaal en regionaal worden grondstoffen schaarser en daarmee vaak ook kostbaarder. Daarom is een omslag in het denken Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) gemaakt. Het Rijk, gemeenten (VNG) en de organisaties voor afvalbeheer (NVRD) streven gezamenlijk naar een afvalloze samenleving. De ambitie is 75% afvalscheiding en maximaal 100 kilogram restafval (fijn+ grof) per inwoner per jaar in 2020. En in 2025 een 'wensbeeld' van nog slechts 30 kilogram restafval per inwoner. Het landelijk gemiddelde bedraagt 61% afvalscheiding en circa 199 kilogram restafval (2021). Dit is exclusief eventuele uit het restafval nagescheiden fracties. Deze grondstoffenmonitor presenteert de afvalprestaties van Valkenswaard, in vergelijking met referentiegemeenten. Prestatie en ambitie

Restafval huidig en trend bij gelijkblijvend beleid

100%

Valkenswaard

VANG

trend

2020 -> 2025

247

l

100 → 30

57%

l

75% → 90%

afvalscheiding

afvalscheiding

kg rest per inwoner

kg rest per inwoner

VANG 90%

restafval (incl. grof) + nascheiding

300 Kg restafval per inwoner

2021

Grondstofscheiding huidig en trend

(2025)

VANG 75%

75%

(2020)

200

VANG 100kg (2020)

100

%bron+nascheiding

50%

VANG 30kg (2025)

0

25%

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

2017 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24

Gemeenten hebben een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval en een maatschappelijke opdracht om bij te dragen aan de genoemde VANG-ambities en de totstandkoming van een circulaire economie. Het scheidingspercentage, zonder nascheiding, in Valkenswaard bedraagt met gelijkblijvende trend 57% en er wordt nu nog 247 kg restafval (incl. grof) verwerkt.

Gescheiden grondstoffen Gem. NL = Gemiddelde prestatie in Nederland. Gem SHK = De gemiddelde prestatie binnen de stedelijkheidsklasse van Valkenswaard (BP SHK3). BP SHK = De best practise binnen deze stedelijkheidsklasse (CBS: 2021)

De volgende grafieken presenteren de hoeveelheden grondstoffen (kg per inwoner per jaar). De grijs gekleurde delen betreffen de hoeveelheid grondstof die zich nog in het restafval bevindt. GFT

Oud Papier

63%

Trend is stijgend

Grondstofscheiding

Glas

68%

Trend is dalend

Grondstofscheiding

85

250 170 150

110

110

108

121

121

97

75

117

48

50

48

45

45

45

48

55

30

25

Grondstofscheiding

39 23

23

22

25

25

22

24

-10

-25

-150

71%

Trend is stabiel

10

} nog in restafval

-50

50

Er wordt 121 kg Groente-, Fruit- en Tuinafval (GFT) per inwoner gescheiden. De trend is stijgend. Er zit nog zo'n 72 kg GFT in het huishoudelijk restafval en dus wordt 63% apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Valkenswaard (Gem.SHK3) 117 kg per inwoner ingezameld.

Momenteel wordt er 45 kg Oud Papier en Karton (OPK) per inwoner gescheiden. De trend is dalend. In het huishoudelijk restafval zit nu nog zo'n 21 kg herbruikbaar OPK. 68% van het OPK wordt apart gehouden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Valkenswaard (Gem.SHK3) 55 kg per inwoner ingezameld.

In de huidige situatie wordt 25 kg (verpakkings)glas per inwoner gescheiden en de trend is stabiel. Volgens de sorteeranalyse zit er nog 10 kg glas in het huishoudelijk restafval. Het glas wordt nu voor 71% gescheiden. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Valkenswaard (Gem.SHK3) 24 kg per inwoner ingezameld.

Textiel

PBD/PMD

Overige grondstoffen*

37%

Trend is stabiel

23

Grondstofscheiding

23%

Trend is stabiel

Grondstofscheiding

70 48

10

13 3,3

3

3,3

3,6

3,7

5

3,7

45

5

22,0 20

-7 -17

9

9

8

10

400

Trend is dalend

355

300

28,1

10

200

-5

100

-30

0

134

134

144

121

121

112

139

*= grof tuinafval, oude apparaten, asbest, metaal, etc.

Nu wordt 3,7 kg Textiel per inwoner gescheiden en zit er circa 6,3 kg textiel in het restafval. 37% van het textiel wordt nu dus ingezameld en de trend is stabiel Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Valkenswaard (Gem.SHK3) 5 kg per inwoner ingezameld.

In totaal wordt 9,8 kg PBD per inwoner wordt gescheiden. De trend is stabiel. Het PBD wordt bij de bron gescheiden ingezameld. 9,8 kg wordt brongescheiden (oranje) en 23% van het aanwezige PBD wordt apart ingezameld In het ingezamelde restafval bij de huishoudens zit +/- 33,0 kg PBD. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Valkenswaard (Gem.SHK3) 28 kg per inwoner bij de bron ingezameld.

Ongeveer 91% van het grof afval wordt (voornamelijk op de milieustraat) gescheiden ingezameld. De 121 kg gesorteerd grove grondstoffen per inwoner, zoals de 23 kg Grof TuinAfval, kan worden gerecyceld. De trend is dalend. Gemiddeld wordt er in de stedelijkheidscategorie van Valkenswaard (Gem.SHK3) 139 kg per inwoner ingezameld.

Huishoudelijk (grof) restafval Huishoudelijk RESTafval (kg/inw.)

Trend is stijgend

400 300

239

239

230

247

247

200

199

166

100

59

0

Valkenswaard

markering: n nagesorteerd PMD, n fijn restafval (residu) en n grof restafval

Reductie van restafval is het doel. Nu wordt in Valkenswaard 12 kg grof en 234 kg fijn restafval per inwoner ingezameld. De trend is stijgend. Het restafval wordt verder niet nagescheiden met machines.

Een sorteeranalyse geeft een beeld van de samenstelling en de hoeveelheid (in kg) van het afval. Volgens deze analyse is 83% van het ingezameld fijn restafval uit Valkenswaard als grondstof herbruikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12579764/1